Ballen en boeken

De vorige keer is het compleet fout gelopen. Deze keer ging ze me niet graaien hebben! Met de kattenmand in de aanslag was ik goed voorzien op het bezoek aan de dierenarts. Nu ze ongeveer zes maand oud is besloot ik haar te laten steriliseren. Ik mag er niet aan denken dat ze zwanger thuiskomt en wij hier na de bevalling voor 4 of 5 kattenjongen een thuis moeten gaan zoeken. I’m a sucker for koddige kattenkopjes. Laat staan het verdriet bij de kinderen elke keer als er ééntje moet vertrekken. Neen, met Frankie hebben we genoeg. Het transport naar de dierenarts verliep deze keer veel vlotter dan met Schanulleke indertijd, Frankie zat zo mak als een lammetje in haar bakje naast me.

Na schooltijd ging ik met de kinderen terug om haar uit de ziekenboeg te halen. Bij aankomst in de dierenartsenpraktijk kondigden we vrolijk aan “dat we om Frankie kwamen!” waarop de vrouw van de dierenarts in lachen uitschoot.

“Ja dan hebben jullie alleszins een goeie naam gekozen voor jullie kat, want Frankie is een jongen!”

De kinderen beginnen te joelen:”Frankie is een jongen mama! Frankie is een jongen!” Er gaat even vanalles door me heen. Frankie een jongen?

Just what we needed: another man in the house!

Dus ik ging naar de dierenarts met een hitsige kattin en ik kwam thuis met een gedrogeerde gecastreerde kater.

Het voordeel is: nu moet ik niet meer gaan expliceren waarom we een kattin in godsnaam Frankie hebben genoemd.

De wedstrijdvraag is uiteraard met dit logje opgelost. Er waren heel wat mensen die het juist hadden, maar hier en daar antwoordde iemand ook Chewbacca (rip). Ook Schanulleke (rip) werd genoemd. Onze allereerste kat die we toch een 7-tal jaar hadden heette Marbel.

Proficiat Annick! Je wint twee boeken! Je krijgt binnenkort een mailtje van me! Hou je inbox in de gaten!

Piezewies

Een avondkat staart me aan op de stoep na mijn laatavonddienst. Haar gele bolleketten boren zich recht in de mijne. Ik piezewies maar ze reageert niet. Iets zegt me dat dit een kattin is. Ze mist het robuuste, het arrogante van een kater. Niettemin ben ik barslecht in het inschatten van kattengeslachten. Je kunt toch ook niet zomaar vragen om hun staart eens te mogen opheffen. Zelfs als het over katten gaat blijft een beetje beleefdheid wel aan de orde. Ze recht even haar rug en draait een toertje bij het jonge boompje in de elegante woonwijk alvorens ze het op een lopen zet.

Ik kijk mijn ogen uit in het centrum van de stad. Nieuwe en oude woningen wisselen elkaar af. Na mijn laatavonddienst doe ik niets liever dan overal binnen turen terwijl ik naar mijn wagen stap. Door halfopen lamellen zie ik Staf Coppens een camping opstarten. Hij en zijn broer -wiens naam ik altijd vergeet- knipperen grotesk aan een binnenmuur. Bij hun buren vergaap ik me aan de zachte sfeerverlichting. Ik ben immer nieuwsgierig naar het leven van een ander. Naar de keuzes die ze maken in hun interieur, welke brievenbus ze voor hun nieuwe huis plaatsen. Kunnen daar ook pakjes in? Alles heb ik gezien en in vraag gesteld. Hoe zouden ze leven? Werken ze overdag van thuis uit? Wat zien ze als ze uit hun raam kijken? Ik stap in mijn auto en glijd terug mijn eigen leven binnen. Verschrikte konijntjes staren me aan in het licht van mijn phares. Vorige week was er ééntje te traag, ik durfde niet in mijn achteruitkijkspiegel te gluren om de schade te aanschouwen. Bij mijn thuiskomst spreekt de stilte door de neergelaten rolluiken.

Frankie wacht op de eerste trede van de voordeurtrap.

Weer boren twee gele ogen zich in de mijne.