Sociaal moeten.

Mild zijn voor onszelf. Er wordt veel over geschreven, op sociale media, op blogs, in de krant. Hoe we onszelf meer een break moeten geven. Dat het niet allemaal perfect moet zijn en dat we het eens moeten durven laten slingeren. Ik sta vooraan in de rij als het op het schrijven van zo’n blogposts aankomt denk ik. Als er iemand is die perfectionisme neersabelt dan ben ik het wel. Deze week las ik in een boek het volgende:

Is mijn huis een zwijnenstal? Verre van. Is het proper, netjes en compleet georganiseerd, nog minder. Er staat tijdens de winter bijna constant een wasrek in de living, we vinden al eens hoopjes vanalles op de livingtafel en de tablet van de keuken kan wel eens een verzamelplek zijn van alle items die we normaal met ons meeslepen. Schooltaakjes, gsmladers en fruitdoosjes op kop.

Zo ziet de livingtafel er op dit eigenste moment uit. Deze blogpost, een half afgewerkte schooltaak, een training van Ilja, verfrommelde papiertjes en een Chiro-jas die feitelijk aan de kapstok hoort.

Ik moet eerlijk zijn dat ik momenteel een haat-liefde-relatie ervaar met sociale media. Ik stopte reeds lange tijd geleden met een actieve facebookaccount, ook Twitter, Goodreads, ik vergeet soms dat ik dit ergens heb. Mijn twee email-accounts (school en privé), whatsapp, mijn instagram en wordpress zijn al voldoende om mij danig in de weer te houden met mijn smartphone. Toch blijf ik kritisch tegenover Instagram. Ik ben redelijk immuun voor de parade die daar soms wordt opgevoerd ook al krijg ik wel eens de kriebels van de reclametags die ik onder foto’s terugvind. Als ik foto’s post op Instagram zijn dat meestal snapshots waar ik een zo proper mogelijke filter op smijt. Ik trek de laatste weken veel minder foto’s waardoor ik ook minder post. Er zijn periodes waar ik dagelijks wel stories maak maar nu is dat vuur eventjes uitgedoofd. Volgen doe ik wel heel regelmatig en als ik dan ergens lees dat iemand keihard twijfelt om een bepaalde foto te posten “omdat die niet goed genoeg is voor de feed” dan vrees ik wel dat die mildheid waar ik de laatste maanden over las nog niet echt is geïnstalleerd. Ik begrijp ook niet zo goed waarom alles perfect moet zijn op Instagram. Uiteraard post ik ook foto’s van mijn gezin en van mijn schoolresultaten, maar er staat evenveel eens een foto van een zak brood, een kind dat in zijn pyjama zit te gamen. Er wordt gezegd dat de broers ruzie maken of dat ik bijna op mijn broek heb gepiest in de trein. Is dat allemaal perfect? Neen, maar ik vind het gezellig.

Aan de andere kant van de leefruimte vind je een wasrek en als je goed kijkt mezelf in mijn peignoir. Er hangen wat kleren bij die al enkele dagen droog zijn maar in feite nog niet in de kast zijn geraakt….

Waarom zit ik dan op Instagram? Omdat ik er wel veel inspiratie in vind. Omdat ik accounts volg van vrienden die ik veel te weinig in het dagelijkse leven zie, ook al is dat relatief. Omdat ik hou van mooie foto’s, halfjaarlijks print ik al mijn instagramfoto’s af om ze in een jaarboek te plakken. Om nieuwe plekken, boeken, blogs te ontdekken. Om aan anderen foto’s van ons gezin te tonen. Om bij te houden voor mezelf hoe mijn kinderen veranderen, hoe ik de dingen op dat moment ervaar. Omdat ik fier ben op mezelf, op mijn kinderen. Omdat ik er kleinere snaps van deze blog kan posten. Dingen die hier niet terechtkomen omwille van tijdgebrek. Daarom hou ik van Instagram. En de dag dat ik voel dat ik iets moèt van Instagram, dan smijt ik de app er gewoon af. Want ik moet juist niks.

Emancipatie? Waar?

Op de planning voor vandaag stonden vooral veel tripjes. Je kent het wel: de Aldi, vers fruit, bezoekje aan mijn ouders….Maar mijn vrije dag is tussen de Aldi en het fruit nogal verstoord geraakt door een stomme put in het wegdek. Door regenbuien was deze moeilijk zichtbaar met als gevolg dat ik er met een grote knal in terechtkwam. Ik voelde meteen dat het mis zat. Het is niet de eerste keer dat ik een platte band rij. Doorrijden was alleszins geen optie aan het schrapende geluid te horen. En nu?….op 3 km van mijn ouders’ deur kon ik gelukkig Daddy to the rescue roepen. Want een band vervangen, dat kan ik eigenlijk niet. Bij onze volgende ladiesdate hoor ik mijn vriendin Elise al schateren over de tafel “Zie je wel dat je dat moet kunnen als vrouw!” We hadden het er een lange tijd geleden nog over, hoe zij als (toenmalig) alleenstaande vrouw best wel veel zware klussen kan uitvoeren en dat dat in feite helemaal niet moeilijk was. Ik moest er aan terugdenken terwijl mijn vader zijn volle gewicht moest gebruiken om de band los te krijgen. Ik bezit best wel wat kracht en ik voel me ook niet te belabberd om mijn handen uit de mouwen te steken. Toch leun ik voor die dingen vooral op mijn echtgenoot en indien nodig op mijn vader. Op mijn planning voor 2019 staat dus zeker: een band leren vervangen en tegelijk met de wagen meteen ook mijn zelfredzaamheid opkrikken.

Daddy to the rescue

Terwijl ik daar -ietwat hulpeloos- langs de weg stond te koekeloeren moest ik terugdenken aan een uitstapje met vier vrouwen een tiental jaar geleden. We strandden ook ergens langs de autostrade met een platte band. Niet veel later stopte een blitse sportwagen, nieuwe model. Er stapte een vriendelijk ogende, zelfverzekerde man uit. Hij vroeg of we hulp konden gebruiken en kwam meteen kijken wat het probleem was. Het was duidelijk dat hij goed wist waar hij mee bezig was, in no time verving hij de autoband. Toen hij klaar was bedankten we hem uitvoerig. Mijn collega haalde haar portefeuille boven en vroeg beleefd: “Wat is mijn schuld meneer?” waarop die man met zijn blinkende sportbak heel rustig: “Vijf euro is genoeg hoor” antwoordde. Mijn collega betaalde hem verbouwereerd vijf euro en toen we weer op de weg waren probeerden we de verwonderde blik van ons gezicht te vegen terwijl we gierden van het lachen.

Kunnen jullie zelfstandig een band vervangen?

Just do it.

Ow zijn we ineens 6 januari? Het lijkt alsof de jaarovergang een beetje aan mij voorbij is gegaan. Nieuwjaardag verging een beetje in een waas voor mij, na vier nachtdiensten was ik niet bepaald degene die de 1ste januari op de tafel ging springen om te speechen, laat staan dat ik ooit die persoon zou zijn #introvertforlife.

Morgen heb ik een dag verlof ingepland. Het gebeurt dat ik na een schoolvakantie een dag voor mezelf neem (ik nam ook wat dagen tijdens het verlof) en ik geef toe dat ik er wel naar uitkijk. De plannen? Boodschappen doen in de voormiddag en werken voor school in de namiddag. Geen wilde plannen dus want om 16u rinkelt de schoolbel alweer. Gewoon genieten van de stilte in een opgeruimd huis. Bij de gedachte alleen al zucht ik glimlachend voor mij uit.

Er werd aan de feesttafel wel eens gevraagd hoe ik alles gedaan krijg in combinatie met mijn werk. Bloggen, joggen, lezen, een opleiding volgen en een gezin draaiende houden. En wanneer heb jij in godsnaam nog tijd om naar podcasts te luisteren? Veelal krijg ik de opmerking “ik zou dat niet kunnen hoor!” Maar kijk, ik ga mij er niet voor verantwoorden, ik heb net als een ander maar 24 uur per dag. Nike was me voor maar: “Gewoon doen” is de boodschap. Gewoon die loopschoenen aantrekken als het moment zich aanbiedt. En bloggen? Zoveel dat jij schrijft, wanneer doe jij dat eigenlijk allemaal? Ik hou mij ook geen uren bezig met het schrijven van een blogpost, als het niet meteen vlot om de dingen neer te schrijven dan laat ik dat een paar dagen stil liggen en dan komt dat wel in orde. Ik leg mezelf ook geen bepaalde loop-, schrijf- of leesdoelen op. Het moet allemaal gewoon leutig blijven, als dat allemaal in statistiekjes en in harder better faster stronger verandert dan haak ik af. Ik hou daarmee gepaard ook niet van wedstrijden, ik ben ook niet actief op Strava om mijn prestaties te vergelijken met iemand anders. Nochtans is het soms aangeraden om je te meten met iemand die het net iets beter doet dan jij om gemotiveerd te blijven (“de opwaartse vergelijkingstendens” noemen ze dat in mijn cursus sociale psychologie). Maar dat werkt dus niet bij mij. Van Gretchen Rubin leerde ik “the strategy of pairing”. Er is niet veel aan uit te leggen eigenlijk (zie onderstaande YouTubefilmpje) : doe het ene terwijl je het andere doet. Gretchen raadt het aan binnen het kader van gewoonteverandering als “je mag alleen maar bingewatchen als je op de loopband staat”. Ik doe het meer in de trend van “ik ga lopen en luister onderwijl naar een podcast”. (Jawel: “onderwijl” is een woord, wij West-Vlamingen noemen het binstwille) Of ik doe het huishouden binst ik naar een podcast luister of ik schrijf een blogpost terwijl mijn vol-au-vent op het vuur staat (zoals daarjuist), de correcties doe ik dan na het eten (nu dus). Of binnen anderhalve dag. Als het mij uitkomt.

En heb ik dan nooit stress? Maar jawel. Zoals iedereen wel eens zeker? En het gebeurt uiteraard dat ik een hele week niet kan sporten of bloggen. Of dat ik anderhalve maand doe over een boek. So what, volgende keer misschien beter.

Heb jij bepaalde strategieën waarmee je vlotter iets gedaan krijgt?

hallo leven, trek iets moois aan, we gaan – Merel Morre

Had ik het ècht nog nooit over Merel Morre? Een quick search in mijn blogberichten bracht geen match op dus blijkbaar niet. Vreemd, deze dame kan schrijven! Voor wie haar niet kent: Merel boetseert met woorden: “…want van alle kleisoorten vind ik woorden en zinnen het allermooiste materiaal.” Korte, dubbelzinnige tekstjes waarbij spontaan een glimlach rond je mondhoeken trekt. Om er ééntje te noemen, helemaal van toepassing op mezelf:

Deze ochtend stond ik voor de laatste keer dit jaar op in mijn eigen huis. Na enkele dagen verlof is duty calling zodus begin ik vanavond aan een reeks nachtdiensten. Het nieuwe jaar inwerken! Gelijk hoe maakte ik van de voorbije week wel goed gebruik om een aantal dingen op punt te zetten. Hoewel ik dagelijks de eerste op ben gebeurde het enkele keren dat ik moeite had om uit bed te komen, mijn lichaam blijft toch aangeven wanneer ik extra rust moet nemen en daar luister ik meer en meer naar. Dus sliep ik enkele dagen uit. Don’t be fooled. Uitslapen betekent voor mij: slapen tot ik wakker word en als er dan een 7 voor staat dan kunnen we van langslapen praten. Dat ik ’s avonds om 21u mijn hoofd voel zakken voor de TV dat moet ik erbij nemen. Mijn batterij gaat niet eeuwig mee. Of zoals Merel het ook zo mooi schrijft:

Maar echt opgeladen, dat ben ik nog zelden. Het is zoals ik niet graag de iPad laat opladen ’s nachts, ik trek hem uit het stopcontact alvorens hij volledig is opgeladen. Volledig uitgeslapen, volledig uitgerust, mentaal en fysiek tegelijkertijd, ik kan de tijd niet meer noemen. Zoals gisteren, wanneer ik na een doendige dag om 21u30 in bed stap (neeneen, 21u30 is geen typfout) en vanmorgen om 5u uit mezelf wakker word heb ik nog altijd geen volledig uitgerust gevoel. Mijn batterij is meestal maar tot 75% opgeladen. Voldoende om de dag door te komen maar sjiekeplat op het moment dat hij misschien nog wel een uur dienst zou kunnen doen. En inderdaad: ik ben altijd de eerste om te scanderen dat slaap zo belangrijk is, en ik slaap ook effectief veel maar niettemin komen er wel al eens spookjes ’s nachts. Als het de kinderen niet zijn, het zijn gedachten of to-do-lists, ik heb me de voorbije week al meerdere keren moet inhouden om ’s nachts niet ineens berichtjes te sturen naar mensen omdat ik hen iets vergat te vragen of te vertellen. Verschiet niet als je ’s morgens om 6u ineens iets in je inbox vindt, dan heeft mijn kop reeds een maalstroom aan gedachten verwerkt. Het is zo moeilijk om niets te doen.

Dus uitgerust van de kerstvakantie ben ik verre van. Maar ik heb genoten van kleine dingen en volle borden. Van koffie met Ferrero Rochers, van scrollen door gedichten en pratelen met vrienden en familie. Van twinkelende kerstlichtjes in Oostende en apetrots zijn op een droge kleuter in zijn nieuwe grote bed. Er waren pakjes onder de kerstboom en zakjes onder de ogen. Verliefde blikken en hilarische gesprekken. We dauwtripten bij vriestemperaturen en probeerden warme Cécémels van de morsdood te redden. We sakkerden elkaar omver en knuffelden elkaar weer recht.

En bij thuiskomst was er iemand die op ons wachtte. Ook al had zij onze dode buxus uit de grond geschart en de oprit bemest. Home is where Tommy ontsnapt.

De boeken van 2018

Ieder jaar zie ik mijn Evernote bestandje slinken.  Maar toch blijf ik lezen.  Elke dag, iedere dag.  Het is niet veel.  Het is wat het is.  Soms vijf minuutjes, soms een uur.  Voor kerst kreeg ik het verzamelde werk van Eva Mouton en daar ben ik nu al wat in aan het neuzen, zalig boek.

Welke boeken er het voorbije jaar door mijn handen gingen zie je hier:

De top 3 van het magere leesjaar 2018:

  1. Burn-out dagboek van Maaike Hartjes
  2. De onwaarschijnlijke reis van Harold Fry – Rachel Joyce
  3. De wereld volgens Garp – John Irving

Met “mager” bedoel ik vooral de kwantiteit van de boeken.  De kwaliteit is niet verminderd.  Integendeel, nooit eerder stonden er zoveel keer 4 sterren achter een boek in mijn notities.  In “De Heilige Rita” was ik ontgoocheld en ook “Jomo!” heeft me niet veel nieuws bijgebracht.  Uiteraard laat mijn opleiding zijn sporen na, niet alleen in de besteding van mijn vrije tijd, ook in de keuze van mijn boeken dit jaar.  “Sociale psychologie” is dan wel een studieboek, het is interessant voor iedereen die een beetje in psychologie is geïnteresseerd.  Alle boeken (behalve het Burn-out dagboek) gaf ik terug aan de eigenaar of speelde ik door aan iemand anders.  Ik hou nog bitter weinig boeken voor mezelf en dat is echt een bevrijding!  

Welke boeken gaf jij 4 (of 5!?) sterren in 2018?

12 Doodgewone dingen die mijn hart doen zingen.

Mensen die “ja graag” antwoorden als je hen vraagt of je je schoenen moet uittrekken aan de voordeur.  Je maakt het voor hen stukken gemakkelijker om dat te verwachten.  Het moet niet gemakkelijk zijn om dat van iemand te vragen, want het is nog niet echt een traditie op de plaatsen waar ik kom om systematisch de schoenen uit te doen aan de voordeur.  

Daarop aansluitend: in iemands’ huis rondlopen op je kousen.  Het geeft toch een net iets vertrouwder gevoel als je dit kan doen, zelfs als je elkaar maar twee keer per jaar ziet.

In de weekendkrant een artikel lezen waarin een sociaal psycholoog uitlegt dat er tijdens studentendopen “cognitieve dissonantie” ervaren wordt bij schachten en perfect kunnen uitleggen wat hij daarmee bedoelt omdat je je de week daarvoor erin verdiept hebt.

Gretchen Rubin tijdens haar podcast als er iemand haar een vraag stelt over The Four Tendencies.  Je hoort in haar stem dat ze helemaal befreakt is van haar eigen theorie.  Je ziet haar bijna popelen voor je ogen om aan het antwoord te beginnen en je merkt in haar stem dat ze zich echt moet inhouden om niet met duizenden voorbeelden haar theorie te staven.  Haar stemtimbre verandert, het volume gaat omhoog en je kan je inbeelden dat ze breed zit te lachen voor haar microfoon.

Bob.  Den bob.

Luisteren naar je moeder als ze zegt “dat het ijsbijtend koud is buiten en je best niet gaat lopen omdat je je adem afgesneden zal zijn!” en beslissen om dan maar drie uur in de zetel te wentelen met een boek en wat koffie.

Jessica Biel in “The Sinner“.  Hoe ze simpelweg zou kunnen terugstappen in de cast van 7th Heaven uit het jaar 1996 omdat ze gewoon nog niks verouderd is.  

Iemand die oprecht verwonderd reageert omdat je volmondig “Ja, keihard!” roept op de vraag of je een kerstpersoon bent.  “Echt?  Jij?” Ohja, ik!  Er net niet bij vermelden dat je dagelijks naar Mariah Carey luistert omdat dat nu éénmaal zo hoort in de kerstperiode.  Toch?!

Examen doen en beseffen dat het vele werk dat je erin stak nodig is geweest aan de gedetailleerde vragen te zien.

Een foto posten in Instagramstories waarbij je een mislukt brood tackelt en iemand die deze foto terugstuurt als reactie:

Een weekendmagazine waarin psychische problemen zo puur worden uitgewerkt:


Een digitale klok die 22u22 aangeeft.

“Doodgewone dingen die mijn hart doen zingen” is gebaseerd op het eindstuk dat Kelly wekelijks voor De Standaard Magazine maakt.

And all that glitters is gold

Terwijl ik de ontplofte keuken onder handen neem na het avondmaal galmt de 90’s rock anthem lijst van spotify door de Bose box.  Bush verwent mijn oren met “Glycerine”.  Ik word ineens naar de weide van Pukkelpop ’97 gekatapulteerd.  Mijn allereerste festival, ik werd 15 jaar dat weekend.  Drie dagen geleefd op cornflakes!  Terwijl ik de koekendoosjes van de kinderen in de schuif mik merk ik hoe ze er ietsje rommelig bij ligt.  Ik denk terug aan de tent die we deelden met tien andere Pukkelpop-gangers dat weekend.  Ik wil niet weten hoe diè er indertijd bij lag.  Ik kan het mij niet herinneren.  Binnen 20 jaar ga ik vast ook niet meer weten of mijn potjesschuif er in 2018 rommelig bij lag waarop ik de rest van de gelabelde doosjes erbij smijt.

Na Glycerine gieren Beck, Blur (“Woehoew!) en Pearl Jam nog door de box.  Placebo zingt “Every you and every me”.  Het is frappant hoe ik elk woord kan meezingen van zowat elke 90’s rockhit maar me niet kan herinneren wat ik gisteren gegeten heb.  Hoe vol mijn hoofd nu zit, zo leeg moet mijn hersenpan indertijd geweest zijn.  Er was tijd om me op mijn bed te zetten met het CD-boekje van de laatste van The Offspring, de teksten mee te lezen, mee te zingen, over te schrijven.  Het is zelfs zo dat ik hele nummers van The Beastie Boys kan meerappen.  I like my sugar with coffee and cream!  Terwijl ik mijn vinger probeer te stelpen nadat ik me sneed aan mijn keukenrobotmes hoor ik een bedwelmende Courtney Love “When I wake up, in my make-up”.  

Het weekend als 15-jarige bestond in “screenen waar de beste fuiven waren”, “ietsje teveel pintjes drinken” en “lobbyen bij de jongens wie er wel of niet ging aanwezig zijn om ons daarbij te helpen”.  Het weekend als 36-jarige is nu gevuld met rust, koffietjes drinken in de nieuwbouw van mijn kotvriend en een babyborreluitnodiging van de vriendin waarmee ik die festivals afschuimde.  Nu schuim ik vooral mijn twee zonen af terwijl zij cafétje spelen in bad met imaginaire shampoopintjes.  

Shirley Manson scandeert:”Stupid girl, all you had you wasted” en ik spreek haar in gedachten tegen.  Je hebt geen gelijk Shirley!  We hadden alles en we profiteerden ten volle van wat het leven ons te bieden had.  Dat er eens iemand moest kotsen op de trein van ietwat teveel jenever of we keihard werden afgewezen door de jongen waar we al maanden een crush op hadden, dat hoorde erbij.  En zou ik nog willen terugkeren?  Tuurlijk wel, en ik zou alles doen zoals ik het gedaan heb, met de fouten en dwazigheden van die tijd er volle bak bij! 

…ik zou als 36-jarige achteraf wel meer dan een halve week in de zetel moeten bekomen van al dat weekendgeweld!