Page 7 of 117

Backspace

“Ik stop, het lukt niet, het is te moeilijk!!”. Ik zie hem wegstappen van de computer met zijn handen in de lucht. Waar hij begin deze week nog vol plezier zijn online lessen dactylo aanvatte ging het deze avond veel minder vlot. ”De a is te moeilijk, die staat te ver af”.  Krokodillentranen en een pruillip verraadden hoe perfectionistisch hij is ingesteld. Ik probeer hem moed in te spreken: weet hij wel hoeveel ik -na al die jaren typen- nog op backspace duw? Elke keer! Ik hoorde mezelf zeggen “dat het helemaal niet perfect hoeft te zijn, dat hij de lesjes volgt om te leren, niet om het al van de eerste keer te kunnen”. 

Als volwassenen weten we dat je iets niet kunt zonder het aangeleerd te krijgen, zonder het te oefenen en dat fouten maken tijdens die oefeningen normaal is. Toch betrap ik mezelf er ook op dat ik sommige zaken wel eens te vaak tegen het licht hou. Ik kan lachen met een aangebrande cake, een zoveelste gebroken bord bij het dekken van de tafel of meer rijst naast dan in de kom. Maar gaat het over de opvoeding van de kinderen dan verwacht ik al 12 -bijna 13- jaar dat ik het van de eerste keer goed heb. 

Het valt op dat opvoeden vooral in vlagen gaat. Soms gaat het vlotjes, problemen worden aangepakt als ze zich stellen, raadsels lossen zichzelf gemakkelijk op. Andere keren gaat het moeizaam en blijf ik tobben en in rondjes lopen. Dan vraag ik me af hoe ik een zwijgzaam kind leer om meer te babbelen en of ik mijn babbelachtig kind niet teveel inperk. Waar ik mijn jongste vlot kan aanvoelen is het meer een uitdaging om door te dringen tot de oudste. Er zijn momenten dat ik wou dat ik hem beter kon bereiken maar dan besef ik dat je iemand niet zomaar kan veranderen. Ik moet hun eigenheid respecteren en erop betrouwen dat ze beiden voldoende basis van ons meekregen (en nog altijd meekrijgen) om de juiste beslissingen te nemen. Gaan ze het verkeerd aanpakken? Gegarandeerd. Gaan we nog vaak met onze handen in het haar zitten: ongetwijfeld. En zij gaan nog evenveel fouten maken in hun leven als wij in de opvoeding die we hen trachten te geven.

Dus ik geef mezelf dezelfde raad als ik mijn jongste zoon gaf bij zijn dactylo-stress: er is een backspace voor een reden. 

Misschienen

Na de to-do’s en de boodschappenlijstjes vleit een deken van stilte zich over mij. De maag van de koelkast gromt. In het mondje van de koffiekan neuriën luchtbellen een rustgevend deuntje. Het huis leeft zijn eigen leven. 

Het is al een tijdje leeg in mijn hoofd. We zochten het voorbije jaar met verschillende gezinsleden een nieuw ritme door veranderingen in werk- en schoolleven. De focus lag op plannen en organiseren en hoewel dat één van mijn sterke kanten is voel ik toch dat dit veel kleine hapjes van mijn aandacht en denkruimte nam. De creativiteit stroomde niet meer zoals voorheen. 

Ik ben wel eens bang dat het nooit meer zo enthousiast zal stromen. Dat ik niet meer op ideeën voor tekst of podcast zal komen. Toch schreef ik deze week een blogpost in een format dat ik nog niet gebruikt had dus ik heb ook wel de neiging om tegenstrijdigheden te vinden in die eeuwige gedachtencirkels. 

Ik heb nieuwe input nodig om getriggerd te worden. Muziek luister ik net iets aandachtiger, ik verslind de laatste tijd het ene boek na het andere en tijdens repetitieve huishoudelijke klusjes zet ik altijd een podcast op om iets bij te leren. 

Toch voelt het als onvoldoende. De laatste weken zorg ik beter voor mijn lichaam door meer sport in te lassen en ik voel dat er ruimte is voor extra’s op mentaal gebied. Misschien katalyseert het fysieke het mentale. Of misschien is de rust in ons leven hersteld en is er nu ruimte voor meer. 

Of misschien moet ik minder misschienen. 

De meest opvallende uitspraken van de voorbije weken.

“Ik schrijf om de onrust te bezweren” – Jens Dendoncker

In een interview met mijn schoonzusje Melissa over zijn boek “Ik mag er niet aan denken”. In dat boek lezen we over zijn epilepsieaanvallen, hoe hij comedian werd maar evengoed over zijn opname in een psychiatrische voorziening. Hoogtes en laagtes, confronterend maar ook rijkelijk overgoten met een goeie kwak humor.

“We moeten doordoen, hoe lastig het ook is”. – De vrouw van mijn neef over de agressieve kanker die haar zus aangevallen heeft.

Vorig jaar deed ze haar verhaal op het familiefeest met nieuwjaar. Een jaar later hervatten we het gesprek. Pijnlijk om te horen dat het leven van haar zus het voorbije jaar is blijven stilstaan en hoe mijn nichtje probeert om haar bij te staan terwijl ze allebei een gezin met jonge kindjes hebben. De band tussen broers en zussen is sowieso iets speciaal. De relatie kan getroubleerd zijn, maar het kan ook gewoon mooi en puur zijn. Ik denk dat het als ouders een geruststellend gevoel geeft als je merkt dat je kinderen er zijn voor elkaar. 

“Mijn relatie met alcohol is veranderd” - Ik

Het laatste jaar is dit bij mij geleidelijk aan veranderd. In mijn omgeving kom ik regelmatig in contact met mensen die het moeilijk hebben om alcohol te laten staan. Mensen die dagelijks drinken, sommigen zelfs lang voor de middag. Ik ben niet van plan om volledig te stoppen met alcohol maar ik ben er wel veel bewuster mee bezig en niet in het minste omdat mijn nachtrust er ook onder lijdt. 

“En goed gevierd?” – smalltalkers overal

Behoeft geen uitleg zeker? Het is de “Goed ja?” van de feestdagen. 

“Ik moet gewoon veel minder willen doen”. – Mijn vriendin nadat ze overspannen werd.

Iedereen -ook daadkrachtige mensen- kunnen uit het lood geslagen worden. Het enige wat je kan doen om te helpen is luisteren en samen reflecteren over het hoe en waarom en vooral: alle oordeel laten vallen. 

“Er komt na de vakantie een nieuw kindje in mijn klas en ik moet zijn body zijn” – Linus

Ik vermoed dat de juf hem gevraagd heeft om zijn buddy te zijn. Hoewel “body” ook best wel een manier kan zijn om iemand bij te staan. Samen dingen doen, elkaar helpen waar nodig. Ik hoop dat het hem goed doet om body te zijn, want op het oudercontact gaf de juf aan dat hij zich waarschijnlijk verveelt in de klas. Linus is sowieso een kind met een enorme energie. Hij heeft veel input nodig en kan snel denken. Het is letterlijk een wervelwind die door het huis raast. Voor een introverte chiller zoals ik is dat soms wel vermoeiend maar we vullen elkaar mooi aan.

“Altijd!!” – De kassadame in de Aldi nadat ik opmerk dat het fijn is dat ze zo welgezind is.

“Bedankt en nog een prettige dag voor u hé!”, ze roept het blij naar alle klanten bij het afrekenen. Op de eerste werkdag van het nieuwe jaar was ze extra enthousiast en dat is me zeker opgevallen. Een kassierster kan echt een verschil maken in iemands’ mood ook al beseffen ze dat misschien niet. Iemand die je boodschappen scant met een lang gezicht of zoals deze mevrouw met een glimlach en een open blik, dat kan echt een breekpunt in mijn dag zijn. 

“Ik zou het doen, maar ik heb pijn aan mijn goesting”. - My spirit animal

Door de jaren ben ik minder en minder tegen mijn goesting gaan doen. Zo was ik het vier jaar geleden kotsbeu om te gaan lopen en ben ik beginnen met wandelen. Nu ik minder overdag weg kan voor langere wandelingen heb ik besloten om weer te start-to-runnen. Ik zit ondertussen aan les 3 en ik moet toegeven dat het mij eigenlijk nog geen seconde heeft tegengestoken. 

“Bijtanken” – Mijn auto- althans- het dashboard van mijn auto

Urrgggh, vreselijk als dat lampje gaat branden. Ik denk altijd dat ik nog weg kan, als er nog twee blokjes onderaan in rijtje staan durf ik gerust nog ver rondrijden, maar om de één of andere reden verdwijnen de onderste blokjes veel sneller dan de bovenste. Of misschien is dat mijn perceptie, maar ik schiet samen met het lampje in paniek.  

“Je mag een blustoestel nemen en elk op beurt de frietketel blussen” – Lieven de brandweerman die ons brandopleiding geeft op het werk.

Om de zoveel tijd volg ik een opleiding op het werk om te handelen als er brand ontstaat. Omdat ik bang ben van vuur (is er eigenlijk iemand die niet bang is van vuur?) ervaar ik telkens enorme stress bij zo’n oefening. Uiteraard is het dan juist goed dat ik opleiding krijg maar dat neemt niet weg dat het zweet op mijn voorhoofd parelt als ik poppen uit een rokende kamer moet slepen. 

Ze zien er cute uit maar ze wegen verdikke veel.

Zes random doordraaigedachtjes.

  • Kidnapping willen we niet meemaken. Maar momnapping, daar doe ik regelmatig aan, het liefst tussen het middagmaal en mijn koffietje om 14u. 
  • “Het lijdend voorwerp is degene die of datgene wat de werking van het werkwoord direct ondergaat.” Het lijdend voorwerp klinkt naar mijn mening als iets wat je vooral niet wil zijn in de zin. Terwijl de werking van werkwoorden misschien wel interessant klinkt om te ondergaan. 
  • Mijn zoon vertelde over zijn eerste computerlessen in het derde leerjaar. Hij babbelde over sociale media, e-mail en online gaan. Toen ik vroeg wat hij erover geleerd had antwoordde hij “we hebben eigenlijk alleen nog maar geleerd wat we er nièt mogen mee doen”. Daar moest ik even over nadenken. 
  • Ik krijg nog heel regelmatig de opmerking “Moh, ben jij linkshandig” als ik iets neerschrijf voor iemand. Ik vind het extreem moeilijk om daar gewoon “ja” op te reageren. But then again: dat vind ik in heel veel situaties. Maar toch, je mag er van uit gaan dat ik niet voor de fun de balpen in mijn andere hand ga houden. Ook al valt het niet zo heeeel veel voor, toch zijn we wel met 10 à 15% van de wereldbevolking linkshandig. Globaal gezien toch een hele hoop mensen vind ik. In Engeland zouden ze mij “a southpaw” noemen, in West-Vlaanderen zeggen ze dan weer “e linksepoot”.
  • In het Engels klinken bepaalde woorden of uitspraken sowieso veel beter dan in het Nederlands. ”It puzzles me” en “Bear with me”… dat zegt toch duizend keer meer dan “Het is mij een raadsel” en “Heb geduld met mij”. Bear with me, ik probeer even met de “juiste” hand uw gegevens op te schrijven. 
  • Cleanfluencers. Ik ben er van bezeten. Het algoritme van mijn Insta weet dat ondertussen ook al en het blijft me voeden met mensen die cleaninghacks delen. Van hoe je de ruit van je oven reinigt met een citroen tot het maken van geïmproviseerde plumeaus om de binnenkant van je droogkast pluisvrij te houden. Het zotte is: ik kan zo’n filmpje niet wegklikken voor ik het heb uitgezien. Hoe meer pluisfakken ze uit hun machine tevoorschijn toveren, hoe blijer ik word.  En ware het nu dat ik zelf een neatfreak was maar dat ben ik totaal niet. Ik hou zelfs niet echt van kuisen. It really puzzles me! 

Erase and rewind

Wie -net zoals ik- ergens in de 90’s is opgegroeid hoort meteen The Cardigans op de achtergrond spelen bij het lezen van de titel van dit postje. “Erase and rewind, ‘cause I’ve been changing my mind”.

De laatste keer dat ik iets schreef met dit in de titel was vlak nadat ik via email gedumpt werd door mijn toenmalige crush. Je leest het goed: via email. Het was pre-smartphone-tijdperk maar gelijk hoe, dumpen doe je toch niet via mail. Indertijd was dat een mini-dramaatje, maar ik kon me er vlotjes over zetten door letterlijk van Erase And Rewind te doen en hem uit mijn leven te schrappen. Ik heb die vent ook nooit, maar dan ook nooit meer teruggezien na die korte relatie.

Soit, tot zo ver dit intermezzo. Het is in die twaalf jaar dat ik hier blog waarschijnlijk nog nooit voorgevallen dat ik iets schrijf over vorige relaties. Er zijn er wel enkele geweest en mijn redenering is altijd “Je moet altijd enkele keren missen voor je het juiste vindt”. Een man die dumpt via email is niet iemand waar ik mee verder wil, dus dat was “een schone kuisinge”.

Erase and rewind dus: er staan een vijftal semi-afgewerkte stukjes in concept in WordPress, vier keer zoveel in Google Docs en niets daarvan komt online. It’s a dry spell! Niets loopt momenteel. Zowel het schrijven als het podcasten staat volledig op een laag pitje, de goesting voor het podcasten is ook eventjes weg. Tel daarbij dat ik me enkele jaren geleden heb voorgenomen om niets meer tegen mijn goesting te doen en dan krijg je dit.

Ik lees wel enorm veel de laatste twee maanden. Het installeren van de app van Goodreads heeft me weer in een nieuwe leesflow geduwd, ik ben meer up-to-date als het gaat over de nieuwste romans. Mijn leesstapel is momenteel drie boeken hoog maar ik geraak er wel. Meestal lees ik non-fictie beneden tussen de soep en de patatten en hou ik de fictie voor bij het slapengaan. Momenteel lees ik wel twee romans door elkaar waardoor ik soms wel eens moet switchen in mijn hoofd tussen de verschillende personages. Boven op mijn e-reader lees ik “Lessen” van Ian McEwan en beneden ben ik bezig in “De gebroeders Maxilari” van David Pefko. Na “Het Voorseizoen” en “Daar komen de vliegen” wist ik dat ik geen Pefko meer aan de kant ging gooien, ik reserveerde zijn nieuwe boek dan ook meteen in de bib.

Maar uiteraard betekent dat niet dat ik ga stoppen met schrijven of content maken. Dat zit in me en dat zal er nooit uit gaan. Ik ga gewoon enkele zetjes nodig hebben om nog eens in actie te schieten, soms komen die vanzelf, soms reikt iemand me die aan. Zo kreeg ik vorige week nog een interessant mailtje rond de poëzieweek in januari 2024, dus ik kruip wellicht wel weer in mijn pen. Gewoon eventjes de juiste ingang zoeken!

Sluitertijd

Bij het rechtkomen van de spijkermat sla ik kleine pijnkreetjes. De pinnetjes duwden putjes in mijn blote rug maar het is pas als ik weer loskom van de mat dat het eventjes nijpt. Nog maar een bewijs dat loslaten pijn kan doen.

Het is opvallend dat het voorbije jaar er één was van veel loslaten.

Loslaten van een kind dat zijn eigen weg zoekt in een nieuwe levensfase, loslaten van een job en het bijhorend werkschema, loslaten van mensen. Bepaalde van die beslissingen werkten verlichtend, bij andere kon ik niet anders dan er in meegaan.

In mijn Evernote sla ik regelmatig woorden op die ooit mijn aandacht grepen. Woorden die me het gevoel gaven dat ze nog iets voor me konden betekenen al kon ik er dan op dat moment geen ander brouwsel van maken. Het woord “sluitertijd” staat al eventjes te pruttelen in één van die woordenlijstjes.

Officieel is de sluitertijd in feite niets meer dan: “de tijd waarop je de sensor blootstelt aan het licht”. “Hoe langer de sluitertijd, hoe meer licht er op de sensor valt en hoe lichter de foto zal zijn”.

In mijn beleving is het woord “sluitertijd” de periode tussen de beslissing om iets los te laten en de periode waarin je de gevolgen van die keuze ervaart. Volgens mij is er in die sluitertijd geen ruimte voor veel gevoel. Het is een vacuüm van tijd waarin je eventjes vertoeft. Na die fase merk je de impact en komen de gevoelens los.

Net zoals mijn rug zindert na een half uur op de spijkermat kan ook in de verlichting van een beslissing een tegenstrijdig gevoel sluimeren. Het is niet omdat ik relaties losliet dat ik daarom niet verdrietig kan zijn bij een nawee van die tijd. Het is niet omdat ik bewust een andere job koos dat ik daarom niet met weemoed mag terugdenken aan mijn vorige job.

Ook juiste beslissingen kunnen en mogen pijn doen. Soms kan ik verlangen naar de sluitertijd, de tijd van het “niet weten”. Maar nu geven flarden uit het verleden me de kans om te zien wat ik nù heb. Soms zijn het net diè opflakkeringen die perspectief bieden om alles van op een afstand te bekijken. Om te beseffen dat loslaten ook vooruitgaan betekent.

De kruimels in de dode hoeken.

Hoewel ik eerst naar twee podcasts met Esther Perel heb geluisterd, besluit ik de rest van het vuil te trotseren met oorverdovende stilte.  Samen met de dweil wring ik mijn gedachten uit.  Het repetitieve van het poetsen zorgt voor een bepaalde rust in mijn hoofd.  Of is het het feit dat ik helemaal alleen ben?  Geen onderbrekingen, geen vragen, geen verwachtingen.  Tijdens de Esther-afleveringen maakte ik enkele notities.  De inzichten die ze biedt rond relaties zijn zo leerrijk en ze brengt ze op zo’n natuurlijke manier.  Ze herhaalt regelmatig: “Het antwoord weet je al”.  Je hoort de logica in haar verhaal en het klinkt alsof ze gewoon weet welke spot ze in welke richting moet draaien om iemand het licht te laten zien.  

Kleine broodkruimeltjes hebben zich verzameld in een hoekje van de keuken.  Ik geraak er niet bij met mijn trekker en pruts ze weg met mijn vinger.  Soms moet ik eens door mijn knieën gaan om iets los te krijgen, net alsof ik soms eens tijd moet nemen om mijn gedachten los te krijgen.  Een korte wandeling alleen of zoals vandaag een vrije dag blanco laten, zijn hierbij altijd een goed idee.  

Neerschrijven wat door mijn hoofd gaat is altijd een manier om terug te plooien op mezelf.  Toch laat ik me heel graag afleiden.

Ik onderdruk de neiging om connectie te zoeken met anderen.  Om af te checken of iedereen OK is.  Ik moet mezelf forceren om voor alleenheid te kiezen en niet interactief te zijn via WhatsApp.  De telefoon gaat op stil.

Terwijl mijn soep zich laat verwarmen in de microgolfoven plaats ik de poetsspullen terug op hun plek.  Bij de microgolf werkt enkel nog de 1-minuutfunctie nadat ik enkele maanden geleden te hardhandig de draaiknop wou manipuleren.  Daarom blijf ik in de keuken dralen om het soepje zijn nodige tweede minuut te geven.  Soms leer je omgaan met een probleem zonder het aan te pakken.  Je ziet het niet meer omdat je er een andere gewoonte hebt rond gebouwd.  In de laatste aflevering van “Where Should We Begin?” met Esther Perel spreekt het koppel in de therapie over het feit dat ze leven rond de problemen die er zijn in hun relatie zonder ze aan te pakken.  Ze ontrafelen samen de kern van het probleem om tot de vaststelling te komen dat er te lang getalmd werd doorheen de jaren.  Er was geleidelijk aan iets gebroken maar ze ontweken de scherven in plaats van ze op te ruimen.  Het doet me meteen ook denken aan het geweldige nummer “Alles loopt anders” van Brihang op zijn nieuwe album “Droomvoeding”:

“Ze zitten nog altijd vast in die WhatsApp van familie – Ze waren twee soldaten die de groep niet kunnen verlaten – Er is maar één strijd en dat is erover praten – Urenlang zwoegen – De juiste woorden zoeken – Jarenlang waren ze elkaars’ dode hoeken.”

Hij weet de moeilijkste thema’s zo simpel te verwoorden, ik heb er ontzag voor!

Terwijl mijn soepje piept, trappel ik over de propere vloer.  Het poetsen stel ik altijd uit maar ik merk dat het best rustgevend kan werken.  Het wegvegen van kruimels, het wrijven op de meubels en vooral het uitgieten van het vuile water doen niet enkel de ruimte blinken maar ze geven me ook de kans om de dode hoekjes in mijn gedachtenkronkels aan te pakken.  

Stokjes in gedachtenwielen.

Back in the days toen blogs nog niet verdrongen waren door Facebookposts en Instagramstories bestond er zoiets als “een stokje”. Er werden enkele vragen opgemaakt en nadat je ze zelf had beantwoord gaf je het stokje door aan de volgende blogger. Een digitale estafette die ons vooral de kans gaf om meer over elkaar te weten te komen. De volgende vijf vragen zijn dan ook vrij over te nemen, ik gooi niet met stokken maar wie ze wil mag ze komen halen!

Wat is het eerste dat je doet als je thuiskomt van een tripje?

Na het uitladen van de valiezen ga ik altijd eerst mijn kamerplanten checken. Er is altijd ergens een vrees dat mijn plantbaby’s dorst hebben moeten lijden tijdens mijn afwezigheid. Het gebeurt trouwens ook dat ik ertegen spreek. “Ochère, wat is het met jou?” of “Mo gow, je hebt een nieuw blad!”. Ik ben er heilig van overtuigd dat planten beter groeien als je ze veel liefde geeft, niet alleen met voldoende water en voedingstoffen maar ook in je vibe naar hen toe. Toch logisch? Het zijn dan ook levende organismen. (En ja, je mag dat gerust een beetje koekoek vinden.)

Welke muziekgroep had je graag gezien maar krijg je nu nooit meer de kans toe?

Met stip op één: Queen! Wie kan ooit tippen aan Freddie Mercury? Die flair, die attitude, die stem! Recent ben ik wel beter gaan luisteren naar INXS en djeezes, die kerel kon ook zingen! Ik ontdek nu pas hoeveel goeie nummers ze gemaakt hebben.

Vind je het fijn om ouder te worden?

Hmm. Dubbel. Als ik heel eerlijk ben: neen. Ik merk aan verschillende zaken dat ik een generatie verschil met begin-twintigers. Het is niet zo dat ik me wil meten met hen en ik ben sowieso niet jaloers. Maar anders dan tien jaar geleden, voel ik dat ik minder en minder voeling heb met mensen uit die leeftijdsgroep. Ze hebben een andere (daarom niet slechtere) ingesteldheid en ik voel ook aan dat zij vinden dat wij -veertigers- oud zijn. Aan de andere kant vind ik het geweldig om een geringe levenservaring opgebouwd te hebben en te weten dat er nog zoveel op mijn pad komt om er aan toe te voegen.

In welke dagdagelijksheid kun je je enorm enerveren?

Printers. Ze doen nooit wat ik vraag. Hoe meer functies ze hebben hoe slechter het is. Het voelt alsof een printer constant onder veel te hoge druk staat, hij kan het gewoon niet aan.

Foto’s inlijsten. Onvoorstelbaar hoe moeilijk het kan zijn om een foto correct in een kader te krijgen. Ik wou twee posters van Tim Burton inkaderen nadat ik de expo bezocht in Tour & Taxis vorige week. Niet alleen kosten kaders stukken van mensen als je niet naar Action gaat (wat ik uiteraard altijd doe), je vindt nooit wat je zoekt qua formaat. Dan zit ik te prutsen aan die haakjes achteraan, mijn nagels breken af omdat ik te lui ben om er een mesje bij te halen. Daarna slenter ik zuchtend naar de schuif om er toch een mesje bij te halen want hoe hard kunnen ze die pinnetjes eigenlijk toenijpen achteraan? Daarna probeer ik de hele boel netjes terug in de vorm te duwen, blijft alles weer haperen aan die pinnetjes achteraan want ik heb ze uiteraard niet voldoende open gezet. Mannekes. Echt.

Als je één eigenschap bij jezelf zou kunnen wegtoveren welke zou dat zijn?

Hoewel ik twijfel zou ik toch “overthinking” noemen.

Ken je die shows waarbij lenige acrobaten in twee dikke linten naar boven klimmen tot je ze bijna niet meer ziet.  Even later wentelen ze zich los en wikkelen ze af naar beneden.  Altijd een beetje angstaanjagend vind ik, wat als ze zichzelf niet kunnen tegenhouden?  Wat als ze onvoldoende kracht hebben om ervoor te zorgen dat ze zichzelf opheffen in die linten om net de grond niet te raken?  Je weet dat het niet zal gebeuren, maar toch huiver je bij de gedachte.  

Soms gaan mijn gedachten ook in vrije val.  Het voelt een beetje alsof ze afwikkelen zoals zo’n acrobaat.  Vooral als ik struggle met iets kan het gepingpong best lastig zijn in mijn hoofd.  Het helpt om erover te praten maar alvorens ik dat doe zijn er meestal al enkele dagen aan overthinking voorbij gegaan.  Het schrikt ook af om erover te praten, want ik kan me eenzaam voelen als ik me dan niet begrepen voel.

Overthinking is voor mij niet hetzelfde als piekeren. Piekeren heeft altijd een concrete oorzaak. Overthinking is bij mij meer “alsmaar over hetzelfde thema nadenken en erin blijven steken”, het voelt minder als nadenken over bezorgdheden.  Doordat het minder concreet is, is het juist moeilijker om te beschrijven waar het begint en wat het juist in gang houdt.  Ik gebruik ondertussen wel al een techniekje om een stokje in mijn gedachtenwiel te steken. Ik ga bijna letterlijk stilstaan en schud mijn hoofd terwijl ik gewoon tegen mezelf zeg “stop er gewoon mee, let it go!”.

Zoals je ziet zijn het niet enkel de planten waartegen ik spreek.

Welke eigenschap willen jullie liever niet inlijsten?

Treintjes

September was een rush aan informatie en nieuwigheden, in die zin dat mijn hoofd er zo danig vol mee zat dat er weinig bij kon. Daarom koos ik er bewust voor om mezelf niet meer extra te gaan voeden met allerhande informatie, you live you learn noemen ze dat zeker?

Maar…ondertussen is de rust wat neergedwarreld over de dagen en voelt het niet meer alsof mijn hersenpan overstroomt bij het minste drupje dat erbij komt.

Dus ik volgde enkele workshops. Er was er één over digitale onrust georganiseerd door CM in de bibliotheek in Ieper die ik heel interessant vond. Daar kregen we van professor Lieven De Marez (UGent) een uiteenzetting over de impact van je smartphone op je gezondheid. Ik ben al heel lang bezig met het uitzoeken hoe ik rust kan inbouwen in mijn leven (daar gaat mijn andere blog Minimaliese integraal over eigenlijk) dus ik wist wel ergens waar het over ging gaan maar toch heb ik nog bijgeleerd. Ik ben zelf een fervente smartphone gebruiker èn ik ben actief op sociale media (WhatsApp, Instagram en in beperkte mate op LinkedIn), maar ik besef ook wel dat dat toestel enorm verslavend is. Ik ben ook heel bewust NIET actief op bepaalde sociale media (Facebook, Twitter/X, Strava, wat heb je nog?). Wat me vooral bijbleef:

  • Jongvolwassenen (18- tot 25-jarigen) zijn opgegroeid in het smartphonetijdperk en die groep mensen komt nu in het werkcircuit terecht. In hun tienerjaren konden ze de veelheid aan digitale prikkels vlot verwerken omdat ze veel meer tijd en veel minder verantwoordelijkheden hadden, maar eens ze aan het werk gaan moeten ze dit ook nog eens kanaliseren naast (of tijdens….) een werkdag van gemiddeld 8 uur. Hij kon een mooie link maken tussen de burn-outcijfers bij jongvolwassenen en de digitale onrust die ze ervaren.
  • Er waren ook interessante cijfers vanop de schoolbanken. De universiteit trackte -met hun goedkeuring- het smartphonegedrag van een grote groep studenten. Er was letterlijk per uur te zien hoeveel smartphoneactiviteit werd geregistreerd in een app en de impact hiervan op hun schoolresultaten. Het digitaal DNA van de studenten werd volledig ontrafeld en het is ergens logisch: als iemand op Instagram zit tijdens de les dat de leerstof minder goed opgenomen wordt. Maar de cijfers van het onderzoek toonden het zwart op wit: ik moet de neerwaartse pijl waarschijnlijk niet uittekenen maar het was wel heel confronterend om te zien hoe hoger het smartphonegebruik van de studenten tijdens de les, hoe lager de resultaten waren voor het vak waarin de registraties werden gemaakt.
  • We maken vaak een treintje als we apps raadplegen op onze smartphone. Ik betrap er mezelf ook op. Zo wil ik weten welk weer het zal worden op de site van KMI en dan duw ik ineens ook op het icoontje van Instagram en Goodreads en Gmail. Ik heb weinig tot geen notificaties. Enkel WhatsApp, telefoon en sms (mijn mama 🙂 ). Maar komt er een Whatsappje binnen (de groepen heb ik al gedempt), dan ga ik automatisch het treintje maken: Whatsapp – Instagram – Gmail. En er valt altijd wel iets te beleven 🙂 ’t Is toch tof hé op tinternet!
  • Diepe focus kunnen leggen in je werk wordt het nieuwe goud op de werkvloer. Je kunt hoge diploma’s halen, maar als je niet in staat bent om te focussen en diep werk te verrichten ben je daar niet veel mee. Uiteraard moet je ook al wat focus aan de dag kunnen leggen om effectief een diploma te halen, maar niettemin is de focusspier enorm verslapt doorheen de jaren. Hoe vaak kun je lezen/schrijven/een film kijken zonder je te laten afleiden? Ik vind het zelf ook heel moeilijk. Zelfs bij het schrijven van deze blogpost ben ik afgeleid van mijn smartphone. Hij verwees onder andere naar Deep Work van Cal Newport, ik denk dat ik die nog eens ga herlezen. Al was het maar om er tips uit te halen voor mijn zoon.

Vertonen jullie ook treintjesgedrag bij het gebruik van apps?

…when the rain starts to fall

“Ik zag dit en moest aan jou denken”.

Terwijl hij zocht naar het cadeautje werd ik instant blij. Het mooiste cadeau was immers gegeven bij het uitspreken van die eerste zin.

Iemand ziet iets en moet aan jou denken, dat vind ik zo’n mooie gedachte. Het zit in die kleine dingetjes. Een berichtje met een foto, een kleine attentie uit de kringloopwinkel, elkaar extra bellen in een moeilijke periode. In tijden waarin vriendschappen zo vergankelijk zijn doet het zo’n deugd als iemand zo’n gebaar stelt.

In mijn vorige podcast No Questions Asked hadden we het enkele keren over “vriendschapsverdriet”. Je zou het de vriendschapsversie van liefdesverdriet kunnen noemen. Ik merk regelmatig dat mensen in mijn omgeving strugglen met hun vriendschapsrelaties en dat ze er op een bepaalde leeftijd meer bij gaan stilstaan. Zelf ben ik er zeer gevoelig aan en hoewel ik bepaalde zaken nu beter in perspectief kan plaatsen ben ik in het voorbije jaar ook serieus vriendschapsverdrietig geweest.

Sommige relaties vragen energie maar katalyseren door een onderlinge connectie.  De basis wordt gevormd in wederkerigheid, respect en oprechte interesse in elkaar.   Kwetsbaarheid is de tweede schakel om de connectie in stand te houden.  Wie zich durft te tonen aan de andere zal uiteindelijk direct aanvoelen of die persoon daar ook voor open staat.  Misschien ben je opgeladen van een diep gesprek maar je kunt er even goed een emotionele kater aan overhouden.

Vriendschap in combinatie met een gezin en een job, het blijft moeilijk, want net in die periode moet je je kostbare energie gaan kanaliseren. Een vriendschap die veel energie neemt en weinig geeft is dan ook de eerste die gaat verwateren. De valkuil zit tussen de intentie “we moeten nog eens afspreken” en de effectieve uitvoering er van. Ik hou er niet van om maanden op voorhand te plannen, als ik iemand wil zien dan liefst zo snel mogelijk. Het zit hem echt niet in uitgebreide dinnerparty’s of grootschalige feesten waarop je elkaar om beurten uitnodigt. Het kan evengoed in korte afspraakjes, up de ruttel proberen elkaar te zien of even blijven hangen bij een onverwachte ontmoeting. Ik word soms moe van het oeverloze planwerk om je sociaal leven te onderhouden terwijl het ook gewoon gezellig kan zijn om een uurtje samen boodschappen te doen of een workshop te volgen rond een gezamenlijke interesse.

Stevige vriendschappen snoeren de hartspier aan. Ze spannen een net waarin je kan vallen, niet alleen in tijden van happy happy joy joy maar ook in periodes van algehele saaiheid. Want face it, die zijn er gewoonweg ook.