Zondagavond is voor chillbroeken

Zondagavond.  Het lief drumt.  Op verplaatsing gelukkig.  De roomba stofzuigt de keuken terwijl ik Linus klaarmaak om te gaan slapen.  Hij pruttelt tegen.  Zoals altijd als hij op het verzorgingskussen ligt.  Een kwartier, een grote fles melk en veel keptjes later ligt hij nog na te vertellen van het weekend door de babyfoon.  Vooral het bezoek aan het rusthuis heeft indruk nagelaten.  Hij werd er door elke oma aangesproken en duwde eigenhandig een rolwagen vooruit, jawel, terwijl er iemand in zat.  Ilja kijkt  naar iets kwek-achtig op tv en laat daarbij zijn hoofd al op de boord van de zetel rusten.  Ik poets de keuken terwijl de roomba de gang stofzuigt.  In een mum van tijd is die droog door de avondzon en een zuchtje frisse lucht.  Als Dora begint te zingen van “Het lukte, het lukte, yeah, yes we dit it!” (ik zing altijd mee, ik kan er niet aan doen,ook al is ze semi-irritant) geeft ze het startschot van het slapengaan-ritueel bij Ilja.  Ondertussen ben ik al bezig met het opdrogen van de livingvloer.  Mijn poetshulp komt op dinsdagochtend de hele boel kuisen en op zondagavond is het water alweer donkerbruin als ik het in de spoelbak giet.  Onvoorstelbaar hoe vlug alles vuil wordt.  Om 19u liggen de twee rascals in bed en kan ik mijn stoelen alweer op zijn plaats draaien.  Zondagavonden zijn voor opruimen, in mijn hoofd en in mijn huis.

Ik doe een oude t-shirt aan en de chillbroek die ik van mijn broer “erfde” toen hij verhuisde.  Pieter sloeg hem gisteren al aan, maar vandaag sla ik vlug mijn slag nu hij er niet is.  Ik denk aan Schanulleke.  Ze kwam al twee dagen niet meer thuis.  Ik miste ze toen ik alle deuren openzette om de tocht erin te steken.  Normaal catwalkt ze altijd door mijn natte vloer waarop ik haar steevast terug buitenjaag.  Het eten dat ik deze middag in haar bordje legde is onaangeroerd gebleven…Als dat maar goed komt.

Zondagavond is er tijd om het hoofd leeg te maken, niets speciaals meer te doen.  En aan de kat te denken.

img_20160925_194252.jpg

 

 

“Van mij zou het geen waar zijn!”

Ik ben uitgevlogen naar mijn echtgenoot deze ochtend.  Terwijl ik een moeilijke situatie uiteendeed kwam hij na vier zinnen al op de proppen met negatieve kritiek.  Hij kan er niet mee om dat ik me soms in dingen frustreer en hij mij daarbij niet altijd kan helpen.  Dus probeert hij een oplossing te zoeken voor mijn probleem, of een eigen mening te geven omdat ik zelf eventjes negatief ben.  Dat doet een geliefde denk ik.  Zijn partner proberen te helpen waar nodig, support vanop de zijlijn, samen tegen de rest.  Maar soms is het helemaal niet nodig om mij te helpen.  Of om mijn negativiteit te voeden met meer negativiteit.  De meeste problemen waar hij niets mee te maken heeft los ik zelf op, of ik zoek hulp binnen het entourage dat nodig is om het probleem aan te pakken.  Soms wil ik gewoon eens kunnen ventileren.  Eens verzuchten.  Een keer fretten en zagen.  Alléé, je kent dat toch wel?  Maar het ligt in de aard van de mens om met oplossingen af te komen.  Of om iemand met raad en daad bij te staan.  “Ik zou het zo aanpakken” of “Je moet dat zeggen!”.  Tijdens onze opleiding hebben we er meer dan genoeg oefeningen moeten rond maken: erkenning bieden.  Het is hetgeen mij het meeste is bijgebleven van mijn studie orthopedagogie (behalve natuurlijk een fantastische bende vriendinnen).  Het is dan ook tegelijk het moeilijkste dat ik ooit heb moeten leren.  Gewoon eens zeggen “hoh, amaai, dat klinkt alsof het moeilijk is voor jou” in plaats van “je kunt dit of dat doen” of “zou je niet eens…”, geen oplossingen, gewoon luisteren naar het verhaal, en reageren op de boodschap zonder oordeel of zonder grote vraagtekens te plaatsen.  Zo moeilijk.  En hey, ik ben er dan ook geen specialist in, ik zou het heel graag beter willen kunnen, omdat ik zelf aanvoel dat het bij mij werkt, die aanpak.

En ohja, het was ook niet zo lief van mij om uit te halen naar hem.  Dat besef ik maar al te goed.  En dat hij het goed bedoelt.  Dat ook. 

Een plek onder de zon

Drie jaar en half wonen we hier nu.  We waren al meer dan een jaar op zoek naar een nieuwe woning nadat onze starterswoning ietwat krap begon te worden.  Ik heb altijd graag in dat kleine huisje gewoond, knal in “het centrum” (in hoeverre je onze gemeente een centrum kan geven), alles aan en bij.  Maar we kozen voor iets rustiger, iets meer afgelegen met toch voldoende buren en sociale controle.  Toen we de eerste keer opreden dacht ik “oei oei, dit wordt het niet”.  Onderweg naar de voordeur danste de dam onder onze schoenen.  Diezelfde voordeur sleepte over de gele tegeltjesvloer, bloemetjesbehang all the way.  Maar ik had -na vele vruchteloze huizenjachten- geleerd om door de dingen te kijken.  Om te zien wat er nog niet is.  We zweerden al maanden dat we niet gingen verbouwen want dat was niets voor ons, wij hebben twee rechterhanden (ahja we zijn dan ook beiden linkshandig #billenkletser!).  Maar een nieuwe vloer, dat zou nog te doen zijn.  Het badkamertje was minuscuul en roze, de keuken was van Obumex, de kastjes gingen scheef en er zaten gigantische spinnen in de spoelbak.  Het zou wel leuk zijn om zelf een keuken te kiezen, dat leek haalbaar.  Toen ik me terugdraaide uit de keuken en de gang doorkeek zag ik het ineens voor mij: Ilja ging hier groot worden.  Hoewel hij er niet bij was zag ik hem perfect door de gang crossen van de living door de keuken door de gang terug naar de living “toertje blok”.

Na drie jaar hangt er nog steeds geen behangpapier in de hal.  So be it, komt wel goed.

Gisteren besefte ik weer waarom we voor dit huis kozen: de kinderen zullen hier opgroeien.  Ze gaan de trap nog miljoenen keer op en af lopen.  Hun moeder zal niet blijven zeggen “dat ze moeten voorzichtig zijn als ze naar beneden komen”, misschien zal ze wel blijven hameren op het feit dat het licht op de kamer uit moet.

Na een grote verbouwing (“we gaan NIET verbouwen, neen, NIET hé“) van vloer tot plafond, van badkamer tot chauffagewerk en elektriciteit blijft het ploeteren om ergens te geraken.  Nieuwe ramen, alle binnendeuren geschilderd en gelakt, de zolder geïsoleerd en twee kamers van gemaakt, eigenlijk hebben we in die drie jaar nog niet stilgezeten.  Dit jaar werkten we de oprit af, de dansende dam was al een tijdje weg maar er lag nooit iets deftig in de plaats.  Er komt nog een toilet boven, en de dakgoten zijn dringend aan vernieuwing toe, maar hey, we wonen hier wel, alles met tijd en boterhammen.  En toertje blok lopen.

 

Happy birthday mama!

In mijn omgeving zijn spijtig genoeg teveel mensen die hun moeder niet meer hebben.  Ik kan mij moeilijk voorstellen hoe zoiets moet zijn.  Hoe overleef je als kersverse mama zonder eigen moeder?  Hoe moet dat zijn om in het moederhuis of de rare periode die na die materniteit volgt geen moeder in de buurt te hebben?  En later, met opgroeiende kinderen?  Het is nu niet dat ik al mijn zielenroerselen deel met mijn mama maar we kunnen het wel heel goed vinden met elkaar.  Ik doe de dingen graag op mijn eigen manier en zij respecteert dat.  We zijn twee verschillende types.  Ze wordt waarschijnlijk soms een beetje gek als ik “bwah, we zien wel, komt wel goed” zeg.  En ik draai misschien wel eens met mijn ogen als ze overbezorgd is over mij of één van de kinderen.  Als ze denkt dat Linus koude voetjes zal hebben omdat hij bitter weinig kousen draagt of als Ilja er moe uit ziet.  Als ik heel trots laat weten dat ik een lang eind ging lopen en zij reageert met “je gaat daar toch niet in den donkeren gaan lopen hé?”  Ik kan voorspellen dat ze een “hoe gaat het met…”-smsje stuurt als één van de munchkins koorts maakt of teuterigachtig was met een optie op koorts.  Maar ik weet dat dit allemaal gewoon echt goed bedoeld is en dat ze gewoon een moeder is.  Een oma is.  En dat doen moeders en oma’s nu eenmaal.  Ik leg mijn pollekes samen omdat ik ze nog heb, die mama van me.  Ze is niet alleen een moeder, ze is ook een dochter.  Momenteel is ze een sandwichmoeder.  Zo noemen ze, dacht ik, dames van haar leeftijd die naast het zorgen voor kinderen en kleinkinderen ook de zorg voor een ouder opnemen.  Samen met haar zussen en broers en een team van het Wit-Gele Kruis en Familiehulp neemt ze de zorg voor onze 99-jarige grootmoeder op zich.  Dagelijks staan ze voor haar paraat.  Ik vind het een prachtig voorbeeld van hoe iemand gewoon thuis kan blijven wonen door mantelzorgers.  Vandaag is mijn mama jarig.  Ze wordt er 61.  Binnen een aantal dagen gaat ze verdiend op  pensioen.  Haar hele leven heeft ze keihard gewerkt.  Eerst als psychiatrisch verpleegkundige bij hele moeilijke patiënten, later als verpleegkundige bij het Wit-Gele Kruis.  Mijn ma is de enige persoon die ik ken zonder smartphone, nu ze binnenkort een nieuwe telefoon nodig heeft omwille van haar pensioen gaan we hier samen voor zorgen: “Je gaat dat moeten uitleggen hoor, Lot, ik ken daar niks van”.  Ewel ma, binnenkort heb je veel meer tijd om zo’n dingen uit te pluizen.  En dan whatsapp ik foto’s door van Linus met twee paar kousen aan en Ilja die van contentement zijn tong uitsteekt!  img_20160908_143955.jpg

Santé!

7 Ge’s

Gekregen: Twee weken geleden was het mijn verjaardag.  Hoera voor mij!  Maar vooral: hoera voor verjaardagscadeautjes!  Ik kreeg een geweldig mooi boeket van mijn liefje.

img_20160907_121604.jpg

Hij weet waar hij moet gaan om iets naar mijn zin te vinden!  Van mijn collega’s kreeg ik een boekenbon, ze kennen mij blijkbaar goed.  Aangezien ik helemaal weg was van “Wij En Ik” kocht ik de nieuwe van Saskia De Coster.  Daardoor liggen de verwachtingen uiteraard hoog, dat is meestal geen goede ingesteldheid, ik weet het.

Gereserveerd: Deze morgen was de presale voor de nieuwe Green Day-tour.  Ze spelen op 2 februari in Vorst Nationaal.  Ik kon vlot twee staanplaatsen bemachtigen.  Het was te aanlokkelijk om mijn liefje iets anders wijs te maken en te zeggen dat alles uitverkocht was.  Maar bang bang!  Here we come!

Geslapen: slecht en goed.  Zo las ik deze week al bijna een boek uit ’s nachts.  Om de één of andere bizarre reden word ik wakker om 03u en blijk ik uitgeslapen.  Andere nachten slaap ik als een roos

screenshot_2016-08-18-08-20-03.png

 

Het gebeurt zelden dat er zo weinig restless/awake-lijntjes staan in mijn slaappatroon. 

Gekeken: en nog altijd aan het kijken: naar het nieuwe seizoen van Ten Oorlog.  Arnout Hauben koos deze keer onze voortuin om een programma te maken.  Ons huis werd tot nu toe net niet getoond.  Het is verontrustend om te weten dat op slechts zoveel cm hoogte er nog volledige soldaten liggen te liggen.  Ergens besef ik wel dat dit zo is, maar als je ze effectief in beeld ziet is het nog een ander verhaal vind ik.  Ik stop Ilja’s graafkraantjes alvast iets verder weg.

Gelopen: sinds kort heb ik mijn looptoertje uitgebreid naar ongeveer 10 km.  Dit was eigenlijk de doelstelling tegen het einde van het jaar, maar gezien het lopen zo vlot gaat de laatste tijd ben ik er al enkele weken mee bezig.  Deze week nam ik een andere route dan ik gewoon ben om er een beetje variatie in te steken.  Je komt al eens iets tegen onderweg:

img_20160905_100110.jpg Door mijn oortjes klonk Studio Brussel music @ work.  Josefien werd opgebeld om haar favoriete platen door te geven.  Supertof om haar te horen babbelen tijdens het lopen.  Stiekem hoopte ik wel op een loopnummer gezien haar liefde voor de sport en inderdaad, ik werd verwend!

Gehoord: Diezelfde ochtend kwam het nieuws uit dat Bastille een concert geeft ten voordele van Music For Life.  Met elke hit die ze maken word ik meer en meer fan.  Vrijdag probeer ik alvast om aan tickets te geraken.

En wat heb jij gedaan?

Pantoffelheld

Ik heb mezelf altijd – en nog steeds- aanzien als een zelfstandige vrouw.  Indien nodig trek ik mijn plan.  Door de jaren is er wel een aanzienlijke verdeling gebeurd van huishoudelijke taken.  Ik moet bijvoorbeeld met mijn fikken van de grasmachine blijven en volgens hem kan ik geen hemd strijken.  Bwah als het maar dat is, moest ik ooit alleen komen te staan: ik kan leven met een grasplein waar hier en daar een strook langer is en strijken is overrated.  (Niet dat hij alleen maar het gras afrijdt en strijkt, maar dat zijn enkele van de dingen waar ik totaal niet over hoef na te denken).   Een bangerik ben ik nu ook niet bepaald.  Ik weet zeker dat ik mijn kinderen tot vechten toe zou verdedigen als er zich zo’n situatie ooit zou voordoen.  Soms verander ik in een echte Jeannette zonder vrees.  Vanmorgen werd het tegendeel echter bewezen.  Deze stoere vrouw veranderde in een klein muisje toen ze dit zag:

img_20160904_070354.jpg

Holy Shit.  F**k!  Serieus.  Van zo’n dingen ben ik “schitteshuw”.   Dit wil ik liever niet tegenkomen ’s morgens vroeg onderweg naar toilet, maar hey, ik had prijs.  De resem gedachten die door mijn hersenpan razen terwijl ik daar zo ver mogelijk van weg probeer te blijven:

  • Als het stilzit dan kan ik het nog uitzweten tot Pieter wakker is.
  • Als ik in de living ga zitten, dan zie ik het niet.
  • Als ik in de living ga zitten, dan kan ik niet zien of het beweegt of niet.
  • Wat als het begint te bewegen?
  • Als ik in de keuken blijf zitten en ik zie het ineens niet bewegen, dan kan het wel heel vlug bij mij zijn zonder dat ik het doorheb.
  • Serieus vint, wat een beest!
  • Ik neem een foto voor op instagram
  • Shit, misschien heeft de flits hem wel boos/wakker/op gang gemaakt, ik heb geen toestemming gevraagd.
  • Het blijft stilzitten, misschien slaapt het
  • Als Linus straks rondcrosst dan kan hij het opmerken, en interessant vinden, en dan moet ik hem de hele tijd wegtrekken van die horror omdat ik zelf bang ben.
  • Ik kan de kat roepen en ze erbij zetten.  Maar wat als ze hem pakt maar niet doodt, dan is het helemaal om zeep.  Of wat als ze gewoon niets doet en zich hier op de grond legt.
  • Dit wordt bloed op het behangpapier.  I don’t care, ik wil bloed zien!
  • Dood, dood, dood!!!!
  • Ik kan er geen pot opzetten tot Pieter wakker is.
  • Mo ndeen zeg, zo’n beest.

Ik besluit om mij in de keuken te zetten met zicht op het dier, zo kan ik hem het beste bewaken en mijn veiligheid garanderen.  Nu en dan kijk ik om de hoek van de kast, ik hoef me maar eventjes vooruit te zetten om het te zien.

img_20160904_070916.jpg

Het blijft mooi zitten.  Merk op dat ik niet over hij of zij spreek, zo’n ding verdient geen persoonlijkheid.  Ok, spinnen zijn goed om het “fernint” (a.k.a. het venijn, de West-Vlaamse kleine beestjes) te pakken.  Maar daar heb ik een muggenapparaat voor.  Wat ik dus echt nodig heb om weer volledig zelfstandig te zijn is een gigantische-spinnen-apparaat.  Ik zie veel voordelen aan “op de buiten” te wonen, maar dit is er echt geen van.

Bij de 18e check had het monster zich bewogen. *insert opbouwende dramamuziek* HET HAD ZICH BEWOGEN!!  Ilja was daar ondertussen al voorbijgekomen om naar het toilet te gaan, gelukkig had hij niets gemerkt.  Pieter lag nog altijd te slapen.  Ik moet ingrijpen.  Straks beweegt het naar een plek waar we helemaal niet meer aankunnen, en dan moet ik met de gedachte leven dat het dier zich ergens in huis schuilhoudt, die vind ik erger dan bloed op het behangpapier.

Ik trappel naar boven in de hoop dat hij wakker is.  Ik hoor beweging in bed.  Het bange meisje roept haar echtgenoot naar beneden.  Hij komt pruttelend en ruttelend naar beneden en zegt bij aankomst op de crime scene: “Ok, mijn pantoffel, het is echt een grote spin.  Het behangpapier zal vuil zijn”.  Meestal roep ik dan “probeer hem eraf te duwen tot hij op de grond ligt” maar deze keer wou ik gewoon bloed zien.

“Is hij dood?” “Hij is toch zeker dood hé?” “Waar is hij?” “Dood?”

Hij is dood.

Ik blijf de hoek checken.  Hij is echt dood.

 

 

fly forever free!

De zes meest voorkomende vragen die ik kreeg na mijn ballonvlucht van vorige donderdag:

  • “Hoh!  Was je niet bang?”

Blijkbaar zijn veel mensen nog niet zo tuk om mee te gaan met een luchtballon.  Is het hoogtevrees?  Of schrik om de controle uit handen te geven?  Ook al grapte ik op Facebook wel dat ik misschien wat pipi ging verliezen, ik had blijkbaar totaal geen zenuwen of schrik.  Als dat ding beslist om neer te storten, ja wel, het zal geen mooie dood zijn, maar ik ga toch wel nog eerst van het uitzicht genoten hebben.

links: ons vader: like a boss luchtballons opblazen

rechts: blijkbaar was het één van de grootste luchtballons in België

  • “Had je geen koud?”

Absoluut niet, integendeel, het is zelfs redelijk heet zo onder die vlam.  Neem daarbij dat het al 33 graden was die dag en ik kan je verzekeren, er mocht nog wat meer wind zijn!  Die brander gaat trouwens niet constant aan, zo nu en dan eens, verder is het heel rustig en stil daarboven in de lucht!

 

  • “Zit je dan niet zo heel dicht op elkaar?”

Daar had ik wel wat schrik voor, ik stond bij die temperaturen nu niet bepaald te springen om een uur tegen iemand geplakt te staan.  We waren met 10 passagiers, verdeeld over 4 compartimenten.  Mijn pa en ik zaten in één compartiment waar we voldoende ruimte hadden om te bewegen en langs alle kanten te kijken, te wijzen en te zwaaien naar de mensen.  Beetje van paus doen, dat mag als je in een luchtballon zit.

links: Bellewaerde Park: de boomerang en El Volador

rechts: een opslagplaats van Bellewaerde: overduidelijk iets minder glamour!

  • “Gaat dat rap?”

Hoe hoger je vliegt, hoe trager het gaat.  Dus toen we begonnen te dalen haalden we wel een redelijke snelheid.  Hoe lager, hoe leuker het zicht: op een gegeven moment konden we de vissen zien zwemmen in een tuinvijver.  Ook grappig: we zagen veel koeien bananas worden.  Kippen frutten weg in hun hok en hazen spurten over de velden.  Ja, we maakten wel indruk op de beesten.

rechts: mijn looptoertje als ik in Ieper ga lopen (Zillebeke Vijver)

  • “Kun je dan kiezen naar waar je vliegt?”

Neen, de wind bepaalt naar waar je gaat.  Getting your Vanessa Chinitor on dus.

links: Ieper die scone

rechts: het einde van de A19, er wordt al jaren over gediscussieerd om deze autostrade door te trekken, voorlopig blijft ze afgekapt in Ieper.

  • “Doet dat raar als je opstijgt/landt?”

Het opstijgen gaat heel naturel, je drijft zachtjes maar aan een redelijk tempo naar boven en je blijft stijgen.  Ik ben heel gevoelig aan mijn oren als we vliegen, dus ik was wel gewaar dat mijn oren dichtklapten, maar na een tijdje normaliseerde dat weer.  Het landen was een ander verhaal.  “Er is een mogelijkheid dat die mand omkiepert als we landen, maar de gebeurt niet altijd hoor” zei de chauffeur.  Maar hallo, toen we de grond raakten gaf dat nogal een klop, er moest echt afgeremd worden door die mand over het veld en uiteraard viel die mand op zijn zijde met elf passagiers.  Het was nogal een heftige landing, maar uiteindelijk ging ook dat heel vlug voorbij en enkele minuten laten stonden we al de ballon terug samen te duwen om hem terug in zijn bakske te steken.

IMG_20160826_063322

Een machtige ervaring, blij dat ik het heb mogen meemaken.

En gaan jullie ooit mee of zeg je: “Neen, nooit van mijn leven!”