Zou ik niet moeten…?
Gisteren zag ik op de tram een rolwagen met het label “Quickie” op de rug, zelfs onder de hulpmiddelen bestaat er snel en sneller dus. Het past wel in deze tijdsgeest vind ik. Vooruit! En liefst zo vlug mogelijk! Het is een torenhoog cliché maar hoe ouder ik word, hoe sneller de klok lijkt te tikken. Sommige clichés zijn simpelweg ook waar, anders zouden ze geen cliché zijn. Alles rond me gaat zo snel. Zowel vooruit als achteruit.
Ik probeer heel regelmatig te vertragen maar ik moet toegeven dat het niet lukt. Ontspannen is zo moeilijk, ik moet er echt het huis voor verlaten, hoe erg dat ook klinkt. Niet dat mijn thuissituatie geen rust biedt, dat bedoel ik niet, ik ben zeer graag thuis. Maar ik kan zo moeilijk stil zitten. En als het werk dan eens opgeplooid blijkt dan kloppen er andere zaken aan de deur. Althans zo voel ik het toch aan. Ook al kan iets wachten, dat betekent daarom nog niet dat ik het ook laat wachten.
Zelfs nu – ik ben er even tussenuit alleen – voel ik die regeldrang in mij opborrelen. Alsof ik mijn lege dag toch ergens moet gaan indelen want ik wil die kostbare “alleen-tijd” niet verkwanselen aan onbenulligheden. Maar dat is net wat ik wèl van plan was. Mijn neus volgen, niets doen, het hoofd vrij laten voor mijn ikkigheden. Ik voel het wringen in mij. “Ik moet iets doen! Ik moet iets bezoeken, ik moet een prikkel ontvangen en verwerken!”. “Wanneer ga ik lopen? Is het nu kalm in het zwembad of ga ik beter later? Ik ben aan zee, zou ik niet naar het strand moeten voor een lange wandeling?”. Ik zit continu op die wipplank tussen “ik wil prikkels, ik wil iets nieuws ontdekken,…” en “ik wil eigenlijk helemaal niets, mijn hoofd zit nu al boordevol!”. Dat balanceren tussen die hoogtes en laagtes is eeuwig in strijd met mijn tijd en energie.
Ergens tussen alle aspecten van het dagelijkse leven liggen flarden creativiteit. Het jeukt een beetje en ik moet scharten om net die delen van mezelf te gaan vinden. Ook al heb ik op dit eigenste moment geen verplichtingen, geen verantwoordelijkheden: er zit restgruis van het dagdagelijkse in mijn hersenpan. Ik krijg het moeilijk weggekrabd.
Misschien moet ik stoppen met vergelijken met de periodes waarin ik wekelijks gewoon de handen op het klavier kon leggen om woorden te doen stromen. Alles wat ik toen dagelijks beleefde kon ik tokkelend verwerken. De flow zat gewoon beter.
Maar zo fit en quickie mijn echte spieren momenteel zijn, zo stram en lazy is mijn schrijfspier.





