Vijf snap-je-mij-shots

Zie je mij, dan zie je mij foto’s nemen. Van de domste dingen eerst soms. Er zit altijd een verhaal achter maar als je niet in mijn hoofd woont kun je het misschien niet achterhalen.

Waarom neem je in godsnaam een foto van een distel jonk. Zeg het mij een keer.

Als ik die witte distelachtige affairen zie denk ik terug aan toen we kind waren. We snakten toen alles wat er een klein beetje uitzag als een bloem uit de grond. Om de één of andere reden proefden we ook regelmatig aan dingen. Ik vermoed dat ik op die manier immuun ben geworden voor toxoplasmose. Ik meen me te herinneren dat die witte bloemetjes naar suiker smaken. Maar kijk. Ik ga het niet meer uitzoeken voor je. Voel je vrij om het te proberen. Immuun of niet.

Waarom staat er een foto van een vleescamion in je fotorol?

Het is vooral de slogan op de camion die me al een aantal keer bezig heeft gehouden. “Committed to serve you”. Is dat geen gemiste kans? Ik had er “Committed to meat you” van gemaakt. Maja, ik ben dan ook geen copywriter.

Ben jij zo religieus dan?

Hmneee. Ik ben niet gelovig. Maar iets in kapellen, kerken en vooral Mariagrotten spreekt mij aan. Misschien moet ik maar eens een grotten-fotocollectie beginnen. De meeste grotten gelijken wel op elkaar. Deze is de grot van de paters van West-Vleteren waar ik met Fieke een kletsnatte wandeling deed vorig weekend.

Een buitenlamp? Que?

Nee jong, kijk naar dat witte dingetje ernaast. #iseefaces. Dat witte stopcontactding of wat het ook mag wezen, daar word ik instant content van. Zo cute.

Is dat wel veilig zo foto’s nemen terwijl je aan het rijden bent? Neen, ik doe dat als ik stilsta.

Ik heb zo’n playlist “Vette Shivn” in mijn Spotify. Daarin komen de beste up tempo auto nummers om te laten knallen als mijn hoofd moet leeggemaakt worden. Soms neem ik wel eens een foto van de radio info om niet te vergeten een nummer toe te voegen als ik thuis kom. (En ja, ik moet dringend een stofslunse over dat scherm halen).

De kruimels onder de tafel.

Het is elke dag opnieuw dingen oprapen van de grond. Als het geen kruimels zijn, het zijn truien, kousen of kussens.

Het is zinnen uitspreken waarvan ik nooit eerder dacht ze ooit uit te spreken. “Niet aan de klinken likken” “Stop met zwieren met die courgette!”

Het is telefoneren naar school en zeggen: “Het is met Lieselotte, de mama van….”.

Het is verbaasd naar die twee kijken en altijd weer opnieuw beseffen: “Fak, die kerels hebben mij de rest van hun leven nodig”.

Het is telkens checken of er geen luizen in hun kruintje zitten op het moment dat ze hun hoofdje tegen mijn borstkas vleien.

Het is je blijven verwonderen over hoe vuil oortjes eigenlijk kunnen worden en hoe lang nagels kunnen groeien in kousenvoetjes.

Het is allesomvattend, allesoverheersend en de moeilijkste rol die ik vervul.

maar moeder zijn….dat gaat me altijd beter en beter af!

De 7 Ge’s

Gekubbd

Kubb a.k.a. The Neverending Game. Met één spel vullen wij een hele namiddag. Het duurde minstens een half uur voor we doorhadden hoe het spel werkt maar daar zal het Jupilerke in de zon en onze weerbarstigheid misschien ook iets mee te maken hebben.

Check vooral rechtsboven de route die sommige kubbstokken afleggen bij ons!

Gemaild

Bij Demian boekhandel bestelde ik een pakket voor mijn boekminnende schoonzus Melissa. Aangezien de eigenaar haar kent stelde hij iets voor haar samen en daar was ze overduidelijk heel content mee. Ik stuurde die meneer nog een bedankingsmailtje achteraf want een beeld zegt meer dan woorden in dit geval:

Het feit dat de boekhandelaar zo lovend over haar sprak in de mails en dan haar blije gezicht toen ze het pakje opende waren voor mij de grootste cadeaus! Wreed gelukkig!

Gewinkeld

Ik moet dringend wat truien vervangen dus ik bezocht een drietal winkels in de stad om eens rond te kijken. Ook al was het de eerste week dat de winkels weer zonder afspraak open mochten, er was geen kat op baan!

Ik vond mijn goesting niet. In april en mei vind je in de winkels vooral een type kleren dat me totaal niet aanspreekt: de Eerstecommuniemoederkleren. Het zijn nette outfits waarmee je in de kerk kan verschijnen. Meestal in het donkerblauw met grote prints en hier en daar een speelse touch die er heel bewust in is aangebracht. Nope!

Gepicond

Op een zonnige zaterdagmiddag waaide ik op de ruttel binnen bij mijn vriendin. Hoe zalig kunnen onverwachte bezoekjes eigenlijk zijn? We genoten van een Piconpraatje op haar terras. Even voelde het alsof alles normaal was en dat deed me zoveel deugd.

Gepuzzeld

Linus kreeg een gepersonaliseerde puzzel van opa cadeau. Ik hielp een handje om de boordjes uit te zetten. Vooral zijn opmerking “Ik ben echt benieuwd welke boodschap daarop zal staan” vond ik zo cute. Ook een ervaring om je kerngezin in stukjes in elkaar te zetten. “Hier is opa’s hoofd en ik heb een stuk van oma’s voeten”.

De foto op de puzzel is gemaakt door de geweldige Kelly Steenlandt trouwens!

Gelezen

Ik blijf me verdiepen in allerhande boeken die me mogelijk kunnen dienen in het dagelijkse (werk)leven en bij mijn opleiding.

Ik las een verkorte versie van “De 7 eigenschappen van effectief leiderschap” van Stephen Covey via Kobo. Ik ga hem zeker nog eens herlezen en er een samenvatting van schrijven (dat wordt trouwens ook in het boek aangeraden om te doen als je een interessant boek leest, and that makes sense eigentlijk, want hoe onthoud je al die bruikbare informatie het best?). Ook al vind je alle samenvattingen op het internet, zo werkt dat niet bij mij, als ik het niet zelf uitschrijf onthoud ik het niet.

De komende drie boeken gaan over burn-out aangezien dit het thema is van de opleiding die ik volg.

Gedauwtript

De zonsopgang blijft mijn favoriete moment. In mijn living is die soms al spectaculair maar ik trek er graag op uit om ze op een andere plek vast te leggen. Als ik ooit mijn slapende kinderen alleen kan achterlaten zie ik mezelf in de toekomst nog in de auto springen om ergens te gaan wachten tot ze opkomt. Nu zijn die momenten schaars en grijp ik ze als ik kan.

Piezewies

Een avondkat staart me aan op de stoep na mijn laatavonddienst. Haar gele bolleketten boren zich recht in de mijne. Ik piezewies maar ze reageert niet. Iets zegt me dat dit een kattin is. Ze mist het robuuste, het arrogante van een kater. Niettemin ben ik barslecht in het inschatten van kattengeslachten. Je kunt toch ook niet zomaar vragen om hun staart eens te mogen opheffen. Zelfs als het over katten gaat blijft een beetje beleefdheid wel aan de orde. Ze recht even haar rug en draait een toertje bij het jonge boompje in de elegante woonwijk alvorens ze het op een lopen zet.

Ik kijk mijn ogen uit in het centrum van de stad. Nieuwe en oude woningen wisselen elkaar af. Na mijn laatavonddienst doe ik niets liever dan overal binnen turen terwijl ik naar mijn wagen stap. Door halfopen lamellen zie ik Staf Coppens een camping opstarten. Hij en zijn broer -wiens naam ik altijd vergeet- knipperen grotesk aan een binnenmuur. Bij hun buren vergaap ik me aan de zachte sfeerverlichting. Ik ben immer nieuwsgierig naar het leven van een ander. Naar de keuzes die ze maken in hun interieur, welke brievenbus ze voor hun nieuwe huis plaatsen. Kunnen daar ook pakjes in? Alles heb ik gezien en in vraag gesteld. Hoe zouden ze leven? Werken ze overdag van thuis uit? Wat zien ze als ze uit hun raam kijken? Ik stap in mijn auto en glijd terug mijn eigen leven binnen. Verschrikte konijntjes staren me aan in het licht van mijn phares. Vorige week was er ééntje te traag, ik durfde niet in mijn achteruitkijkspiegel te gluren om de schade te aanschouwen. Bij mijn thuiskomst spreekt de stilte door de neergelaten rolluiken.

Frankie wacht op de eerste trede van de voordeurtrap.

Weer boren twee gele ogen zich in de mijne.

Zes!

April 2015 was de laatste maand in mijn leven dat ik zwanger was. Wie mij al sinds toen volgt (zijn er mensen?) kon de aankondiging van de zwangerschap van Linus, het verloop en de geboorte meemaken. Ondertussen is hij zes jaar geworden. Hij zet op dit moment zijn laatste stapjes in de kleuterklas en is keihard klaar voor het eerste leerjaar. Misschien daalt er een rust over hem eens hij zal kunnen lezen en schrijven? Misschien wordt zijn gigantische vragenvuur geblust met woorden op papier?

Soms schrik ik als ik mijn jongens observeer. Het leek pas gisteren dat we nog volop in de pampers zaten. Dat wankelende stapjes zo werden genomen:

Het lijkt tien jaar geleden van die keer dat ik hij op de hoek van de salontafel belandde en een half uur later moest genaaid worden door de dokter van wacht. Het eerste littekentje was een feit.

Fruitpap, crèchefacturen en nachtflesjes. Allemaal verdwenen in mijn geheugen. We deden het. Maar ik weet niet meer hoe.

Tantrums en night terrors. We hebben het allemaal doorgemaakt. Wat komt er nog op ons pad? Ik heb er het raden naar.

En Linus, die groeit. Hij lijkt overal zijn plan te trekken ook al was hij in het verleden best sensitief. Ik weet niet hoe hij nu op drukke plekken zou reageren aangezien we deze al een jaar mijden, maar ik denk dat hij sterker in zijn schoenen staat dan twee jaar geleden. In het verleden durfde hij wel eens aan mijn rok hangen als hij teveel prikkels in één keer binnenkreeg. Ik heb het moeten omarmen. Het is confronterend om te zien hoe hard hij soms op mij gelijkt op overprikkelde momenten. Linus is enorm alert en doordacht. Ik lig soms achterover door de opmerkingen die hij maakt. Hij doet me anders naar de wereld kijken door zijn oog voor detail.

Vandaag wordt hij zes jaar. De tweede verjaardag in lockdown. Gelukkig trekt hij er zich niets van aan. Als hij maar taart krijgt!

Het hartje op de kalender.

Sommige aspecten in het leven vragen meer energie dan andere. De valkuil hierbij is: wat voor niets gaat krijgt minder aandacht. Naast een huishouden met twee kinderen, jobs die fysieke en mentale energie vragen, studies en sociaal leven voelt de werklast (rare verwoording, ik weet het) in onze relatie eerder laag. Smoothsailing noemen ze dat zeker? Aan elke relatie is werk, ook aan de onze, maar wij hoeven weinig brandjes te blussen en ons vlammetje brandt immer door.

Op onze kalender staat vandaag een hartje. De kinderen vragen zich af wat het betekent. Ik leg hen uit dat wij vandaag 15 jaar liefje zijn van elkaar.


Al vijftien jaar kiezen we elke dag voor elkaar. Hij heeft mij veel bijgeleerd op vele vlakken, net zoals ik hem door de jaren beïnvloed heb.
Ik weet nu al op dit eigenste moment dat ik dit schrijf dat zijn eerste vraag zal zijn “Wat heb ik jou wel allemaal bijgeleerd?”. Wel schat: je leerde mij dat sociaal zijn geen zeer doet. Dat vriendelijkheid altijd werkt en dat je niet bang hoeft te zijn om een ommekeer te maken. Bij jou zie ik dat leergierig zijn je naar verschillende paden kan leiden en samen ontdekken we dat we met “gematigd in alles” het verste geraken. Van mij leerde je dat je niet iedereen hoeft te pleasen, dat je vriendelijk doch op afstand kan blijven en dat je elke ommekeer eerst even moet laten bezinken.


Toch blijven we nog steeds in onze kern diezelfde persoon als vijftien jaar geleden. Niemand moest zichzelf verloochenen en de relatie blijft als tandwielen draaien. Die wisselwerking en onze geschiedenis verstevigen elk jaar onze basis. We weten wat belangrijk is voor de andere en de onvoorwaardelijke steun in alle projecten die we willen aanpakken is goud waard. “Je moet doen wat je gelukkig maakt” is de basis van onze relatie. Ook de opvoeding van onze kinderen proberen we zo goed als mogelijk op elkaar af te stemmen en die staat volledig in dezelfde lijn als onze relatie: standvastig, doordacht en zonder veel tralalala. Een stevige fundering kan tegen een duw. Carrièreswitchen, baby’s die ineens tien jaar blijken te zijn, quarantaines die we zonder slag of stoot doormaken, elk jaar brengt nieuwe opportuniteiten. En elk jaar kan ik schrijven dat we blijven rocken in ons verhaal.

Hoewel de vlam blijft branden verlang ik toch naar een tête-à-tête waarbij we de voetjes onder tafel schuiven en een echte vlammetje tussen ons wordt gezet.

Wegwijzeren

Het geluid van mijn eigen voetstappen wordt begeleid door tjirpende vogels, over het veld schreeuwt een pauw. In de voortuin van een boerderij knettert het rood van tulpen door de dikke mist.

Nieuwsgierige paarden bedenken zich als ze mij zien naderen. Enkele briesen later staan ze te trillen op hun verschrikte poten.

Mijn gedachten razen alle kanten uit, “Focus” vind ik niet op de wegwijzer.

Ik let enkel nog op mijn ademhaling en de cadans van mijn stappen. Na enkele minuten lukt het om mijn gedachten in één richting te sturen.

Ik zie geen hand voor mijn ogen maar de mist in mijn hoofd klaar op.

Monsterlijke vragen #1

Remember de Monsterwedstrijd in februari? Ik ga er eens mee aan de slag en pik er nu en dan een vraag uit die ik ga beantwoorden. Deze week ga ik voor de vraag van Nele:

“Indien je op een bepaald moment niet meer zou mogen bloggen, welke (creatieve) manier zou je gebruiken om alsnog je stem te laten gelden?”

Eerst wil ik ingaan op het laatste deel van de vraag. Het onderdeel “je stem laten gelden” is iets waar ik wat extra vragen bij heb. Laat ik mijn stem gelden hier? Ik had altijd de idee dat ik redelijk neutraal opgesteld sta, niet alleen in het leven maar ook hier op de blog. Ik vertrek hier altijd vanuit mezelf, mijn eigen ervaringen vormen de basis voor elk stukje dat ik schrijf. Mijn inspiratie haal ik uit het leven en uit mijn connecties met anderen. Mijn blog is geen platform om mijn mening over politiek of de maatschappij te spuwen. Daar steek ik geen energie in. Moest deze blog dus wegvallen om één of andere reden dan zou ik niet het gevoel hebben dat ik mijn stem kwijt ben.

Hoe zou ik het dan wel aanpakken om verder mijn hersenspinsels te uiten? Ik zou alleszins blijven schrijven, maar dan uiteraard alleen voor mezelf. Het zou minder fun zijn zonder de interacties, daar ben ik wel zeker van, maar ik zou blijven gaan.

Ik denk er sowieso over na om iets anders, iets extra te doen naast mijn blog of in combinatie met mijn blog. Een project rond gesprekken/podcast/gesproken woorden. (Dus “mijn stem laten gelden” is hier misschien wel letterlijk van toepassing….). Het thema ligt al vast maar er is nog niets concreet georganiseerd. Ik heb namelijk stemvrees. Ik weet niet of het een woord is eigenlijk maar het komt erop neer dat ik het niet fijn vind om naar mijn eigen stem te luisteren. Als West-Vlaamse moet ik sowieso een effort doen om het wat aanvaardbaar te laten klinken, ik kan wel correct AN spreken maar ik zou het meer moeten trainen om het netjes te houden. Tegelijk wil ik zeker mijn roots niet verloochenen en net zoals ik hier heel regelmatig West-Vlamsche utspraakn dertusshn droain zal dat in gesproken woord niet anders zijn. Voor mij is authenticiteit de basis en door het onderwerp van de gesprekken is dat ook uitermate belangrijk. Daarom zal het een moeilijke oefening zijn om niet fake te klinken als ik iets anders dan mijn pittig West-Vlaams spreek.

Dus Nele, dankjewel voor de vraag en om het antwoord kort te formuleren: Er zijn altijd kanalen en ik ben er van overtuigd dat ik deze zal vinden en gebruiken. Ik heb een deeldrang en die zal niet verdwijnen door één platform weg te halen.

Ich möchte ein Eisbär sein, im kalten Polar

In tijden van paaspauze en afgeschafte kinderactiviteiten voel ik dat het veel moeilijker is om mijn gedachten af te werken. Ik heb altijd een niet te onderdrukken drang om mezelf te gaan voeden met allerhande informatie. Niet dat ik hele dagen zit te scrollen op nieuwssites, maar ik heb het meer over boeken, podcasts of online artikels.

Ik glip wel eens buiten voor een wandeling van een uurtje, als het ware het ideale moment om naar een podcast te luisteren of mijn eigen muziek te laten knallen. Ik heb het wat gehad met de tomatenplukkers van mijn kinderen. Hoewel ik enorm geïnspireerd kan geraken door wat ik hoor door mijn oortjes op zo’n solitaire wandeling kies ik er deze weken bewust voor om mijn hoofd niet te gaan vullen met nieuwe informatie. Plannetjes uitbroeden gebeurt beter zonder oortjes in de oren of smartphone in de hand. Als het -net als vanmorgen- te koud is om handschoenloos de handen uit de zakken te laten (serieus koud windeken) is dat het ideale moment om na te denken over welke projectjes ik ooit op poten zou willen zetten.

Voor ik het weet ben ik hele gesprekken aan het voeren met mezelf. De ratelende wandelaarster. Om niets te vergeten maak ik soms spraaknotities al was het deze ochtend echt ijsbijtend koud. Tegelijk kijk ik rond me en krijg ik zelfs door de wolken nieuwe input.

Zie jij ook een ijsbeer?

Red flag

Het laatste anderhalf jaar ben ik me gaan inlezen in enkele thema’s: focus vinden, getting things done, het belang van rust en regelmaat en meer door minder. Ik startte een tweede blog om mijn proces hierin bij te houden. (Op die blog kun je de inspiratiebronnen ook opgelijst zien). Laat ons zeggen dat ik mezelf beter heb leren kennen ook al ben ik immer work in progress, ik weet wat ik moet doen om -binnen mijn mogelijkheden- mentaal gezond te blijven. Mijn rode vlaggetjes zijn mij bekend en om te vermijden dat ze opduiken ga ik preventief aan de slag.

Zoals ik schreef: ik ben – zoals iedereen trouwens – work in progress. Ook al schieten die befaamde vlaggetjes misschien niet meer zo vlug omhoog, het gebeurt wel nog en vreemd genoeg verschiet ik er nog altijd van als ik tegen ééntje of meerdere aan bots. Veelal komen ze in vicieuze cirkels die ik met veel plezier in stand hou.

Het is een kwestie van die vicieuze cirkel te doorbreken.

Soms gaat dat over hele kleine dingetjes. Zo is één van die rode vlaggen de oortjes die ik gebruik bij mijn smartphone. Als ik ze een periode de hele tijd moet ontwarren betekent dat dat ik te druk in mijn hoofd ben. Het betekent dat ik niet de tijd nam om ze netjes op de plooien en ze vast te klikken zodat ze niet in de war gaan. Het betekent dat ik niet bezig ben met mijn future self maar vooral kies voor de gemakkelijkste optie en ze zonder meer in mijn handtas prop.

Verwarde oortjes staan voor verwarde gedachten.

De rest van mijn gezellige rode vlaggen lijst ziet er zo uit:

  • langer in bed liggen
  • sociaal contact mijden
  • roepen naar de kinderen
  • niet van mijn stoel geraken ook al zijn er wel wat taakjes die moeten gedaan worden
  • moeilijk de slaap vatten
  • niet bezig zijn met mijn opleiding
  • te laat series streamen
  • veel op mijn telefoon zitten
  • mijn focus niet kunnen vasthouden
  • trager typen dan anders
  • meer tikfouten maken
  • rommel op hoopjes duwen op mijn keukentablet of mijn salontafel
  • telefoontjes of mailtjes uitstellen
  • ergernis voelen zonder echte aanleiding
  • geen zin hebben om te wandelen

Sommige vlaggen zijn deze week sterk aanwezig en ik weet perfect hoe ze er komen. Er moet geen tekeningetje bij gemaakt worden: ofwel ben ik alleen met mijn kinderen, ofwel ben ik aan het werk. Om de opvang te garanderen wisselen we elkaar hier constant af. Er is momenteel te weinig ruimte voor mezelf en daardoor is mijn hersenpan en daarbij horend mijn keukentablet en mijn salontafel een ongestructureerd boeltje.

Ik weet wat ik moet doen om de vlaggen te tackelen

  • Vroeg opstaan om in alle rust wakker te worden
  • Afspreken voor een wandeling ook al heb ik geen zin om te wandelen
  • Even weg van de kinderen door alleen naar buiten te trekken vanaf ik kan. Voor mezelf herhalen dat het normaal is dat kinderen zoveel lawaai maken, het zijn nu eenmaal kinderen.
  • Wel opstaan van mijn stoel en er gewoon aan beginnen. Rechtstaan, eraan beginnen, gewoon doen!
  • Bij slapeloosheid: opstaan en neerschrijven wat me bezighoudt. Niet eerst een uur proberen de slaap te vatten want dat lukt niet.
  • Tijd inplannen om met mijn cursus bezig te zijn
  • Als ik twijfel om nog een aflevering te bekijken: de iPad afsluiten
  • De telefoon op stil zetten, niet actief gaan Whatsappen, groepen dempen
  • Taken die focus vragen in de ochtend inplannen (indien mogelijk)
  • Rustig aan mijn klavier zitten en niet met verkrampte schouders zoals ik zoveel doe
  • Doordachter typen en niet gelijk een halve zottin de hele tijd gaan backspacen.
  • Rommel direct aanpakken: hoopjes ontmantelen, alles op zijn juiste plek leggen en weggooien wat weg mag.
  • De telefoon nemen en bellen, aan de laptop zitten en mailen.
  • Ergernis opspeuren en benoemen dat ik me erger. Even in- en uitademen en loslaten.
  • Wandelen. Echt….wandelen.

De meeste dagen gaat dit goed. De laatste dagen is het moeilijker, maar dat is gepermitteerd. Ik kom er wel, zelfs met rode vlaggen. De wind staat momenteel strak, de vlaggenpuntjes wapperen in mijn ogen.

Ik ben alvast begonnen met het opdraaien van mijn oortjes 🙂