Het potje

“Mama, kun je mij helpen, ik wil het Simpsonspotje voor mijn cornflakes”.  Ik ben een grote voorstander van zelfstandigheid en ik verwacht van mijn 5-jarige dat hij op zijn ééntje zijn ontbijt klaarmaakt.  Hij houdt zes andere soeppotjes tegen zijn borstkas terwijl hij het befaamde Simpsonspotje in de andere hand houdt.  Ik kan net op tijd de zes gebloemde potjes uit zijn handen helpen om alles in veiligheid terug te plaatsen.  Kinderen hebben – net als heel veel volwassenen- toch een voorkeur voor bepaalde tassen of kommetjes.  Zelf hou ik ook het liefst van de Suske en Wiske-tas op het werk, hier zijn dat mijn Douwe Egbertstassen met de dikke boord.  Ik laat hem dan ook klungelen om dat Simpsonspotje te krijgen.  “Dat is van nonkel Roderik hé” zegt hij soms.  Inderdaad, in onze tienerperiode waren The Simpsons de Minions van die tijd.  Overal doken ze op en de merchandising errond was gigantisch.  Vermoedelijk ging het Simpsonspotje ook mee naar ons kot.  Ik kan me alleszins herinneren dat het altijd in één van onze kasten stond.  Er werden cornflakes uit gegeten, chips in geserveerd, pudding in gemaakt.  Bart, Lisa, Maggie, Homer en Marge waren er altijd bij.  Hoewel Ilja nog maar weinig snapt van The Simpsons vindt hij ze alvast geweldig en het is dan ook goed te begrijpen dat dit zijn lievelingscornflakespotje is.

Vijf seconden later hoor ik een plof.  Van over de keukentablet zie ik zijn verschrikte gezicht, als ik dichterbij kom zie ik hem blootvoets staan tussen de scherven.  Samen met het potje is ook een klein stukje van mijn hart gebroken maar dat probeer ik te maskeren.  De tranen staan in zijn ogen.  Compassie vervangt mijn ontgoocheling.  Ik ruim het op.  Zeg hem dat het niet erg is.  “Zo’n dingen gebeuren”.

“Maar ga ik dan vandaag toch nog mijn nieuw carnavalspak krijgen mama?”

We knuffelen, ik vraag hem of hij geschrokken is en verzeker hem dat alles blijft zoals het was.  We kopen vandaag een carnavalspak en een nieuw potje.  Homer Simpson blijft -zelfs met een stuk uit zijn hoofd – grijnzen.

img_20170218_080246.jpg

 

Het uur

5:46.  De lakens voelen warm en comfortabel, maar toch forceert mijn gedachtestroom mij eruit.  Ik ga “mijn uur” pakken.  Het uur dat ik al enkele weken mis.  Het uur waarop mijn lichaam, mijn hersenpan, mijn handelingen compleet en alleen maar voor mij zijn.  Ik begrijp Frank Vander Linden als hij zingt: de stilte is oorverdovend.  De koffie sijpelt langzaam door de filter.  Een sms van mijn broer die vijf tijdzones verder woont: mijn ouders hebben minstens twee uur vertraging op hun terugreis.  Ik zie de planning van de middag veranderen, het stoofvlees dat gisteren twee uur stond te pruttelen zal nu niet meer samen met hen gegeten kunnen worden.  Ik forceer mijn gedachten terug naar mezelf, stoofvleesissues zijn voor later.  De koffie is klaar.  Als er al een lijst zou bestaan waarop ik de beste momenten van een dag zou quoteren dan zou “de eerst slok koffie” misschien wel op één staan.  Ik besef dat “van thuis uit werken” voor mij echt zou betekenen dat ik nog steeds mijn huis zou moeten verlaten om elders mijn werk te verrichten.  Het zou me ook zwaar vallen om binnen bepaalde uren van een dag een creativiteit op te roepen, de inspiratie om iets te schrijven komt soms op een heel onverwacht moment, als ik met mijn handen ver weg van een toetsenbord ben.  Respect voor freelancers die het klaarkrijgen, die de knop kunnen omdraaien eens ze eraan beginnen.  De ogen toe voor de omgeving, de hersenkronkels op scherp.  “Dat ik de dingen maar eens meer de dingen moet laten zijn” zei hij gisteren tegen mij.  Uit alles wat ik doe stroomt extra werk, extra uren die ik niet meer “mijn uur” kan noemen.  Ik moet voor mezelf uitmaken wat me energie geeft en wat me energie kost, de hele week plannen om een activiteit voor het vrijwilligerswerk op poten te zetten, rondmailen, boodschappen doen, gerief samenrapen.  Ik foeter wel eens.  Maar het moment waarop iedereen de baby’s masseert tijdens de sessie die ik hielp organiseren, als ik de jonge mama’s en de kirrende baby’s fotografeer, dan ontspan ik.  Bij het afwassen van de koffietassen zie ik mijn zonen toekomen met hun vader “wij hebben in een camion gezeten zojuist!!”.  Het gevoel dat mij soms bezighoudt vervalt, want tijdens het vrijwilligerswerk ben ik er niet voor hen maar voor 15 andere mensen met kinderen.  Na de afwas vertrekken we alle vier samen naar huis.  Ik neem me voor om niet meer te stressen over het feit dat ik “mijn uur” nog niet heb gehad.  Het komt wel.  Net als de inspiratie om te schrijven over dat irritante ventje op mijn schouder met zijn tikkend klokje.  Ik probeer hem soms weg te vegen, achterwaarts.  Soms valt hij wel eens, maar altijd, altijd klimt hij vastberaden weer naar boven.  “Neem je uur”.

teveel pipi en te weinig notitieboekjes

“Ik probeer altijd in te schatten waar je volgende blog over zal gaan”.  Mijn echtgenoot, tegen mij deze week.  “Als ik het zelf eens wist” was het antwoord.  Ik heb namelijk geen blogplan.  Er wordt hier (behalve de 10 things i love about you-reeks) niets op voorhand geschreven en ingepland.  Dat staat in feite wel een beetje in schril contrast met de regelnicht die ik anders pretendeer te zijn.  De oudste zoon is ziek thuis, de jongste hangt aan mijn been deze voormiddag, maar ik probeer tijd te nemen om letterlijk tussen de appelmoes en de pampers door iets te schrijven, mijn vingers jeuken.  Gisteren had ik een kleine nota gemaakt op mijn hand.  “NM” het was een blogideetje maar mijn afkorting is zo danig onduidelijk dat ik niet meer weet wat het juist inhoudt.  So far voor geheugensteuntjes.

Wat ik de laatste weken uitgespookt heb:

  • Geregel.  Dan toch een regelneef.  Mijn ouders bezoeken mijn broer voor tien dagen.  De opvang van de kinderen tijdens mijn avonddiensten wordt verdeeld over de andere oma en de echtgenoot die zijn agenda moest bijwerken.  Hopelijk genieten ze van hun tripje.  Jaloersheid is mij niet bekend maar ik moet nu wel toegeven dat het gemis doorkomt.  Ik zag mijn schoonzus al 15 maanden niet meer, mijn broer zag ik het laatst in juli.  In mei komen ze gelukkig naar België.
  • Gelopen: Jawel, na het hele rug-debacle ben ik sinds deze week weer rustig aan beginnen lopen.  Eerst 2 km, gisteren ging ik voor 4 km.  My god wat heb ik het gemist.  Zalig toch om buiten te zijn.
  • Geweightwatched:  ge-WAT?? Jawel, ik volg vooral mijn liefste in zijn strijd tegen de kilo’s maar zelf heb ik er ook deugd van om meer op mijn eten te letten, zeker nu het lopen even op een laag pitje staat.  Ik weet wel dat ik een grote snoeper ben en ik kan eten als een vent.  Letterlijk.  Wij eten even veel.  Zo’n all-you-can-eat-buffet: daag mij niet uit!  Nu ik zie wat ik -volgens de weightwatchersmensen- maar nodig heb om de dag door te komen besef ik wel dat ik echt teveel at.  Twee volle borden middagmaal, in feite heb ik met één genoeg, maar als er nog plaats was voor één, dan ging er nog één in.  Het doet er ook veel aan dat mijn tanden nog steeds niet in orde zijn, want ik eet veel trager en alles gaat in kleinere stukken waardoor ik toch rapper een voldaan gevoel heb.  Gestart op 17 januari met als resultaat op 1 februari: -3kg en geen dag honger gehad.  Ik doe nog even verder.
  • Gepoetst: de badkamerkast.  Alles krijgt regelmatig een wreef bij ons, maar zo de binnenkant van de badkamerkast, dat wordt wel eens vergeten.  Blijkbaar bezit ik oorringenimg_20170201_133725.jpg

Ok, je moet niet bij mij zijn om het groot goud te komen stelen, de meeste dingen komen uit de H&M of andere ketens.  Maar er is blijkbaar een tijd geweest dat ik regelmatig oorringen droeg.  Twee kinderen met grijpgrage handjes later zijn de gaatjes in mijn oren gewoon toegegroeid.  In het andere kastje is mijn lief zijn baardliefde serieuze proporties aan het aannemen

img_20170201_132840.jpg

  • Gekeken: naar de digitale TV.  Jawel, vanaf deze week kijk ik weer naar een aantal programma’s op TV, hoe minder brains ik ervoor nodig heb hoe beter.  Starten met Blind Getrouwd, overgaan naar Mijn Pop-Up Restaurant en vanavond -oh yes- Temptation Island.  Are you ready?  I sure am!  (en niet te vergeten: De Mol volgende week)

img_20170130_213918.jpg

  • Gegeten: met het weightwatchen vooral: veeeeeel fruit en groenten, serieus, ik moet er keiveel pipi van doen.  Het ene gerecht dat ik uit mijn onervaren mouw schud al beter dan het andere.  Zo gooide ik een portie  van een groenteschotel regelrecht in het compostvat omdat het absoluut geen beetje smaak had!  Ik ben sowieso geen grote groentefanaat wat het opletten wel bemoeilijkt, maar ik compenseer met extra fruit. Bij de Griek waar we vorig weekend een afspraak hadden kun je echter zo lekker eten dat punten tellen echt zonde is, dus neen, dan even niet. Ja, je voelt het al komen: ik suck in diëten.

img_20170201_134407.jpg

  • Gekocht: “Daar komen de vliegen” de nieuwe roman van David Pefko.  Als mensen mij om een boekentip vragen  (dat gebeurt eigenlijk nooit, dus ik weet niet waarom ik dat schrijf) dan vergeet ik altijd om “Het Voorseizoen” te noemen.  Nochtans vind ik het één van de beste boeken die ik ooit las.  Pefko won er 2012 de Gouden Boekenuil mee, dat zegt ook al iets denk ik.  Toen ik twee weken geleden naar Boekenhuis Theoria trok op mijn vrije middag was het nog niet uitgekomen, maar gewoon daar zijn, in die boekhandel.  Rondsnuffelen.  Op mijn gemak neuzen tussen de boeken, draaien aan het kaartjesrek en zwijmelen in het geweldige interieur van het nieuwe pand: topmiddag!

img_20170117_121246.jpg

en neen, ik heb geen notitieboekjes gekocht.  Al moet ik zeggen dat het wel serieus jeukte.

Ons huis…

…waar de badjeskinderen evenveel giechelen als ruzie maken

img_20170122_173313.jpg

…waar het in het toilet veel kouder is omdat dat deel niet werd verbouwd

…waar het avondlicht zo mooi binnenvalt op de onbeschilderde muren

img_20170122_165508.jpg

…waar duploblokken en playmobil-piratenhoedjes door elkaar liggen onder de keukentafel na een middagje spelen

…waar dezelfde beker melk drie keer tijdens één maaltijd wordt omgegooid

…waar een memoryspel op de keukentablet te vinden is, samen met de ongelezen weekendkrant, een kasticketje en het hoesje van een paraplu

…waar de moeder haar kinderen al eens op een foto forceert

img_20170122_153331.jpg

…waar op een modale zondagmiddag meer dekentjes in het rond en op de grond liggen dan opgeplooid in de dekentjesbak

…waar boterhammetjes met kaas gekruimeld worden

…waar de livingtafel immer vol en het wasrek nimmer leeg is

…waar je soms al eens een lege koffietas in de badkamer kan vinden

…waar er wel eens om 11u ’s morgens in peignoir naar buiten wordt gerend om de vuile handdoeken van het feestje van de avond ervoor uit de wagen te halen.

img_20170122_100942.jpg

…waar de buren doen alsof ze niets merken en eens vriendelijk zwaaien als ze jou in die hachelijke positie tegenkomen

img_20170122_110645.jpg

…waar kinderen al doende leren

img_20170120_183133.jpg

…waar gekust en geknuffeld wordt bij het slapengaan

img_20170121_163606.jpg

…waar “lach eens” wordt geïnterpreteerd als “doe eens uw mond wagenwijd open”

ja…

in dat huis is het best wel aangenaam vertoeven.

…en hoe is het nu?

Het hele klets-boem-patat-verhaal is ondertussen bijna één week oud.  Het bracht wel wat teweeg zoals zoveel dingen die je meemaakt:

  • Lippen genezen vlug.  Waar ze vorige week nog mijn neus raakten zien ze er nu alweer gewoon uit, ze zijn nog steeds kapot aan de binnenkant maar elke dag iets minder erg.  Het is ook al een hele vooruitgang dat voedsel nu in mijn mond blijft zitten in plaats van terug op mijn bord te belanden.
  • Tanden herstellen zichzelf vanuit de binnenkant.  De tand is in een constant proces van herstel, althans levende tanden.  Dode tanden weliswaar niet.  Gezien ik in mijn voorste tanden geen gevoel meer had op donderdag en vrijdag ben ik maar eens gaan informeren bij de tandarts wat ik daarmee moest aanvangen.  Toen de tandarts zei dat er wel degelijk barsten in waren begon ik net niet te wenen.  Met je mond open is het echter moeilijk tranen wegslikken.  Barsten in mijn voortanden?  Dan toch?  Ze nuanceerde meteen en zei dat het enkel de glazuurlaag was en dat er wel een kans bestaat dat er een stuk glazuur in het glazuur van mijn cupcake belandt.  De droom waarbij ik al mijn tanden verlies en die liggen te rammelen in mijn mond (toch zo’n typische droom die ik meerdere keren per jaar mag ervaren) zou wel eens op die manier een klein beetje werkelijkheid kunnen worden.  Ik ga er van uit dat alles op zijn plaats zal blijven zitten.  Volgens de tandarts “heb ik heel veel geluk gehad” omdat er geen wortels of tanden gebroken zijn en de voortanden nog leven.  Ik moet nog zeker 6 weken geduld uitoefenen eer de pijn van “de stuik” wegebt en ik ze weer ga kunnen gebruiken.  Gemalen vlees for the win!
  • Er bestaat zoiets als “een spier die bloot ligt”.  Onder je vel hé.  En je kunt daarop duwen, dat deed de kinesiste vandaag.  Ze heeft me ook verzekerd “dat ik nu geen rugpatiënt ben” wat voor mij alvast een grote opluchting was, want: I don’t do pain.  Pijn en ik, dat gaat echt niet samen.  Niet alleen ben ik enorm teerhartig, ik ben absoluut niet graag ziek.  Het duurt ook altijd even voor ik wil erkennen dat er ergens in mijn lichaam iets mis is.
  • Je lichaam kan je geest serieus in de war sturen.  Zo was ik er altijd van overtuigd dat ik een gezond persoon was.  Ik was weinig ziek, had nooit ergens pijn en ik voelde me in perfecte staat, weliswaar regelmatig moe, maar met twee kinderen onder de 6 jaar lijkt me dat wel aannemelijk.  En dan ineens gaat het lichaam tegen dek zonder waarschuwing, zonder voorbode van “hey, doet het eens rustig aan hier”.
  • Pijnmedicatie is serieus.  Vorige week nam ik enkele dagen brufen.  An sich weet ik daar niets van en kan ik niet inschatten of dat zwaar is of niet, maar ik sliep waar ik stond.  Voor mij was dat pure slaapmedicatie.  Ik neem nooit pillen, doe niet aan vitaminen of allerhande kuurtjes om winters door te komen.  Het feit alleen dat ik sliep als een blok deed me stilstaan bij hoe verslavend zo’n dingen kunnen werken.  Ik sliep meer dan ooit en voelde me ’s morgens nog eens kiplekker en pijnvrij.  Ondertussen vroeg ik de huisarts om de medicatie af te bouwen, vandaag zelfs zonder.
  • Er is een beetje schrik.  Dat het nog eens zal gebeuren.  En er komen wel eens “wat als…”-verhalen in mijn hersenpan.  Wat als ik helemaal verkeerd was neergekomen?  Wat als ik alleen was geweest met de kinderen?  Wat als mijn tanden effectief gebroken waren?  Wat als ik boven aan de trap had gestaan?  Wat als, wat als, wat als….?  Ik heb van mezelf altijd aangenomen dat ik goed kan relativeren en dat problemen opgelost worden als ze zich stellen, ik veronderstel dat het zal moeten slijten en dat ik terug vertrouwen moet krijgen in mijn lichaam.
  • Ik ga aan Ilja leren hoe hij iemand moet opbellen indien er zich een noodsituatie voordoet.  Akkoord ik ben ge-“wat als”-t momenteel, maar hij wordt 6 jaar en het lijkt me geen overbodige luxe dat hij dat kan.  Ik wil hem geen schrik aanjagen maar zijn gezond verstand laten spreken in zo’n situatie.  Tips om dit aan te leren zijn meer dan welkom.

 

weet je nog die keer…

Dat is zo’n verhaal waar we later gaan aan terugdenken en zeggen “weet je nog…” zei mijn echtgenoot gisteren troostend.  Ik tjaffelde verder om terug in de zetel te landen.  Na enkele dagen met lichte lage rugpijn  en een goeie sessie bij de osteopaat ging ik dinsdag zonder veel rugpijn werken, het ging goed, niet te wild, maar het lukte.  Woensdagochtend werd ik veel te vroeg wakker, draaien, keren, niets marcheerde zoals het moest.  Ik besloot op te staan en in beweging te komen.  Dat ging dan weer wel, de trap af, de klassieke dingen ’s morgens.  Chauffage opzetten, koffie maken, toiletbezoekje, je kent dat wel.  En ineens werd ik onwel.  Moest ik nu overgeven?  Wat was er gaande?  Ik zette me op de stoel aan de keukentafel, het tafellaken begon te draaien.

Toen ik mijn ogen opende hoorde ik luid gebonk, techno?  Ben ik in bed?  Ik zag de keukendeurmat met de poesjes op, bloedspetters.  Fuzzy.  Op de grond?  Er was pijn maar ik wist niet wat nu juist pijn deed.  Ik begon te roepen naar mijn slapende echtgenoot.  Zonder gehoor.  Ik riep luider.  Er liep bloed in mijn mond.  Geen antwoord.  Was hij hier niet? Ik voelde mijn bloedende lip, of was het mijn neus?  De deur geraakte open, een verlossend antwoord van boven, hij was er toch.

Met een coldpack tegen mijn gezicht stonden we een uur later op spoed.  De kleren die ik door mijn rugpijn zo moeilijk had aangekregen moest ik weer allemaal uitdoen.  Er werden electroden op mij geplakt, bloed afgenomen en een irritante bloeddrukmeter blies met de regelmaat van de klok zichzelf aan en af.  Een bloeddrukval door een pijnscheut was hun vermoeden.  Ik kreeg een zware pijnstiller op mijn tong geduwd.  Een uur later duwden ze me naar de scanner, alles werd een beetje moeshie.

In de scanner werd mijn hoofd bekeken.  “Hou uw mond even dicht aub”.  Mijn dubbele lippen en het ademen door mijn gezwollen neus bemoeilijkten deze opdracht.  Ik weet nog steeds niet waar mijn mond begint en waar hij eindigt.  Wie kiest vrijwillig om lippen te laten opspuiten?  Serieus, die zijn overduidelijk nog nooit op hun gezicht gesmakt!

Woensdag spendeerde ik in de zetel met de rug, de spiegel vermijdend, eten in stukjes gehakt.  Door de pijnmedicatie sliep ik de voorbije nacht enorm goed, deze morgen was de rug beter.  En nu?  Na een voormiddag rusten en op het gemak doen is de meeste pijn voorbij.  Was er woensdagochtend iets in mijn rug geschoten waardoor ik ben flauwgevallen?  Heeft het zichzelf ondertussen weer opgelost?  Geen idee maar het was een vreemde ervaring.  Het besef dat je eigen lichaam je lam kan leggen in één seconde.  Ik doe het nog even rustig aan.  Met een kleuter en een peuter in huis is dat niet ideaal, heffen en tillen werd afgeraden, maar er werden oplossingen gezocht en het komt wel goed.

img_20170112_125358.jpg

Als kind lachten we altijd ons moeder uit omdat ze haar spaghetti in stukjes sneed om te eten, maar kijk, ze had gelijk: dat smaakt ook naar spaghetti.

 

I surrender

Eens ik daar binnenga is het 100 % overgave.  Ik vertrouw hem volledig want elke keer als hij me aanraakt zit hij er boenk op.  “Doet het hier pijn?” waarbij het recht op die plek drukt waar alles wel lijkt tegen te trekken, de protestplek.  Ik weet dat de behandeling op zich geen pijn doet, maar toch sta ik elke keer in klam zweet als ik naar daar vertrek.  Het kraken blijft een merkwaardig gevoel.  Hij kondigt niet altijd aan wat hij zal doen en dat is in mijn geval het beste.  Hoewel ik na een 5-tal sessies doorheen de jaren wel ongeveer weet wat er zal gebeuren blijf ik toch telkens denken “wanneer zal het komen?”.  We liggen in vreemdsoortige posities, hij over mij, ik naar het plafond starend.  Ik word gevraagd om uit te ademen en hij smijt zich ten volle op mij om mijn rug te kraken.  Truntzak die ik ben laat ik dan altijd een Sharapova-kreetje achter, gewoon om de spanning die zich in mijn lichaam opbouwt te verlichten.  Vandaag ging hij achter mij zitten, mijn handen op mijn schoot, zijn arm rond mij, complete surrender.  Hij duwde mijn hoofd schuin, “laat je maar hangen”  waarna er een gigantisch gekraak volgde onder zijn druk.  Ik was er niet goed van.  Het voelde alsof ik zonet heel belangrijk nieuws had gekregen en dit moest verwerkt worden.  Op slag doodmoe!  Alsof de geest eventjes meegekraakt werd.  De hele middag was ik pompaf door dat gekraak, alles zit weer los wat vast zat, ik kan er weer tegen.