40 dagen niet bloggen

Kathleen is weer de inganksteekster van 40 dagen bloggen. Zoals bij alle andere edities doe ik niet mee. Ik blijf bloggen maar liefst op mijn eigen tempo. Momenteel ligt het wat stil wegens een aankomend examen (wish me luck!) en uiteraard krokusverlof (wat ik officieel niet heb). Toch vind ik het altijd noemenswaardig als anderen erin slagen om dit wel 40 dagen vol te houden. En schrijven doet inderdaad schrijven. Zo zit ik soms een week te kauwen op een tekstje en komt het er dan in één floep uit. De dag erna heb ik al meteen een tweede blogpost klaar. Hoewel ik er met mijn ritme van tegenwoordig totaal geen ruimte meer voor heb zou ik ergens toch wel eens een korte schrijfcursus willen volgen. Nina organiseert in De Kwekerij regelmatig workshops, vooral deze van “Groots schrijven over kleine dingen” spreekt me aan, was het niet dat mijn zonen op dat moment op een podium staan dansen op hun schoolfeestje. Ik word er verwacht om te snotteren op mijn stoel en te hopen dat niemand het merkt. Plus ik heb iets goed te maken nadat we er vorig jaar niet bij waren wegens de New York-reis.

Anyway. Ik broed op tekst. Ik maak regelmatig foto’s. En ooit komen ze hier wel eens terecht. Met tijd en boterhammen.

Flashdance

Vers gedoucht. Tanden gepoetst. Haar gewassen en gedroogd. Benen zo goed als mogelijk gladgeschoren. Alsof je je opmaakt voor een date waarvan je niet weet hoe hij zal eindigen. Het enige verschil: geen make-up. Want wat heeft het voor zin om je op te maken voor iemand die je komt masseren. That’s right! Ik kreeg een fullbodymassage van een vriend die een opleiding tot masseur volgt.

Of dat niet wat vreemd is, een man die naar je huis komt om je te masseren. Zou het vreemd zijn als het een vriendin was? Misschien zou niemand er een wenkbrauw voor optrekken. Maar ik kan perfect een vriendschap hebben met een man zonder dat daar meer aan te pas komt. Zonder dat er geflirt, geteased of intiem wordt gedaan. Weet je, op zo’n moment draait alles rond respect. Ik weet dat hij mij respecteert waardoor ik er ook geen moeite mee heb om even in mijn laatste laagje kleren op de massagetafel te balanceren in the cold hard daylight zeg maar.

De massage zelf, dat was een ervaring. Een speciale ervaring zelfs. In het begin was het wat moeilijk om los te laten en me te ontspannen, maar gaandeweg ging het beter. Achteraf moest ik wat bekomen want er werd geëindigd met de rug en nek en daar krop ik de meeste emoties op. Een plek die ik ook regelmatig door de osteopaat moet laten losmaken en waarna het ook altijd wat…heavy kan zijn. Als ik word gekraakt komen mijn emoties ook los. Het was best wel gelijkaardig met de massage. Nadien moest ik even gaan zitten en wat napraten met een koffietje. Dat deze eerste echte massage gebeurde door iemand die ik persoonlijk ken was een meerwaarde.

En wat vindt uw eigen man daarvan? Hij kent mij. Hij weet hoe ik tegenover anderen sta. Hij kent de masseur ook. Hij weet hoe hij bestaat. Al die gegevens samen maken het helemaal OK. Zelf zou ik er ook geen probleem mee hebben in het omgekeerd geval. (En misschien werd er wel grappend op voorhand gewaarschuwd: “Zolang je niet flasht bij hem is het goed!”)

…nowadays…

Ik zie mijn highschoolboyfriend in zijn wagen aan de verkeerslichten terwijl ik indraai. Hij is te diep in gedachten verzonken om mij op te merken. Onze mommymobiels volgeladen met elk 2,5 kinderen, vermoedelijk wat boodschappen in de koffer en aan het luisteren naar 90’s hits. Ik besef: dit is het leven nu. Naar de gitaarles rijden, de comisjes inplannen en met de kleine broer zwaaien naar de trein tot hij toetert.

Op Instagramstories zie ik iemand voortonen hoe je gemakkelijk een paprika kan snijden zonder te klooien met al die pitjes. Ik kan niet anders dan gefascineerd volgen. Na een volle minuut komt het besef: ik ben naar een filmpje aan het kijken over paprika’s snijden. Ik hou geeneens van paprika’s. Toch blijf ik onder de indruk.

De kleuter komt me vragen om zijn monsterpak op te plooien. In feite gewoon een onesie uit de Action die het hopelijk uitzingt tot op de carnavalsmiddag op school. Ik vraag me af hoe ik dit het best Konmari kan opplooien. Na het zien van de Netflix-serie “Tidying up” pakte ik zijn overvolle kledijschuiven aan. Het monster geeft zich nog vlug over. Alleen wat moeite met de hoorns.

De Robin Hood-tekenfilm waar de kinderen zich op vergapen werkt op mijn zenuwen. Maid Marian kwekt erop los. Ze heeft beangstigend mooi geshapete wenkbrauwen en ik vraag me af of ze haar niet iets minder perfect moesten afbeelden.

Ik denk terug aan een antwoord op de quiz waar we zaterdag aan meededen. Er werd gevraagd naar de Engelse uitdrukking voor wat we in het Nederlands als “alles is beter met twee” benoemen. (Is dat zo?) “It takes two to tango.” Ik besef nog maar eens dat het Engels zo mooi kan zijn. Sommige uitdrukkingen kun je geeneens vertalen. Ik denk maar aan “It puzzles me”. Hoewel -vermoedelijk- iedereen wel begrijpt waar die uitdrukking over gaat is het niet zo eenvoudig om een waardig alternatief te vinden in het Nederlands.

Mijn gsm pingt erop los. We proberen een datum te vinden voor een vergadering van ons subgroepje van het Gezinsbondbestuur. Wie kan het huis verlaten, wiens partner moet laat werken, waar kan de vergadering doorgaan. Whatsapp-groepen kunnen een handig instrument zijn maar mijn schermtijd schiet de lucht in.

De verwelkte tulpen in de vaas naast de kabouter staren me mistroostig aan. Hun kopjes net nog hoog genoeg om me in de ogen te kijken. Hoewel ik ze dagelijks vers water gaf zijn ze nooit echt tevreden geweest. Nah, het gebeurt. Niet alles hoeft een match te zijn.

…en hoe ist bij jou?

Currently

“Elke dag buitenkomen”. Dat zou ik aan iemand anders aanraden als die zich niet zo goed in zijn vel voelt. “Veel wandelen” zou ook één van mijn tips zijn. So I did. Elke dag ging ik wandelen, soms lang, soms kort. Ook al was ik vermoeid door nachtdiensten. Alle beetjes hielpen. Deze ochtend deed ik mijn 6e wandeling van de week en het was het zo keihard waard, oordeel zelf maar:

Ik moet er altijd op gewezen worden dat de lens van mijn smartphone vuil is. En dan vergeet ik telkens om die weer te kuisen. Gelijk hoe, het mooiste van de dag heb ik meegemaakt terwijl er nog veel rolluiken naar beneden waren.

Gisteren had ik een vrije zaterdag en spendeerde die met de echtgenoot en de kinderen. Ze worden niet altijd laaiend enthousiast als we verkondigen “dat we gaan stappen”. We bezochten het kasteeldomein van Zonnebeke waar de Peace Gardens de rode draad vormden in de korte wandeling. Het is een meerwaarde als één van de kinderen kan lezen. Grootste pluspunt: er is een gigantisch kanon te zien. Linus vroeg zich af: “Wat dat karton hier deed”.

Ik ondervind weer plezier in het fotograferen van alles rond me. De voorbije maanden moest ik mezelf soms forceren om een foto te nemen van iets. Geen idee waar die afkeer ineens vandaan kwam, misschien een overload aan vanalles?

Soms helpt het ook om gewoon eens clutter te clearen. Outer order inner calm, ik ben hier weer met mijn Gretchen Rubin, maar kan ik het helpen dat ze soms (in mijn ogen) zinvolle items aanhaalt. Zo pakte ik gisteren samen met Ilja de potjeskast aan. Alle potjes zonder deksel vlogen zonder pardon de PMD-zak in.

Op wat gelijkt dat eigenlijk? Ik erger me telkens blauw als die dekseltjes niet meer passen doordat ze vervormen in de vaatwas. In feite zou ik eens moeten investeren in steviger materiaal als de rest van mijn potjes de geest geven. Het is ook moeilijk te begrijpen dat sommige potjes op miraculeuze wijze hun dekseltje kwijt spelen. Zou ik ook ineens het dekseltje van op mijn potje kunnen kwijtspelen? Stof tot nadenken.

Met zijn toestemming gepikt bij Steven Gielis van Zitdazo, wel heel toepasselijk 🙂

Ventilatie

Terwijl ik stampvoetend mezelf een weg baan schieten de gedachten alle richtingen uit. Het is 18u, ik ben net weggevlucht uit het spitsuur van mijn gezin nadat mijn man voorstelde dat ik eventjes buiten ging. Hij kent me goed.

“Slechte moeder, rottige echtgenote” “Laat mij gerust” en “G-dverd-mse schijtboel!”, alles ging systematisch en op het ritme van een metronoom door mij heen. Bij de vierde kilometer begon de metronoom stil te vallen maar de gedachten waren nog niet allemaal weerlegd. Zou dat bestaan, een telefoonnummer waar je naartoe kunt bellen om gewoon te ventileren? Zonder dat je er iemand mee lastigvalt op het drukste moment van de dag. Gewoon vloeken en foeteren tegen een apparaat. Een ventilatie-box als het ware.

Een hele dag thuis met een zieke kleuter eindigde gisteren in een immense bleitsoep en de tranen kwamen niet alleen van het waterpokkenvriendje. ’t Is een schatje maar hij blijkt een immense “goestebrokke” als hij zich niet 100% in zijn vel voelt. “Ik wil geen TV, ik wil kleuren” “Ik wil geen appel” “Ik wil toch een appel!” “Ik ga niet slapen” (en dat deed hij ook niet). “Wat ben je aan het doen?” “Kijk mama! Kijk!” “Mamaa!!! Kijkkkkkk!!!” Dat ik de hele dag in de weer ging zijn met neurofen, zyrtec en eosine was zwaarder dan ik had ingeschat en ik werd met het uur moedelozer. De minuten scandeerden: “Weer niets gedaan voor je examen!” terwijl ze voorbij tikten. De zenuwen bouwden op en alles kwam tot een hoogtepunt toen ik tegen het kleine manneke zei riep “Dat hij nu echt moest stoppen met wenen!” Mijn pot kookte volledig over en het enige wat ik wou was gerust gelaten worden. Een uur wandelen en een lichte mental breakdown later bleek het grootste kwaad voorbij. Ik liep naar boven waar zijn papa hem net had ingetukt en ging nog eens over zijn hoofdje wrijven. “Ik hou zoveel van jou mama, bedankt als jij nog eens bent gekoomt”.

Een nieuwe man in mijn leven.

Als de kinderen naar school vertrekken strekt de dag zich voor mij uit. Haah the joys of betaald verlof! Ik zwaai hen uit aan de voordeur en krijg twee hartjes in de plaats terug. Mijn mannen weten perfect hoe ze mij kunnen doen smelten.

Terwijl ik naar de kippen ga merk ik dat wandelen of lopen niet meer op mijn lijstje komt voor vandaag. De gure wind blaast het deksel van de kit met graan weg, Tommy en Kafka pikken dankbaar restjes rijst op, ik krijg één ei in de plaats. Terwijl ik het ei schrob vraag ik me af wat ik eerst ga doen. Schrijven stond geeneens op het to-do-lijstje dus het wordt vast een ietwat ongestructureerde dag. De laptop is nog aan het warmlopen en daar is Tommy alweer in de tuin op zoek naar wat hij kan vinden. Zelfs na 4 “vlerkbeurten” blijft hij koppig over de draad fladderen. Zijn pluimen waaien wild open, ik vraag me af of ik hem geen mutsje moet geven.

De ochtendspits met de kinderen verliep relatief rustig in vergelijking met woensdag en donderdag. Ik noemde het deze week zelfs één van de meest stresserende momenten van de dag. Hoewel hun jassen, fluojassen en allerhande wintertoestanden op één locatie liggen blijken ze toch altijd enorm veel tijd en aansporing nodig te hebben om zich klaar te maken voor het vertrek.

Look for freedom and choice – Rebels hate obligation and anything forced upon them. By keeping the end goal in mind and keeping their methods open and varied, they are more likely to stay on track.  (bron)

Een neverending discussie met Linus over het aantrekken van zijn schoenen. Hij kan het perfect zelf maar komt nog dagelijks vragen of ik het voor hem wil doen. Als ik hem in één woord moet beschrijven dan kom ik toch uit bij “Rebel”. Dat is het eerste dat in mijn opkomt. Uiteraard is hij een bijna-4-jarige met een kopje maar het valt toch op dat zijn temperament en zijn willetje moeilijk in te tomen zijn. Zo weigert hij pertinent om zijn nieuwe muts aan te doen die hij van zijn meter cadeau kreeg. Ik heb het losgelaten, hoe graag ik de muts zelf zie. Ik zeg hem letterlijk: “Jij mag zelf kiezen wanneer je ze aandoet”. Het heeft weinig zin om hem te forceren, ik verwacht wel dat hij een muts aandoet gelijk hoe. Een beetje controle geven en een beetje controle nemen werkt het best bij hem. “’t Is goed dat er wat poer inzit, je moet weten dat je één hebt hé” wordt wel eens gezegd. We weten het. We weten het.

Straks probeer ik verder te luisteren naar het Radio1-programma van dinsdag 5 februari waarin Kelly aan het woord komt over budgettering en YNAB. In 2019 nam ik een volledig nieuwe start met een volledig vers document in YNAB. Nu ik alle facturen van 2018 perfect kon inschatten kan ik ook veel beter budgetteren in de toekomst. Zo kan ik in 2019 de enveloppen met de ruitjes weer uitlachen terwijl ik de brievenbus ledig. Als resultaat van onze budgettering en YNAB in 2018 konden we zonder verpinken een nieuw bed kopen vorige week. Zo’n dingen vind ik best wel een verbetering bij twee jaar geleden. We komen op adem en dat voelt zo goed. Toch blijf ik vloeken bij mijn boodschappenbudget. Ik vraag me af of dat eigenlijk normaal is dat ik maandelijks tussen de 500 en 600 euro uitgeef aan boodschappen….nog mensen die dit hoog vinden of eerder dagelijkse kost?

De wasmanden lonken maar ik blijf nog even zitten. Mijn nieuwe aanwinst priemt in mijn rug, ik stelde David nog niet officieel voor, ik won hem op een familiefeest:

David keek wat mistroostig in de lucht terwijl hij trachtte te schommelen. Hij moet stil blijven zitten van me, er is reeds een fotokader gesneuveld terwijl ik hem een plekje wou geven. De kinderen kregen de instructies “om hem onder geen voorwaarde aan te raken”. Toen ik hem gisteren aan mijn poetshulp toonde en daarbij over zijn neus wreef sprak Linus me aan: “Je mag er toch niet aankomen?”.

Shouting my heart out

Een vriendin sms’te me de voorbije week of ik haar tips kon geven rond het schrijven van een artikel ter voorbereiding van een sollicitatiegesprek. Ik begon meteen luidruchtig terug te sms’n over reflecteren, over een casus uit verschillende hoeken bekijken, over het zeker betrekken van andere hulpverleners in de verslaggeving etc. Maar dat bedoelde ze niet. Ze had het echt over een luchtig artikel zoals voor een krantje of een website. Iets vergelijkbaars zoals op deze blog dus. Ik moest er echt wel eens over nadenken, want hoe doe je dat? Een tekst schrijven zonder er uren op te kauwen. Een tekst die je wil verder lezen tot het einde. Geen idee of lezers hier doorlezen tot ik klaar ben met ratelen en als dat niet het geval is, dan heb ik er alleszins geen last van. Het valt me de laatste maanden wel op dat ik van tijd tot tijd word aangesproken over mijn blog. Uiteraard heeft dat ook te maken met de vele sociale evenementen die geweest zijn in de maand januari. Toch waren “Ah jij studeert weer?” en “Ik lees soms je blog” de meeste aangesneden onderwerpen. Vooral: “Herkenbaar!” is iets dat veel terugkeert. Ik schrik soms wel als ik hoor wie hier allemaal meeleest, alles staat weliswaar openbaar maar toch komen de reacties soms uit de vreemdste hoeken. Worden andere bloggers ook soms gevraagd “Wanneer ze dat allemaal doen” en “Waar ze de inspiratie vandaan halen”? Ik heb niet bepaald een zak met inspiratie klaarstaan, geen teksten die ik reeds voorgeschreven heb waarbij enkel nog op “publiceren” moet gedrukt worden. Ik hou mij niet bezig met dingen op voorhand te schrijven, het komt zoals het komt. En komt het even niet, dan verschijnt er even niks. Daar zit in wezen helemaal geen techniek of vaste werkwijze in. Dat ik gemakkelijker schrijf dan spreek is misschien wel een feit. Het vloeit er vlugger uit als er een toetsenbord tussen zit. Hier shout ik al bijna 8 jaar mijn heart out en ik blijf deze pagina toch beschouwen als iets dynamisch. Van verhakkelde teksten tot pogingen tot PLOGGEN. Van lichtjes (zelf-)kritische meningen en luchtige kippenverhalen. Tussen de soep en de patatten. Of eerder tussen de pyjama’s en de badmomentjes. Zonder veel spektakel, alledaagsheid in een geschreven vorm.