Page 4 of 117

Prutsplanning

Toen ik twee jaar geleden overstapte van een flexibel uurrooster naar vaste uren had ik in het begin altijd het gevoel dat ik ’s avonds zoveel tijd had. Wie had er dan ook om 17u gedaan met werken? Ik had het alleszins nooit veel ervaren in die 20 jaar dat ik avonddiensten en nachtshiften deed.

Ondertussen is van dat gevoel nog weinig overgebleven. Ik werk ook meer uren dan voorheen waardoor ik geen wekelijkse vrije dag meer heb.

Maar wat is er daarnaast eigenlijk veranderd in die twee jaar? Hoe komt het dat ik nu minder het gevoel heb dat ik vrije tijd heb?

  • Doordat ik naar het werk fiets duurt mijn woon-werk-verkeer langer. Het neemt ’s avonds een extra half uur van mijn tijd. Zelfs tijdens de winter bleef ik doortrappen. Ik kan hier gerust een lijstje maken van alle voordelen maar dat hou ik wel eens voor een andere blogpost. Gelijk hoe: blijft een stevige aanrader dit!
  • Ik sport meer dan vroeger. Eén avond per week ga ik naar de groepsles en daarnaast probeer ik minstens één weekavond ook te gaan lopen. Bij sporten hoort ook: douchen, haar wassen,…heel de bataclan.
  • Het huishouden blijft liggen. Waar ik in mijn flexibele uurschema meer overdag kon opnemen blijft alles nu liggen tot ’s avonds en het weekend. Gelukkig moet ik niet koken tijdens de week, dat scheelt enorm! Na lang wachten start binnen twee weken ook mijn poetsman op.
  • De kinderen zijn groter*, ze komen op verschillende momenten thuis waardoor we later eten en alles wat opschuift. Daarnaast hebben ze ook naschoolse bezigheden die me wel soms en route houden.

Bij Kathleen las ik iets wat me triggerde: een avondplanning opmaken voor je vrije tijd. I know, als ik het zo zie staan vind ik het ook verre van sexy klinken. Maar misschien ligt daar wel de sleutel om uit mijn creatieve dipje te geraken. De avonden waarop ik niet ga sporten kunnen gerust wat beter ingevuld worden. Zo vind ik al een tijdje jammer dat ik veel minder lees. De gewoonte om ’s avonds een half uurtje te lezen voor ik de tv opzet lijkt ook in rook opgegaan. Een tijdje geleden ging ik ook volledig op in een craftprojectje om een vriendin te verrassen en omwille van de tijdsdruk die erachter zat kon ik met gemak drie avonden in die week bezig zijn met knippen, plakken en rommelen.

Van een andere vriendin kreeg ik dan weer de vraag hoe het stond met mijn bullet journal. (Mijn vriendinnen zijn echt wel mijn accountability partners zo te zien). Misschien is het allemaal vlotjes te combineren. Een avondplanning maken, de dingen die ik echt wil doen voor mezelf inplannen en alles noteren in mijn journal. Een follow-up begin april zou wel handig zijn eigenlijk. Want mijn goeie gewoontes laat ik regelmatig slingeren als ik de vinger niet aan de pols hou. Maar waarom is zoning out en vegeteren in de zetel met je smartphone en een serie op de achtergrond ook zo aanlokkelijk? En waarom voel ik me wel energetischer als ik schrijf, pruts, luister of lees?

Wordt vervolgd!

*Bijna 10 en bijna 14. Ik moet soms eens knipperen met mijn ogen als ik het zwart op wit lees.

Balans

Less is more. Het is een thema geweest enkele jaren in mijn leven. Op mijn andere blog Minimaliese kun je daar nog de verslaggeving van terugvinden. Er ligt stof op maar dat wil daarom niet zeggen dat de inhoud niet meer van toepassing is.

Hoewel ik het in 2019 op grote schaal heb gedaan komt het less-is-more-principe dezer dagen vooral terug in enkele kleine acties die ik aan het uittesten ben. Ik begin stilaan weer wat te declutteren (inclusief ook het Vinted-vloeken). Ik moet ook (tot mijn scha en schande?) toegeven dat het declutteren nodig is omdat ik de laatste tijd wel veel aankoop. Mijn kleren waren serieus versleten dus die ben ik nu wel systematisch aan het vervangen. Tegelijkertijd blijf ik het wel moeilijk vinden om weelderige planten en kleurrijke koffiemokken te weerstaan. Gelijk hoe, uitgaven doe ik nooit zonder nadenken eigenlijk. De wannabe-minimalist in mij blijft toch wel zeer sterk aanwezig.

Maar less is more is natuurlijk niet enkel een geldzaak. Het is een levensstijl die ik eigenlijk wat nieuw leven wil inblazen. Ik ben bewust bezig met lezen en luisteren over schermgebruik, niet alleen mijn eigen schermgebruik maar ook dat van de kinderen. In december schreef ik al over het interessante boek “Beschermtijd” en de bijhorende podcast van Marloes Jonker, maar momenteel heb ik nog niet veel aanpassingen ingevoerd. Het wordt ook netjes verwoord in de recentste aflevering van de podcast Scroll-a-holics van Yasmin Vantuykom: “Ik weet rationeel wel dat ik het zou moeten doen, maar toch doe ik het niet”. Maar er zijn al kleine zaadjes geplant en uit ervaring weet ik ook dat zoiets bij mij traagjes moet op gang komen. In Scroll-a-holics gaat Yasmin in gesprek met enkele experten over allerlei varianten van schermgebruik. Er kwamen al interessante thema’s aan bod: vooral over hoe je het voorbeeld stelt naar je kinderen en wat een “gezonde” portie schermtijd is voor kinderen maar ook wat schermgebruik tijdens je gesprekken met anderen veroorzaakt. Dus het less-is-more principe is wel iets om verder over na te denken. Ik wil niet noodzakelijk minder schermtijd (al is het natuurlijk mooi meegenomen) maar vooral iets kritischer zijn over de inhoud van dat scherm. Ik kocht daarom vandaag een digitaal abonnement op de krant omdat ik het mis om het streeknieuws te kunnen lezen.

Naast het mentale ben ik ook op kleine schaal bezig met het fysieke. Sinds eind december drink ik geen alcohol meer. In feite was dry january al een halve maand bezig toen ik besefte dat ik na de kater op een kerstfeestje heel bewust even niets meer wou van drank. Ik had genoeg gehad die avond en de fysieke gevolgen de volgende dag waren serieus blijven hangen. Sowieso was ik de laatste tijd iets kritischer komen te staan tegenover alcohol en wat dat met een mens kan doen. Het voorbije jaar heb ik ook meerdere keren ervaren dat ik echt slecht slaap als ik alcohol heb gedronken. En dan heb ik het niet over een nachtje woelen, maar echt over vreemde dromen en wakker schieten in klam zweet en lichte paniekjes. Dus ik besloot om door te gaan, op zijn minst tot het einde van de eerste maand en dan te evalueren. Op het einde van januari had ik nog niet het gevoel dat er veel verschil te merken was, maar vier weken leek me dan ook niet zoveel dus nu ben ik ook heel de maand februari alcoholvrij aan het leven. Ik zie wel hoe het verdergaat. Niets moet en ik weet ook wel dat er een dag komt dat ik waarschijnlijk op een terrasje een frisse rosé ga drinken maar dan is dat ook OK. Ik ben er bewuster mee bezig en dat is heel wat vind ik.

Denk jij vaak na over je schermtijd of je alcoholgebruik?

Laden en loslaten

“Is er iets?” vraagt de jongste terwijl hij rondspringt met een lader voor zijn tablet in de hand. “Pjieuw pjieuw” fluistert hij terwijl hij met de pinnekes van de witte kop in mijn richting wijst. Wannabe geweertjes. Kleine stroomstootjes uit een onmisbaar item. We kunnen niet meer zonder deze toestellen en nog minder zonder hun accessoires. Als we onszelf zouden kunnen opladen met enkele pjiewpjieuwkes uit zo’n dingetje dan maakte ik daar graag gebruik van.

“Neen er is niets”. Zijn onschuldige springsels toveren een glimlach op mijn gezicht terwijl hij pjieuwpjieuwend weghuppelt. De tablet krijgt binnenkort zijn nodige power, ik vermoed dat hij de batterij tot op 1% liet leeglopen. Iets wat wij met onze toestellen nooit zouden doen, want stel je maar eens voor dat we ons zouden moeten behelpen zonder gadget. Elke avond moet er vanalles opgeladen worden en het enige wat ik wel eens vergeet is mijn laptop. Gezien ik er aanzienlijk minder tijd op doorbreng valt het minder op dat hij platloopt. Laat het nu net die laptop zijn die mij voorziet van wat persoonlijke oplaadtijd.

Ik wrijf mijn vingertoppen over het klavier terwijl ik in de zetel wentel. Terwijl ik nadenk dansen mijn twee wijsvingers over de F en J . De kleine verhoogjes op die toesten begeleiden al jaren de stand van mijn handen tijdens het blind typen. Ondertussen wordt mijn oudste zoon overhoord door mijn echtgenoot. Een lading fysicabegrippen vult de living. Grootheid, Vector, snelheid, kracht. Nadat ik mijn noisecancelling headphones opzet zie ik enkel nog zijn mond en zijn handen bewegen. Fysicamime. Aan de stand van zijn ogen merk ik dat hij hard moet nadenken over de antwoorden die van hem verwacht worden. Hij wordt ontmoedigd teruggestuurd naar de studeerplek. Wetenschapsvakken zijn nooit echt mijn sterkste kant geweest. Wat waren eigenlijk wel mijn sterkste vakken? Geen idee eigenlijk. Misschien Engels? Zeker geen Duits of wiskunde. En hoeveel procent van al die middelbare schoolvakken gebruik ik nu op de dag van vandaag eigenlijk? De meeste onderdelen van onze dagelijkse jobinhoud hebben we maar geleerd door ervaring op te doen op de werkvloer. Niet dat ik tegen het onderwijs ben, verre van, dat ze maar vanalles leren. er zitten ook heel interessante dingen tussen maar die moeten we veelal niet opvragen.

Er zijn gewoonweg nog zoveel dingen die ze gaan leren door te leven. Door te ervaren en te ondergaan. Dingen die we niet hoeven te overhoren of waar we geen studieboeken voor moeten aanschaffen. Als ouders kunnen we hen alleen maar ondersteunen en een goeie basis meegeven. De invulling van het leven, daar gaan ze zelf voor moeten zorgen.

En misschien onthouden ze wel dat blind typen voor hun moeder het beste werkt als ze kan starten door met haar vingers over de F en de J te wrijven.

En misschien vinden ze wel hun eigen manier. Maar dat is ok.

Pick-ups en porren

Ow, ik was hier niet meer sedert 10 december! Ik moest even mijn ogen dichtknijpen zodat ik me kon focussen op hoe lang dat eigenlijk geleden is. Eigenaardig genoeg lijkt het voor mij eenvoudiger om uit het hoofd te tellen als ik daarvoor mijn ogen dichtknijp. Alsof de bewerkingen niet door beelden mogen onderbroken worden ofzoiets.

Ik begin het concept van de winterslaap meer en meer te begrijpen. De voorbije zeven (acht?) weken zijn niet gebeurd. Ja, er was de kerstperiode en daarna de jaarovergang (gelukkig nieuwjaar by the way….). Ik nam ook al wat verlof op in de kerstvakantie maar dat lijkt nog sneller te gaan vind ik.

De voorbije weken voelden als een eindeloze carrousel van opstaan – koffie – kinderen uit bed krijgen – werken – thuiskomen – eten – kinderen – serietje kijken – slapen. Ik zet er heel bewust streepjes tussen want net in die streepjes vond ik wel wat momenten voor mezelf. Het is te zeggen: ik pakte ze. Maar het was vooral mijn fysieke staat die werd verzorgd. Afgezien van de ijsweek bleef ik wel netjes doorsporten en zo goed als het kon met de fiets naar het werk gaan maar mijn ziel werd te weinig gevoed. Dat voel ik aan elke vezel in mijn lijf. Deze blog is er het mooiste bewijs van: ondervoed en magertjes.

Mijn lieve vriendin Kelly gaf me recent nog een virtuele por (oh waar is de tijd van het porren op Facebook? Porren is irl al niet zo aangenaam, laat staan dat het online gebeurt). Niet dat haar gepor me irriteerde, ik heb haar namelijk zelf gevraagd om dat regelmatig te doen. Maar ik reageerde nogal vrats met “Ahja, niet goed hé” toen ze me vroeg hoe het stond met mijn dagelijkse schrijven.

In mijn beleving was ik misschien niet veel bezig geweest maar toch stond mijn schriftje vol met woordenbrouwsels, halfslachtige zinnetjes en pick-ups. Met pick-ups bedoel ik niet de toestellen waarop je een LP kan afdraaien, maar woorden die ik ergens oppikte en die de basis vormden voor een eigenzinsel. Maar het vlotte niet zoals anders. Haar gepor is eigenlijk een daad van liefde, ze weet namelijk dat ik moet schrijven om mijn hersenpan te reinigen. Speaking of reinigen: ik stap binnenkort weer over op poetshulp. De winterslaap deed ook geen goed aan de staat van mijn huis. Ik heb er lang tegenop gezien omdat ik me het geregel ontzag. Ik weet uit het verleden dat het enorm fijn thuiskomen is in een proper huis maar dat er ook veel frustraties waren (“Ik ben ziek” “Er kan niemand komen vervangen” of “Ik zend iemand anders maar op een ander uur”…) en gelijk hoe was dat soms wel een bron van stress. Huishoudhulp zou net het omgekeerde effect moeten hebben dus ik bekijk het wel een beetje vanop een afstandje voor ik sta te juichen over mijn beslissing….

Waarom heb ik het gevoel dat ik off topic ben gedwaald?

Ohja, porren.

Ik was vroeger een “porrer”. Mensen warm maken om ergens aan mee te doen, zelf zaken (co-)organiseren, WhatsApp-groepjes onderhouden, een opleiding hier en daar. Het voelt pijnlijk confronterend als ik het hier zo neerschrijf. Auwtch, schrijven kan dus ook een ander effect hebben dan louter reinigend. Ergens onderweg is het leven er tussen gekomen. De porrer werd de geporde. En ik voel wel dat dat nog in me zit om uitdagingen van dicht te bekijken en voor mezelf kritisch uit te maken “of ik ze ook zou kunnen”. Dus als mijn vriendin me een virtuele duw geeft veer ik wel redelijk snel op en neem mijn stylo ter hand. Er staan ook heel wat teksten te verkommeren in het vak van de concepten. Niet dat ze perfect moeten zijn maar ik werkte gewoon niet door omdat de tijd of energie ontbrak. Veel is ook niet voor publicatie vatbaar. Ik hanteer nog altijd de “Mag mijn chef dit lezen?”-regel voor mezelf alvorens ik iets online publiceer.

Dus om terug te keren naar het voeden van mijn ziel: ik vermoed dat de komende periode er één zal zijn van de juiste balans vinden tussen onder- en overprikkeling. Er is een bepaalde input nodig bij mij om me te triggeren tot creatief bezig zijn maar tegelijkertijd lukt het me niet als ik overprikkeld ben. Te weinig input zorgt voor te weinig output. Dus de juiste hoeveelheid van beide zal nodig zijn om mezelf content te houden.

Dat en een por hier en daar.

De 7 ge’s

Geluisterd

Ik luister niet systematisch naar podcasts. ’t Is te zeggen: ik luister veel verschillende podcasts maar quasi nooit alle afleveringen. Er zijn periodes van podcastovervloed en dan gaan er weken voorbij dat ik er geen enkele hoor. “Alles Goed?” vind ik wel een toegankelijke podcast want het gaat over uiteenlopende thema’s. Vandaag hoorde ik de aflevering “Waarom luisteren gelukkig maakt”. Evy Gruyaert en haar gasten kaderen waarom ècht luisteren zoveel kan teweeg brengen en ze geven tips hoe je dit kan doen.

Gelezen

“Fuck Therapy” (Edwina Poppe) sprak me meteen aan in de bibliotheek omwille van de titel en de ietwat speelse cover. Ik moet eerlijk toegeven dat ik dacht dat het het zoveelste boek over zelfzorg ging zijn. Deze keer had ik het verkeerd. Zelfs met wat ik las op de achterflap had ik het idee dat het een quickfix-boek ging zijn, maar dat is het eigenlijk niet. Edwina Poppe schetst aan de hand van verschillende praktijkvoorbeelden hoe bepaalde psychische klachten ontstaan en hoe je die bij jezelf kan herkennen. Ze schrijft op geen enkel moment therapie af of doet geen afbreuk aan hulpverleners maar ze geeft wel informatie over psychische en psychiatrische aandoeningen en hoe die in therapie worden aangepakt.

In “Beschermtijd” (Marloes Jonker) ging het dan vooral over de effecten van smartphonegebruik op kinderen en jongeren. Het boek is uitgekomen in oktober 2024 waardoor het heel accuraat is. De auteur is ook podcasthost bij “Snap jij het nog?” In het boek en in deze podcast gaan ze dieper in op enkele thema’s die leven bij ouders met tieners en hoe het er dezer dagen aan toegaat online. Als ouder van een 13-jarige vond ik dit heel leerrijk.

Gewandeld

Een ouderwetse walk&talk met mijn sister from another mister. Echt, we moeten dat meer doen. Wandelen en babbelen met mensen die we graag zien. Dat doet gewoon deugd en het is pas als we het een tijd niet gedaan hebben dat we beseffen dat het weer veel te lang geleden is.

Gelopen

Ik herbegon een jaar geleden met joggen. Waar ik eind vorig jaar nog met een schema liep “1 minuut wandelen – 1 minuut joggen” doe ik nu altijd een toertje van een grote 5 km. Ik probeer dit twee tot drie keer per week te doen. In eerste instantie toen ik het 10-weken schema had afgerond leefde het idee om het schema van 10 km op te starten maar dat is er eigenlijk niet van gekomen. Ik had geen goesting en ik was content met de 5 km die ik nu loop. Ik vind dat twee geldige redenen.

Gezeteld

Het voorbije weekend heb ik vooral in mijn zetel geleefd. Niet dat ik ziek was ofzo, maar de examenperiode is aangebroken hier in huis en dan proberen we wat stilte en rust in te bouwen. Als we dan al eens een uitstapje doen dan is het heel kortstondig zodat onze studerende tiener niet te lang alleen blijft. Maar ik lees dan extra veel en eigenlijk heb ik zelf ook deugd van het simpelweg neerzitten. Momenteel lees ik de laatste pagina’s van Dius van Stefan Hertmans. Die man kan schrijven!

Gevlamd

We vlammen massaal voor De Warmste Week maar ik vrees dat ik dat vlammen te letterlijk heb geïnterpreteerd. Vorige maand moest ik een pijnlijke boete betalen wegens te snel rijden. Ik ben er helemaal niet trots op, integendeel ik was kwaad op mezelf. Zeker omdat ik nog heel weinig met de auto onderweg ben sinds ik naar het werk fiets.

Gepakt

Gepakt met te hoge snelheid maar evengoed gepakt in snelheid. Het najaar komt in september altijd op mij af als een grote blok met donkere dagen. Toch schrok ik dit jaar ineens dat de examens daar zijn voor de jongens en dat de kerstdagen er al aankomen binnen twee weken! Hoezo, waar is november dan?

Kamergeluk

De toer doen van de eetkamer, dat hoort erbij als we op bezoek gaan. Nieuwe wenskaartjes, een andere foto in een lijstje of een uitnodiging voor een feest. Trofeeën en aandenkens, alles staat er netjes uitgestald op trotse lakentjes.

De trouwfoto’s van de kinderen en kleinkinderen, schattige neefjes en nichtjes die ondertussen humeurige tieners zijn geworden. De ontembare kapsels op de oude beelden zijn al veel wilde haren verloren.

Ook de kamerplanten worden uitvoerig besproken en geprezen om hun gezonde bladeren. Hier en daar zie ik een stekje dat ooit van mij was. Het is overduidelijk dat ze veel blijer zijn bij haar dan bij mij. Weelderig lachen ze in mijn gezicht, ze vragen niet meer naar hun moeders.

De plant die ze ontving omdat ze kaartkampioen was pronkt op de vensterbank, de droge bundel hortensia’s die ze uit haar tuin knipte staat netjes in een potje op tafel. Ik merk niet op dat ze wijst naar een specifieke plant terwijl ik haar hoor zeggen: “Dit is kamergeluk”.

En onbedoeld had ze overschot van gelijk.

Een fietstas vol levens.

Sinds enkele weken fiets ik in het donker van en naar mijn werk. Ik ontmoet diverse donkers op mijn route want de duisternis komt in vele gradaties. Donker ’s morgens voelt compleet anders als donker ’s avonds. Als ik eerst door het pikzwarte bos rij lijkt de duisternis op de drukke rijwegen ineens heel lichtrijk. Op gekende wegen voelt het ook alsof ik die donkerte beter ken. Ik weet waar het compleet zwart is en ik weet waar straatlichten me de weg wijzen.

Het fijnste aan de duisternis vind ik het binnenturen in de huizen op het moment dat hun lichten al branden maar de rolluiken of de gordijnen open zijn. Mensen wandelen rond in hun huis en zijn bezig met hun eigen dagdagelijksheden. Ik vraag me altijd af wat ze aan het doen zijn als ik voorbijfiets. Zijn ze hun eerste koffie aan het drinken ’s morgens of misschien proberen ze de slaap nog uit hun ogen te wrijven op het moment dat ik al een half uur op de fiets zit? Op één plek zie ik altijd een lamp branden in een dressing. Alle kleren netjes in de kast geordend, klaar om iemands’ dag te starten. Soms komt iemand in kamerjas de verse krant uit de brievenbus plukken. ’s Avonds zie ik door glasgordijnen op veel plekken een TV knipperen en hier en daar twinkelen kerstlichtjes. Uit dansende dampkaproosters ontsnappen etensluchten.

Het voelt intiem om binnen te loeren bij andere huishoudens. Alsof ik met mijn ogen fragmenten van andere levens in mijn fietstas stop. Die snippets zijn als puzzelstukjes die ik terloops vind zonder dat ik de originele puzzel bezit. Ik fiets er mee verder en vraag me af hoe de volledige puzzel eruit ziet.

Bij elke trap op de pedalen voel ik al die levens langs me heen waaien. In al die imaginaire puzzels vul ik de stukjestekorten aan met beelden uit mijn hoofd.

Zeven zinnen die regelmatig door mijn kinderen worden uitgesproken.

Met twee opgroeiende jongens in huis is het nooit stil. De boys – 9 en 13 ondertussen – zijn de spil van alle lawaai. Het centrum van alle drukte. De kern van elke tornado. Maar uiteraard ook de bron van alle liefde. Er zijn enkele zinnen die eruit springen de laatste maanden. Misschien herkenbaar?

“Hoe laat is het?” – mijn tienerzoon die leeft met zijn smartphone aan zijn hand geplakt.

Ik zweer het, hij zou nog een omweg nemen in huis om aan mij te komen vragen hoe laat het is.

“Wat eten we voor middag/avond?” – beide jongens op de meest onmogelijke momenten.

Dit is de meest uitgesproken vraag hier. Niet gezeverd, soms is dat de eerste vraag die ze stellen als ik hen wakker maak.

What the flip?” En in dezelfde categorie “What the sigma?”. – beide jongens, de hele godganse dag door!

Een nette versie van WTF. Het klinkt echt vreemd de eerste keren dat je zoiets hoort, maar alles went. Echt alles. What the flip zeg.

Waar ligt….*insert gelijk welk voorwerp ze zelf ergens gedumpt hebben in huis* ?” Alletwee want het zijn twee sloddervossen.

Dan sta ik in de badkamer in mijn kamerjas en dan komt er iemand binnen om te vragen waar zijn oplader ligt. ZOEKKET!!

“Ik heb eens gezien op een filmpje….*insert 3 minuten durende uiteenzetting* “ -vooral de oudste.

Die houdt ervan om een volledig filmpje in detail te vertellen en er weer strike mee te gaan van het lachen. Veelal snap ik de grap echt niet en dan voel ik me zo oud.

“Hebben we al gegeten?” – beide boys, een uur nadat we van tafel zijn gegaan.

Compleet niet mee met de draai van de dag die twee. Living in the moment noemen ze dat zeker?

“Ik ga het straks doen”. De oudste. Met voorsprong.

Onvoorstelbaar. Dan staat hij met een vuil bord in zijn handen en zet hij het neer bovenop de vaatwasser en draait hij zich om om iets anders te gaan doen in plaats van het bord erin te steken. “Ja maaar….ik ga eerst….” Ma neen! Doe dat gewoon nu!!!

Sociaal budget

In de VRTpodcast “Alles Goed?” met Evy Gruyaert leerde ik de term “sociaal budget” kennen. Anders dan je zou denken heeft het niets met sociale tarieven of statuten te maken maar wel met je sociaal leven en hoe je het indeelt. In de aflevering rond vriendschap kwam dit concept aan bod: hoeveel tijd spendeer je aan een vriendschap? Met andere woorden: hoe maak je een verdeling in je sociaal budget? Ook in psychologiemagazine staat een interessant artikel over vriendschap.

Omdat ik zelf ook een podcast heb gehad rond vriendschap heb ik me een periode in het thema verdiept en in de verschillende gesprekken is het ook aan bod gekomen: hoeveel vrienden heb je echt en hoe ga je met hen om? Is het belangrijk om veel af te spreken of zijn er andere factoren die een vriendschap gaande houden? Evy en haar podcastgasten spraken over de verschillende niveaucirkels binnen vriendschappen. Sommige mensen staan heel dicht bij je, anderen verderaf maar dat betekent daarom niet automatisch dat die mensen op andere cirkels minder belangrijk zijn. Althans in mijn geval toch niet.

Ik kom uit een periode waarin veel vriendschappen ontstonden en floreerden. Ondertussen zijn er enkele vriendschappen gestrand. Soms was dat mijn keuze, soms ook helemaal niet. Het verdriet dat je voelt na een vriendschapsverlies kun je vergelijken met rouw. Een soort van levend verlies weliswaar want die personen lopen nog altijd in je omgeving rond of ze zijn nog aanwezig in je gedachten en in je herinneringen. De gestrande vriendschappen doen me twijfelen aan mezelf en aan hoe ik in die relaties sta. Het zet zaken in een ander perspectief. Bijkomend is er de rollercoaster aan emoties: vriendschapsverdriet zorgde bij mij al voor tranen met tuiten tot schouders ophalen en luidop zeggen: “their loss”. Ik weet tot op heden nog altijd niet wat het meeste pijn doet: een uitgesproken vriendschapsbreuk of de oorverdovende stilte in de communicatie in de andere situaties. Jammer genoeg heb ik beide situaties al meegemaakt. Ik weet dat ik ook deel uitmaak van die communicatie (of het gebrek er aan) en veelal is dat ook mijn eigen keuze. Soms is het beter om niet meer te investeren dan om te trekken en te sleuren aan een relatie die niet in evenwicht is, dan is een herziening van je sociaal budget wel aan de orde.

Maar ook die tijdsindeling zelf is soms moeilijk vind ik. Om een vriendschap levendig te houden is er hoe dan ook wederkerigheid nodig, maar hoe vullen beide partijen dit in? Allemaal vraagtekens. Misschien zitten de verwachtingen die hierrond worden gesteld niet op dezelfde lijn of is de intensiteit van bepaalde contacten niet evenwaardig. Soms gaat het vlot, maar soms is het toch wat werken vind ik. Ik vind het bijvoorbeeld niet zo gezellig om elkaar gewoon wat te updaten over ons leven als we afspreken, er mogen gerust diepere gesprekken en wat confrontaties zijn. Ik vind het fijn als mensen zich kwetsbaar durven op te stellen in gesprekken, het schept een verbondenheid die ik in dagdagelijkse babbels soms mis.

Als ik investeer in iemand dan zijn dat mensen waarvan ik voel dat ze mij ook energie geven. En het moeten echt niet altijd de grote afspraken zijn maar het zit in die kleine dingen. Een berichtje, een kort bezoekje, een “ik moest aan je denken bij dit”.

Hoe sta jij in een vriendschap? Vind je dat lastig of ben je tevreden?

Sportstoryschroom

Wie mij volgt op Instagram merkt waarschijnlijk wel dat ik heel regelmatig stories post. De laatste week verzin ik elke dag een nieuw woord en deel het vanaf het klaar is. Deze kleine breinbrouwsels verplichten me om eventjes neer te zitten met een balpen en een boekje om eventjes een half uurtje de creatieve kraan open te draaien. Ik heb mijn vriendin Kelly ook aangewezen als accountabilitypartner om de balpen aan mijn vinger te houden en ik moet zeggen: het werkt.

Het verzonnen woord van de dag had vandaag “sportstoryschroom” kunnen zijn.

Ik vind instastories het fijnste aan social media, het geeft een vluchtige inkijk in je bezigheden zonder dat je alles weggeeft. Er ontstaat soms interactie wat het sociaal houdt maar dat sociale is heel casual en niet te dwingend. Doordat het verdwijnt is het ook voor beperkte ogen zichtbaar. Het hoeft niet perfect te zijn, het kan ook morsig en tegelijkertijd kan ik er mijn creativiteit in kwijt. Beetje proberen, beetje rommelen. Ik denk er weinig bij na en net dat zorgt ervoor dat het vlotjes gaat.

Toch valt er mij één iets op bij mijn stories: sportstoryschroom. Ik post soms over het feit dat ik ga lopen of dat ik naar de sportles ben geweest maar daar voel ik veelal schroom over. Ik ga drie keer per week sporten en daarnaast probeer ik nog regelmatig te wandelen en dagelijks naar mijn werk te fietsen. Daar zit veel van mijn vrije tijd in maar toch komt dat procentueel minder aan bod in hoe ik mijn leven in beeld breng. Op zich vind ik het bizar. Ik post mijn planten, mijn morsaccidenten, de brokken die ik uit mijn been scheer door mijn lompigheid, mijn woordbrouwsels die verre van afgewerkt zijn….Dat doe ik altijd zonder er veel bij na te denken, laat staan dat ik er mij wat ongemakkelijk bij zou voelen. Maar bij een story over mijn sporten denk ik wèl soms na. Niet omdat ik mijn prestaties niet goed genoeg vind ofzo (die zijn gewoon middelmatig 😉), maar ergens omdat ik niet te stoeferig wil overkomen met het feit dat ik sport. Zelfs nu tijdens het typen hier voel ik een bepaalde schaamte. En van waar komt dat eigenlijk? Het kan me door de band genomen weinig schelen wat mensen vinden maar het sporten vind ik altijd tricky om te posten. Soms vertel ik er zelfs niet graag over, het wordt wat weggewimpeld in gesprekken. Ik vermoed dat het te maken heeft met één of andere hardnekkige mythe dat sporten vooral “bedoeld is om te vermageren” en ik ergens geen zin heb om dat te moeten gaan weerleggen? Ik probeer de laatste jaren vooral gezonder te leven en sport is daar een vast onderdeel van geworden. Sinds ik dat doe voel me ik beter in mijn vel, letterlijk en figuurlijk. Maar over het letterlijke aspect durf ik me weinig uit te spreken ook al is mijn lichaam sterker en gespierder geworden. Ik ben er heilig van overtuigd dat sport goed is voor mijn geest èn mijn lichaam. Ik wil namelijk stevig oud worden.

Anyway…de sportstoryschroom zal me niet in de weg staan om gewoon verder voor mijn lichaam te zorgen want veel mensen kunnen het niet (meer) en ik zie het als een verplichting aan mijn toekomstige zelf om regelmatig te bewegen en om proberen gezond te eten al blijft dat een moeilijke. Ik heb een lastige relatie met sneukelbucht, namelijk: ik hou er teveel van en ik ken geen mate. En misschien moet ik die sportschroom gewoon loslaten en trots zijn op het feit dat ik bijna dagelijks 30 km fiets, tijdens de week twee keer 5,5 km loop en elke maandag een uur krachttraining doe.

Medesporters: is dit herkenbaar?