18X Achouffe oftewel: Hoe mat je 6 kinderen af?

Het voorbije weekend was er ééntje om in te kaderen. Ik weiger om me bezig te houden met weerpraatjes maar als je van plan bent om met 6 volwassenen en 6 kinderen onder de 8 jaar naar de Ardennen te gaan is het wel een meevaller als je buiten kan. We zagen de 4 seizoenen in één weekend maar profiteerden volop van de momenten waarop het lente en zelfs zomer was.

Op zaterdag gingen de mannen en de oudste kinderen (6 tot 7 jaar) naar Bastogne om van oorlogstoerisme te doen. De vrouwen namen de kleinste kindjes (3, 4 en 5 jaar) mee op wandeltocht in de overweldigende natuur.


Je doet bijna 2,5 uur over een wandeling van 4 km met een pick-nick maar hoe zalig is het om die kleintjes te zien trappelen in die bossen.

Zondagochtend was er tijd voor een rustig ontbijtje. Met 6 kinderen aan tafel was dat uiteraard relatief maar niettemin aangenaam.

We trokken de andere kant van Achouffe op voor een andere wandeling met de hele groep deze keer.

In Houffalize bezochten we Houtopia. Met drie auto’s tot ginder gereden….

Ai! Gelukkig bleek hun gigantisch speelplein wel geopend en zo werd het nog een goedkope namiddag aangezien er geen loketten geopend waren.

Enige levenswijsheid tussen de speeltuigen

en ’s avonds. Dan was iedereen perte totale. Een collectief voorleesmomentje en dan alle 6 de rakkers hun nestje in.


The green kotscleaningmachine.

Misschien even de situatie schetsen? Na een deugddoend weekend in Achouffe vertrekken we -koffertje vol- huiswaarts. De kinderen blijken wat op zichzelf te zijn en laten elkaar gerust. We roepen “halleluja” tussen onze tanden naar elkaar. Linus zit wat in zichzelf te zingen, Ilja leest zijn Geronimo Stilton boek op de achterbank. Zelf ben ik bezig in Stoner. Als we de hoogtes naar beneden komen, voel ik mijn maag opspelen. Ik kijk op van mijn boek en voel dat het tijd is om hem dicht te doen. Lezen in bochten is niet aan mij besteed. Jawel aandachtige lezer. Ik blijk ook sinds vorig jaar een lezend kind te hebben dat zich mooi rustig op de achterbank bezighoudt. Of ik hierbij stilstond. Uiteraard veel te laat. Terwijl mijn echtgenoot de mommymobiel door het landschap zwiert zie ik ineens op de achterbank mijn oudste zoontje groen worden. Hij bevestigt wat ik op dat moment denk: “Hij voelt zich niet goed!” waarna hij de bestuurderszetel onderkotst. De tien seconden die daarna voorbijgaan werden als volgt ingevuld:

Ik roep:”STOOOOP! Hij spuugt!” Mijn man parkeert zich langs de kant. Ik spurt uit de wagen naar de andere kant en probeer de gordel van Ilja los te krijgen. Uiteraard werkt dat niet meteen, want Murphy en al. “Vlug mama” weet hij me nog te zeggen. Linus begint hysterisch te krijsen: “IK WIL ERUIT IK WIL ERUIT!” Terwijl Pieter het kleutertje kalmeert krijg ik Ilja uiteindelijk uit de wagen en begeleid hem naar een grasperkje. Nadat ik uitleg dat hij best zoveel mogelijk vooroverbuigt om te kotsen doet hij netjes wat ik vraag en kwakt vlak voor onze voeten de rest van zijn ontbijt uit. Linus stopt met tieren en zit op papa’s arm. We meten de schade op in de wagen. Kots. Serieus veel kots. En stoffen automatjes en autozetels. Ik moet er geen tekeningetje bij maken zeker? Leve natte wegwerpwashandjes van den Aldi. Voor een keer is het milieu het laatste van onze zorgen.

Hoe we daar op dat moment stonden, de halve achterbank vies, materiaal langs de kant van de straat aan het afkuisen. Een kind dat zijn ondergekotste broek moet afstroppen “Er zijn hier toch geen meisjes aan het kijken hé?” het was ground for disaster. Maar zo voelde het niet. Wij vier. Eén kotsend, één tierend en twee handelend. Wij waren een unit op dat moment, een goed geoliede kotskuisende machine. Ik moest erom lachen want het typeert ons als gezin en de verbondenheid was op dat moment zo groot dat het hartverwarmend was.

Dat ik vandaag al de hele dag met mijn ramen open moet rijden, dat neem ik er dan graag bij.

Over arbeidspsychologie en chocoboterhammen…

4:30: Linus roept dat hij naar toilet moet. Hij durft niet alleen op te staan en ik vertrouw hem ook niet ’s nachts op de trap. Het is de derde nacht op rij dat ik voor pipi-momentjes uit bed moet. Gemiddeld is het 4u30 of 5u. Ooit komt hier een toilet op de bovenverdieping, ooit. Ik voel het als ik terug in bed stap. Het komt niet meer goed met deze nacht. De gedachtestroom komt op gang, mijn ogen zijn net iets te wakker. Ik word liever om 01u gewekt, dan kan ik zeker nog de slaap vatten, 4u30 is net iets te dicht bij de ochtend. Ik besluit op te staan. Mijn gedachten schieten alle kanten op. De berg was voor de machine kijkt me dankbaar aan. Ik heb een e-mailafspraak met een dame uit een interimkantoor. Niet voor een nieuwe job maar voor informatie rond een schooltaak. Vandaag is de enige dag dat ik deze week nog tijd heb om mijn mail aan haar op te maken dus ik zet me achter mijn laptop. De koffie loopt druppelsgewijs door. Ik scrol door de website van het bedrijf en trek mijn studentenaccount open. Na een half uur lezen en reflecteren heb ik alle vragen die ik wil stellen opgemaakt. Het is 5u40 als ik besluit om nog een artikel samen te vatten en te linken aan het opleidingsprofiel. Ik ga op in het verhaal. Een bedrijf wil zich meer verbonden voelen met zijn werknemers door hun meer inspraak te geven en de betrokkenheid te verhogen. Ik zie meteen een uitdaging in het verhaal. Terwijl ik aan het reflecteren ben over het artikel staat mijn echtgenoot op. Het is 6u10 als ik weer opkijk, mijn hersenpan lijkt compleet opgeslorpt door arbeidspsychologie. De ochtend is mijn scherpste moment. Op 17 mei moet de taak ingediend zijn. Tussenin heb ik nog één examen. Het wordt spannend maar ik geraak er wel. Desnoods tik ik een hele nacht door. Tweede zit is geen optie. Ik wil een onbezorgde zomer en met een verse portie goeie moed in september herstarten.

7u15: de kinderen staan op, ik geeuw eens en vul mijn tas koffie opnieuw nadat ik de chocopot uit de kast haalde. Paasvakantie. Tijd voor hen nu.

Nowadays

Vergeleken met het tempo waarop ik de voorbije weken geblogd heb lijkt anderhalve week blogstilte wel een eeuwigheid. Althans in mijn ogen. Jullie zal het wel niet opgevallen zijn met die 40 dagen blogchallenge. Nochtans was ik een bezig bijtje de voorbije weken. Bezig en ook weer niet echt. Het was doorwerken maar ook serieus low power mode.

Dinsdag

Het lief verjaarde. Met zijn 37 jaar nog altijd handsome as hell. ’s Avonds organiseerde ik een datenight waarop ik zijn favoriete kostje kookte uiteraard vergezeld van een aperitiefje. Om het wat fancy te maken aten we in de living. Meestal smijten we een bord op de keukentafel maar het moet niet altijd “meestal” zijn. Een ècht servetje op je bord in plaats van achter een keukenrol te lopen die van de tafel rolt, ook best wel een kleine extraatje dat. Na het eten kwam Tiny langs om hem van een uitgebreide massage te voorzien. Ik hield me op de achtergrond met de iPad en Plan Coeur op Netflix (aanrader!)

Woensdag

Another day at the office. Of misschien ook niet. Ik had een lange shift van 9u30 tot 20u en alles wat kon mislopen deed dat ook plichtsbewust. Om maar een voorbeeldje te geven: een kapotte kookplaat op het moment dat je net een middagmaal voor 15 personen moet klaarmaken. Ik zal er niet over uitweiden, het is allang gepasseerd en we hebben geen honger geleden. Omdenken for the win!

Donderdag

Deze uitspraak: “We moeten nog eens op weekend gaan”. Mijn ortho-vriendinnen en ik – al twee jaar aan een stuk. Maar het was eindelijk gelukt. Dankzij de sociale sector en onze recupdagen kon iedereen midden in de week twee dagen naar zee komen voor een vriendinnen-uitje. Het was duidelijk een editie waarin veel keerpunten in ons leven werden besproken maar ik kan met mijn hand op mijn hart zeggen: deze vriendinnen zijn speciaal. Ons diploma orthopedagogie bracht ons samen, er groeide een onbetaalbare vriendschap uit die we al tien jaar onderhouden. We lopen elkaars’ deur niet plat maar zouden het wel doen indien nodig. Enkele beelden spreken voor zich.



Ik ben ook sinds vorige week weer beginnen lopen. Half januari was ik ineens stilgevallen en koos ik er telkens voor om te gaan wandelen in de plaats. Op vrijdagochtend hadden we dan ook een looptochtje op het strand. En ècht, ZALIG.

Op het einde van de pier deze tekst te lezen krijgen. Ook al kunnen we heel goed serieus babbelen, er waren ook voldoende momenten waarop dit bord van toepassing was.

Zaterdag

Op zaterdag rommelden we wat in huis. ’s Avonds was er een verjaardagsfeestje gepland voor mijn lief. Low profile, pintjes en wat hapjes. Een stukje pizza en veel gebabbel. De simpelste feestjes zijn de tofste vind ik.

Zondag

Schoolfeestdag. We waren er vorig jaar niet bij wegens de reis naar New York maar deze keer dubbel paraat uiteraard! Ik gaf mezelf extra moederpunten omdat ik de gedachten van de kleuter kon verzetten met een stickerboekje.

Toch is dat in feite niet zo evident hé. Die kleine mannen moeten daar op een podium staan dansen voor een eivolle zaal. Ik zou zelf helemaal niet samenhouden, laat staan dat zij het zomaar even gaan doen.

Maandag

Ik organiseerde een teamdag voor mijn collega’s. Een bezoek aan een andere voorziening gaf ons wat nieuwe inzichten. In de namiddag trokken we naar XINIX in Varsenare. Daar werden we ondergedompeld in de leefwereld van blinden en slechtzienden. Na deze educatieve middag trokken we nog naar een escaperoom in Beselare waar we op enkele minuten na niet konden ontsnappen. Nadat we afsloten met een etentje kroop ik deadbeat in bed.

Hebben jullie nog toffe ideeën voor een teamdag?


Head over heels

Misschien waren The Red Hot Chili Peppers me wel voor, maar ik beschrijf een relatie graag als een rollercoaster. Je stapt erop vol spanning en met hoge verwachtingen. Je kunt je positie kiezen. Soms zit je vooraan in het bakje en voel je alles keihard op je afkomen. Je vangt al eens iets in je gezicht, kan een aangename zomerbries zijn, kan ook iets minder aangenaams zijn. Soms kies je ervoor om eens achteraan te zitten, voor het extra gevoel in de buik. Of je zit ergens waar wij zitten, zowat in het midden, het is er gezellig, niet te bedreigend. Ik blijf tieren en brullen maar veelal kan ik lachend ontspannen. Ik grijp zijn arm als het een hobbelig stuk is, hij knijpt in mijn hand als het omhoog gaat. Elke dag kies ik om in dat bakje te stappen, vlak naast hem.

Vandaag is het de twaalfde keer dat ik zijn verjaardag mag meemaken. Ik schrijf niet veel over hem. Hij is de constante in mijn leven, zo constant dat het momenteel vanzelfsprekend is. Het zou best wat minder evident mogen zijn want dat is het feitelijk niet. Een relatie is keihard werken en laat ik nu voor mezelf eerlijk toegeven dat ik daar momenteel te weinig energie in steek. Twee kleine kindjes, onze jobs (hij 9 to 5, ik al die andere uren daarrond), zijn bijberoep, mijn vrijwilligerswerk, ons sociaal leven een onze studies. Al die knabbelaars knagen stukjes van de koek die onze tijd samen voorstelt. Kleine hapjes, mooi rond om rond, tot er maar een kruimeltje meer van overblijft. En neen, dat is helemaal geen excuus! Maar het is al veel dat we het beseffen.
Vanavond vieren we zijn verjaardag. Just the two of us. Dringend tijd om verse koekjes te bakken. Happy birthday sweetheart.

Het is een aandoening als een ander…

Naar het schijnt heb ik Bitchy Resting Face. Neen, niet naar het schijnt, ik heb het echt. Wie mij tegenkomt in gedachten verzonken achter het stuur…sorry op voorhand. Mijn broer heeft het ook: Asshole Resting Face hebben we het genoemd. We weten allen beter, het is gewoon de stand van ons gezicht. We zijn niet boos. We zijn niet streng. We hebben gewoon Bitchy Resting Face. Ik schreef er zelfs in 2013 al een stukje over. (en man die foto daar bewijst het echt, maar ik herken mezelf er bijna niet op). Lach ik dan niet veel? Toch wel, regelmatig. Er zijn veel dingen die mij aan het glimlachen brengen:

  • Op een onbewaakt moment “The Less I Know The Better” van Tame Impala op de radio horen.
  • Elke aflevering van De Wereld Rond Met 80-jarigen. Maar onderstaand fragment heeft ervoor gezorgd dat ik de hele reeks aan het bingewatchen ben op VTM.be. Het wordt hilarisch vanaf 1:20…
  • De zaalshow “Quarter-Life Crisis” van Xander De Rycke. Sinds hij op Instagram postte dat deze te downloaden is via Spotify kun je mij regelmatig zien wandelen terwijl ik luidop aan het bulderlachen ben.
  • De observaties die mijn kleuter maakt als hij in de wagen zit. Zijn kwebbel staat nooit toe en toen ik hem op een bendeke schapen wees langs de straatkant wist hij me te zeggen “dat het erop leek dat ze zakdoekje leggen aan het spelen waren” “want ze zaten zo mooi in een kringetje”. Mijn fantasie slaat meteen op hol bij zo’n opmerkingen. Die hebben alleszins al genoeg met twee paar afgewerkte schoenen.
  • Folieballonnen. Ja sla mij maar. Die zijn absoluut niet milieuvriendelijk. Ik besef dat. Ik koop die ook niet maar ik vind ze zo mooi om naar te kijken en ze brengen toch instant vrolijkheid met zo’n dansend koordje daaraan. In dezelfde categorie: snoeptaarten. Stukken isomo met zure spekken op, daar klaart mijn Bitchy Resting Face direct van op.
  • De whatsapp-groep waarin ik met mijn ortho-vriendinnen de voorbereidingen tref voor ons uitje naar Wenduine volgende week. Met als voornaamste topic: “Wat gaan we daar allemaal eten?”

Wat doet jou glimlachen dezer dagen? Ook last van Bitchy Resting Face zoals ik?

The joys of motherhood

Was ik zojuist nog aan het verkondigen tegen iemand dat ik enorm weinig over het moederschap schrijf. Ik maak er geen geheim van dat ik mijn rol als moeder -samen met die van echtgenote- als één van de moeilijkste vind van alle rollen die ik vervul. Er altijd zijn voor iemand, onvoorwaardelijk. Ik ken moeders die zich enorm met hun kinderen verbonden voelen. Ze voelen het als er iets met hen scheelt, ze zien het als ze zich niet goed voelen. Zelf moet ik vooral heel vaak gissen naar problemen. Of ik moet het horen van andere kinderen of moeders van kinderen die met mijn zonen omgaan. Vooral Ilja geeft me weinig informatie over zijn leven en als ik vraag of hij iets speciaals geleerd heeft op school krijg ik steevast “kweenie” als antwoord. Hij is ook bitter weinig ziek.

Vanmorgen riep hij vanuit zijn bed: oorpijn! Het is al voorgevallen dat hij met een propje zat dat wat begint te duwen. Ik besloot om eerst Perdolan toe te dienen en dan af te wachten tot na school. Toen hij huilend uit de klas kwam besloot ik meteen om actie te ondernemen. De dokter wist een oorontsteking te bevestigen en toen ik in de apotheek stond voelde ik me meer dan ooit verbonden met hem. Ik zag eindelijk dat er iets scheelde. Ken je dat van die picto’s waarop ze gevoelens proberen te visualiseren. Eéntje ervan is “ziek”. Dat manneke is meestal groen van kleur. Zo zag mijn zoon eruit toen we aan de kassa van de apotheek stonden. Groen. Hij kon het ook mooi verwoorden voor een keer: “Ik voel me ook niet zo lekker in mijn buik!”. Twee seconden later was ik de moeder die achteruit sprong toen haar zoon zijn middagmaal terugsmeet op de vloer van de apotheek. Zompige brokjes gleden langs de wand van de counter naar beneden. Oh the joy. Ja, ik was die moeder die op een vrije woensdagnamiddag op haar knieën zat om stukjes worst met appelmoes en patatjes in een papiertje te draaien. Je zou ervan verschieten hoeveel je in zo’n apotheekzakje kan proppen. En ik was ook die moeder die achteraf positief doch egoïstisch dacht: “Beter in de apotheek dan in mijn auto”.