Veertien quotes waardoor je me iets beter kan leren kennen.

Veel zelfhulpboeken beginnen met een quote of een uitspraak van één of andere bekende filosoof, Lao Tse spant de kroon in de boeken die ik veelal lees. En weet je, Lao, die kerel had eigenlijk meestal wel gelijk hoor. Ik ga de discussie niet aangaan met een ouwe Chinees. Instagram is ook een plek waar veel quotes op wolkenachtergronden te vinden zijn. Sommige quotes helpen wel om mezelf iets beter te typeren.

Zelf vind ik het veel gemakkelijker om iets neer te schrijven dan om het uit te spreken. Ik hou van taal en vooral ook van metaforen, maar ik wil graag eerst eens nadenken voor ik iets zeg en dan blijkt schrijven toch altijd veel vlotter te gaan.

Er gaat niets boven een goeie tas koffie. Een koffietje bij het opstaan, een koffietje voordat we de werkdag aanvatten, een koffietje in de pauze. Koffie is altijd een goed idee. Misschien drink ik er wel wat veel….maja…

Ik vertrouw gemakkelijk mensen maar iemand in mijn hart toelaten dat duurt wel eventjes. Maar eens je onder mijn vel zit is het moeilijk om er weer van onder uit te geraken.

Dat klinkt misschien wat hard maar door de jaren heb ik geleerd om parasieten uit mijn omgeving te weren. Er zijn altijd mensen die het minder goed met je voor hebben en instinctief ga ik die personen weren uit mijn leven.

Bitchy Resting Face, het is een aandoening als een ander. In 2013 schreef ik er al een stukje over.

Ok, misschien moet ik het niet allemaal op Bitchy Resting Face steken. In mijn verdediging: de laatste jaren heb ik veel moeite gedaan om me socialer en meer aanspreekbaar op te stellen. Ik ben zelfs actief onbekenden gaan aanspreken. En weet je, het gaat alsmaar beter en beter. De mooiste gesprekken vloeien soms voort uit conversaties met vreemden.

Van the gravitate-quote ben ik heilig overtuigd. Zeker nu in deze periode waarin contacten beperkt zijn. Gelijk hoe ver we ook zijn van elkaar, we vinden elkaar altijd terug.

Ja, deze klungelachtigheid is typisch iets voor mij. Ik wed dat mijn lief luidop zit te lachen als hij deze ziet verschijnen.

Mijn linkshandigheid zorgt regelmatig voor vlekkerige wenskaartjes. Maar dat heeft zijn charme hé…

In plaats van er krampachtig tegenin te gaan leerde ik mijn introverte kant omarmen. Extraverte mensen negeren mij ook veel minder dan vroeger. Ik vermoed juist omdàt ik mijn introverte kant heb leren appreciëren en altijd vooral mezelf ben in een groep.

Het zit niet in onze aard om op een normale manier een compliment te aanvaarden. Toch doe je de gever er vaak een plezier mee door te zeggen “Dank je, zo fijn dat je dat zegt”. Alsof je een cadeautje krijgt en er meteen ééntje teruggeeft door zorgzaam met het complimentje om te gaan. Maar dat is echt work in progress hier!

En jij? Kun jij vlot een compliment aanvaarden?

Op zijn zaterdags…

7u15 gaan mijn ogen voor de eerste keer open. Voor iemand die normaal tussen 6u en 6u30 al aan de koffie zit is het verdacht om die 7 ineens te zien staan. Tegelijk met mijn verwondering voel ik een barstende koppijn. Vanaf mijn voorhoofd tot op mijn linkerschouder klopt alles op het ritme van mijn hartslag. Mijn maag ligt overhoop en mijn benen voelen wankel als ik de trap afloop. Ik kreeg te weinig zuurstof de voorbije dagen en zet meteen de achterdeur wagenwijd open om frisse lucht binnen te trekken terwijl ik vier glazen koud water drink. Het water klotst even later in mijn maag terwijl een dafalgan oplost in een klein glaasje. Ik probeer de vieze smaak ervan weg te slikken terwijl ik mijn gedachten op iets anders probeer te focussen. Kindervoetjes banen zich een weg over het laminaat boven nadat de eerste kamerdeur zich opent. Ik heb mijn zonen bijna niet gezien de voorbije week en ik baal dat ik me zo rot voel momenteel. Het is meteen duidelijk dat opgekropte stress zijn weg naar buiten zoekt deze ochtend. Als iedereen beneden is ga ik terug naar bed voor een uurtje. Ik probeer wat te rusten terwijl de dafalgan begint te werken. Ondertussen krijg ik goed nieuws vanop het werk omtrent een eventuele coronabesmetting, er vallen al wat kopzorgen weg. Ook hier thuis verblijft de echtgenoot onder quarantaine na een hoogrisico-contact de voorbije week (gelukkig wel een eerste negatieve test) maar veel wordt er niet aan elkaar gedebbeld. Mijn nek en mijn schouders zitten compleet vast, ik maak een afspraak bij mijn osteopaat. Het was veel de voorbije week. Quarantaine op het werk, besmettingen in onze omgeving, strengere maatregelen, heel wat extra geregel en georganiseer en veel uren draaien. Ik heb maar één iets te doen vandaag: zo weinig mogelijk. Als ik Ilja afzet aan de karate spring ik even binnen in de bloemenwinkel. Eén van mijn plantbaby’s gaf de geest deze week en ik had nog een lege bloempot te vullen. Mijn minimalistische mindset werd even compleet overboord gegooid, ik kocht er meteen drie. Stress verlaagt mijn wilskracht, zoveel is zeker.

’s Middags eten we voor het eerst dit jaar man-te-paarden met magere cacaofantasie.

Binnen hier en een maand ben ik die koeken weer beu gegeten maar vandaag smaken ze overheerlijk. Daarna is er maar één plek waar ik wil zijn en dat is in mijn zetel met mijn boek.

Glennon Doyle en ik vallen binnen het kwartier in slaap en ik schiet twee uren later wakker als mijn echtgenoot zich begint klaar te maken voor het werk. (Jawel, werken mag hij wèl nog…). Ik voel me direct stukken beter na de rust. Toch blijf ik nog een uurtje lezen terwijl de jongens genadeloos zijn voor hun duplohelden.

Even genadeloos zijn de hopen was in mijn washok. Ik start een wasmarathon en steek de jongens in het werk om me te helpen.

’s Avonds eten we een weinig instagramwaardige maaltijd die wel tot de laatste korrel wordt opgesmoefeld. Puree van zoete aardappel, verse appelmoes en veggie nuggets met ketchup van den Aldi. Een hipster zal ik nooit worden. Zoveel is zeker. Maar mijn plantjes staan wel schoon hé toch?

Straks eindig ik mijn dag in een dampend bad met The Moth And The Flame op de achtergrond. Misschien kijk ik nog “Jonge Wolven” of “Andermans Zaken” aangezien mijn lief dat niet zo graag ziet. Ideaal voor een zaterdagavond alleen.

Morgen anders? We zien wel…

Welke routine?

Al enkele maanden ben ik me aan het verdiepen in non-fictie (welke boeken kun je hier vinden) over routines, gewoontes en automatismen. Voornamelijk dan over hoe je die kunt verbreken, verbeteren of herkennen. Veel mensen willen af van bepaalde gewoontes die ze als slecht bestempelen. Anderen beseffen niet dat ze bepaalde dingen doen en zichzelf hiermee beschadigen. In de tweede blogboostchallenge gaat het de komende twee weken over rituelen en gewoontes in je eigen leven. Uiteraard heb ik verschillende routines, daar schreef ik vorige maand nog een stukje over. Ik wil het deze keer hebben over het omgekeerde van een routine namelijk: twee flexibele uurroosters combineren. Momenteel werkt mijn echtgenoot als zorgkundige in het ziekenhuis en doet hij stage in de thuiszorg omdat hij verder studeert voor verpleegkundige. Hij verdient ook soms iets bij als barbier. Hij werkt 70% op zijn huidige job en doet daarnaast zijn stage. Ik werk 80% in de zorg als opvoedster bij jongeren met een verstandelijke beperking. Deze periode is hectisch omdat de stage nu volle bak bezig is. Een inkijk in onze week van donderdag tot donderdag:

Donderdag 15 oktober:

Hij: 6u30 tot 11u30: stage in de thuiszorg – Ik: 13u tot 20u werken

Vrijdag 16 oktober:

Hij: 9 tot 16u: werken in het ziekenhuis – Ik: 18u starten met nachtdienst

Zaterdag 17 oktober:

Hij: vrij weekend: 10u tot 13u barbieren – Ik: 9u gedaan met de nacht, 20u opnieuw nachtdienst

Zondag 18 oktober:

Hij: vrij weekend – Ik: 8u gedaan met de nacht, 19u opnieuw nachtdienst

Maandag 19 oktober:

Hij: 6u30 vroegdienst in het ziekenhuis tot 12u30; stage in de thuiszorg van 15u tot 19u – Ik: om 10u30 gedaan met mijn nachtdienst

Dinsdag 20 oktober:

Hij: opleidingsdag op zijn werk die door corona is weggevallen dus allebei vrij want ik heb recup.

Woensdag 21 oktober:

Hij: 6u30 tot 11u30 en 15u tot 19u stage in de thuiszorg – Ik: 11u tot 20u werken

Donderdag 22 oktober:

Hij: 6u30 tot 11u30 en 15u tot 19u stage in de thuiszorg – Ik: 14u tot 20u werken

Al die momenten waarop mijn partner en ik elkaar afwisselen thuis, ik die soms met valiezen sleep als ik inslaapdiensten heb, de overburen denken vast dat wij aan birdnesting doen ofzo

Als je het volhield om die bovenstaande week door te lezen dan ga je merken dat er enkele momenten zijn waarop wij beiden ’s morgens of ’s avonds aan de slag zijn. Dat zouden we niet kunnen zonder dat mijn ouders inspringen voor de kinderen. Op die momenten brengen of halen zij hen van of naar school en blijven bij hen tot iemand van ons thuiskomt. All the love for my mom and dad!!!

Mijn echtgenoot had deze week eerder een kalme week in het ziekenhuis, vandaar de vele stages maar meestal doet hij meerdere vroegdiensten. Dit verhaal vraagt enorm veel planning en organisatie. Elke zondag overloop ik de komende week, maak ik mijn weekmenu, stuur ik bij waar nodig. Ik check of de kinderopvang is aangevraagd op woensdag of op schoolvrije dagen. Ik noteer wie een zwemzak moet meehebben en wanneer ik vers fruit moet voorzien. Een planning is heilig als je met twee zo’n uurroosters zit en die ga ik ook niet zomaar omgooien. Ik ben het afgeleerd om mij in bochten te wringen om een eventuele wijziging te doen werken. De dagen waarop mijn man en ik samen thuis zijn zijn heel schaars en daarom profiteren we er van. Deze week gingen we samen wandelen op De Scherpenberg.

We doen allebei dagelijks elke werkshift met mondmasker (en hij compleet ingepakt om de virussen tegen te houden). Mijn lief* werkt op de Covid-afdeling waardoor elke toevoer aan extra zuurstof mooi meegenomen is.

Je moet een hart voor de zorg hebben om dit te doen maar je moet ook vooral goed kunnen plannen en organiseren om het familiaal rond te krijgen. Routines en gewoontes zijn hier cruciaal maar vooral een goed netwerk is onontbeerlijk! Ohja…en heel veel “neen” zeggen.

*mijn lief – mijn husbando – mijn echtgenoot – mijn partner….dat is allemaal dezelfde persoon hé, voor het geval het ingewikkeld moest worden….

Goud in een potje.

“Er was daar iemand in de buurt, het was al een oude hoor, ik denk rond de 40”. De pubers op mijn werk konden mij best affronteren met deze uitspraak. Ik begon te lachen en riep “Zèg, ik ben bijna 40, ben ik dan ook oud?” “Neenee, jij niet hoor” paaiden ze me nog lachend. Ok, ik ben nog geen 40 maar sinds mijn 38ste verjaardag de voorbije zomer begin ik er toch al naar te lonken. Eerlijkheidshalve moet ik ook toegeven dat ik me de laatste twee jaar echt ouder voel. Niet oud, maar ouder.

Daarjuist probeerde ik mijn haar goed te leggen door de selfiestand van mijn smartphone als spiegel in te schakelen. Mijn oudste zoon hield me in de gaten, ik zag hem de hele tijd loeren met zijn lichtbruine ogen. “Gebruik gewoon een beautyfilter mama” zei hij nonchalant. In Karrewiet hadden ze het vorige week over het afschaffen van de naam “beautyfilter” in Snapchat en Google. Voortaan heet de filter “Retoucheerfilter voor het gezicht”. Ik moet toegeven dat ik heel regelmatig filters gebruik in mijn selfies*. Doen we dat niet allemaal? Ik ben geen fan van de lijntjes in mijn gezicht, de grijze haren die regelmatig de kop terug opsteken als het dringend tijd is voor een nieuwe kappersbeurt. Tegelijk is het de natuur al vind ik die soms gemeen.

Tel daarbij dat ik enorm lui ben en dus doordeweeks geen make-up draag. Ik weet dat ik er met weinig middelen gemakkelijk iets frisser en fruitiger kan uitzien. Sinds enkele weken gebruik ik een dag- en nachtcrème die ik kocht toen ik mijn wenkbrauwen liet epileren. De schoonheidsspecialiste dacht er waarschijnlijk het hare van toen ik zei dat ik zelfs dàt niet eens gebruik. Aangezien de pot evenveel heeft gekost als mijn weekbudget voor voeding verplicht ik mezelf nu om dagelijks mijn huid te reinigen ook al smeer ik er anders nooit iets op. De lijntjes vervagen er wel iets door maar vooral door aanvaarding zal ik er zelf door kunnen kijken.

Terwijl ik door de Men’s Health van mijn echtgenoot bladerde besefte ik dat het niet alleen vrouwen zijn die soms twijfelen aan hun uiterlijk. Als ik de mannen in het magazine van nader bekijk (het was niet lastig) vraag ik me af: je moet toch enorm veel tijd hebben om te sporten om er zo uit te zien? Zijn dat mannen die fulltime werken en een gezin thuis hebben, nieuwe omheiningen plaatsen tijdens het weekend nadat ze soep kookten voor hun kroost? Mijn lief gaat gemiddeld 2 keer in de week fitnessen, dat vraagt al heel wat planning en organisatie. Hij ziet er knap uit en dat zelfvertrouwen straalt hij uit, maar hij ziet er niet zo uit:

Welke man ziet er zo uit?? Maak uzelf kenbaar!

Onzekerheden over mijn uiterlijk, dat komt in vlagen en daar kan ik meestal goed mee overweg. “Tevreden met gewoon” is een mindset die ik me al enkele maanden jaren heb aangemeten. Tegelijk vind ik het belangrijk om te zorgen voor mijn lichaam en vooral mijn geest. Door dagelijks te bewegen en vanaf nu ook een pot goud op mijn voorhoofd te smeren. Want vervaagde lijntjes zijn net iets gemakkelijker om door te kijken 😉

No make-up, only mondmaskerpukkels!

* ter info met “filters” bedoel ik de klassieke IG-filters die je standaard in de app vindt. Niet speciale photoshopdingen waar ik totaal geen verstand van heb. Als ik al geen verstand heb van make-up dan zeker ook niet van zo’n dinges 😉

Fais-moi une place au fond de ta bulle

Het is 6u40 als ik voor het eerst wakker word. Ik schrik, meestal ben ik een vroege vogel maar een half uurtje extra slaap deed me deugd. Moet ik vandaag werken? Een flexibel uurrooster zorgt wel eens voor curieuze hersenkronkels. Neen. Vandaag een vrije dag. Terwijl de kinderen ontbijten neem ik het wasrek af, strijk ik het nodige en laat een wasje draaien voor als ik straks thuiskom. Sinds mijn husbando stage doet als verpleegkundige vind ik regelmatig plastic handschoenen in zijn zakken.

Om 9u30 heb ik een afspraak bij de garage want sinds de hevige regenval is het tapijt nat ter hoogte van de achterbank. Vermoedelijk is er schade aan de onderkant van de auto waardoor er water naar binnen spettert. Ik sprak af dat ze even een kleine check-up zouden doen terwijl de wagen op de brug staat zonder dat er eventuele herstellingen gebeuren. De auto is nog altijd een twijfelgeval en we zijn niet van plan om er duizenden euro’s kosten aan te maken, tegelijk is de muffe vochtgeur nu ook niet bepaald iets om lang mee rond te rijden. Om 10u zit ik nog steeds in de wachtzaal. Ik heb mezelf voorgenomen om het zonder schermtijd te doen, ik beleef minder en minder plezier aan doelloos scrollen. Om 10u15 is er nog steeds geen update, ik voel lichte ergernis opkomen. Eens kijken op de brug, kan dat zo lang duren? Ik zie al visioenen voor mij: de onderkant van de wagen is zo danig versleten dat die naar beneden is gedonderd. Een werknemer stond er net onder en is nu verpletterd , death by rotte carrosserie. Om 10u35 probeer ik niet te klagerig over te komen als ik de baliemedewerkster de volgende boodschap geef: “Ik denk dat mijn verwachtingen over hoeveel tijd het in beslag zou nemen anders waren dan hoe het in de werkelijkheid is”. Ik probeer er nog een uitleg bij te geven dat ik nog andere afspraken heb (lees: to do-tjes op de planning) en dat ik had ingeschat een kwartiertje, maximum een half uurtje kwijt te zijn aan deze afspraak. Ze was heel begripvol en een minuutje later mocht ik naar de werkplaats zelf gaan om the damage te checken. Red flags: that ain’t good… Water in heel die auto blijkbaar, rond het reservewiel, in de tapijten aan de achterbank, maar onderaan geen probleem te zien? De mecanicien gaf aan nog meer dan een uur opspeurwerk nodig te hebben om de oorzaak te achterhalen. Ik moet on the spot beslissen: neem ik de ruftende rammelbak terug mee en maak ik een nieuwe afspraak of blijf ik daar zitten terwijl hij het ding helemaal onderzoekt? Ik kies optie 1 en tegen 11u vertrek ik uit de garage, laat ons zeggen dat mijn stemming eerder bedrukt was. Kosten aan de auto, dat kunnen we nu wel missen plus ik was anderhalf uur kwijt. Mijn gemoed klaart op als ik Het Groencentrum oprij met als missie: planten aankopen voor het werk. Je kunt me hiermee geen groter plezier doen en ik keek er dan ook al de hele week naar uit. Uit de boxen in de serres schalt “Alles is gezegend!”. Ik neem mijn tijd om alles prijs-kwaliteit-kwantiteit goed van elkaar af te wegen en rij met de buit rechtstreeks naar het werk om alles te lossen. Het is 12u45 als ik mijn collega terug alleen laat. In de zompige Yaris speelt één van mijn favoriete nummers en ik durf keihard mee te kwelen. Ik rij naar de Stock Americain in mijn hometown met een nachtlampje dat ik vorige week aanschafte. Niet alleen was het ding enerverend aan het knipperen, het gaf na drie keer duwen compleet de geest. In de winkel was het duidelijk dat ik niet met een Mediamarktmentaliteit te maken had. Drie verschillende medewerksters testten het lampje om allen te besluiten dat het kapot is. De manager werd erbij geroepen want “Dat lampje is kapot en dat madamtje wil een nieuw, zijn er nog in stock?” Er waren dus vier medewerkers nodig om te bekijken dat er effectief ééntje in stock was èn dat ik een nieuw kreeg. Hoera voor mij, minder fijn voor mijn planning die weer iets was uitgelopen door het gehannes. (Terwijl ik het typ besef ik dat ik meer en meer tot de “madamtjes” behoor dan bij de “juffrouwtjes” of “meisjes” mweih). Als ik terug in de stinkbak stap speelt Julien Clerc zijn “Fait moi une place” op de radio, zalig nummer. “Mandarijntjes” staan als volgende puntje op de planning maar ik stop eerst bij de brievenbus van mijn metekindje omdat hij jarig is! Al elf jaar meter van die kastaard zeg! Nadat ik in de fruitshop curieus vraag wat het verschil is tussen clementines mèt blad en zonder blad legt de winkeljuffrouw (wèl een juffrouw!) me uit dat deze met blad goedkoper zijn maar deze zonder blad gemakkelijker te pellen. Ik denk aan de kleuternagels van Linus en besluit voor optie twee te gaan. Als ik weer in de bedompte auto stap steelt Milky Chance zijn dance op de radio (“Never dance like this before!”). Eens thuisgekomen haal ik eindelijk mijn was uit van deze ochtend. Ik negeer de hunkerende vuile was die blijft liggen en besluit eerst de keuken op te ruimen (lees: verse koffie te zetten. ) Zei ik al dat ik ergens onderweg ook stopte aan Q8 omdat ik ineens zonder benzine bleek te zitten en dan maar vlug in Delhaize om vegetarisch broodbeleg ging zodat het lief niet elke dag kaas moet eten?

Het is ineens 14u15, het fruit wordt in de schuif in de frigo gekapt terwijl ik de tomaten voor soep uithaal. Terwijl de wind rond het huis suist voel ik een hongertje opkomen. Ahja, juust, ik at nog niets vandaag. Ik test meteen of de clementinetheorie van de fruitwinkel klopt en schenk ondertussen mijn koffie uit. Deze vrije dag is al halfweg en ik heb het gevoel dat ik nog niets heb verwezenlijkt. Straks haal ik de kinderen uit school en is er nog geen eens verse soep op tafel. Maar: mijn lampje werkt, er is fruit dat gemakkelijk pelt en de muziek zit al heel de dag goed. Mijn auto ruft nog altijd maar ik heb een nieuwe afspraak en de koffie smaakt. De soep zal straks ook wel op het vuur geraken en die was draait zichzelf wel.

In het kader van de blogboostchallenge rond “energie en positiviteit” schrijf ik het bovenstaande stukje. Ik probeer de meeste situaties positief te bekijken en over energie gesproken: positiviteit vraagt wel wat energie maar hoe meer ik het toepas, hoe vlotter het gaat. De laatste tijd lees ik me in over de effecten van positieve psychologie. Ook al heb ik via Whatsapp gerant tegen mijn lief over de mogelijk autokosten en het tijdsverlies in de garage, even vlug was de bui over toen ik in de plantenwinkel over Monstera’s kon babbelen tegen de winkelmedewerker). Talk plant to me baby! Negativiteit kun je proberen om te keren, soms alleen al door het voor jezelf te herkennen, te benoemen. Ik voel me minder vlug geagiteerd als ik probeer te achterhalen wat me juist zo irriteert en vanwaar het komt.

Je kunt echt over alles emmeren en dat is zeker en vast de minst vermoeiende optie maar ik probeer er werk van te maken om dat minder en minder te doen. Straks trek ik de dot uit mijn haar en doe verder met de vele huishoudelijke taakjes terwijl ik hopelijk nog een jolig melodietje uit de boxen hoor knallen.

Rolt dat ei nog?

In 2016 schreef ik een blogpost over de stand van zaken in mijn huishouden toen we van 1 naar 2 kinderen zijn overgegaan. In 2018 waren er heel wat minder chille dagen en nam ik teveel hooi op mijn vork, ik schreef een update na een moeilijke ochtend in een nieuwe blogpost. Ondertussen zijn we nog eens twee jaar verder en hoe rolt alles nu? Vierkant of ovaal? Laat we eens kijken of de 7 puntjes die ik indertijd beschreef nog van toepassing zijn…

1) Ochtendroutine

2016:  “Ik neem een voorsprong op de kinderen“.

2018: ” Dat doe ik nog altijd.  Weekend- of weekdag: ik zet mijn wekker”. 

2020: Yep, still works like a charm! De ochtend is mijn chilltime. Ik mijmer, ik schrijf, ik lummel en ik word op mijn dooie gemakje wakker. Er wordt geen wekker meer gezet als ik niet moet werken ’s morgens simpelweg omdat ik uit mezelf wakker word tussen 5u30 en 6u30. Als ik dan toch eens langer slaap op werkvrije ochtenden dan betekent dat dat het nodig was. Ondertussen staan de kinderen zelfstandig op en Ilja zet zelfs koffie in het weekend. Love it!

2) Minder vanalles

2016: “Ik ben tevreden met minder. Minder geld, minder materiaal, minder vrije tijd“.

2018:  “Doordat de kinderen veel meer hun plan trekken dan twee jaar geleden kwam er gelukkig wat extra tijd vrij die ik anders in zorgen en verzorgen moest steken.  Daardoor kon ik dit jaar mijn opleiding starten die ik naast mijn huidige 4/5e werkritme doe”. 

2020: De opleiding in combinatie met mijn jobtime en de rest van mijn leven bleek toch iets teveel van het goeie. Vandaar dat ik er dit jaar na lang twijfelen mee gestopt ben. Momenteel voel ik wel dat ik nog ruimte over heb om iets extra te doen en er spookt wel één en ander door mijn hoofd maar ik geef het nog even ademruimte. “Minder vanalles” heb ik ook enorm letterlijk genomen, daarover kun je op mijn andere blog meer over lezen.

3. Take it easy

2016:  “Ik maak het mezelf gemakkelijk“.

2018: “Yep.  Still happening.  Collect and go, weekmenu’s.  Ik shop zelfs veel meer online dan twee jaar geleden.  Dit zuiver en alleen voor de tijdswinst”. 

2020: Ik heb een goed ritme gevonden in boodschappen doen in combinatie met het opmaken van mijn weekmenu. Ik probeer ook regelmatig om voor enkele dagen ver te koken zodat ik niet telkens heel mijn keuken moet opruimen. Of ik plan mijn weekmenu op die manier dat ik twee dagen op rij hetzelfde eet. Klinkt saai maar ik vind het ok.

4. Verwachtingen bijstellen

2016:  “Ik stel nog steeds geen verwachtingen of eisen, niet naar mezelf, niet naar anderen rond mij”.

2018:  “Dat klinkt misschien heel tegenstrijdig met mijn vorige bericht, maar zoals ik schreef: mijn ei spetst ook wel eens open.  Om maar te zeggen dat het een zwaardere periode was toen”.

2020: Ik stel nog steeds geen hoge verwachtingen of eisen, niet naar mezelf en niet naar de anderen rond mij. Nu ik mijn moederschapstwijfels heb aangepakt gaat dat zelfs nog veel beter. Ik lig niet meer wakker “van wat de mensen wel gaan denken” en durf veel meer dan vroeger mijn gevoelens en mening uiten.

5. Aanvaarding

2016:  “Het huishouden is een neverevendingstory.  Ik leg mij daar zo goed als mogelijk bij neer”.

2018:  “Hmja.  Ik kan het wel heel goed loslaten.  Ik dreef het aantal uren poetshulp zelfs nog wat op het laatste half jaar.  Tegelijk schakel ik ook veel meer de kinderen (ondertussen 3,5 en 7,5 jaar) in: ze vullen en legen zelfstandig de vaatwasser, dekken de tafel als ik het vraag of helpen poetsen als de poetshulp in verlof is.  Ilja helpt was plooien en Linus stopt alles in de juiste wasmand”. 

2020: Het blijft een neverendingstory maar loslaten was nooit eerder zo gemakkelijk. Door veel te minimaliseren is er ook gewoonweg minder werk om al dat gerief te onderhouden. Dat, in combinatie met enkele gewoontes die ik mezelf eigen maakte, zorgt er voor dat het huishouden doen echt vlotter gaat. Zo ruim ik op voor de rommel de kans krijgt om te ontsporen. Ik doe kleine huishoudelijke taken zo snel mogelijk zonder ze uit te stellen. Als ik het wasrek leeghaal steek ik meteen het strijkijzer aan, ik strijk het minimum aan kledingtukken (ik gok dat ik in totaal 5 stuks strijk per week of ik speel die 5 stuks door aan mijn echtgenoot om te strijken) en de rest plooi ik treffelijk op. Wasmanden probeer ik zo vlug mogelijk leeg te maken, daar waar ze vroeger een halve week bleven wentelen tussen de trap en de kleerkast. De kinderen krijgen ook alsmaar meer en meer taakjes in het huis al wordt dat niet altijd op evenveel gejuich onthaald 😉

6. Het belang van een goeie nachtrust.

2016:  “Slaap is van groot belang.  Slaap is de sleutel tot een goeie dag“.

2018:  “Menck maakte de opmerking of ik wel voldoende slaap heb.  Mijn slaap is me heilig.  Zeker omdat ik zo’n vroege vogel ben”. 

2020: Als ik niet voldoende slaap dan schakelt mijn lichaam zichzelf uit. Ik zou op een stoel slapen als ik een overdreven tekort opbouw.

7. Je kunt het niet allemaal hebben.

2016:  “Als er weinig tijd is kies ik niet tussen leuk en leuker.  Ik ga voor leuker”.

2018:  “De laatste tijd kies ik vlugger voor rust dan voor “leuker”.  Ik ben heel kritisch geworden over mijn tijd en hoe ik die spendeer”.  

2020: Die kritische houding heeft opgebracht want ik spendeer mijn vrije tijd veelal zoals ik dat zelf zou willen. Ik word niet geleefd door anderen al is dat iets wat ik heel sterk bewaak. Ik steek geen tijd en energie in activiteiten die me leegzuigen maar ga bewust op zoek naar energiebrengers. Connectie maken en vriendschappen to the next level brengen in het echte leven in plaats van aan de oppervlakte waar de smartphone zich bevindt…daar ga ik meer en meer voor.

De 7 ge’s

Gelezen:

“Lieve Edward” van Ann Napolitano. Zo van die boeken waarvan je het jammer vindt dat ze uit zijn. I love ‘em. Deze roman greep me echt bij de keel. Edward en veel andere personages kropen keihard onder mijn vel. Een echte aanrader maar ik zou hem niet lezen op het vliegtuig! (Hij is momenteel trouwens te lezen via Kobo Plus).

Geprutteld

Onze tweede wagen is een strontbak, pardon my french. Met het risico om verweten te worden voor luxepaard want ik wil allesbehalve materialistisch klinken, maar….ik haat die auto. Ik erger mij blauw aan die rammelbak. Tegelijk weet ik dat ik hem nodig heb en met de winter op komst zal ik nog dankbaar zijn dat ik hem heb. We hebben er al over nagedacht om hem te weg te doen maar met twee flexibele uurroosters en evenveel kindjes die zich nog niet zelfstandig kunnen verplaatsen lijkt het een moeilijke opdracht. Er is ook niets mis met die auto hé, hij is laag in kosten, start altijd perfect, doet in feite wat hij moet doen. Maar doordat hij zo licht en klein is heb ik meestal het gevoel dat we gaan opstijgen als ik optrek. Precies een vliegmachine. Gas geven stemt me gewoon triest want het ding gaat voor geen meter vooruit en eens we eindelijk 90 per uur rijden moet ik de radio zo luid zetten om het lawaai te overstemmen, ik word er mistroostig van. Ik snap ook niet waarom die toerenteller tot 7 gaat. Als hij tot op 4 draait maakt die auto zoveel lawaai dat het klinkt alsof hij zal ontploffen. Gisteren werd het wel eventjes licht in mijn hart toen ik symmetrie in de kilometerstand zag verschijnen:

Gestiltepad

Om de zoveel tijd hebben we een shotje Westouter nodig. Het Stiltepad is de favoriete wandeling van Linus en hij vroeg er deze week nog eens om.

Terwijl Ilja in de Chiro was en de husbando aan het werk stapten we de kortste route. Voor mij was het ondertussen al de vijfde keer. Grappig dat Linus zich telkens gebeurtenissen herinnert van op deze wandeling “en hier hebben we eens op een bankje gezeten en dan heb ik eens een pannenkoek met choco gegeten”. Zondag waren alle bankjes weliswaar bezet. Ik zou beter stoppen met reclame maken voor deze geweldige tocht! Ik wed dat hij de volgende keer zegt “en hier kwam een hondje dat mijn wafel wou pakken” want zijn tussendoortje stond hij bijna af aan een ankerende Teckel.

Geglimlacht

Mijn lief weet dat ik van onverwachte smileys hou. Hij riep me in de badkamer om deze rakker aan te wijzen op de tjoep van het bad. Ik herinner me niet wie in bad was geweest maar het was blijkbaar nodig!

GeTaylord

TayTay en ik, het is grote liefde. Ze kan me altijd oppeppen, ze weet me elke dag te verbazen met haar kunde om me te doen meekwelen met elke noot van “Me!”

Taylor’s got it, yeah baby, she’s got it.

Gezwierd

Aan de kant met de rammelbak. Ik parkeerde langs de weg toen de zonsondergang me dat vroeg. We krijgen niet veel overweldigende zonsondergangen dus profiteer ik er van als er mij één gegeven wordt.

Geminimaliseerd

Ik bewaarde vier volgeschreven Bullet Journals. Waarom? Geen mens die het weet. Door er vluchtig door te bladeren besefte ik dat het compleet nutteloos was om mijn kast daarmee te vullen en gingen ze de papierbak in. Het jaar 2017 en 2018 krabbelde ik er in vol, in lijstjes, agenda’s en afspraken. In gewichttrackers en to do’s maar ook in quotes die ik nog altijd als heel toepasselijk aanzie:

Connectie

Zelfs terwijl ik niet meer met mijn persoonlijk profiel op Facebook zit heb ik alsnog veel kaartjes en berichtjes gekregen op mijn verjaardag. Ik zou liegen als ik zeg dat me dat niets doet. Het is best fijn om te weten dat mensen aan je denken of de moeite deden om je naam op hun kalender te zetten. Ik besef wel dat zoiets een wisselwerking is en dat ik dit deels dank aan het feit dat ik zelf ook moeite en effort steek in het versturen van wensen.

Volgens de psychologen in de boeken moet je regelmatig noteren waar je dankbaar voor bent. Als je kan zelfs elke dag. Het is niet gemakkelijk om daar dagelijks bij stil te staan en drukke periodes zoals de eerste week van september duwen zo’n gedachten nog veel verder weg dan anders. Maar de verjaardagswensen blijven op me inwerken en ook voor iets anders ben ik vandaag dankbaar. (Dat klinkt een beetje zoals de voorbeden die we vroeger in de mis moesten voorlezen….weeeiiirrrd).

De laatste weken had ik regelmatig bijzonder aangename gesprekken tijdens wandelingen. Ik ga veel alleen wandelen maar ook met vriendinnen en zelfs twee keer met mijn husbando de voorbije week. Er is iets met wandelen. Het zet mijn gedachten en mijn voelsprieten open. Het legt bepaalde zenuwen bloot, het geeft me ruimte om door te denken, om door te praten over onderwerpen. Vandaag had ik met mijn wandelpartner (die ik ook wel eens mijn sister from another mister durf te noemen) interessante gesprekken maar we stopten ook voor een korte babbel met een kennis uit het dorp. Ze vertelde over het verlies van haar papa en hoe dat voelde. Het gesprek was zeer waardevol en ik hoop dat zij er evenveel aan had als ik (/wij) op dat moment. Zo’n momenten van connectie maken zijn mijn dierbaarder dan uitgebreide fancy uitstappen. Voor dat besef ben ik dankbaar. Ik ben er ook een interessant boek over aan het lezen:

Doe jij mee met het dankbaarheidsfeestje? Deel gerust in de comments of op je blog en dan kom ik eens lezen!

Met Facebook en opstaan.

Er is een kleine discussie ontstaan gisteren bij ons. Het ging over Facebook. Ik heb al jaren geen Facebookaccount. Met reden. Facebook is voor mij een grote bron van ergernis. Ik delete mijn account in het jaar Geenidee en ik heb het mij nog geen seconde beklaagd. Sinds 1 augustus heb ik een andere blog, voor wie het nog niet wist. Ik jeun er mij enorm mee. Ik vind het fijn om na te denken over mijn zoektocht in deze nieuwe minimalistische levensstijl en zoals altijd schrijf ik graag van mij af. In geen van mijn twee blogs wil ik belerend overkomen, ik vertrek altijd vanuit mezelf. Mijn eigen struggles, mijn eigen verhaal. Toch krijg ik wel regelmatig een reactie (al dan niet online) dat ik iemand inspireer om er ook eens beter over na te denken. Deze persoonlijke blog is mijn eigen plek, komt hier niemand lezen, so be it. Ik doe hier mijn eigen ding. Voor mijn tweede blog heb ik wel een Facebookprofiel gemaakt. Het klinkt misschien Mozes-op-den-berg-achtig, maar ik wil die boodschap ergens wel verspreiden. Misschien zijn er wel nog mensen geïnteresseerd? Ik wil vooral eens polsen hoe andere mensen staan tegenover overvloed in hun leven.

Tegelijk heb ik geen goeie relatie met Facebook, vandaar de kleine discussie. (Mijn lief kent mij door en door). Sinds enkele jaren beredeneer ik veel meer (teveel?) waarom ik iets doe. Waarom wil ik op Facebook? Om te kunnen delen. Waarom wil ik niet op Facebook? Ik wil niet digitaal maximaliseren dus het is een catch-22! Zoals met zoveel dingen geef ik het tijd. Tijd en ervaring zullen uitmaken of ik binnenkort wel of niet op delete duw en ondertussen leer ik bij. Met Facebook en opstaan.

Eindelijk.

Het is de eerste keer sinds ik kinderen heb dat het einde van de vakantie vlugger komt dan ik ernaar kan uitkijken. Vele zomers begon ik vanaf “half oogst” af te tellen tot 1 september. De vakantie leek altijd te lang, mijn creativiteit om de kinderen te entertainen als ze thuis waren was tegen 15 augustus compleet uitgeput, net als ik zelf. Zomers waren nooit goed voor mijn ouderschapstwijfels!

Iedere zomer zeiden we zuchtend bij elke broertjesruzie tegen elkaar “Volgend jaar zal het beter zijn”. Na elke vakantie waren we bekaf. We hielden dit een viertal zomervakanties vol maar we zijn er eindelijk. Ik had gegokt op volgende zomer -als ze 6 en 10 zijn- maar ik denk dat de pandemie er een boost aan gegeven heeft. Nu de kinderen 5 en 9 zijn lijken ze elkaar eindelijk gevonden te hebben. Ik kan met de hand op het hart zeggen dat het een gezellige schoolvakantie was waarin iedereen relatief lief was voor elkaar. We hebben ook de verwachtingen wat bijgesteld en zijn meer op het ritme van de kinderen gaan leven. Lowering the bar heeft in dit opzicht goed gewerkt.

Ik ben nooit een helikopter-moeder geweest en ik neem schaamteloos tijd voor mezelf. Een wandeling met een vriendin, een namiddag alleen op stap of me aan mijn laptop zetten terwijl de jongens ergens in huis zitten. Ik moet mijn ding kunnen doen. Ze hebben me ook veel minder nodig dan vroeger, dat is een gevolg van hun leeftijd maar ook van het chillaxe ouderschap denk ik.

Ik heb altijd getwijfeld aan mijn ouderschap, wist nooit of ik het wel goed deed. Ze zijn gelukkig en er zal altijd wel één kind zijn dat zijn onderbroek binnenstebuiten aan heeft. Het heeft 9 jaar geduurd maar ik durf me eindelijk bekwaam voelen in mijn ouderschap en dat klinkt zo vreemd dat ik het bijna zelf niet geloof dat ik het schrijf. Ik zou iedereen zeggen dat ze niet zo streng moeten zijn voor zichzelf en ik vermoed dat velen dit ook nu tegen mij gaan zeggen. Dit proces heb ik vooral zelf doorlopen en dat is het meest waardevolle aan heel het verhaal.

Ouderschap? Rockin’ it!