Liese’s grote printerfrustratie shitlist

Printers. Echt, bestaat er een printer die altijd doet wat hij moet? Ja, een nieuwe. Maar vanaf dat je er enkele weken mee aan de slag gaat begint het….

  • “Cassettes vrijwel leeg”. Vrijwel leeg. Dat is te vaag man, ofwel zijn ze leeg, ofwel zijn ze nog voldoende vol om te printen. Vrijwel leeg, daar ben ik niets mee.
  • “Printer niet gevonden”. Sta ik daar voor een blok van een printer samen met de laptop. Ik doe alles zoals ik altijd doe. Maar op één of andere manier werkt het niet. Printer says no.
  • Ik duw op het icoon van de printer. En dan….niets. Geen pop-up op mijn scherm die me verdere instructies geeft.
  • Een oranje driehoek op het scherm van de printer. Hij pinkt. Kan vanalles zijn. Zoek het uit. You’re on your own
  • “Storing in het papierlaadvak”. Laatst moest ik heel het ding openzetten om een blad van de scheurdood te redden. Het was niet gescheurd maar het zag eruit als mijn kleerkast: net voldoende netjes om niet te strijken.
  • “Printer klaar”. Ahja, goed, waarom doe je dan niets? Dan gebeurt er iets bij mij dat misschien herkenbaar zal klinken. Ik weet dat het niet goed is wat ik doe. Ik zou het iedereen afraden die ermee begint, maar toch kan ik het niet laten. Ik klik meerdere keren op “Afdrukken”. Geen goed idee als je een bundel van 25 bladeren wil afprinten….geen goed idee. Als de printer ineens toch in gang schiet en 100 verse bladeren uitspuwt komt de volgende melding tevoorschijn:
  • “Laad papier”. Het is pas als ik de trip naar de printer heb afgelegd om mijn blaadjes op te halen dat ik het zie staan, want op mijn laptop merk ik die boodschappen nooit op. En dan maar hopen dat er nog papier is….

Ik begrijp het niet. Hoe moeilijk kan het zijn om een printer gebruiksvriendelijk te maken. Zet daar de volgende drie knoppen op:

  • “Printen”. Voor als je wil printen. Zoals iedereen.
  • “Al die andere shit die niemand gebruikt”: Voor de mensen die wèl met een printer kunnen werken en daar allerhande goocheltrucs mee uithalen zoals enveloppen of naamstickers printen.
  • “Hotline”: Kwestie van nodige jobs te creëren kan dat tellen. Ik wed dat iedereen wel gebaat zou zijn met een knop op het ding “Bel Jos de printerkoning” of “Christa, het afdrukgenie”. Je duwt daarop als je een probleem hebt, Jos of Christa kijken wat er gaande is en zeggen wat je moet doen. Ze waarschuwen je ook als je het papier laadt: “Zou je niet eens je voorraad checken? Misschien iets voor op je boodschappenlijstje?”

Growing cirkels

“Wij geloven niet in Jezus hé?” Onze kinderen gaan naar een katholieke school en krijgen dus godsdienst. Ze zijn echter beiden niet gedoopt omdat wij niet geloven. Ik heb me niet zo heel erg veel voor die keuze moeten verantwoorden, vooral omdat ik meestal counter met “Waarom dopen jullie de kinderen wel?”. Onze kinderen weten ook – als ze echt graag gedoopt willen worden – dat ze dit kunnen laten doen in het zesde leerjaar als ze dat willen. We stellen kritische vragen maar laten ook veel zaken open. Ilja is er echter heel nuchter in en volgt momenteel onze redenering al besef ik wel dat het heel wat vraagt van een achtjarige jongen om tegen zijn ouders in te gaan. Het gesprek hierover is echter nooit afgerond en laat dat nu juist de bedoeling zijn.

Als we het er ooit over hebben in gesprekken met vrienden dan hoor ik wel heel regelmatig het volgende terugkeren: “Ik geloof niet in God, maar ik geloof wel dat er ièts is”. Ik ga niet in discussie met mensen over hun geloof. Ik ken mensen die gelovig zijn, ik ken atheïsten, zolang mensen zich goed voelen bij die overtuiging, wie ben ik om dat te gaan tegenspreken? Die verhalen vind ik ook interessant om te horen, waarin geloven mensen dan juist en hoe vormt zich dat in hun gedachten en uiteindelijk in hun acties?

Zelf heb ik me daar lange tijd geen uitgesproken gedachten over kunnen vormen, gewoon omdat ik er niet uit was. Er was niet echt ièts waarin ik geloofde maar wat was het dan wel juist dat ik voelde? De laatste tijd (is het doordat ik meer mijn gedachten neerschrijf?) kan ik het precies beter verwoorden. Althans, in mijn eigen hoofd dan.

De basis van mijn geloof ligt bij mezelf. Ik geloof in mezelf. Ik geloof erin dat ik een goed persoon ben en dat dit zal nazinderen na mijn dood. Ik ga niet naar de hemel. Ik ga niet reïncarneren. Ik wil graag verder leven in de mensen die mij gekend hebben. Deze gedachte ondersteunt de reden waarom ik vandaag graag een goed persoon ben. Waarom dit voor mij in mijn leven waardevol is. Ik wil dat mijn kinderen (eventuele kleinkinderen) later kunnen terugblikken op mij en kunnen zeggen “dat heb ik van mijn (groot)moeder”. Ik wil dat mijn vrienden en familie over mij mijmeren en kunnen zeggen van: “Ze was een goed persoon”. Ik word intriest als ik verhalen hoor met als beginzin: “Over de doden niets dan goeds, maar….”, ik mag er niet aan denken dat mijn naam daar later in zal volgen.

Ik zag het vandaag voor me in de kringen die het water kan maken als je er een steen in gooit. Als je in een vijver cirkels creëert samen met andere mensen dan raken die kringen elkaar op een gegeven moment. De cirkels veranderen het wateroppervlak en het duurt een hele tijd voor het water weer stil is. De cirkels die we zelf veroorzaken kunnen klein zijn, maar ze kunnen zich ook wijd uitspreiden, de hele vijver kan erdoor daveren. Als anderen hun steen gooien dan vermengen de cirkels. We kunnen kiezen om kleine steentjes te gooien en de cirkels minimaal te houden. Soms smijten we zware takken en spatten er heel dikke druppels omhoog. Er zijn dagen dat we de cirkels van anderen verdringen door de kracht van die van ons. Soms regent het op onze cirkels waardoor ze er gestippeld gaan uit zien. We zullen niet verder leven in anderen door de zwaarte van de steen die we gooien. Door de grootte van de tak die we in het water zwieren of door de kracht die we nodig hadden om het wateroppervlak wild of juist stil te maken. Sommige mensen zullen meer kringen maken dan anderen. Sommige mensen gaan nooit in jouw water cirkelen. Maar in mijn ogen leven we verder in anderen door het feit dat onze cirkels ooit die van hun geraakt hebben.

De 7 ge’s

Gebudgetteerd:

Het potje “boodschappen” was de voorbije maand iets in het rood gegaan. De eerste van de maand maak ik altijd mijn budget op voor de komende maand. De corona liet zich in andere potjes wel op een positieve manier voelen in mijn budget, geen schoolkosten, geen dining out, weinig benzinekosten, weinig opvangkosten. Dus ik kon netjes schuiven. De kostprijs voor onze mentale gezondheid daarentegen? Ynab en ik zijn sinds 2020 weer ultragoeie vrienden. Het is door dit programma dat ik perfect kon inschatten dat we het tijdelijk met minder inkomsten gingen rond krijgen. (Toen ik op 1 mei naar Den Aldi wou vertrekken besefte ik dat deze dag gelijk elke dag een feestdag was. Of was deze feestdag er één zoals elke andere dag?)

YNAB

Ge-oogrold:

Het valt op dat mijn kinderen minder sociale interacties hebben. De verhalen die ze me komen vertellen zijn er veelal over de filmpjes die ze zien op YouTube of Netflix. “En weet je mama, die roze Minions zijn de gevaarlijkste!” Elke dag krijg ik een relaas van een volledige aflevering van Zig en Sharko of Huizenherrie. Ilja volgt ook het Karrewiet nieuws, ik kijk meestal mee als ik thuis ben. Dat is de enige nieuwsuitzending die ik volg. Voor de rest probeer ik op regelmatige basis informatie op websites te raadplegen maar ik ga niet dwangmatig gaan refreshen.

Geboeft

Om te compenseren dat we zoveel wandelen (en zoveel alleen zijn met de kinderen) komen er wel al eens extra taartjes in huis. Ik herken direct een loophole! Maar niet gevreesd: de afwezigen krijgen er ook altijd ééntje.

Geschreven:

Misschien al gemerkt dat ik als een razende zottin aan het bloggen ben geslagen. The crazy blogster! Corona-motivatie? Meer tijd om mijn eigen gedachten rond te maken? Nochtans niet evident met al die Minions-fimpjes die hier in geuren en kleuren worden verteld. Zelfs deze blogpost, ik maak standaard 7 Ge’s maar ik had er met gemak nog een stuk of 5 kunnen bij zetten. Ik kan er nog altijd mijn vinger niet opleggen waarom ik zo’n schrijfdrang heb maar het doet mij deugd en als er mensen zijn die het fijn vinden om mee te lezen, dan is dat meegenomen.

Gewandeld:

Die zit er altijd in hé. Zal ik après-corona nog wel zoveel van wandelen houden? Gelukkig mogen wij als gezin met een kind dat jonger of gelijk aan 5 wel de wagen nemen, zo konden we wel eens het geweldige Stiltepad opnieuw doen.

Vanaf deze week mogen anderen gelukkig ook eens de wagen nemen om te wandelen want ik ken ondertussen elk putje en bultje van elke invalsweg naar mijn huis. #kleinbeetjekotsbeu

Gebarsten:

Het beschermingsglaasje op mijn smartphone is nog maar eens gesneuveld. Voor de derde keer ofzo. Wat kan ik zeggen: klungel eerste klasse. Gelukkig geen barst in het scherm zelf. Of in mijn ziel.

Geïnformeerd:

Mijn oudste zoon wil een TikTok-account. Ik informeerde wat rond bij vrienden waarvan ik wist dat hun kinderen er (misschien) één hebben. Ik ken de app ook wel via mijn werk. De beste manier om het te leren kennen is het zelf installeren denk ik. Don’t worry, ik ga jullie niet bestoken met mijn dansmoves, maar nu ben ik wel iets beter geïnformeerd. Veel sites geven aan dat deze app ook door jongere kinderen wordt gebruikt, (officieel pas vanaf 13 jaar). Ik had altijd gedacht dat mijn kind pas binnen enkele jaren stappen in de wereld van de sociale media ging zetten, maar ik denk dat ik echt mijn kop uit het zand moet halen. Met heel concrete afspraken en volledige transparantie wil ik het wel eens proberen.

Nog ouders met dit dilemma in de zaal?

Acht boeken over focus die voor mij relevant waren.

Hoewel ik gestopt ben met mijn studie toegepaste psychologie ben ik toch blijven doorlezen over de thema’s uit die opleiding die me interesseren. De laatste maanden las ik boeken gerelateerd aan de neuropsychologie, maar dan vertaald op “normale mensen”-niveau. Geen zelfhulpboeken, maar boeken die heel concrete situaties aankaarten. Situaties waar we allemaal in verzeild geraken op één of andere manier. Vooral in het thema “focus vinden” en “afleiding” ben ik me aan het verdiepen. Er zijn een aantal jongere neuropsychologen die de werking van het brein begrijpbaar kunnen maken zonder dat je daarvoor een master in de psychologie op zak hoeft te hebben. Momenteel ben ik een beetje opgezogen door Thijs Launspach en Mark Tigchelaar. (Inderdaad, ik heb het niet voor acteurs met bedwelmende ogen, geef mij maar een welbespraakte psycholoog). Mark en Thijs (klinkt alsof we al goeie vrienden zijn hé) zijn twee vlotte Nederlanders die de theorie van de neuropsychologie in de dagelijkse praktijk brengen en tips en tricks delen over hoe je diep werk kunt uitvoeren. Laat dat net in deze vreemde periode misschien een pluspunt zijn. In het onderstaande promofilmpje voor Mark Tigchelaars’ boek Focus Aan/Uit kun je meteen zien wat ik bedoel met “hippe neuropsycholoog”.

Cal Newport is nog zo’n jonge Amerikaanse professor die het zo simpel doet lijken om je niet te laten afleiden. Van zijn boeken Deep Work en Digital Minimalisme heb ik elke letter opgegeten. And it all makes sense. Ook neuropsychologe Elke Geraerts schreef enkele interessante boeken over dit thema. In Authentieke Intelligentie heeft ze het -net als Mark in het bovenstaande filmpje – regelmatig over het feit dat ons brein niet gemaakt is om te multitasken. Als we het wel doen, dan moeten we er vooral voor zorgen dat één van de twee taken geautomatiseerd is anders geraken beide opdrachten in de war omwille van allerlei complexe breinactiviteiten. Dus constant switchen tussen taken vraagt zoveel energie van onze hersenen dat we ons tempo afzwakken en onze focus verliezen. Maar geen nood: doodlen tijdens een vergadering vergroot dan wel weer onze aandacht.

In deze corona-tijden ben ik gezegend (?) met het feit dat ik niet van thuis uit moet werken. Mijn job in de zorg houdt – tijdens de normale tijden – wel in dat ik van tijd tot tijd administratieve taken moet uitvoeren en het valt me sterk op dat deze minder goed verlopen als ze gecombineerd worden met mijn zorgtaken. Het is niet evident om een uurrooster op te maken of een verslag te schrijven als er constant enkele jongeren je iets komen vragen (en mijn hart bloedt soms als ik hen naar een andere begeleider moet verwijzen, maar dat is een ander verhaal). Dus ik kan me wel ergens inleven in mensen die van thuis uit moeten werken en tegelijk voor hun kinderen moeten zorgen, al zal ik niet pretenderen dat ik er verstand van heb.

Hieronder lijst ik de boeken op die me op een behapbare manier meer informatie gaven over het vinden van je focus, wat nu juist gerichte aandacht is en hoe je in een diepe werkflow kan geraken

Diep werk en Digitaal Minimalisme Cal Newport

Authentieke Intelligentie Elke Geraerts

Focus Aan/Uit Mark Tigchelaar

Lezen, weten en niet vergeten Mark Tigchelaar

Elementaire Gewoontes James Clear

Fokking Druk Thijs Launspach

Nooit meer te druk Tony Crabbe

Vooral ook “het controleren van de kleine dictator in onze broekzak” (dat wordt wat eigenaardig benoemd in één van de boeken, maar ik vermoed dat we allen begrijpen dat het over de smartphone gaat) is een bepalende factor in het focusverhaal en dat heb ik al meerdere keren aan den lijve (of aan den hersene?) ondervonden. Nu ik weer actiever ben geworden op Instagram zuigt het bakje veel meer van mijn tijd en aandacht weg. Instagram is mijn zwakke plek en tegelijk is mijn account momenteel wel een bron van vertier en nieuwe vriendschappen dus ik sta mezelf toe om er soms eens in te verdwalen. “Men mo dat en me goan noois nievers!” *

Ohja, en Thijs Launspach is in deze corona-periode zijn podcast “Thuis met Thijs” begonnen (inderdaad, ik kan geen blogpost meer schrijven zonder dat het over een podcast moet gaan). De eerste drie afleveringen staan nu online en zijn echte aanraders.

(en ja, ik luisterde daarnet naar het überfantastische Lena van 2 Belgen, topschijf!)

“Men mo dat en me goan noois nievers!” kun je vrij vertalen als “We hebben maar dat en we nooit ergens naartoe”. Hardvochtige West-Vlamingen…. 😉

Bomenconfetti

Het leven met een kleuter aan je zijde, het zorgt voor veel nieuwe inzichten en extra vraagtekens. Nu ik dag in dag uit met Linus optrek merk ik dat ik veel mindfuller in het leven sta. Als ik hem wijs op vogelgeluiden of beestjes onderweg slaan zijn raderen aan het draaien en smijt hij er van tijd tot tijd een creatief vraagstuk tegenaan.

Ik wijs hem op het gekwetter van enkele vogels in de bomen die er groener dan anders uitzagen, ik vermoed dat de regen er iets mee te maken heeft. De meidoorns onderweg verloren door de felle wind heel wat van hun blaadjes waarop Linus redeneerde: “Ik denk dat de bomen zo danig blij zijn dat het geregend heeft dat ze met bomenconfetti hebben gegooid”.

Elke voorbijkomende slak, vuurwants of lieveheersbeestje wordt druk becommentarieerd. Hoewel hij in den beginne bang was van de pimpampoentjes vindt hij ze nu schattig nadat ik er ééntje over mijn hand liet lopen.

Slakken zijn dan ook uitermate intrigerend en het is pas nadat ik er eens van dichtbij naar keek dat ik besef hoe hard hij gelijk heeft. Ik ben weliswaar niet van plan om deze ook over mijn hand te laten kruipen maar ze hebben wel iets, met die creepy voelsprieten op dat slijmerige lijfje.

Ik moet uitleggen waar die eigenaardige geur vandaag komt die op het veld verdampt. “Hoe maken ze die groene strepen bruin?”

Deze avond trok ik er eventjes alleen op uit met het dreigement van de regen in mijn nek.

Na een bui kon ik – helemaal in de verte – een regenboog uit de lucht plukken en hoewel ik hen geen plensbui op hun hoofdje had toegewenst vond ik het toch jammer dat ze er niet bij waren om hem te aanschouwen.

Rup pup pup pum

Mijn jongste zoon trappelt, klapt, tikt en rammelt. Hij roffelt, stuitert, trommelt en davert. Hij produceert extreem hoge decibels en leeft alle uitersten van het leven bij elkaar. Kortom: er zit wel wat ritme in deze 5-jarige. Mijn echtgenoot is al 25 (?) jaar drummer en herkent dat stuk van zichzelf in hem. Ik weet ondertussen hoe het is om met een drummer samen te leven, de keren dat ik mijn hand op zijn tikkende vingers leg zijn niet meer te tellen. Drumles staat al een jaar op het verlanglijstje van de kleuter. Pre-corona informeerde ik in de muziekschool wanneer het kleintje eventueel aan drumlessen zou kunnen beginnen maar daar kan hij pas vanaf het eerste leerjaar terecht voor notenleer en vanaf 8 jaar voor drum. Nog drie jaar tokkelen op het oude drumstel van mijn echtgenoot dan maar? (let vooral op zijn gezicht helemaal op het laatste als hij merkt dat ik hem aan het filmen ben)

Ik kan je verzekeren, een drumstel in huis hebben, het is een uitdaging. Tegelijkertijd kan hij er wel zijn furten wat op kwijt al gaat dat ten koste van onze oren. Omdat het lief ook wel wat aan zijn drumskills wil werken en we de laatste tijd goed bezig zijn met het oppotten van ons kleingeld (een deeltje daarvan is gereserveerd voor een massage après-corona!) besloten we te investeren in een elektrisch drumstel, in eerste instantie om het kleintje te laten kennismaken maar ook om de tikkende vingers van de echtgenoot te kalmeren.

Gisteren werd het “speelgoed” (bij de buren) geleverd. Ze mochten alleen nog maar met de doos spelen want de echtgenoot was aan het werk en ik ging het niet in mijn hoofd steken om een drumstel op te zetten. Dat klinkt als mean mommy, maar de gigantische doos alleen al was voldoende entertainment voor de hele middag. Frankie de kater werd tot boef gebombardeerd en in hun imaginaire kasteel gevangengenomen. Of hij daar zo enthousiast over was, daar kun je misschien zelf over oordelen:

Vandaag was het D-day (drumday?) en kon ik weer sneaky gaan filmen:

Dat het vandaag een druilerige dag was, daar heb ik nog niet veel van gemerkt….

Koeken en groeten.

5u55. De vijven, zo perfect synchroon, ze doen me glimlachen ook al is het ontiegelijk vroeg voor een zondagochtend, ik besluit er van te profiteren. De kleren en de rugzak gaan aan, de echtgenoot kruipt achter zijn pc om te werken voor zijn opleiding. Ik heb me al verschillende keren afgevraagd hoe ik in godsnaam voor de examens van maart en april ging studeren in deze corona-tijden. De keuze om te stoppen met mijn opleiding lijkt al zo ver weg. Spijt heb ik tot nu toe niet gehad.

6u24 na een kwartiertje doorstappen sta ik bijna aan rand van de gemeente waar ik woon. De velden zijn netjes bewerkt. De tussenfase waarin landbouwers met man en tractor alles klaarstomen voor het volgende seizoen is misschien niet fijn voor mijn tere oren maar het zorgt wel voor strakke vergezichten.

6u35 twee klanten zijn me voor aan de bakkerij. Ik krijg een hoofdknikje, haal de koptelefoon van mijn hoofd en laat mijn smartphone in mijn zak. Er lachen vier riante chocoladekoeken naar me vanachter het plexiglas dat de bakkerin van het virus moet scheiden. Gek hoe alles zo vlug went. Payconiq betaalt tuutend mijn bestelling. Tot enkele maanden geleden kon je in de hele gemeente bijna nergens met de gsm betalen, de crisis is toch ergens goed voor.

7u10 de zon vergezelt me op de terugweg. In een mum van tijd staat ze boven aan de hemel. Er wordt me geen rustige zonsopgang gegund vandaag. Op de akkers verdampt de nacht.

7u26 Als ik thuiskom grijnst de overenthousiaste kleuter al zijn tanden bloot, de echtgenoot zit in een flow maar zijn grommende maag lokt hem naar de keuken.

De dag kijkt ons aan.

Maar eerst zijn er vier lachende chocoladekoeken en een kop dampende koffie.

Days of our lockdown life #2

Week 5? 6? Geen idee hoe lang we hier nu al in in ons kot zitten, bluv’n goan zeg!

Een gestolen half uurtje voor ik naar mijn werk ga. Voor het eerst in 6 weken eens helemaal alleen. Het enige wat ik deed was lummelen en naar de vogeltjes luisteren op de vestingen in Ieper.

Onderwijl vormen deze twee gangsters een ongezien partnerschap. Vanmorgen zaten ze in bad elkaars’ rug te masseren. Weer een half uurtje entertainment dat ik niet moest voorzien.

Mijn ochtenden worden steeds langer want om de één of andere mysterieuze reden is 5u30 het nieuwe 6u dezer dagen. En dat in een week met laatavonddiensten. -geeuw zeg ik u-

Sinds deze kastaard uit het huis is gebannen (nieuwe zetel, remember) vindt hij “het gat schoon” om nog eens te komen shnugglen als ik me buiten op de ligstoel nestel om naar The Tiny Podcast van Hade te luisteren. Een aanrader! Ik volg trouwens ook een online cursus bij Hade waarbij ik dagelijks word gevraagd om bij een aantal zaken iets meer stil te staan. Frankie trok het zich niet aan en draaide zich ronkend nog eens op zijn zij.

Na vijf weken voelen we ons te stoer voor een berenjacht, vanaf nu gaan we op bommenjacht…..#onlyinthewesthoek

Laatst sloten The Minimalists een episode af met een stukje uit een nummer van The Moth & The Flame. Het was mij onbekend maar het klonk zo geweldig dat ik hen meteen heb gespotified. Sindsdien grijp ik er regelmatig naar terug, vooral ergens op de achtergrond kan het mij echt bekoren.

You were the only red flag
The only red flag that I could never raise
Onder de Japanse Kerselaar
zat de jongen met het donkerrode haar
een minuutje te mediteren
of was hij eerder...
een cartoonfiguurtje aan het imiteren?

De naveltjes van deze duifjes moesten dringend eens gewassen worden.

De paardenbloemen onder de wasmolen, moeten dringend eens geplukt worden.

En hij krijgt twee vermeldingen in één blogpost. Deze kerel lag vorige week zo te slapen op de picknicktafel. Ik denk dat hij erbij aan het kwijlen was.

Hoe is’t bij jullie in junder kot?

Vijf!

Linus. My God, Linus. Er zijn woorden te kort om te beschrijven hoe jij in elkaar steekt my friend. Een karaktermanneke, een rebelse kleuter met een gouden glimlach.

Het moest vijf jaar duren eer ik je handleiding enigszins kon ontcijferen. Een handleiding waar veel creativiteit en extreem grappige quotes op te vinden zijn. Zo zat je vorige week achterop de fiets bij mij “Het is lastig hoor, ik ben moe van al dat rondkijken”. Er zijn ook heel wat pagina’s van je handleiding die ik nog moet lezen. Sowieso is de periode van 2 tot 4 jaar geen simpel deel van het kleuterleven maar jij weet heel goed hoe je mijn buttons moet pushen. Het clasht wel eens tussen ons, soms tot wenens toe aan beide kanten. Aan de andere kant ben je mijn grootste keppesleppe en lach je regelmatig al je tanden bloot. Goddelijk om te zien. Je bent een echte rebel. Je houdt graag zelf de controle over elke situatie en staat deze enkel af onder jouw voorwaarden. Tegelijk is er niemand in ons gezin die zoveel nood heeft aan vel tanken. “Mama, kras eens over mijn rug” is nu de manier om jou te kalmeren. Je t-shirt omhoog en lichtjes krabben over je rugje en dan ben je misschien eens tien minuutjes stil. Want jij en stilte, dat gaat niet samen. Je leerde dit jaar om te fluisteren, handig met een papa die de nacht werkt. Alleen nog wat finetunen, zodat je het niet vergeet en je volumeknop daarbij volledig aan de andere kant opendraait. Je temperament is onbeschrijfelijk, het ritme in je lichaam zal je straks van pas komen als je leert drummen. Tegelijk ben je zo gevoelig. Als je het zelf niet produceert, kan elk scherp geluidje je naar je oren grijpen. De stofzuiger, tractors of de autoradio, ik herken mezelf soms zo hard in jou als je met je handen op je oren duwt. Drukke toestanden mijd je als de pest. Een kamer vol mensen, een feestje met luide muziek, neen, de enige veilige plek is mama’s schoot op dat moment. Nu ik weet dat je enkel wat extra knuffels nodig hebt om los te komen kan ik het veel beter plaatsen, forceer ik je niet meer om deel te nemen aan activiteiten waar je door overweldigd bent. Soms sta je liever aan de zijlijn, en dat is OK. Maar Linus wat ben jij een heftig en dapper kereltje. Je doorzettingsvermogen is noemenswaardig. Zo vond je het best lastig tijdens de laatste grote wandeling maar pas bij de 8ste kilometer begon jij wat te pruttelen en deed je dapper nog anderhalve kilometer verder. Je papa en ik zeggen regelmatig tegen elkaar “Da goa gin geweun’n zin wi loater!” maar je bent nu al zo speciaal. Mijn felle kerel. Mijn vijfjarige karwaat.

Gelukkige verjaardag!

Kapitein Eenzaat

De laatste twee jaren waren keerjaren. Zo voelt dat toch soms. Er is enorm veel veranderd, op elk gebied, maar vooral ook bij mezelf. Fysiek en mentaal ben ik een andere periode ingestapt. Vorig jaar deze periode was er één waarbij mijn touwen wat in de knoop zaten. Het was me ook niet helemaal duidelijk wat er juist aan de hand was maar wat Atticus hier schrijft telde toen meer dan ooit:

Mijn introverte kant speelde me zo danig parten dat ik dacht dat het de verkeerde kant op ging met mij. De vicieuze cirkel die hierdoor ontstond werd doorbroken met hulp van een psychologe die me enkele keren tot introspectie liet komen. Ik heb mezelf heel vaak mentale kletsen gegeven (beating myself up is hier de gepaste Engelse term voor) omdat ik vond dat ik te weinig betrokken was op de mensen in mijn nabije omgeving. Tegelijk deed zij mij inzien dat dit helemaal niet zo was, ze hielp me terug klaar zien. Het nestje touwen werd ontrafeld. Ik leerde die kant van mezelf meer plaats geven. Ik heb nooit onder stoelen of banken gestoken dat ik een eenzaat ben maar toch had ik regelmatig het gevoel dat dit deel van mezelf niet mocht gevoed worden. Dat mijn introverte kant een negatieve eigenschap was. Op de momenten waarop ik nood heb aan alleen-zijn kan ik tot op de dag van vandaag nog steeds negatieve gedachten krijgen over hoe ik me op dat eigenste moment voel. Ik heb geleerd om die negatieve gevoelens over mij te laten stromen en dat het OK is om me even rottig te voelen, dat mijn touwen niet altijd netjes opgerold moeten zijn. Ik ben niet abnormaal omdat ik graag op mezelf ben. Mijn echtgenoot heeft hierin ook serieus wat stappen gezet. Het is bij momenten niet evident om met mij om te gaan. Ik ben meestal easy going maar sommige dagen laat je mij beter gewoon gerust, aan jou om aan te voelen welke dag dat is. Hij voelt aan wanneer hij me naar buiten moet sturen. “Ga eens een wandeling maken”. In een relatie kan dit serieus wat druk leggen en er ontstaan wel eens discussies. Toch blijft hij bij me. Toch kies ik er niet voor om voor altijd alleen te zijn. Wat we hebben is enorm waardevol en dat besef ik maar al te goed.

Vandaag zijn we 14 jaar samen. De eerste jaren waren er van hem toelaten in mijn wereld. Ik had het naar mijn zin zo op mijn ééntje. Toch wist hij zijn plekje onder mijn vel te veroveren. Net zoals die eerste jaren zijn we als twee kapiteins het laatste jaar blijven vechten om ons schip samen te besturen. Hij moest zelf zijn koers vinden in het leven en als kapitein Eenzaat keek ik niet altijd om of er geen man overboord ging, maar nu is het even windstil en kabbelen we rustig verder. Cavaatje in de hand, met twee matroosjes op het dek. Anyway the wind blows, we conquer it together.