Page 9 of 117

Momming

Morgenmiddag vertrekt de jongste zoon op kamp. Ilja is vrijdag vertrokken en ze komen pas volgende week maandag terug thuis. Hoewel we gewoon doorwerken zal het toch anders dan anders zijn zonder die twee karwaten in huis. Ik kijk uit naar de rust en tegelijkertijd ben ik bang dat ik die rust niet ga vinden.

Ik heb het gevoel dat ik de laatste weken heel moeilijk kan stilzitten. Tien dagen vakantie in Denemarken zijn omgevlogen en vooral daar merkte ik meer dan ooit hoe lastig het is voor mij om integraal niets te doen. Iets in mij wil altijd in beweging blijven. Is het niet door fysieke actie, het is door me mentaal vooruit te duwen. Ik las nooit meer boeken dan in de maand juli en hoewel ik effectief stilzit als ik dat doe blijf ik wel mijn hoofd voeden. Van de non-fictie maak ik nu ook hier en daar een kleine samenvatting of ik noteer keywords om de kern ervan te onthouden. Bij fictie vind ik het soms moeilijker om in een verhaal te rollen omdat ik meestal pas ’s avonds verder lees. Aangezien ik dagelijks tussen 5u30 en 6u30 opsta en in huis begin rond te scharrelen moet ik niet veel uitleg geven over hoe het gesteld is met mijn attention span na 20u.

Ik vermoed dat het wel anders zal zijn als ik de komende week minder moet aan “momming” doen. Geen idee of dat een bestaand woord is, maar ik gebruik het graag. Als de jongens van huis zijn kan het even iets meer laisser-faire. Is er geen eten in huis, dan zoeken we wel iets, het altijddurende geregel van alles zal wat wegvallen en daar kijk ik wel naar uit. Tijdig picknick voorzien voor sportkampen, kleren wassen op momenten dat je het anders niet zou doen want er moeten dringend valiezen worden gevuld, nadenken over kinderopvang als wij iets later moeten werken of iets vroeger moeten beginnen. Ik ben vooral bezig met vooruit denken en handelen en dat kan wel eens op mijn systeem werken.

Het enige dat ik morgen ga regelen is mijn solo-uitstapje op mijn vrije dag deze week. Nèh.

Witruimte

Het huis is leeg, het enige geluid zijn de vogels buiten en de ruis in mijn oren. Het is de laatste stille ochtend dat ik alleen thuis ben tot in september.

Het voelt alsof ik momenteel in een blanco periode zit. Een witruimte als het ware. Naast het werk hou ik me vooral bezig met de dagdagelijksheden en sport op maandag. Voor de rest hoef ik geen moeite te doen om de week te vullen, dat gaat vanzelf. Ik probeer de input aan prikkels te beperken door me vooral toe te spitsen op lezen momenteel. Er staat veel non-fictie op mijn e-reader, veelal in hetzelfde thema: relaties en de psychologie erachter (Rika Ponnet, Esther Perel). Maar ook zelfzorg (Nina Mouton) en zelfinzicht (Nicole Lepera). Ik lees dagelijks maar ik kan heel moeilijk de boodschappen herhalen achteraf. Laatst nam ik wel notities tijdens een YouTube van Esther Perel, ik merk dat dat echt wel helpt om alles te structureren, maar het vergt wel wat tijd en stilte.

Ik ben nog altijd sterk bezig met vriendschap en relaties, meer en meer hoor ik dat het niet evident is om vriendschapsbanden te smeden eenmaal je in een bepaalde levensfase beland bent. Mijn idee hierover fluctueert, hoewel ik de laatste tien jaar veel vriendschappen heb opgebouwd voel ik ook wel dat een deel daarvan is weggevallen. Sommige van die relaties waren belangrijk voor mij, andere hingen misschien al aan een zijden draadje en doordat ik het losliet knapten ze mee los. Hoewel ik minder blog schrijf ik wel nog altijd regelmatig. Het onderstaande staat al enkele weken in één van mijn concepten:

“Tijdens mijn ochtendwandeling passeerde ik een brunchplek waar ik zelf al enkele keer koffietjes ging drinken. Op het terras zaten vier vriendinnen te ontbijten. Ze kwetterden er vrolijk op los, ik moest glimlachen. Tegelijkertijd voelde ik ook een steekje jaloezie. Het deed me iets. Nochtans, ik had er zelf heel bewust voor gekozen om mijn vrije dag alleen door te brengen. De luchtigheid waarmee ze tegen elkaar babbelden over hun reisplannen, het gelach toen ik verder stapte. Ik mis het soms om “part of the gang” te zijn. Part of a gang in dit geval. Ik heb niet zo één grote groep vrienden waar ik toe behoor, het zijn allemaal eilandjes van vriendinnen. Sommigen kennen elkaar wel maar meestal via mij of enkel oppervlakkig. Het feit dat enkele vriendschappen gestrand zijn in het laatste jaar heeft er ook veel mee te maken. Ik denk sowieso veel te veel na over de oorzaken van het stranden en of ik mijn eigen aandeel in sommige verhalen niet verkeerd inschat.”

En van concepten gesproken: ik ben ook al anderhalf jaar aan het sleutelen aan één lange tekst getiteld “Keukengesprekken”. Ik vermoed dat ik die zes A4tjes nooit online ga brengen maar ik kan er wel een flardje van delen:

“Mijn introverte kant heeft me heel lang parten gespeeld, ik had altijd het gevoel een outsider te zijn op feestjes.  Degene die in de keuken rommelt en aan de zijkant van het feest mee volgt wat de anderen vertellen.  Ik ben contenter nu ik dat heb aanvaard, dat ik gewoon kan zijn wie ik wil zijn.  Soms ben ik een feestjesmens en op een ander moment kan ik evengoed in de schemer blijven.  Maar wat ik zeker heb ervaren de voorbije jaren: de beste gesprekken worden in de keuken gevoerd.”

Het reflecteren over die thema’s doe ik veelal in mijn hoofd maar ik heb gelukkig ook enkele goeie vriendinnen waarmee ik dat kan doen. En ja, met hen doe ik ook wel eens een terrasje of een lunch, en dat voelt even waardevol als the gang die ik soms mis.

Levenssporen

Ze duwen de portieren open, ik check of ze alles meehebben en roep dezelfde boodschap nog eens naar de achterbank. Beide jongens zwaaien door het raam, Ilja dubbelcheckt of ik het gezien heb en zwaait nog eens extra. Ik gooi een zoen, ze stappen de schooldag in.

Deze dagelijkse gebeurtenissen, zo vanzelfsprekend, het zijn die dingen die bekend staan als de gewonigheid van het leven. Vanaf volgend schooljaar stappen ze elk apart naar school en net zoals “geen kleuters meer in huis” zal ook dat vlug wennen.

Ik ging vandaag naar de bank, een cleane ruimte met enkel Belfiusposters aan de muur. De raamloze bureaus toonden weinig persoonlijke elementen. Toen de bankbediende haar sleutels op een stapel dossiers legde gaven haar sleutelhangers me een inkijk in haar leven. Ik hou er van om levenssporen te spotten bij mensen die ik niet ken. Een foto aan een sleutelhanger of een gezichtje op de achtergrond van een smartphone, een bepaalde sticker op een map of gewoon al iemands’ handschrift zien. Sporen van hun gewonigheid, tekenen van hun eigenheid. Ineens werd de dame achter het asociale plexi-glas een persoon met een privéleven. Misschien zette ze ook elke ochtend haar kinderen af aan de schoolpoort net als ik.

Er zijn weer enkele baby’s geboren de laatste maanden. Jonge gezinnen aan de start van hun leven samen. Voor hen voelt dat nu spectaculair maar binnenkort wordt het een onderdeel van hun dagelijkse bestaan. Ze creëren hun eigen gewonigheid wanneer hun gezin een unit wordt. Als ik ze hoor twijfelen over luiers, babyvoeding en tekort aan slaap voel ik een verschil in de levensfase waarin wij zitten. Ergens wil ik hen geruststellen “Je geraakt erdoor”, tegelijkertijd weet ik dat deze fase nu hun realiteit is en dat ze dat moeilijk kunnen inschatten met dat kleine wondertje op hun borstkas. Omgekeerd hoor ik graag oudere collega’s of vrienden babbelen over hun inwonende twintigers. Ze relativeren de prepuberteit en de bijhorende zorgen rond onze oudste zoon, tegelijkertijd geven ze aan “dat ze zich daar indertijd ook zorgen over maakten”. Binnen tien jaar denken we er net zo over en misschien komen de baby-ouders van nu met gelijkaardige zorgen bij ons terecht.

Veertig(er) zijn en de bijhorende levensfase, het voelt als een tussenperiode vind ik. We kunnen een stuk surfen op de dagdagelijkse golven van het leven en tegelijkertijd hebben we weer wat meer ademruimte omdat onze kinderen hun eigen levenssporen creëren.

Laatkomer

Er liggen kruimels onder de tafel en grasbrokjes bij de achterdeur omdat ik met grasslippers terug binnenkwam nadat ik de was heb opgehangen buiten. De keukentablet ligt bezaaid met allerhande dingen die ooit in een kast zaten maar nu op magische wijze zijn ontsnapt. Ik laat de ontplofte keuken voor wat ze is en hou mijn handen net niet voor mijn ogen als ik richting mijn bureau stap. Ik heb één gestolen uur dat ik wil spenderen aan schrijven.

Naast mijn laptop staat een vaasje met uitgebloeide bermbloemen, die gooi ik vlug nog in de groencontainer want ik hou niet van een rommelige bureau. Terwijl ik de kruimeldief wil nemen om de restjes bloemen op te zuigen zie ik dat de wasmachine net staat klaar te pinken. Vlug dat wasje versteken. Ik moet terug door de keuken om poging twee (drie?) te wagen en forceer mezelf om door te lopen. Een uur is ondertussen drie kwartier geworden.

Ik weet het.

Er is altijd iets dat prioriteit heeft. In een gezin met twee opgroeiende kinderen en drukke levens met werken, sporten en sociaal doen neem ik deze dagen te weinig tijd om stil te staan.

Mijn vingers moeten regelmatig over het klavier dansen en als de woorden de kans niet krijgen om uit mijn vingertoppen te stromen begint dat te wringen.

Vorige week was bleihh. Het was pas op vrijdag toen ik de tijd nam om een half uur simpelweg in de zetel te zitten voor ik weer vertrok dat ik besefte waarom ik al heel de week niet in mijn sas was. Er was gedeeld verdriet, hier en daar een afwijzing, maar ook akkefietjes met geliefden en onbekenden. Die mix van allerhande emoties zorgde er voor dat ik best slechtgezind liep. Het niet doorleven van die gevoelens had als resultaat dat ik ook niet kon benoemen waarom het allemaal maar bleihh was.

Het was één grote bleihh-cocktail en die had ik netjes opgedronken zonder daar veel vragen bij te stellen.

De verschillende ingrediënten van mijn mix kon ik pas achteraf benoemen maar door dagelijks te schrijven kan ik vermijden dat ik niet meer weet waarom ik me mottig voel. Tegelijk kan ik het ook relativeren. We hebben allemaal slechte dagen en die mogen er ook gewoonweg zijn. Dat is het leven.

Er gaan periodes zijn waarin ik op tijd schrijf maar veelal komt schrijven altijd te laat.

Fonkelende unit

Ineens viel het mij op toen ik in de winkel naar een zak Lays Oven Baked greep. Er was iets mis met de ring die ik altijd rond mijn middelvinger draag. Het was de eerste ring die hij me gaf, ondertussen ook al 17 jaar geleden. Ik begon naderbij te turen. Waar was het diamantje? In het verleden was er al eens een herstelling nodig aan die ring maar daarna was er mij nooit meer iets opgevallen. De diamant zat er nog, maar hij was precies getoucheerd.

De ring had op slag al mijn aandacht. En dat is heel wat midden in de chips-rayon van de Albert Heijn. Ik hield mijn hand in de lucht, draaide hem weg en weer voor mijn ogen, ik trok er zelfs de zaklamp van mijn gsm voor open. “Ik zal eens moeten langsgaan bij de juwelier, misschien kan hij hem ook ineens opblinken want na al die jaren is de glans wat zoek.”

Opvallend hoe iets dat er al die jaren gewoon is ineens zo hard om mijn focus riep.

Het voorbije weekend gingen we op stap zonder de kinderen. We zien ze doodgraag maar het is zoals ik tegen hen zei toen we onderweg waren naar de schoolpoort: “Wij zien elkaar ook graag want we zijn nog altijd liefjes“. Ik hoef die uitleg zelfs niet te geven, de jongens zijn heel meegaand en een half weekend chillen bij opa en oma is sowieso altijd een schot in de roos. Ik vind het gewoon belangrijk dat ze weten dat wij twee ook een unit zijn. Mijn man en ik zijn twee doendigaards die ook belang hechten aan een leven naast het ouderschap. Verder studeren, sporten, muziek maken, podcasten, schrijven, met vrienden op trot, er staat altijd wel wat in de agenda. Maar net zoals met de ring moeten we zorgen dat we niet ineens met sleet zitten.

Eventjes weg van thuis. Uitstapjes, goeie gesprekken en wij twee. Het is pas als je het doet dat je voelt hoe hard je het nodig had om elkaar onverdeelde aandacht te geven.

Shortie

“Ik zou zo nog een 3e boterkoek binnenspelen maar dan ga ik waarschijnlijk ongemakkelijk zijn.” Mijn tafelgenoot trok enkel zijn wenkbrauwen op toen ik de derde koek op mijn bord legde. Daarna was ik ongemakkelijk. Niettemin was ik trots op zoveel zelfkennis.

Tijd kopen.

Meer dan ooit spreekt mijn lichaam tegen me. Het heeft altijd gesproken, dat besef ik, maar ik heb er nooit veel aandacht aan besteed, laat staan dat ik ernaar luisterde.

Die dagelijkse gewaarwordingen binnenin mezelf, die voel ik veel beter dan vroeger. Ik stel er mij ook voor open en ik durf er nu ook op te vertrouwen dat mijn lichaam weet wat goed is voor mij.

Als ik mezelf fysiek voel in elkaar krimpen door een opmerking of een vraag weet ik dat dit me iets doet. Als ik mijn hart letterlijk voel overstromen dan besef ik dat ik moet inzetten op die zaken die dat teweegbrengen.

Hoe rijper ik word, hoe meer mijn buikgevoel me leidt.

Mijn lijf schreeuwde deze week heel hard “Neen!” toen iemand me een gunst vroeg. Na haar argumentatie en uitleg begon ik te twijfelen. Achteraf gezien voelde ik op dat moment de rede het hart wegduwen. En toen sprak ik de woorden: “Ik zal er eens over nadenken”. Met die woorden heb ik tijd gekocht. Tijd die me terug naar mijn lichaam kon brengen en mijn intuïtie weer de bovenhand gaf.

Bron: Instagram Eves_art_project

Durf jij je intuïtie te volgen?

Shortie

Ik klikte per ongeluk op “slaapstand” toen ik mijn laptop wou afsluiten. Ik rolde mijn ogen naar mezelf om het tijdverlies en duwde het toestel bruusk wakker met de aan-knop. “Sorry wi” zei ik verontschuldigend tegen de laptop. Toen ik besefte hoe raar dat klonk rolde ik weer met mijn ogen.

Shortie

Marco Borsato zong “De Waarheid” op de radio. Hoewel ik weinig heb met Nederlandstalige liedjes moest ik toch meekwelen. Ik was het vergeten maar “De Waarheid” bleek tijdens het meekwelen best een triestig nummer. Toen moest ik meewenen.

Shortie

Ik passeerde daarnet een hond met een jasje om. Ik vroeg me af of het baasje de hond aansprak voor ze vertrokken: “Oei, een beetje regen, kom we doen je jasje om”. Om zoveel liefde tussen hond en mens moest ik glimlachen. En omdat honden met jasjes ook simpelweg cute zijn.