Maandag probeerde ik met mijn onderarm het rooster van een groot barbecue stel tegen te houden terwijl het viel. Het was al enkele dagen afgekoeld maar het ding woog als lood met als gevolg: een fikse blauwe plek en een brok uit mijn onderarm. Diezelfde ochtend liet ik een terrasstoel van de trap donderen op het werk omdat ik onoplettend was bij het opruimen. In de sportles ’s avonds gleed mijn hand uit tijdens een vloeroefening waarbij ik vooruit schoof, mijn schouder te ver vooruit stretchte en op mijn heup belandde. Dinsdagochtend stootte ik zeker twee keer mijn hoofd tijdens het poetsen, ik trok daarna te hard aan de slang van de stofzuiger waardoor hij naar mij toe rolde en keihard tegen mijn hiel botste. Toen ik mijn emmer wegtrok kwam een stukje vel van mijn vinger tussen de hendel en de emmer terecht met een bloedneep als gevolg. Toen ik hem woensdag wou dichtslaan kwam het hoekje van de autokoffer tegen mijn schouder terecht in plaats van in het slot.
Ik kan blijven doorgaan maar ik heb mezelf deze week elke dag pijn gedaan.
Ik bots, stoot, struikel, mors en rabbel zoveel dat ik het als een soort eigenschap ben beginnen zien. Het is een deel van mij geworden om onhandig te zijn, ik kijk er zelfs niet meer van op. Je zou het een aangeboren lompheid kunnen noemen maar ik kan me niet herinneren dat ik als kind zo klungelde. In mijn jeugd brak ik eens mijn sleutelbeen en ooit eens een stukje van mijn voet, maar voor de rest ben ik zonder veel kleerscheuren groot geworden.
Heden ten dage sta ik continu onder de blauwe plekken, meestal weet ik niet eens waar ik ze vandaan heb. Nu ik er bij stilsta: ik ben nooit vrij van blauwe plekken, krassen of korsten. Je hoeft nooit lang te zoeken in het spel “Vind de blauwe plek”.
Ik snap ook niet zo goed hoe het altijd kan gebeuren. Misschien zit ik iets teveel in mijn hoofd en let ik daardoor minder goed op? Het valt wel op dat ik gemakkelijker materiaal breek of me kwets als ik me begin op te jagen en iets te snel wil doen. Haast en spoed….
Ok, racen klinkt misschien krachtiger dan het is maar ik heb serieus wat traject afgelegd met de zonen de laatste drie weken. Er waren basketmatchen, rondgerijdsel naar verschillende locaties, ritjes naar twee scholen. Vorig jaar deze periode vroegen we ons nog af of we onze tweede wagen niet konden verkopen maar dat blijkt nu echt totaal niet aan de orde. Ik moet mezelf achter het stuur soms aanmanen om het rustig aan te doen, beter een just-in-time dan een nooit, hoe dramatisch dat ook klinkt. Gelukkig hebben we Spotify en houden we regelmatig een sing-a-long-sessie.
Geklutst
Mijn hersenen. Waar ik het meeste in roer is de volgende vraag: wie gaat met welk vervoersmiddel op welk moment naar welke locatie?
Geluisterd
“Kasper spreekt af.” Cabaretier Kasper van Kooten bespreekt met buurvrouw en relatiedeskundige Annebelle zijn queeste in het zoeken naar de liefde. Een relaas over online daten, (on)zekerheid, kwetsbaarheid, single zijn in deze tijden. Verfrissend omdat het eens vanuit het standpunt van een man van middelbare leeftijd besproken wordt. Entertainend en vooral ook grappig bij momenten.
“Where should we begin?” met Esther Perel. Ik heb een beetje een girlcrush op therapeute Esther Perel, ze brengt moeilijke materie over relaties en persoonlijkheid zo eenvoudig naar voren. In “Where should we begin” wordt een reconstructie gemaakt van een therapiesessie in haar praktijk. Hoe ze de relaties en de problemen ontrafelt en op die manier de cliënten inzicht biedt in hun gedrag, ik vind het telkens razend interessant om naar te luisteren en ik leer altijd iets bij.
Gereserveerd
“Morgen en morgen en morgen” – Gabrielle Zevin. Ik zag het boek liggen in Het Paard Van Troje deze zomer en de kleurrijke cover trok meteen mijn aandacht. Wat men ook beweert, ik beoordeel boeken wel degelijk op hun cover. De bibliotheek waar ik lid van ben had het uiteraard in hun gamma dus kon ik het netjes reserveren. Curieus!
Getreurd
Enkele van mijn kamerplanten hebben de geest gegeven de laatste weken. Het snijdt telkens in mijn plantenhart als ik er ééntje moet opgeven.
Gewrongen
Momenteel voel ik me regelmatig gewrongen in het verdelen van de aandacht over de twee kinderen. Het eerste middelbaar voor de oudste vraagt wel wat extra energie maar ook de jongste zet veel stappen met nieuwe danslessen en zijn eerste saxofoon thuis. Ze zijn ferm gegroeid, niet alleen fysiek maar ze zetten beiden zoveel nieuwe stappen dat ik me soms voel tekortschieten in de ondersteuning hierbij. Tegelijk zie ik dat ze het zonder verpinken doen en ik vermoed dat dat komt doordat we hen in het verleden al voldoende ondersteund maar ook losgelaten hebben.
Gesmolten
We hadden een vijfmaandertje op bezoek deze week. Het petekindje van mijn husbando kwam een dagje chillen bij ons, geweldig toch zo’n baby’tje in huis. We smolten meteen voor zijn glimlach en zijn blauwe kijkertjes. Het voelde direct heel naturel om luiers te verversen en flesjes te bereiden.
En in alle drukte blijft de ochtendzon altijd rustig. Ze houdt hardnekkig vast aan de zomer maar haar stralen verliezen aan kracht in de koelte van de avond. Ze verliest de strijd ergens tussen het moment waarop ze achter de struiken zakt en onze twijfel om toch een trui mee te nemen naar buiten. Het jaar keert op dat moment.
De luchtige speelse zomer, gekenmerkt met uitjes en zomerpetjes wordt ingeruild voor de eerste jeans rond je billen en het zoeken naar pennenzakken. Whatsappjes gaan niet enkel meer over het startuur van de barbecue maar worden gevuld met basketschema’s en de benodigdheden voor de saxofoon-les. We slorpen driftig de laatste stralen vitamine D op met avondwandelingen en lange zondagen onder de parasol. Het besef daalt echter neer op het moment dat augustus voor september wordt gewisseld op de toiletkalender. Waar ik vroeger vanaf olf oest* snakte naar structuur voel ik dit jaar bij elke melding van Smartschool of Classroom een klein beetje zomernostalgie. Veranderen van school vraagt bakken energie, agenda’s worden strak aangesnoerd met openklasmomenten, trainingen en eerste muzieklessen.
Het contrast slaat hard en ik weet dat ik zal leren how to roll with the punches. Ik probeer recht in de zon te kijken om het verlies van de zomer te negeren.
Het moet de eerste zomer zijn die in een vingerknip is voorbij gevlogen. Ik herinner me nog jaren waarop 15 augustus het kantelmoment was van “gezellig zomeren” tot “net niet gaan rammelen aan de schoolpoort tot ze opent”. Ik werd dit jaar in snelheid gepakt. Blijkt dat het morgen al de laatste vakantiedag is voor de jongens en ik….ik zag het helemaal niet komen.
Ik heb de blog verwaarloosd. Ik heb zelfs het schrijven verwaarloosd. Met moeite schartte ik vijf stukjes bij elkaar, vier hier en ééntje op Minimaliese. Verder nam ik weinig tot nooit een balpen in de hand afgezien van enkele krabbeltjes op papier of wat digitaal gefluister in WhatsAppjes die ik mezelf toestuur.
Was de zomer te vol? Ze was alleszins gekenmerkt met moeilijk tot rust komen en overal rond zitten. In mijn fotorol vind ik alvast kiekjes waarvan ik niet meer wist dat ik ze gemaakt had.
Ilja studeerde af aan de lagere school op 30 juni. Vrijdag start hij in het eerste middelbaar en ja, dat is voor iedereen in huis spannend. De laatste maanden in het zesde leerjaar is hij fel gegroeid en het is duidelijk dat hij ondertussen wel rijp is om stappen vooruit te zetten. Nu wij nog.
Begin juli waren we 12 dagen in Denemarken. We trokken twee dagen naar Legoland en Lego House en reisden dan verder naar een vakantiehuisje aan het water.
Als je ooit de kans krijgt om Lego House in Billund te bezoeken dan zou ik dat niet laten schieten. Het is een geweldige locatie en je hoeft zelfs geen Lego-fan te zijn om compleet onder de indruk te zijn. Het gebouw alleen al is fantastisch om op te klauteren of door te struinen.
Boven op het dak slinger je precies een andere wereld in.
De jongens genoten van onze aanwezigheid. Voor mezelf heeft het zeker een 4-tal dagen geduurd eer ik tot rust kon komen. Vooral “op het strand wentelen” zorgde voor de nodige ontspanning.
Een dagje Kopenhagen gaf me naast het gevoel van de strandvakantie ook eventjes een citytripvibe.
De husbando en ik waren 13 jaar getrouwd op 9 juli. We vergeten onze trouwdag gemakkelijk omdat we meestal op reis zijn maar een selfietje op het dak van Camp Adventure mocht niet ontbreken! After all blijft het huwelijk een groot avontuur.
Kort na Denemarken ging ik alweer aan de slag op het werk. Het terrasje voor ons Dorpspunt trok heel wat toeristen waardoor ik ook tijdens het werken wel een specifiek vakantiegevoel kreeg. Vooral fietsers uit Nederland maar ook Britten en Duitsers vonden de weg naar ons.
Maar ik maakte ook tijd om met vriendinnen af te spreken. Ook deze zomer koos ik meer voor up de ruttel waardoor ik soms gemakkelijker iemand te zien kreeg dan maanden op voorhand iets vast te leggen. De witte Mona woont bij mijn vriendin Shanah. Ze zag mij met mijn luidruchtige boys minder graag komen maar uiteindelijk konden we haar hart wel winnen en werd zo onze kattenliefde weer aangewakkerd. Aargh, gaat dat dan nooit voorbij?
De jaarlijkse zomerpicknick met mijn vriendin Ann-Sophie viel letterlijk in het water maar we lieten het niet aan ons hart komen, integendeel: we deden van “verse pizza in de veranda” in plaats van “uitgebreid buffet op een dekentje ergens”. Zo ongedwongen en a l’aise, daar hou ik van. Het voelde door de regen dan ook geen spetter anders dan anders.
Met mijn vriendin Kelly bezocht ik de ene na de andere plantenboetiek in Gent terwijl we kwebbelden en slenterden. Zo blij met vriendschappen die me zuurstof en planten geven.
Ook in de zomer ben ik een vroege vogel. Dit heeft/geeft alleen maar voordelen, ik win er extra alleen-tijd mee en de zonsopgang is soms een schilderij op zich.
De jongens gingen op kamp wat wel voor wat praktische ongemakken zorgde. Niettemin werden we mooi geïnformeerd door de instanties waar ze mee weg gingen. De verloren voorwerpen van het Chiro-kamp in juli moeten we nog ophalen….
Mijn zomer stond vooral in het teken van lezen, soms onder een dekentje, soms in een strandstoel maar meestal met koffie naast me. Ik ben ondertussen ook weer met Goodreads begonnen om nieuwe boekentips te verzamelen. Ondertussen ben ik bezig met “Vers water voor de bloemen” van Valérie Perrin. Een echte pageturner! Ik kan geen treffelijke Nederlandse term vinden voor pageturner, wie helpt?)
Twee weken hadden we maar één kindje in plaats van twee toen ze elkaar afwisselden om op Kazou-kamp te gaan. Onvoorstelbaar hoeveel kalmer het dan is in huis! Beide boys zijn knuffeldieren dus compenseerden ze dat alvast voor elkaar!
Haarspeldbochten in de Oostkantons brachten ons nog op een driedaags tripje in de laatste week van augustus. Ik zal altijd opkomende misselijkheid moeten wegpuffen bij zo’n baantjes maar het is het altijd waard.
Rechts op de foto zie je hoe typisch mijn jongens met elkaar omgaan. Soms spelen ze samen (lees: fake-vechten-Cobra-Kai-style), soms zouden ze elkaar de kop inslaan (lees: Brullen naar elkaar: “Jij bent irritant!”). We moeten wel eens arbitreren maar ik laat ze ook soms gewoon ruzie maken. Op zich is dat ook het aanscherpen van sociale vaardigheden.
Linus ontmoette Brihang na een rooftopconcert in Watou. Het was redelijk cute om te zien hoe hij meezong met sommige nummers die we veel opleggen in de wagen. Toen hij naar huis wandelde met de handtekening zei hij zuchtend: “Nu is mijn leven compleet”.
Beide jongens groeiden uit hun kleerkast waardoor ik met allebei ging kleren shoppen. Vooral Ilja begint een eigen stijl te ontwikkelen waardoor ik het mij niet meer echt kan permitteren om zomaar iets mee te brengen van de winkel zoals ik vroeger wel eens deed. Ik vind het wel fijn om te zien hoe hun eigenheid zich toont via hun kledingstijl. Alleen blijft het wel moeilijk om broeken te vinden, ze hebben beide een smalle taille en lange benen.
Als ik de zomer een kleur zou moeten geven dan koos ik resoluut voor geel ook al was ze soms wel eens grijs of zelfs pikzwart met bliksemschichten.
Soms neem ik per ongeluk een screenshot met mijn smartphone. Ik pruts aan de zijkantjes en ineens knippert het scherm. Later vind ik in mijn galerij een plaatje terug van wat ik op dat moment op mijn gsm aan het doen was. Vandaag neem ik een screenshot van het leven zoals het op dit moment is.
Welk uur is het?
Exact 10u52 op de feestdag 15 augustus, pitje zomer 2023.
Wat zie ik rond me?
Een halfvol wasrek dat dringend afgehaald moet worden. Niet gezeverd maar dat staat er al 2 dagen klaar. Achter me hebben de jongens gespeeld met playmobil totdat ik ze naar buiten heb gejaagd omdat het veel te mooi weer is om binnen te spelen. Like a real mom! De commentaar: “Jij zit toch ook binnen?” kon ik netjes weerleggen want ik heb ondertussen ook was buiten hangen.
Waar vul ik vandaag mijn dag mee?
De ochtend bestond uit huishouden. Wasjes draaien, opruimen en heel regelmatig mijn ogen dicht doen omdat ik in elke ruimte in het huis iets zie dat mijn aandacht vraagt (zoals dat befaamde wasrek). Ik ben er wonderwel in geslaagd om veel los te laten en enkel te focussen op het belangrijkste. Anders zat ik hier nu niet te tokkelen maar gewoon verder te doen.
Hoe voel ik me?
Moeilijkste vraag denk ik.
Fysiek: een beetje brak. Ik ging teveel uit het voorbije weekend. Zaterdag zat ik pas om 3u45 in bed nadat we de Lokerse Feesten bezochten, het klinkt onvoorstelbaar als 20’er maar als 40’er voel ik dat twee dagen later nog altijd. Zondagavond zag ik dan ook voor het eerst Brihang optreden in Watou. Iets waar ik al een hele tijd naar uitkeek, om de één of andere reden kruipen de teksten van Brihang onder mijn vel. Maar een goe kerremesse is een geselinge weerd. Of hoe zeggen ze dat?
Mentaal: tricky. Ik skip even verder naar de volgende vraag 🙂
Wie is de laatste persoon (buiten het kerngezin) die ik zag?
De onthaalmedewerker op het werk. Daarna ging ik rechtstreeks naar huis en kwam enkel nog buiten voor een avondwandelingetje op mijn eentje.
Wat hoor ik momenteel?
Door mijn koptelefoon speelt het nummer “Gather my thoughts” van Josef Briem in de playlist “Deep Focus” op Spotify. De titel past freakishly good bij dit moment.
Wat zou ik anders willen op de volgende screenshot?
Misschien iets verdraagzamer zijn. En misschien iets meer stilstaan bij mezelf.
Wat ga ik doen direct nadat deze blogpost is geüpload?
Aardappelen wassen. En nog een koffietje drinken.
Welk uur is het nu?
11u15, ik schreef exact 23 minuten aan deze blogpost. Al heb ik wel een belangrijke vraag geskipt. Maar het feit dat ik ze oversloeg zegt ook al iets denk ik.
In “De kracht van rust” van Mirjam van der Vegt las ik over “Doe je wel eens van boerken“? Daarmee bedoelde ze: “Overschouw je wel eens op je gemak de oogst van wat je zaait?” Het valt op veel manieren te interpreteren maar het nodigt vooral uit om stil te staan.
Zoals ik al eerder schreef lees ik veel non-fictie, veelal over dezelfde thema’s (psychologie, rust in je hoofd en in je leven, relaties, zelfzorg…) en uiteraard staat in veel boeken hetzelfde. Ik rol al eens met mijn ogen als de amygdala en de stressrespons nog maar eens uitvoerig aan bod komen (jawel, we hebben er allemaal één trouwens, check het) maar de basis blijft hetzelfde: vertragen om tot rust te komen. Prikkels reduceren, niet constant “aan” staan maar ook gewoon eens “zijn”. En zoals de auteur van het boek hierboven schreef “eens van boerken doen” en met je handen op je rug de gewassen gaan aanschouwen. Het is geen geheim dat ik het daar moeilijk mee heb, maar ik luister veel beter naar mijn lichaam dan vroeger. Zo stond ik gisteren op met een bonkend hoofd en een vermoeid lijf dus nam ik de tijd om nog een uurtje in de zetel te wentelen in plaats van direct als een Duracell-konijntje door het huis te gaan schoffelen. Ik hàd die tijd dus benutte ik hem ook. Daarna deden we nog een uur koffie met babbeltjes en ik voelde meteen dat het nodig was geweest om traag te starten.
Mijn grootmoeder nam ons altijd mee naar buiten. “Kom, we gaan eens naar den hof”. Dan liepen we rustig door de lange tuin naar achteren om alle planten en bloemen te aanschouwen terwijl we babbelden. Ze wees me alle planten aan die in bloei stonden en voorzag me van voldoende tekst en uitleg. Uiteraard werd ik wel eens terug naar het tuinhuis gecommandeerd om een kniptang uit te halen want een tuin vraagt constant onderhoud. Ik ben vele keren tussen de struiken moeten gaan rabbelen om een specifieke tak te snoeien. We maakten ook wildboeketten met de bloemen die we tegenkwamen. Toen haar huis verkocht werd na haar overlijden deden we nog één keer de toer en het laatste wildboeket dat ik plukte was een vaas vol jasmijnen.
Haar vele jaren als landbouwster zaten er ingebakken en de simpele handeling van “naar den hof gaan kijken” blijft rustgevend en het past enorm bij de “less is more”-vibe. Ik voel die sfeer als ik mijn planten verzorg. Met een 50-tal kamerplanten ben ik dagelijks in de weer en ik moet mezelf soms een halt toe roepen omdat ik zo danig in een plantenflow kan geraken dat ik compleet de tijd uit het oog verlies. Er zijn vele zondagen waarop ik in mijn chill-kleren ’s morgens gewoon planten sta te verpotten als de jongens de trap afkomen om te ontbijten. Het begint met “oei, deze heeft dorst” en het eindigt met een aardemix maken op mijn terras en stekken trekken van elke plant die nog maar de indruk geeft dat er iets te rapen valt.
Er wordt wel eens gezegd “Do more of what makes you happy”. Heb je een activiteit die je tot rust heeft gebracht: blijf die doen. Is het nu potten draaien, fotograferen, schilderen of tijd nemen om in de zetel te wentelen met een boek. De truc is gewoon om er geen verdienmodel van te maken. Eens het een business wordt is het geen zuivere ontspanning meer. Ik zou er sowieso weinig aan verdienen denk ik want in mijn geval is dat: in Ma Flodder-outfit met plantenvoeding rond saffelen en nadenken over welke plant ik in welke bloempot ga steken eens de stekken beginnen te wortelen. Ik ben verre van een plantenexpert al denken mensen dat wel eens als ze in mijn living komen. Mijn planten verzorgen in alle stilte terwijl ik van mijn koffie sip, daar maak ik heel graag tijd voor en dat zie je aan hun groei.
Buit van de dag: Ik probeer een stek te trekken van mijn Monstera, en als dat niet lukt dan heb ik toch iets om in meme’s vaas te zetten.
Soms worden mensen telefonisch geïnterviewd op de radio. Eerlijk gezegd vind ik het best irritant om naar zo’n telefooninterview te luisteren, niet alleen omdat het niet goed klinkt, maar vooral omdat er soms mensen zijn die gewoonweg niet stoppen met babbelen. Hun hele verhaal doen ze in één adem, zonder een seconde rust. Je kunt dat “gedrevenheid” noemen maar als je jezelf zo graag hoort babbelen: start met een podcast! 😉
Laatst moest ik drie militairen overlaten die op trektocht waren in de streek. Volledig geëquipeerd stapten ze volle force verder op hun bottines. Het eigenaardige was wel dat ze hun geweer met beide handen voor hun lichaam droegen. De meest logische verklaring is: “’t Zijn militairen, dat doen ze nu eenmaal”, tegelijk vond ik het wel wat vreemd zo om 8u ’s morgens al drie geweren op straat te zien. Ik ga er van uit dat ze nergens gingen geambushed zijn ofzo en zelfs dàn nog hoop ik maar dat ze niet zomaar zouden beginnen in het rond schieten.
Kunst. Correctie: sommige kunst. Ik kocht deze week een museumpas om me meer vrijheid te geven bij het in en uit lopen bij museums. Woensdag bezocht ik het SMAK en het MSK in Gent en ik moet zeggen: ik snap het niet altijd even goed. Wat bepaalt of iets goed genoeg is om in een museum te belanden en wat valt onder “werkje van een kind uit de 2e kleuterklas”? Alles is kunst? Misschien? Ik weet het niet, noem me gerust een cultuurbarbaar. Niettemin kan ik wel genieten van sommige kunst maar ik moet het misschien meer zoeken in woordkunst, sculpturen en muurschilderingen, het viel me wel op dat die meer mijn aandacht trokken in Gent. Hopelijk kan ik het verder uitzoeken met mijn museumpas, morgen bezoeken we ook het Kunstenfestival in Watou, ik geef het dus niet op!
Vorig weekend was ik met vrienden in Leuven op stap. Terwijl we door de autovrije winkelstraat slenterden viel een mevrouw vlak naast me. Mijn eerste reflex was om haar recht te helpen en te luisteren of ze OK was. Ze begon te lachen en ook haar vriendin lachte mee “Nee jong, ik ben ok, laat mij maar liggen, dat gebeurt regelmatig dat ik val”, waarop haar lachende vriendin me toesprak “Ja echt, daar kom ik wat mee tegen met die hier op stap.” Ik wist niet goed of we mochten meelachen of was het candid camera ofzo maar we wandelden uiteindelijk verder met een “ooowkeiiii dan maar?”-gevoel….
Je gaat me koekoek verklaren maar ik heb deze week gegoogeld op “Waarom zijn duiven zo dom?”. Blijkt dat de meningen verdeeld zijn. Toch kan ik me niet van de indruk ontdoen dat duiven te dom zijn om te helpen donderen. Ik ben toch zeker niet de enige die al eens getoeterd heeft naar een duif die maar bleef zitten op de rijweg? Laatst vloog er zo’n kamikazeduif bijna tegen mijn autodeur terwijl ik aan het rijden was. Ik schrok me een accident. De artikels die ik las geven echter aan dat duiven maar al te goed weten wanneer ze moeten opvliegen om niet geraakt te worden door een fietser of een wagen. Ze blijven gewoon extra lang zitten om zo lang mogelijk te kunnen peuzelen van hun prooi (veelal etensrestjes). Toch zijn er hier en daar duiven die het niet halen en doodgereden worden maar dat is blijkbaar gewoon een natuurlijk fenomeen, onder de mens zijn er namelijk ook exemplaren die niet tijdig zouden weglopen. Hoewel ik me blijf verbazen over de pure domheid van duiven ben ik niet meer van plan om als een gekkin te gaan remmen als ze weer eens blijven zitten.
Morgenmiddag vertrekt de jongste zoon op kamp. Ilja is vrijdag vertrokken en ze komen pas volgende week maandag terug thuis. Hoewel we gewoon doorwerken zal het toch anders dan anders zijn zonder die twee karwaten in huis. Ik kijk uit naar de rust en tegelijkertijd ben ik bang dat ik die rust niet ga vinden.
Ik heb het gevoel dat ik de laatste weken heel moeilijk kan stilzitten. Tien dagen vakantie in Denemarken zijn omgevlogen en vooral daar merkte ik meer dan ooit hoe lastig het is voor mij om integraal niets te doen. Iets in mij wil altijd in beweging blijven. Is het niet door fysieke actie, het is door me mentaal vooruit te duwen. Ik las nooit meer boeken dan in de maand juli en hoewel ik effectief stilzit als ik dat doe blijf ik wel mijn hoofd voeden. Van de non-fictie maak ik nu ook hier en daar een kleine samenvatting of ik noteer keywords om de kern ervan te onthouden. Bij fictie vind ik het soms moeilijker om in een verhaal te rollen omdat ik meestal pas ’s avonds verder lees. Aangezien ik dagelijks tussen 5u30 en 6u30 opsta en in huis begin rond te scharrelen moet ik niet veel uitleg geven over hoe het gesteld is met mijn attention span na 20u.
Ik vermoed dat het wel anders zal zijn als ik de komende week minder moet aan “momming” doen. Geen idee of dat een bestaand woord is, maar ik gebruik het graag. Als de jongens van huis zijn kan het even iets meer laisser-faire. Is er geen eten in huis, dan zoeken we wel iets, het altijddurende geregel van alles zal wat wegvallen en daar kijk ik wel naar uit. Tijdig picknick voorzien voor sportkampen, kleren wassen op momenten dat je het anders niet zou doen want er moeten dringend valiezen worden gevuld, nadenken over kinderopvang als wij iets later moeten werken of iets vroeger moeten beginnen. Ik ben vooral bezig met vooruit denken en handelen en dat kan wel eens op mijn systeem werken.
Het enige dat ik morgen ga regelen is mijn solo-uitstapje op mijn vrije dag deze week. Nèh.
Het huis is leeg, het enige geluid zijn de vogels buiten en de ruis in mijn oren. Het is de laatste stille ochtend dat ik alleen thuis ben tot in september.
Het voelt alsof ik momenteel in een blanco periode zit. Een witruimte als het ware. Naast het werk hou ik me vooral bezig met de dagdagelijksheden en sport op maandag. Voor de rest hoef ik geen moeite te doen om de week te vullen, dat gaat vanzelf. Ik probeer de input aan prikkels te beperken door me vooral toe te spitsen op lezen momenteel. Er staat veel non-fictie op mijn e-reader, veelal in hetzelfde thema: relaties en de psychologie erachter (Rika Ponnet, Esther Perel). Maar ook zelfzorg (Nina Mouton) en zelfinzicht (Nicole Lepera). Ik lees dagelijks maar ik kan heel moeilijk de boodschappen herhalen achteraf. Laatst nam ik wel notities tijdens een YouTube van Esther Perel, ik merk dat dat echt wel helpt om alles te structureren, maar het vergt wel wat tijd en stilte.
Ik ben nog altijd sterk bezig met vriendschap en relaties, meer en meer hoor ik dat het niet evident is om vriendschapsbanden te smeden eenmaal je in een bepaalde levensfase beland bent. Mijn idee hierover fluctueert, hoewel ik de laatste tien jaar veel vriendschappen heb opgebouwd voel ik ook wel dat een deel daarvan is weggevallen. Sommige van die relaties waren belangrijk voor mij, andere hingen misschien al aan een zijden draadje en doordat ik het losliet knapten ze mee los. Hoewel ik minder blog schrijf ik wel nog altijd regelmatig. Het onderstaande staat al enkele weken in één van mijn concepten:
“Tijdens mijn ochtendwandeling passeerde ik een brunchplek waar ik zelf al enkele keer koffietjes ging drinken. Op het terras zaten vier vriendinnen te ontbijten. Ze kwetterden er vrolijk op los, ik moest glimlachen. Tegelijkertijd voelde ik ook een steekje jaloezie. Het deed me iets. Nochtans, ik had er zelf heel bewust voor gekozen om mijn vrije dag alleen door te brengen. De luchtigheid waarmee ze tegen elkaar babbelden over hun reisplannen, het gelach toen ik verder stapte. Ik mis het soms om “part of the gang” te zijn. Part of a gang in dit geval. Ik heb niet zo één grote groep vrienden waar ik toe behoor, het zijn allemaal eilandjes van vriendinnen. Sommigen kennen elkaar wel maar meestal via mij of enkel oppervlakkig. Het feit dat enkele vriendschappen gestrand zijn in het laatste jaar heeft er ook veel mee te maken. Ik denk sowieso veel te veel na over de oorzaken van het stranden en of ik mijn eigen aandeel in sommige verhalen niet verkeerd inschat.”
En van concepten gesproken: ik ben ook al anderhalf jaar aan het sleutelen aan één lange tekst getiteld “Keukengesprekken”. Ik vermoed dat ik die zes A4tjes nooit online ga brengen maar ik kan er wel een flardje van delen:
“Mijn introverte kant heeft me heel lang parten gespeeld, ik had altijd het gevoel een outsider te zijn op feestjes. Degene die in de keuken rommelt en aan de zijkant van het feest mee volgt wat de anderen vertellen. Ik ben contenter nu ik dat heb aanvaard, dat ik gewoon kan zijn wie ik wil zijn. Soms ben ik een feestjesmens en op een ander moment kan ik evengoed in de schemer blijven. Maar wat ik zeker heb ervaren de voorbije jaren: de beste gesprekken worden in de keuken gevoerd.”
Het reflecteren over die thema’s doe ik veelal in mijn hoofd maar ik heb gelukkig ook enkele goeie vriendinnen waarmee ik dat kan doen. En ja, met hen doe ik ook wel eens een terrasje of een lunch, en dat voelt even waardevol als the gang die ik soms mis.
Ze duwen de portieren open, ik check of ze alles meehebben en roep dezelfde boodschap nog eens naar de achterbank. Beide jongens zwaaien door het raam, Ilja dubbelcheckt of ik het gezien heb en zwaait nog eens extra. Ik gooi een zoen, ze stappen de schooldag in.
Deze dagelijkse gebeurtenissen, zo vanzelfsprekend, het zijn die dingen die bekend staan als de gewonigheid van het leven. Vanaf volgend schooljaar stappen ze elk apart naar school en net zoals “geen kleuters meer in huis” zal ook dat vlug wennen.
Ik ging vandaag naar de bank, een cleane ruimte met enkel Belfiusposters aan de muur. De raamloze bureaus toonden weinig persoonlijke elementen. Toen de bankbediende haar sleutels op een stapel dossiers legde gaven haar sleutelhangers me een inkijk in haar leven. Ik hou er van om levenssporen te spotten bij mensen die ik niet ken. Een foto aan een sleutelhanger of een gezichtje op de achtergrond van een smartphone, een bepaalde sticker op een map of gewoon al iemands’ handschrift zien. Sporen van hun gewonigheid, tekenen van hun eigenheid. Ineens werd de dame achter het asociale plexi-glas een persoon met een privéleven. Misschien zette ze ook elke ochtend haar kinderen af aan de schoolpoort net als ik.
Er zijn weer enkele baby’s geboren de laatste maanden. Jonge gezinnen aan de start van hun leven samen. Voor hen voelt dat nu spectaculair maar binnenkort wordt het een onderdeel van hun dagelijkse bestaan. Ze creëren hun eigen gewonigheid wanneer hun gezin een unit wordt. Als ik ze hoor twijfelen over luiers, babyvoeding en tekort aan slaap voel ik een verschil in de levensfase waarin wij zitten. Ergens wil ik hen geruststellen “Je geraakt erdoor”, tegelijkertijd weet ik dat deze fase nu hun realiteit is en dat ze dat moeilijk kunnen inschatten met dat kleine wondertje op hun borstkas. Omgekeerd hoor ik graag oudere collega’s of vrienden babbelen over hun inwonende twintigers. Ze relativeren de prepuberteit en de bijhorende zorgen rond onze oudste zoon, tegelijkertijd geven ze aan “dat ze zich daar indertijd ook zorgen over maakten”. Binnen tien jaar denken we er net zo over en misschien komen de baby-ouders van nu met gelijkaardige zorgen bij ons terecht.
Veertig(er) zijn en de bijhorende levensfase, het voelt als een tussenperiode vind ik. We kunnen een stuk surfen op de dagdagelijkse golven van het leven en tegelijkertijd hebben we weer wat meer ademruimte omdat onze kinderen hun eigen levenssporen creëren.