Page 2 of 93

De boeken van 2020

Op de valreep nog in het juiste jaar….

Het keert elk jaar terug: het boekenoverzicht van het voorbije jaar. Vorig jaar was eerder pover qua boeken lezen maar dit jaar maakte ik een serieuze inhaalbeweging. Aan wat dat ligt? Aan één ding….beschamend genoeg om het te zeggen: minder Instagram. Of moet ik zeggen: minder doelloos Instagrammen. Ik spendeer er nog meer dan genoeg tijd op…

Ik las beduidend meer non-fictie en de beste beslissing van 2019 was zonder twijfel het aanschaffen van een Kobo-abonnement.

Naar mijn bescheiden mening zijn dit aanraders:

  • Boek dat het meest onder mijn vel kroop: “Lieve Edward” – Ann Napolitano
  • Het boek rond gewoonteverandering waar ik het meeste aan heb gehad: “Elementaire Gewoontes” – James Clear
  • Snelst gelezen boek: “Dag liefje, met Mila is alles goed en ik klungel lekker verder“. Stefaan Degand in twee trekken uitgelezen, loved every page of it!
  • Meest intrigerende boek: “Als ik het leven over mocht doen” van Bronnie Ware. Deze palliatief medewerkster schreef een overzicht van wat ze het meest hoorde bij het begeleiden van mensen op hun sterfbed. Je moet het niet lezen voor de aantrekkelijke schrijfstijl maar misschien wel voor de boodschappen die erin te vinden zijn.
  • Beste gift voor iemand anders of voor jezelf: “De jongen, de mol, de vos en het paard“. – Charlie Mackesy. Maar dat kon de aandachtige lezer waarschijnlijk wel achterhalen aangezien ik er al verschillende keren naar refereerde in andere blogposts.
  • Boek waar ik geen herinneringen meer aan heb: geen enkele want het leven is te kort om door te lezen in een slecht boek.

Ik zit nog met een gigantische berg boeken waar ik in 2021 tijd voor maak. Allen (door)gekregen. Merci attente leesvriendinnen en merci lief leesschoonzusje hiervoor.

Bij het herlezen van de vorige jaaroverzichten komt hetzelfde altijd terug: “Ik heb niet veel gelezen want ik val ’s avonds altijd in slaap na een kwartier”. Dat was in 2020 dus niet anders maar ik las gewoon meer overdag. Problem solved.

De boeken van 2019 vind je hier.

De boeken van 2018 vind je hier.

De boeken van 2017 vind je hier.

De boeken van 2016 vind je blijkbaar niet hier, maar wel een soort van overzicht…

Die van 2015 kun je hier vinden maar daar zijn ook enkele foto’s verdwenen….

In februari 2021 baart mijn broer ook weer een boekbaby. Dat komt uiteraard bovenaan de stapel.

kaftontwerp: Sven Verhaeghe

Ik kan hier niet op publiceren drukken zonder jullie allen te bedanken voor jullie talrijke aanwezigheid hier op mijn blog. Het was mijn uitlaatklep in het turbulente jaar 2020 en dat is te zien aan de 87 gepubliceerde berichten. De reacties zijn altijd een fijn cadeautje en ik zou zeggen “keep ‘em coming!”. Je bent in 2021 zeker niet van mij af! Fijne oudejaarsavond!

Schrijven is altijd een goed idee

Alleen moet je weten wat, waarover en vooral: hoe je er aan moet beginnen. Ik weet ook niet altijd hoe het zal evolueren. Een tekst, een blogpost, een verhaal….een gedicht…Maar het werkt. Het is altijd een beetje loslaten als ik stukjes gedachten over een scherm laat dansen. Mijn vingertoppen razen over het toetsenbord, het typende geluid voelt meestal als thuiskomen.

En ja, er wordt enorm veel gewist, gebackspaced en ik word heel vaak gestoord door anderen of door mezelf. Maar ik blijf gaan. Hoe zeggen ze dat? “Schrijven is blijven”? Misschien is dat wel zo, maar voor mij werkt schrijven vooral verlossend. Ik heb verschillende manieren om mijn gedachten te ordenen en veelal worden teksten gevormd tijdens wandelingen of autoritjes. Soms zet ik me, ik open WordPress en het vloeit vanzelf.

Zoals nu…tokkelen…mijmeren…nu en dan eens op een velletje bijten langs mijn duim terwijl ik naar buiten staar. Het hoort erbij. Tekst moet tijd krijgen om te rijpen. Of soms wordt alles in één trek geschreven en publiceer ik zonder veel nadenken. Elk schrijfsel heeft zijn kantjes en misschien moet niet alles altijd even goed zijn. Misschien moeten we gewoon blijven schrijven?

Spontaan komt er een liedje in mijn hoofd van Koen Crucke “Blijven drijven“. Ik vervorm het graag naar “Blijven Schrijven”. Zo hoef ik niet ter plekke te blijven drijven maar kunnen mijn gedachten rustig verder kabbelen op een zee van woorden. Het vraagt soms wat overtuiging maar ik kan het alleen maar aanraden: lig je in de knoei, laat alles vallen, neem er een stylo of je laptop bij en begin te bazelen op het scherm. Als hersenspinsels broeien, laat dan de inkt vloeien. (Waar is die pinterest-tegel hier??) Train je geschrift door met de hand te schrijven, schrap, doorstreep, onderlijn. Het hoeven zelfs geen zinnen te zijn. Schrijven werkt.

De 7 ge’s

gewandeld

Voor mijn doen heb ik te weinig gewandeld. Ik zou het aan het weer kunnen wijten. Misschien moet ik dat maar gewoon doen want door de aanhoudende regen en wind zat mijn vendelgoesting onder het nulpunt. Toch had ik een fijne date met drie blogvriendinnen in Diksmuide voor een avondwandeling. Het ware mooi meegenomen als we achteraf een cava’tje konden drinken met een set veel te hete bitterballen maar het is alsof we het gehad hebben.

gewonnen

Eind november stuurde ik een gedicht in voor een wedstrijd in de gemeente. Het werd wat zwoegen op de opdracht “Schrijf een liefdesgedicht” maar uiteindelijk kon ik toch iets afleveren. Woensdag kreeg ik telefoon van de medewerker van de gemeente, mijn gedicht werd verkozen! Het zal gepubliceerd worden in de vernieuwde trouwboekjes. Dus: Woehoew! (Nogmaals zeg!)

geluisterd

Ik heb de radio herontdekt. In de wagen ben ik nogal een zapper tot ergernis van mijn lief die mijn vette vingers op het scherm ziet verschijnen. (Ik vergeet altijd dat ik dat ook kan bedienen aan het stuur). Tijdens de MNM1000-week hoorde ik heel wat machtige nummers die me terugkatapulteerden in de tijd. We installeerden het oude FM-radiootje van meme en sindsdien luisteren we nu thuis veel meer muziek dan anders. Ik streamde vroeger wel eens radio via bluetooth maar ik ervaar toch heel wat storingen op die manier en de batterij van mijn gsm wordt erdoor leeggezogen. Ik was vergeten hoe het is om een FM-radio te hanteren. De kinderen mogen het radiootje niet verplaatsen of het begint te ruisen.

gewachterd

Dirk De Wachter. You love him or you hate him. Dat is een beetje zoals met de Peter Adriaenssens. Sommigen vinden die kerels mediageil, ik vind dat niet. We hebben nood aan mensen die psychische problemen op een normale manier kunnen uitleggen en Peter en Dirk zijn daar sterk in. Ik volgde een online voordracht ten voordele van Te Gek. Dirk De Wachter had het in zijn lezing voornamelijk over “ikkigheid” en verbinding maken. Ik herkende wel een stuk van wat ik hier schreef in wat hij zei.

Moeilijk in deze pandemie-tijden maar toch zo belangrijk.

(Passe-Partout weet dat al jàààren 😉 )

gedagtript

We trokken deze week naar het bezoekerscentrum van Het Zwin. Door de coronablablabla mochten we de tentoonstellingen binnen niet bezoeken maar er was wel een mooi aanbod in openlucht. Bij het vertrek naar daar was het aan het hozen, maar eens we daar waren was het ineens toch zo goed als droog. We volgden het “huttenparcours” op de site van het bezoekerscentrum waar we in verschillende tuinhuisjes informatie kregen over de vogels in Het Zwin. Onder de microscoop werden pluimen en braakballen ontleed, er werden pakketjes uitgedeeld met materiaal om vogelvoer te maken en we mochten vogels spotten door extreem duur uitziende telescopen. Ik vond het echt een aanrader ook al was het voor ons best een stek rijden. Bij de wandeling in het natuurdomein viel het me op dat ik al lang niet meer zo’n uitgestrekt gebied had gezien.

“Ik volg de pootstappen!!”

gefeest

Kerstavond vierden we met de jongens hier thuis. Hoe anders? Zij mochten kiezen hoe we het invulden. Typisch kinderen: “Hetzelfde als vorig jaar” (aperitief, zelfgemaakte pizza en witte chocomousse). Ik koos vorig jaar de film Inside Out die we met ons vier samen bekeken. Ze hebben er blijkbaar sterke herinneringen aan overgehouden want Linus kon nog 5 van de emoties benoemen die aan bod komen in die film. Dit jaar koos ik voor de klassieker Home Alone (zoals de rest van Vlaanderen zeker?). Ilja lag krom van het lachen. Voor Linus hebben we regelmatig vertaald wat er gebeurde maar ook hij genoot er van. Gewoon al het feit dat wij met ons vier samen naar een film kijken, hoeveel gebeurt dat eigenlijk?

We moesten er zelfs onze grote eettafel niet voor uit te halen. (Al begin ik wel te verlangen tot ik weer een een aantal vrienden kan uitnodigen om de grote tafel vuil te maken!)

geknobbeld

Losse eindjes. Als in: ik deed een aantal kleine taakjes die al een tijdje aan het sluimeren waren terwijl de echtgenoot zich boog over grotere werken in de tuin samen met de hovenier. Ze plaatsten boordstenen naast het gras en installeerden het raam voor leilinden aan één kant van ons huis. Het voelt alsof 2020 alsnog het jaar van de afwerking zal worden….We kregen eindelijk ons tweede toilet boven, onze voordeurtrap werd afgewerkt drie jaar (!) na de plaatsing en nu geraakt de tuin ook eindelijk zoals we hem willen…

Een zaligen hoogdag lieve bloglezertjes van me!

Van die keer dat ik meedeed aan iets.

Ik gebruik mijn smartphone om veel te veel op Instagram te neuzen. Daarnaast is het fototoestel de meest gebruikte functie denk ik. Tijdens wandelingen heb ik altijd wel iets gespot dat volgens mij een foto waardig is. De toeristische dienst van onze gemeente schreef het voorbije jaar een fotowedstrijd uit waarbij inwoners werden opgeroepen om beelden te maken van de gemeente. Je kent dat wel. Ik besloot mee te doen. Wie niet waagt, niet wint. Dus doorheen de lockdown in het voorjaar, de zomer en de herfst stuurde ik enkele foto’s in. We mochten er maximaal 20 indienen maar ik wist al op voorhand dat ik er nooit 20 ging vinden. Uiteindelijk gingen een 8-tal foto’s door naar de dienst toerisme. Ineens werd gevraagd of één van mijn foto’s mocht gebruikt worden op de cover van het lokale gemeentemagazine “Infoflash”.

Het was best fijn om mijn foto te zien blinken in het echt. Veel later kreeg ik een mail met de vraag of ik voor twee van mijn foto’s nog een titel wou doorsturen. Er werden er namelijk twee geselecteerd door de onafhankelijke jury. Die twee foto’s worden voorgesteld in het vijverpark van mijn gemeente samen met nog 31 foto’s van andere deelnemers. A la minute verzon ik twee titels. Achteraf had ik er misschien beter wat meer over nagedacht, maja, het is maar een foto.

Deze week echter kreeg ik telefoon van Jo, de medewerker van de toeristische dienst met een luxeprobleem. Mijn foto’s waren eerste en tweede geworden in de wedstrijd! Say what? De jury koos de foto’s anoniem dus Jo zat ietwat verveeld met het feit dat ik twee prijzen had gewonnen, hij vroeg me of ik het zag zitten om mijn tweede plek door te schuiven aan de derde winnaar (en vierde) want de eerste drie wonnen een prijs. Uiteraard zei ik ja. Zo bitchy ben ik nu ook weer niet.

Binnenkort ontvang ik een pakket met toeristische producten ter waarde van 250 euro. De laatste twee foto’s in de rij zijn de winnende.

“Plassend schaap in het ochtendlicht” was één die ik vooral doorstuurde omdat ik wist dat ik nooit aan 20 foto’s ging geraken.
“En den dapperen tetting deed duchtig door” (nog een fotootje dat ik instuurde eerder voor de grap….)
View from den oprit.
Ik wed dat de buren verschillende keren denken “Ze staat daar weer wi in haren peignoir met eur foto’s ossan!”
“De enge man” noemen mijn kinderen hem. “De Canadien” noemen wij hem lokaal.
“De draak verliest zich in het ochtendgloren” won de eerste prijs. Deze draak is hier achter de hoek te vinden in het Welsh Memorial Park.
“Boven het water verdampt de nacht” won de tweede prijs. Deze foto nam ik op een zondagochtend toen ik met verse koffiekoekjes thuiskwam. Het stukje dat ik daarbij schreef kun je hier vinden.

Dus het jaar eindigt nog met een positieve noot voor mij. Ik ben hier eigenlijk best heel content mee. Ohja, er is trouwens ook nog een publieksprijs te winnen ook. Iedereen kan via mail of formulier zijn top 5 stemmen van de foto’s die in het vijverpark in Langemark zijn uitgestald. Met mijn PR-team ging ik gisteren al eens een kijkje nemen.

Dus voel je vooral vrij om mijn gemeente te bezoeken en het toerke van de vijver te doen, de stemformulieren kun je daar te plekke vinden of het kan ook via mail 😉 Eind februari weten we daar de resultaten van! (PS: Er start ook een wandeling van 11 km ter hoogte van die vijver, moest je toch niet weten wat gedaan)

Less was definitly more

De jaaroverzichten, ik vraag me af hoe ze er anno 2020 gaan uitzien. Binnenkort komt mijn eindejaarsboekenlijstje online. Bij twijfel of ik een bepaald boek al dan niet gelezen heb durf ik wel eens terugneuzen in de lijstjes van vorige jaren. Soms verwijs ik ernaar als iemand een boekentip vraagt. Verder ga ik weinig lijstjes maken van “Beste dit” of “Top alginder”. We kunnen 2020 als “een slecht jaar” gaan aanschouwen. Ik vermoed dat velen het ook zo gaan verwoorden. Minstens als een speciaal jaar. Voor sommigen heel terecht een kakjaar. Een jaar om direct door te spoelen. Voor mij was 2020….leerrijk. Minstens even leerrijk als alle andere jaren. Zeker even waardevol als de jaren die nog gaan komen. Het was geen fantastisch jaar, dat niet. Op mijn kerstkaartje dit jaar staat dan ook de boodschap: “Noaste joare beter!”. Veel van mijn vrienden werden ziek door het gemene coronavirus. In de voorziening waar ik werk is het nog altijd alle hens aan dek, er vielen in andere groepen jammer genoeg verschillende overlijdens te betreuren. Ik wens het niemand toe om dit van dichtbij mee te maken. Gelijk hoe, jobsgewijs was het dus een jaar dat ik niet graag wil overdoen. Met de stagnering in de ontwikkeling van onze jongeren op kop, want hoe kun je iemand aanleren om zelfstandiger in de maatschappij te staan als je met moeite buiten mag komen? Hoe leg je uit aan iemand met een verstandelijke beperking dat hij de komende periode niet naar huis mag? Hoe vertel je dat die 4 weken internaat ineens 6 weken worden? Dat die 6 weken uiteindelijk 10 weken worden? Ik heb geleerd dat je dat gewoon doet, maar tegelijk heb ik ook geleerd dat ik zo’n zorg niet meer wil bieden. Ik wil niet meer terug naar het lockdownverhaal van het voorjaar en daar heb ik veel voor over.

Voor mijn persoonlijke groei was 2020 wel een topper. Nooit eerder heb ik zoveel aan persoonlijke ontwikkeling gedaan als dit jaar. Niet dat er in 2020 meer tijd was, integendeel. Met een schoolkind en een kleuter fulltime thuis in het voorjaar kwam daar niet veel van in huis (al was ook zelfs dàt een leerschool). Toch las ik meer dan 50 boeken waarvan minstens de helft non-fictie over minimalisme, focus vinden, gedragsverandering, gewoontes doorbreken. Het is simpel en het komt altijd op hetzelfde neer: verandering start bij jezelf. Het zal altijd een slecht moment zijn om iets aan te pakken of een reden om het niet te doen. Het is te druk. Er is geen tijd. Geen geld. Geen ruimte. Geen goesting. Geen courage. Niemand helpt je. Het lukt niet. Je hebt het geprobeerd maar het is mislukt. Je wil niet falen. Je kunt het je niet permitteren. Vul gerust aan.

Ik vermoed dat het probleem is dat sommige mensen het veel te groots zien. Het begint echter allemaal met één kleine verandering. Eén iets kan een sneeuwbaleffect hebben, iets dat mogelijk je hele leven verandert. En als het niet je hele leven is, dan misschien één aspect van je leven of zelfs misschien maar één dag er van. Ik ondervond dat mijn leefwereld serieus veranderd is door te minimaliseren en dat gedachtengoed in alles door te trekken. Het jaarthema “Less Is More” is op die manier echt goed tot zijn recht gekomen. (Ik schrijf er sowieso nog over op mijn andere blog). Hoe ik 4/5e werk, ons menage mee draaiende hou en tegelijk regelmatig ga wandelen met vriendinnen? Waar ik de tijd haal om te lezen en daarnaast meer dan 85 blogposts te schrijven op een jaar? Ik doe dat gewoon en ik overdenk het allemaal niet teveel. Komt daarbij goed van pas dat ik een afkeer heb van perfectionisme. Ankeren naar een hogere functie op het werk is niet aan mij besteed en ik streef al zeker niet naar een duur grotesk huis of zakken vol geld op mijn bankrekening. Ik moet er al eens iets voor laten maar dat vind ik niet erg, ik hoef niet meer zo nodig alles te hebben. Voor mij zijn relaties het belangrijkste in het leven. Niet alleen mijn relatie met anderen, maar vooral ook de relatie met mezelf. Als je vindt dat deze niet in balans is, als je jezelf alsmaar als laatste op je lijstje zet, dan zal er van die courage inderdaad niet veel in huis komen.

Verder sluit ik deze blogpost af met nóg maar eens een fotootje uit dat prachtige boek van Charlie Mackesy. Een boek dat ik alleen maar kan aanraden, startende minimalist of niet.

Op ’t ritme van een rumba.

Als klein meisje had ik het zwaar te pakken voor Bart Kaëll. Jààà, ik weet het. Hoewel ik nog altijd schaamteloos geniet van “La mamadora” is de liefde nu wel enigszins bekoeld. Het is nu -zoveel jaren later- met mijn partnerkeuze gelukkig nog goed gekomen al moest ik daarvoor wel eerst een spoor van foute mannen maken. Anyway, Bart Kaëll sprak altijd tot mijn verbeelding, hij had zo’n zuivere stem en zijn huid was zo mooi, ik streelde stiekem de putjes in zijn wangen op de ene poster die ik van hem had. Even later namen de meisjes het van hem over en was ik compleet in de ban van Def Dames Dope. Vier Belgische powervrouwen die straight forward-boodschappen verkondigden. In het middelbaar ging ik helemaal op in No Doubt en Skunk Anansie. Ik wou Gwen Stefanie zijn. Vooral haar voorkomen in de toiletscène van Just A Girl sprak tot de verbeelding: adidas-hoodies, strakke topjes en wijde broeken werden dan ook gedurende mijn hele puberteit mijn go-to-outfit.

En nu? Nu heb ik nog weinig zo’n crushes. Ik kan het wel warm krijgen als iemand gepassioneerd iets ingewikkeld kan uitleggen in mensentaal zodat ik er het fijne van begrijp. Aangezien ik me sterk interesseer in alles wat met psychologie en gedragsverandering te maken heeft krijg ik regelmatig nieuwsbrieven van hippe neuropsychologen en volg ik podcasts waarin New York Times-bestsellerauteurs hun verhaal doen. Soms kan ik hoteldebotel zijn van een prachtige uitspraak in een podcast of een treffende vergelijking in een kort gesprek. Er kan ook zoveel schoonheid zitten in iets heel simpel. Een pentekening met een prachtige tekst bij zoals deze van Charlie Mackesy:

Er zijn ook dagen waarop ik het minder goed zie, al die prachtige dingen. Dagen waarop ik mezelf neerschiet met een verdovingspistool. Dagen waarop ik me gemakkelijk in mijn smartphone verlies of nogal veel in de frigo leun om iets lekkers te zoeken dat er nooit ligt. Ik vermoed dat ik niet de enige ben. Dagen met extra verzuchten, lusteloos rondpekkelen in huis en niet weten waar ik goed ben. Ik wikkel die dagen in een dekentje rond me en laat ze over me stromen. They are part of the game. De dag erop blijkt Ecuador van Sash de beste keuze in de badkamermuziek en gaat het beter.

Ook minder goeie dagen brengen me iets. Al was het maar mijmeren over Bart Kaëll en meekwelen met Sash. Tijdens het mindless scrollen kom ik wel prachtige accounts tegen zoals deze van The Sad Ghost Club.

Lof joe toe

Na een ochtendwandeling van 6 km door de modder, de bossen en de vochtige velden zou je denken dat mijn jongens perte totale zouden zijn. Niets is minder waar. Het valt me op, veel bewegen is een katalysator om nog meer te bewegen. De rest van de dag zitten ze vol vuur en moet ik hen heel regelmatig aanmanen tot kalmte. Ze kunnen het gelukkig goed met elkaar vinden maar dat maakt het niet minder vermoeiend als ze nog maar eens op elkaar klimmen in de zetel. “Zit maar op mijn poep, dan maak ik met mijn voeten een rugleuning voor je”. Het eindigt net niet op de dienst spoedgevallen.

Mijn jongens, ik kan me er nog dagelijks in verwonderen hoe verschillend ze zijn. Ilja, met zijn schriele lijf en zijn brede schouders, kijkt met die groenbruine kijkers graag de kat uit de boom. Linus, robuust gebouwd met kloeke armen, kwebbelt iedereen onder tafel en stelt zowat alles in vraag. (“Kun je allergisch zijn aan water?”) Dat mag je heel letterlijk nemen. Er wordt geen onderwerp gemeden.

Soms denk ik: die twee lijfjes hebben wij gemaakt. Wij geven die lichaampjes boterhammen om ze te doen groeien, we trekken ze tegen ons aan om onze liefde te tonen. De jongens gaan binnenkort twee pubers zijn, de baard in de keel en als ze iets meehebben van hun moeder ook een goeie dosis jeugdpuistjes. Knuffelen zal misschien minder gewenst zijn? De vrees van elke ouder? Nu staar ik me regelmatig blind op de hoeveelheid aardappelen die in de kleine zijn mondje gaan of op het enthousiasme waarmee Ilja me helpt in de keuken als er puree moet gestampt worden. Ik kan me verbazen in de kracht die Linus heeft, rechtdoor stappend met een rugzak vol tussendoortjes op zijn rug “Ik kan dat al hoor”. Ik trek nog altijd ogen als Ilja constant in beweging is op momenten waarop hij alert en kalm zou moeten zijn. Vers gekookte aardappelen stampen, daar hoort namelijk een dansje bij en niet “een hartverzakking als de kom bijna op de grond dendert”.

Vandaag heb ik nogal veel geprutteld nadat ze ons kot bijna afbraken in hun enthousiasme maar straks als ik ze in bed stop wrijf ik liefdevol over Linus’ neusje en grijpt Ilja me vast als een aapje terwijl we elkaar “Love you” zeggen.

Doordenkdinsdag

Terwijl ik de boontjes uit hun bakje schud en de schaar erbij neem denk ik aan de uitdrukking “Je eigen boontjes doppen”. Ons moeder liet ons als kind hele emmers boontjes “toppen” zoals zij het noemde. We maakten er een sport van om zoveel mogelijk boontjes in één keer van hun kraagje te ontdoen maar de emmers leken bodemloos te zijn.

“Je eigen boontjes doppen” “Je plan trekken” “Iets alleen aankunnen”. Als mijn kinderen het huis verlaten wil ik graag dat ze hun eigen boontjes kunnen doppen. Ik wil dat ze zelfstandig genoeg zijn om niet afhankelijk te zijn van een eventuele partner als het op huishoudelijke taken aankomt. Ik mag er niet aan denken dat mijn zonen later hun man of vrouw moeten aanspreken om iets te doen omdat ze het niet kunnen.

Tegelijkertijd wringt die uitspraak ook bij mij. Want ook het volgende is iets wat ik heel erg predik:

uit: “De jongen, de mol, de vos en het paard” van Charlie Mackesy

Wat als mijn jongens niet tot bij mij komen met hun problemen? Hoe zou ik me daarover voelen? Uitgesloten denk ik. Ik wil weten wat er in hun hoofd omgaat en tegelijk besef ik dat ik het nooit helemaal zal weten. We trainen hen om zo zelfstandig mogelijk te zijn maar het is een moeilijke balans tussen “Doe je eigen kousen aan” en “Kom bij mij als je onzeker bent over iets”. Ik ben zelf een eersteklas plantrekker en dat heeft al veel in mijn voordeel gespeeld. Tegelijkertijd ben ik zo’n eenzaat dat “Help” niet in mijn meest gebruikte vocabulaire staat. Mijn ouderschap is sowieso iets waar ik veel over secaneer* in mijn hoofd en hoewel ik al heel wat stappen heb gezet blijft onzekerheid wel de kop opsteken. Aan de andere kant ben ik ook van mening: elke ouder twijfelt wel eens. Dan laat ik het over me stromen en dan passeert het zoals het kwam. Een uur later publiceer ik een blogpost onder de noemer “Doordenkdinsdag”. 😉

*secaneren: Een gezellig West-Vlaams woordje voor overdenken, reminisceren, mijmeren.

Update: blijkbaar gaat het over het woord “Chicaneren” en niet “Secaneren” zoals ik het zelf uitspreek. En Vandale online geeft hiervoor volgende uitleg:

Dus hoe ik het gebruik is minder correct maar het blijft een geweldig woord hé?

Days of our lockdownlife #3

Het liefdesgedicht moest tegen maandag binnen. Aangezien het maar maximum 12 regels mocht hebben zou je denken dat dit vlot zou gaan om te schrijven maar het was een uitdaging om iets in elkaar te flansen. Elk woord is van belang en kan het hele gedicht uit balans halen. Een komma te veel, een lidwoord minder, het maakt allemaal veel meer uit dan bij een simpele blogpost. Bij het bloggen herlees ik telkens mijn teksten en hoewel ik regelmatig vind dat iets misschien beter of anders kon ga ik daar niet op zwoegen. Het is wat het is. Maar met het gedicht wou ik toch wel iets afleveren waar ik echt content van was. Ik sprak mijn vriendin Kelly aan om mijn accountabilitypartner te worden. Zij kreeg de drafts te lezen en gaf haar mening over teveel gebruik van de “s” of woorden die minder goed klonken. Ze pookte me via Whatsapp als ik een tijdje geen drafts meer doorstuurde waardoor ik bij de les bleef en regelmatig verder zwoegde. Het was typen-deleten-hertypen-deleten tot ik er tevreden over was. Meestal ben ik goed in staat om mezelf aan te sturen en om aan te pakken wat ik veranderd wil zien maar deze keer was het best handig dat ik iemand als stok achter de deur had.

En niet alleen achter de deur maar ook voor de deur was ze te vinden. We deden een drempelpraatje en achteraf smulden we van een bergje pannenkoeken die ik bij haar kocht als steun voor de school van haar dochter. Ook Fieke kwam aan de deur om boeken voor taartjes te wisselen. Zalige overeenkomst dat!

En verder? Wandelen, wandelen en oh ja, wandelen zeker? What else to do? In De Palingbeek stapten we door weer, wind en modder. Ik deed Walk & Talk met Tiny in Zonnebeke, met Kelly in Ieper, met Josefien in het Groenhovebos in Torhout en dan nog eens met mijn kroost in hetzelfde bos (Torwoud) vandaag.

Bij Nele Colle volgde ik een webinar over “Opruimen en organiseren met mensen met ADHD en autisme”. Ik dacht dat zoiets wel zou bijdragen aan mijn werk bij jongeren met deze problematieken. Over het opruimen en organiseren zelf heb ik niet zoveel bijgeleerd aangezien ik dat weinig doe, ik minimaliseer wat ik niet meer nodig heb in plaats van het een gelabeld plekje te geven. Hoewel ik al wat ervaring heb in werken met mensen met autisme en/of ADHD is het vooral interessant om te weten hoe dit is voor mensen zonder verstandelijke beperking. De meeste mensen die de webinar volgden waren effectief mensen met autisme en/of ADHD, het gaf een interessante inkijk in hoe zij de wereld ervaren en dat maakte de avond wel leerrijk voor mij. Aan het gekrabbel in mijn Bullet Journal kun je zien dat ik de webinar in de zetel onder een sarzeke volgde.

De komende week ben ik thuis om overuren te compenseren. Hopelijk kan ik elke dag genieten van een schilderachtige zonsopgang zoals ik er één vastlegde de voorbije week.

Wat zijn jullie plannen de komende dagen?

Broers in virustijden.

Hurkend voor de wasmachine graai ik tussen de vuile sokken in de wasmand. Vier mensen maken dagelijks acht sokken vuil maar toch vraag ik me telkens af hoe het zover is kunnen komen dat ik een leger kan voorzien met mijn voorraad vuile was. Halfweg een gevulde wasmachine komt Linus me vragen om twee legostukjes van elkaar te prutsen. Ik breek er net geen nagel op en geef hem de twee minuscule deeltjes terug. “Danku!” zegt hij terwijl hij met zijn hand over mijn rug wrijft. Het is zo’n klein gebaar maar het doet me ineens zoveel. Deze charmante vijfjarige wervelwind steelt in één seconde weer mijn hart. Net zoals Ilja die me vorige week in de wagen vroeg of ik nog naar “de overmiddelbaren” ga. Ik stopte in februari al met mijn bacheloropleiding maar toch had hij de naam onthouden van iemand waarmee ik indertijd contact hield. (Tot mijn eigen schaamte moest ik toegeven dat ik die persoon vergeten was….).

De kinderen zijn al bijna een jaar op elkaar aangewezen. Hobby’s werden afgelast, weer opgestart, weer afgelast. Vriendjes mochten eerst niet op bezoek, dan weer wel en nu weer niet. En die twee, zij leven daarin verder. Zij doen altijd door met elkaar.

Het heeft lang geduurd eer we de beslissing genomen hebben om twee kinderen te krijgen. Toen ik zes jaar geleden mijn tweede zwangerschap aankondigde waren de reacties dan ook heel uiteenlopend. Van “ah toch?” naar “blij dat het toch nog gelukt is!” tot “eindelijk zeg!”. We wilden vooral een doordachte keuze maken en gingen er niet vanuit dat twee kinderen krijgen de norm en dus bijgevolg evident is. Ik vind dat namelijk niet evident. Net zoals ik kinderen krijgen tout court niet evident vind. De beslissing om toch een tweede kindje proberen te krijgen is dan ook niet over één nacht ijs gegaan. Het leeftijdsverschil van vier jaar is lang een issue geweest in de band tussen de jongens. Nu ze 5 en 9 zijn is dat verschil nog steeds groot maar toch klikt het momenteel heel goed tussen mijn zoons en daar heeft de coronacrisis wel degelijk een aandeel in gehad. Hun verschillende karakters botsen wel eens maar mijn hart smelt als ze elkaar knuffelen zonder meer. Als ik hen -net zoals nu- aan het afmuizen ben terwijl ze tegen elkaar bezig zijn in hun spel.

Ik vind het dan ook geweldig amusant om hun gesprekken te volgen. Om te zien hoe hard ze op elkaar gelijken. Om te zien hoe verschillend ze van elkaar zijn. En vooral: om uit te zoeken wat ze van ons mee hebben.

…en om ze stiekem op de foto te zwieren uiteraard!