Currently

“Elke dag buitenkomen”. Dat zou ik aan iemand anders aanraden als die zich niet zo goed in zijn vel voelt. “Veel wandelen” zou ook één van mijn tips zijn. So I did. Elke dag ging ik wandelen, soms lang, soms kort. Ook al was ik vermoeid door nachtdiensten. Alle beetjes hielpen. Deze ochtend deed ik mijn 6e wandeling van de week en het was het zo keihard waard, oordeel zelf maar:

Ik moet er altijd op gewezen worden dat de lens van mijn smartphone vuil is. En dan vergeet ik telkens om die weer te kuisen. Gelijk hoe, het mooiste van de dag heb ik meegemaakt terwijl er nog veel rolluiken naar beneden waren.

Gisteren had ik een vrije zaterdag en spendeerde die met de echtgenoot en de kinderen. Ze worden niet altijd laaiend enthousiast als we verkondigen “dat we gaan stappen”. We bezochten het kasteeldomein van Zonnebeke waar de Peace Gardens de rode draad vormden in de korte wandeling. Het is een meerwaarde als één van de kinderen kan lezen. Grootste pluspunt: er is een gigantisch kanon te zien. Linus vroeg zich af: “Wat dat karton hier deed”.

Ik ondervind weer plezier in het fotograferen van alles rond me. De voorbije maanden moest ik mezelf soms forceren om een foto te nemen van iets. Geen idee waar die afkeer ineens vandaan kwam, misschien een overload aan vanalles?

Soms helpt het ook om gewoon eens clutter te clearen. Outer order inner calm, ik ben hier weer met mijn Gretchen Rubin, maar kan ik het helpen dat ze soms (in mijn ogen) zinvolle items aanhaalt. Zo pakte ik gisteren samen met Ilja de potjeskast aan. Alle potjes zonder deksel vlogen zonder pardon de PMD-zak in.

Op wat gelijkt dat eigenlijk? Ik erger me telkens blauw als die dekseltjes niet meer passen doordat ze vervormen in de vaatwas. In feite zou ik eens moeten investeren in steviger materiaal als de rest van mijn potjes de geest geven. Het is ook moeilijk te begrijpen dat sommige potjes op miraculeuze wijze hun dekseltje kwijt spelen. Zou ik ook ineens het dekseltje van op mijn potje kunnen kwijtspelen? Stof tot nadenken.

Met zijn toestemming gepikt bij Steven Gielis van Zitdazo, wel heel toepasselijk 🙂

Ventilatie

Terwijl ik stampvoetend mezelf een weg baan schieten de gedachten alle richtingen uit. Het is 18u, ik ben net weggevlucht uit het spitsuur van mijn gezin nadat mijn man voorstelde dat ik eventjes buiten ging. Hij kent me goed.

“Slechte moeder, rottige echtgenote” “Laat mij gerust” en “G-dverd-mse schijtboel!”, alles ging systematisch en op het ritme van een metronoom door mij heen. Bij de vierde kilometer begon de metronoom stil te vallen maar de gedachten waren nog niet allemaal weerlegd. Zou dat bestaan, een telefoonnummer waar je naartoe kunt bellen om gewoon te ventileren? Zonder dat je er iemand mee lastigvalt op het drukste moment van de dag. Gewoon vloeken en foeteren tegen een apparaat. Een ventilatie-box als het ware.

Een hele dag thuis met een zieke kleuter eindigde gisteren in een immense bleitsoep en de tranen kwamen niet alleen van het waterpokkenvriendje. ’t Is een schatje maar hij blijkt een immense “goestebrokke” als hij zich niet 100% in zijn vel voelt. “Ik wil geen TV, ik wil kleuren” “Ik wil geen appel” “Ik wil toch een appel!” “Ik ga niet slapen” (en dat deed hij ook niet). “Wat ben je aan het doen?” “Kijk mama! Kijk!” “Mamaa!!! Kijkkkkkk!!!” Dat ik de hele dag in de weer ging zijn met neurofen, zyrtec en eosine was zwaarder dan ik had ingeschat en ik werd met het uur moedelozer. De minuten scandeerden: “Weer niets gedaan voor je examen!” terwijl ze voorbij tikten. De zenuwen bouwden op en alles kwam tot een hoogtepunt toen ik tegen het kleine manneke zei riep “Dat hij nu echt moest stoppen met wenen!” Mijn pot kookte volledig over en het enige wat ik wou was gerust gelaten worden. Een uur wandelen en een lichte mental breakdown later bleek het grootste kwaad voorbij. Ik liep naar boven waar zijn papa hem net had ingetukt en ging nog eens over zijn hoofdje wrijven. “Ik hou zoveel van jou mama, bedankt als jij nog eens bent gekoomt”.

Een nieuwe man in mijn leven.

Als de kinderen naar school vertrekken strekt de dag zich voor mij uit. Haah the joys of betaald verlof! Ik zwaai hen uit aan de voordeur en krijg twee hartjes in de plaats terug. Mijn mannen weten perfect hoe ze mij kunnen doen smelten.

Terwijl ik naar de kippen ga merk ik dat wandelen of lopen niet meer op mijn lijstje komt voor vandaag. De gure wind blaast het deksel van de kit met graan weg, Tommy en Kafka pikken dankbaar restjes rijst op, ik krijg één ei in de plaats. Terwijl ik het ei schrob vraag ik me af wat ik eerst ga doen. Schrijven stond geeneens op het to-do-lijstje dus het wordt vast een ietwat ongestructureerde dag. De laptop is nog aan het warmlopen en daar is Tommy alweer in de tuin op zoek naar wat hij kan vinden. Zelfs na 4 “vlerkbeurten” blijft hij koppig over de draad fladderen. Zijn pluimen waaien wild open, ik vraag me af of ik hem geen mutsje moet geven.

De ochtendspits met de kinderen verliep relatief rustig in vergelijking met woensdag en donderdag. Ik noemde het deze week zelfs één van de meest stresserende momenten van de dag. Hoewel hun jassen, fluojassen en allerhande wintertoestanden op één locatie liggen blijken ze toch altijd enorm veel tijd en aansporing nodig te hebben om zich klaar te maken voor het vertrek.

Look for freedom and choice – Rebels hate obligation and anything forced upon them. By keeping the end goal in mind and keeping their methods open and varied, they are more likely to stay on track.  (bron)

Een neverending discussie met Linus over het aantrekken van zijn schoenen. Hij kan het perfect zelf maar komt nog dagelijks vragen of ik het voor hem wil doen. Als ik hem in één woord moet beschrijven dan kom ik toch uit bij “Rebel”. Dat is het eerste dat in mijn opkomt. Uiteraard is hij een bijna-4-jarige met een kopje maar het valt toch op dat zijn temperament en zijn willetje moeilijk in te tomen zijn. Zo weigert hij pertinent om zijn nieuwe muts aan te doen die hij van zijn meter cadeau kreeg. Ik heb het losgelaten, hoe graag ik de muts zelf zie. Ik zeg hem letterlijk: “Jij mag zelf kiezen wanneer je ze aandoet”. Het heeft weinig zin om hem te forceren, ik verwacht wel dat hij een muts aandoet gelijk hoe. Een beetje controle geven en een beetje controle nemen werkt het best bij hem. “’t Is goed dat er wat poer inzit, je moet weten dat je één hebt hé” wordt wel eens gezegd. We weten het. We weten het.

Straks probeer ik verder te luisteren naar het Radio1-programma van dinsdag 5 februari waarin Kelly aan het woord komt over budgettering en YNAB. In 2019 nam ik een volledig nieuwe start met een volledig vers document in YNAB. Nu ik alle facturen van 2018 perfect kon inschatten kan ik ook veel beter budgetteren in de toekomst. Zo kan ik in 2019 de enveloppen met de ruitjes weer uitlachen terwijl ik de brievenbus ledig. Als resultaat van onze budgettering en YNAB in 2018 konden we zonder verpinken een nieuw bed kopen vorige week. Zo’n dingen vind ik best wel een verbetering bij twee jaar geleden. We komen op adem en dat voelt zo goed. Toch blijf ik vloeken bij mijn boodschappenbudget. Ik vraag me af of dat eigenlijk normaal is dat ik maandelijks tussen de 500 en 600 euro uitgeef aan boodschappen….nog mensen die dit hoog vinden of eerder dagelijkse kost?

De wasmanden lonken maar ik blijf nog even zitten. Mijn nieuwe aanwinst priemt in mijn rug, ik stelde David nog niet officieel voor, ik won hem op een familiefeest:

David keek wat mistroostig in de lucht terwijl hij trachtte te schommelen. Hij moet stil blijven zitten van me, er is reeds een fotokader gesneuveld terwijl ik hem een plekje wou geven. De kinderen kregen de instructies “om hem onder geen voorwaarde aan te raken”. Toen ik hem gisteren aan mijn poetshulp toonde en daarbij over zijn neus wreef sprak Linus me aan: “Je mag er toch niet aankomen?”.

Shouting my heart out

Een vriendin sms’te me de voorbije week of ik haar tips kon geven rond het schrijven van een artikel ter voorbereiding van een sollicitatiegesprek. Ik begon meteen luidruchtig terug te sms’n over reflecteren, over een casus uit verschillende hoeken bekijken, over het zeker betrekken van andere hulpverleners in de verslaggeving etc. Maar dat bedoelde ze niet. Ze had het echt over een luchtig artikel zoals voor een krantje of een website. Iets vergelijkbaars zoals op deze blog dus. Ik moest er echt wel eens over nadenken, want hoe doe je dat? Een tekst schrijven zonder er uren op te kauwen. Een tekst die je wil verder lezen tot het einde. Geen idee of lezers hier doorlezen tot ik klaar ben met ratelen en als dat niet het geval is, dan heb ik er alleszins geen last van. Het valt me de laatste maanden wel op dat ik van tijd tot tijd word aangesproken over mijn blog. Uiteraard heeft dat ook te maken met de vele sociale evenementen die geweest zijn in de maand januari. Toch waren “Ah jij studeert weer?” en “Ik lees soms je blog” de meeste aangesneden onderwerpen. Vooral: “Herkenbaar!” is iets dat veel terugkeert. Ik schrik soms wel als ik hoor wie hier allemaal meeleest, alles staat weliswaar openbaar maar toch komen de reacties soms uit de vreemdste hoeken. Worden andere bloggers ook soms gevraagd “Wanneer ze dat allemaal doen” en “Waar ze de inspiratie vandaan halen”? Ik heb niet bepaald een zak met inspiratie klaarstaan, geen teksten die ik reeds voorgeschreven heb waarbij enkel nog op “publiceren” moet gedrukt worden. Ik hou mij niet bezig met dingen op voorhand te schrijven, het komt zoals het komt. En komt het even niet, dan verschijnt er even niks. Daar zit in wezen helemaal geen techniek of vaste werkwijze in. Dat ik gemakkelijker schrijf dan spreek is misschien wel een feit. Het vloeit er vlugger uit als er een toetsenbord tussen zit. Hier shout ik al bijna 8 jaar mijn heart out en ik blijf deze pagina toch beschouwen als iets dynamisch. Van verhakkelde teksten tot pogingen tot PLOGGEN. Van lichtjes (zelf-)kritische meningen en luchtige kippenverhalen. Tussen de soep en de patatten. Of eerder tussen de pyjama’s en de badmomentjes. Zonder veel spektakel, alledaagsheid in een geschreven vorm.

Sneeuw in mijn hoofd

Het is zo’n verwarrende week geweest dat ik niet eens weet hoe ik aan deze blogpost moet beginnen. Ik koekeloer maar wat met mijn eerste koffie. Mijn voorkamer is nog wat fuzzy al lijken er sprinkeltjes informatie los te komen met elke slok die ik neem. Zei ik al dat ik verslaafd ben aan koffie? Voor de aandachtige lezer zal het geen verrassing zijn, te zien aan het aantal koffietassen die ik kreeg op mijn verjaardagsfeestje de voorbije zomer.

Er was wat stress. Een nieuwe poetshulp moest mijn huis vinden en dat was blijkbaar geen evidentie aangezien onze straatnaam ook in een gemeente hier vlakbij voorkomt. Eén keer fout duwen op de gps en ze werd 15 km verderop door een dame weggestuurd die geen poetshulp nodig had. Net op het moment dat ik er hier keihard nodig had. Na drie kwartier zoeken kwam ze uiteindelijk toch aan. In het uur dat ik zat te wachten is er niet veel uit mijn handen gekomen en dat op de dag dat ik van plan was om mij de hele dag op mijn cursus “Gedragsverandering binnen een gezondheidspsychologisch perspectief” (een hele typhand vol) te storten. Half maart doe ik pas examen maar ik weet dat ik mijn planning redelijk goed moet volgen om rond te komen met mijn kindervrije tijd.

Er was nog wat stress. Ik ben vergruweld om te rijden in de sneeuw. Mijn angst is buitenproportioneel en dat besef ik. Als ik moet kiezen tussen een spin doden en rijden in de sneeuw dan doe ik direct mijn schoen af om ze neer te kloppen. Dus neen, deze week was ik niet gelukkig in de eerste sneeuw al vind ik dat natuurlijk allemaal prachtig om te zien.

Er was veel werk. Lange werkdagen met veel te doen. Ik waagde me aan een winterwandeling naar de bibliotheek met mijn bendeke op het werk. Bij het oversteken liet een meneer in een bruine auto ons over. Ik liep weg en weer over de straat om mijn gastjes een arm te kunnen bieden zodat ze niet zouden blijven steken in sneeuwhoopjes overal rond. Wederom een beetje stress, ik had het sneeuwwandelen precies wat onderschat met een bewoonster met een verminderde mobiliteit maar het lukte wel. Toen we éénmaal veilig aan de overkant waren draaide de meneer zijn raam open en verweet mij keiluid: “Dat ik die gasten wel eens mochten leren om ‘merci’ te zeggen als ze werden overgelaten!!”. Ik had de tijd niet om terug te roepen dat hij anders eens in mijn plaats mocht komen staan als hij zin had. Het enige dat ik hem verbouwereerd terugriep was “MO WUK EIGENLIJK?!!” Nog wat handgebaren van zijn kant als reactie waren voldoende om mij van mijn stuk te brengen. Ik wandelde hoofdschuddend en verloren verder naar de bibliotheek.

Er was ook weinig slaap. Geen idee wat de oorzaak zou kunnen zijn maar levendige dromen hielden mij wakker, hoe contradictorisch het ook klinkt. Dromen over hipster-getuigen van Jehova die me aanklampen aan de kassa van Den Aldi. In perioden droom ik heel sterk gedetailleerd. Toen ik de dag na mijn droom twee look-a-like’s van die hipster Jehova’s tegenkwam in Ieper was ik weer helemaal van mijn melk.

Toch was er wel nog ruimte om voldoende te bewegen. Ik deed enkele wandelingen, de ene al wat langer dan de andere. Ontdekte een nieuwe podcast:

Maarten Vancoillie en Dorothee Dauwe (Q-music) overlopen met een bekende Vlaming de meest geGoogelde vragen over hen. De eerste aflevering met Jani Kazaltsis liet mij luidop lachen, dus voor mij meer dan geslaagd. Ik was de lachende wandelaarster op de vestingen in Ieper deze week. Jani is dan ook wel iemand die hier gerust eens een cavaatje mag komen drinken en uit het interview blijkt nog maar eens waarom. Ik zou zeggen dat Jani mijn guilty pleasure is maar in feite bestaat zoiets in mijn wereld helemaal niet. Voor een guilty pleasure schaam je je ergens denk ik en dat doe ik in feite niet.

Gisteren hadden we ons jaarlijkse familiefeest. Voor het eerst zonder meme. Een jaar geleden stierf ze. Ik mis haar nog altijd, toch blij dat we deze fijne traditie van nieuwjaar vieren met de grote familie kunnen verderzetten, dat had ze vast en zeker zo gewild. En ik won iets fantastisch op het feest, tune in later for more!

Gezocht: manager

Met het diploma toegepaste psychologie richting arbeids- en organisatiepsychologie kun je aan de slag in interimkantoren of in HR. Hoe meer ik er over leer, hoe meer ik besef dat dit ècht niet de richting is die ik uit wil. Geef mij maar pedagogische of klinische psychologie al moet ik ook over diè keuze nog eens goed nadenken.
Nu ik voor een taak al enkele dagen bezig ben met het exploreren van het werkveld binnen de afstudeerrichting arbeids- en organisatiepsychologie kom ik ook wel regelmatig in contact met vacatures en ik neus daar wel eens graag in.

Het valt me op dat managers en ouders hier en daar wel over dezelfde kwaliteiten moeten beschikken.

  • Stressbestendigheid: probeer maar eens een versgebraden kip in zo’n warme zak uit je kind zijn handen te nemen terwijl het andere kind op zijn knietjes valt en je nog twee potten appelmoes in bedwang houdt en je overvolle handtas van je schouder glijdt om daarbij in je gezicht te kletsen. En dat allemaal langs een drukke baan waar de auto’s je voorbijrazen.
  • Bemiddelend: “elk in een zetel” “jij houdt het bakje vast terwijl de andere op het knopje drukt” “jij verdeelt de snoepjes, en de andere mag dan eerst kiezen!”
  • Multifunctioneel: Kazoukampjes boeken als je bij vrienden thuis bent, agenda’s doornemen terwijl je patatten schilt, op zoektocht naar nog maar eens een lege keukenrol voor een knutselwerkje en tegelijk het papier sorteren, naar de zwemles rijden en onderwijl appeltjes uitdelen, een ruzie bemiddelen en ondertussen je haar drogen…
  • Georganiseerd: lacht er daar iemand met mijn fluojassenmandje?
  • Gestructureerd: weekmenu, collect en go, vier agenda’s synchroniseren, kinderopvang inplannen,…en dat is nog maar hetgeen ik op zondag tussen 7 en 8 doe.
  • Probleemoplossende vaardigheden: Past die onderbroek van je vier jaar oudere broer je? Doe die maar aan aangezien de jouwe in de was zitten.
  • Duidelijk communiceren: Zeg niet: ”Zoek eens je schoenen”, maar zeg: “Doe je ogen open, wandel rond en kijk of je schoenen daar ergens zijn”.
  • Luisterbereidheid: “Ja?” Op elke vraag voorafgaand aan ”Mamaaaa?” 
  • Analyse en synthese werden bewezen: De volgende uitleg: ‘Ik zat al met mijn handen in mijn bank en ik wou het fruitdoosje meenemen en dan vertelde iemand een grap en moest ik lachen en toen vergat ik mijn doosje mee te nemen en daarom heb ik het nu pas mee na drie weken” betekent eigenlijk gewoon: “mijn mandarijnendoosje is beschimmeld” en het resultaat daarvan is: we gooien het best in de vuilbak.
  • Omgaan met voortdurende veranderingen in de verwachtingen: “Nee, gisteren was choco gewone choco, vandaag is choco strepenchoco!”
  • Initiatief nemen en preventief werken: “Nu gaan we jullie scheiden, voor iemands’ oog wordt uitgeprikt!”
  • Autonoom werken doch met stevige zin tot samenwerking: ik plooi de bovenkleren, jullie sorteren en plooien de kousen! Valt ook onder “delegeren”.
  • Snel in de uitvoering van taken: ooit al een flesje ice-tea gevangen terwijl het van de tafel vliegt? Heb je mij al eens zien opruimen het kwartier voor er iemand langskomt?
  • Een goede balans tussen helicopterview enerzijds en een pragmatische, hands-on ingesteldheid anderzijds:  beslissen om te vertrekken net op het moment dat ze eigenlijk heel erg rustig aan het spelen zijn. Als het kan wachten, dan zal het even moeten wachten….ik schenk mezelf nog een kopje koffie eerst.
  • Klantgericht handelen: WAP op het weekmenu = iedereen content!

men biedt in vele gevallen: Filevrije omgeving, aantrekkelijk bedrijf, doorgroeimogelijkheden, ambitieuze werkomgeving en extralegale voordelen (oeh wat zou dat inhouden?)

En het salaris? Betaald in knuffels, zoentjes en liefdevolle “ik hou van jou’s”. Inderdaad best aantrekkelijk dat!

Sociaal moeten.

Mild zijn voor onszelf. Er wordt veel over geschreven, op sociale media, op blogs, in de krant. Hoe we onszelf meer een break moeten geven. Dat het niet allemaal perfect moet zijn en dat we het eens moeten durven laten slingeren. Ik sta vooraan in de rij als het op het schrijven van zo’n blogposts aankomt denk ik. Als er iemand is die perfectionisme neersabelt dan ben ik het wel. Deze week las ik in een boek het volgende:

Is mijn huis een zwijnenstal? Verre van. Is het proper, netjes en compleet georganiseerd, nog minder. Er staat tijdens de winter bijna constant een wasrek in de living, we vinden al eens hoopjes vanalles op de livingtafel en de tablet van de keuken kan wel eens een verzamelplek zijn van alle items die we normaal met ons meeslepen. Schooltaakjes, gsmladers en fruitdoosjes op kop.

Zo ziet de livingtafel er op dit eigenste moment uit. Deze blogpost, een half afgewerkte schooltaak, een training van Ilja, verfrommelde papiertjes en een Chiro-jas die feitelijk aan de kapstok hoort.

Ik moet eerlijk zijn dat ik momenteel een haat-liefde-relatie ervaar met sociale media. Ik stopte reeds lange tijd geleden met een actieve facebookaccount, ook Twitter, Goodreads, ik vergeet soms dat ik dit ergens heb. Mijn twee email-accounts (school en privé), whatsapp, mijn instagram en wordpress zijn al voldoende om mij danig in de weer te houden met mijn smartphone. Toch blijf ik kritisch tegenover Instagram. Ik ben redelijk immuun voor de parade die daar soms wordt opgevoerd ook al krijg ik wel eens de kriebels van de reclametags die ik onder foto’s terugvind. Als ik foto’s post op Instagram zijn dat meestal snapshots waar ik een zo proper mogelijke filter op smijt. Ik trek de laatste weken veel minder foto’s waardoor ik ook minder post. Er zijn periodes waar ik dagelijks wel stories maak maar nu is dat vuur eventjes uitgedoofd. Volgen doe ik wel heel regelmatig en als ik dan ergens lees dat iemand keihard twijfelt om een bepaalde foto te posten “omdat die niet goed genoeg is voor de feed” dan vrees ik wel dat die mildheid waar ik de laatste maanden over las nog niet echt is geïnstalleerd. Ik begrijp ook niet zo goed waarom alles perfect moet zijn op Instagram. Uiteraard post ik ook foto’s van mijn gezin en van mijn schoolresultaten, maar er staat evenveel eens een foto van een zak brood, een kind dat in zijn pyjama zit te gamen. Er wordt gezegd dat de broers ruzie maken of dat ik bijna op mijn broek heb gepiest in de trein. Is dat allemaal perfect? Neen, maar ik vind het gezellig.

Aan de andere kant van de leefruimte vind je een wasrek en als je goed kijkt mezelf in mijn peignoir. Er hangen wat kleren bij die al enkele dagen droog zijn maar in feite nog niet in de kast zijn geraakt….

Waarom zit ik dan op Instagram? Omdat ik er wel veel inspiratie in vind. Omdat ik accounts volg van vrienden die ik veel te weinig in het dagelijkse leven zie, ook al is dat relatief. Omdat ik hou van mooie foto’s, halfjaarlijks print ik al mijn instagramfoto’s af om ze in een jaarboek te plakken. Om nieuwe plekken, boeken, blogs te ontdekken. Om aan anderen foto’s van ons gezin te tonen. Om bij te houden voor mezelf hoe mijn kinderen veranderen, hoe ik de dingen op dat moment ervaar. Omdat ik fier ben op mezelf, op mijn kinderen. Omdat ik er kleinere snaps van deze blog kan posten. Dingen die hier niet terechtkomen omwille van tijdgebrek. Daarom hou ik van Instagram. En de dag dat ik voel dat ik iets moèt van Instagram, dan smijt ik de app er gewoon af. Want ik moet juist niks.