Page 6 of 62

Leven tussen de foto’s door.

Vanaf 15 augustus komt er een shift in de zomer. Na die datum begint alles stilletjes aan een beetje te keren vind ik. Ook op sociale media wordt het dan weer rustiger want de vakantiegrammers gaan dan weer in lurkermodus.

Aan een kant jammer, want ik vind het fijn om zomervibes in de insta-stories te zien passeren, ik werd al meerdere keren geïnspireerd tot dagtripjes aan de hand van sommige profielen die ik volg online. Ook de zoekfunctie in Instagram is een handige manier om op nieuwe plekjes te komen als je een stad bezoekt.

Maar ik hou ook keihard van het dagdagelijkse. En ik hou er nog meer van om dat bij anderen te zien. Niet alleen de hippe, spectaculaire dingen maar vooral het gewone leven. Hetgeen gebeurt tussen de snapshots door. Dat dagdagelijkse is misschien wel veel minder interessant, maar het is wat we allemaal meemaken en net dat vind ik het fijnste. De herkenbaarheid in de gewone dingen. Het is zuchten bij een berg kruimels onder de tafel #neverendingstory. Het is wachten tot de wasmachine beslist om de laatste minuut te laten aflopen en de deur te ontgrendelen #delangsteminuut. Het is een kras in de wagen omdat je tegen de fiets van je zoon reed en planten die verslokerd zijn omdat je ze vergat water te geven. Het gewone leven is voor mij: je te pletter zweten tijdens het lopen en druipend binnenkomen met een hoofd zo rood als een tomaat. Het is blij zijn als de wegomlegging die twee jaar duurde ineens weer is vrijgekomen zodat je niet meer via een omweg naar je meme moet. Het is de knop van de radio openzwieren omdat er een geweldig nummer speelt. Het zijn kampvaliezen met ruftende kleren uitkieperen op het terras en hopen dat het niet gaat regenen als je aan een wasmarathon begint.

Ik probeer ook die gewonigheid in beeld te brengen. Het gebeurt zo goed als altijd met een kwinkslag maar altijd op mijn eigen manier. Op mijn online profiel probeer ik mijn point of view (POV noemen ze dat zeker?) weer te geven, dat kan op de top van een berg in Oostenrijk zijn, maar dat kan evengoed een foto van de zoveelste blauwe plek zijn waarvan ik mij de herkomst al dan niet kan herinneren.

Want tussen de mooiste foto’s door leven we allemaal gewoon ons gewoonste leven.

Ik ben oud. Elf redenen (deel 2).

1) Als ik op reis ga neem ik mijn eigen kussen mee.

    Het is ofwel licht reizen en de hele week een pijnlijke nek, of het is eventjes slepen maar slapen als een roosje. Ik weet het wel.

    2) Mijn gezicht moet wakker worden ’s morgens.

    Als ik opsta heb ik altijd een uurtje nodig om er enigszins toonbaar uit te zien. Alsof het vel op mijn gezicht echt terug in zijn plooi (en rimpel) moet vallen. Daarnaast heb ik ook alsmaar meer een potje en een borsteltje nodig om het er de rest van de dag ook wat proper te laten uit zien.

    3) Als ik uit een hurkpositie moet rechtkomen dan is dat nooit zonder dat ik daar een klein beetje bij moet kreunen.

    Altijd een heel klein beetje doodgaan. En het geluid van mijn knieën dan erbij…..

    4) Ik moet wel eens een “Happy 50”-kaart kopen.

    Vrienden van ons geven al eens een feestje omdat ze 50 worden. Ook al ben ik nog maar begin de 40, er wordt soms al eens onder oudere vrienden gesproken over een naderend pensioen (“Ik moet nog 7 jaar werken”) of iets in die trend. Redelijk confronterend vind ik….

    5) Oogrollend scrollen bij “nieuwe” social media-apps.

    Ik kan niet anders dan continu oogrollen bij Threads. “Ga er dan af”. Ja. Ik moet het mezelf nog een beetje meer duidelijk maken maar mijn insta zuigt me er altijd weer naartoe. Oogscrollen dan maar.

    6) Als de zon schijnt dan redeneer ik: “yeah, dan kan ik mijn was buiten hangen”.

    Niet: dan kan ik laat op een terrasje zitten of naar het strand gaan met vrienden. Neen, dan kan ik mijn ochtendwasje ’s avonds plooien en meteen terug in de kasten steken. Next level housewifing.

    7) Ik onthoud niks over de pasgeboren kindjes in mijn omgeving.

    Vroeger wist ik precies wanneer ze geboren waren, waar ze naar de opvang gingen of welk ééntje al begon te stappen. Nu ben ik al blij dat ik hun naam nog weet.

    8) Als we op vakantie gaan steek ik een klein plastic zakje in de zijdeur om al het afval in te bewaren.

    Niet meer gewoon proppen en hopen dat er geen frisdrank uit een leeg blikje druppelt. Nee, ik vind mezelf best wel ingenieus met mijn mini-plastic zakjes die netjes in de zijdeur passen. Ik heb het rolletje zelfs zitten in het handschoenkastje.

    9) Ik kan mezelf eindeloos verliezen in cleanfluencers-accounts.

    Ik zie ze ovens kuisen met citroenen, spiegels frotten met scheerschuim of zelf aromatische huissprays maken. Ik heb het nog nooit zelf geprobeerd maar ik vermoed dat dat de volgende stap zal zijn. Subiet kan ik mijn ochtendwallen zien weerkaatsen in het raam van mijn oven!

    10) De vrienden van mijn oudste zoon noemen me “mevrouw”.

    Of zowat elke winkelbediende waar ik ga shoppen. ’t Is vriendelijk, dat wel…..

    11) Ik krijg ouwemadammen-kwaaltjes.

    Momenteel is het een eksteroog maar ik heb ook al een spatader gespot.

    En jij? Ben jij al oud?

    Journal of me

    In Flow staat maandelijks een item “Journal of me” waarin een (bekende?) NL’er altijd dezelfde vragen beantwoordt. Een gemakkelijke schrijfoefening maar ook een fijne denkopdracht. Voel je vrij om mee te doen met deze “Journal of me”.

    1. Dit ben ik in 5 woorden:

    Introvert – Consequent – Woordensprokkelaar – Serial Chiller – Vat vol tegenstrijdigheden.

    2. Wat ben je aan het doen?

    Weinig eigenlijk. Ik ben al een tijdje op zoek naar een nieuw ei om op te broeden maar voorlopig is alles nog wat flou. Kleine projectjes die mijn creativiteit sparken houden me altijd content, ik scharrel graag wat rond in verschillende takken (podcast, schrijven, bijleren, lezen) maar momenteel ligt alles wat stil. Ik leg er mij bij neer dat het niet altijd volle bak kan zijn en dat het ei wel tevoorschijn komt als het rijp is.

    3. Wat helpt bij een offday?

    Wandelen, ranten tegen een vriend(in), schrijven, aan mijn planten prutsen, in mezelf keren, sporten.

    4. Waar schaam je je niet meer voor?

    • Mijn onhandigheid. Ik omarm het en ik weet dat het slechter wordt als ik me begin te haasten. “Stay calm en don’t make brokken” zou mijn motto moeten zijn maar daar leef ik soms te weinig naar aangezien ik nog wekelijks brokken maak. Ze noemen het op het werk al “een Lieselotje doen” als er een glas sneuvelt of als er iets tegen de grond vliegt. Oh well.
    • Mijn introvert karakter. Ik laad op als ik alleen ben en ik weet dat ik die dagen nodig heb om me goed te voelen. Ik vertel dan ook zonder schaamte dat ik regelmatig een dag of enkele dagen voor mezelf neem, ook al vinden anderen het heel vreemd dat ik soms alleen ga rondvendelen.

    5. Wie is je idool?

    Idolen heb ik niet echt. Het doet me wat denken aan verafgoden, alsof die persoon niets verkeerd kan doen terwijl iedereen maar een mens is. Ik kijk wel op naar bepaalde talenten van mensen. Zoals iemand die heel welbespraakt is en moeilijke materie heel eenvoudig kan uitleggen zonder dat je het gevoel krijgt dat je gekleineerd wordt. Of iemand die zo gepassioneerd kan vertellen over iets dat je gewoonweg zin krijgt om mee te doen.

    6. Wat is je levensmotto?

    Moet juist niks. Het klinkt misschien wat arrogant maar het is zo simpel als het groot is. Wegstappen van de verwachtingen van anderen brengt zoveel vrijheid. Jezelf wringen in bepaalde moules die gemaakt werden door onze (voor-)ouders die het dan ook nog eens meekregen van hun eigen (voor-)ouders, daar probeer ik op zijn minst kritisch naar te kijken. Als iets aanvoelt als een “moetje” dan ga ik er mijn eigen touch aan geven. Uiteraard heb je niet overal controle over, er bestaat zoiets als verwachtingen op een werkvloer en naar je werkgever toe maar ook daar probeer ik zoveel als ik kan mijn grenzen te bewaken.

    Ik ben ook een persoon in dit verhaal. Het kan op zoveel manieren van toepassing zijn. Op hoe je jezelf profileert binnen een situatie, welk aandeel je in een conflict hebt….Het kan ook slaan op hoe je jezelf niet hoeft weg te cijferen voor een ander. Als iedereen wat water bij de wijn kan doen dan geraken we al ver. Als je blijft voor ogen houden dat je ook een persoon bent in een verhaal dan kijk je meer vanuit alle perspectieven. Het blijft wel een aandachtspunt.

    First I drink the coffee, then I do the things. Elke dag start met koffie. Werkdag, vrije dag, dat maakt geen verschil. Eerst koffie, dan de rest.

    7. In welke tijd had je ook willen leven?

    Mijn ouders waren onze leeftijd in de jaren 80-90. Ik ben geboren in 1982 dus als ik naar mijn kinderfoto’s en onze herinneringen terugkijk zie ik vooral eenvoud. Een TV met een testbeeld en vier posten, tijdschriften, kranten, de radio en een platendraaier. Meer was er volgens mij niet wat prikkels veroorzaakte. De technologie is er de laatste 30 jaar zo snel op vooruit gegaan, soms denk ik echt dat het erover is. Nu moet je soms een ingenieur zijn om een televisiebakje te ontcijferen, er zijn veel te veel opties in alles en sommigen zijn gewoon nooit content met wat ze hebben. Ik zeg niet dat het vroeger beter was, maar het was volgens mij wel veel rustiger en dat trekt me wel aan.

    8. Wat is je lievelings…..

    ….-boek: The Melancholy Death of Oyster Boy & Other Stories van Tim Burton. Ik lees continu, vooral romans en non-fictie. Dus een roman kiezen lijkt me wel moeilijk al zal “Ten zuiden van de grens” van Murakami wel hoog scoren. Bij Oyster Boy heb je de imposante figuren uit het brein van Tim Burton gecombineerd met korte, gevatte gedichtjes. De stijl inspireert me enorm. We bezochten vorig jaar de Tim Burton expositie “Labyrinth” in Brussel en daar kwamen alle maffe figuren mooi tot zijn recht. Niemand maakt monsters en underdogs zo aantrekkelijk.

    bron: Goodreads

    …-muziek: Zoals ik bij vraag 1 al schreef ben ik een vat vol tegenstrijdigheden en dat uit zich vooral ook in mijn muzieksmaak. Hoewel ik een rustig persoon ben hou ik ook wel van loeiharde metal maar kan ik evenveel genieten van iets als Portland, Intergalactic Lovers en zelfs Berre en Teddy Swims. Je maakt me altijd blij met Queen en Elbow, maar op een feestje mag er gerust wat Rihanna en Dua Lipa gedraaid worden.

    …-woord: De moeilijkste vraag vind ik. Ik vind “sprokkelen” een fantastisch woord omdat ik het mij ook meteen visueel voorstel. In eerste instantie zie ik mezelf dan in een bos hout rapen om een vuurtje te stoken. Iets wat ik dus in feite echt nooit of te nimmer doe. Maar in ruimere zin kun je “sprokkelen” echt zien als een werkwoord dat nooit stopt. Je kunt blijven sprokkelen. Naar mooie zinnen, goeie boeken, opzwepende muziek, interessante gesprekken,…

    …-stad: Zo superveel citytrips heb ik nog niet gedaan maar Londen en New York staan momenteel aan de top. In Londen is alles zo duidelijk. Die Britse mentaliteit, daar gedij ik zo goed in. In New York valt er op elke hoek letterlijk iets te beleven. Het is een stad die zeer prikkelend is en dat spreekt me evengoed aan als een weekendje in het bos. Zei daar iemand “tegenstrijdigheden” bij vraag 1?

    ...-film of serie: Zonder twijfel Sex And The City. De eerste aflevering van die serie is ondertussen al 25 jaar oud en toch blijft het zijn waarde houden. En ja, je zal er heel wat ogen bij trekken als je dat voor de eerste keer ziet, er is veel veranderd maar je moet het in zijn tijdsgeest zien. Ik rol letterlijk nog altijd uit mijn zetel van het lachen bij sommige afleveringen, niet iedereen begrijpt dat, maar is dat niet bij alles zo?

    …-dier: ik ben een kattenliefhebber in hart en nieren. Katten zijn de meest eigenzinnige (huis)dieren die er bestaan. Ze doen gewoon hun eigen zin, laten zich niet sturen en zijn superelegant. En tegelijk zijn ze soms zo lomp, hoe ontstaan al die kattenfilmpjes anders op YouTube? Een spinnende kat op mijn schoot is dan ook het toppunt van rust voor mij. En als de katten op zijn mag je anders een alpaca of een wombat brengen.

    9. Wat zou je doen met een zee van tijd?

    Brihang heeft er een geweldig nummer over:

    Ik wil een beetje meer tijd alleen
    Maar ik durf nie echt alleen te zijn
    Want in een zee van tijd
    Zwemt de eeuwigheid

    Wanneer hebben we ooit een zee van tijd? Zeker sinds er kinderen zijn is dat een begrip dat bijna onbestaand is. Ik probeer wel te genieten van kleine stroompjes tijd en ik voel dat de stroompjes verbreden nu ze opgroeien. Maar net zoals Brihang het zingt, soms is een zee van tijd ook een moeilijk begrip, want het is zo schaars dat we vergeten zijn wat we moeten doen met een gewonnen uur. Soms vergaat het in doelloos scrollen met een schuldgevoel als gevolg. Maar als ik ooit een zee van tijd heb, dan staan volgende zaken op het lijstje: mijmeren, wandelen, iets creëren, mezelf iets aanleren, vendelen, mijn neus volgen, tijd maken om met iedereen af te spreken die ik wil zien.

    De 7 ge’s

    Aaaah….deze rubriek never gets old. Ik vergeet hem soms wel eens, de laatste dateert van 20 september en toen was het al de 34e editie zo blijkt. Na 13 jaar en meer dan 1100 berichten weet ik soms niet meer wat ik wel of niet al eens heb geschreven. So here we go!

    Geschreven

    Mijn vertroebelde geest en een vreemde onzekerheid rond een gebrek aan creativiteit zorgden ervoor dat het schrijven lang stilgelegen heeft. Ik heb eerst aan mijn fysiek gewerkt alvorens ik het mentale kon unlocken. Nu “forceer” ik mezelf om regelmatig met balpen en boekje neer te gaan zitten zodat woorden kunnen vloeien. Ik heb de laatste tijd wel geleerd dat inspiratie niet altijd zomaar komt, dat je het soms een tikje onder de kont moet geven.

    Gekookt

    Ik kan er een hekel aan hebben, want ik vind koken nog altijd vooral veel vuil maken en veel gerabbel voor een kwartiertje eten. Koken is een noodzakelijk kwaad zodat iedereen hier overleeft. Voor een goeie, gezonde maaltijd kan ik gerust instaan maar voor een lekkere uitgebreide maaltijd hoef je bij mij niet aan te kloppen. Ik heb ook 0,0 interesse om er iets over bij te leren, laat staan om veel te experimenteren. Koken doe ik omdat het moet.

    Gefietst

    Ik probeer drie tot vier keer per week met de fiets naar het werk te gaan. Het vergt wel wat planning en organisatie, maar ik word er steeds beter in. Mijn boodschappen doe ik ook wel eens met de fiets, ondertussen weet ik dat mijn fietstassen diep genoeg zijn om een vaderdagontbijt in te parkeren.

    Geanticipeerd

    Zo vlot het fietsverkeer gaat, zo moeilijk loopt het sinds begin januari met het openbaar vervoer. Sinds de hervorming op 1 januari vormt De Lijn een bron van stress hier thuis. Aangezien er maar één optie is om de bus te nemen naar school is het altijd Russische roulette of mijn oudste zoon al dan niet zal op school geraken. Geschrapte bussen of bussen die gewoonweg doorrijden en de reizigers laten staan aan de halte omdat ze overvol zitten….ik heb het al allemaal zien gebeuren hier.

    Gebakken

    Zo hard ik baal van koken, zo fijn vind ik bakken. Ik bak sinds enkele weken weer zelf mijn brood omdat ik geen verzadigd gevoel heb bij brood van de bakker. Bij het avondmaal eet ik soms 5 tot 6 boterhammen. Dit broodje is er één met havermout en speltbloem. Als ik er drie sneetjes van eet heb ik meer dan voldoende.

    Gestemd

    Uiteraard, zoals iedereen zeker? Het voelt niet als een verplichting bij mij, ik vind het een voorrecht dat ik mag gaan stemmen. Bij ons ging dat nog met potlood en papier. Ik blijf het iets vreemd vinden dat we in deze digitale tijden nog altijd op zo’n omslachtige manier moeten stemmen.

    Gesocialized

    Het hele voorjaar zei ik op de meeste voorstellen “neen”. Ik bewaakte goed mijn grenzen. Sinds enkele weken voel ik me meer en meer een Yes-woman. Daardoor ben ik in de voorbije week drie keer gaan lunchen met vriendinnen. Het socializen doet me goed en ik heb het gevoel dat ik weer zuurstof heb om te investeren in anderen.

    En wat hebben jullie zoal uitgestoken?

    The power of showing up

    Amaai, je bent ineens een sporty spice geworden! Verre van. Ik beweeg gewoon systematisch meer en dat houdt zichzelf in stand. Ik probeer om kleine stapjes te zetten richting een gezondere levensstijl zonder veel opofferingen te maken. Gisteren vertrok ik naar een vriendin met een fles aperitief en een zak chips. Ik stak ze wel in mijn fietstas en niet in de auto. Daar zit een klein verschil.

    Gewoonteverandering is één van de moeilijkste thema’s in het leven vind ik. Hoe ontstaat een gewoonte en hoe geraak je af van een gewoonte die je minder goed dient?

    Onder de inspiratiebronnen op mijn andere blog Minimaliese vind je een overzicht van allerhande boeken die ik las rond gedragsverandering, stress verminderen en burn-out-preventie. Er is echter één boek dat er uit springt en dat ik altijd aanraad als iemand een gewoonte wil veranderen: Elementaire Gewoontes van James Clear.

    Ik heb altijd ontzag voor mensen die moeilijke materie heel menselijk kunnen uitleggen. Het is een gave als je dat kan. Ik las “Atomic Habits” al verschillende keren en ik volgde er ook een online cursus rond. James Clear schrijft op een heel toegankelijke manier hoe gewoontes ontstaan en geeft in verschillende stappen terug hoe je die ook kan tackelen.

    Ik paste al verschillende keren bewust en zelfs onbewust enkele van zijn tips toe. Hij heeft vier “Laws of change” die hij aanhaalt in het boek en de cursus:

    • Make it obvious

      Eerst moet je achterhalen wat de “cue” is, het begint met je bewust zijn van je eigen acties. Er is altijd een gewoonte-ketting die we moeten zien op te sporen. Zoek uit waar en wanneer je gewoontes plaats vinden en probeer dat in kaart te brengen. Daarna maak je een plan op om nieuwe gewoontes te introduceren. “Daar! Op die momenten gaan we gewoontes gaan implementeren!”. Op voorhand is het handig om eens na te gaan welke gewoontes je in je identeit hebt ingebed. Ik zei altijd tegen mezelf “Ik hou niet van fietsen, ik kan dat niet goed.” Ik heb ook verschillende keren luidop gezegd “dat ik nooit meer ging lopen omdat ik het beu was”. Door die zaken los te laten en in vraag te stellen heb ik openingen gecreëerd, want deze verhalen die ik mezelf vertelde dienden me eigenlijk niet.

      • Make it attractive

      Hoe aantrekkelijker je iets maakt, hoe beter het lukt om door te zetten. Op het werk maken ze fietsen heel aantrekkelijk door een hoge fietsvergoeding uit te betalen. Aan de benzinepomp maken ze de auto heel onaantrekkelijk doordat er een weekbudget voeding doorgesluisd wordt bij elke tankbeurt. “Hoezo, jij fietst voor het geld ofzo?”. Ik ga daar niet over liegen, dat is één van de grootste motivators. Het is alleszins wat me ertoe aangezet heeft om er toch over na te denken en het op zijn minst te proberen. Terwijl ik naar het werk begon te fietsen besefte ik meer en meer dat ik er ook echt deugd van heb en dat die afstand zeker te overbruggen valt met een elektrische fiets. Redelijk snel begon “ik moet fietsen” te veranderen naar “ik mag fietsen”. “Betrek er andere mensen bij” is nog zo’n goeie tip. Linus begint ook te genieten van fietsen en nu proberen we regelmatig met de fiets naar school te gaan. Als ik aankom op het werk op een regenachtige dag staat mijn collega in haar handen te klappen omdat ik toch door de regen ben gegaan. Het zijn allemaal kleine motivators die bewust en onbewust spelen. Ik doe het niet voor het applaus maar het werkt wel motiverend.

      • Make it easy

      Start met een gemakkelijke versie van de gewoonte en bouw zo langzaamaan op tot je voelt dat het systematisch vlotter gaat. “The power of showing up” is een heel belangrijk item in gewoonteverandering. Het gaat over het gewoon systematisch doen zodat je er niet meer bij hoeft na te denken. Er mag eigenlijk niet getwijfeld worden over “ja of neen”, maar er is binnen “ja” een range van hoeveel en hoe lang je ermee bezig bent. Wil je lopen? Ga gewoon op vaste momenten lopen. Het maakt niet uit of je nu 1 km loopt of 12km doet. Zolang je het maar doet op de momenten dat je het gepland hebt. James Clear haalt ook een regel aan die al op verschillende kanalen heb zien terugkeren, geen idee wie hem oorspronkelijk uitvond maar het werkt wel goed: Never miss twice. Je mag één keer skippen maar geen twee keer na elkaar. Het gaat niet over perfect willen zijn, maar consistentie in je acties.

      • Make it satisfying

      Gewoontes die je doel dienen ga je herhalen, gewoontes die je naar beneden halen ga je overboord gooien. Ik ben gestopt met tanken op mijn tankkaart. Zo zie ik meteen hoeveel keer ik effectief ga tanken en wat me dat kost. Ik heb geïnvesteerd in een betere fietshelm en ik kreeg voor Moederdag verkeersveilige oortjes om muziek te luisteren onderweg. Ik heb die investeringen niet in week 1 gedaan, maar pas toen ik besefte dat dit de zaken waren die me een beetje minder gemotiveerd hielden. Ik durfde niet lopen en fietsen met airpods maar tegelijkertijd wou ik wel naar podcasts luisteren. De minimalist in mij wou ook graag de fietshelmen die in de garage liggen bij ons gebruiken “want wat een zonde”. Maar ze zaten niet goed op mijn hoofd waardoor ik het een sleur vond om ze op te zetten en me heel regelmatig ergerde. Maar fietsen zonder helm was (en is nog steeds) een no-go, dus investeerde ik in een nieuwe helm en het is -niet gezeverd- een wereld van verschil. Die zaken dienen mijn doel. Daardoor ga ik nog gemakkelijker de fiets nemen en de oortjes kan ik zowel bij fietsen als lopen opzetten.

      Als laatste schreef ik drie belangrijke zaken op na het lezen van het boek en het meevolgen van de online cursus:

      • Get 1 % better. Als je inzet op hele kleine verbeteringen en die kan volhouden ga je op lange termijn je doel beter gaan ondersteunen dan meteen als een raket van start te gaan en jezelf op te branden.
      • The art of showing up. Nike zet het niet voor niets in hun logo: Just Do It.
      • Motivation often starts after beginning. Op magische wijze wachten tot je gemotiveerd bent, dat zou wel eens lang kunnen duren. Door dit los te laten heb ik veel kleine stapjes gezet.

      Dus moest je iets willen veranderen dan is James Clear misschien een goeie hulp. Alleen als je het zelf wil uiteraard.

        Natte schouders

        Het is lang zo moeilijk geweest.

        Om mezelf te rijmen in de moederrol.  Ik wist niet hoe dat te aan te pakken.  “Mama zijn”.  

        Ik kon het niet altijd bevatten en mijn logische brein volgde mijn gevoel niet altijd.

        En nog altijd voelt het soms benauwd om mezelf te zien als iemand die zo belangrijk is voor twee jongens in hun opgroeien.  Doe ik dit eigenlijk wel goed?

        Dat ik één van de belangrijkste personen in hun leven ben en altijd ga zijn, dat besef komt soms binnen op de meest onverwachte momenten.

        Als ze koortsig hun hoofd tegen mijn schouder vleien.

        Bij tranen die uit het niets ineens de ruimte vullen.

        Als vel tanken het enige is dat nodig blijkt om hun verdriet te verzachten.  Niks dat me meer “mama” doet voelen dan een natte schouder na een troost moment.  

        Als ik de eerste bent die wordt gebeld bij een gemiste bushalte of een vergeten boekentas.

        Als iemand een oordeel over hen velt en ik dat als een vlijmscherp mes door mijn eigen lijf voel trekken.  

        Ik wist het niet dertien jaar geleden, en de jaren die erop volgden ook niet altijd.  Maar het begint meer en meer te lukken dat moederen.  En er zijn nog heel regelmatig momenten van twijfel en onmacht, maar er zijn evenveel intense lachbuien en er heerst een enorme fierheid op mijn twee jongens. 

        Die twijfel, die laat ik over me gaan. 

        En ondertussen vis ik vuile onderbroeken van tussen de kussens van de zetel. 

        Lieseleest #4

        Ik had het er al over in de derde post van dit reeksje: boekfluencers. Hoe kies ik de boeken die ik lees en vooral: wie of wat beïnvloedt mij bij die keuze?

        Het gebeurt eigenlijk zelden dat ik niet weet welk boek ik ga lezen, integendeel, meestal moet ik scrollen tussen verschillende boeken die klaarstaan. Wie zijn mijn grootste boekfluencers dan?

        Flowmagazine en Psychologiemagazine.

        De twee tijdschriften die ik meestal van cover tot cover doorneem. De artikels die me iets bijbrengen refereren veelal naar boeken of andere non-fictie over gelijkaardige onderwerpen. Dus als je me ziet een foto nemen van een artikel dan is dat negenvantiene de bespreking van een boek dat mijn interesse gewekt heeft.

        Nieuwsbrieven en nieuwswebsites.

        Recensies die me aanspreken of artikels die me inspireren en linken naar meer informatie. Ik hop van het ene naar het andere. Het gebeurt dat ik niet meer weet waar ik de boekentip vandaan haal omdat er soms wel tijd over gaat. Evernote helpt me om linkjes bij te houden, maar sinds enkele maanden ben ik weer actief op Goodreads en daar sla ik ook mijn “want-to-read” op.

        Eerder werk van de auteur.

        Ik heb wel één probleem: ik onthou moeilijk namen van auteurs. De hele bekende namen ken ik wel maar meestal weet ik niet of ik al iets van een auteur gelezen heb of niet. Als iets me omver geblazen heeft dan scrol ik naar hun ander werk en voeg ik het toe aan mijn want-to-read.

        Lezingen en live interviews.

        Als ik tijd en ruimte heb probeer ik wel eens een lezing mee te pikken of een literair interview. Op zo’n avonden wordt ook regelmatig gerefereerd naar andere boeken of ik lees het boek van de auteur op het podium. Het is zo dat mijn schoonzus en mijn broer literaire interviewers zijn waardoor ik ook wel gemakkelijker naar zo’n evenement ga. Ik leer wel altijd bij, dus het is een mooie win-win.

        Goodreads.

        Zoals ik al hierboven schreef: op Goodreads heb ik ook een “want-to-read”-lijstje. Daar sla ik boeken op die me aanspreken bij andere lezers. In dit geval lees ik wel altijd de korte inhoud alvorens ik beslis om het op te slaan.

        Instagram.

        Op insta zie ik ook veel boeken passeren bij anderen. Zo word ik wel echt gebookfluenced!

        Vrienden en vriendinnen, broer en schoonzus.

        “Dit is een boek voor jou”. Toch een mooie zinnetje vind ik en een teken van liefde. Wie me een boekentip doorstuurt met die boodschap kent me meestal wel redelijk goed.

        Het aanbod in het KOBO-abonnement en de bibliotheek.

        Daarin ga ik allereerst af op de titel en de cover. Never judge a book by it’s cover? Doe ik ècht wel dus! In de bib sta ik continu achterflappen te lezen maar voor ik een boek vastneem is de eerste indruk wel de belangrijkste.

        Podcasts.

        In de meeste podcasts die ik beluister wordt regelmatig gerefereerd naar boeken, al dan niet van de gasten die aanwezig zijn. Daarnaast heb je ook boekenpodcasts (uiteraard, want zo is deze blogreeks in eerste instantie ontstaan). In de laatste aflevering kun je mijn schoonzusje Melissa horen in “Drie Boeken” van Wim Oosterlinck. Ga dat luisteren, ga dat luisteren. Iets zegt me dat het misschien wel over Hugo Claus zal gaan…..

        De andere #Lieseleests vind je hier:

        Lieseleest #1: over Linde Merckpoel en hoe ze veel te weinig tot lezen komt.

        Lieseleest #2: over hoe ik nooit boeken koop maar toch dagelijks lees.

        Lieseleest #3: hoe ik de leesmicrobe te pakken kreeg.

        Vers licht

        Fitter, happier, more productive. Comfortable, not drinking too much, regular exercise at the gym, three days a week…. Radiohead zong het al in 1997 maar is fitter echt happier?

        Sinds enkele maanden ben ik meer op mijn gezondheid gaan letten. Op maandag volg ik een uur sportles waarbij cardio maar ook pittige spierverstevigende oefeningen op het programma staan. Na anderhalf jaar begin ik het verschil echt te merken, de oefeningen blijven lastig maar ze gaan een stuk vlotter dan een jaar geleden. Daarnaast hernam ik sinds december ook het programma van Start To Run en probeer ik nog twee keer per week een half uur op mijn gemak te joggen. Vorige maand kocht ik de elektrische fiets over van een collega en nu probeer ik ook om naar het werk te fietsen als dat haalbaar is binnen de planning hier. Ik moet ook wel toegeven dat de hoge benzinefacturen en de zeer aantrekkelijke fietsvergoeding hierin zeer grote motivators zijn. Maar toch! Het doet me veel deugd om in de openlucht te zijn, na 40 minuten fietsen is mijn hoofd leeg. Ik ben wel heel bewust aanwezig in het verkeer want de fietspaden liggen er op sommige plekken erbarmelijk bij en zelfs met een fullbody-fluohesje lijk ik wel onzichtbaar voor chauffeurs, ik moest al meerdere keren serieus remmen. Ik maakte ook enkele minuscule wijzigingen in mijn voedingspatroon waardoor ik ’s avonds niet meer zo nodig vijf boterhammen moet eten om een verzadigd gevoel te hebben. (Ja, vijf, dat gebeurde wel eens).

        Fit in je lijf, fit in je hoofd?

        In anderhalf jaar tijd is er dus wel één en ander veranderd, het meest logische gevolg zou zijn dat ik me op alle gebied fitter voel. Fysiek voel en zie ik wel dat ik meer spierkracht en een betere uithouding heb, maar energieker zou ik mezelf nu niet noemen. Als ik thuiskom na drie kwartier fietsen of een half uur lopen voel ik wel een hevige energiepiek maar die houdt niet de hele dag aan, het vervaagt zeer snel. Toch denk ik ergens wel dat al die kleine efforkes optellen en het effect op lange termijn niet te onderschatten is. Soms is maar 1% verbetering al voldoende om een sneeuwbaleffect in gang te zetten.

        Er zijn al momenten geweest dat ik overprikkeld aan sporten begon en het eruit kon lopen of fietsen. Zo heb ik al hele pleidooien in mijn hoofd gevoerd tijdens het fietsen, het voorjaar is al redelijk pittig geweest. Ik heb geen last van het slechte weer (veel meer van het eeuwige ge-emmer erover). Integendeel, het verse licht doet mijn hoofd opklaren.

        Naast het opdrijven van beweging begint ook het wentelen onder een dekentje bij de kachel stilaan plaats te maken voor sociale afspraken en kleine “ewel ja!”-momentjes. Dit jaar duurde het precies veel langer dan anders maar ik voel het: ik begin stilaan uit mijn winterslaap te krabbelen.

        Gouden gedachtengrijpers

        De laatste jaren deed ik redelijk wat inzichten op rond hoe emoties werken, hoe ze je gedrag sturen en wat de impact van je gedachten is op je handelen. Dat neemt niet weg dat ik sommige periodes met mezelf in de knoop lig. Voor wie het nog niet weet: ik heb de neiging om aan overthinking te doen.

        Ik ga altijd de eerste zijn die roept “Praat erover!” als je met iets zit. “Het lucht op!”. Maar mijn eigen raadgevingen volg ik weinig tot nooit op. Er moet tijd en ruimte zijn eer ik ga babbelen over iets wat me dwars zit. De introvert in mij houdt namelijk enorm van binnenvetten. In geschreven tekst komt het misschien anders over dan hoe ik in het echt ben maar: ik kan -face to face- niet altijd goed verwoorden hoe ik me voel of wat ik juist bedoel als ik praat over iets wat me sterk bezighoudt.

        Maar soms lukt het wel heel goed. Soms heb ik zo’n deugddoende gesprekken waarin ik mijn eigen hersenspinsels kan ontrafelen. Gesprekken waarin een kluwen aan stekelige draadjes ineens wordt ontward. Eigenlijk heb ik mensen nodig die dat uit me trekken en die mijn gedachten mee gaan analyseren met mij. Mensen die me helpen mijn gedachten vastgrijpen en er dieper op in gaan. Echte luisteraars die goed kunnen samenvatten en erkennend zijn naar mijn gevoelens. Ze durven me een spiegel voorhouden en op hetzelfde moment de dingen benoemen zoals zij ze zien bij mij. Als ik wil loslaten gaan zij net confronteren: “Is dat wel zo?” Het zijn veilige gesprekken waarin ik mijn vreemdste gevoelens kan aanhalen maar ook kan uitzoeken wat de achterliggende oorzaken daarvan zijn.

        Het klinkt misschien wat zwaarmoedig allemaal, maar ik ben wel blij dat ik zo’n mensen heb. Ze zijn goud waard.

        Siblings

        “Bro, waar ben je?”. Tussen het catchen, bekvechten, rabbelen, fretten en zagen door….Naast het overdragen is er ook veel samenspel, shenanigans en gegiechel….we zien hoe goed hun band op dit ogenblik is.

        Ik geniet er van, besef dat het al anders is geweest en dat het ongetwijfeld weer zal veranderen tussen de twee broers.

        Maar wat er ook gebeurt, ze hebben altijd elkaar. Wie zelf broers of zussen heeft weet wat ik bedoel, die band waar bloed door stroomt, die is onbeschrijfelijk speciaal. Ze beseffen het nu nog niet, maar ooit komt dat wel. Ondertussen blijven ze elkaar stoten geven als er een gele auto passeert en elkaar uitmaken als de ene teveel in de richting van de andere ademt.