Page 101 of 117

“You’re like the worst dogpoopcatcher ever!”

Sommigen zullen het pulp vinden, een decadente show doorspekt met stoeferij.  Noem het gerust belachelijke realityTV, I couldn’t care less: I luuuuv it!!!  Astrid In Wonderland.  Ik vermoed dat het volledig fout is om te verkondigen dat ik zoiets opneem maar ik lach me elke week een accident met haar praatjes en vooral haar accent.  En die grimassen die ze maakt, vooral bij het stoefen over haar rijke vriendjes.  Amazing zoals ze het zelf zou zeggen.  Ze ziet er geweldig goed uit maar kleedt zich de helft van de tijd gewoon in een chillersbroek en een simpel topje, en dat terwijl haar kleerkast zowat designers paradise is.  Den John vindt Astrid ook de max.  Hij adoreert alles wat ze doet, het is vreemd dat hij nog nooit een t-shirt met haar kop erop heeft gedragen “I’m Astrid’s homeboy”.  En praten dat die mannen doen, praten praten praten over alles wat ze rond zich zien, alsof ze voor de eerste keer in de wereld komen.   In de aflevering die ik vandaag bekeek vond ze het een hele experience om dogpoop in een zakje te doen.  “My first dogpoop, in our  own house dan nog hé”.  Als ze dan samenkomt met “De Lau” is het hek helemaal van de dam.  Elkaar afkatten en uitlachen, de max!  De luxe en de decadentie druipen van het drie-tal af en toch blijven ze allemaal zo naturel, en zoooo naïef.  De perfecte ontspanning voor als je hoofd vol zit met allerhande toestanden.  Verstand op nul en lachen maar!

Helpt het als ik hieronder nog vlug vermeld dat ik daarna naar Louis Theroux op Nederland 3 gekeken heb?  Kwestie van het niveau weer een beetje op te krikken…

maar een ontwapenende glimlach doet alle plekken vervagen hé

Ze zeggen dat onze zoon op Pieter gelijkt.  “Oh amaai zeg, hij heeft heel den kijk van zijn papa hé?”  Ze hebben gelijk.  Ik doe daar niet moeilijk over, hij gelijkt op Pieter.  Pieter is dan ook zijn vader, zo vader zo zoon?  Maar als je dichterbij kijkt kun je toch een uiterlijk kenmerk van mij in hem terugvinden: er is altijd wel ergens een blauwe plek op hem te bespeuren.  Ik steek het op genetisch bepaalde lompheid.  Wie reeds een glas rode wijn van mij op zijn schoot kreeg of me bezig zag restjes dame blanche uit mijn haar spoelen zal me zeker niet tegenspreken.  Nu hij zich onder de wandelaars tracht te begeven wordt de aangeboren lompheid meer en meer duidelijk.  Hij blijft zijn hoofd stoten tegen elke mogelijke stootbare plek, hij slaagt er ook altijd in om blauwe plekken op de meest onmogelijke plaatsen te krijgen.  Zoals op de onderkant van zijn kaak of te kluffe op zijn voorhoofd.  Zelf ben ik nu ook niet bepaald kandidaat om punten te scoren in de Miss Elegantie-verkiezing.  Witte kleren, te hoge hakken of delicate stofkes laat ik preventief links hangen.  Ik merk, laten we die hakken even buiten beschouwing laten, dat ik die lijn ook best doortrek naar mijn zoon.  Als je die van mij ergens tussen zoekt, het is dendien met chocoplekken op zijn mouwen of koekemul aan zijn mondje.  Deze middag mocht ik nog een stukje sinaasappel van zijn voorhoofd prutsen…  Sommige kinderen zien er steeds uit alsof ze vers uit de wasmand komen, die van mij ziet er na een half uur verse kleertjes al uit alsof hij al 4 dagen hetzelfde draagt.  (en neen, het is niet zo, bad housewife of niet, kleren wassen doe ik wel degelijk!).

beetje bitsig bezig (al zeg ik het zelf)

Brieven, in een handgeschreven enveloppe, volledige boekjes, blinkend en in kleurendruk.  Een mens zou bijna verongelukken als hij zijn brievenbus opentrekt heden ten dage.  De mannen van het papier deze morgen zullen het geweten hebben, het verkiezingsdrukwerk vliegt rechtstreeks van de brievenbus in de papierbak.  Welke politieker kan er daar iets aan doen?  Oeps, ik moet opletten wat ik zeg, mijn schoonbroer komt ook op voor de verkiezingen.  You’ve got my vote Fred’n!  Ook al kan dat technisch gezien niet, in mijn gedachten heb je mijn stem…Yes you can!  Onderweg van de brievenbus naar de papierbak blader ik toch vluchtig eens door de blaadjes om hier en daar toch eens te verzuchten.  Iemand die zichzelf voorstelt en bij haar gegevens ukkepuk@hotmail.com ofzoiets zet…is dat eigenlijk serieus te nemen?  Of iemand die bij haar interesses vermeldt dat ze graag de Twilightfilms bekijkt omdat Robert Pattinson toch zo’n knappe vent is.  U-huh, interessant.  Het is tijd dat het voorbij is, ook al om de klagende bijzitters en tellers op facebook stil te krijgen. “Dat ze de doppers een keer oproepen, die leegaards doen nooit iets!” “En al die oude, die gaan weer kunnen uitslapen hé, en kaffie gaan pullen bij elkaar de zondagmiddag!”.  Toegegeven ik begrijp de frustraties heel goed, ik zou er ook niet voor staan springen, zeker niet als je al één op de twee zondagen moet werken en in de tussenzondag nog eens moet gaan helpen met de stemming.  Dit jaar hebben ze me niet meer opgeroepen nadat ik twee jaar geleden moest afmelden wegens het werkweekend.  Om dan voor mijn vertrek naar het werk in het stembureau van een kwade stem te horen “Ewel, ben jij niet diegene die heeft afgemeld omdat ze moest werken?”  Die moest dringend naar de opticien om zijn paardenbril te laten bijstellen, het attest van mijn werk kon hij duidelijk niet meer lezen.

An end has a start

Er wordt weinig tot nooit over mijn werk geblogd. (zijn de oogjes van de meelezende collega’s al aangetrokken nu? 🙂 )  Nochtans kan ik na 10 jaar sociale sector al een aantal verhaaltjes kwijt maar het recht op de privacy van de bewoner en de collega vind ik belangrijk.  Niet gezeverd waar.  Daardoor blijft het bij vage vertelsels die meestal gewoon een tekst op gang trekken.  Deze week was er echter een raar moment.  Ik werd bij de directie verwacht.  In eerste instantie riep ik “Ik ga toch mijn bon niet krijgen hé!?”  “Maar neen!!” riep mijn afdelingshoofd “Vereuveringe hé” antwoordde ze grijnzend.  Ik wist niet wat ze daarmee bedoelde maar het feit dat er geen bonnen gingen uitgeschreven worden kon alleen maar het omgekeerde betekenen.  Deze week werd ik dus door de directeur vereuverd tot leefgroepverantwoordelijke.  Het moet gezegd zijn dat ik ferm twijfelde of ik dat wel zou doen.  Kan ik dat wel, verantwoordelijk zijn voor een leefgroep, een team, een groep bewoners en alles daar rond?  Er is ook een leefgroepswitch mee verbonden.  Een nieuwe groep en een nieuw team dus.  Moet ik dan zoals in Het Eiland mijn collega’s gaan motiveren?  “Ik ben blij dat jij in mijn team zit!”  Ga ik dan zo’n kreet en een bijhorend gebaar moeten ontwikkelen?  Tjakka!! *vuist in de lucht*  Het is ook eigenaardig dat iedereen die dit te weten komt mij “proficiat” wenst, en dat terwijl ik nog niets gepresteerd heb.  Pas op, ik apprecieer die wensen enorm, maar hoe daarmee omgaan is mij een beetje een raadsel.  Ik heb dus ‘ja’ gezegd op dit aanbod en neem zo een sprong in het diepe.  Iets nieuw, iets uitdagend….klinkt spannend eigenlijk.  Nu nog waarmaken!  Tjakka!!

over blonde suiker en bronzen uilen

We smulden overheerlijke ovenkoeken op het werk deze week.  Ovenkoeken worden precies steeds vergeten hier thuis.  Ze worden jammergenoeg genegeerd in onze menukeuze.  Nochtans zijn die bebloemde schijven echt berelekker, we moeten ons echt meer op ovenkoeken gaan concentreren.  Met potsuiker uiteraard.  Al weet mijn echtgenoot niet wat ik met potsuiker bedoel.  Als westhoekse zeg ik potsuiker tegen wat in zijn ogen bruine suiker heet.  Ik zeg bruine suiker tegen wat hij kandijsuiker noemt.  In feite is potsuiker blonde suiker.  En zo gaat het taalspelletje door bij ons.  Maar één ding blijft voor elke Belg gelijk: op de verpakking van de potsuiker staat al jaren hetzelfde jongetje met het eigenaardige ding in zijn handen.  Is het een pannenkoek?  Is het een boterham?  Wat eet hij eigenlijk?  Dat er een aardige berg potsuiker op te vinden is, dat is zeker!

Naast de pietluttige potsuiker/ovenkoekenkwestie is er eigenlijk ander belangrijk nieuws te melden:

Het boek won zonet eventjes de Bronzen Uil.  Ik kan alleen maar zeggen dat

APETROTS 

een understatement is voor hoe ik me hierbij voel!

Het is zeker verdiend, want het boek is geweldig!  De schrijver ook trouwens!

Het verTand komt met de jaren

Toch een vreemde gewaarwording, zo’n tand die afbreekt in je mond.  Ineens voelde ik, na een verkeerde beet, een hard gekraak en meteen daarna korrelden er stukjes tand tussen mijn lippen.  Creepy, gelukkig gaat het over een terugkerende droom die zo danig levensecht is, ik zou het nooit willen meemaken,  zo’n vies gevoel!  Het gebeurt ook nooit dat ik in de spiegel kijk in mijn droom dus ik zag nog nooit een half-afgebrokkelde tandenmond.  Volgens de droomexperts op google.be kunnen kapotte droomtanden wijzen op allerhande zaken die onderhuids spelen.  In feite zou zo’n droom te wijten zijn aan elke situatie die zich in je leven voordoet.  Dromen over tanden?  Je bent onzeker.  Dromen over tanden uitspuwen?  Je maakt je zorgen over geld.  Dromen over gebroken tanden?  Een stukgelopen relatie.  Ja zo kan ik ook droomexpert worden.  Zou dat goed betalen?  En ik heb deze week ook over mijn schoonvader gedroomd, die was DJ op een feestje waar we aanwezig waren en ineens moest hij zijn DJ-set onderbreken om zijn telefoon op te nemen.  En dat tijdens Insomnia van Faithless!  Schande Roger!  Schande!  (de droomexperts konden geen trefwoorden vinden onder “schoonvader” dus de uitleg moet ik schuldig blijven….)

 

 

Vuile Zever

Eerst dacht ik dat het aan de handhaving van Pieter lag.  Er werd al eens een “aan de kant, je kunt er niets van” gescandeerd en triomfantelijk alles uit de handen genomen.  Maar iedere keer weer opnieuw is het hetzelfde gevloek op dinsdag.  De vloek van de vuilniszak uit de vuilbak halen.  Het onding is nog maar halfweg de ton getild, of de bovenkant van de zak scheurt al open.  Alsof ik mijn vuilniszak volprop met allerhande dingen die er niet in horen, verre van.  Ik denk dat ik een gemiddelde vuilzakvuller ben, tenzij de anderen hier thuis er stoute dingen in deponeren zonder dat ik ervan weet, maar dan nog is dat scheuren echt overdreven onnodig.  De rol plakband ligt gewoonweg al standaard klaar bij de vuilnisbak want elke week is het hetzelfde gedoe hier.  We zijn zelfs al bedreven geworden in het zo goed mogelijk toeplakken van die hele zeverboel zodat die niet nog eens openvliegt.  Ik hoop voor de vuilnismannen dat ze zo’n toestanden niet tegenkomen als ze het geval op de camion kieperen.  Maar dat kan toch niet anders?  Dat wordt hier geweldig amusant als den onzen eens gaat openscheuren en Ilja’s pampers van een week ver op straat vliegen…

bedwentelen en keukenrollen

Een noenetukje drong zich op.  Het was nodig, met een snotkop bij mijn wederhelft en een pijnlijke keel bij mij.  Tel daarbij dat onze zoon deze nacht om 4u30 weer een verhaaltje van een uur lang begon te vertellen en de moeheid was niet ver te zoeken.  En wij maar klagen van een beetje keelpijn, weinig slaap of een neus die niet mee wil.  Als ik in mijn zoon zijn mond kijk krijg ik pijn in zijn plaats.  Twee kolossen boren zich een weg door zijn tandvlees dat rood tekent van de druk.  Auch!  Vreselijk moet het zijn!  Toch is vertellen het enige dat hij doet ’s nachts.  Enthousiast vertellen over de nieuwe kauwers in zijn mond.  “Wiediewawawa Ilja, Mama, Ilja, Papa, wiedauw” en om het verhaal nog kracht bij te sturen gaat het dan iets luider “kataw, betoeng, pwiet”.  Het viel deze middag echter niet mee om de slaap te vatten.  Zeker niet nadat we een eerste offerte voor een keuken lieten maken deze morgen.  Keukenkastjes, kookplaten en tafelpoten, ze dansten hun eigen verhaal in mijn hoofd.  In de toonzaal wou ik zo’n befaamde “deur-emmer” waar de keukenmeneer vol lof over sprak wel eens van dicht bekijken.  Ik had geen idee wat hij bedoelde, tot we bij een oven merkten hoe goed zo’n deur wel remt alvorens te sluiten.  Smijt maar op het hoopje van de domme trekken.  De keukenbeslissingen vielen vlot en standvastig.  I was on a kitchenroll! “Dat wil ik niet, dat wil ik wel, dat vind ik lelijk, dat is afgrijselijk, dat vind ik onhandig, dat is machtig, zo moet het zeker, het moet dat merk zijn, zo’n type, patatie patata”.  Vreemd genoeg heb ik weinig getwijfeld.  Misschien is drie keer verhuizen (vier keer als je de volgende keer meetelt) eindelijk wel eens een voordeel, al is het maar om te weten welke keuken nu praktisch is en welke niet.  Toch ga ik zeker nog fouten gemaakt hebben, maar ik heb nog voldoende noenetukjes om verder na te dromen en de deur-emmers te ledigen.

– Duplo – !Uno! – Spin(o) – Pil(o) –

Zelfspot!  Het is lang geleden!  Er is nochtans regelmatig eens reden toe.  Zoals daarnet in de winkel toen ik rook aan een nieuwe soort douchegel en er een klodder zeep in mijn neusgat schoot.  En, neen, het is niet de eerste keer dat dit voorvalt.  Of zondag, toen ik zo tevreden was met een doos Duplo dat ik ze niet eens open kreeg.  Ik moest begot aan Pieter vragen om de doos te openen voor me, aangewezen leeftijd: 1,5 tot 4 jaar.  Moet ik hierbij ook nog noteren dat de doos voor Ilja was?

Er was niet enkel zelfspot, ook zelf-op-pepping.   Zoals maandag toen ik tijdens de storm alleen naar het nieuwe huis moest om op één van de offertemannen te wachten.  Daar stond ik dan, alleen in een leegstaand huis, ons huis dan nog, gelukkig duurde het vreemde gevoel niet lang en besefte ik nogmaals hoe machtig het zal zijn als het afgewerkt is.  En ja, de spinnen die me de vorige keer in de spoelbak dreigend zaten aan te kijken, die lagen er nog, zo dood als een pier.

Er was ook meezingtijd, met de nieuwe van Green Day.  Duchtig airdrummen en verkeerdelijk teksten meezingen tot jolijt van de andere chauffeurs aan de lichten.  Ik wou wedden met Pieter dat er wel degelijk naast “I don’t give a damn anyway” ook “I don’t give a f*ck anyway” voorkomt in “Let Yourself Go”.  Hij, die ineens niet wou wedden, voelde al nattigheid want ik wed enkel als ik het 100% zeker ben (en ik had het een half uur eerder zo’n 10 keer meegezongen in de auto).

Er was ook tijd voor verwondering…hoe komt een volledige ruit in onze tuin terecht?  Als iemand een ruit kwijtspeelt door een storm zou je toch ergens een open raam moeten tegenkomen?  Of op zijn minst iemand die een ruit zoekt.  Plus, hoe is het mogelijk dat de ene pil 32 euro per trimester kost en de andere 6,75 euro voor evenveel maanden.  Wil dat zeggen dat ik 25,25euro meer kans heb om ongepland zwanger te raken met de goedkope pil?  Hoeveel de pil ook kost, een kind kost nog altijd meer, die berekening hoef ik niet te maken.

En nu nog een Volvo op de kop tikken

Binnenkort ben ik dus zo’n vrouw “wiens echtgenoot naar het buitenland moet voor zijn werk”.  Binnen enkele maanden ben ik ook een vrouw die een white picket fence zou kunnen installeren rond haar huis, maar dat is dan ook weer een ander verhaal.  Subiet word ik binnen enkele jaren zo’n vrouw die haar kind naar de voetbal brengt met de auto, zo’n volvodrivingsoccermom. (Al is de rest van de context van het nummer volledig naast mijn kwestie!  For sure!).  En dan kan Dreete zeggen hoe weinig baltechniek Ilja wel heeft.  Voorlopig is enkel de eerste ‘vrouw’ van toepassing (vrouw klinkt goed hé, het is even wennen, maar het begint te komen).  Over de reden van zijn afwezigheid ga ik niet uitweiden, enkel “dat de FBI er ook zal zijn”.  Straks staat hij na 8 dagen terug aan de deur met zijn badge in zijn handen “M’me, you have the right to remain silent…” in zo’n Texaans accent.  Alright!  Het lijkt misschien niet zo verstandig om te gaan verkondigen dat ik hier alleen thuis ga zitten met een dreumes (zo heet een kind tussen 1 en 2 blijkbaar), maar daar zit ik weinig mee, de overbuur houdt vast en zeker mee een oogje in het zeil, nietwaar Wijnand?  En diezelfde overbuur heeft ook een grote hond, dubbelsecurity: check!  Zelf heb ik een kat die bijt als je te dichtbij komt.  Het is van toen ik op mijn eentje woonde dat ik nog eens zo’n lange tijd alleen thuis ben geweest.  Wat deed ik toen de hele tijd, ik had kind noch kraai…voor de tv eten, doe ik zeker weer.  Afspreken met vriendinnen, doe ik ook zeker al zal het hier bij mij thuis moeten zijn, het schema wordt al opgesteld, wie nog wil inpikken, ’t is ’t moment!  Skypen met mijn lief, nog nooit gedaan want ik heb nog nooit met skype gewerkt, een computernitwit zoals ik.  En werken combineren met de zorg voor Ilja en het huishouden.  Zo’n opdracht waar de mamamaffia nogal eens problemen mee ondervindt.  Zelf kan ik er niet van meespreken en daar ben ik enorm blij om.  Maar ik denk dat ik het pas zal gewaar worden als die echtgenoot van me er niet is.  Als ik op dag 4 al een berg rommel moet zien te overwinnen, een tiental wasmachines achtersta en ’s morgens zonder ontbijt moet gaan werken omdat ik geen tijd had om naar de winkel te gaan.  Na dag 6 ga ik al zo’n respect hebben voor alleenstaande moeders dat ik er een benefiet voor zal oprichten.  Op dag 8 komt hij thuis in een nest en draait hij zijn kar, met Texaans accent en al, om terug te keren naar Duitsland terwijl ik me aan zijn onderbeen klamp “Niet weglopen, nooit meer weglopen, nee-heeeen!!!  Ik word de perfecte huisvrouw, de perfecte echtgenote, blijf bij mij!”  Zo gebeurt het zeker.