Page 102 of 117

bedwentelen en keukenrollen

Een noenetukje drong zich op.  Het was nodig, met een snotkop bij mijn wederhelft en een pijnlijke keel bij mij.  Tel daarbij dat onze zoon deze nacht om 4u30 weer een verhaaltje van een uur lang begon te vertellen en de moeheid was niet ver te zoeken.  En wij maar klagen van een beetje keelpijn, weinig slaap of een neus die niet mee wil.  Als ik in mijn zoon zijn mond kijk krijg ik pijn in zijn plaats.  Twee kolossen boren zich een weg door zijn tandvlees dat rood tekent van de druk.  Auch!  Vreselijk moet het zijn!  Toch is vertellen het enige dat hij doet ’s nachts.  Enthousiast vertellen over de nieuwe kauwers in zijn mond.  “Wiediewawawa Ilja, Mama, Ilja, Papa, wiedauw” en om het verhaal nog kracht bij te sturen gaat het dan iets luider “kataw, betoeng, pwiet”.  Het viel deze middag echter niet mee om de slaap te vatten.  Zeker niet nadat we een eerste offerte voor een keuken lieten maken deze morgen.  Keukenkastjes, kookplaten en tafelpoten, ze dansten hun eigen verhaal in mijn hoofd.  In de toonzaal wou ik zo’n befaamde “deur-emmer” waar de keukenmeneer vol lof over sprak wel eens van dicht bekijken.  Ik had geen idee wat hij bedoelde, tot we bij een oven merkten hoe goed zo’n deur wel remt alvorens te sluiten.  Smijt maar op het hoopje van de domme trekken.  De keukenbeslissingen vielen vlot en standvastig.  I was on a kitchenroll! “Dat wil ik niet, dat wil ik wel, dat vind ik lelijk, dat is afgrijselijk, dat vind ik onhandig, dat is machtig, zo moet het zeker, het moet dat merk zijn, zo’n type, patatie patata”.  Vreemd genoeg heb ik weinig getwijfeld.  Misschien is drie keer verhuizen (vier keer als je de volgende keer meetelt) eindelijk wel eens een voordeel, al is het maar om te weten welke keuken nu praktisch is en welke niet.  Toch ga ik zeker nog fouten gemaakt hebben, maar ik heb nog voldoende noenetukjes om verder na te dromen en de deur-emmers te ledigen.

– Duplo – !Uno! – Spin(o) – Pil(o) –

Zelfspot!  Het is lang geleden!  Er is nochtans regelmatig eens reden toe.  Zoals daarnet in de winkel toen ik rook aan een nieuwe soort douchegel en er een klodder zeep in mijn neusgat schoot.  En, neen, het is niet de eerste keer dat dit voorvalt.  Of zondag, toen ik zo tevreden was met een doos Duplo dat ik ze niet eens open kreeg.  Ik moest begot aan Pieter vragen om de doos te openen voor me, aangewezen leeftijd: 1,5 tot 4 jaar.  Moet ik hierbij ook nog noteren dat de doos voor Ilja was?

Er was niet enkel zelfspot, ook zelf-op-pepping.   Zoals maandag toen ik tijdens de storm alleen naar het nieuwe huis moest om op één van de offertemannen te wachten.  Daar stond ik dan, alleen in een leegstaand huis, ons huis dan nog, gelukkig duurde het vreemde gevoel niet lang en besefte ik nogmaals hoe machtig het zal zijn als het afgewerkt is.  En ja, de spinnen die me de vorige keer in de spoelbak dreigend zaten aan te kijken, die lagen er nog, zo dood als een pier.

Er was ook meezingtijd, met de nieuwe van Green Day.  Duchtig airdrummen en verkeerdelijk teksten meezingen tot jolijt van de andere chauffeurs aan de lichten.  Ik wou wedden met Pieter dat er wel degelijk naast “I don’t give a damn anyway” ook “I don’t give a f*ck anyway” voorkomt in “Let Yourself Go”.  Hij, die ineens niet wou wedden, voelde al nattigheid want ik wed enkel als ik het 100% zeker ben (en ik had het een half uur eerder zo’n 10 keer meegezongen in de auto).

Er was ook tijd voor verwondering…hoe komt een volledige ruit in onze tuin terecht?  Als iemand een ruit kwijtspeelt door een storm zou je toch ergens een open raam moeten tegenkomen?  Of op zijn minst iemand die een ruit zoekt.  Plus, hoe is het mogelijk dat de ene pil 32 euro per trimester kost en de andere 6,75 euro voor evenveel maanden.  Wil dat zeggen dat ik 25,25euro meer kans heb om ongepland zwanger te raken met de goedkope pil?  Hoeveel de pil ook kost, een kind kost nog altijd meer, die berekening hoef ik niet te maken.

En nu nog een Volvo op de kop tikken

Binnenkort ben ik dus zo’n vrouw “wiens echtgenoot naar het buitenland moet voor zijn werk”.  Binnen enkele maanden ben ik ook een vrouw die een white picket fence zou kunnen installeren rond haar huis, maar dat is dan ook weer een ander verhaal.  Subiet word ik binnen enkele jaren zo’n vrouw die haar kind naar de voetbal brengt met de auto, zo’n volvodrivingsoccermom. (Al is de rest van de context van het nummer volledig naast mijn kwestie!  For sure!).  En dan kan Dreete zeggen hoe weinig baltechniek Ilja wel heeft.  Voorlopig is enkel de eerste ‘vrouw’ van toepassing (vrouw klinkt goed hé, het is even wennen, maar het begint te komen).  Over de reden van zijn afwezigheid ga ik niet uitweiden, enkel “dat de FBI er ook zal zijn”.  Straks staat hij na 8 dagen terug aan de deur met zijn badge in zijn handen “M’me, you have the right to remain silent…” in zo’n Texaans accent.  Alright!  Het lijkt misschien niet zo verstandig om te gaan verkondigen dat ik hier alleen thuis ga zitten met een dreumes (zo heet een kind tussen 1 en 2 blijkbaar), maar daar zit ik weinig mee, de overbuur houdt vast en zeker mee een oogje in het zeil, nietwaar Wijnand?  En diezelfde overbuur heeft ook een grote hond, dubbelsecurity: check!  Zelf heb ik een kat die bijt als je te dichtbij komt.  Het is van toen ik op mijn eentje woonde dat ik nog eens zo’n lange tijd alleen thuis ben geweest.  Wat deed ik toen de hele tijd, ik had kind noch kraai…voor de tv eten, doe ik zeker weer.  Afspreken met vriendinnen, doe ik ook zeker al zal het hier bij mij thuis moeten zijn, het schema wordt al opgesteld, wie nog wil inpikken, ’t is ’t moment!  Skypen met mijn lief, nog nooit gedaan want ik heb nog nooit met skype gewerkt, een computernitwit zoals ik.  En werken combineren met de zorg voor Ilja en het huishouden.  Zo’n opdracht waar de mamamaffia nogal eens problemen mee ondervindt.  Zelf kan ik er niet van meespreken en daar ben ik enorm blij om.  Maar ik denk dat ik het pas zal gewaar worden als die echtgenoot van me er niet is.  Als ik op dag 4 al een berg rommel moet zien te overwinnen, een tiental wasmachines achtersta en ’s morgens zonder ontbijt moet gaan werken omdat ik geen tijd had om naar de winkel te gaan.  Na dag 6 ga ik al zo’n respect hebben voor alleenstaande moeders dat ik er een benefiet voor zal oprichten.  Op dag 8 komt hij thuis in een nest en draait hij zijn kar, met Texaans accent en al, om terug te keren naar Duitsland terwijl ik me aan zijn onderbeen klamp “Niet weglopen, nooit meer weglopen, nee-heeeen!!!  Ik word de perfecte huisvrouw, de perfecte echtgenote, blijf bij mij!”  Zo gebeurt het zeker.

I told the witch doctor I was in love with you

Vorig jaar rondde ik mijn opleiding orthopedagogie af na een redelijk intensieve periode met veel gezucht en geklaag en vooral veel te veel typwerk.  Ondertussen is er anderhalf jaar gepasseerd en het kriebelt soms al weer eens om aan iets nieuw te beginnen.  In orthopedagogie heb ik zo’n 31238 keren moeten reflecteren over mijn handelen, mijn eigen ideeën, kortom over jezelf leuteren (een beetje zoals hier op de blog, maar dan voor punten).  Dat is zo in een sociale sector-richting vrees ik.  Niet dat ik mezelf een sociaal persoon vind.  Asociaal ben ik ook niet denk ik.  Ik ben meer het type van love me and i’ll love you back.  Enfin, het kriebelde dus om weer eens aan een cursus te beginnen en daarnet had ik het gevonden.  Of ik dacht het toch. “Hoe sta ik in relatie met mezelf en met anderen?”  Hoe sta je in een relatie, wat is je inbreng, hoe reageer je op de ander en hoe kun je op een bewuste manier omgaan met relaties?  We kijken naar aantrekkingspolen en valkuilen binnen een relatie.  Dat lijkt me interessante materie dacht ik kauwend op een stuutje met geleie.  Tot ik verderlas….We staan stil bij hoe we door middel van bewuste aandacht relaties (anders) kunnen beleven.  Verschillende technieken.  En nu komt het….aardingsoefeningen, beweging, meditatie, dans, praatronde….Ik verslikte me bijna.  Holy crap NEEN, echt niet, echt niet!  Mediteren en dan van die vreemde vloeroefeningen gaan doen om te weten wat ik verkeerd zeg tegen mijn partner of vrienden.  Of tegen een hoop vreemden gaan “praten over jezelf”.  Neen, ik dacht het niet.  In de opleiding ortho hadden we ooit twee dagen opleiding “water en vuur” (of was het aarde en vuur? Het is mij gelijk, ze hadden het beter kak en vuur genoemd).  Daar moesten we tijdens sommige van die horroroefeningen onze hand opsteken en roepen: “Stop! Dit wil ik niet!” En ja, je moest het dan nog menen ook, wat resulteerde in de slappe lach, onder u voeten krijgen omdat je niet serieus bent en nog meer de slappe lach krijgen.  Ik was blij dat ik bij de tweede sessie zwanger mocht zijn om van die dwaze heksenoefeningen af te zijn. Oh ja:  Draag losse kledij, breng warme sokken en een flesje water mee.  Fantastisch, zo kan ik mezelf verdrinken in comfy outfit nadat ik mijn chakra’s gekuist heb.

de kinderhand is gauw gevuld

In tijden van apps en fisherprice-speelgoed waar je een iPhone in kunt stoppen “zodat je baby de moderne technologie kan leren kennen” kan ik alleen maar juichen om zoiets als een ballonwedstrijd.  Op de kermis stuur je een ballon met een kaartje de hoogte in en hoopt dat een vinder het kaartje terugstuurt.  Zo simpel, zo cool.  Ballonnen kunnen ver vliegen, apps kunnen ook veel, maar het gevoel van een ballon los laten, niet wetende of iemand hem daadwerkelijk zal vinden of tegenkomen…dat is toch iets speciaal in zijn eenvoud.  En het feit dat iemand de moeite doet om het kaartje op de post te doen, moet toch ergens betekenen dat die vinder even enthousiast is als de loslater van de ballon!  Ja, een ballon, voor mij is dat instant happiness!

Mannen hebben het zo moeilijk…

“Waarom? Is het niet mooi misschien?” Klets!  Rechtdoor!  Een echte vrouwenopmerking zoals je ze uit de boekjes kunt plukken.  Terwijl mijn lief lief gewoon informeert of mijn haar nog steeds blinkt van gisteren.  Ik vermoed/hoop dat hij het zal bevestigen dat ik niet echt zo’n vrouw ben waarbij je moet wikken en wegen wat je zegt tenzij je schrik hebt om van antwoord gediend te zijn.  Maar soms sluipt er wel eens zo’n “vindegijmijngatniettedikindezerok”-opmerking in onze gesprekken.  Dat moet een immens dilemma zijn.  Want het moment dat ik zoiets vraag is het omdat ik eigenlijk voor mezelf al heb uitgemaakt dat mijn gat te dik is in die rok.  Ik wil dat gewoon nog eens bevestigd hebben van een ander.  Wat is dan eigenlijk het juiste antwoord?  Een “ja” is zo precies not done, een “neen” geloof ik gewoon niet.  Door de jaren is de vocabulaire dan ook afgestemd op elkaar in die trend van “het flatteert je niet” of “je ziet er beter uit met dat andere kleedje”.  Maar toen hij gisteren “jij bent altijd mooi” antwoordde op mijn bitchy-opmerking kreeg ik gewoon een koekje van eigen deeg.  Jij wijvenpraat?  Ik mannenantwoorden.  Nèh!

…als de regen eens prachtig doorklettert…

“Ik ken u precies” Hmmm ik u niet, this is awkward. “Ah nu weet ik het, het is van facebook” hahaha en hihihi, grappig en zo’n dingen, godver zeg, toch ook eigenaardig.  Twee keer kreeg ik zo’n situatie gisterenavond.  “En wat is het adres van uw blog, ik ga daar wel eens gaan loeren” en “Schrijf jij ook?”  Neen neen, helemaal niet, ik schrijf niet.  Ik leuter alleen maar een beetje op internet.  Niet eens op een betalende site.  Met een betalende site bedoel ik ook niet wat je denkt, niet alle blogs zijn gratis….voor de mooiste designs moet je uiteraard betalen.  De mooiste zijn natuurlijk ook de kostelijkste.  Het is met alles zo bij mij.  Ik grijp altijd naar het duurste om het dan vliegensvlug terug te hangen nadat ik het prijskaartje zag.  Ooit zag ik in Londen een prachtig kleed, nooit gezien dat we in de vitrine van Vivienne Westwood stonden te kwijlen.  “Ow, 8600 euro, jammer dat ik krap zit deze maand”.  Ik was wel de grootste streber gisteren met vijf boeken om te signeren.  De persoon die voor me stond dacht waarschijnlijk “territorium bewaken zodat ze niet voorkruipt”, die achter me voelde ik “damn” denken.  Kon mij niet zoveel schelen, het was mijn broer die zat te signeren.  Zoiets maak je niet elke dag mee.  En nu is de vraag…wanneer begin ik aan “het” boek.  Het ligt hier achter me, die aanwezigheid prikt me in de rug….

Waar is hij? Achter het behang.

Een kind, dat kan al eens lastig zijn.  Je hoeft geen pedagoog te zijn om dat te weten.  Een kind weent, jengelt, trunt, maakt zich kwaad.  Net zoals wij.  Daar kun je al eens tende van komen, en vooral bij de befaamde groeispurten (waar ik wel degelijk in geloof) kunnen het al eens lange dagen zijn met zo’n bleitzak in huis.  Maar soms heb ik het gevoel dat je zoiets niet mag benoemen.  “Maar dat ventje kan daar niet aan doen, alléé noem dat toch geen bleitzak”.  Hij is al de hele dag aan het bleiten, dus is het vandaag wel een bleitzak, nèh!  Soms ben ik stiekem blij dat hij in zijn bedje ligt na zo’n hangdag.  Meteen na die gedachte voel ik me al schuldig dat ik zoiets denk, hell, ik voel me nu al schuldig dat ik het neertyp.  En pas op, ik klaag onterecht hé, ik weet dat maar al te goed.  Die van ons is dan nog een hele braven, behalve op zo’n jengeldagje bleit hij weinig tot heel weinig.  Als hij ’s nachts wakker wordt van de koorts weent hij niet maar vertelt hij stilletjes verhaaltjes in bed waarna hij na een beetje koortsremmer weer mooi doorslaapt.  Maar die jengeldagjes die kruipen al eens in de kleren.  Al is dat rap vergeten als hij giert van het lachen bij het samen schommelen, als hij uit het niets de slappe lach krijgt aan tafel met zijn mond vol chocostuutje.  Ik kan er weer helemaal tegen als hij zijn speelgoedgsm neemt, hem aan zijn oor houdt en een afspraakje brabbelt met zijn denkbeeldige gesprekspartner.  En al zeker als hij zo übercute eendjes “vist” op de kermis

До́брый день Vladimir!

Bij de autokeuring is het juist hetzelfde als bij de supermarkt.  Je hebt altijd het gevoel dat je de verkeerde lijn hebt gekozen.  Als de auto die 10 minuten eerder naast je stond ineens twee plaatsen vooruit rijdt kun je toch niet anders of een keer binnensmonds godveren.  Aangezien ik toch dikwijls overdag thuis ben, is naar de keuring gaan één van mijn jaarlijkse taakjes geworden.  Vorig jaar ging ik met onze twee wagens en nog eens met die van mijn grootmoeder.  En iedere keer was hij daar.  De Vladimir Poetin-look-a-like.  Zou iemand hem al ooit gezegd hebben dat hij op een Russische leider gelijkt?  Ik ben waarschijnlijk de enige die vindt dat hij op Poetin gelijkt, bijna iedereen die ik ken gaat naar dat keuringsstation en nooit reageert er iemand “ahja inderdaad” als ik dat vertel.  (Wat op zich een beetje lame is voor mij, gelukkig kan ik hier nog mijn ei kwijt.)  Gisteren was hij er uiteraard weer.  Ik had goesting om een foto te nemen, niet dat zoiets ooit gepermitteerd is, maar ik weet nu niet of die man het een compliment zou vinden om met Poetin vergeleken te worden.  Zo gaat mijn veel te lange wachttijd voorbij in de autokeuring.  En met naar Ilja’s tutje zoeken dat hij keihard onder de autobrug mikte toen die alweer beneden stond uiteraard.  “Kan dat nog een keer omhoog alsjeblieft?” tandenbloot!

en “een thuiskomertje”, hoe mooi is dat woord niet?

Er gebeurt vanalles deze periode.  In het weekend werken en huizentoestanden en zo’n dingen.  Toch was er nog tijd over om belachelijke bedenkingen te maken…

Soms krijg ik echt de kriebels.  Vooral als ik mijn zoon in een mousseballetje zie bijten.  Daar reageert mijn lichaam fysiek op door een eigenaardig gevoel in mijn mond te veroorzaken.  Iets met veel speeksel aanmaken ofzoiets.  Het is moeilijk om het te beschrijven.

Ik zie regelmatig foto’s verschijnen van professionele fotoshoots bij echte fotografen.  Je ziet aan de foto dat daar werk in gestoken is en dat de belichtingen supermooi zijn.  En dan zie je in de hoek een copyright logo met de naam van de fotograaf….iets wat het hele beeld matig verkakt eigenlijk.

Op een gegeven moment gaf de weegschaal minder dan ooit aan deze week.  Laat ons zeggen, minder dan ooit de laatste twee jaar.  En dat na twee weken smoefelvakantie, hoe is het mogelijk.  Ik dacht dat ik me blijer ging voelen bij dat weegmoment maar ’s avonds bleek ik volgens mijn weegschaal 2,8kg zwaarder dan ’s morgens.  Zou ik moeten investeren in een nieuwe weegschaal of is zoiets effectief mogelijk?  Deze morgen was het echter terug het lagere gewicht…

Zou het te vroeg zijn om al uit te kijken naar een nieuwe keuken?  De gedachte dat ik over al die kastjes volledig zelf ga moeten beslissen vind ik wel een verantwoordelijkheid.  Tenslotte is het een belangrijke keuze en een grote misser kan voor veel frustraties zorgen.  Zo moet ik al zeker rekening houden met onze grootte.  Twee grote mensen vragen misschien een hoger keukenblad?

Het blijft een vreemde gewaarwording dat veel mensen zich meteen verontschuldigen nadat ze zeggen “amaai, het is heel de papa hé”.  Met ‘het’ bedoelen ze Ilja, die een jongen is, ik denk wel dat je dat kunt zien aan hem.  Net zoals je kunt zien dat Pieter zijn vader is blijkbaar.  Ik snap echter niet waarom mensen meteen verontschuldigend trachten te zeggen  “maar hij gelijkt ook op jou hoor” terwijl het gespogen Pieter is.  Mij kan het weinig schelen, ik heb hem 9 maanden in mij gedragen, als ik niet weet dat hij van mij is dan moet ik wel helemaal koekoek in het hoofd geweest zijn na die epidurale.

En als dat blijft zo doorgaan met die platte banden, dan neem ik binnenkort een abonnement in de garage.  Vijf herstellingen en de volgende is gratis.  Wie laat er nu ook dikke planken slingeren op de expressweg?