Page 98 of 118

Een broodje Poep!

“Mama Pinguïn is heel trots!  Op! Haar! Baby’s!”  Dat schelt door de badkamer als Ilja duchtig probeert de babypinguïn te klikken in de buik van de Mama Pinguïn tijdens zijn badmoment. “Kun jij babypinguïn nummer zes vinden?”  “Nee, dat kan ik niet, ik ben nog maar anderhalf jaar oud en mijn moeder kan het ook niet want ze heeft geen goesting om nummer zes te gaan zoeken” Om het misschien duidelijker te maken, het gaat om een badspeeltje waarbij plastic pinguïns de hoofdrol spelen.  De stem die uit het speelgoedje komt is Hollands.  Zoals elk babyspeelgoedje dat zo’n tergend luid lawijt kan maken.  Dat sprekend speelgoed begint ook soms uit zichzelf te tateren, zonder dat je er ook nog maar een vinger naar uit steekt.  Dan zit je kind al een kwartier op zijn gemak in zijn bed, kun je eindelijk je voeten optrekken in de zetel en even later hoor je uit de speelgoedbak een Hollandse stem tieren “Joepie de poepie!”  Inderdaad, ik zit eindelijk in mijn zetel: joepie de poepie!  Toch verkozen we gisteren op weg naar de wijvendate de Hollandse GPSstem van Anita boven de Vlaamse Ellen.  Anita heet trouwens helemaal niet Anita, haar naam is Claire.  Dat ze Claire heet heb ik ook maar ontdekt omdat mijn copiloot aan het prutsen was aan de instellingen (en daarna het mooie doosje waarin ik de GPS bewaar vertrappelde, stout Ann-Sophie, stout!).  Ellen had haar dagje niet vermoed ik.  Je houdt het niet voor mogelijk maar hoe kun je nu saai spreken op een GPS?  Een beetje enthousiasme kan ook hé Ellen, er mag al eens een “we zijn er bijna” bij of “het is maar een kwartiertje meer als je niet verkeerd rijdt”.  Soit, Anita, Claire en de Mama Pinguïn, allemaal stemmen die in ons leven aanwezig zijn.  Dus als ik Ilja binnenkort om pindakaas hoor vragen, ik zal maar niet raar opkijken, hij wordt mee-opgevoed door een bende enthousiaste Hollanders.  En “Ik vind jou lief mama”, dat klinkt eigenlijk ook echt wel lief in het Hollands. (dat zegt Baby Pinguïn 3 als je de moeite doet om hem te vinden.)

 

maar Lambi Bambi was er niet vandaag…

  • Na een maand zonder TV kan ik constateren dat ik niets mis.  Zelfs Thuis niet, ik hoor regelmatig een update van degenen die het wel zien en ik lees dagelijks in de krant wat er zal gebeuren, dus ik ben redelijk goed mee.  Dat wil niet zeggen, als ik eens een huis heb, en een zetel, en een televisie-aansluiting, dat ik ineens ’s avonds ga mediteren in plaats van tv kijken.  Als ik een televisiebakje heb zap ik er terug lustig op los.  De lustige op los zapster.
  • In vanillepudding hoort een speculaaskoekje.  Punt.  Eind discussie.  Neenee, ik zei Einde Discussie!  Nee, ik moet niet horen over petit beurre of rozijnen.  EINDE DISCUSSIE
  • Radio 2 dat steekt minder tegen dan vroeger.  Nico Blontrock blijkt precies nog een goeie presentator en zijn stem is ook niet mis.  Uiteraard kan niemand Christophe Lambrecht evenaren.  Ik wil trouwen met Christophe Lambrecht.  Alléé, je weet wel hé.  Ondertussen heb ik Nico Blontrock gegoogled, wat een downer zeg.  Zijn stem past niet bij zijn uiterlijk.  Booeeeh Nico!
  • Zo’n oude mazouttank komen opspuiten, dat brengt goed op.  798 euro, 20 minuutjes werk.  Naast brievenbusmaakster is er misschien een tweede carrière mogelijk.  Mazouttankopspuitster.  Niet voor mensen met een spraakgebrek.
  • De babyrace van 2013 werd deze week ingezet.  Tot in augustus staan er één, twee, drie of vier baby’s per maand op het geboorteprogramma.  Subiet moet ik zelf een babyborrel organiseren en alle mama’s gewoon bij mij thuis uitnodigen om cadeautjes te overhandigen.  De idee lijkt meer en meer aanlokkelijk.  Dan kan iedereen zijn kindje met elkaar gaan vergelijken en het enige wat ik moet doen is hapjes ronddragen.  It’s a deal! Eerst een huis maken.  En voldoende sjaretteparking.
  • Ik probeer elke avond te lezen voor ik ga slapen.  Het verlicht mijn kopkronkels.  Als ik mijn boek dichtklap, mijn arm zo min mogelijk uit mijn deken tracht te halen om het lampje dicht te knippen en mijn hoofd op mijn kussen nestel ben ik al halfweg dromenland.  Zalig.  En dan moet ik pipi doen.

 

 

Frustremis

ExTempore15_standardIk kan mij, net als een paar anderen die ik ken, of laat ons zeggen veel anderen, nogal enerveren in sommige dingen.  In eerste instantie in laptops die niet werken zoals het moet, maar ook in mijn bureaustoel hier die telkens uit elkaar valt als je hem ook nog maar één millimeter tracht te verzetten.  Neen, zelfs als je nog maar denkt om er één vinger naar uit te steken dan maakt hij al uit-elkaar-val-manoeuvres.  En uiteraard, irritatie in frustratiebook.  Elke keer als ik dat nieuwsoverzicht bekijk erger ik mij aan spelletjesverzoeken, aan zaagstatussen en aan de “like, share, win”-wedstrijden.  Was het niet dat ik maar al te graag snuister in een ander zijn affairen, maar is dat toch allemaal leuk. . . . Uiteraard moet je Shout Your Heart Out wel leuk vinden hé, ook al kun je er niets op winnen.  Bij die wedstrijden die telkens de helft van het statusoverzicht inpalmen komt er daar dan zo’n tuinset op je scherm om eerst te liken en dan helemaal niet te winnen of je ziet een paar oorringen megagroot voor je ogen bengelen.  En schoon dat dat allemaal is, inderdaad.  Maar de winnaar van zo’n wedstrijd, preus gelijk veertig, met een smile tot achter zijn oren, dat heb ik nog nooit zien verschijnen.  Zo iemand die met zijn benen languit op zijn gewonnen tuintafel ligt, zoals ik dat zou doen moest iemand dat aan mijn deur leveren. . . . dat is de foto die ik wel eens zou willen zien.   Of ze mogen mij ook gewoon een tuinset opsturen, ik wil gerust naast het reclamebordje poseren en apetrots vermelden dat ik dat gewonnen heb bij die prachtige firma.  Ik doe er zelfs een tandpastasmile bij.  Of, hey, doe maar twee tuinsets, één voor mij om reclame voor te maken, en één om te winnen via de blog.  ’t Is kwestie van overeenkomen hé Extremis.

Fatcheekphone-etiquette

De haat-liefdeverhouding met telefoneren is er ééntje die mij al jaren parten speelt.  Omdat e-mailen, facebooken en smsen zo normaal geworden is valt telefoneren meer en meer weg bij mij.  Ik stuur vlugger een sms of een mail dan dat ik ga telefoneren.  Tegelijk vind ik telefoneren wel veel beleefder.  Bij mij komt een telefoontje over als “ik maak tijd voor je”.  Lief hé, dat ik tijd voor je maak.  Met mijn fatfingerphone is het ook een opdracht geworden om te telefoneren.  Om de één of andere reden duw ik mijn telefoon vaak af met mijn kaak via het touchscreen.  Beschik ik over hamsterkaken?  Ik dacht het precies niet, maar misschien denken de mannen bij Sony er anders over want echt amusant vind ik dat opleggen met mijn kaak niet.  En beleefd al evenmin.  Bestaat er eigenlijk een etiquette als je telefoon ineens een loopje neemt mijn zijn opdracht en vroegtijdig inhaakt?  Wie belt dan wie terug en wanneer.  Altijd, maar dan ook altijd moet ik twee of drie keer proberen en voicemails aanhoren omdat de andere persoon mij tegelijkertijd aan het terugbellen is.  Ahja, want je weet nooit exact hoe het komt dat de verbinding ineens verbroken is, misschien sta je wel op een plaats waar weinig bereik is en is het jouw schuld.  Of misschien heeft de ander gewoon dikke kaken.

Sus your conscience , praise the pussywagon!

Dat het zeker 20 jaar geleden moet zijn dat mijn vriendinneke me deze sticker gaf met de boodschap “je krijgt mijn mooiste sticker ooit, ik heb hem nog nooit opgeplakt, en jij mag het ook niet doen hé!”.  Vandaag kreeg ze hem cadeau in haar verjaardagskaart met de boodschap om hem de komende 20 jaar te bewaren.  We zullen eens zien of ze er ook in slaagt!

stickerliefdeGeweldig toch!

Op straat werd ik deze week confronteerd met de meest foute sleutelhanger ooit.  Hij lag daar maar te liggen, vers verloren door iemand.  Zo’n ding zag je vroeger massaal aan sleutels, nu zijn ze volledig not done.

so not done  Uiteraard belandde hij aan mijn sleutelbos.  Totdat ik hem zelf verlies, en iemand anders denkt “hmm, dat kan ik gebruiken”

In Kruidvat was het “koop onze brol nu aan -50% en sus je geweten door te zeggen dat het toch niet veel geld kostte op het moment dat het stuk gaat”.  Daar vond ik twee geweldig amusante dingen.  Vooreerst  dit plastic zakmes:

het zakmes Dit deed me vooral denken aan een serie die we vroeger volgden.  “Het Zakmes” (origineel, I know) over een jongetje dat zo’n mes had en het verloor ofzo.  En dan nog iets met speciale gaven of zoiets.  Ja, echt spannend en al.  In ieder geval waren we volledig in de ban van “Het Zakmes”.

Het tweede item was het werkbankje op de foto.  Gelukkig dat het aan de helft van de prijs stond of ik voelde nog steeds de lege plek in mijn portemonnee roepen: “Hahaha, binnenkort gaat het toch mee met de vuilkar, what a waste of money!”

bosschWerkmateriaal voor Ilja.  ’t Is wel van Bosch, en ik denk dat die misschien toch voor kwaliteit staan.  Haha!

En mijn drie mini-taartjes die voor mij werden overgehouden tijdens het etentje deze middag waar ik jammergenoeg niet bij kon zijn door mijn werk.

mini-taartjes Mini-taartjes, maxi-smulpret!

En uiteraard moet ik hier ook eervol mijn schoonvader en pracht-echtgenoot vermelden die me vandaag kwamen halen op het werk met schoonpapa’s  jeep door de sneeuw.  Zo kon ik toch naar huis zonder dat schijtluispipi langs mijn broekspijpen naar beneden sijpelde.  De pussywagon rocks!  Oh yeah amazing!  Het is dezelfde als Astrid Bryans’ pimped out , chromed out pussywagen.  (Maar niet zo pimped out. ) (Niet dat het mij iets zou kunnen schelen, ik kwam heelhuids thuis!)

Als het op facebook staat is het voor echt!

Het gebeurt al eens dat iemand me aanspreekt over de blog.  Eigenlijk zijn het enkel de mensen die het leuk vinden die erover beginnen.  Er is nog nooit iemand komen zeggen “jong toch, ik erger me evenveel aan uw irritant gezever als aan zo’n oranje kanariepietje dat zo helemaal tilt slaat tijdens het schuifelen”.  Ik vraag me of mensen dat zouden durven eigenlijk.  Het zou toch soms wel eens opluchten als iedereen gewoon eens zijn gedacht zou kunnen zeggen zonder aan de gevolgen te moeten denken.  Niet dat er veel gevolgen zouden zijn aan iemand die komt zijn beklag doen over mijn internetactiviteiten (en dat klinkt louche).  Of, misschien moet ik daar nog eens over nadenken, haha, maar soit.  Ik kan me wel voorstellen dat de regelmatige postjes, die in nieuwsoverzichten verschijnen, mensen kunnen irriteren.  And in the end, don’t we all wanna be liked?  Jaja, jij ook, geef maar toe!  Dus vanaf nu komen de blogberichten op de pagina van Shout Your Heart Out op facebook in plaats van op mijn persoonlijke pagina.  Http://www.facebook.com/shoutyour  (de heart out kon wegens onbekende redenen niet aanvaard worden).  Dat is uiteraard betreden op eigen risico.  De zever gaat gewoon door, gewoon door.

Maar ik zie jou echt wel heel erg graag, en al van die dingen

Het wordt weer dag schat, bye schat volgende week.  Met twee nachtdiensten en twee wijvendates in de agenda, die, ok, ik weet het, ongelukkig gepland zijn.  Ja-ha ik weet het.  Maar het is soms echt moeilijk om met sociale sector-uren een datum te vinden die voor iedereen past.  Date één bestaat alleen maar uit sociale sector dames. (Ondertussen is die schat van in het eerste zinnetje al aan het denken “miljaar ik weet hier weer van niets”.)  Tegelijk moeten we zorgen dat we tegels kunnen bestellen, dat werkmannen in het huis binnenkunnen, dat offertes kunnen besproken worden.  Gelukkig coördineert die pracht-echtgenoot  (“Jaja, mij een beetje paaien met schat en pracht-echtgenoot al hier en al daar”) al die dingen en hoef ik mij enkel in te passen.  Aan de andere kant weet hij ook dat ik regelmatig volwassenen moet zien in mijn vrije tijd.  Dat er eens niet over kinderen moet gepraat worden en dat ik daar zelf graag tijd voor vrijmaak.  (“Inderdaad, als je te lang moet binnenblijven word je cranky”)  Zie je wel schat, je hebt helemaal gelijk, ik moet er regelmatig uit, das goed voor onze relatie.  En hoe noemen ze dat weer?  “See you less, miss you more?”  Ja ja.

Geen OngeLukkedag

Het is weer gepasseerd.  Het jaarlijkse familiefeest dat we in onze familie “Lukkedag” noemen.  Dat we al jaren geen lukken meer eten is bijzaak, de naam bleef.  Iedereen tracht op Lukkedag aanwezig te zijn, want het is ons enige nieuwjaarsfeest aan die kant van de familie en meme vindt het belangrijk dat we er zijn.  Ik heb gelukkig nog drie meme’s.  Eén schoonmeme en twee echte meme’s.  Eéntje die 81 wordt en ééntje die er 96 wordt.  Het is de oudste meme die Lukkedag oprichtte en ieder jaar in het midden van de eretafel zit.  Met twaalf kleinkinderen en 16 achterkleinkinderen is het ook steeds een drukte van jewelste.  Voorzien van voldoende spijs en drank worden er ook regelmatig jeugdherinneringen bovengehaald.  Vooral die van al die keren dat het feest nog bij meme thuis plaatsvond en wij met ons 12 op elkaar gepropt in haar voorplek moesten eten.  Oudere huizen beschikken daar meestal over, in ons huis hebben we ook een voorplek, weliswaar niet groot genoeg om 12 kinderen in te herbergen.  In die voorplek organiseerden we onder ons neven en nichten dan ook voldoende bezigheidstherapie zoals daar was: “verstoppertje in het donker”.  We vonden er niet beter op om het de zoeker moeilijk te maken door de deur van het kamertje te barricaderen met een stapel tafeltjes en stoelen.  Hoe hoger, hoe beter.  Hoe meer stoelen we op elkaar kregen hoe beter ons project geslaagd was.  Als iedereen zich verstopt had werd het licht uitgeschakeld en werd er keihard “je meug kom’n!!!!!” geroepen.  Dat er daar nooit iemand zijn nek gebroken heeft moet een wonder heten.  De barricade van stoelen en tafels kletterde dan bij het binnenkomen om, we zagen het niet gebeuren, maar we hoorden het wel.  En wij, wij zaten met ons 11 verstopt ergens in die kamer.  Zo stil mogelijk proberen te ademen en VOORAL NIET LACHEN.  Degene die zichzelf wel lachend liet vinden kreeg een stoemp van de ander die er vlakbij zat.  Ahja, want iedereen zat gewoon naast elkaar in zo’n klein plaatsje.  We waren onsterfelijk, onschuldig en zo zorgeloos op dat moment.  Dat is nog steeds een beetje Lukkedag, gewoon op het gemak ééntje (of . . .) drinken, samen eten en verder opgroeien met elkaar.

en nu denken de IT-kenners: “buitengooien die handel!”

In de  bron-van-frustratie-top 10 staat toch zeker op één van de bovenste plekken: een computer die niet werkt, of meerbepaald het internet.  Dan denk je rustig iets op te zoeken of eens op het gemak je facebook te checken zonder dat kinderhandjes vanonder je bureau ineens op de mousepad komen slaan of kabels beginnen uit te trekken, en dan marcheert het niet.  Ik word daar ongecontroleerd geagiteerd van.  En het wordt met de seconde steeds erger en erger.  Elke pop-up die ervoor zorgt dat het probleem niet voorbij gaat, die wordt uitgescholden tot hij nerveus klikkend verdwijnt.  Mijn laptop heeft ook al enige dienstjaren (6 jaar, bomvol foto’s, een diploma op bereikt en ondertussen al aan blogbericht 200) dus dat ding werkt ook al niet meer naar behoren.  Mijn cursor verandert dan in zo’n blauw draaiend cirkeltje, het cirkeltje van de ergernis noem ik het.  De laptop zelf begint dan ook zo’n irritant nadenkend geluidje te maken. Volgens mijn babe ligt dat aan het feit dat ik hem er niet op laat prutsen om het goed te krijgen “dat staat vol brol, laat mij eens doen”, maar ik vind het niet leuk als iemand anders aan mijn laptop zit.  Die is van mij, een beetje in stof, een beetje lomp en volgepropt met allerhande programma’s die ik maar één keer gebruikt heb.  Dus als het ding niet werkt voor de zoveelste keer moet ik sterk de neiging onderdrukken om hem met een daverende knal tegen de muur te gooien.  Ik moet er gewoon van wegstappen, rustig in en uit ademen, denken “het is niet erg, het komt altijd goed, geef het tijd”, het tijd geven zoals ik mezelf beveel, en dan komt het goed.  Maar tijd. . . daar bedoel ik echt tijd mee.  En pop-ups.  En blauwe ergerniscirkeltjes.  En nadenk-krrrrrr-krrrrrr-geluiden.

I shake my little tush on the catwalk

Het was weer een gepratel in mijn kop deze week:

  • Dat het precies lang geleden is dat ik nog onder blokkende studenten op weg naar hun examen heb gezeten.  Vooral de zin “ziejt zittten” is dan blijkbaar populair als ze hun medestudenten tegenkomen in de trein.  Waarop de andere dan moet antwoorden “pfff, ik ken er niets van”.  Tsss strebers, en dan 16 op 20 halen zeker!
  • Dat het een beetje een vreemde situatie is als je een bad moet gaan testen in een showroom “zet u daar maar een keer in hoor mevrouw” met mijn botten en mijn leren vest aan.  Surtout met een verkoopster naast u “en hoe voelt dat aan?”  Eigenaardig mevrouw, vooral eigenaardig moet ik zeggen. 
  • Dat ik na een HALF jaar zoeken eindelijk een jeansbroek gevonden heb!  In de solden dan nog ook!  Halleluja!  En hij voelde zo goed aan, ik had goesting om hem aan te doen om te gaan slapen.  Ik heb er ook stiekem een zoentje op gegeven in het pashokje van contentement.  Hoe zou je zelf zijn, na een half jaar zoeken.  Ok, zo misschien niet, maar laat mij toch gewoon doen.
  • Dat ik de indruk heb dat de solden precies niet zo overdadig zijn als andere jaren.  Niet één keer kwam ik zo’n geweldig paars bolleke van –70% tegen.  Zo ééntje waarbij je gaat grijnzen van de winst die je gaat maken.  Wel stoute verkopers die niet-solden artikelen tussen de solden artikelen hangen.  Mo nie me min wi!
  • Dat Ann Van Elsen precies heel erg veel in de boekskes komt.  Is het niet met een echtgenoot die teveel uitgaat, het is met een lief dat een glazen oog heeft.  Of ben ik aan het verwarren met Louiske uit Thuis? En ja, ik lees de boekskes.
  • Dat het gepruts met gele klevertjes van de mutualiteit toch echt wel niet meer van dezen tijd is.  Eerst de volle pot betalen bij de dokter, dan krampachtig het groene briefje bijhouden, prutsen met een geel klevertje, rondcrossen om uw groen briefje met uw geel klevertje in de witte brievenbus te droppen.  Twee dagen later krijg je dan gewoon de overschot terug.  Kan er dat eigenlijk niemand vereenvoudigen?  Quickie misschien?  Of is hij geen voorstander meer van teveel papierverspilling?
  • Dat er één übersong/oorwurm is die zo nu en dan eens gedraaid wordt op de radio om hem dan onherroepelijk de hele avond in je hoofd te blijven meezingen:    
                  En?  Al in je hoofd?