Page 97 of 118

Teveel met mijn bouwvakkersspleet bloot gelopen…

Een monster baant zich een weg omhoog in mijn longen, kloppend op elke flank, hoe meer ik hoest, hoe harder hij klopt.  Mijn hele binnenwerk doet pijn als ik een hoest-attackske krijg.  Daarna moet ik even bekomen en mijn evenwicht terug zoeken want ik word er zowaar duizelig van.  In de tijd tussen het hoesten gaat het goed.  Ik ging op bezoek bij een andere dokter (geen huis, geen huisarts).  Een kijkje in mijn keelholte met zo’n creepy houten stokje, eens voelen aan mijn klieren en eens luisteren naar mijn longen.  Ik kreeg een doos antibiotica, een cortisonepuffer en medicatie om mijn longen open te zetten.  Dat allemaal na een onderzoek van nog geen 2 minuten.  Ik dacht dat de tijd van met de losse pols antibiotica (en cortisone!) voorschrijven voorbij was.  Ook kon zij mijn medisch dossier niet inkijken (anno 2013) en dus niet opzoeken op welke antibiotica ik enkele jaren geleden een allergische reactie deed.  Dat was die keer dat ik in allerijl terugbelde naar de huisarts omdat mijn vel één grote rode vlek werd en we met zijn tweeën tegelijkertijd moesten krabben om de jeuk te bestrijden.  Pieter krabde mijn rug en ik nam mijn onderbenen onder de nagels.  Dat was tof.  Ik wil nog.  Dus ik loop een beetje loom van de pillen en ik hoop dat ik niet de jeukantibiotica heb gekregen want ik heb mijn nagels afgebeten deze week.  Bad habits, gotta love ‘em. . .

What a waste

“Elaba!  Die isomo, dat moet in kleinere stukken hé!”.  Het ging over de isomo die rond onze doorstroomboiler zat.  Niet zomaar een isomoplaatje dat je ineens hup in stukjes breekt, ik ben Pop-Eye niet.  Dat isomo breken is nu ook niet bepaald een geweldige job aangezien je die kleine stukjes echt niet kunt opvegen en ik helemaal niet van stofzuigers houd.  Ik wijk af.  Eerst dacht ik dat hij een slechte dag had, dat gebeurt en dat is gepermitteerd.  “Ik ga het wel zelf doen!” kwam hij luid in mijn gezicht roepen.  Ik vroeg me af of ik dan gewoon mocht vertrekken aangezien ik klaar was met de eerste helft van onze garage in het containerpark achter te laten.  Ik besloot sukkelachtig te blijven staan kijken en niet met mijn ogen te draaien terwijl hij ostentatief alle isomo kapot mepte op de boord van het isomovat.  Bij ronde twee van de garagedump was het weer prijs.  Ik had verschillende keren gevraagd waar bepaald materiaal hoorde en ik werd dan ook zoveel keer afgesnauwd “Metaal!  Ginder hé!!” Hij deed me denken aan zo’n tekenfilmfiguur die in de lucht vliegt en speeksel verliest terwijl hij zich kwaad maakt.  Even later week ik af van de idee van de slechte dag.  Een opgezette borst en een luide stem deden me geviseerd voelen  “Mag ik een keer een pasport zien?” Ik had zin om me luidop af te vragen of hij dat eigenlijk effectief mocht, maar besloot mijn tanden op elkaar te houden en “ja hoor!” te roepen.  Ik negeerde het feit dat hij mij blokkeerde tussen mijn autodeur en hemzelf zodat ik zeker niet anders kon dan éérst mijn identiteitskaart te geven.  Met zijn bakje las hij mijn chip uit om daar te concluderen dat ik wel degelijk in de gemeente woon. “Het is goed” zei hij terwijl hij mijn kaart teruggooide en tegelijk zijn hoofd draaide om op een ander te gaan vloeken.  Geviseerd, misschien niet.  Die man is gewoon een beetje een cavia.

 

Ik wil alles.

Ik gok dat ik voor de eerste keer zal verbranden in het derde weekend van april.  Enkel mijn wezen en het v-tje van mijn t-shirt.  Daarna komen mijn armen, mijn tenen, mijn hoofdhuid als ik weer eens vergeten ben mijn bruine petje op te zetten.  Mijn benen zullen wit blijven.  Of knalrood met witte stippen.  Pigmentvlekjes noemen ze dat dacht ik.  Na twee dagen is de roodheid weg en zijn ze weer zo wit als vantevoorn.  Mayonaisekitte , bleekscheet, wittekitte of gewoon de lacherige blikken als ik mij durf in een rokje tonen.  Ik ben het al allemaal gewoon.  Ik begin er zelfs naar te verlangen.  Naar mijn witte benen bloot, naar teensletsen klepperend op de macadam, naar de wind die onder mijn armen door waait.  Naar naar buiten kunnen lopen -omdat je iets in je auto bent vergeten- zonder dat je opnieuw je jas moet aandoen.  Naar de strijd met Ilja om een zonnepetje aan te doen.  Naar het kinderbadje.  Naar het gezucht van de medemens “het is te warm, veel te warm, het is altijd alles of niets in België”.  En nu is het niets.  En willen we alles.

en een paar knappe mannen waar ongeneerd naar gefloten mag worden

Ja, ik heb van mijn zak gemaakt vandaag.  Ik heb ook tegen mijn zak gekregen vandaag.  Ik heb geen zak, maar er wordt al eens tegen gekregen of van gemaakt soms.  Nu kan ik een hele uitleg typen over wat er juist gebeurd is, maar dat doe ik maar niet.  Er zijn ook mensen heel erg vriendelijk geweest tegen mij, dat compenseert.  Nog drie dagen de opvoedster zijn en dan ben ik een volle week de bouwvakster.  Of toch op zijn minst de bouwprobeerster.  Want ik zal vooral mogen luisteren en aanbrengen wat de echte stielmannen nodig hebben.  Het zal eens iets anders zijn.  ’s Avonds ga ik dan mijn voeten op tafel gooien en een pint op mijn buik zetten.  Een werkmanspintje. (En dan ’s nachts in mijn bed trunten, bleiten en janken om mijn bleinen en mijn spierpijn en mijn blauwe plekken en het feit dat mijn vel tegentrekt van het stof en al, maar shhht, laat mij eerst maar eens stoer doen. . . ).  Vlug op zoek naar een goeie werkbroek die mij van voldoende bouwvakkersspleet voorziet.

“Francis wordt aan de kassa gevraagd! Francis aan de kassa!”

Heb je hier iets nodig, je haalt dat naar de Stock.  Streekgenoten zullen direct weten over welke Stock ik het heb.  Die Stock waar je, 11 jaar na de invoering van de euro, nog steeds de prijs in belgische frank op uw oranje prijsstickertje en kasticket ziet staan.  Voor 8999 frank kun je er een set rotanmeubelen, inclusief kussens met 80’s print kopen!  Liefhebbers?  ’t Is een batje!  Het is die Stock waar je koperwax niet tussen de verf en andere giftige producten vindt, neen, je vindt dat bij de schoonmaakproducten.  Die staan helemaal aan de andere kant van het gebouw, nabij het speelgoed.  Je vindt daar alles.  Bretellen, cassettespelers, huisnummers, thermisch ondergoed. . .één plek.  De medewerkers van de Stock zijn ook altijd druk doendig.  Zo druk, als je iets vraagt kijken ze nauwelijks op van hun werk, ze wijzen je de weg van op de plaats waar ze zich bevinden.  Zo probeerden Pieter en ik jaren geleden eens informatie te verkrijgen over tuinmeubelen.  We werden doorverwezen naar een andere noeste werkbij die vanuit de verte werd aangeroepen “Kun je eens mensen gaan helpen bij de tuinmeubelen?”, we stonden reeds bij de ontvanger van de boodschap die zonder op te kijken van haar werk (as I said) volle bak en weinig genuanceerd terugriep “Ze gaan moeten wachten hoor, ik ben bezig!”.  Haar gezicht was goud waard toen we net niet in haar oor konden fluisteren “Het is voor ons hoor”.  Ineens werden we als koningen met grote gouden kronen bediend, tuinmeubelen werden in en uit het magazijn gesleurd, verschillen werden aangetoond, prijzen besproken. . . zonder effect.  We kochten niets.  Maar dat compenseerde voor al de andere keren dat we daar wel al geld achterlieten.  Tjah, ’t is de Stock, dat gaat daar zo.  Je neemt dat zoals het is, en je blijft gaan, voor dat éne vijsje dat je nergens vindt. . . .

op de zulle, zoals voorspeld

Deze keer begreep ik wel wat ze wou zeggen, ik had geen kattentranslator nodig om te weten dat ze “Eten!” riep “En een beetje rap!”.  Ze had het nog niet moeten miauwen, ik zag het aan haar lijfje dat, samen met mijn hoop dat ze nog zou terugkomen, enorm was geslonken.  Maar kijk, die kat kwam weer!  Het vreemde aan het verhaal: de laatste keer dat ik haar zag had ik geprobeerd een rood stukje plaklint uit haar vacht te prutsen.  Deze morgen, toen ze na twee weken terug “thuis” kwam, zat het rode plakkertje nog steeds in haar frakske.  Soit, de Marbel is teruggerold, dat is het belangrijkste.  In de twee weken dat ze weg was is er het één en ander gebeurd in ons huis.  De elektriciteit werd goedgekeurd, ook de schouw werd gekuist met als resultaat een berg dode vogels, pluimen en takken (aantrekkelijk!).  Het plafond werd afgekapt en er werd PUR gespoten op de vloer.  Mijn lief zit waarschijnlijk in zichzelf te roepen “En dat! En dat! En nog dat ook!” (vul zelf maar enkele werkjes in die ik vergeten ben)   Deze week komt de plakker en volgende week de vloerder.  En morgen ben ik na een vrij weekend gevuld met weggaan, ellendig in de buik zijn, extreem veel slapen, plafondplaaster opkuisen en een berg herwonnen Marbelliefde terug de opvoedster. 

morgen zal er weer een blablablaatje zijn

  • Dat het toch soms godgeklaagd is (oeioei het begint al, Brusselmans) hoe lang je moet staan wachten aan een zebrapad.  Mèt een 20-maandertje aan de hand èn in de vrieskou.  Dan stoppen ze aan de linkerkant van het zebrapad en dan moet je begot nog vier auto’s afwachten tot er aan de rechterkant ook iemand stopt.  “Maar loop dan gewoon stoer over, ze zullen wel remmen” hoor ik mensen vanachter hun scherm denken.  Met een peuter?  Nee, toch niet.
  • Dat “Kaatjes Tralalaatjes” verdikke een oorworm is.  Net als al die andere peuterliedjes die keer op keer herhaald worden.  Schuddebol je mee?
  • Dat veel mensen lijken te denken dat Marbel naar ons oude huis is teruggelopen.  Maar ik vind 3km precies wel ver om terug te keren?  Of kunnen katten dat?  Die kat kom weer, die kon nie langer wach, die kat kom weer, de volgende dag.  Bobbejaan moet die foute zin toch ergens uitgehaald hebben?
  • Als mijn lief “to sax or not to sax” op zijn facebookpagina post, polst hij eigenlijk naar de firma Sax die ondertussen verkozen werd om onze badkamer te voorzien.  Dat betekent niet dat hij saxofonist wordt.  Drummen is al voldoende, gelukkig kochten we deze keer een huis op de buiten, zo kan hij ongestoord de vogels wegdrummen van de velden.
  • Dat ik weer in de ban ben van nog maar een Murakami.  “Hij leek dan nog het meest op een door het leven getekende tovenaar die gniffelend aan een onheilspellende toverspreuk werkt.”  Sommige zinnen worden nog mooier naarmate de aantal keren dat je ze herleest.  Peter Terrin is er bij mij ook in geslaagd om zijn Post Mortem meteen te willen herlezen nadat ik de achterflap dichtsloeg. (Amaai, die zin is echter niet om drie keer te herlezen).  Maar de 1Q84-trilogie ligt al sinds kerstmis ongeduldig klaar om verorberd te worden, soms zag ik in mijn ooghoek Boek 1 al lichtjes opspringen van mijn nachttafel.  Zoals een kind dat ongeduldig zijn vinger opsteekt als hij het antwoord op de vraag van de juf weet.  “Pick me, pick me!”
  • “We moeten iets bedenken, hoe lossen we dit op?”  Godver zwijg Kaatje!
  • Dat hoogtepunt 1 en 2 van de verbouwing in het zicht komen: de vloer en de keuken…binnen exact een maand komt de camion van Eggo opgereden.  Met mijn nieuwe keuken!  Sméagol-my-precious-gebaar.  Of Mr Smithers voor wie Sméagol niet kent. “Yeeeezzzz”!!

De marbel is weggerold…

Ik heb er al vier keer over gedroomd.  Dat ze terugkwam, dat ze kwam aangespurt vanuit de velden nabij ons huis.  Ze kan ook spreken in mijn dromen maar ik begrijp niet wat ze zegt, ik spreek namelijk geen “kats”.  Het is nu al een week dat Marbel niet meer in ons huis is geweest.  Ze was gepromoveerd tot huisbewaker en werd ondertussen gewend aan de locatie en de woning.  Omdat de isolatieman ging komen PUR spuiten vorige week liet ik haar buiten, ze kwam niet meteen terug waardoor ze ook de nacht moest buiten slapen.  Iets wat ze in ons andere huis altijd deed trouwens.  Ze was nochtans al buiten geweest in het nieuwe huis, dus ik maakte mij er weinig zorgen in.  Ook niet toen ik haar de dag erop nog niet terug zag komen.  Maar nu, na een week, begin ik toch het ergste te vrezen en er gaan alle soorten scenario’s door mijn hoofd.  Misschien zit ze opgesloten in de grote loods achter ons huis, of misschien werd ze verscheurd door de hond van de achterburen.  Ik mag er niet teveel bij stilstaan en begin me voor te bereiden dat ze misschien niet meer terugkomt die Marbel van me.  Ofwel zit ze morgen gewoon op de zulle te wachten..“ewel?” te scanderen in het kats.

 

marbelfotoblog

Nooit te oud om te leren

Ik denk teveel na.  Over een carnavalspak voor Ilja voor volgend jaar al bijvoorbeeld.  Spontaan komt er zo’n groot oranje pompoenpak in mijn gedachten op maar tegelijk denk ik ochère dat manneke, subiet valt hij om en geraakt hij niet meer recht doordat hij de hele tijd weg en weer rolt in zijn kostuum.  Het is al geen volledig jaar meer voor hij naar school moet, mijn hart breekt nu al, met zijn boekentasje en een fluohesje tot op zijn knieën in de rij lopen.  Wat ga ik dan doen op mijn vrije dagen?  Nu zijn die gevuld met achter zijn gat lopen en tegelijkertijd iets trachten te koken zonder dat hij aan de oven prutst of met mijn aardappelen aan de haal gaat.  Misschien wordt het tijd om weer iets verder te studeren?  Het ligt precies al ver achter mij, dat gezwoeg op een eindwerk en het blokken voor de examens.  Ver genoeg om er weer zin in te krijgen?  Of krijg ik instant een kokhalsneiging als ik mijn blauwe boekentas weer opeis bij Pieter die hem nu als werktas gebruikt?

War of the punctuation marks

Alles moet dezer dagen bevestigd worden met een hashtag.  De hashtag is tegenwoordig de koning van de leestekens.  En dat terwijl het vraagteken zo’n prachtige vorm heeft?  Ik wil juist een koningske typen om er zo’n quote voor te zetten en dat dan in een thema’tje te gieten, maar ik vind hem zelfs niet op mijn toetsenbord.  Ah toch, bij de 3.  #  Samen met ALT GR dus.  #computernitwit much?  En ik ben niet cool want ik heb al maanden niet meer op mijn twitteraccount gekeken omdat ik twitter namelijk moeilijk vind en omdat ik het woord “cool” nog altijd gebruik.  Dat laat me tegelijkertijd onder de # oud wijf vallen.  Als we verhuizen stappen we ook over op de papieren gazet, ik hou steeds minder van een computerscherm bij het opstaan, welke, dat staat nog ter discussie.  En we eten chocolade-boeken. . .

chocovloed

De papieren versie staat trouwens op de longlist voor de Gouden Uil!  Did I mention dat mijn broer dit geschreven heeft?  Èn dat het supergoed is daar nog een keer bovenop!? Ah neen hé, niemand wist dat! #zisdaarweerwidestoefege.  Ik maak alvast een t-shirt met “da’s mijn broer!” en zo’n grote wijzende vinger.  Dan moet ik zeker zorgen dat ik niet naast andere schrijvers ga staan, subiet vragen ze mij of Brusselmans als klein kind ook al zo grofgebekt was.  Weet ik het!