Page 100 of 117

Count your blessings week 44 – 45

    Horen dat je prijs hebt in de ballonwedstrijd. Alléé, mijn zoon toch haha, ik ben alweer zijn thunder aant stealen.


    Een leuk interview lezen in Humo. Eerlijkheid gebiedt me om te zeggen dat ik nooit Humo koop, maar soms moet je, ja soms moet je. Tegelijk laait de innerlijke discussie (mijn hersenhelften roepen al eens tegen elkaar) weer op over het feit dat ik echt geen enkel tijdschrift naar mijn goesting vind.

    Een familiemaaltijd in een hotel/restaurant waar je ‘s middags gewoon je monstertje mag te slapen leggen in een lege hotelkamer. Kan het nog gemakkelijker? (misschien een hotel/restaurant waar je zelf een middagdutje mag doen in mijn geval)

    Op het werk erin slagen om de werkende weekends voor het volgende half jaar te verdelen over alle teamleden en iedereen er één of twee extra vrij te geven. Een moeilijke puzzel zonder stukjes tekort, gelukkig maar, halfafgewerkte puzzels maken mij zenuwachtig.

    De hele week de marginale rode regenjas prijzen voor zijn diensten. Goed gedaan vestje, veel regen tegengehouden, of je nu margi bent of niet!

    Tijdens de periode van “het vallen van het blad” ontstaat er nieuw leven in de plantenboel hier thuis. Dat plantje heb ik al sinds de dag dat ik alleen ging wonen en het blijft me plezier bezorgen. Nogmaals merci Jeroen!

    Eindelijk mijn verjaardagsetagère eer aandoen! Homemade cupcakes, geslaagd dan nog! Ook de bezoekers die ze kwamen verorberen waren heel fijn!

to think inside the box

En dan is je huis verkocht en moet je je hele hebben en houwen in dozen proppen. De geschilderde potjes die we in Istanbul kochten, de ellendige koffiemachine, mijn koekiemonsterkoekjesdoos. Alles, voor een periode. Daarna moet alles weer een nieuw plekje zien te veroveren, in een nieuw huis met een keuken die voorlopig enkel op een 3D-foto bestaat. Het wordt dan weer een periode van ik heb hier ergens wel zo’n ijscrèmeschepper maar ik weet niet goed waar. Ik vermoed dat ik er eens aan ga beginnen volgende week. In plaats van op stap te gaan met de zoon zou ik beter het materiaal dat we nu toch niet gebruiken in dozen stoppen en labelen met een alcoholstift (mmm de geur van zo’n stift). Voorlopig zie ik het precies wel zitten, want bij het vullen van dozen vind ik toch telkens wel iets terug dat ik kwijt was (oeeeh, ongebruikte kleurpotloden!). Of er komt iets uit dat ik gewoonweg vergeten was dat ik het had (amaai, hier liggen nog een 1000-tal fotostickertjes!) Geweldig amusant verhuizen. Het zoeken naar de juiste propkwaliteiten kan weer opnieuw beginnen. Dat het de vierde keer is neem ik er graag bij. Eerst ging ik alleen wonen, dan gingen we samen wonen, toen kochten we dit huis en nu hebben we bij het nieuwe huis nog een dozenvuller bij. We maken het onszelf steeds moeilijker! Gelukkig verbeteren we altijd.

you didn’t get to heaven but you made it close

We wisten niet of het gepermitteerd was om hiermee te lachen, maar ik vond het alvast grappig: kerkhofkermis. Mijn chef kwam met die benaming van het herfstverlof alvast origineel uit de hoek. Hij hoorde het dan weer van een andere collega maar wist niet of hij het op zijn beurt meende of niet. Voor mij klinkt het alvast goed: kerkhofkermis. Het ligt in de sfeer van de periode, maar tegelijk hoor je er altijd wel eens over praten: hoe zie jij je begrafenis? (Gisteren werd er toevallig ook over gekletst in De Slimste Otto-Jan Ter Wereld). Het hoeft niet, maar het mag voor mij wel in de kerk zijn, ik ben ten slotte katholiek gedoopt. Ik wil wel begraven worden, laat mij zeker NIET cremeren. Soms vraag ik me wel eens af of er dan veel volk zou zijn, en of ze zouden bleiten uiteraard, zo hysterisch wenen zodat iedereen kijkt…ja, ik wil populair zijn als ik dood ben! Een mooie grafsteen is zeker aan de orde, en er moeten bloemen op staan. Kom, het mogen ook blijvende planten zijn, dat is minder werk, als het maar een beetje fleurig is. Achter de begrafenis moet er niemand kramen aan eten, laat dat maar komen van een traiteur, dan is er geen afwas (er van uitgaande dat je de borden vuil mag meegeven). En drinken hé gasten, ik wil niet dat iemand zich moet generen in de trend van “is dat nu eigenlijk wel gepast om ladderzat op een begrafenismaaltijd rond te lopen?” ja hoor, doen, en zet maar op mijn rekening! Wel zorgen voor voldoende chauffeurs zodat ik nog even alleen blijf in het hiernamaals, ik ben graag op mijn gemak.
Misschien nog een beetje inspiratie voor de muziek: (anti-coldplay-fans, gelieve u op de begrafenis te onthouden, kom dan maar restjes schooien als de traiteur alles opruimt)

Bij wie belanden mijn e-mails eigenlijk?

Als we binnenkort (haha binnenkort) verhuizen en veranderen van internetprovider moet ik me misschien wel eens een volwassen e-mailadres aanschaffen. Mijn e-mailadres is te simpel. Ik krijg wekelijks e-mail van mensen die ik niet ken. Ik spreek niet over de gewone spam, maar het zijn ‘volwaardige’ e-mails die verkeerd toekomen. In de laatste maanden was ik een deelnemer in een mailloop rond het organiseren van een Mexicaans feestje, adres en alles bekend (project X iemand?). Iedereen koos een datum en er werd wild met suggesties gegooid rond het eten (fajitas! Geroosterde hamsters misschien?…). Een beetje later was er een Duitse die naar haar vriend mailde “Ich liebe dich…blablabla”. Vorige week werd het helemaal te bont gemaakt. Een berekening van een lening voor een Hollands koppel dat een woning wou kopen. Soms doe ik de moeite om terug te mailen dat het adres fout is, vooral als ze blijven mailen met het zangkoor dat dringend moet repeteren, inclusief welke (in mijn ogen) saaie liedjes ze gingen zingen. Ik had zin om terug te mailen “boooorrrringggg, uw publiek zal zijn gat lichten jong met zo’n saaie nummers!” of “Mexicaans eten? Is dat niet passé? Jullie gaan toch niet van die belachelijke sombrero’s dragen hé?” “Ich liebe dich? Das gleicht an nichts hé, bitter wienig originiel zunne!” (in de veronderstelling dat ze mijn Liese-duits verstaan uiteraard). Wat ik wel heel erg aandoenlijk vond de laatste keer was de papa die naar zijn dochter mailde “dat hij het zo leuk vond dat ze op bezoek was gekomen” toen heb ik wel teruggemaild dat hij best eens zijn ontvanger herbekeek, wie wil nu zoiets saboteren?

intergalactic planetary

“Bewijs dat je geen robot bent”. Maar als ik dan zo’n woordverificatie moet overtikken staar ik me blind op de lettercombinaties. Ben ik dan wel een robot misschien? Ik moet altijd 2 tot 3 keer herproberen tot ik het juist heb. Error Error. Ik wil gerust iets anders doen om te tonen dat ik geen robot ben, een karrewiel draaien of een handenstand doen ofzo. Hoewel ik de laatste dagen wel een paar trekjes van een robot heb. Men geeft mij informatie, ik tracht ze in mijn hoofd te filen. Ik shut mezelf down in de zetel en beveel mezelf om te slapen en na 10 minuten tuimel ik al in het land waar de realiteit en de fictie met elkaar verweven geraken. Er gebeurt ook van tijd eens iets op autocontrol, soms bedenk ik me dat ik de afwasmachine nog moet ledigen en blijkt dat ik dat twee uur eerder al gedaan heb. Het raast nogal eens in mijn harde schijf de laatste tijd. Mijn kop maakt misschien wel zo’n irritant geluid zoals een computer die aan het updaten is. Kkkrrrrr kkkkrrrr kkrrrrr. Ik denk altijd “oh een een kind combineren met een job, dat lijkt makkelijker dan ik voordien dacht”. Dat vind ik nog steeds zo. Maar ik vergeet soms wel eens dat ik veel avonden om 21u30 al in bed lig omdat ik anders een 11-urendienst niet zonder geeuwen doorkom de dag nadien. Of dat de middagdutjes op vrije dagen meer regel dan uitzondering zijn de laatste weken. Dan zijn de mensen verwonderd dat ik keihard met mijn handen wuif als ze over een tweede kindje beginnen. Het is goed nu. We kunnen vlotjes opstarten, nu en dan eens rebooten en als we willen shutdownen dan kunnen we onszelf al in het stopcontact steken rond 20u30 ongeveer om te chargen.

The Gods Must Be Crazy!

Het moest er toch even afgewerkt worden. Al die indrukken, die nieuwe informatie. Deze keer ging ik niet gaan lopen maar nam ik trekker en dweil bijgot! Stel je voor dat ik dat telkens zou doen als mijn hoofd vol zit. In plaats van naar nulbraintelevisie te kijken of gewoon stil in de zetel voor mij uit te staren met mijn duimnagel in mijn mond, het zou hier nogal blinken. Anyway, het is mijn lucky periode dacht ik daarnet nog. Vorig weekend een etentje gewonnen, en dat terwijl we net een diner binnen hadden. Vandaag had ik ook bereveel geluk. Na het winkelen trok ik demonstratief mijn koffer open maar de comisjeszak was blijkbaar omgerold in de koffer. Dat resulteerde in een geweldig spannend tafereel waarbij de inhoud van de zak al naar buitenrolde toen de koffer nog maar 20 cm open was. Ik zag het gebeuren en duwde de koffer vliegensvlug weer toe, recht op een uitgelaten doos appelsap uiteraard. De lucky kant van het verhaal: een glazen pot tomatensaus die kon ontsnappen rolde over het trottoir maar bleef intact, alsook de geplette doos appelsap. Ik –als ongelovige- weet niet welke goden ik moet bedanken omdat die doos niet openspetterde in onze koffer. Dubbel geluk dus. Tien minuutjes later was de lucky week blijkbaar voorbij, want er viel een glazen pot sla-kruiden uit de kast waardoor ik mijn vers gekuiste keuken alweer mocht vegen, kruiden en glas, geweldig lekker geurend door elkaar. Alles terug normaal en gezellig rommelig dus!

Tales of Cutiepies and Marsupials

“En hoeveel kangoeroes zouden ze doodgedaan hebben om aan 220 mensen vlees te serveren?” vroeg ik een beetje beteuterd op de terugweg aan Pieter. Hypocriet. Voor duust. Toch flashte er vanalles door mijn hoofd toen ik het vlees trachtte te snijden. Vooral niet teveel bij stilstaan en ’t is toch al dood nu waren de overtuigers deze keer in mijn kop. Deze middag lag er nog filet de york op mijn brood, dus het is niet dat er van mijn vegetarische periode veel restletsels zijn overgebleven (alléé, 7 jaar kun je nu geen bevlieging meer noemen denk ik). Ik hoef mezelf nooit meer te overtuigen om vlees te eten. Ik smul van alles. Tot er een stuk kangoeroe op het menu staat. Ineens zie je jezelf weer zitten in de dalton terror…in Walibi. Kangoeroes hebben ook een maffe buidel waar zo’n babykangoeroetje in ligt te tukken. Zou dat dan een stukje buidel geweest zijn dat op mijn bord lag gisteren? Een babykangoeroe-bedje? Hypocriet. Voor duust. Vlug gegoogle leert me trouwens dat de mannetjes geen buidel hebben. Misschien had ik wel een papa-kangoeroe op mijn vork. Ohja, kangoeroes zitten ook in dezelfde familie als de wombats. En laat een wombat nu net één van mijn favoriete cutiepiedieren zijn. Eerlijk gezegd hoorde ik pas voor de eerste keer van een wombat toen ik de muziek van de gelijknamige muziekgroep leerde kennen. Beide –dier en groep- werden meteen in mijn hart gesloten. De wombats kunnen niets verkeerd doen in mijn ogen. En zo leer je nog iets bij. Uit je bord.

Run to the hell

God***Do**e!  Hier heb ik echt geen goesting in.  Maar een keer echt niet.  Jongens toch jongens toch.  Een uitvlucht, en vlug.  Regent het niet?  Neen, miljaar.  Ben ik niet te moe?  Na een zeteltukje deze middag voelde ik me eigenlijk absoluut niet moe, al gaf ik het niet graag toe.  Aaaah maar ja, ik ben een beetje verkouden!  Ja gow, zo erg is het nu eigenlijk ook niet, gewoon een mini-loopneus.  Maar moest ik niet veel niezen vandaag?  Zo gaat dat in mijn kop op het moment dat ik voor mezelf uitmaak dat ik eigenlijk misschien feitelijk nog wel eens zou kunnen gaan lopen.  Als de omstandigheden goed zijn moet ik ervan profiteren, dat was mijn gedachtegang enkele weken geleden en ik hield mooi vol, ongeveer 3 keer per week ging ik een half uurtje lopen.  De laatste weken was het door omstandigheden (die wel degelijk terecht waren) er niet meer van gekomen en mijn brein had dat lopen precies volledig uit mijn weekschema verbannen.  (I love the brain, it does nice things).  Tot de cijfers op de wegschaal ineens ’s morgens niet meer dat leuke lagere getal aangaven.  Tot ik weer een gaatje overkwam op mijn riem en niet meer op het versgeprikte laatste gaatje kon vertrouwen.  Of het moest zijn dat ik de hele dag het geduw tegen het speklaagje onder mijn navel bleef negeren.  Ik dacht dat ik de weg naar de hel zou afleggen.  Brandend maagzuur, verzuurde spieren, pijnlijke voeten en na twee minuten al volledig buiten adem.  Terwijl ik mezelf verwenste omdat ik in mijn kopdiscussie toch weer de moeilijkste weg had gekozen ging ik met een verwijtende vinger denken “damn you brain, zie je wel,  je moet meer naar de verleiding van het luieren luisteren!”.  Maar neen.  Vreemd genoeg ging het heel vlot.  Ik legde het parcours van 6 weken geleden af zonder moeite.  Mijn tong zat nog in mijn mond en was niet halfweg mijn kin aan het slingeren.  Het was ook niet zo dat ik badend in het zweet de laatste stukjes op de trottoir naar huis strompelde in de hoop dat er niemand bekend aan de verkeerslichten zou staan.  Dat lopen….dat deed precies deugd.  (Djeezes I said it!  Nu is de volgende kopdiscussie weer in het voordeel van wel gaan lopen, ik moet stoppen met bloggen).

Count Your Blessings

Even over CYB: Count Your Blessings.  Ik steel het schaamteloos van LJ die het wekelijks doet denk ik.  Ik vind het een leuk idee en het houdt mijn gedachtengang van “content zijn met wat je hebt” in stand.

CYB week 41 (– 42) hier gaan we:

Koffie in mijn favoriete tas (ooit eens gekregen bij een pakje Douwe Egberts) samen met de beste sinaasappelen van de winkel.  Wat de tas zo geweldig maakt is de dikke boord en het gemakkelijke “handvat” of noem ik dat beter de oor van de tas?  En misschien het feit dat ik maar één zo’n Douwe Egberts-tas heb maakt ze zo begeerd.  En Papillonsinaasappels.  Van die papiertjes die rond sinaasappels zitten maakten we vroeger parachutes voor de GI Joe’s.

De TE LAAT-sticker aan onze gevel.  Hoewel ik zo’n stickers regelmatig vervloekt heb tijdens onze huizenjacht ben ik er nu uiterst tevreden mee.  Sorry!  TE LAAT!!  Zo’n sticker mist nog een vingertje dat je uitlachend aanwijst zo.

Speelgoed dat zichzelf maakt.  Een lege doos tissues (laat het ons misschien gewoon papieren zakdoekjes noemen) en een beetje duploblokken.  Mini-me is al zo rap content als mezelven!

Pagina 707 van “De Opwindvogelkronieken”, het begint eindelijk in te korten maar ik lees er zo graag in dat het me nog geen seconde heeft tegengestoken.  Dat ik mezelf soms letterlijk een verrekking lees aan het zware boek dat neem ik er door de recente Murakamiliefde heel graag bij.

Sam en Ivan.  De hele dag Ivan De Vadder op zondag.  Zo zijn verkiezingen toch nog voor iets goed.  Ik ben fan, van De Vadder Ivan.

Het einde is in zicht.  Het ging vlug, maar het mag gauw morgen zijn…

Morgen heb ik ook een eerste kennismaking met de nieuwe werkplek!  Blij dat ik terug aan het werk kan.  Zeker van.

een duits boeketje bloemen zou precies niet miskomen…gow

“Het is wel heel gezellig hé” zei de meneer bij zijn eerste stappen die hij binnenzette.  Ik was gecomplimenteerd.  Gezellig is mijn ding.  Alles moet gezellig zijn.  Ga ik op café, liefst een gezellig café, met kleine hoekjes en speciale kantjes.  Mijn huis moet ook gezellig zijn.  Het mag rommelig zijn, als het maar gezellig rommelig blijft.  De meneer bleef precies tevreden met alles wat hij zag.  Hij bleef vragen stellen.  Toch had ik niet gedacht dat hij al over de vraagprijs ging spreken.  Er moest onderhandeld worden.  Hij sprak een te laag bod uit, ik trok een scheve lip, we zochten een gulden middenweg.  Ik moest zelfs mijn playing-hardball-gezicht niet opzetten.  ’s Avonds zetten we beiden een handtekening onder een compromis.  Ik verkocht het huis.  Op mijn ééntje.  Dat doen vrouwen waarvan hun echtgenoot naar het buitenland moet voor hun werk.   Ik zweer het, hij komt niet meer terug die man van me.  Ik moet minder spectaculair doen als hij weg is.  Oh ja, had ik al vermeld dat Ilja deze week is beginnen lopen?  Powermommy!