Page 92 of 117

Jani Kanagelslak-nie

nagellak

“Zonder nagellak voel ik me naakt” kopt het magazine van Het Nieuwsblad.  Er waren tijden dat ik ook dagelijks nagellak droeg (in de tijd dat de dieren nog spraken): blauw, zwart, rood met pinkeltjes, bordeaux, donkerbruin, paars, doorzichtig met glitters, wit met een glanslaagje. . . net als verschillende haarkleuren heb ik het ongeveer allemaal gehad denk ik.  Ok, ik spreek hier wel van 15 jaar geleden,  mezelf als 16-jarige.  De tijd dat we dachten dat we alles wisten, ondertussen weten we het nog steeds niet.  De laatste keer dat ik mijn nagels liet lakken was op één van onze wijvenweekendjes.  Knalroze uiteraard.  En laat dat nu net niets voor mij zijn, roze nagellak bijgot.  Nagellak op zijn geheel eigenlijk.  Hoe ik er vroeger in slaagde om die nagels van mij een kleurtje te geven, misschien lag het aan de zeeën tijd die ik toen had om zoiets te doen, met veel herprutsen en herbeginnen.  Ik verkak zo’n dingen, nagellak komt op mijn vingers terecht of vanaf dat zo’n kleurtje erop staat moet er altijd een stukje terug afbreken.  Toch gluur ik soms stiekem naar mooi gelakte nagels.  Ik ben ook wel een beetje jaloers op mensen met mooie handen en mooie nagels. Velen hebben zo’n frêle, slanke handen die er zo zacht uit zien.  Die van mij mag je gihanden noemen, kolenschoppen, de meeste mannen die ik ken overtref ik.  En grote handen, die moet je toch niet gaan accentueren met felle kleuren?  Zeg het nen keer Jani Kazaltis! “Oh my god, meisken, ge gaat die berenklauwen toch niet gaan lakken zeker?”  Merci Jani, weer een werk gespaard.

Overtuigende schapen zijn de max

In onze vorige twee woningen (die zich bijna recht tegenover elkaar bevonden) waren er soms wel eens ergernissen over nachtelijk lawaai op straat.

* Een auto om 4u50 aan de lichten met zijn muziek volle bak, vermoedelijk op weg naar zijn vroegdienst in de fabriek een beetje verder.  Unts Unts Unts tadada Unts Unts Unts

* Zatte fietsers roepend dat ze moeten stoppen voor het rood “Eiiii, je moet stoppen hoor!  Er komt toch niemand af, ik rij door!”

* Een zatlap die eigenlijk bij de buren moest zijn maar toch op onze deur staat te bonzen om 6u in de ochtend “Waar ben je?? Laat mij binnen!!!!!”

* Pizzawachters bij de pizzeria op de hoek die hun auto stationair parkeren voor onze deur.  “eur-heur-heur-heruh”

* De achterburen die een tuinfeestje houden tot 5u ’s nachts en daarbij elkaar letterlijk toeroepen hoe tof het wel niet is. “’t Is tof hé!  Ja hé!  Beretof!”

Er zijn aangenamere geluiden om mee wakker te worden.   Zoals deze ochtend:

“tjiep tjiep tjiep” “tjieeeee-pieeeepppp-pieep” “tjieieieieieieieieieieieiep”

“Meihhhhhhhh”  

“Meihhhhheiiiiiihhhhhh” (schapen moeten hun geblaat precies altijd zo nog eens versterken alsof ze willen zeggen “heb je het wel goed begrepen?”)

“tjiep”

“Meih”

“tjiep”

“Meih”

Mei-heei-heeeeih!”

Neen, ik zou niet meer willen terugkeren.

“Dedie waarvan die operatie is mislukt”

Ik ga naar de oogarts straks.  Ik moest eigenlijk al heel lang eens naar de oogarts.  Het gaat bergafwaarts met mijn zicht.  Dat ik deze blogpost tik in Times New Roman grootte 16 op laptopscherm-afstand zegt genoeg zeker?  Het jaarlijks medisch onderzoek op het werk wijst ook telkens uit dat het niet goed is met mijn kijkers en ik draag een bril om met de wagen te rijden, zeker ’s nachts is dat nodig want dan worden alle koplampen wazig.  Maar als die oogarts nu gaat zeggen dat ik mijn bril moet doordragen ga ik absoluut niet tevreden zijn.  Een bril vind ik ongemakkelijk, ik wil er geen.  Ik vermoed dat mijn zicht niet slecht genoeg is om mijn ogen direct te laten opereren.  Hoewel de horrorverhalen van mijn echtgenoot hierover nu ook niet bepaald een aanmoediging zijn.  Hij eindigt zijn verhaal wel steeds met “de dag na mijn operatie heb ik mijn liefste leren kennen”.  Misschien zag hij nog steeds een beetje blurry?  Ik sta ook niet met een bril, ik zie er zo. . . groot uit.  Of zoiets.  Ik weet het precies niet, mijn bril is ook voelbaar op mijn neus alsof het een onnatuurlijk ding is, wat het ook is, maar het zou toch zo niet mogen voelen?  En iedereen loopt maar rond met van die grote buddy holly brillen, ik sta daar absoluut niet mee.  Ik heb gewoon een ambetante kop voor brillen.  Neen, geen bril.  Lenzen? Dat lijkt mij nu echt ook een gedoe en ik ben altijd befreakt dat zo’n lens via de achterkant van mijn oog gewoon in mijn hoofd zou gaan verdwijnen of iets anders grillig.  Neen dat kan niet, maar toch. . .  Lenzen vind ik freaky.  Als het dan toch mogelijk of haalbaar zou zijn, dan toch maar een operatie.  Maar dan word ik misschien wel blind ofzo.  Blind lijkt me nu wel minder leuk dan eruit zien alsof je een groter hoofd hebt.  Of misschien verbranden mijn oogballen wel tijdens de operatie en moet ik de rest van mijn leven met gekartelde oogballen rondlopen.  Eerst eens gaan luisteren.

’t Is maar een keer zeggen hoor

Sleep sleep, sleur sleur.  Het kan er soms zwaar aan toe gaan op zo’n colruytbezoekje.  Bij de pakken water had ik er genoeg van.  Ik besloot er geen meer te kopen en een Brita-kan aan te schaffen.  De twee-literflessen staan mij toch in de weg en ze wegen gelijk lood.  Naar verluidt bespaar je er ook mee.  Ohja, en het is ook nog goed voor het milieu, niet dat ik nu de meest groene persoon ben maar het is mooi meegenomen.  Aan de kassa vroeg ik de winkeldame hoe lang ik met zo’n filter die erbijhoort zou kunnen doen. “Lang denk ik, ik weet het niet zeker, mijn moeder heeft ook zo’n filterkan, ik kan het niet exact zeggen. . .” Ok, ik zoek het wel eens op of ik vind het wel ergens.  “Maar zo’n kan, dat moet ik niet hebben hoor, ik ben daar vies van.  Ik weet het zo niet, water dat moet toch proper zijn en zo’n kan, je moet al een grote frigo hebben omdat dat water te koelen, ik wil mijn water koud, niet lauw zoals bij mijn moeder.  Neen, ik ben daar niet op begoest op zo’n kan.  Niets voor mij, neen.”  Owwwkeiiii, so far for making a conversation. . .

wpid-DSC_0396.jpg

Ik deed tegelijkertijd ook van lazy housewife (zoals zoveel keer) en kocht een mix voor brownies.  Man man man, ze staan af te koelen maar die zullen direct eens opgepeuzeld worden.  Ik vertel er maar onbeschaamd bij dat ik meer werk heb gehad bij het opstellen van de bakvorm (die erbij zit hé mensen, dat zit er gewoonweg bij) dan bij het maken van het beslag.

wpid-DSC_0382.jpg

Buggles introduceert een limited edition van hun befaamde cornchips.  Laat ons zeggen dat buggles toch wel mijn favoriete chips zijn en zo’n limited edition dat kun je dan toch niet laten liggen hé.  Buggles peanuts.  Superlekker!  Maar als de zak leeg is heb je het precies wel gehad.  Goed voor helemaal op in één keer.  Weeral onbeschaamd.  En ik koop dan nog Brita kannen.  Hah!  Hop!  De brandstapel op zo’n vrouwen!

wpid-DSC_0395.jpg

 

De kat is weer een deel van zichzelf verloren.  Het is al de eerste keer niet dat ze zo’n stukken haar achterlaat.  Deze keer lag dit mooi aan de voordeur.  Gelukkig weet ik na 4 jaar al wat het is maar het zou toch kunnen doorgaan voor een uitgeputte rat.  Of een haarstukje voor iemand met een klein hoofdje.

wpid-DSC_0392.jpg

 

Tegelijkertijd doet Ilja van Russian roulette.  Risky business zou ik zeggen.  Marbel wordt het liefst gerust gelaten, tenzij ze zelf op je schoot springt, dan kan er een aaike vanaf.  “De poes zal je pijn doen” lijkt weinig effect te hebben.  Ervaring ook niet, want hij is er reeds twee maal in haar klauwen gevallen.  Tjah.

bleitroute

Mental note: zes januari 2014: dag congé nemen.  De medewerker in het secretariaat van de school waar Ilja naartoe gaat wist me dat te vertellen.  Niet dat ik congé moest nemen, maar dat dat mijn tweede “dag van de bleiting” wordt.  Ik wou het lang niet doen, maar nu heb ik het gedaan.  Ik keek naar foto’s van de peuterklas waar hij binnen een half jaar naartoe gaat.  Ze zijn er precies met zo weinig?  Of lijkt dat alleen maar zo in vergelijking met de kinderopvang waar alle eerste leeftijden door elkaar crossen?  Het kromp maar een klein beetje samen, dat hart van me.  Misschien wordt het toch tijd om er aan te wennen.  Dat hij hier niet zal zijn op mijn vrije middag.  Dat hij ineens op donderdagavond een bloempot zal nodig hebben, omdat we op maandagavond dat briefje hierover niet gelezen hebben.  Of dat hij zal vertellen over zijn juffrouw, die mama waarschijnlijk van de liefdestroon zal stoten.  Misschien ga ik zelf wel een aftelkalender maken TEGEN WANNEER HIJ IN GODSNAAM NAAR SCHOOL MAG!  Als ik zie hoe vlug zo’n monstertje groeit, misschien valt hij helemaal wel niet over zijn fluohesje en zit ik binnen de week zonder “gezonde 10-uurtjes” omdat hij er steeds meerdere nodig heeft in dat groeiende lijfje van hem.  Ondertussen zoek ik een alternatieve route van de school naar mijn huis, om stilletjes op te wenen gelijk een klein kind zonder dat iemand mij ziet.

Count Your Blessings

Mmm, was die buitenwapperde ruikt toch duizend keer lekkerder. . . het is wachten tot de eerste vogel er zijn gevoeg op doet.  En dan liefst niet op mijn rug zoals vorig jaar het geval was!

wpid-DSC_0371.jpg

Een babypakje kiezen voor baby 7 van de 14 die onze omgeving in 2013 verrijken. . . We zitten precies een beetje in de leeftijd van kinders krijgen.  Ik denk niet dat de toekomstige eigenares meeleest.  En in het ander geval: is’t schoon?

wpid-DSC_0369.jpg

Uitnodigingen maken voor een ander monstertje dat een fuifke geeft binnenkort.  Met optreden van The Dancing Grandma’s misschien?  Of greatgrandma’s. . .

wpid-DSC_0372.jpg

De party-outfit is ook al klaar.  Inderdaad, ik heb me weer eens beziggehouden. . .

wpid-DSC_0366.jpg

Met een goed muziekje op de achtergrond (al valt dat natuurlijk af te wachten aangezien ik aan de eerste beluistering bezig ben)

wpid-DSC_0367.jpg

Blij dat ik toch nog kleedjes kan vinden alvorens de zomer al voorbij is en ik er terug winterbotten moet onder dragen.

wpid-DSC_0370.jpg

En bij het lezen van mijn boek gisterenavond liet ik Pieter het volgende woord smartphonen “Gemelijk”.  Uit de context van de zin kon ik wel opmaken wat het betekent maar ik was het niet helemaal zeker.
chagrijnig, gallig, iezegrimmig, narrig, nurks, stuurs, bokkig, humeurig, knorrig, korzelig, kribbig, nors, ontevreden

Voel jij je vandaag een beetje iezegrimmig anders?  Of misschien korzelig?  Ik alvast niet met zo’n zalige woorden!

smallsuntalk

Bejaarde buurman terwijl ik mijn was buitenhang:

“Het is nog geen zomer hé”

Neen Roger, neen (badhanddoek)

“’t Gaat zeker niet meer zomeren dit jaar?”

We gaan het zien hé. . .(hemd van Pieter)

“De zon, we zien ze niet veel hé”

Waja, neen hé (pyjama van Ilja)

“Die zon, ze zal niet meer komen zeker?”

Ja, kweet het ook niet. . .(onderbroek)

“Ist koud!”

Jaat zeg, echt (kousen)

“Voor de tijd van het jaar!”

’t Is wreed (onderlaken kinderbed)

“Thohoh, ’t gaat zeker een koude zomer blijven?”

’t Is te hopen van niet (slaap-t-shirt)

“We zijn half juni!”

Ja, je zou het niet zeggen hé (trui)

“De zomer mag nu echt gaan komen hoor”

Jaas, jaas (jeansbroek)

Ik, bijna klaar met mijn was:

“Zolang mijn was maar droogt is ’t voor mij goed!”

Ik vermoed, neen, ik ben het zeker, dat ik niet het type persoon voor smalltalk ben.  En met zo’n kwakkelweer ben ik echt tekort aan het schieten in het dezomerkomtmaarniet-praatjes beantwoorden.  Help.  Waarom ben ik niet gezegend met een tatergat en een babbelmond?

 

Karrenloerderij is geen misdrijf

Loer jij ook soms in het karretje van iemand anders als je aan het winkelen bent?  Ja echt?  Ik niet.  Het interesseert mij niet wat een ander koopt.  Ik kijk wel mijn ogen uit als ik zie welke hoeveelheden mensen kopen.  Sommige karren liggen tjokvol, de plastic verpakkingen puilen door de tralies, ergens bovenaan balanceert een doos tissues.  Serieus, hoe besturen die mensen dat zonder een rayon chocopotten omver te rijden?   Zouden de kassamedewerkers in de colruyt in zichzelf denken “oh my god, net voor mijn pauze een grote kar, je gaat het nooit anders zien hé”.  Gisterenmiddag was het Stefanio die mijn kar deed (alléé, zo noemden zijn collega’s hem toch, moest hij Michel heten dan moet hij wel echt een serieuze streek uitgehaald hebben om en plein public Stefanio genoemd te worden).  Wat zou hij denken als hij de inhoud van mijn winkelkar overlaadt in de andere kar.  Het colruytsysteem van de karren overladen is trouwens een geweldig goeie uitvinding geweest, al kijk ik soms wel eens raar als ik iets door de medewerkers’ handen zie passeren (Huh? Heb ik dat daarin gelegd?).  Als je het zelf op de band moet leggen heb je precies een beter overzicht.  Ik doe ook steeds van “gok de prijs”.  Dan probeer ik zo vlug mogelijk een goeie schatting van mijn kasticket te maken.  I suck at the game, ik zit er telkens onder jammergenoeg.  Zou Stefanio denken “zuipteil” als hij mijn twee bakken bier versleept?  Misschien denkt hij wel “trut, met je zware bakken”.  Misschien is hij er steengerust in en helemaal bezig met iets anders.  Met wat hij zou eten deze avond (kip in zoetzure saus misschien?) of wat hij komend weekend gaat doen (date met die knappe van dat feestje vorige week).  Of waarom ze hem Stefanio noemen, terwijl hij eigenlijk Michel heet.

Rolling the red carpet

Waarschuwing: deze post bevat too much information.  Je hebt nu nog de kans om weg te klikken.  Tot. . . nu ongeveer.  De tijd van de maand!  Olei!  Kom hier Always, Tampax en ander materiaal waarmee je kunt zwemmen, paardrijden, zelfs hele nachten kunt gaan dansen.  Ahja uiteraard, want met een kind is het allemaal niet meer zo evident om dat allemaal geregeld te krijgen.  Laat staan met twee kinderen!  Ik heb zin om een klein maandverdansje te maken.  Een realitycheck is het even voor mij, zo twee dagen overtijd gaan.  Okay, misschien is het echt too much information, ik kan dat begrijpen, ik zou het ook bij mezelf denken moest ik het bij een ander lezen.  Pech voor jou, je wou persé doorlezen, na-hah, *wijzende vinger*.  Het is nog maar eens een bewijs dat ik absoluut niet klaar ben voor een tweede kindje.  (Hey, was het zo, het was zo, het zou verwend worden, evenveel als Ilja.)  Maar nu niet, misschien zelfs nooit.  Nu ga ik mijn buikpijn verwelkomen.  En een beetje minder grumpy zijn.  –lalalala-

Duud en duud en duud! Hoofdstuk 2

wpid-DSC_0342.jpg

Misschien moet ik stilaan beginnen aanvaarden dat deze sanseveria nu echt dood is.  In plaats van krampachtig telkens opnieuw de verschillende plantenonderdelen in de aarde te proppen, zou ik ze beter in de vuilbak kieperen.  Het is ook zo’n irritante sterver.  Telkens ik de verschillende beentjes hoopvol terug in de aarde duwde om hem daarna vlug wat water te geven moest er altijd wel één beentje terug omvallen om zo een berg aarde door de keuken te katapulteren.  Anyway. . . dood dus. . . Eén van mijn orchideeën daarentegen, die geeft weer teken van leven.

wpid-DSC_0344.jpg

Deze kan ik dan ook maar in één keer afschrijven.  Planten die hier terechtkomen mogen al hun testament beginnen schrijven.  Ik woon in de palliatieve afdeling van de plantenkliniek vrees ik.

wpid-DSC_0336.jpg

Er bestaat zoiets als Studio100-TV.  Inderdaad, ik wist dat nog niet, en ik ben al bijna twee jaar moeder.  Ineens draaien ze de samsonliedjes die je hoorde toen je als kind stil mocht naar de televisie kijken als je ouders op zondagochtend aan het uitslapen waren.  Samson die had toen nog zijn eigen afbeelding niet.  Hij zat in zijn mand en maakte irritante spelfouten.  In de afbeelding van Samson lijkt hij precies iets actiever.  Hij gelijkt ook helemaal niet op de mandhond.  Zijn haar is korter en je ziet eindelijk dat hij een staart heeft.  En hij kan lopen.  Samson on speed.

wpid-DSC_0349.jpg

“Acht” dat kenden we dan wel weer.  The Armstrong and Millershow blijft één van mijn favoriete comedyprogramma’s.  Vooral “Mammoth, you like mammoth?”

Als we ’s ochtends nog half slapend uit ons bed komen is het hier ook soms mammothpraat “Koffie?” “Hmmm”.

http://www.youtube.com/watch?v=hb0ef6NhY74

wpid-DSC_0351.jpg

In onze badkamer is er een ledlamp geïnstalleerd boven de spiegelkast.  Ik noem het “de lamp der confrontatie”.  Vreselijk!  Als het aanligt zie je elk stipje, puntje, lijntje, rimpeltje dat op je gezicht te bespeuren valt.  “Maar ik wou zeker voldoende licht, ik haat het als ik niet genoeg zie in de badkamer”.  Het meisje in Sax dacht er waarschijnlijk het hare van toen ik dat zei.  Je zou voor minder de relevantie van fond de teint beginnen begrijpen.

wpid-DSC_0343.jpg

“Baby en Peuter”: mijn huidige lectuur als ik voor de zoveelste keer gezegd heb “mama zegt wanneer je van je stoeltje komt!”  Kinderen met karaktertjes bestonden in de tijd van “de moderne huisbibliotheek” ook al blijkbaar.  In die tijd was het blijkbaar nog geen probleem om onderzoeken van poedelnaakte kinderen in verschillende fotostappen af te beelden. Doe je dat nu, je hebt een proces aan je been.  Volgende boek in deze reeks: “Binnenhuis- en balkonplanten”.  Oh yes.