Page 93 of 118

Fondantgefoeter

13u: Ding Dong.  Het gebeurt niet veel dat er onverwacht wordt aangebeld waardoor het extra spannend is om de voordeur te openen uiteraard.  Een Nederlandssprekende Waal gaf mij een pakketje “Mevrrrrrouw, ierrrr tekenen astublieft”  Oeeeh een cadeautje!  Nog spannender dan een onverwachte deurbel! “Ed ies een cadeautje van Eggo keukens” Hij zag dat ik mij moest inhouden om niet op en neer te gaan springen.  Een keukenkastdeurtje?  “Oei, verrrrwacht niet te veel hé mevrrrrouw, het is een kleine dingetje als bedanking voorrrr uw koop van keuken”.  De doos werd al opengedaan nog voor ik zijn balpen teruggaf.  Het was een handdoek, een kookwekker en. . . een doos chocolaatjes.  Kijk:

wpid-DSC_0471.jpg

Ok.  Ze leveren een doos chocolaatjes, zo net rond de middag, mijn moeilijkste moment om niet aan chocolade te denken.  We spreken niet over een mini doosje chocolaatjes.  Er zitten er 36 in.  Ja, ik kon het niet laten om ze te tellen, het zijn chocolaatjes, ze zijn gratis en ze proppen ze nog net niet in je mond, zo’n dingen houden mij bezig.  Een gegeven paard mag je niet in de bek kijken.  Zodoende ging het proeven van start.  Om daarna in mineur te eindigen.  Shit, slechte smaak!  Echt, van die zwarte chocolade die zo’n bittere nasmaak geeft, zo’n vieze verhemelteplakboel.  Tju toch.  Het hele moment verpest.  Nu sta ik daar, in de keuken van mijn leven,  met nog 34 van die chocolaatjes (want ik kon het natuurlijk niet laten om er nog één te proeven om toch zeker te zijn dat ik ze echt niet lust!) . . .

Boeken – Boiler – Blank – Brandweer – Bescheten

Zeven jaar geleden woonde ik boven een krantenwinkel.  De mensen in de straat noemden het “de boekenwinkel” omdat er in die côté van de stad nergens een boek te bespeuren viel en ze er “SOS Piet deel 1” verkochten.  Ik zou er nog kunnen bij vermelden dat de verkoper in de boekenwinkel beter “SOS Geurige Oksels” voor zichzelf mocht inkopen, maar misschien is dat een beetje te grof.  Laat ons zeggen dat ik dit item op het appartement erboven zal houden.  Misschien wordt deze blogpost wel een reeks, want over dat appartement zou ik wel meerdere postjes kunnen schrijven, er viel elke dag wel iets te beleven.  Hadden ze de boekenwinkel nog maar pas overvallen voor sigaretten, ze deden het twee weken later nog eens.  Of het was de marginale buurvrouw die lawaai maakte of de criminele buurman die ladderzat zijn vrachtwagen voor de poort/halfweg de baan parkeerde.  Ook de twijfelachtige staat waarin het gebouw zich bevond mag vernoemd worden.  Ok, ik huurde dat rechtstreeks aan de eigenaar en die vroeg er 358 euro huur voor.  Als alleenstaande was dat een zegen, want vind maar eens iets waarbij je je niet in de schulden moet werken.  De 8 euro was voor de brandverzekering of zoiets, iets dat hij duidelijk uitgevonden had om nog meer geld te kunnen krijgen, de kleinzerige krempekloot.  Ik vermoed dat hij al dood is nu, misschien was hij wel al dood toen ik het huurcontract ging gaan tekenen, zo zag hij er alleszins soms uit.  Op een gegeven zaterdagochtend werd er hardhandig en dringend op de bel geduwd.  Lees: iemand belde alsof er een hond in zijn kuiten aan het bijten was.  Mijn toenmalig lief en ik sprongen uit het bed.  Ik voelde direct wat er mis was, ik stond met mijn voeten in het water.  Strompelend en een beetje in rep en roer haastte ik me om de deur te openen en daar stonden 6 brandweermannen. “Is uw bad aan het overlopen juffrouwtjen?” “Eih?  Mijn bad?”  Half wakker keek ik in het rond, ik zag water, overal water.  Alles stond blank in het appartement.  De boiler had de geest gegeven en in de boekenwinkel sijpelde de inhoud ervan door het plafond.  Fantastisch.  De brandweer bleek heel bedreven in het opkuisen van kleine appartementjes die blank stonden, want welgeteld 8 minuten later was al het water weg, was mijn tapijt al aan het beschimmelen en kon ik beginnen de verzekering te contacteren.  Gelukkig was ik wel goed verzekerd en werd alles vergoed.  En je zou denken…een mens komt dat maar één keer tegen in zijn leven.  Neen, andere mensen komen dat maar één keer tegen in hun leven.  Maar das een ander verhaal. . .

Asterisk en de iezegrimmige dwergen

Ik ben een lijstjesmeisje. (Ja, meisje ja, want lijstjesmadame klinkt zo goed niet).  Er zijn boodschappenlijstjes, takenlijstjes, dingen te verzamelenlijstjes, lijstjes over wie wat heeft en ga maar door.  Vooral de sterretjes doen het goed in het oplijsten van dingen.  Die asterisk wordt waarschijnlijk dagelijks gebruikt zonder dat ik het besef.  De takenlijstjes wil ik zo kort mogelijk houden, toch kun je er met een nog-niet-afgewerkt-huis jammergenoeg niet onderuit.

wpid-DSC_0463.jpg

De tijd dat de kabouters dingen deden is voorbij, ze vragen er nu een kost en verloning voor.  Ik schilder dan liever zelf mijn trap dan te moeten koken voor een nest norse lilliputters.  Ik heb trouwens maar één kinderstoel.  Twee uurtjes op dinsdagvoormiddag en een uurtje daarnet en hup, mijn trap is afgewerkt!  Het zijn die werkjes die blijven liggen, die stomme werkjes die niet dringend zijn maar wel een groot verschil maken.  Die taakjes die roepen om uitgesteld worden.  En als je het dan gedaan hebt, en heel trots één van uw asterisklijntjes kunt doorschrappen, dat geeft toch wel een “yeah, bere!”-gevoel.

 

 

vissershoedjes en korte broekjes

“Nej!” Een klein boos manneke met een vissershoedje op staat stokstijf stil omdat hij geen handje wil geven bij het wandelen. Zijn knietjes zien een beetje grauw van het stof.  Hij wipt op en neer en roept daarbij met een hollands accent “Nejnejnejnejnej!!”  Hij wil alleen wandelen, niet met een stomme hand van zijn vader.  Goed, maar dan liefst in dezelfde richting van ons en niet de andere kant op.  Zijn gezicht staat op donderwolken “Boos!” roept hij inderdaad nogal boos.  Ik vermoed dat de meeste ouders dit meemaken met hun kind.  En moest dit niet zo zijn laat me dan in de waan dat het wel zo is asjeblieft!  Als je het ziet gebeuren bij een ander denk je “damn, dat moet ambetant zijn”.  Als je het zelf meemaakt is dat dus ook effectief ambetant.  Lees: was er op dat moment behang in Bellewaerde, ik plakte hem erachter.  Toch moeten wij daarmee altijd lachen, vooral zijn donderwolken zijn goud waard.  Het hollands accent trouwens ook.  Het passeert meestal door een ingreep die aangeeft “pa en ma zijn de baas”, enig protest nog in de wandelwagen, even later is het voorbij.  Koppig kun je ons gebroed niet echt noemen, peuterpuber, dat wel.  Ondertussen is de eerste week van ons verlof voorbij en gaan we terug werken tot half augustus.  Er was tijd om te ontspannen en ook om een beetje in ons huis te werken.  Nooit gedacht dat ik zo blij zou kunnen zijn met een wc-rolletjes-ophangsysteem aan mijn muur.  En een geschilderd toilet.  Suh-pur!  Er waren drie keelontstekingen (bij elk van ons ééntje), Bellewaerde alweer (seizoenspas genomen voor het gemak), lekker eten, solden geshopt, vrienden gezien.  En uiteraard hersenkronkels die hun weg nog niet naar het internet hebben gevonden.  Zoals. . .kleine mensen zien er precies veel jonger uit als ze een korte broek dragen.  Jani zou me zooo higfiven nu.

“Poppy” zou toch veel beter klinken?

Wat er vooral opvalt als je in het westen van het westen (the far far west) woont, zijn de bewoners van het land onder je.  De Noord-Fransen dus.  Ik vermoed dat dat toch een ras apart is.  Je pikt ze er zo uit.  Ik besef heel goed dat wij als West-Vlamingen uitgelachen worden met onze taal (don’t worry niet-West-Vlaming, wij doen net hetzelfde met u), maar die Noord-Fransen, die beschikken precies allemaal over zo’n hese doorrookte stem. “Et bain oui“.  Soit, met een nest Noord-Fransen op de suske en wiske-bootjes zitten in Bellewaerde, het kan mij allemaal niet veel schelen als ik het verbaasde gezicht van mijn zoon zie wanneer hij mij hoort roepen van het verschot (iets banaals, zoals gewoonlijk, het zijn bijgot maar de  suske en wiske-bootjes).  Waar we vroeger smalend ons hoofd schudden bij blinkende auto’s die gewoon een toertje rond een bende kangoeroes rijden, staan we nu te zoeken wat er nog haalbaar zou zijn voor een peuter zonder veel vrees.  Het was een beetje krap met twee volwassen konten in zo’n bakje en een kind op de schoot, maar het was de pain in the ass waard om hem duchtig te zien meesturen zodat hij toch zeker geen kangoeroe zou raken.  De leeuw van Bellewaerde hebben we niet gezien.  Wel Liesa Naert en Albert de baby-giraf.  Djeezes, zo’n giraf van 6 dagen oud, dat is al groter dan mijn twee-jarige. Ok, dat ze het 6 maanden langer draagt zal er ook wel toe bijdragen maar respect mama giraf, zo’n stuk eruit persen, het moet allerminst deugd doen.  En na al dat zwoegen en zweten noemt iemand anders uw baby naar de koning van België.  Er zijn er die voor minder een postnatale depressie doen. . .

zoutloze verbrande paardenpoep

De domme trekken, ze komen in periodes.  Soms gaat het weken aan een stuk goed en soms is het het ene na het andere.

Zoals een brood bakken in de broodmachine en het geweldig geurend laten afkoelen.  So far so good.  Tijdens het snijden ging het echter minder good.  Na een tiental sneden ging het ineens van “djoek” tegelijkertijd scheurde de rest van het brood in twee en sprong de broodsnijmachine eventjes omhoog.  “What the. . .!” Ik kon niet meteen raden wat er gaande was, ik was al content dat er geen bloed aan te pas kwam.  Het brood was echter met geen stokken meer uit die snijmachine te krijgen, en maar wrikken en stukken lostrekken.  Tot het uitkwam: het kneedmesje zat blijkbaar nog in de poepe van het brood, en op dat moment in het mes van de snijmachine.  Menig gevloek en gewroetel later was het verlost.  Vandaag ging het snijden beter.  Het brood zag er ook extreem lekker uit.  Oordeel anders zelf:

wpid-DSC_0428.jpg

Toch ging het bij het proeven ook eventjes fout. . . geen zout.  Soit.  Kaas bevat voldoende zout om te compenseren en mijn boterhammetje had nog lekker warm.  Zalig.  Met of zonder f(z)out.

De overschotjes van ons brood brengen we nu steeds naar “paardje“.  Het grote paard heet in onze taal nog steeds “paardje”, het kleinere paard (of dat nu een veulen is of gewoon een klein paard, geen mens die het weet) heet Blacky.  Ilja noemt het Balky.  Balky vind ik nu eigenlijk wel nog cooler dan Blacky, wel minder paardachtig.  (Heette de hond van de familie Backeljau ook geen Blacky trouwens?  

wpid-DSC_0413.jpg

 

Net toen we dachten dat “paardje” geleerd had om niet tegen de prikkeldraad te lopen bleek hij het toch vergeten.  Aih,  “keedjuuns” zegt dat, zo’n paard dat met zijn hoofd tegen een elektrische draad loopt.  Daarna schiet het verschrikt achteruit (het is schrikdraad voor iets) en zeggen zijn ogen “what the. . .!” (waarschijnlijk een beetje zoals ik keek toen mijn broodsnijmachine ineens “djoek” deed).  Ilja vond het alleen maar amusant en at verder van het mos dat hij met zijn lippen van de oude poort prutste terwijl ik druk bezig was paarden te barbecueën.

En er is ook de kwestie van “mijn kind is twee en mag eens beginnen op het potje gaan”.  Daarbij komt dat ik ineens heel goed leer inschatten hoe het gezicht van mijn zoon staat als het prijs zal zijn.  Hij wordt ineens heel stil en begint rond zich te kijken, hij beweegt daarbij zijn hoofd niet, maar alleen zijn ogen.  Alleen jammer dat ik niet de hele voormiddag op mijn zoon zijn gezicht kan zitten kijken en er dan al eens cadeautjes achtergelaten worden.  Op de vloer bij de schouw bijvoorbeeld.

Even later doet de kat ook van cadeautjes achterlaten, ééntje van opgesjiekt gras en slijm in haar geval.  Een maagspoelingske opkuisen, super!

’t Is hier tof hoor.

 

 

 

Jani Kanagelslak-nie

nagellak

“Zonder nagellak voel ik me naakt” kopt het magazine van Het Nieuwsblad.  Er waren tijden dat ik ook dagelijks nagellak droeg (in de tijd dat de dieren nog spraken): blauw, zwart, rood met pinkeltjes, bordeaux, donkerbruin, paars, doorzichtig met glitters, wit met een glanslaagje. . . net als verschillende haarkleuren heb ik het ongeveer allemaal gehad denk ik.  Ok, ik spreek hier wel van 15 jaar geleden,  mezelf als 16-jarige.  De tijd dat we dachten dat we alles wisten, ondertussen weten we het nog steeds niet.  De laatste keer dat ik mijn nagels liet lakken was op één van onze wijvenweekendjes.  Knalroze uiteraard.  En laat dat nu net niets voor mij zijn, roze nagellak bijgot.  Nagellak op zijn geheel eigenlijk.  Hoe ik er vroeger in slaagde om die nagels van mij een kleurtje te geven, misschien lag het aan de zeeën tijd die ik toen had om zoiets te doen, met veel herprutsen en herbeginnen.  Ik verkak zo’n dingen, nagellak komt op mijn vingers terecht of vanaf dat zo’n kleurtje erop staat moet er altijd een stukje terug afbreken.  Toch gluur ik soms stiekem naar mooi gelakte nagels.  Ik ben ook wel een beetje jaloers op mensen met mooie handen en mooie nagels. Velen hebben zo’n frêle, slanke handen die er zo zacht uit zien.  Die van mij mag je gihanden noemen, kolenschoppen, de meeste mannen die ik ken overtref ik.  En grote handen, die moet je toch niet gaan accentueren met felle kleuren?  Zeg het nen keer Jani Kazaltis! “Oh my god, meisken, ge gaat die berenklauwen toch niet gaan lakken zeker?”  Merci Jani, weer een werk gespaard.

Overtuigende schapen zijn de max

In onze vorige twee woningen (die zich bijna recht tegenover elkaar bevonden) waren er soms wel eens ergernissen over nachtelijk lawaai op straat.

* Een auto om 4u50 aan de lichten met zijn muziek volle bak, vermoedelijk op weg naar zijn vroegdienst in de fabriek een beetje verder.  Unts Unts Unts tadada Unts Unts Unts

* Zatte fietsers roepend dat ze moeten stoppen voor het rood “Eiiii, je moet stoppen hoor!  Er komt toch niemand af, ik rij door!”

* Een zatlap die eigenlijk bij de buren moest zijn maar toch op onze deur staat te bonzen om 6u in de ochtend “Waar ben je?? Laat mij binnen!!!!!”

* Pizzawachters bij de pizzeria op de hoek die hun auto stationair parkeren voor onze deur.  “eur-heur-heur-heruh”

* De achterburen die een tuinfeestje houden tot 5u ’s nachts en daarbij elkaar letterlijk toeroepen hoe tof het wel niet is. “’t Is tof hé!  Ja hé!  Beretof!”

Er zijn aangenamere geluiden om mee wakker te worden.   Zoals deze ochtend:

“tjiep tjiep tjiep” “tjieeeee-pieeeepppp-pieep” “tjieieieieieieieieieieieiep”

“Meihhhhhhhh”  

“Meihhhhheiiiiiihhhhhh” (schapen moeten hun geblaat precies altijd zo nog eens versterken alsof ze willen zeggen “heb je het wel goed begrepen?”)

“tjiep”

“Meih”

“tjiep”

“Meih”

“Mei-heei-heeeeih!”

Neen, ik zou niet meer willen terugkeren.

“Dedie waarvan die operatie is mislukt”

Ik ga naar de oogarts straks.  Ik moest eigenlijk al heel lang eens naar de oogarts.  Het gaat bergafwaarts met mijn zicht.  Dat ik deze blogpost tik in Times New Roman grootte 16 op laptopscherm-afstand zegt genoeg zeker?  Het jaarlijks medisch onderzoek op het werk wijst ook telkens uit dat het niet goed is met mijn kijkers en ik draag een bril om met de wagen te rijden, zeker ’s nachts is dat nodig want dan worden alle koplampen wazig.  Maar als die oogarts nu gaat zeggen dat ik mijn bril moet doordragen ga ik absoluut niet tevreden zijn.  Een bril vind ik ongemakkelijk, ik wil er geen.  Ik vermoed dat mijn zicht niet slecht genoeg is om mijn ogen direct te laten opereren.  Hoewel de horrorverhalen van mijn echtgenoot hierover nu ook niet bepaald een aanmoediging zijn.  Hij eindigt zijn verhaal wel steeds met “de dag na mijn operatie heb ik mijn liefste leren kennen”.  Misschien zag hij nog steeds een beetje blurry?  Ik sta ook niet met een bril, ik zie er zo. . . groot uit.  Of zoiets.  Ik weet het precies niet, mijn bril is ook voelbaar op mijn neus alsof het een onnatuurlijk ding is, wat het ook is, maar het zou toch zo niet mogen voelen?  En iedereen loopt maar rond met van die grote buddy holly brillen, ik sta daar absoluut niet mee.  Ik heb gewoon een ambetante kop voor brillen.  Neen, geen bril.  Lenzen? Dat lijkt mij nu echt ook een gedoe en ik ben altijd befreakt dat zo’n lens via de achterkant van mijn oog gewoon in mijn hoofd zou gaan verdwijnen of iets anders grillig.  Neen dat kan niet, maar toch. . .  Lenzen vind ik freaky.  Als het dan toch mogelijk of haalbaar zou zijn, dan toch maar een operatie.  Maar dan word ik misschien wel blind ofzo.  Blind lijkt me nu wel minder leuk dan eruit zien alsof je een groter hoofd hebt.  Of misschien verbranden mijn oogballen wel tijdens de operatie en moet ik de rest van mijn leven met gekartelde oogballen rondlopen.  Eerst eens gaan luisteren.

’t Is maar een keer zeggen hoor

Sleep sleep, sleur sleur.  Het kan er soms zwaar aan toe gaan op zo’n colruytbezoekje.  Bij de pakken water had ik er genoeg van.  Ik besloot er geen meer te kopen en een Brita-kan aan te schaffen.  De twee-literflessen staan mij toch in de weg en ze wegen gelijk lood.  Naar verluidt bespaar je er ook mee.  Ohja, en het is ook nog goed voor het milieu, niet dat ik nu de meest groene persoon ben maar het is mooi meegenomen.  Aan de kassa vroeg ik de winkeldame hoe lang ik met zo’n filter die erbijhoort zou kunnen doen. “Lang denk ik, ik weet het niet zeker, mijn moeder heeft ook zo’n filterkan, ik kan het niet exact zeggen. . .” Ok, ik zoek het wel eens op of ik vind het wel ergens.  “Maar zo’n kan, dat moet ik niet hebben hoor, ik ben daar vies van.  Ik weet het zo niet, water dat moet toch proper zijn en zo’n kan, je moet al een grote frigo hebben omdat dat water te koelen, ik wil mijn water koud, niet lauw zoals bij mijn moeder.  Neen, ik ben daar niet op begoest op zo’n kan.  Niets voor mij, neen.”  Owwwkeiiii, so far for making a conversation. . .

wpid-DSC_0396.jpg

Ik deed tegelijkertijd ook van lazy housewife (zoals zoveel keer) en kocht een mix voor brownies.  Man man man, ze staan af te koelen maar die zullen direct eens opgepeuzeld worden.  Ik vertel er maar onbeschaamd bij dat ik meer werk heb gehad bij het opstellen van de bakvorm (die erbij zit hé mensen, dat zit er gewoonweg bij) dan bij het maken van het beslag.

wpid-DSC_0382.jpg

Buggles introduceert een limited edition van hun befaamde cornchips.  Laat ons zeggen dat buggles toch wel mijn favoriete chips zijn en zo’n limited edition dat kun je dan toch niet laten liggen hé.  Buggles peanuts.  Superlekker!  Maar als de zak leeg is heb je het precies wel gehad.  Goed voor helemaal op in één keer.  Weeral onbeschaamd.  En ik koop dan nog Brita kannen.  Hah!  Hop!  De brandstapel op zo’n vrouwen!

wpid-DSC_0395.jpg

 

De kat is weer een deel van zichzelf verloren.  Het is al de eerste keer niet dat ze zo’n stukken haar achterlaat.  Deze keer lag dit mooi aan de voordeur.  Gelukkig weet ik na 4 jaar al wat het is maar het zou toch kunnen doorgaan voor een uitgeputte rat.  Of een haarstukje voor iemand met een klein hoofdje.

wpid-DSC_0392.jpg

 

Tegelijkertijd doet Ilja van Russian roulette.  Risky business zou ik zeggen.  Marbel wordt het liefst gerust gelaten, tenzij ze zelf op je schoot springt, dan kan er een aaike vanaf.  “De poes zal je pijn doen” lijkt weinig effect te hebben.  Ervaring ook niet, want hij is er reeds twee maal in haar klauwen gevallen.  Tjah.