Page 4 of 4

boorkie-birkie-boerkie

Of we het goed stellen in ons huis?  Ja!  Vaneigens!  Maar waar ik nog het meeste van geniet is mijn vrije middag.  Die wordt niet meer gespendeerd aan deuren, muren, chambrangs, plafonds en andere ongeverfde toestanden.  Voor de eerste keer in vijf maanden ging ik vandaag nog eens een paar winkels binnen.  Ik paste zelfs enkele kleedjes, zonder resultaat, maar toch met een zalig ontspannen gevoel.  Ik hoef niet meteen iets te vinden, er zal wel nog tijd zijn om nog eens te winkelen.  Geweldig!

Wat ik wel kocht:

wpid-DSC_0335.jpg

Een appelboor.  Ik ga niet zeggen dat ik het kocht voor de naam alleen, maar ik geef toe, ik ben ertoe in staat.  Een appelboor, daar krijg je toch direct koude rillingen van.  “Wiens appel moet er hier geboord worden?”

wpid-DSC_0334.jpg

Van de boorkies naar de birkies.  Mijn schoonzuster krijgt nu koude rillingen vermoed ik.  Verpleegstersletsen!

wpid-DSC_0333.jpg

Een maf zonnehoedje voor Ilja.  Nu nog zon.  En voor hem een smallere kop, want het past niet.  Mijn hoofdomtrekinschattingsvermogen is niet zo denderend blijkbaar.  Ik geef het weg.  Aan wie???

wpid-DSC_0326.jpg

Deze rozen kreeg ik deze week van mijn schoonouders, geleverd aan de deur!  Inclusief een vaas, dus geen gefriemel met het juist snijden van de steeltjes.  Gewoon uitstallen en heel content naar zitten kijken.

wpid-DSC_0331.jpg

Hoewel we genieten van het oeverloos zappen is het helemaal niet nodig voor Ilja.  Hij zet zich in zijn stoel en kijkt naar de achterbuur die zijn gras invet.  Geen TV nodig dus.  “TRACTOR!!!!!” Wacht tot diezelfde buur zijn parapontjes uithaalt en zijn mooie gras beparapont!

wpid-DSC_0323.jpg

Deze mustiekat amuseert zich ook te pletter, marbelwentelen over onze vloer.

In tegenstelling tot de droogkast die nog steeds toertjes moet draaien, is de afwas- en de broodbakmachine zo zalig zijn werk aan het doen.  Doe maar machientjes.  Doe junder maar. . .

waaien shmaaien

Ik was al bijna drie kilometer verdergereden toen er ineens een alarmbelletje afging  “Fak, heb ik nu die doos duplo van mijn dak gehaald?”  Een vluchtige blik op de achterbank deed me ontspannen, één politiekantoor van duplo blinkte in mijn ooghoeken.  Tussen een hoop ander gerief dat nog moest verhuisd worden uiteraard.  Het zal de vermoeidheid zijn die zijn tol begint te eisen.  Het weer is er niet naar om te verhuizen.  Normaal gezien heb ik over het weer eigenlijk geen mening,  het kan me niet zoveel schelen al vind ik het wel leuk als de zon volle bak schijnt.  De laatste weken erger ik me meer en meer aan de wind, al is mij ergeren misschien een understatement.  Ik maak me eigenlijk dagelijks kwaad op de wind.  Die vieze achterbakse venijnige waaiboelwind.  Zit ik te slepen en te sleuren met verhuisdozen, dan waaien mijn autodeuren dicht nog voor ik goed en wel die achterbank leeg heb.  Wil ik mijn voordeur opendoen, balancerend met een zware doos of een moeilijk hanteerbare lamp, dan zie ik niet wat ik doe omdat mijn haar de hele tijd voor mijn ogen waait te wapperen.  En het waait dus elke dag hé! Ik heb het gehad met die wind.  Dood aan de wind.  En durf nu niet te regenen in de plaats, gij belachelijk klimaat.

the silence of the lambs/grilled horsemeat

De rimpeltjes in mijn vingertoppen na een lange warme douche doen me ontspannen.  Zo’n vingerrimpeltjes zijn er meestal als ik een productieve dag achter de rug heb en er ’s avonds hete douchestralen of een dampend bad aan te pas komt.  Mijn handen zijn ruw, droog en hoe hard ik ook frot er blijven verfresten op te vinden.  Tegelijk zijn mijn armen vermoeid.  Toch blijf ik tevreden over mijn drukke dagen.  Deze morgen ging ik al in het ochtendzonnetje lopen.  Het bleek kouder dan het eruit zag maar na 2 minuten was ik al opgewarmd.  Een klein lammetje liep wild met me mee, het blaatte door mijn oordopjes, ik had goesting om het over de draad bij me te nemen en het te kalmeren.  De lammenfluisteraar.  Na lammetjes temmen ging het over naar binnendeuren dolfijngrijzen.  Schildermoe gingen we met Ilja naar het paardje van de toekomstige buurvrouw roepen.  We wisten zijn naam niet dus riepen we gewoon “Paard!  Ei paard!”  Met de gedachte dat zo’n naamloos dier daar steengerust in is schrok ik me een accident toen het beest effectief op ons af kwam gestormd.  Dat is wat anders dan een mini-schaapje met een grote mond.  Ik dacht dat het dier zierling door de stekkerdraad ging lopen maar het bleek al geleerd.  Gelukkig maar, ik denk dat de elektrocutie van een paard aanschouwen nu niet bepaald positief is voor de nachtrust van een bijna-twee-jarige.  En het is pas morgen barbecueweer hé.

Tapeterror

* Mijn toekomstige buurman kwam me deze morgen vertellen “dat ze aan de deur zijn geweest om mijn kindje in te schrijven op school”.  We waren niet thuis.  Ah neen, want, ja duuuh.  Niet dat de toekomstige juffrouw van Ilja dat kan weten.  De gedachte alleen al dat hij volgend jaar naar school moet beklemt mijn borstkas.  Altijd opnieuw doemen de gedachten “veel te grote boekentas” en “fluohesje tot aan zijn knieën” op.  Ik mag er niet over praten van Pieter, het is nog veel te ver weg.  En ik moet ook stoppen met zo’n truntzak te zijn, hij zal helemaal niet struikelen over zijn fluohesje. (onderwerp to be continued, willens nillens lezerkens!)

* Ondertussen durven we al eens luidop over “verhuizen” spreken.  Er staat ons wel een vreselijke poetsbeurt te wachten.  Ik heb gisteren één stukje van de garage gekuist omdat we er een opbergrek gingen op placeren.  Twee keer heb ik mijn water ververst voor dat kleine stukje.  Er zijn maar drie dingen proper momenteel: de drie vensterbanken.  Mijn creatieve dametje bracht mijn gordijnen wat resulteerde in instant huiselijkheid en een beetje stress omdat we even vreesden dat ze te lang gingen zijn.  Nergens voor nodig dus!

*Ik weet eigenlijk niet of ik zo’n tipstrooimadame ben of niet.  Doe ik dat?  Zonder dat iemand erom vraagt met adviezen gaan gooien?  “Neen, niet doen!  Dat is geen erkenning bieden!” zei mijn leerkracht communicatie tijdens mijn opleiding.  Shhht, ik ben afgestudeerd, vanaf nu moet ik niet meer naar jou luisteren baasmaker!  Ik kan ook bitter weinig tips geven, want ik weet het eigenlijk zelf ook niet.  Maar vandaag maakte ik toch één “note to self”:

wpid-DSC_0276.jpg

Bespaar nooit meer op afplaktape!  Man man man, heb ik al gevloekt.  Mijn vloer plakt dus vol met restjes afgescheurde afplaktape “om mijn vloer te beschermen”.  Inderdaad, goed beschermd.  En nu maar prutsen.  Had ik geld en geen scrupules, ik betaalde iemand om dit hemeltergend werkje voor mij te doen.

De roodstaartjes door de bjèten jagen.

Tussen het steenpuin in onze toekomstige tuin vertelde ik gisteren enthousiast over het speciale vogeltje met zijn mooie rode staart.  Ik spotte het tijdens het schilderen van mijn binnendeuren eerder die week.  Mijn echtgenoot kauwde zijn pistoletje met hesp verder en zei lacherig “een roodstaartje hé”.  Toeval leek me vijf uur later in het gezicht uit te lachen want op het feestje gisterenavond belandde ik bij een ornitholoog, althans dat maakte ik ervan.  Hij wist alleszins iets van vogels.  “Het gekraagde roodstaartje” zei de ornitholoog die ook psycholoog is gedecideerd.  (Pieter had het dus niet echt bij het verkeerde eind).  Ik heb dus een gekraagd roodstaartje in mijn hof.  En van het beestje naar het feestje. . . laat ons zeggen dat het een beetje uit de hand is gelopen.  Crimineel erover zou een betere benaming zijn.  Of misschien moet ik er gewoon over zwijgen, het gebeurt maar één keer per jaar dat het zo extreem is dat de volgende dag bijna volledig aan mij voorbij gaat.  Maar het was fijn.  Over vogeltjes gepraat, en over verre reizen maken.  En iemand schatte mij 32 jaar.  Die kreeg nog weinig aanspraak de rest van de avond, tenzij commentaar op zijn inschattingsvermogen.  Er waren ook nuchtere mensen.  Ergens in de minderheid. 

roodstaartje

Mooi hé.

Dolfijngrijze gratis reclame

Als je 7 uur aan een stuk verflucht inademt begint je kopprut al eens over te koken.  Zo was ik de hele middag deurlijsten aan het schilderen.  Iets wat wij West-Vlamingen de “chambrangs” noemen.  Ik had tijd om erover na te denken, maar ik kon alleen maar bedenken dat chambrang gewoon frans is voor deurlijst.  Na googletikkerij blijkt het franse woord “chambrangle” te zijn.  Wat doet die LE daar nu weer?  In Blokken deed er ooit een kandidaat mee die in een groepje speelde dat “The Chambrangs” heette, kwestie dat The Doors al bestaan.  Ook de benaming van de nieuwe kleur speelde door mijn hoofd.  Dolfijngrijs.  Mijn chambrangs zijn sinds vandaag dolfijngrijs.  Net zoals Boudewijnpark een dolfijn dagje plezier is.  Ik heb een beetje een zwak voor leuke woorden of quotes.  Hoe fervent we ook gedegouteerd zijn van immokantoren, Century 21 heeft wel een dijk van een slogan: “We kunnen het vast goed met elkaar vinden”.  Met de Broker waar wij mee te maken hadden konden we het alleszins niet bijster goed vinden, maar dat is een ander verhaal.

Moh kijk, The Chambrangs hebben een nieuwe CD uit.  Alléé, omdat jullie een coole groepsnaam hebben, een beetje reclame. . .

the chambrangs

De gordijnen ingejaagd

Gisteren kocht ik gordijnenstof in het goorste winkeltje van heel de westhoek en omstreken.  Het draagt de bijster originele naam “Het stoffenpaleis: Cleopatra”.  Ik vermoed dat de “naai”-facebook-contacten wel zullen weten over welk winkeltje het gaat, en als ze het niet weten dan is het dringend tijd dat ze zich naar daar reppen.  Die prijzen!  Met 3 vensters van meer dan 3 meter lang kunnen die nogal vlug de hoogte inschieten, al is dat buiten een creatieve dame en een goedkoop stoffenwinkeltje gerekend.  Ter overbodige info: het creatieve dametje ben ik niet zelf.  Ik heb al een naaimachinenachtmerrie-ervaring achter de rug bij het maken van een handpop in mijn opleiding.  De pop in kwestie heeft het tot koning van de vuilbakmonsters geschopt.  Hij was zelfs te lelijk om het mormel in een poppenkastverhaal te spelen.  En mijn naaimachinewerk was gewoon degoutant, de eigenaar van Cleopatra zou zich een hartaanval schrikken bij zo’n prutswerk.  Dat hij daarmee maar wacht, hij moet nog mijn gordijnenrails van bijna 4 meter lang leveren.  Nee, naaien, laten we het erop houden dat zoiets echt totaal niets voor mij is.  Zo’n patroon is een puzzel voor me, en dat wordt dan op zo’n fisterpapier getekend, waarom scheurt dat nooit bij die coole naaisters?  Ik begrijp zo’n naaimachine ook niet.  Met dat soort gaspedaal en dan die draad die daar eigenaardig raar op staat te bengelen op dat dingetje waarvan ik denk dat het de spoel heet.  Je ziet ook niet wat je doet vind ik, die stof verdwijnt en dan krijg je dat terug, in mijn geval, schots en scheef samengepropt.  Maar chapeau voor diegenen die het wel kunnen.  Ik ben niet jaloers, maar ik denk wel dat het een geweldig amusante hobby moet zijn.  Als je stekwerk rechtloopt tenminste!