Page 100 of 117

en mariaspekken, 80.000 mariaspekken aub


Chocomelk, duplo, speculoos: Sint Maarten is gepasseerd. Hij is lange tijd uit onze leefwereld verdwenen maar sinds vorig jaar is hij er terug prominent in aanwezig, en content dat ik ben! Hij mag ook weer een rol komen spelen de komende jaren, de sint wordt keihard mijn dreigmiddel als de kamer moet opgeruimd worden (en de andere maanden van het jaar dreig ik met nonkel Jef, die gelijkt een beetje op de sint). Tegelijkertijd laait de Sinterklaas / Sint Maarten-discussie hier weer op. Zoals ieder jaar is het “wie is de coolste?” Dat dat Sint Maarten is staat eigenlijk buiten kijf maar ik ben ook wel een beetje fan van Sinterklaas. Au fond doet hij helemaal hetzelfde als Sint Maarten no mather what, de kinderen krijgen cadeau’s. Zo’n kind dat heel het jaar wroet op school, beleefd is tegen iedereen en nooit een poot uitsteekt naar een ander, dat krijgt evenveel cadeau’s als het onbeleefd etterbakje dat speekt op de grond alvorens een ander erin te duwen. Nuh, Sint-Maarten of Sinterklaas, het is hier allebei van toepassing in een gemengd West-Vlaams gezin. Toch blijf ik fan van Sint-Maarten. Ik tierde keihard “KIJK!!!! Sint Maarten passeert!” als hij met zijn huifkar door onze straat reed vorige week, Ilja werd tegen het raam geplet door zijn moeder die het niet goed kon zien. Ik kan niet wachten tot hij oud genoeg is om mee te gaan naar de kaai in Ieper om hem te verwelkomen, gewoon omdat ik zelf zo blij ben om hem te zien! En dan alles er rond, de mandarijntjes, de pic-nicjes, de sint-koeken. Man-te-paard noem ik ze tot verveling van mijn echtgenoot OMDAT HET DE VORM HEEFT VAN EEN MAN TE PAARD! ZIEJT? ZIEJT? Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit zo op en neer ga springen voor sinterklaas maar ik wil het wel faken, want hij komt ook. Sinterklaas. En hij verdient ook een enthousiaste mama en mijn zoon zal er ook schrik van hebben, maar Sint-Maarten…dat blijft mijn homeboy.

Stijgbeugels en een ponypoepe

Sinds enkele jaren is shoppen geen ontspanning meer. Terwijl ik vroeger graag en veel winkelde en daarmee gepaard ook veel miskopen deed begin ik het nu meer en meer te ontzien om een jeansbroek te vervangen. Ik draag ze dan ook tot op de draad, en als ze zo danig comfortabel zitten is het soms echt moeilijk om er één weg te doen. Als ik iets koop dan is het meestal tijdens een vluchtig winkelbezoek gecombineerd met andere boodschappen. De tijd dat ik echt nog eens ging winkelen om te winkelen, ik spreek van een jaar geleden (Maasmechelen Village…de buit: 1 trui). Na mijn bevalling heeft het ook meer dan een jaar geduurd eer ik me weer gemakkelijk voelde in een jeansbroek. Maar nu is het dus echt tijd voor een nieuwe. Ik bezit 3 exemplaren die goed aanvoelen momenteel, wat volgens mij echt te weinig is. Wetende dat ik bijna dagelijks een jeans draag staat dat gelijk met heel veel wassen. Een gewone jeansbroek vinden dit seizoen lijkt heel moeilijk, ofwel moet die paars, okergeel of petrolblauw van kleur zijn. Ik wil geen paars, okergeel of petrolblauw, ik wil jeansbroekkleur, liefst donkere jeans. En ik wil er niet teveel moeite voor doen en al zeker geen 12 exemplaren passen, na 4 pasbeurten heb ik er al genoeg van en geef ik het op. Bij het vluchtig gewinkel gisteren kwam één der winkelergernissen weer naar boven: de winkeldames….Het was vrijdagavond, akkoord, voor iedereen, ik begrijp dat. Maar met 4 dames in het midden van de winkel staan kletsen terwijl het jeansbroekenstandje één grote jeansmesthoop is, daar krijg ik dubbel de kriebels van. Ik weet ongeveer mijn maat, maar als je elke broek moet gaan vastnemen om te zien of dat hem nu effectief is, dat vind ik nogal tijdrovend en enorm enerverend. Gisteren was het nu niet het geval, maar laatst werd ik zo kleinerend aangesproken door een winkeldame. Niet te doen, er zijn niet veel mensen die me op mijn paard kunnen krijgen, maar mijn voeten zaten al danig in de stijgbeugels nadat ze oogrollend haar preekje had gegeven over “ja madamtje, daarvoor ben je veel te laat hoor, je moet eerder komen als je die maat wil!” terwijl ze haar gezwarte wenkbrauwen omhoogtrok en een tssss-geluidje maakte riep ze me nog honend na “die maat is er al laaaaang uit!” En weg was ik….al laaaaang uit de winkel. Vandaag ga ik het echt niet nog eens proberen, leve de pyjama, de laptop en www.esprit.be niemand die me bekijkt alsof ik dringend op fatcamp moet als ik om maat 33 vraag (43 in mensentaal), gratis levering en gratis retour! Olei!

Nicotine Is So Passe

In de categorie dingen waarvan ik niet wist dat ik ze nog had:

· een sleutelhanger van Kipling in de vorm van een mini-rugzakje. Ik dacht dat de mustiekat hierom zou vechten, het dingetje heeft ritsjes en een velcrostrip om het te dichten, blijkt hij er voor geen meter in geïnteresseerd. Dus als iemand graag een rugzak wil voor een dieetlunch, shout!

· Mijn schoolboeken die ineens weer bijster interessant lijken. Vooral omdat volgens Piaget het einde van de sensomotorische periode aanbreekt op de overgang van baby naar peuter. In zijn sensomotorische omgang met de dingen bereikt hij een soort logica van handelen. Dit houdt onder andere in dat de peuter causaliteit leert kennen. Volgens Piaget is het daardoor dat peuters geboeid raken door de werking van knopjes, hendeltjes of schakelaars waarbij ze een of ander effect kunnen te voorschijn toveren (Boy do I know it!). Piaget noemt die periode ook wel een copernicaanse revolutie. “Het is niet erg dat je eigenhandig het draadloos internet aflegt schatje, blame it on your copernicaanse revolutie!”

· Een niquitin pleister. Deze hielpen me jaren geleden om te stoppen met roken. Een aanrader zou ik zeggen, al voelde het soms wel vreemd aan hoe de pleister zich aan de huid nestelt. Alsof de stoffen hongerig een weg naar binnen zoeken. Destroy de goesting om te roken! Attack! Now!

· Pritt Poster Buddies. Wie vond ooit deze kauwgumlijm ooit uit? Vieze boel, meteen de vuilbak in, samen met die nicotinepleister die al 6 jaar over datum is.

· Verpakkingsdozen van gsm’s. Met de boekjes en plasticjes en alles er nog in. Wat ben ik eigenlijk, de gsmdozenverzamelaar?

In de categorie dingen waar ik zo blij mee ben dat ik ze heb:

· My Precious Potters.
· The Melancholy Death Of Oyster Boy And Other Stories

In de categorie “Fuck I’m old”

· Een Boomerang kaartje. Ik weet niet of ze nu nog bestaan, de gratis kaartjes met een leuke advertentie op de voorkant. Ze waren overal te vinden waar ik als student kwam. Over de reclame van het kaartje kan ik vooral zeggen: gow zeg! Er was een gsm te winnen die nu als fossiel zou bestempeld worden.

En dat is nog maar twee schappen van het boekenrek….oftewel vier verhuisdozen ver. To be continued.

Count your blessings week 44 – 45

    Horen dat je prijs hebt in de ballonwedstrijd. Alléé, mijn zoon toch haha, ik ben alweer zijn thunder aant stealen.


    Een leuk interview lezen in Humo. Eerlijkheid gebiedt me om te zeggen dat ik nooit Humo koop, maar soms moet je, ja soms moet je. Tegelijk laait de innerlijke discussie (mijn hersenhelften roepen al eens tegen elkaar) weer op over het feit dat ik echt geen enkel tijdschrift naar mijn goesting vind.

    Een familiemaaltijd in een hotel/restaurant waar je ‘s middags gewoon je monstertje mag te slapen leggen in een lege hotelkamer. Kan het nog gemakkelijker? (misschien een hotel/restaurant waar je zelf een middagdutje mag doen in mijn geval)

    Op het werk erin slagen om de werkende weekends voor het volgende half jaar te verdelen over alle teamleden en iedereen er één of twee extra vrij te geven. Een moeilijke puzzel zonder stukjes tekort, gelukkig maar, halfafgewerkte puzzels maken mij zenuwachtig.

    De hele week de marginale rode regenjas prijzen voor zijn diensten. Goed gedaan vestje, veel regen tegengehouden, of je nu margi bent of niet!

    Tijdens de periode van “het vallen van het blad” ontstaat er nieuw leven in de plantenboel hier thuis. Dat plantje heb ik al sinds de dag dat ik alleen ging wonen en het blijft me plezier bezorgen. Nogmaals merci Jeroen!

    Eindelijk mijn verjaardagsetagère eer aandoen! Homemade cupcakes, geslaagd dan nog! Ook de bezoekers die ze kwamen verorberen waren heel fijn!

to think inside the box

En dan is je huis verkocht en moet je je hele hebben en houwen in dozen proppen. De geschilderde potjes die we in Istanbul kochten, de ellendige koffiemachine, mijn koekiemonsterkoekjesdoos. Alles, voor een periode. Daarna moet alles weer een nieuw plekje zien te veroveren, in een nieuw huis met een keuken die voorlopig enkel op een 3D-foto bestaat. Het wordt dan weer een periode van ik heb hier ergens wel zo’n ijscrèmeschepper maar ik weet niet goed waar. Ik vermoed dat ik er eens aan ga beginnen volgende week. In plaats van op stap te gaan met de zoon zou ik beter het materiaal dat we nu toch niet gebruiken in dozen stoppen en labelen met een alcoholstift (mmm de geur van zo’n stift). Voorlopig zie ik het precies wel zitten, want bij het vullen van dozen vind ik toch telkens wel iets terug dat ik kwijt was (oeeeh, ongebruikte kleurpotloden!). Of er komt iets uit dat ik gewoonweg vergeten was dat ik het had (amaai, hier liggen nog een 1000-tal fotostickertjes!) Geweldig amusant verhuizen. Het zoeken naar de juiste propkwaliteiten kan weer opnieuw beginnen. Dat het de vierde keer is neem ik er graag bij. Eerst ging ik alleen wonen, dan gingen we samen wonen, toen kochten we dit huis en nu hebben we bij het nieuwe huis nog een dozenvuller bij. We maken het onszelf steeds moeilijker! Gelukkig verbeteren we altijd.

you didn’t get to heaven but you made it close

We wisten niet of het gepermitteerd was om hiermee te lachen, maar ik vond het alvast grappig: kerkhofkermis. Mijn chef kwam met die benaming van het herfstverlof alvast origineel uit de hoek. Hij hoorde het dan weer van een andere collega maar wist niet of hij het op zijn beurt meende of niet. Voor mij klinkt het alvast goed: kerkhofkermis. Het ligt in de sfeer van de periode, maar tegelijk hoor je er altijd wel eens over praten: hoe zie jij je begrafenis? (Gisteren werd er toevallig ook over gekletst in De Slimste Otto-Jan Ter Wereld). Het hoeft niet, maar het mag voor mij wel in de kerk zijn, ik ben ten slotte katholiek gedoopt. Ik wil wel begraven worden, laat mij zeker NIET cremeren. Soms vraag ik me wel eens af of er dan veel volk zou zijn, en of ze zouden bleiten uiteraard, zo hysterisch wenen zodat iedereen kijkt…ja, ik wil populair zijn als ik dood ben! Een mooie grafsteen is zeker aan de orde, en er moeten bloemen op staan. Kom, het mogen ook blijvende planten zijn, dat is minder werk, als het maar een beetje fleurig is. Achter de begrafenis moet er niemand kramen aan eten, laat dat maar komen van een traiteur, dan is er geen afwas (er van uitgaande dat je de borden vuil mag meegeven). En drinken hé gasten, ik wil niet dat iemand zich moet generen in de trend van “is dat nu eigenlijk wel gepast om ladderzat op een begrafenismaaltijd rond te lopen?” ja hoor, doen, en zet maar op mijn rekening! Wel zorgen voor voldoende chauffeurs zodat ik nog even alleen blijf in het hiernamaals, ik ben graag op mijn gemak.
Misschien nog een beetje inspiratie voor de muziek: (anti-coldplay-fans, gelieve u op de begrafenis te onthouden, kom dan maar restjes schooien als de traiteur alles opruimt)

Bij wie belanden mijn e-mails eigenlijk?

Als we binnenkort (haha binnenkort) verhuizen en veranderen van internetprovider moet ik me misschien wel eens een volwassen e-mailadres aanschaffen. Mijn e-mailadres is te simpel. Ik krijg wekelijks e-mail van mensen die ik niet ken. Ik spreek niet over de gewone spam, maar het zijn ‘volwaardige’ e-mails die verkeerd toekomen. In de laatste maanden was ik een deelnemer in een mailloop rond het organiseren van een Mexicaans feestje, adres en alles bekend (project X iemand?). Iedereen koos een datum en er werd wild met suggesties gegooid rond het eten (fajitas! Geroosterde hamsters misschien?…). Een beetje later was er een Duitse die naar haar vriend mailde “Ich liebe dich…blablabla”. Vorige week werd het helemaal te bont gemaakt. Een berekening van een lening voor een Hollands koppel dat een woning wou kopen. Soms doe ik de moeite om terug te mailen dat het adres fout is, vooral als ze blijven mailen met het zangkoor dat dringend moet repeteren, inclusief welke (in mijn ogen) saaie liedjes ze gingen zingen. Ik had zin om terug te mailen “boooorrrringggg, uw publiek zal zijn gat lichten jong met zo’n saaie nummers!” of “Mexicaans eten? Is dat niet passé? Jullie gaan toch niet van die belachelijke sombrero’s dragen hé?” “Ich liebe dich? Das gleicht an nichts hé, bitter wienig originiel zunne!” (in de veronderstelling dat ze mijn Liese-duits verstaan uiteraard). Wat ik wel heel erg aandoenlijk vond de laatste keer was de papa die naar zijn dochter mailde “dat hij het zo leuk vond dat ze op bezoek was gekomen” toen heb ik wel teruggemaild dat hij best eens zijn ontvanger herbekeek, wie wil nu zoiets saboteren?

intergalactic planetary

“Bewijs dat je geen robot bent”. Maar als ik dan zo’n woordverificatie moet overtikken staar ik me blind op de lettercombinaties. Ben ik dan wel een robot misschien? Ik moet altijd 2 tot 3 keer herproberen tot ik het juist heb. Error Error. Ik wil gerust iets anders doen om te tonen dat ik geen robot ben, een karrewiel draaien of een handenstand doen ofzo. Hoewel ik de laatste dagen wel een paar trekjes van een robot heb. Men geeft mij informatie, ik tracht ze in mijn hoofd te filen. Ik shut mezelf down in de zetel en beveel mezelf om te slapen en na 10 minuten tuimel ik al in het land waar de realiteit en de fictie met elkaar verweven geraken. Er gebeurt ook van tijd eens iets op autocontrol, soms bedenk ik me dat ik de afwasmachine nog moet ledigen en blijkt dat ik dat twee uur eerder al gedaan heb. Het raast nogal eens in mijn harde schijf de laatste tijd. Mijn kop maakt misschien wel zo’n irritant geluid zoals een computer die aan het updaten is. Kkkrrrrr kkkkrrrr kkrrrrr. Ik denk altijd “oh een een kind combineren met een job, dat lijkt makkelijker dan ik voordien dacht”. Dat vind ik nog steeds zo. Maar ik vergeet soms wel eens dat ik veel avonden om 21u30 al in bed lig omdat ik anders een 11-urendienst niet zonder geeuwen doorkom de dag nadien. Of dat de middagdutjes op vrije dagen meer regel dan uitzondering zijn de laatste weken. Dan zijn de mensen verwonderd dat ik keihard met mijn handen wuif als ze over een tweede kindje beginnen. Het is goed nu. We kunnen vlotjes opstarten, nu en dan eens rebooten en als we willen shutdownen dan kunnen we onszelf al in het stopcontact steken rond 20u30 ongeveer om te chargen.

The Gods Must Be Crazy!

Het moest er toch even afgewerkt worden. Al die indrukken, die nieuwe informatie. Deze keer ging ik niet gaan lopen maar nam ik trekker en dweil bijgot! Stel je voor dat ik dat telkens zou doen als mijn hoofd vol zit. In plaats van naar nulbraintelevisie te kijken of gewoon stil in de zetel voor mij uit te staren met mijn duimnagel in mijn mond, het zou hier nogal blinken. Anyway, het is mijn lucky periode dacht ik daarnet nog. Vorig weekend een etentje gewonnen, en dat terwijl we net een diner binnen hadden. Vandaag had ik ook bereveel geluk. Na het winkelen trok ik demonstratief mijn koffer open maar de comisjeszak was blijkbaar omgerold in de koffer. Dat resulteerde in een geweldig spannend tafereel waarbij de inhoud van de zak al naar buitenrolde toen de koffer nog maar 20 cm open was. Ik zag het gebeuren en duwde de koffer vliegensvlug weer toe, recht op een uitgelaten doos appelsap uiteraard. De lucky kant van het verhaal: een glazen pot tomatensaus die kon ontsnappen rolde over het trottoir maar bleef intact, alsook de geplette doos appelsap. Ik –als ongelovige- weet niet welke goden ik moet bedanken omdat die doos niet openspetterde in onze koffer. Dubbel geluk dus. Tien minuutjes later was de lucky week blijkbaar voorbij, want er viel een glazen pot sla-kruiden uit de kast waardoor ik mijn vers gekuiste keuken alweer mocht vegen, kruiden en glas, geweldig lekker geurend door elkaar. Alles terug normaal en gezellig rommelig dus!

Tales of Cutiepies and Marsupials

“En hoeveel kangoeroes zouden ze doodgedaan hebben om aan 220 mensen vlees te serveren?” vroeg ik een beetje beteuterd op de terugweg aan Pieter. Hypocriet. Voor duust. Toch flashte er vanalles door mijn hoofd toen ik het vlees trachtte te snijden. Vooral niet teveel bij stilstaan en ’t is toch al dood nu waren de overtuigers deze keer in mijn kop. Deze middag lag er nog filet de york op mijn brood, dus het is niet dat er van mijn vegetarische periode veel restletsels zijn overgebleven (alléé, 7 jaar kun je nu geen bevlieging meer noemen denk ik). Ik hoef mezelf nooit meer te overtuigen om vlees te eten. Ik smul van alles. Tot er een stuk kangoeroe op het menu staat. Ineens zie je jezelf weer zitten in de dalton terror…in Walibi. Kangoeroes hebben ook een maffe buidel waar zo’n babykangoeroetje in ligt te tukken. Zou dat dan een stukje buidel geweest zijn dat op mijn bord lag gisteren? Een babykangoeroe-bedje? Hypocriet. Voor duust. Vlug gegoogle leert me trouwens dat de mannetjes geen buidel hebben. Misschien had ik wel een papa-kangoeroe op mijn vork. Ohja, kangoeroes zitten ook in dezelfde familie als de wombats. En laat een wombat nu net één van mijn favoriete cutiepiedieren zijn. Eerlijk gezegd hoorde ik pas voor de eerste keer van een wombat toen ik de muziek van de gelijknamige muziekgroep leerde kennen. Beide –dier en groep- werden meteen in mijn hart gesloten. De wombats kunnen niets verkeerd doen in mijn ogen. En zo leer je nog iets bij. Uit je bord.