Page 102 of 117

I told the witch doctor I was in love with you

Vorig jaar rondde ik mijn opleiding orthopedagogie af na een redelijk intensieve periode met veel gezucht en geklaag en vooral veel te veel typwerk.  Ondertussen is er anderhalf jaar gepasseerd en het kriebelt soms al weer eens om aan iets nieuw te beginnen.  In orthopedagogie heb ik zo’n 31238 keren moeten reflecteren over mijn handelen, mijn eigen ideeën, kortom over jezelf leuteren (een beetje zoals hier op de blog, maar dan voor punten).  Dat is zo in een sociale sector-richting vrees ik.  Niet dat ik mezelf een sociaal persoon vind.  Asociaal ben ik ook niet denk ik.  Ik ben meer het type van love me and i’ll love you back.  Enfin, het kriebelde dus om weer eens aan een cursus te beginnen en daarnet had ik het gevonden.  Of ik dacht het toch. “Hoe sta ik in relatie met mezelf en met anderen?”  Hoe sta je in een relatie, wat is je inbreng, hoe reageer je op de ander en hoe kun je op een bewuste manier omgaan met relaties?  We kijken naar aantrekkingspolen en valkuilen binnen een relatie.  Dat lijkt me interessante materie dacht ik kauwend op een stuutje met geleie.  Tot ik verderlas….We staan stil bij hoe we door middel van bewuste aandacht relaties (anders) kunnen beleven.  Verschillende technieken.  En nu komt het….aardingsoefeningen, beweging, meditatie, dans, praatronde….Ik verslikte me bijna.  Holy crap NEEN, echt niet, echt niet!  Mediteren en dan van die vreemde vloeroefeningen gaan doen om te weten wat ik verkeerd zeg tegen mijn partner of vrienden.  Of tegen een hoop vreemden gaan “praten over jezelf”.  Neen, ik dacht het niet.  In de opleiding ortho hadden we ooit twee dagen opleiding “water en vuur” (of was het aarde en vuur? Het is mij gelijk, ze hadden het beter kak en vuur genoemd).  Daar moesten we tijdens sommige van die horroroefeningen onze hand opsteken en roepen: “Stop! Dit wil ik niet!” En ja, je moest het dan nog menen ook, wat resulteerde in de slappe lach, onder u voeten krijgen omdat je niet serieus bent en nog meer de slappe lach krijgen.  Ik was blij dat ik bij de tweede sessie zwanger mocht zijn om van die dwaze heksenoefeningen af te zijn. Oh ja:  Draag losse kledij, breng warme sokken en een flesje water mee.  Fantastisch, zo kan ik mezelf verdrinken in comfy outfit nadat ik mijn chakra’s gekuist heb.

de kinderhand is gauw gevuld

In tijden van apps en fisherprice-speelgoed waar je een iPhone in kunt stoppen “zodat je baby de moderne technologie kan leren kennen” kan ik alleen maar juichen om zoiets als een ballonwedstrijd.  Op de kermis stuur je een ballon met een kaartje de hoogte in en hoopt dat een vinder het kaartje terugstuurt.  Zo simpel, zo cool.  Ballonnen kunnen ver vliegen, apps kunnen ook veel, maar het gevoel van een ballon los laten, niet wetende of iemand hem daadwerkelijk zal vinden of tegenkomen…dat is toch iets speciaal in zijn eenvoud.  En het feit dat iemand de moeite doet om het kaartje op de post te doen, moet toch ergens betekenen dat die vinder even enthousiast is als de loslater van de ballon!  Ja, een ballon, voor mij is dat instant happiness!

Mannen hebben het zo moeilijk…

“Waarom? Is het niet mooi misschien?” Klets!  Rechtdoor!  Een echte vrouwenopmerking zoals je ze uit de boekjes kunt plukken.  Terwijl mijn lief lief gewoon informeert of mijn haar nog steeds blinkt van gisteren.  Ik vermoed/hoop dat hij het zal bevestigen dat ik niet echt zo’n vrouw ben waarbij je moet wikken en wegen wat je zegt tenzij je schrik hebt om van antwoord gediend te zijn.  Maar soms sluipt er wel eens zo’n “vindegijmijngatniettedikindezerok”-opmerking in onze gesprekken.  Dat moet een immens dilemma zijn.  Want het moment dat ik zoiets vraag is het omdat ik eigenlijk voor mezelf al heb uitgemaakt dat mijn gat te dik is in die rok.  Ik wil dat gewoon nog eens bevestigd hebben van een ander.  Wat is dan eigenlijk het juiste antwoord?  Een “ja” is zo precies not done, een “neen” geloof ik gewoon niet.  Door de jaren is de vocabulaire dan ook afgestemd op elkaar in die trend van “het flatteert je niet” of “je ziet er beter uit met dat andere kleedje”.  Maar toen hij gisteren “jij bent altijd mooi” antwoordde op mijn bitchy-opmerking kreeg ik gewoon een koekje van eigen deeg.  Jij wijvenpraat?  Ik mannenantwoorden.  Nèh!

…als de regen eens prachtig doorklettert…

“Ik ken u precies” Hmmm ik u niet, this is awkward. “Ah nu weet ik het, het is van facebook” hahaha en hihihi, grappig en zo’n dingen, godver zeg, toch ook eigenaardig.  Twee keer kreeg ik zo’n situatie gisterenavond.  “En wat is het adres van uw blog, ik ga daar wel eens gaan loeren” en “Schrijf jij ook?”  Neen neen, helemaal niet, ik schrijf niet.  Ik leuter alleen maar een beetje op internet.  Niet eens op een betalende site.  Met een betalende site bedoel ik ook niet wat je denkt, niet alle blogs zijn gratis….voor de mooiste designs moet je uiteraard betalen.  De mooiste zijn natuurlijk ook de kostelijkste.  Het is met alles zo bij mij.  Ik grijp altijd naar het duurste om het dan vliegensvlug terug te hangen nadat ik het prijskaartje zag.  Ooit zag ik in Londen een prachtig kleed, nooit gezien dat we in de vitrine van Vivienne Westwood stonden te kwijlen.  “Ow, 8600 euro, jammer dat ik krap zit deze maand”.  Ik was wel de grootste streber gisteren met vijf boeken om te signeren.  De persoon die voor me stond dacht waarschijnlijk “territorium bewaken zodat ze niet voorkruipt”, die achter me voelde ik “damn” denken.  Kon mij niet zoveel schelen, het was mijn broer die zat te signeren.  Zoiets maak je niet elke dag mee.  En nu is de vraag…wanneer begin ik aan “het” boek.  Het ligt hier achter me, die aanwezigheid prikt me in de rug….

Waar is hij? Achter het behang.

Een kind, dat kan al eens lastig zijn.  Je hoeft geen pedagoog te zijn om dat te weten.  Een kind weent, jengelt, trunt, maakt zich kwaad.  Net zoals wij.  Daar kun je al eens tende van komen, en vooral bij de befaamde groeispurten (waar ik wel degelijk in geloof) kunnen het al eens lange dagen zijn met zo’n bleitzak in huis.  Maar soms heb ik het gevoel dat je zoiets niet mag benoemen.  “Maar dat ventje kan daar niet aan doen, alléé noem dat toch geen bleitzak”.  Hij is al de hele dag aan het bleiten, dus is het vandaag wel een bleitzak, nèh!  Soms ben ik stiekem blij dat hij in zijn bedje ligt na zo’n hangdag.  Meteen na die gedachte voel ik me al schuldig dat ik zoiets denk, hell, ik voel me nu al schuldig dat ik het neertyp.  En pas op, ik klaag onterecht hé, ik weet dat maar al te goed.  Die van ons is dan nog een hele braven, behalve op zo’n jengeldagje bleit hij weinig tot heel weinig.  Als hij ’s nachts wakker wordt van de koorts weent hij niet maar vertelt hij stilletjes verhaaltjes in bed waarna hij na een beetje koortsremmer weer mooi doorslaapt.  Maar die jengeldagjes die kruipen al eens in de kleren.  Al is dat rap vergeten als hij giert van het lachen bij het samen schommelen, als hij uit het niets de slappe lach krijgt aan tafel met zijn mond vol chocostuutje.  Ik kan er weer helemaal tegen als hij zijn speelgoedgsm neemt, hem aan zijn oor houdt en een afspraakje brabbelt met zijn denkbeeldige gesprekspartner.  En al zeker als hij zo übercute eendjes “vist” op de kermis

До́брый день Vladimir!

Bij de autokeuring is het juist hetzelfde als bij de supermarkt.  Je hebt altijd het gevoel dat je de verkeerde lijn hebt gekozen.  Als de auto die 10 minuten eerder naast je stond ineens twee plaatsen vooruit rijdt kun je toch niet anders of een keer binnensmonds godveren.  Aangezien ik toch dikwijls overdag thuis ben, is naar de keuring gaan één van mijn jaarlijkse taakjes geworden.  Vorig jaar ging ik met onze twee wagens en nog eens met die van mijn grootmoeder.  En iedere keer was hij daar.  De Vladimir Poetin-look-a-like.  Zou iemand hem al ooit gezegd hebben dat hij op een Russische leider gelijkt?  Ik ben waarschijnlijk de enige die vindt dat hij op Poetin gelijkt, bijna iedereen die ik ken gaat naar dat keuringsstation en nooit reageert er iemand “ahja inderdaad” als ik dat vertel.  (Wat op zich een beetje lame is voor mij, gelukkig kan ik hier nog mijn ei kwijt.)  Gisteren was hij er uiteraard weer.  Ik had goesting om een foto te nemen, niet dat zoiets ooit gepermitteerd is, maar ik weet nu niet of die man het een compliment zou vinden om met Poetin vergeleken te worden.  Zo gaat mijn veel te lange wachttijd voorbij in de autokeuring.  En met naar Ilja’s tutje zoeken dat hij keihard onder de autobrug mikte toen die alweer beneden stond uiteraard.  “Kan dat nog een keer omhoog alsjeblieft?” tandenbloot!

en “een thuiskomertje”, hoe mooi is dat woord niet?

Er gebeurt vanalles deze periode.  In het weekend werken en huizentoestanden en zo’n dingen.  Toch was er nog tijd over om belachelijke bedenkingen te maken…

Soms krijg ik echt de kriebels.  Vooral als ik mijn zoon in een mousseballetje zie bijten.  Daar reageert mijn lichaam fysiek op door een eigenaardig gevoel in mijn mond te veroorzaken.  Iets met veel speeksel aanmaken ofzoiets.  Het is moeilijk om het te beschrijven.

Ik zie regelmatig foto’s verschijnen van professionele fotoshoots bij echte fotografen.  Je ziet aan de foto dat daar werk in gestoken is en dat de belichtingen supermooi zijn.  En dan zie je in de hoek een copyright logo met de naam van de fotograaf….iets wat het hele beeld matig verkakt eigenlijk.

Op een gegeven moment gaf de weegschaal minder dan ooit aan deze week.  Laat ons zeggen, minder dan ooit de laatste twee jaar.  En dat na twee weken smoefelvakantie, hoe is het mogelijk.  Ik dacht dat ik me blijer ging voelen bij dat weegmoment maar ’s avonds bleek ik volgens mijn weegschaal 2,8kg zwaarder dan ’s morgens.  Zou ik moeten investeren in een nieuwe weegschaal of is zoiets effectief mogelijk?  Deze morgen was het echter terug het lagere gewicht…

Zou het te vroeg zijn om al uit te kijken naar een nieuwe keuken?  De gedachte dat ik over al die kastjes volledig zelf ga moeten beslissen vind ik wel een verantwoordelijkheid.  Tenslotte is het een belangrijke keuze en een grote misser kan voor veel frustraties zorgen.  Zo moet ik al zeker rekening houden met onze grootte.  Twee grote mensen vragen misschien een hoger keukenblad?

Het blijft een vreemde gewaarwording dat veel mensen zich meteen verontschuldigen nadat ze zeggen “amaai, het is heel de papa hé”.  Met ‘het’ bedoelen ze Ilja, die een jongen is, ik denk wel dat je dat kunt zien aan hem.  Net zoals je kunt zien dat Pieter zijn vader is blijkbaar.  Ik snap echter niet waarom mensen meteen verontschuldigend trachten te zeggen  “maar hij gelijkt ook op jou hoor” terwijl het gespogen Pieter is.  Mij kan het weinig schelen, ik heb hem 9 maanden in mij gedragen, als ik niet weet dat hij van mij is dan moet ik wel helemaal koekoek in het hoofd geweest zijn na die epidurale.

En als dat blijft zo doorgaan met die platte banden, dan neem ik binnenkort een abonnement in de garage.  Vijf herstellingen en de volgende is gratis.  Wie laat er nu ook dikke planken slingeren op de expressweg?

magnums en een beetje triestigheid

Eén magnum gratis bij aankoop van 6 flessen.  Reclame voor Colruyt in mijn inbox zojuist..  En of het mijn aandacht trekt.  Een magnum?  Een witte of nee, één met nootjes graag. 

Na de reportage in Iedereen Beroemd (oftewel Man Bijt Hond 2.0) over Carolus die zijn eerste dag in het rusthuis beleefde kon ik een beetje tristesse niet tegenhouden.  Eerst moest ik aan vroeger denken want Carolus is een naam die ik enkel van Het Liegebeest ken.  Carolus en Dries de poortwachters waren dat dacht ik?  Carolus in het rusthuis zag er echter nogal kwiek en content uit.  Nadat hij geskyped had met zijn Waalse vriend en zijn kamer toonde via internet moest hij zelf zijn slab aandoen om te eten.  Ik weet het zo niet met rusthuizen, soms denk ik, best dat ze bestaan, best dat verzorgers de bejaarden kunnen begeleiden.  Andere keren denk ik: laat me daar nooit of te nimmer naartoe gaan.  Kill me now, take a sharp object and slice it down my throat (schaamteloos gestolen uit een tv-serie deze quote).  De hele dag in dat gebouw, als je geluk hebt een telefoontje van je zoon, op zondag frietjes met gemalen biefstuk en daarna koffie met gesopte taart.  Of zie ik het beter zo: chillen met de homies van in het geburchte, kaartje leggen, beetje zappen op uw kamer, boekje lezen, wandelingetje over het grasplein.  Als het regent lachen met de voorbijgangers die zeiknat worden en bijna uitglijden, loeren naar knappe verpleegsters in Carolus’ geval.  Hopelijk wordt Carolus gelukkig.  En hopelijk zijn er in zijn rusthuis wèl magnums met nootjes te vinden, want die met de nootjes zijn toch de beste?

Je vloekt dat je huiskat/echtgenoot niet thuis is

In de strijd hou-het-huis-netjes versus ga-in-de-zetel-naar-een-dvd-kijken staat het voorlopig 3-0 voor actie 1.  Daarnet voor de derde keer deze week de keuken geveegd waardoor het extra duidelijk was dat er zich een spin schuilhield onder de deur van de afwasmachine.  Geen “simpele” hooiwagen, neen we spreken over een zwarte vetzak met van die creepy geplooide poten.  De tactiek die ik al jaren aanhoud als het op spinnen beoordelen komt is de volgende:  je kijkt ernaar….leeft ze nog?  Je weet het niet.  Je probeert ze te vergeten.  Dat lukt niet zo supergoed.  Een uur (of een kwartier) later kijk je er nog eens naar, zit ze daar nog of is ze verkropen?  Ze zit daar voorlopig nog.  Ertegen gaan tikken is geen optie, want als ze dan begint te verkruipen dan schiet je misschien tierend achteruit, land je op de kinderstoel, breek je een heup, kan je niet meer recht en dan komt ze over je gekropen om te komen kijken of jij nog leeft.  En dan lig je daar, met een gebroken heup en een spin op je voorhoofd.  Misschien toch één voordeel aan het ertegentikken-plan: dan weet je dat ze nog leeft.

Housewife for sale

Tijdens onze huizenjacht kon ik de binnenkant van de huizen catalogeren onder “erg”,  “derover” en “gert, ik moet bijna overgeven”.  De aangename, nette huizen kan ik op één hand tellen (ja Sylvie, dat van jullie was er één van, hihi).  Het is geen groot geheim dat ik zelf nooit een prijs zal winnen in de categorie “Beste Huisvrouw”, in ons huis wordt geleefd.  Je kunt er misschien wel een stapel kranten tegenkomen en sommige stukken speelgoed zijn vermist.  Zo huizeniert de boer uit de speelgoedboerderij helemaal achteraan onder de zetel ergens.  Maar volle asbakken in elke kamer, dode vissen in een bokaal, yoghurt waarvan de dekseltjes bol staan, dat ga je hier toch echt niet vinden!  Nu ons huis te koop staat blijk ik ineens een opruimwonder te zijn.  En netjes dat het hier is, (behalve in het rommelkot, dat is en blijft een rommelkot).  Neen, niet ik-ga-dat-rap-wegmoefelen-netjes.  Geen speedopruimtactieken zodat het toonbaar is.  Alle geplooide was in de kleerkast, de afwas in de afwasmachine, de tijdschriften netjes op een stapeltje, speelgoed in de speelgoedbak….misschien word ik in ons nieuwe huis wel zo’n vrouw waarbij je op elk moment van de dag mag binnenvallen, waar het altijd spic en span is!  Jaja, zo word ik zeker…en een stressloos kookwonder….dat zeker.