“Lezen dat is zo mijn ding niet, ik doe dat eigenlijk niet graag”.
“Ik kan mij zo niet neerzetten om een boek te lezen als er nog andere dingen op mij zitten te wachten”,
“Ik vind nooit een boek dat ik graag lees“.
“Of toch: zo een boek over haken of naaien, ja dat wel”.
Jammer toch hé als mensen niet geboeid kunnen geraken door een boek. Er zijn er miljarden! Niet ééntje dat je kan boeien. Of je krijgt net dat ene boeiende boek niet in handen, het ligt daaraan. Ik las bij Lilith enkele boekentips. Enkele bij de zoveel boekentips die ik nog moet opvolgen. Ik weet niet aan welk boek eerst beginnen, er liggen er op mijn nachtkastje, op de livingtafel, in mijn boekenkast, in de bibliotheek, in het hoofd van de schrijvers die ik graag lees. Ik denk altijd pretentieus: “Als je niet graag leest, dan heb je nooit het goeie startboek gevonden om te leren houden van lezen.” Een boek hoeft helemaal geen literair hoogstandje te zijn om ok te zijn. Als het vlot leest, als het verhaal je meesleept en als je denkt bij jezelf overdag “hoe zou het met mijn hoofdpersonage verlopen vanavond?” Dan is het boek voor mij geslaagd. Je ziet: ik ben nog geen zindelijke hé.
Enkele boeken die volgens mij goeie “startboeken” zijn om te leren houden van boeken:
Voor kinderen vanaf rond 9 jaar:
“Daantje De Wereldkampioen” van Roald Dahl
Specifiek voor meisjes: De volledige reeks van De Babysittersclub.
Voor kinderen vanaf rond 11 jaar:
“Het Duivelskind” van Kolet Janssen
Voor tieners vanaf rond 13 jaar:
“Duet Met Valse Noten” van Bart Moeyaert
Omdat de Harry Potter-reeks nog niet bestond toen ik jonger was heb ik hem pas op latere leeftijd gelezen, toch vind ik dit goeie boeken om als kind van boeken te leren houden. Ook als volwassene kunnen ze je meesleuren. Zo was ik soms echt bang van Voldemort. (en dan nog steeds niet weten vanwaar die nachtmerries komen).
Ik heb dan een hele tijd niet meer gelezen – mijn verloren jaren noem ik ze – omdat, ja waarom eigenlijk? Ik vind nu ook altijd tijd om te lezen, meestal het laatste half uurtje voor ik mijn ogen dicht doe (als die al niet zijn dichtgevallen voor de televisie). Ik doe er dan ook soms ellenlang over om een boek uit te krijgen, gelukkig zijn de bibliotheekboetes niet te hoog de eerste maand.
Als volwassen startende lezer zou ik volgende boeken aanraden:
– “Dit boek redt je leven” A.M. Homes
-“Joe Speedboot” Tommy Wieringa
-“Komt een vrouw bij de dokter” Kluun
-“Ten zuiden van de grens” Haruki Murakami
-“De eenzaamheid van de priemgetallen” Paolo Giordano
Deze boeken lezen vlot, zijn ideaal als vakantielectuur, slepen je mee, zijn niet te zwaar en zijn niet te dik. Want een dik boek, dat heeft weinig voordelen. Elke boekenmaker zou dit moeten weten. Een lompe klomp, ook al is die nog zo goed, dat leest niet gemakkelijk. Zeker niet als je een bedlezer bent als ik. Dus Donna Tartt: niet aan beginnen als je nog nooit een boek hebt gelezen (en niet alleen omdat je er iemand de kop mee kan inslaan). Carlos Ruiz Zafon kan er ook goed weg mee, maar voor hem maak ik graag een uitzondering, ook al vervloek ik hem telkens ik de zwaarste kant van het boek bijna in mijn wezen krijg als ik in bed probeer een blad om te draaien. Murakami heeft dat goed begrepen en maakte van zijn superwerk “1Q84” een trilogie. Dat elk boek dan nog bijna 500 pagina’s bevat, dat kan er nog mee door. Dat ik er bijna een jaar over gedaan heb om het uit te lezen, dat is er misschien over, maar het was tijdens ons verbouwingsjaar. En zo heeft alles een reden. Maar er is geen geldige reden om nooit te lezen. Echt niet.