Page 96 of 118

Het onhandige kotsende meisje

Er zijn zo van die dingen die evident geworden zijn in de laatste jaren.  Ik laat materiaal vallen.  Ik mors met dingen.  Ik stoot me ergens tegenaan.  Dat is standaard dagelijkse kost bij mij.  Het helpt als je je erbij neerlegt, best niet letterlijk want scherven brengen misschien geluk, je wil ze niet bepaald vereeuwigen in je kaakbeen.  Maar de laatste tijd komt er al eens iets nieuw bij.  Zo heb ik het laatste jaar meer en meer last van autoziekte.  Wreed elegant is dat nu niet bepaald, en dat naast mijn aangeboren lompheid, ik maak het niet meer goed met een stel hakken. De eerste keer dat ik dit reisongemak voorhad kwam ik lijkbleek toe bij onze afspraak en na een blikje cola en net niet op het vloerkleed kotsen, ging het voorbij.  Daarna is het heel lang niet meer voorgevallen.  Maar recentelijk komt het soms wel eens op als ik als passagier meerijd en niet weet waar de locatie zich juist bevindt.  Vreemd genoeg, als mijn chauffeur het ook niet weet dan word ik niet wagenziek, maar als de chauffeur (de immer beklaagde Pieter dus meestal) het wel weet zijn en dus vlotjes doorrijdt dan heb ik het soms zweten.  Letterlijk.  Onvoorspelbare bochten, en telkens in mezelf denkend dat we er bijna zijn terwijl het zo nog niet is, dan kan het wel eens prijs zijn.  Mijn maag begint te keren en ik zucht gelijk een bomma die een kwartier te vroeg op haar bus staat te wachten.  Mijn concentratie gaat er ook helemaal op achteruit en alles wat in die misselijkheid wordt gezegd is verloren info.  Gemakkelijk om uw foutjes achteraf in af te schuiven.  “Had jij mij dat gezegd?  Ik weet van niets.. . .Oh, maar ik was waarschijnlijk wagenziek toen, je weet dat je me dan geen belangrijke info moet geven.”  Daarna ga ik nog eens ostentatief een braakneigingske onderdrukken en wat zweet van mijn voorhoofd vegen.  Quite the actress me.

rule n°1: het laken niet scheuren!

“Als we hier lang bezig blijven met die groene bal in de goal trachten te mikken, dan kunnen we misschien ineens van hieruit vertrekken naar die paaseierenraap morgenochtend.”  Ik, tegen mijn Pieter, twee amateurs in het snooker.  Snooker is een sport.  Zoals Astrid On Wonderboat vrijdagavond duidelijk maakte dat vissen wel degelijk een sport is, zo is snooker ook een sport.  Duizendhonderdachtenveertig keer rond die tafel trappelen, balanceren op één been en tegelijkertijd met twee stokken manoeuvreren om dan net naast het doel te mikken.  De stok met de pinnekes op, die als hulpstuk dient om beter aan een bal te geraken, heet “The Rest”.  Cool hé, The Rest.  “Pass me The Rest, man. . .”  Fysiek is het niet te onderschatten, maar je moet er verdikke ook goed bij nadenken, uw radarkes draaien overtoeren zou Alain Van Dam zeggen.  (Of het klinkt toch als iets dat Alain Van Dam zou zeggen, gow.)  Ook een beetje meetkundig inzicht miskomt niet.  Laat dat laatste nu niet echt mijn sterkste kant zijn.  Ik moet zelfs mijn rekenmachine uithalen als ik de oppervlakte van iets wil berekenen, en als ik 6 dl melk nodig heb in een baksel dan moet ik mij eerst afvragen of ik ga toekomen met een liter.  Voor wie zich afvraagt op de schoolbanken waarom je in hemelsnaam ooit meetkunde voor iets zult nodig hebben: om later uw echtgenoot of uw vader tijdens snooker te verslaan.  Met uw Rest.

rollercoaster of life!

Er is ondertussen al bijna een jaar gepasseerd sinds ik dit schreef.  Ondertussen zijn we binnenkort aan verhuis 4 gekomen en lijkt de tijd volledig aan ons voorbij te razen.  Het moet gezegd zijn dat mijn liefste lief de organisatie van de volledige verbouwing inclusief de problemen (gelukkig bitter weinig), de financiële aspecten (jammergenoeg bitter veel) en alle rompslomp die erbijkomt op zich heeft genomen.  Ondertussen bleef hij gemiddeld 4/5e werken op zijn gewoon werk.  Ik nam vooral het verhuisgeregel, het opkuiswerk in het huis en in de papierboel op mij, tegelijkertijd met de hoofdzorg voor Ilja.  In het jaar dat bijna voorbij is werd hij rechercheur, veranderde ik van dienst, werd Ilja één jaar, kochten we een huis, verkochten we een huis, trokken we in bij mijn ouders en verbouwden ondertussen onze nieuwe woning.  Allemaal alsof het de dag van gisteren is.  Ik weet niet of hij beseft hoeveel hij het voorbije jaar gedaan heeft voor ons en onze toekomst.  Hmm, die echtgenoot van me, hij kan er precies wel wat van.  Het blijft ook leuk samenzijn, ook als de befaamde 7 year itch naderbij komt.  En ja, ook wij maken ruzie.  Gelukkig zijn we beiden niet koppig en passeert het na een goed gesprek.  Elke relatie heeft zijn scherpe kantjes, je leeft tenslotte met z’n twee in een eenheid.  Elk op zijn beurt heeft de ander wel eens gelijk en we zijn beide wel eens in fout.  Het hoeft voor mij ook niet perfect te zijn, perfectie bestaat trouwens niet.  Na 7 jaar voelt het standvastiger dan ooit, maar zoals Leonard Cohen het zo mooi verwoordt: “There is a crack in everything, that’s how the light gets in”, er zit ook bij ons regelmatig een humpdiedumptie in onze route.  Fijn, want dat houdt het interessant.

Dirty mutant slow turtles

Er verscheen net een schildpad in het nieuwsoverzicht van facebook.  Juk.  Van schildpadden krijg ik een draaierig gevoel in mijn maag.  Schildpadden en nekhaar bij mannen.  “Maar de vorige keer waren het nog cavia’s” zal de aandachtige volger opmerken.  Inderdaad, maar van cavia’s draait mijn maag niet.  Cavia’s zijn gewoon kakdieren die ze moeten laten uitsterven onder het motto “nutteloos voor de dierenwereld”.  Maar schildpadden.  Met hun vies slijm, hun kromme poten en hun venijnige kop.  Naar het schijnt bijten die ook als ze zich bedreigd voelen.  Dat er maar nooit een schildpad komt happen of hij belandt onder mijn schoenzool.  De zool van mijn vuile schoenen uiteraard, ik maak er geen botje aan vuil aan die vieze beesten.  “en wat ga je doen als je zoon later om een schildpad of een cavia komt vragen?”  No son of mine will vraag me for a cavia!  *vinger in de lucht*strengeblik* I take care of that wi moat!

en check vooral mijn nieuwe brievenbus – checkt da maat, checkt da!

Ze keken nogal meewarig naar me toen ik aan ons huis toekwam om mijn nieuwe ramen in opbouw te gaan inspecteren.  “Ik ben . . . de baas hier” was het enige dat ik kon uitvinden om hun onderzoekende blikken te beantwoorden.  We schoten alledrie uit in een lach en moesten er grote pinten bij betrokken zijn, we sloegen ze ogenflikkend tegen elkaar “Santé matey!” (daarna zou ik stiekem het schuim aan mijn broek trachten af te vegen).  De effectieve baas –degene die me de factuur zal voorschotelen dus- die had me gezegd dat ze in feite geen voordeursleutel nodig hadden om te beginnen.  “Een koevoetje eronder en we zijn meteen vertrokken!”  Ik had er niet bij stilgestaan de laatste keer dat ik Marbel ging eten geven, de sleutel mag de vuilnisbak in, er zit een nieuwe voordeur in ons huis.  Net als een nieuwe vloer, een nieuwe keuken, een nieuwe poort, nieuwe elektriciteit, nieuwe verwarming en binnenkort een nieuwe badkamer en rond om rond nieuwe ramen.  Als je erbij stilstaat. . . op 27 december werd onze akte getekend. . . we zijn nog geen drie maanden verder en het einde van de verbouwing komt al in zicht.  Het gaat razendsnel!  Binnenkort kan ik beginnen aan het inplannen van al die bedankingsetentjes. . . we zijn zoet voor een jaar denk ik!

Duud en duud en duud

Misschien hebben ze mij gewoon niet graag.  Ik kan dat begrijpen, ik heb ook niet iedereen even graag.  Maar om er nu zo triestig bij te gaan staan, het moet al een serieuze afkeer zijn.  Het mag niet baten, ik kocht nochtans speciale orchideeënmest, ik volgde de instructies van de bloemist op, ik sneed ze af onder het botje zoals men mij zegt en ik zet ze mooi met hun poepe in het water. . Zonder avance. . .dood en dood en dood.

februari2013deel3 128

En je moet weten dat ik –in het geval van planten- niets liever zie dan een mooie orchidee.  Ik koop er bijna jaarlijks een nieuwe en telkens is dat uitgebloeid na een jaar.  Als ik dan mijn moeders’ exemplaartjes jaar na jaar opnieuw zie bloeien dan word ik toch een beetje orchideetriestig.  Waarom daar wel en bij mij niet? Kijk ze bloeien:

februari2013deel3 129

Haar orchideeën komen jaarlijks hun nieuwe kopjes tonen, je hoort ze bijna roepen “Kijk naar mij, ik ben terug!”.  Zou daar eigenlijk een verschil in zijn, want voor de één betaal je stukken meer dan voor de andere.  Vreemd genoeg is de enige orchidee die ooit herbloeide bij mij ééntje van de Aldi geweest.  De anderen lieten hun kostelijke blaadjes vallen.  Wat rest is een dorre uitgedroogde takkenboel die me een jaar lang staat uit te lachen.  Je moet weten dat ze dan als een nestje prinsesjes gesoigneerd worden.  Eten, drinken, aanmoedigingen.

Neen. . . dood, dood, dood.  Ewel hé strontorchideeën: Ik heb jullie ook niet meer graag!

 

Are you in, Rose?

Tommy wist niet wat dat was, een muzikaal pak.  Niet dat ik Tommy wekelijks hoor of zie, nooit veel eigenlijk, maar hij is mijn instagramvriendje.  Naast facebook is nu ook instagram een bron van alle weet.  Ik vond het verwondelijk dat er iemand is die niet weet wat een muzikaal pak is.  Maar ik ga er wel eens meer van uit dat de dingen die ik als kind meemaakte ook in andere kinderlevens gebeurden.  Zoals met drie studiejaren in één klaslokaal les krijgen.  Het 1e, 2e en 3e leerjaar zat in één lokaal en het 4e, 5e en 6e leerjaar zat samen.  Dan vormden we tenminste een groep.  Een groep van 11 op een gegeven tijdstip.  Ik zat in mijn leerjaar met 4.  Laatst hoorde ik iemand zijn twijfels uiten over het feit dat zijn dochter in zo’n graadsklas zou terechtkomen.  Wij hebben nooit anders geweten, en het is redelijk in orde gekomen met mij en mijn voormalige klasvriendjes, alléé, volgens facebook toch, en facebook weet alles.  Maar een muzikaal pak, dat zou toch echt weer geïntroduceerd moeten worden op feestjes.  Geblinddoekt elkaars’ tanden poetsen, een lange zin doorfluisteren om dan te horen wat er op het einde van de rit van gekomen is.  Of kaartje zuigen en doorgeven aan je buur die ineens veel jeuk aan zijn rug had en het kaartje talmend ontving waardoor je bijna flauwviel van het acute zuurstoftekort.  Ik zal er maar ineens nog een belachelijke kinderanekdote bijgooien.  Op mijn eigen verjaardag (ter info: 24 augustus, voor wie mij kaartjes of cadeautjes wil zenden) deed ik met mijn vriendinnetje ook muzikaal pak.  Met z’n twee.  I kid you not!  Mijn broer deed de muziek en wij gooiden het pak naar elkaar.  Sommige spelletjes konden we niet spelen omdat we met te weinig waren (met twee is in feite echt wel het minimum om muzikaal pak te doen), maar het was altijd een hele middag leute maken en er was snoep aan het einde van het spel.  Binnen enkele jaren zijn onze kinderen oud genoeg om muzikaal pak te spelen.  Tot ze erbij neervallen, muzikaal pak, elke keer opnieuw!

pimpampoentjes en prettige keukenvooruitzichten

“Ga je bloggen?” vraagt Pieter. Ik moet blijkbaar blogmanieren getoond hebben ook al was ik niet echt van plan om te bloggen, want mijn hoofd doet pijn. Ik vermoed dat de chouffe van deze middag er iets mee te maken heeft.  Toch blijft het wederom razen en malen daarbinnen.

Over hoe mijn keuken er morgen komt.

Dat de volledig keuken in dozen is terug te vinden en dat ik vermoedelijk weer een tripje richting containerpark ga mogen doen als ik zie hoe groot die verpakkingen zijn.

Dat ik er alweer geweldig naar uit kijk om afgesnauwd te worden. Oh yeah, bring it on.

Dat ik lieveheersbeestjes echt vies vind. Vreemd want ze zien er eigenlijk wel lief uit, toch vind ik ze vies. En ik heb het dan nog vooral over degene met een zwart schild en rode stippen. Jukkie!  Die zijn zonder meer nog viezer. Ga weg vieze vliegdieren. Wat is dat eigenlijk met die zwarte schilden of die rode schilden?  Zijn dat aparte gangs met een eigen codetaal?  The Red Dots and Black Spots? Kizzig!

Dat er in mijn jeugdkamer verschillende filmposters hangen en dat ik niet één van die films effectief op dvd bezit.
Volgende aankoop in mediamarkt wordt dus: Sleepers, Devil’s Advocate, One Hour Photo, Le Huitième Jour of The Others.
Of misschien moet ik eerst mijn geld spenderen aan dingen die ik echt nodig heb. Zoals vliesbehang, een oprit, lakverf om mijn binnendeuren te schilderen, dakisolatie, die extreem machtige boekenkast in teak die ik vandaag in een winkel in Izegem zag. Echt mooi. Mooie kast. Zou er mooi staan op de lange muur. Mooi mooi ja.

De lage vensterbanken ter hoogte van onze zithoek vragen om volgestouwd te worden. Ik mag me niet laten verleiden, ik ben te graag omringd door prutsjes en een kadertje, of een potje, en nog een potje, en een bloemetje, en misschien nog een potje. Neen, het moet kuisbaar blijven aangezien ik me echt voorgenomen heb om regelmatiger te poetsen. Ja, als het op internet staat is het voor echt. Een kastje per dag lijkt me daarnaast ook wel een leuk project. Al weet ik niet goed hoe ik het zou moeten aanpakken aangezien ik nog over onvoldoende meubels beschik om dat huis (dubbel de grootte van ons vorige) vol te krijgen.

En het geschenk dat ik voor Pieters’ verjaardag kocht gisteren.  Ja, ik vind het geslaagd, nu hij nog. . .

those puppy eyes. . .

De peuterpubertijd. Is dat die periode in je leven waarbij je kind één duidelijk woord kent samen met duizenden onduidelijke klanken die wel degelijk in zijn beleving een zin vormen.  Is dat elke dag opnieuw zijn duidelijk woord naar hem toe herhalen? “Neen” gevolgd door “dat mag niet”.  Is dat robbelen in de zetel, nog meer robbelen in de zetel om daarna er terug in de klimmen om weer verder te robbelen?  Dat is vermoedelijk dat moment waarop je het potje uithaalt en je zoon eens laat in zijn blote kont rondlopen “zodat hij gemakkelijker het potje kan leren kennen”.  Daarna mag je als een bezetene het huis gaan pipi-vrij maken.  Misschien staat die van u, net als de mijne, wel graag recht op zijn verzorgingskussen.  Nadat je zo’n vijf keer “poepe zitten” heb gezegd.  Uiteindelijk blijkt die hoogte ideaal om uit het niets ineens een knuffel te krijgen, zalig.  Dat is vragen dat hij iets opruimt, een leuke neen-scène die ontstaat, blijven vragen, getier, blijven vragen, uiteindelijk luid bravo roepen als hij “alle blokjes mooi in de doos deed”.  Of neen, is peuterpuberteit dat moment dat je katteneten uit zijn mond haalt?  Ook het katteneten dat al een halve dag in het potje buiten voor de kat staat te weken in regenwater.  Neen, een peuter in huis, dat is om 21u30 uitgeput, met de slappe lach bij het na-vertellen in je bed kruipen en meteen in slaap vallen.  Ik begin curieus te worden naar hoe het verder gaat met Tengo en Aomame de hoofdpersonages in 1Q84, ze kregen maar weinig aandacht de voorbije dagen.  Maar zij hebben dan ook dit snotneusje (dat ik niet kan kantelen) niet dagelijks in hun leven.image

Dat dat precies nog een paardenwerk is, zo’n vloer leggen.  Mortel, stabiel, cementmolens uitkuisen, tegels snijden, en man wat maakt dat een creepy geluid zo’n tegelsnijmachine.  Toch had ik tijdens de bouwvakkersspleetweek tijd om veel (te veel) na te denken.  Zo popten in mijn gedachten steeds vergelijkingen op tussen bouwwerkzaamheden en huishoudelijke taken.

Mortel maken en de cementmolen daarna uitkuisen met de truweel –> Een cake bakken met een Kenwood (zo’n ding dat ik niet bezit, maar soit) en daarna om de pottenlekker vechten, al zou ik de truweel nu toch niet gaan aflikken.

Deuren afschuren met een schuurmachine –> strijken voor beginners.

De mortel die de vloerman klaarsmeert om er daarna een tegel op te leggen –> boterhammen smeren nutella-reclame-style.

Stabiel maak je zo: 10 scheppen zand, een halve emmer cement, een beetje water en nog eens 10 scheppen zand –> zo simpel als 4/4e cake

Het recept voor mortel is dan 4/4e cake met  de Jeroen Meus-touch.

De voorbije weken ontdekte ik veel dingen die ik nooit eerder deed.  Zoals drie dagen op rij, 8 uur per dag stofzuigen.  Of zo danig veel spanriempjes in een vuilzak trachten te proppen dat ik gewoon de courage niet had om mij er nog aan te ergeren.  Ik werd zelfs een beetje bedreven in het spanriempjes wegproppen. Het is blijkbaar ook een kunst om zo goed mogelijk mortel in een veel te kleine emmer te krijgen.  Ook tegels invoegen deed ik vandaag voor het eerst met wat ik noem “nervenpaté”. Ik kon ook trots mijn eigen garagepoort openen met mijn zapperke.

Afbeelding

En oooooh, hij zegt zo mooi “zzjjjjjjjuuuuuttttt” als hij opengaat.

Ennnn open, toe, open, toe, open, toe. . .