Meer dan ooit spreekt mijn lichaam tegen me. Het heeft altijd gesproken, dat besef ik, maar ik heb er nooit veel aandacht aan besteed, laat staan dat ik ernaar luisterde.
Die dagelijkse gewaarwordingen binnenin mezelf, die voel ik veel beter dan vroeger. Ik stel er mij ook voor open en ik durf er nu ook op te vertrouwen dat mijn lichaam weet wat goed is voor mij.
Als ik mezelf fysiek voel in elkaar krimpen door een opmerking of een vraag weet ik dat dit me iets doet. Als ik mijn hart letterlijk voel overstromen dan besef ik dat ik moet inzetten op die zaken die dat teweegbrengen.
Hoe rijper ik word, hoe meer mijn buikgevoel me leidt.
Mijn lijf schreeuwde deze week heel hard “Neen!” toen iemand me een gunst vroeg. Na haar argumentatie en uitleg begon ik te twijfelen. Achteraf gezien voelde ik op dat moment de rede het hart wegduwen. En toen sprak ik de woorden: “Ik zal er eens over nadenken”. Met die woorden heb ik tijd gekocht. Tijd die me terug naar mijn lichaam kon brengen en mijn intuïtie weer de bovenhand gaf.
Ik klikte per ongeluk op “slaapstand” toen ik mijn laptop wou afsluiten. Ik rolde mijn ogen naar mezelf om het tijdverlies en duwde het toestel bruusk wakker met de aan-knop. “Sorry wi” zei ik verontschuldigend tegen de laptop. Toen ik besefte hoe raar dat klonk rolde ik weer met mijn ogen.
Marco Borsato zong “De Waarheid” op de radio. Hoewel ik weinig heb met Nederlandstalige liedjes moest ik toch meekwelen. Ik was het vergeten maar “De Waarheid” bleek tijdens het meekwelen best een triestig nummer. Toen moest ik meewenen.
Ik passeerde daarnet een hond met een jasje om. Ik vroeg me af of het baasje de hond aansprak voor ze vertrokken: “Oei, een beetje regen, kom we doen je jasje om”. Om zoveel liefde tussen hond en mens moest ik glimlachen. En omdat honden met jasjes ook simpelweg cute zijn.
Er sluipt al eens een Engels woord in de vocabulaire van mijn oudste zoon. “Die guy stond daar” of “Ik deed zo random iets”. Vooral het Engelse “random” vind ik beter klinken dan het Nederlandse “willekeurig”. Vandaag een randomgedachtenrijtje.
Na de blogpost over de dansles van Linus en ook in enkele gesprekken de voorbije weken kreeg ik toch meermaals de opmerking dat het uitzonderlijk is dat een jongen naar de dansschool gaat. Om eerlijk te zijn had ik er daarvoor nooit zo hard over nagedacht. Enkel bij mijn eerste voorstel om eens te gaan kijken naar de dansles zei Linus: “Gaan dat niet allemaal meisjes zijn?” waarop ik gewoon reageerde met: “en dan?”. In de groep waarin hij danst zijn ze met twee jongens en een stuk of 30 meisjes. Er stonden vorige week meer dan 150 dansers op het podium en inderdaad ik vermoed misschien 4 jongens. Als kind zat Tommy Gryson bij mij op school. Hij startte met de dansschool toen hij nog een kleuter was en je kent hem misschien als de choreograaf van onder meer K3 en Camille. Hij is ook de eigenaar van zijn eigen dansschool. Vandaar misschien dat ik het nooit vreemd heb gevonden dat een jongen naar de dansschool gaat? Ik hoop dat hij de “en dan?”-vibe kan vasthouden want ik merk dat hij het heel graag doet, het zou jammer zijn dat hij zich laat tegenhouden, zeker anno 2023.
Schutkleuren. De kleuren van onder andere wilde konijnen zodat die zich kunnen verschansen in het bos. Het kwam in mij op toen ik laatst blinkend zwarte konijnenoogjes zag staren naar me vanuit de bosrand. Ook in het gewone leven kiezen we wel eens voor schutkleuren in ons uiterlijk maar misschien ook in onze acties. Laying low. Niet teveel opvallen, je koest houden, zoveel mogelijk blending in met de massa. Het is de gemakkelijkste manier om met dingen om te gaan. En jawel, afgezien van een occasionele rode shirt of trui kies ik er veelal voor om schutkleuren te gebruiken, in kledij èn in acties. Ik vind het wel ferm als mensen durven ingaan tegen schutkleuren (in elk opzicht).
Ik ben mijn papieren agenda aan het loslaten. Jawel, de paperlover in mij vindt dat best moeilijk. Ik vermoed dat ik nog één maand digitaal en papier ga combineren en vanaf juni het papier zal loslaten. Ik blijf wel mijn bullet journal gebruiken voor allerhande random gedachten, lijstjes en hersenspinsels in te dumpen maar een gedeelde agenda is vanaf nu hier een feit. Misschien is het ook wel omdat we beiden vastere uren werken dat het eenvoudiger is om dit allemaal bij te houden digitaal. Nu is het veelal kijken of onze sociale activiteiten niet overlappen aangezien we alle twee meer thuis zijn ’s avonds. Ik vraag me af wat dat gaat geven als onze kinderen volledig alleen thuis kunnen blijven en we niet meer gaan moeten afwisselen in het pekken.
Speaking of….vastere uren. Ik had er wel schrik voor toen ik vorig jaar te horen kreeg dat ik mocht starten op mijn huidige job. Een vaster schema, minder overdag thuis, meer een 9 to 5-job werken. Blijkt dat dat volledig onterecht is. Onvoorstelbaar hoeveel dag er nog over is na 17u. Zeker nu het ’s avonds langer licht is! Zalig zo’n avondwandelingetje en vooral het feit dat ik niet meer deze afchecklijst moet doornemen alvorens ik ergens “ja” op zeg:
“Moet ik werken die avond?”
“Hoe lang moet ik werken die avond?”
“Kan ik eventueel wisselen met iemand?”
“Heb ik een vroege de volgende dag?”
“Kan ik eventueel die vroege wisselen?”
Esther Perel blijft één van mijn favoriete therapeuten om te volgen. Haar inzichten over relaties in het algemeen brengt ze op zo’n sappige manier, stond ik in het onderwijs dan gebruikte ik ze als lesmateriaal. Vreemd genoeg kan ik nooit herformuleren wat ik er van opgepikt heb (ik zou echt geen goeie leerkracht zijn denk ik) maar ik leer nog altijd bij van haar TED-talks, haar blog en haar podcast. Op haar blog haalt ze op het einde altijd enkele “conversation starters” aan. Een beetje zoals ik hier soms “de 7 ge’s” maak, beschrijft zij welke films ze zag of gaat kijken, welke boeken ze leest of wat ze bezocht heeft. Esther Perel doet moeilijke thema’s zo eenvoudig lijken en dat is iets waar ik heel hard naar kan opkijken.
Ik voel zijn lijfje dichter en dichter tegen mijn dijbeen klemmen terwijl we staan te wachten. Als ik naar beneden tuur kijkt hij net op, hij breekt als onze ogen ontmoeten. Zijn lip trilt en tranen stromen ineens over zijn wangen. “Moet ik gaan, mama?”
We staan te wachten op zijn eerste dansles, ik had met hem afgesproken om hem op te geven voor een intro-les nadat ik had opgemerkt dat hij wel heel vlotjes Just Dancet op de Nintendo. Al twee weken keek hij uit naar de eerste dansles en het onderwerp kwam dan ook meerdere keren te sprake “Dat hij ECHT ZO BLIJ was dat hij mocht gaan dansen.” Achter die boodschap las ik telkens spanning, onzekerheid en zelfs wat angst. Door dit uit te spreken overtuigt hij zichzelf. Dat hij op D-day in tranen uitbrak was voor mij dan ook geen verrassing. Ik ken hem op een draad.
“Je vindt het spannend hé” zei ik terwijl ik hem knuffelde.
“Jaaaaa!” snotterde hij op mijn schouder. “Maar als ik niet wil, moet ik dan gaan?”.
“Je moet van mij niets, maar ik wil wel graag dat je vandaag eens kijkt wat daar allemaal gebeurt in zo’n dansles. Je ziet wel wat je zelf doet, niets moet”.
Met een natte schouder gingen we samen de zaal binnen. De dansjuf zag zijn rood bevlekte gezichtje en schatte de situatie direct juist in. Ze deelde mijn boodschap “Niets moet, kom gewoon eens kijken”. De meisjes van zijn klas trokken hem mee en ouders werden verzocht om de zaal te verlaten. Slimme move van de lerares.
Toen ik hem een uur later ging oppikken zwaaide hij vanop het podium terwijl hij danste op P!NK “Never gonna not dance again”. Hij liet een spoor van opluchting achter in de zaal terwijl hij op me af stormde. “Superleuk mama! MAAR IK DOE NIET MEE MET DIE DANSSHOW HOOR!”
“Je ziet wel keppie, je moet niet.” Zelfde aanpak.
Ondertussen zijn we twee maanden later en gingen we gisteren naar zijn eerste dansshow kijken, want uiteraard is hij van gedacht veranderd. Een gigantisch podium en een stoeltjestribune vol mensen en toch trad hij op zonder verpinken. Nu was het mijn beurt om te snotteren daar in het donker. Toen ik hem gisterenavond ging oppikken na de tweede show smeet hij zich weer in mijn armen, datzelfde hoofdje op mijn schouder…”Ik wil nog eens”.
Stagiairs of nieuwe collega’s hebben de leeftijd waarop ze mijn dochter of zoon zouden kunnen zijn.
De zaklampfunctie op mijn smartphone gebruik ik vooral om ongewenste haartjes op onbereikbare plekken te traceren en niet om mijn weg naar huis te zoeken na een zware nacht.
“Mijn planten verzorgen” inplannen op mijn vrije dag noem ik nu “the life”.
Als ik ’s avonds meer dan tien pagina’s van mijn boek kan lezen voor ik in slaap val kunnen we onszelf een speekselmedaille geven en dat een productieve leesavond noemen.
Ik moet de overweging maken ’s nachts: sta ik op voor een volle blaas met het risico om niet meer in slaap te geraken of probeer ik het vol te houden tot ’s morgens. It’s one or the other.
Mijn idee van een zalig weekend is er één waarin er niets gepland staat.
Een pincet dient nu niet meer enkel om mijn wenkbrauwen bij te werken. That’s all I’m saying about that topic.
Alle activiteit na 22u wordt in overweging genomen maar nooit met veel overtuiging uitgevoerd.
Ik kijk er naar uit om na het zwangerschapsverlof van mijn sportlerares terug mijn wekelijkse sportavond te plannen “want ik heb die structuur en de accountability nodig”. Ja ik rol mijn ogen naar mezelf als ik die opmerking luidop maak.
De gedachte aan een zak chips achteraan in de kast kan me de hele dag content stellen. Ze opentrekken terwijl ik onder mijn dekentje kruip met een serietje en een berg elektronica naast me is next level.
Thuis zitten en mijn eigen business minden voelt steeds meer als het beste gevoel ever.
Soms neem ik per ongeluk een screenshot met mijn smartphone. Ik pruts aan de zijkantjes en ineens knippert het scherm. Later vind ik in mijn galerij een plaatje terug van wat ik op dat moment op mijn gsm aan het doen was. Vandaag neem ik een screenshot van het leven zoals het op dit moment is.
Welk uur is het?
Het is zondag 23 april 18u46.
Wat zie ik rond me?
De brandende kachel voor me en de TV staat op maar er speelt niets, enkel het Google startscherm brengt wat kleur in het beeld. Er staat een weekendwasje te drogen op het wasrek en het huis is proper want ik heb een dweiltje gesmeten.
Waar vul ik vandaag mijn dag mee?
Linus was jarig en deze ochtend vierden we dit met een ontbijtje met zijn meter en haar gezin. De rest van de dag spendeerden we thuis. Hij speelde met zijn cadeautjes en nam een uitgebreid bad terwijl hij luisterverhaaltjes liet afspelen. Podcasting voor kinderen noem ik het soms. Daarna toonde hij me zijn “verkrompelde handen”.
Hoe voel ik me?
Daarnet was ik wat lusteloos omdat ik het gevoel had dat ik mijn schaarse vrije tijd wat aan het verkwisten was. De voorspelde regen bleef iets langer uit dan ik had gedacht waardoor ik eerder afgezegde plannen weer begon te heroverwegen maar dan wilden de kinderen niet meer mee. Tegelijkertijd had ik zelf ook zin om wat thuis te rommelen maar toen de zon ineens begon te schijnen voelde dat als een gemiste kans om te wandelen. Het was een beetje dubbel allemaal. Nu ben ik at ease met mijn beslissing om toch thuis te blijven vandaag.
Wie is de laatste persoon (buiten het kerngezin) die ik zag?
De meter van Linus. We go way back als vriendinnen en het is altijd zo ontspannend om samen te zitten.
Wat hoor ik momenteel?
Tikkend vliegen pellets de kachel in terwijl regendruppels traagjes naar beneden sijpelen tegen de porte-fenêtre. Het is het soort geluid dat ik soms opleg op Spotify om kalmte in mijn hoofd te creëren. Ik zou het beter opnemen want deze sfeer is ideaal om tot rust te komen.
Wat zou ik anders willen op de volgende screenshot?
Altijd een moeilijke vraag die ik mezelf stel. Ze doet me wel kritisch stilstaan bij mijn huidige stand van zaken. Bij de volgende screenshot wil ik nog meer ingezet hebben op het zinvol invullen van mijn schaarse vrije tijd. (Het dubbele gevoel van vandaag sijpelt toch nog wat na ook al beweerde ik daarnet dat ik er vrede mee had genomen).
Wat ga ik doen direct nadat deze blogpost is geüpload?
Ons jarig manneke aanmanen om zich klaar te maken voor bed. Zo’n dagen zijn heel intensief voor hem en morgen is er terug de start van een volle schoolweek.
Welk uur is het nu?
Het is 19u12, ik schreef 26 minuten aan deze blogpost.
Ik zag hem nog net de straat uitdraaien op zijn duizendste gemakje terwijl ik aan 70km per uur op de voorrangsweg richting de kinderopvang reed. In een reflex smeet ik alle remmen dicht, banden gierend over de straat, de ABS zorgde ervoor dat ik schokkend en scheef tot stilstand kwam terwijl het witte Twingootje rustig verder bolde recht voor me. De man was zich van geen kwaad bewust, keek nooit op of neer toen ik nijdig achter hem toeterde. Volgens mij had hij zelfs nooit gehoord dat ik bijna integraal op hem gebotst was.
Mijn auto produceert meerdere waarschuwingsgeluiden zelfs nog voor ik gas geef. Wacht ik te lang om mijn gordel om te doen: gepiep. Op het scherm een waarschuwing om eerst achter mij te kijken alvorens ik plankgas -uiteraard, want zo ben ik- mijn garage uitrij. Tuut-tuut-tuut-tuuut als ik in achteruit ga want de garage is eerder smal en sowieso denkt de wagen dat ik ergens ga haperen. Echt. Veel vertrouwen in mijn rijkunsten heeft ie niet als ik er zo bij stilsta.
Technologische snufjes zenden waarschuwingen uit om ons te behoeden voor allerhande ongeluk. Ik ben in het verleden wel al enkele keren gebotst met de wagen. De laatste keer was zelfs nog niet zo heel lang geleden, maar ondertussen weet ik heel goed dat ik in die specifieke straat moet opletten voor die mottige voorrang van rechts. You drive you learn.
En neen, het is nu niet dat ik zo uitgesproken graag brokken maak met mijn wagen maar in het dagelijkse leven ben ik nog altijd een grotere voorstander van eens tegen iets aan te botsen om aan den lijve te ondervinden dat het een minder goed idee was. Tot op heden heb ik zelf nog geen ingebouwd ABS.
De vraag is: hoe doe je dat, alles zelf ervaren terwijl het leven uit zichzelf alarmsignaaltjes uitzendt? Soms word je gewaarschuwd voor iets of iemand en dan moet je beslissen: ga ik hierin mee of laat ik mezelf toe om dit zelf te ondervinden? In hoeverre durf je dan je eigen gevoel te volgen en kun je het verdragen als iemand je oogrollend toefluistert: “Told you so!?”
Het mag dan misschien naïef of eigenzinnig klinken maar ik ben wel bereid om bepaalde alarmsignalen te negeren of op zijn minst te dempen om dan zelf te ervaren dat iemand gelijk – of ongelijk!- had. Dat ik dan wat gruis van mijn voorhoofd moet wrijven omdat ik tegen een muur ben gelopen, dan is dat zo.
Met Evy babbel ik over hoe ze één van de podcastpioniers was met “Start To Run” maar uiteraard ook over haar West-Vlaams en hoe ze als presentatrice nooit extra dictielessen moest volgen om haar West-Vlaamse tongval weg te werken.
Een losse babbel over haar laatste boek “Start To Feel Great” maar ook over hoe haar bekendheid een impact heeft op sociale media. Ze inspireert haar volgers door haar dagelijkse leven te tonen zoals het is en vooral zichzelf te zijn.
Meer over Evy kun je vinden op haar website: www.evygruyaert.be Haar verhalen kun je volgen op haar Instagramprofiel: @evy_gruyaert
Mailtjes mogen steeds gestuurd worden naar: upderuttel@gmail.com