Page 28 of 117

De 7 ge’s

Gelezen:

“Lieve Edward” van Ann Napolitano. Zo van die boeken waarvan je het jammer vindt dat ze uit zijn. I love ‘em. Deze roman greep me echt bij de keel. Edward en veel andere personages kropen keihard onder mijn vel. Een echte aanrader maar ik zou hem niet lezen op het vliegtuig! (Hij is momenteel trouwens te lezen via Kobo Plus).

Geprutteld

Onze tweede wagen is een strontbak, pardon my french. Met het risico om verweten te worden voor luxepaard want ik wil allesbehalve materialistisch klinken, maar….ik haat die auto. Ik erger mij blauw aan die rammelbak. Tegelijk weet ik dat ik hem nodig heb en met de winter op komst zal ik nog dankbaar zijn dat ik hem heb. We hebben er al over nagedacht om hem te weg te doen maar met twee flexibele uurroosters en evenveel kindjes die zich nog niet zelfstandig kunnen verplaatsen lijkt het een moeilijke opdracht. Er is ook niets mis met die auto hé, hij is laag in kosten, start altijd perfect, doet in feite wat hij moet doen. Maar doordat hij zo licht en klein is heb ik meestal het gevoel dat we gaan opstijgen als ik optrek. Precies een vliegmachine. Gas geven stemt me gewoon triest want het ding gaat voor geen meter vooruit en eens we eindelijk 90 per uur rijden moet ik de radio zo luid zetten om het lawaai te overstemmen, ik word er mistroostig van. Ik snap ook niet waarom die toerenteller tot 7 gaat. Als hij tot op 4 draait maakt die auto zoveel lawaai dat het klinkt alsof hij zal ontploffen. Gisteren werd het wel eventjes licht in mijn hart toen ik symmetrie in de kilometerstand zag verschijnen:

Gestiltepad

Om de zoveel tijd hebben we een shotje Westouter nodig. Het Stiltepad is de favoriete wandeling van Linus en hij vroeg er deze week nog eens om.

Terwijl Ilja in de Chiro was en de husbando aan het werk stapten we de kortste route. Voor mij was het ondertussen al de vijfde keer. Grappig dat Linus zich telkens gebeurtenissen herinnert van op deze wandeling “en hier hebben we eens op een bankje gezeten en dan heb ik eens een pannenkoek met choco gegeten”. Zondag waren alle bankjes weliswaar bezet. Ik zou beter stoppen met reclame maken voor deze geweldige tocht! Ik wed dat hij de volgende keer zegt “en hier kwam een hondje dat mijn wafel wou pakken” want zijn tussendoortje stond hij bijna af aan een ankerende Teckel.

Geglimlacht

Mijn lief weet dat ik van onverwachte smileys hou. Hij riep me in de badkamer om deze rakker aan te wijzen op de tjoep van het bad. Ik herinner me niet wie in bad was geweest maar het was blijkbaar nodig!

GeTaylord

TayTay en ik, het is grote liefde. Ze kan me altijd oppeppen, ze weet me elke dag te verbazen met haar kunde om me te doen meekwelen met elke noot van “Me!”

Taylor’s got it, yeah baby, she’s got it.

Gezwierd

Aan de kant met de rammelbak. Ik parkeerde langs de weg toen de zonsondergang me dat vroeg. We krijgen niet veel overweldigende zonsondergangen dus profiteer ik er van als er mij één gegeven wordt.

Geminimaliseerd

Ik bewaarde vier volgeschreven Bullet Journals. Waarom? Geen mens die het weet. Door er vluchtig door te bladeren besefte ik dat het compleet nutteloos was om mijn kast daarmee te vullen en gingen ze de papierbak in. Het jaar 2017 en 2018 krabbelde ik er in vol, in lijstjes, agenda’s en afspraken. In gewichttrackers en to do’s maar ook in quotes die ik nog altijd als heel toepasselijk aanzie:

Connectie

Zelfs terwijl ik niet meer met mijn persoonlijk profiel op Facebook zit heb ik alsnog veel kaartjes en berichtjes gekregen op mijn verjaardag. Ik zou liegen als ik zeg dat me dat niets doet. Het is best fijn om te weten dat mensen aan je denken of de moeite deden om je naam op hun kalender te zetten. Ik besef wel dat zoiets een wisselwerking is en dat ik dit deels dank aan het feit dat ik zelf ook moeite en effort steek in het versturen van wensen.

Volgens de psychologen in de boeken moet je regelmatig noteren waar je dankbaar voor bent. Als je kan zelfs elke dag. Het is niet gemakkelijk om daar dagelijks bij stil te staan en drukke periodes zoals de eerste week van september duwen zo’n gedachten nog veel verder weg dan anders. Maar de verjaardagswensen blijven op me inwerken en ook voor iets anders ben ik vandaag dankbaar. (Dat klinkt een beetje zoals de voorbeden die we vroeger in de mis moesten voorlezen….weeeiiirrrd).

De laatste weken had ik regelmatig bijzonder aangename gesprekken tijdens wandelingen. Ik ga veel alleen wandelen maar ook met vriendinnen en zelfs twee keer met mijn husbando de voorbije week. Er is iets met wandelen. Het zet mijn gedachten en mijn voelsprieten open. Het legt bepaalde zenuwen bloot, het geeft me ruimte om door te denken, om door te praten over onderwerpen. Vandaag had ik met mijn wandelpartner (die ik ook wel eens mijn sister from another mister durf te noemen) interessante gesprekken maar we stopten ook voor een korte babbel met een kennis uit het dorp. Ze vertelde over het verlies van haar papa en hoe dat voelde. Het gesprek was zeer waardevol en ik hoop dat zij er evenveel aan had als ik (/wij) op dat moment. Zo’n momenten van connectie maken zijn mijn dierbaarder dan uitgebreide fancy uitstappen. Voor dat besef ben ik dankbaar. Ik ben er ook een interessant boek over aan het lezen:

Doe jij mee met het dankbaarheidsfeestje? Deel gerust in de comments of op je blog en dan kom ik eens lezen!

Met Facebook en opstaan.

Er is een kleine discussie ontstaan gisteren bij ons. Het ging over Facebook. Ik heb al jaren geen Facebookaccount. Met reden. Facebook is voor mij een grote bron van ergernis. Ik delete mijn account in het jaar Geenidee en ik heb het mij nog geen seconde beklaagd. Sinds 1 augustus heb ik een andere blog, voor wie het nog niet wist. Ik jeun er mij enorm mee. Ik vind het fijn om na te denken over mijn zoektocht in deze nieuwe minimalistische levensstijl en zoals altijd schrijf ik graag van mij af. In geen van mijn twee blogs wil ik belerend overkomen, ik vertrek altijd vanuit mezelf. Mijn eigen struggles, mijn eigen verhaal. Toch krijg ik wel regelmatig een reactie (al dan niet online) dat ik iemand inspireer om er ook eens beter over na te denken. Deze persoonlijke blog is mijn eigen plek, komt hier niemand lezen, so be it. Ik doe hier mijn eigen ding. Voor mijn tweede blog heb ik wel een Facebookprofiel gemaakt. Het klinkt misschien Mozes-op-den-berg-achtig, maar ik wil die boodschap ergens wel verspreiden. Misschien zijn er wel nog mensen geïnteresseerd? Ik wil vooral eens polsen hoe andere mensen staan tegenover overvloed in hun leven.

Tegelijk heb ik geen goeie relatie met Facebook, vandaar de kleine discussie. (Mijn lief kent mij door en door). Sinds enkele jaren beredeneer ik veel meer (teveel?) waarom ik iets doe. Waarom wil ik op Facebook? Om te kunnen delen. Waarom wil ik niet op Facebook? Ik wil niet digitaal maximaliseren dus het is een catch-22! Zoals met zoveel dingen geef ik het tijd. Tijd en ervaring zullen uitmaken of ik binnenkort wel of niet op delete duw en ondertussen leer ik bij. Met Facebook en opstaan.

Eindelijk.

Het is de eerste keer sinds ik kinderen heb dat het einde van de vakantie vlugger komt dan ik ernaar kan uitkijken. Vele zomers begon ik vanaf “half oogst” af te tellen tot 1 september. De vakantie leek altijd te lang, mijn creativiteit om de kinderen te entertainen als ze thuis waren was tegen 15 augustus compleet uitgeput, net als ik zelf. Zomers waren nooit goed voor mijn ouderschapstwijfels!

Iedere zomer zeiden we zuchtend bij elke broertjesruzie tegen elkaar “Volgend jaar zal het beter zijn”. Na elke vakantie waren we bekaf. We hielden dit een viertal zomervakanties vol maar we zijn er eindelijk. Ik had gegokt op volgende zomer -als ze 6 en 10 zijn- maar ik denk dat de pandemie er een boost aan gegeven heeft. Nu de kinderen 5 en 9 zijn lijken ze elkaar eindelijk gevonden te hebben. Ik kan met de hand op het hart zeggen dat het een gezellige schoolvakantie was waarin iedereen relatief lief was voor elkaar. We hebben ook de verwachtingen wat bijgesteld en zijn meer op het ritme van de kinderen gaan leven. Lowering the bar heeft in dit opzicht goed gewerkt.

Ik ben nooit een helikopter-moeder geweest en ik neem schaamteloos tijd voor mezelf. Een wandeling met een vriendin, een namiddag alleen op stap of me aan mijn laptop zetten terwijl de jongens ergens in huis zitten. Ik moet mijn ding kunnen doen. Ze hebben me ook veel minder nodig dan vroeger, dat is een gevolg van hun leeftijd maar ook van het chillaxe ouderschap denk ik.

Ik heb altijd getwijfeld aan mijn ouderschap, wist nooit of ik het wel goed deed. Ze zijn gelukkig en er zal altijd wel één kind zijn dat zijn onderbroek binnenstebuiten aan heeft. Het heeft 9 jaar geduurd maar ik durf me eindelijk bekwaam voelen in mijn ouderschap en dat klinkt zo vreemd dat ik het bijna zelf niet geloof dat ik het schrijf. Ik zou iedereen zeggen dat ze niet zo streng moeten zijn voor zichzelf en ik vermoed dat velen dit ook nu tegen mij gaan zeggen. Dit proces heb ik vooral zelf doorlopen en dat is het meest waardevolle aan heel het verhaal.

Ouderschap? Rockin’ it!

Ongrijpbaar

Ongrijpbaar

Sommige dingen kun je niet in beeld gieten.

Woorden, tekeningen, foto’s schieten alsmaar tekort.

Je kunt het proberen te beschrijven, maar het ongrijpbare laat zich niet kennen.

Het grijnst naar je, terwijl je nog maar eens op backspace drukt.

Het pookt je, wanneer de woorden door de tikkende toppen van je vingers glippen.

Het ongrijpbare laat zich niet schrijven.

Het laat zich niet fotograferen, geen tekening kan het bevatten.

Het is ongrijpbaar voor een reden.

Al kan je die niet exact benoemen.

Voeding voor de ziel, in overvloed.

Maandag ben ik jarig. Achtendertig. Een halve acht en een volle. Ik heb een halve dag verlof die ik kinderloos ga doorbrengen. Op mijn alleentje. Tot vorig jaar ging ik die gespendeerd hebben met vendelen door een winkelstraat en struinend door een boekhandel. Dit jaar ben ik nog in twijfel. Het klinkt minder aanlokkelijk om te winkelen. Niet alleen omdat mijn handen tintelen van de ontelbare entree-handgels maar ook omdat ik niets nodig heb. Ik ben in brainstorm met mezelf. Hoe ga ik de uren met mezelf spenderen. Ik moet het ook niet allemaal op Covid-19 steken. Ik heb al een heel eind geen last meer van FOMO maar dat gaat niet altijd op voor zo’n momenten. Er is weinig kinderloze tijd in de vakantie en dan word ik soms onrustig als ik er ineens wel heb. Het voelt als kostbare tijd. Vrienden zien is niet zo evident op een random maandagmiddag in de week en ergens voel ik dat ik alleen moet zijn die dag. Wat wil ik echt doen? Wil ik de dingen doen die ik altijd doe of wil ik iets nieuw, iets verfrissend? Ik heb naast het moederschap altijd mijn eigen leven geleid en ik ben niet van plan om dat te veranderen. Dat klinkt heel cru en ik weet dat het moeilijk te verteren kan zijn als je daar compleet anders tegenover staat. Ik weet gewoon wat ik zelf nodig heb om een aanwezige moeder te zijn voor de kinderen. Van tijd tot tijd helemaal alleen zijn, hoe tegenstrijdig dat ook mag zijn. Het is een aspect dat ik zelfs grondig bewaak, toen ik de planning van de kinderopvang opmaakte zal dat ook in mij zijn opgekomen. Ik heb gewoon soms ruimte nodig om mijn gedachten te kunnen afwerken zonder onderbreking. Om iets nieuw op te nemen zonder dat ik afgeleid word. Zie ik mijn rakkers daardoor minder graag, integendeel. Na zo’n namiddag voel ik me frisser, meer open en is er ruimte voor nieuwe inbreng. Alsof de grenzen van mijn hersenpan een grote kuis moeten krijgen alvorens ze weer te vullen met nieuwe informatie.

Soms denk ik dat ik hierin alleen ben. Maar ook da’s ok, ik ben graag alleen.

Liese en de vrouwtjes

Je moet me niet bijster goed kennen om te weten dat ik nogal een introvert ben. Ik ben een loner en dat is altijd zo geweest. Ik leef niet in de illusie dat dit ooit nog zal veranderen. Toch beschouw ik mezelf als sociaal. Tijdens feestjes zit ik niet in de hoekje iedereen af te muizen, door de jaren ben ik zelfs redelijk bedreven geworden in contact leggen met vreemden. Al zou ik nog altijd liever niet op een autocar stappen om zeven dagen op reis te gaan met 49 leeftijdgenoten zoals mijn oudste zoon vrijdag zonder verpinken deed.

Mijn relaties tot vriendinnen hebben allen hun eigen karakter. Ik durf mezelf best een attente vriendin noemen en ik denk dat mijn girlfriends weten dat ze altijd bij mij terecht kunnen ook al ben ik er fysiek misschien al maanden niet meer geweest. Toch valt me op dat ik ook in die relaties nog altijd een bepaalde terughoudendheid heb. Ik vertel veel en heel veel maar er is niemand die echt alles over mij weet. Er is geen specifieke vriendin die over elk detail in mijn leven de stand van zaken kent. Maar ik weet waarvoor ik bij wie terecht kan. Er zijn vriendinnen die ik al 30 jaar ken, zij die me al kennen van toen de kleur van de staart van onze My Little Pony onze grootste bezorgdheid was. Er zijn vriendinnen die me gekend hebben in mijn studententijd en er zijn dames die ik pas op latere leeftijd leerde kennen. De meeste mensen waar ik de laatste jaren mee rondhang zijn ook degene die ik het minst lang ken. Maar elke relatie tot elke vriendin is mij enorm waardevol en ze hebben één ding gemeen: er zijn geen issues. Er is geen vergelijken van successen of tegenslagen, er is geen nijd of jaloezie. Als mijn vriendinnen shinen, dan help ik de spot beter op hen richten in plaats van het licht weg te draaien. Als mijn vriendinnen wenen, dan voel ik naalden in mijn hart prikken. Als iemand het aandurft om hen te kwetsen dan bal ik mijn vuisten in mijn zakken, ik duw mijn nagels in mijn handpalmen. Ik deel hun vreugde en hun verdriet. Het duurt misschien eventjes maar eens iemand onder mijn vel zit…

Meer over vrouwenrelaties en hoe die zich kunnen manifesteren kun je horen in de laatste aflevering van Werk en Leven. De titel van deze blogpost refereert dan weer naar de blogpost van mijn (wandel)vriendin Kelly.

Heb jij veel vrienden of vriendinnen of ben je eerder op jezelf? Heeft bloggen je ook al veel vriendschappen opgeleverd?

Blogpost n°884

Nadat ik om 6u de echtgenoot uitzwaai bij het vertrek naar zijn vroegdienst neem ik de koffiekan bij me op de dorpel. “Up de zulle up me gat” zingt Flip Kowlier. De koelte van de voordeursteen doet deugd en ik krijg er een pastelkleurig palet gratis bij. Ik hoor de kinderen fluisteren in bed tegen elkaar waarop ik ze bij me roep om samen de zonsopgang te volgen. Terwijl we staren tel ik hun rugwerveltjes.

De jongens doorstaan de hitte veel beter dan wij. Een uurtje later vertrekken we te voet naar de beenhouwerij en de bakker. De kleine zelfstandige in het dorp etaleert al om 7u zijn fijne vleeswaren, iets wat vooral heel handig blijkt tijdens een hittegolf. Sabbelend op de lolly die ze van de zaakvoerder kregen keren ze versuikerd terug. Oh well…

Alle buitenspeeltijd wordt eruit geperst en nadat ik een uurtje heb gelezen zegt het wit van mijn uurwerk dat het tijd is om de stofnetten in de living te bestrijden.

De poetsbuit is deze keer relatief groot maar er werd dan ook heel veel beneden gespeeld aangezien we nu meer ruimte hebben gecreëerd.

De zon blijft achter de wolken maar als ze zich toch durft te tonen brengt ze meteen een bevreemdend oranje licht met zich mee. Ik haast me naar binnen met mijn emmer en trekker. Het huis is te versuft om vlug te drogen, ik balanceer tussen de natte vlekken op de vloer.

De middag rekt zich loom uit. Na het poetsen beland ik in de zetel en wordt er duchtig verder gespeeld. De zon wordt buiten opgesloten.

Ik sukkel in een middagdutje waarin een tafereel van deze ochtend zich in mijn droom herhaalt. Frankie die een muis vangt en hem laat lopen. In mijn droom springt de muis (die tien keer zo groot is) tegen het raam aan, roepend om hulp. Ik schrik wakker en haast me naar de middagkoffie.

Alvorens ik naar de kapper ga bezoek ik mijn ouders die verwikkeld zijn in een scrabblestrijd. Ons moeder wint het spel. Fyi: “Exomen” is blijkbaar een onderdeel van onze genen en dus niet alleen een West-Vlaams examen.

Een uurtje later loopt het zweet langs mijn rug naar beneden als de kapster mijn haar blaast.

De herfstmode die in Feeling wordt voorgesteld doet er niet veel goed aan!

De rest van de komende avond ga ik spenderen zoals de voorbije middag: met de benen plat in de zetel en de ventilator op stand 3.

De voorbije negen jaar schreef ik 884 blogposts bij elkaar. Het verveelt me nog altijd niet. Ik voel een zekere rust door een tweede blog te starten met een ietwat andere inhoud. Wie geïnteresseerd is mag nog steeds komen meevolgen alsook op mijn instagramprofiel!

Liesellomp

Ik ben gevallen zaterdagmorgen toen ik naar de bakker ging. Een topere maken zoals wij het in De Westhoek noemen. Het ene moment stak ik twee broden aan de passagierskant in de wagen en het andere moment ging ik strike op de grond aan de bestuurderskant. Het gebeurde in één tel. Enkele wandelaars zagen het gebeuren en stormden direct op me af om me recht te helpen, ik lag dan ook half op straat, klaar om netjes overreden te worden. De kinderen zaten te wachten in de wagen (coronaproof weet je wel) en zagen alles gebeuren. Ik bedankte de helpers, ze voelden zich wat ongemakkelijk, want ze durfden niet te dichtbij te komen (iets wat ik ergens wel begrijp). Toen ik instapte kreeg ik meteen een spervuur aan vragen “Wat is er gebeurd mama?” “Heb je pijn?” Ja ik had pijn, mijn twee knieën geschaafd en met mijn hand probeerde ik mijn val te breken waardoor deze meteen paarse vlekken vertoonde. Het was zo’n dom accidentje maar toch was ik enorm geschrokken en vooral dat zinderde door heel mijn lijf. Soms als je valt – het is nu niet dat ik zoveel val- voel je dat het aan het gebeuren is, je struikelt en je kan jezelf net niet beredderen. Of iemand loopt tegen je aan en je kan niet meer uitwijken. Maar zaterdag gebeurde alles zo snel. Het ene moment sta ik recht en een seconde later lig ik tegen dek. Ik ben de rest van de voormiddag bezig geweest met puffen en blazen omdat ik dat vreemde gevoel niet uit mijn lijf kreeg. Het kind in mij kwam op dat moment naar boven, ik wou verzorgd worden. (Mijn echtgenoot was op zijn werk). Ik besefte ineens dat een kind dat valt ook gewoon getroost wil worden. Linus verwoordde het zo aandoenlijk: “Het doet pijn hé als je valt mama.” Haah, erkenning. Nina Mouton had erbij moeten zijn zeg!

Minimaliese

Het is allemaal hiermee begonnen eind vorig jaar en vanaf vandaag ga ik er weer voor:

Die zotte queeste waarbij ik rolde van het ene uiterste naar het andere begon met een simpel spelletje. Van “Soldenqueen die in bulk de beste deals kan aankopen” naar “Dedie die bijna nooit iets nodig heeft”. Laatst was er nog eens een kleine beproeving. Door verschillende omstandigheden moesten we assisteren bij het sorteren van gerief uit een woning. Alles moest weg. “Wat we wilden mochten we meenemen”. Gevaarlijke uitspraak voor een recovering hoarder. De meeste items waren gedateerd en volledig niet mijn stijl maar hier en daar waren wel leuke fietjefatjerietjes te vinden (en ik heb het niet over die geweldige blogster in dit geval 😉 ). Het enige wat ik meenam was een nieuw pakje met twee Pritt-stiften en een onaangeroerde buitenkaars die we de week daarna meteen meenamen naar Kalmthout. Ik vond de Pritt-stiften gisteren in een schuif en bedacht me dat ik ze evenwel had kunnen laten liggen, zoveel Pritten we nu ook weer niet.

De voorbije week zag ik in een instastory een unboxingvideo waarbij iemand een doos Bics opende. Zeventien verschillende bics met vier kleuren. Er kwam letterlijk speeksel in mijn mond toen ik al die prachtige stylo’s naast elkaar zag blinken. Je kan je niet voorstellen hoeveel balpennen, stiftjes en potloden ik heb liggen, in de meest gevarieerde kleuren en maten! Ik minimaliseer ze niet omdat ik ze ook effectief gebruik maar ik ben het ondertussen ook afgeleerd om ze te kopen. Gisterenmiddag toen het hier 38 graden tekende ben ik eens samen met Linus door hun arsenaal gegaan en wat niet meer marcheert vloog eruit. Onderstaande foto is dus hùn gerief, het mijne staat hier nog niet eens bij! (En dan spreek ik nog niet over de onaangeroerde pakjes stiften in mijn schuiven).

Niettegenstaande deed dat specifieke influencersfilmpje iets met mijn hersenen wat ik bijzonder fascinerend vind. Het betekent alleen maar dat de marketing werkt. Wou ik ook zo’n doos hebben? Thoh, in eerste instantie ging het van “Gimme gimme!!”. Ik geef dat grif toe. Maar wat daarna? Rationeel zei mijn brein: Wat te doen met 17 bics? (of Biccen zoals mijn nichtje Lies uit Aarschot dit waarschijnlijk zou noemen, geen idee wat het meervoud is). Dinsdag was ik in Rotterdam met mijn husbando. We bezochten De Bijenkorf, ik weet al dat de beste afdeling helemaal op het 3e verdiep te vinden is. Mijn favoriete items lagen in hopen “on sale”. Leuchtturm Bullet Journals, servies van mijn geliefde Pip aan -50%, mijn lief hield me tegen met de opmerking “Je hebt toch nog maar pas een nieuwe Bullet Journal?”. Right! Met het servies achterlaten had ik minder problemen omdat ik net mijn hele keuken gereorganiseerd heb. Ik vond het vooral mooi om naar te kijken en de okerkleuren in de nieuwe reeks vogeltasjes zijn geweldig. (Plus, dat servies mag niet in de vaatwasser dus ik gebruik het enkel als ik tijd heb om het heel voorzichtig af te wassen*). Gewoon daar ronddwalen en op mijn gemak de details in mij opnemen bood evenveel voldoening als de kopjes effectief kopen. Uiteraard ben ik nu niet ineens helemaal de andere kant overgeheld, de bankkaart deed wel degelijk enkele keren van “diediediettt” maar wat ik wel kocht was veel doordachter dan pakweg een jaar geleden. Omdat ik de laatste tijd veel blog over declutteren en die minimalismetoestanden ben ik een tweede blog gestart. Zo kan ik beter differentiëren in de inhoud van mijn verhalen. Deze blog blijft uiteraard mijn hoofdblog maar wie geïnteresseerd is in mijn declutterqueeste kan meevolgen op:

http://minimaliese.com

*in feite is dit een tegenstrijdige opmerking als ik ze herlees. Tasjes enkel gebruiken als je tijd hebt om ze af te wassen is iets wat niet echt bij mij past. Aan de andere kant hou ik ook wel van kleurrijke mooie dingen en brengen ze me plezier op hun manier. Als ik daarvoor soms de fles Dreft eens extra moet bovenhalen dan is dat maar zo.