Page 69 of 117

-Tijd voor reclame-

Ik verkoop sinds vorige week een fleswarmer en 4 nieuwe flesjes van Avent via Kapaza.  De flesjes heb ik zelf gratis gekregen via De Roze Doos.  Mijn gynaecoloog strooit daar nogal gul mee rond en ik beschikte ineens over vier zo’n dozen.  De flesjes zelf heb ik nooit gebruikt, ik gebruikte ze enkel om mijn zoekertje een beetje op te fleuren en aantrekkelijker te maken.  In feite wil ik gewoon de fleswarmer verkopen maar aangezien die flesjes daar toch maar staan te staan kan ik ze zowel meegeven met de kopers.

Nu reageerde er deze week een meneer “of ik de flesjes aan hem wou verkopen, de fleswarmer heeft hij al”.  Tjah…ja…maar ik wou geen geld vragen voor iets dat ik zelf gratis heb gekregen.  Daarmee bood ik ze hem gratis aan.  Vandaag kwam hij helemaal uit Brugge naar de westhoek om die flesjes.  Voor niet-West-Vlaanderen-kenners: Brugge ligt niet in het midden van de provincie, je doet er van hieruit toch gauw een uurtje over om daar te geraken.  Hij had een fles witte wijn mee, omdat hij zo blij was met mijn geste.  We moeten zo’n dingen promoten, iedereen wil altijd maar geld slaan uit alles.  Akkoord daarmee.  Maar desalniettemin wil ik toch nog een centje verdienen aan de babyartikelen die ik wel nog verkoop.  Ik maakte ook hier op de blog een pagina aan met de dingen die ik online verkoop (zie bovenaan naast “about”).  Indien er interesse is in iets, laat maar weten!  (ohja, en er zullen wel regelmatig nieuwe dingen op te vinden zijn aangezien ik bepaalde babyspullen binnenkort niet meer nodig zal hebben).  En misschien komt er ook wel een pagina “Liese geeft weg”, als ik nog eens zo’n grote zak nog perfect bruikbaar gerief heb zoals met de dvd’s en cd’s laatst.  Die zijn trouwens naar de kringloopwinkel.

En weet je wat die meneer vroeg?  “Is er hier eigenlijk werk voor jullie of zijn dat hier alleen maar boerderijen?”…euh…ja.  Ik begrijp niet wat sommige mensen bezielt om te denken dat er hier geen werk is voor ons.  “Ah, dat is goed dat er hier ook economie is”.  Als ik soms mensen hoor uit Antwerpen ofzo, die denken dat wij 25 km moeten rijden eer we een winkel tegenkomen of dat wij hier nog internet hebben met een inbelverbinding.  Er zijn duidelijk veel misverstanden over de westhoek en ik ga niet beginnen discussiëren.  Wij hebben hier alletwee mooi, interessant werk, en ja, er is hier een winkel.  Met eten!

Bridge over troubled water

De relatie met mijn oudste zoon is een beetje troubled de laatste tijd.  Als ik er even bij stilsta vind ik heel vlug wel enkele redenen…

  • De impact van de titel “Grote Broer”

De laatste weken van mijn zwangerschap waren eerder zwaar (d-uh) waardoor ik minder aanwezig was voor hem.  Mentaal was ik mij aan het voorbereiden op de komst van Linus en fysiek lag ik vooral murw in de zetel.  Als ik wel meeging op uitstap dan slofte ik achter hen aan.  Na de bevalling moesten we uiteraard het nieuwe broertje leren kennen.  Hoewel hij heel erg goed zijn best doet om een flinke grote broer te zijn mag ik niet vergeten dat hij een gewone kleuter is, in volle bloei.  Dat verloopt met ups en downs.

  • De grote vakantie duurt echt wel lang!

Tijdens de grote vakantie vlogen de eerste 5 weken voorbij met allerhande uitstapjes en vriendjes die langskwamen, een reis en een aantal keer naar oma en opa.  Vanaf week 6 ging het iets minder vlot.  Het speelgoed lijkt een beetje uitgespeeld, mama is een beetje aan het slabakken op het gebied van entertainment en Linus vraagt uiteraard ook aandacht.

  • Een negatieve spiraal

Eéntje waarbij Ilja veel aandacht vraagt (en waar hij recht op heeft!) maar niet altijd op de juiste manier.  Waarbij hij de wetten probeert te stellen en eist dat ik die volg.  Een periode waarbij ik “mean mommy” moet zijn omdat elk onderdeeltje van zijn handelen wel iets inhoudt “dat niet mag” of “dat anders moet”.  Je leest het goed, de voorbije week was het niet zo gezellig hier.

  • De middagdut en al dan niet de gevolgen ervan.

Ilja is een kind dat veel slaap nodig heeft.  Al altijd geweest.  Zijn slaapstructuur en voldoende uurtjes in bed zorgen ervoor dat hij goed functioneert.  Tijdens het schooljaar probeer ik hem op een vrije of weekenddag een middagdutje te laten doen.  Dat heeft zijn voor- en nadelen.  Hij kan er beter tegen.  Als er ’s avonds bezoek komt (zoals gisteren tot 21u) kan hij lekker buiten blijven spelen met de andere kinderen.  Het nadeel is: eens hij aan het middagdutten is moet ik hem wakker maken of hij zou slapen tot 16u en zo zijn nachtritme in de war sturen.  Het wakker maken is geen pretje.  Een ochtendhumeur heeft hij niet, maar een middaghumeur daarentegen…Het beste is: meteen na de middagdut vertrekken naar iets leuks (uitstap, oma of opa, you name it).  Maar als dat niet van toepassing is, dan kan het zeker een half uur duren eer hij enigszins aanspreekbaar is.  Doet hij geen middagdutje dan overbrugt hij vlotjes de namiddag maar tegen 18u is hij perte totale.  Dan is het enige dat nog werkt: eten, pyjama aantrekken (“Jij moet het doen!  Ik kan dat niet!”), opruimen (“Jij moet helpen!”), tv of iPad kijken en beddebak in.

  • De onderhandeling

Zoals ik schreef: hij wil de wetten stellen.  Alles lijkt op zijn voorwaarden te moeten gebeuren.  Ik merk dat hij gewoon heel graag een stukje controle heeft en ik ben bereid hem dat te geven, als hij zelf niet te ver gaat.  Maak dat maar eens duidelijk aan een 4-jarige.  Ik ben bereid tot onderhandeling, maar waar ik niet toe bereid ben is mijn dagschema aan zijn eisen aan te passen (“ik wil nu naar oma”) of mijn principes teveel overboord gooien (“mag ik een ijsje?”).  Hij mag wel eens een ijsje (zo’n mean mommy ben ik nu ook weer niet), maar niet om 9u ’s ochtends of niet als hij al koekjes of frisdrank heeft gehad.  Het is een constant schipperen tussen meegaan met en ingaan tegen.  Mezelf en mijn principes in vraag stellen.  Waar trek ik de lijn?

  • Wat helpt?

Het helpt om hem zelf te laten kiezen tussen twee paar schoenen dan om te zeggen dat hij dàt paar moet aantrekken.  Ook bij andere “aankondigingen” probeer ik hem de keuze te bieden “Ga jij eerst eten of gaan we je eerst wassen?” Soms kiest hij zijn eigen derde keuze “ik ga eerst spelen”, maar ondertussen weet ik ook hierop te anticiperen.  “Eerst eten, dan wassen en dan spelen?” of “Eerst wassen, dan eten en dan spelen?” Drie opties is misschien wat veel, maar hij lijkt het wel te snappen.

Het helpt om heel samenzweerderig een compromis te maken: “doe jij maar je broek en je t-shirt aan, en dan gaat mama super helpen met je trui hoor!”

We hebben een dikke-duimen-kaart voor de avonden dat hij vlot gaat slapen zonder te roepen (“Ik heb dorst!” “Ik moet pipi doen!”).  Duimpjes verzamelen = beloning!  Ik doe niet aan omgekeerde duimen.

Een time-timer (ik heb hem als app) is een grote hulp. “Nog vijf minuutjes spelen en dan doen we dit of dat”.

Ook een weekkalender is een goede houvast.  Ik probeer hierop te visualiseren wat er op welke dag gebeurt.  Op de dagen dat ik wil dat hij een middagdutje doet teken ik een bedje.  (ja, sommigen -ik kijk naar niemand 😉 – noemen het beroepsmisvorming, maar het werkt en als het werkt gebruik ik het!)

  • Even er tussenuit

Dat de vakantie misschien lang ging zijn, dat was een correcte veronderstelling.  Ik herinner mij nog heel goed de paasvakantie en die was maar twee weken.  Daarom schreef ik hem in om een dagje in de week naar de opvang te gaan.  Andere mensen zien, andere activiteiten, geen mean mommy in de buurt.  Dat helpt (voor beide partijen, dat geef ik grif toe)

En deze week deden we ook het omgekeerde daarvan: een Ilja-mama-dagje.  Ik voelde dat de negatieve spiraal heel erg naar beneden draaide en zijn weg niet meer naar boven vond.  Ik schakelde oma-lief in om een dagje op Linus te passen en smeedde samen met Ilja een plan om papa te bezoeken tijdens zijn middagpauze op het werk.

wpid-wp-1439960727703.jpeg

Samen frietjes smoefelen op papa’s werk en zo de waarom-vragen eens aan de papa over te laten (“wie is die meneer?” “wat is dat: een collega?”)

wpid-wp-1439960706035.jpeg

Daarna trokken we naar Bellewaerde waar we op elke attractie zaten waar we zin in hadden.  Het was miezerig weer, maar dat kon ons niet deren.  Boomstammetjes, there we were!  We lieten ons zelfs fotograferen met zo’n stomme parkiet op onze schouder.

wpid-wp-1440074710494.jpeg

In de 4D-cinema hielden we elkaars handje vast.

wpid-wp-1439961077660.jpeg

Hoewel de dag niet volledig zonder akkefietjes verliep kon ik toch spreken over een geweldig moeder-zoon-moment.  Zo super dat ik die dwaze parkieten-foto kocht.  Serieus je moet die parkiet zijn totje eens goed bekijken.

Als moeder doe ik ook maar wat.  Kinderen komen met een handleiding en soms slaat die eens over in het chinees.  Gelukkig heb ik een echtgenoot met goeie vertaling skills en een schouder breed genoeg om even op te leunen.  Achteraf is die misschien wel even nat van het bleitingske maar kunnen we er weer tegen.

Zondagskinderen

“Is uw kindje op de grond gevallen, mevrouw?” vroeg de spoedarts

“Neen, hij lag daar al”

Oei, dit kwam niet goed over….

“Op de speelmat, te spelen, daarom lag hij op de grond” haastte ik me nog met mooipraten.

Het ene moment was het leuk, jongens samen op de mat en werden er foto’s getrokken.

wpid-wp-1439787381326.jpeg

Een beetje later besloot ik 3 meter verder in de keuken brood te maken.  Het moment daarna was het een gebleit ongehoord.  Ik ging kijken nog met mijn zakje gist in de hand, Ilja zat geschrokken naast de mat en Linus lag te wenen.  De oudste kon moeilijk herhalen wat er was gebeurd.  “Hij heeft hard gebonkt”.  Oei oei…maar ik heb geen bonk gehoord…  Toen ik hem oppakte bleef hij luidruchtig wenen.  Soms stopte het wel eens, dan probeerde ik zijn aandacht te krijgen, iets wat goed lukte, ook al zag hij er niet zo supertevreden uit…Even later was het wenen voorbij en leek Linus weer de oude.  Ik deed de speelmat voor de zekerheid aan de kant en legde hem in zijn park.  Het werd pyjamatijd voor Ilja en ik stimuleerde hem om zich om te kleden.  Mijn oog hield ik op Linus die stil maar tevreden was.  Nu en dan kwam er toch een schreeuwtje, dat was raar.  Ineens weer veel gebleit.  Het was geen hongerbleiting, het was geen vermoeidheidsweentje, het was geen ik-verveel-mij-entertain-mij-weentje….het klonk als “ik heb pijn!”  Ik probeerde rondwandelen, neerleggen in de zetel en boven hem hangen, hem tegen mij leggen, niets leek echt te werken, het wenen bleef doorgaan.  Ik observeerde hem, hij bleef alert.  Terug in het park kalmeerde hij, lachte zelfs even.  Na een tijdje (Ilja zat al YouTube-filmpjes te bekijken van The Pink Panther) probeerde hij een speeltje te grijpen.  Met één hand.  De andere arm bleef liggen.  Dacht ik dat nu?  Of was dat nu effectief zo?  Ik gaf het speeltje in zijn andere handje, hij greep het niet.  Hoe meer ik keek, hoe meer ik het gedacht kreeg dat hij zijn rechterarm niet gebruikte.  Ik checkte zijn vingers, die bewogen (oef).  Ik checkte zijn benen, die stampten normaal (oef).  Toen ik het armpje even ophief viel het neer op de matras en begon hij te huilen.  Er was echt iets mis met die arm.  Dacht ik.  Mijn gevoel zei: niet goed.  Ik zette de Pink Panther op pauze en vroeg nogmaals “Is er iets gebeurd met Linus’ arm?” “Ja, maar het was per ongeluk”.  Goed.  Tijd om de papa terug te roepen van zijn repetitie en mijn ouders op te trommelen. “Er is iets met Linus’ armpje, kun je komen?”  Ik ontkleedde hem om de arm van dichterbij te bekijken, zag niets abnormaals al was ik het niet zeker.  Zijn verzorgingstas werd gemaakt, het was bijna etenstijd voor hem, ik zorgde dat ik alles bij had en wachtte.  Toen iedereen arriveerde vertrokken we naar spoed.  In de wachtzaal lachte Linus naar zijn papa en zolang hij stillag bleek er geen probleem.  We werden gelukkig vlug geholpen.  Een vriendelijke verpleger begeleidde ons en stelde enkele vragen.  De spoedarts kwam ter plekke en voelde aan zijn armpje.  Ze deed een bepaalde handeling en riep “Opgelost!”.  Blijkbaar was de elleboog eventjes uit zijn plek.  Na een enorm bleit-salvo kalmeerde hij.  De verpleger legde uit dat ze dit een “zondagsarmpje” noemen.  Ik had er nog nooit van gehoord maar was gewoon blij dat het opgelost was.  Eens terug op het spoed-bed begon hij weer zijn oude zelf te worden.  Lachen, kraaien en blij dat we hem entertainden.  Zwaaiend met beide armen vanuit de Maxi-Cosi vertrokken we na vijf minuutjes terug richting thuis.  Met de schrik er vanaf, een nieuw verhaal en het voornemen om de mat enkel voor Linus te houden.

Achteraf bleek dat mijn vader aanvankelijk dacht dat Linus iets aan zijn darmpje had.  Ik was blijkbaar toch niet zo duidelijk geweest aan de telefoon.

Over een scherp, eigenaardig mes.

Het ging niet zo vlot de laatste dagen.  Ik kan niet veel verdragen en ik weet het van mezelf waardoor ik nog minder kan verdragen.  Binnen twee weken “is’t van dadde”.  Dan herstart ik met werken.  Een mes.  En het snijdt aan twee kanten.  Eigenlijk aan drie kanten. ’t Is zo’n triominos-mes (ofzoiets)

Er is de kant van: Linus loslaten.  Ik ben geen mama-mama.  Nooit geweest (denk ik). Er was het idee dat het baby-moederen een periode ging zijn “waar ik door moest”, niet dat ik het mij ontzag maar ik was namelijk al kleuters gewend. Maar wat blijkt?  Het is toch wel heel erg zalig om die kleine patat zo dicht bij me te hebben.  Ook al bleit hij al eens aan de kassa van de Carrefour en moet ik met één hand verder mijn kar vullen.  Is het misschien omdat hij een mama-kindje is?  Ik merk toch wel een heel verschil bij de vorige babyperiode.  Waar Ilja bij iedereen kon getroost zijn, lijkt Linus vooral aan mij (en papa) te hangen.  En dat lachje.  Dat kraaiend schaterlachje.  Daar zou ik heel de dag naar kunnen kijken!

Er is de kant van: Hell Yeah, terug naar de volwassen wereld!  Ik snak naar volwassen gesprekken.  Pas op, het is zalig om een hele vakantie thuis te zijn, maar na 6 weken kleuterpraat en 4 maanden constante pampers ben ik misschien toch wel klaar om te herstarten op het werk.  Ik besef wel dat ik deadbeat thuiskom de eerste dagen want mijn ritme verandert van: om 10u uit je pyjama lummelen en de hele dag “niets moet-alles mag”  naar 11-uren-shiften draaien waar je soms nog een uur tekort komt om rond te geraken met je werk.  Komt daarbij dat ik half september mijn verantwoordelijke ga vervangen en dus nog veel extra taken moet bijnemen en -leren.  Dat wordt weer wennen!

En de derde kant van het scherpe mes: Ik ga nooit meer zo’n lange periode thuis zijn en dat is nu bijna voorbij.  7,5 maanden thuis. (3 voor en 4,5 na de bevalling).  Ik kon bijna altijd “ja dat past” zeggen als er afgesproken werd, ik kon overal bij zijn, activiteiten mochten vlotjes uitgesteld worden tot de week erop want dan was ik ook de hele week beschikbaar.  Die luxe hebben wij -in de sociale sector al zeker- niet.  Meestal moet ik werken tijdens dat feestje of ik moet iemand vragen om te wisselen als ik ergens naartoe wil.  En neen, er komt geen derde kindje dus deze kant is minstens even scherp als die andere twee.

to lurk or to comment?

“Kathleen zegt…”.  Dat is al een paar keer in mijn hoofd gepasseerd tijdens de cursus “Meststoffen voor je blog”.  Deze keer zegt Kathleen dat ik als opdracht “de ideale lezer” voor Shoutyourheartout moet typeren.  Ter info: “zegt” en “moet” kunnen vervangen worden door “geeft als tip” en “zou kunnen”.  Ze verplicht ons tot niets en ik voel me ook helemaal tot niets verplicht.  De cursus is superboeiend ook al ben ik uit de Facebookgroep, toch haal ik er tonnen inspiratie uit.  Hoewel ik blijf schrijven voor mezelf en mijn stijl niet ga veranderen (mijn stijl, wat is mijn stijl eigenlijk?) lijkt de opdracht me wel heel zinvol.  Ik ben deze blog gestart met nul lezers.  Ik vermoed zelfs dat ik hier al een jaar schreef alvorens iemand kwam meelezen.  Het maakte niet veel uit.  Er werden door mij ook weinig tot geen andere blogs gelezen dus hoe kan het ook.  Toen ik op Facebook mijn berichten begon te posten kwamen er meer lezers.  De interactie met de lezers vind ik super (leve comments!).  Ik weet nu ongeveer wel uit de statistieken en het aantal volgers op wordpress, bloglovin’ en feedly hoeveel mensen er langskomen, maar dat is ook wel heel blurry, want wie jullie echt zijn, dat is een mysterie!  Dus ik doe mijn huiswerk en probeer een typering te schetsen van de “ideale” lezer van deze blog.  Dat moet je niet interpreteren als “oh, ik ben ideaal”, neen, dat is gewoon een paar algemene kenmerken waaraan ik denk dat sommige lezers voldoen.

  • Geslacht: vrouw (we gaan ze Vanessa noemen voor ’t gemak)
  • Leeftijd: tussen 25 en 45 (want daar zitten wel enige Vanessa’s tussen denk ik)
  • Kroost: één of twee kinderen tussen 0 en 10 jaar.  (Louis en Marie) (totaal niet van één of andere reclame genomen, nope!)
  • Interesses: bloggen, misschien lopen, misschien wel: zich zo weinig mogelijk vermoeien in het huishouden, een beetje prutsen met foto’s, lezen
  • Professioneel: sociaal beroep (leerkracht, opvoeder, verpleegkundige, iets in de hulpbranche)

Misschien ben jij wel een Vanessa en is Louis uw tien-jarige zoon?

Of misschien ben jij wel Dimitri, de broer van Vanessa, een single van 25, werkzaam in de IT, met als interesse: videogames, pintjes pakken en festivals doen of Martin, de 68-jarige vader van Vanessa en Dimitri, gepensioneerd boekhouder met een voorliefde voor de oude Grieken?  Vanessa, Dimitri en Martin, ge zijt allemaal welkom hé, dat heeft er totaal niets mee te maken.  Integendeel.  De variatie is aangenaam, ik wil ook wel meer weten over die oude Grieken eigenlijk! Het zou fantastisch zijn moesten lezers eens een comment laten over hun profiel “geslacht-leeftijd-al dan niet kroost-interesses-beroep”, ja jij ook, lurkertjen, je moet niet bang zijn!  Maar ge moet u uiteraard niet verplicht voelen 😀

wpid-wp-1439463244800.jpeg

Het moet passen….Vanessa staat in het krantje van De Gezinsbond vandaag….haar vent is blijkbaar Wim, met een voorkeur voor hoeden.  Dag Wim.

Danonino’s castle

Zoals ik al eerder schreef kreeg ik via Danone een pakket toegestuurd met daarin “Het lekkerste knutselboek: knutselen met plastic cupjes van Danone”.  Ilja begon meteen te bladeren en aangezien hij in zijn ridderperiode zit was de keuze vlug gemaakt!  De opdracht werd door mij -aannemer van dienst- aanvaard.

IMG_7853

Het plan van de architect was mooi uiteengedaan in het boek.

Eerste opdracht: Zoveel mogelijk bouwstenen leegeten.  So far: geen klachten!

IMG_7855

Tweede opdracht: een goeie schilder zoeken.  En we weten allemaal, een goeie stielman, dat is nog moeilijk te vinden!

IMG_7852

Er werd door de schilder ook gemetst.  Multifunctioneel noemen ze dat!

IMG_7859

De decorateur van dienst pimpte de Danonino-potjes.  Wie de de decoratie koos, daar hoef je niet ver naar te zoeken, de aannemer was ook meteen akkoord.

IMG_7863

Als je baas bent van je kasteel mag je zelf kiezen hoe het eruit ziet uiteraard.

IMG_7864

De aannemer zocht tussen haar gekleurd papier naar iets leuk om de torens te maken.  Dat ze drie keer moest herbeginnen om het torentje te maken op maat dat vermeld ik alleen maar ter info (slechte reclame is ook reclame)

IMG_7866

Achteraf werden hier en daar nog enkele details toegevoegd, de afwerking is trouwens nog steeds niet volledig, het bleek dat we nog veel te weinig Danonino’s gegeten hadden.  Maar een kasteel met één zijtoren, dat gelijkt er toch ook al op hé.  En een veranda aanbouwen, dat doe je ook pas als je op je een vergunning en geld hebt hé?

Kruidvat-mijn-gat

Liefde is: Kruidvat trotseren met een buggy en een kleuter omdat je lief geen gel* en deo meer heeft.  Echt.  Ik begrijp niet hoe Kruidvat nog altijd niet doorheeft dat hun winkel zowat de hel is voor moeders met kinders die nog niet kunnen lopen.  En je moet weten: als buggy’s er niet kunnen passeren, dan kunnen rolwagens dat zeker niet.  Tijdens mijn werk ben ik soms wel eens onderweg met iemand in een rolwagen, het is pas als je zelf een rolwagen duwt dat je beseft hoe irritant het is als mensen hun bromfiets of fiets volle bak op het voetpad parkeren.  Of hoe -in Ieper toch- vuilniscontainers het halve trottoir bezetten!  Vreselijk!  Veel winkels zijn niet toegankelijk voor buggy’s en rolwagens.  Ja, ik kijk naar jou: winkel met je trap vooraan of jij met je zware deur die je met twee handen moet openduwen!  En als ze dan -zoals Kruidvat- wel toegankelijk zijn, dan zetten ze heel dat spel vol met allerhande promorekken en kartonnen borden.  Winkelwaren die uitgestald staan op de grond waardoor je niet anders kan of die dingen gewoon verzetten om te kunnen passeren.  “Winkelinrichters” (bestaat dat eigenlijk?) zouden daar toch echt beter op moeten letten!  In feite zou “rolwagen”-duwen en -zitten zelfs een onderdeel moeten zijn van één of andere levenssleutellessen (of hoe heet dat nowadays?).  Niet alleen om de obstakels op de weg te vervloeken, maar ook om eens te beseffen hoe het is om in een rolwagen te zitten en ergens niet bij te kunnen.  Ik wil helemaal geen compassie opwekken voor mensen in een rolwagen, ik veronderstel dat ze dat zelf ook niet willen maar het zijn de kleine dingen die het hem doen: een deur openhouden, het voetpad toegankelijk houden of een klein handje hulp bij iets dat te hoog staat.

*vaneigens kan ik naar een andere winkel gaan om mijn producten.  Eén die wel toegankelijk is.  Maar daar hebben ze die bepaalde gel niet.  Damn.  Of weet er iemand waar je deze pot nog kunt kopen?

2015-08-10 12.00.23

en waarom heeft Nivea geen webshop? Of kijk ik daar helemaal naast?

Tenen Shmenen

Zaterdagochtend was alweer een ochtend om naar uit te kijken.  Ik mocht nieuwe loopschoenen halen in Decathlon.  Ik had al een tijdje het gevoel dat mijn loopschoenen iets te nauw waren en dat de zool echt wel zwaar aanvoelde.  Alsof ik een beetje met blokjes aan mijn voeten liep.  Hoewel ze nog niet zo heel erg oud waren kon ik wel een nieuw paar verdragen.

Ter plekke werd ik geholpen bij het kiezen van een “aangepast” paar. Gelukkig had ik goed geredeneerd en een broek aangetrokken, want ik vermoedde al dat ik op de loopband ging moeten lopen.  Na het invullen van enkele gegevens mocht ik zes keer over en weer lopen op de band zodat de stand van mijn voeten kon gescand worden.  Het vreemde daaraan was niet: ik moet hier in de Decathlon lopen.  Neen, het vreemd was: er staan hier supporters te kijken naar mij.  Er waren effectief mensen blijven staan om te kijken wat ik aan het doen was.  (Ik had ook iemand die gedurende het volledige bezoek een beetje teveel supporterde, maar dat is een ander verhaal, ééntje die eindigde met:”Ewel, is er iets misschien meneer? Ken ik u?” nadat die meneer in kwestie al zeker tien keer grijnzend goeiendag had geknikt.  Ik kende hem niet by the way.)

Anyway, blijkbaar doe ik van “overpronatie”.  Wuk?  Toen ik daarmee thuiskwam zei mijn lief heel normaal:”ewel, ken jij dat niet?”…euh, neen, wat weet ik daar nu van?   Kort gezegd: mijn voet kantelt teveel naar binnen als ik loop waardoor ik een schoen nodig heb die dit compenseert.  En gelukkig hadden ze dat.

Eerst paste ik deze:

wpid-wp-1439114661288.jpeg

Girly girly met dat roze maar dat deed er niet veel toe want ik had het gevoel dat deze 41 te nauw zaten.  De verkoopster zei er ook bij dat ik best mijn tenen niet voelde tegen de voorkant en raadde me aan om een maat groter te nemen.  Een ander paar dan maar in (de grootste) maat 42 (Bigfoot?  Moi?).

Uiteindelijk ging ik naar huis met deze beauties:

wpid-wp-1439110084226.jpeg

Ze werden deze ochtend meteen getest tijdens een ochtendloopje.  De schoenen voelden licht aan, beter dan mijn vorige en gaven goed mee.  Na zo’n twee kilometer begon ik toch wel een klein beetje pijn te krijgen aan mijn tenen (de bovenkant).

wpid-wp-1439110048201.jpeg

Bij thuiskomst bleek dat ik dat goed had gevoeld…(de foto van mijn lelijke tenen heb ik verkleind…tenencomplex? moi?)

wpid-wp-1439109961273.jpeg

Twee “bleinen”.  Zowel linker- als rechtervoet.  Oei.  Ik heb wel vreselijke voeten met mijn opkrullende tenen.  Of had ik de schoenen misschien beter eerst ingewandeld?  Misschien was het een beetje wild door 4 km te lopen zonder ze in te wandelen (al besef ik wel dat 4 km voor de meeste lopers gewoon opwarming is).  En nu?

Zelfkennis is het begin van alle wijsheid?

Ik kan het niet.

Ik kan niet:

  • vier zure spekken eten en dan het zakje terug dicht doen en terugleggen in de kast, neen, ik eet een handvol zure spekken en daarna nog een hand.  Dan draai ik het zakje dicht en leg het terug in de kast.  Tien minuten later ga ik terug naar de kast en ik eet ik weer twee handjesvol.  Ik kan niet: de rest van die zak terugleggen en dat bewaren voor later.  Neen, tegen het eind van de middag moet die zak leeg.
  • naar de winkel gaan en enkel meebrengen wat ik nodig heb.  Neen, ik koop altijd iets dat ik initieel niet van plan was om te kopen.  Vandaar dat ik meer en meer Collect en Go doe.  Het kost je ietsje maar je wint er zoveel mee.
  • een beetje Facebook.  Ofwel doe ik Facebook ofwel doe ik het helemaal niet.  Ik wil wel een pagina voor mijn blog maar dat kan niet zonder Facebookaccount, dus het is to Facebook or not to Facebook.  Ik vrees dat het het laatste geworden is, het leven was veel simpeler zonder Facebook.
  • zeggen dat ik “maar een beetje ga organiseren”, neen, ik trek alles veel te rap naar me toe en wil het zelf liever doen.  Ik kan geen half werk doen, ofwel doe ik het ofwel doe ik het niet.
  • een beetje foto’s bestellen en de rest voor later houden.  Neen, eens ik begin aan een fotobestelling ben ik zoet voor een uur, alle gefotografeerde activiteiten sinds de laatste bestelling worden overlopen en geselecteerd.  Vandaar dat ik dringend, dringend een fotoalbum voor Linus en een nieuwe (derde!) album voor Ilja moet aanschaffen!  Nothing beats echte foto’s!
  • één tas koffie drinken ’s morgens en dan stoppen.  Nee, ik drink er 6 (6 kleintjes).
  • een mini-toertje gaan lopen, nee, het is de volledige toer lopen of het is niet.
  • een beetje roefelen.  Nee, als ik roefel dan is het met de grove borstel, no mercy voor de Nelly Furtado-cd, weg ermee!

neen, ik kan het niet.

“Waaroooommm?”

Mijn kleuter heeft er de laatste weken een handje van weg om alles te bevragen.  Is het niet “waarom?”, het is “wie woont er hier” of “wie heet die meneer?” (ok, zinsconstructies, daar is nog een beetje werk aan).  Nadat alles met 5 waarom-vragen wordt geanalyseerd komt er meestal een nieuwe vraag.  Als ik na enkele uren echt een time-out nodig heb van al dat gevraag speelt zich deze conversatie af:

“Ilja, stop nu eens met de hele tijd “waarom” te zeggen”.

Maar waarom moet ik stoppen met waarom te zeggen?”

Dan is het moeilijk om niet te reageren als volgt:

Omdat mama echt een break nodig heeft van die vraagstukken, omdat ik eens eventjes stilte wil, omdat ik eens wil nadenken over iets anders dan over hoe regen gemaakt wordt, waarom de zon niet schijnt, waarom choco van chocolade is gemaakt, waarom je sterk wordt van melk.  Ik wil eens niet mijn woorden wikken en wegen bij de vraag waarom ik ga gaan lopen.  Want toen ik de laatste keer antwoordde “omdat ik niet dik wil zijn” voelde ik me niet goed bij dat antwoord en boog ik het om naar “omdat ik fit wil zijn” en fit is gezond, en “waarom is fit gezond”, tjah, omdat je lichaam dan gezond is, “Wat is dat je lichaam”, ja je lijf met je armen en je benen, en ja, jij bent wel gezond ook al ga jij niet gaan lopen.  Veelal weet ik ook gewoon het antwoord niet op al die vragen en moet ik “ik weet het niet” antwoorden op “waarom die bloemen roze zijn” of “waarom die meneer daar wandelt op straat” en dan zeg ik wel eens “DAAROM”

Maar waarom daarom?”

Wat blijkt dus:  als je twee van die waarommertjes bij elkaar zet, dan waarommen die tegen elkaar!  Dat hebben we gisteren gemerkt toen we niet één maar twee kleuters meenamen naar Bellewaerde.  Ineens konden wij weer met elkaar praten en werd het kleutergevraag omgebogen naar kleutergetater op de achterbank (“Mijn papa heeft een grote auto!” “Mijn papa zijn auto is nog veler groter!”).  Zalig!  (en waarom komt de mamamaffia mij nooit zo’n tips geven?  Dat is tenminste handig om weten!)

En om eens helemaal uit de kinderpraat te zijn ging ik gisterenavond nog gaan vrouwenpraten.  Jawel, na zo’n hele dag sloffen achter twee kleuters, u mag mij courageus noemen maar het kan toch wel eens deugd doen.  Hoe cliché het ook klinkt, maar als vrouwen onder elkaar bezig zijn dan gaat het gesprek toch soms alle kanten uit: van knappe vrouwenfilmsterren (Cameron Diaz werd genadeloos afgeslacht door mijn vriendin) tot knappe mannen (waarbij ik een schokkende ontdekking deed over mijn aandeel in het gesprek: Kurt Rogiers, Louis Talpe viel trouwens niet bij allen in de smaak, tjah, les goûts en les couleurs…), tot Mathias Schoenaerts (niet mijn ding) en Bieke Ilegems (weeral mijn aandeel, nadat ik haar bezig zag in “Vind je lief” ben ik trouwens helemaal weg van haar, Bieke for President!)  Mijn vriendin haar nieuwe iPhone werd bewonderd (“oh, maar dat is toch al een schoon hoesje? “ma neen ik wil een mooier!”) en meteen ook getest:

summer

Een instagramlesje (“oh nee, hier zie ik er te bruin uit! Oh neen, niet die, ik zie er ziek uit, oeh dit en oeh dat”) en tien minuten later werd haar eerste foto gepost.

En zo gaan de dagen hier open en dicht.