Page 94 of 118

bleitroute

Mental note: zes januari 2014: dag congé nemen.  De medewerker in het secretariaat van de school waar Ilja naartoe gaat wist me dat te vertellen.  Niet dat ik congé moest nemen, maar dat dat mijn tweede “dag van de bleiting” wordt.  Ik wou het lang niet doen, maar nu heb ik het gedaan.  Ik keek naar foto’s van de peuterklas waar hij binnen een half jaar naartoe gaat.  Ze zijn er precies met zo weinig?  Of lijkt dat alleen maar zo in vergelijking met de kinderopvang waar alle eerste leeftijden door elkaar crossen?  Het kromp maar een klein beetje samen, dat hart van me.  Misschien wordt het toch tijd om er aan te wennen.  Dat hij hier niet zal zijn op mijn vrije middag.  Dat hij ineens op donderdagavond een bloempot zal nodig hebben, omdat we op maandagavond dat briefje hierover niet gelezen hebben.  Of dat hij zal vertellen over zijn juffrouw, die mama waarschijnlijk van de liefdestroon zal stoten.  Misschien ga ik zelf wel een aftelkalender maken TEGEN WANNEER HIJ IN GODSNAAM NAAR SCHOOL MAG!  Als ik zie hoe vlug zo’n monstertje groeit, misschien valt hij helemaal wel niet over zijn fluohesje en zit ik binnen de week zonder “gezonde 10-uurtjes” omdat hij er steeds meerdere nodig heeft in dat groeiende lijfje van hem.  Ondertussen zoek ik een alternatieve route van de school naar mijn huis, om stilletjes op te wenen gelijk een klein kind zonder dat iemand mij ziet.

Count Your Blessings

Mmm, was die buitenwapperde ruikt toch duizend keer lekkerder. . . het is wachten tot de eerste vogel er zijn gevoeg op doet.  En dan liefst niet op mijn rug zoals vorig jaar het geval was!

wpid-DSC_0371.jpg

Een babypakje kiezen voor baby 7 van de 14 die onze omgeving in 2013 verrijken. . . We zitten precies een beetje in de leeftijd van kinders krijgen.  Ik denk niet dat de toekomstige eigenares meeleest.  En in het ander geval: is’t schoon?

wpid-DSC_0369.jpg

Uitnodigingen maken voor een ander monstertje dat een fuifke geeft binnenkort.  Met optreden van The Dancing Grandma’s misschien?  Of greatgrandma’s. . .

wpid-DSC_0372.jpg

De party-outfit is ook al klaar.  Inderdaad, ik heb me weer eens beziggehouden. . .

wpid-DSC_0366.jpg

Met een goed muziekje op de achtergrond (al valt dat natuurlijk af te wachten aangezien ik aan de eerste beluistering bezig ben)

wpid-DSC_0367.jpg

Blij dat ik toch nog kleedjes kan vinden alvorens de zomer al voorbij is en ik er terug winterbotten moet onder dragen.

wpid-DSC_0370.jpg

En bij het lezen van mijn boek gisterenavond liet ik Pieter het volgende woord smartphonen “Gemelijk”.  Uit de context van de zin kon ik wel opmaken wat het betekent maar ik was het niet helemaal zeker.
chagrijnig, gallig, iezegrimmig, narrig, nurks, stuurs, bokkig, humeurig, knorrig, korzelig, kribbig, nors, ontevreden

Voel jij je vandaag een beetje iezegrimmig anders?  Of misschien korzelig?  Ik alvast niet met zo’n zalige woorden!

smallsuntalk

Bejaarde buurman terwijl ik mijn was buitenhang:

“Het is nog geen zomer hé”

Neen Roger, neen (badhanddoek)

“’t Gaat zeker niet meer zomeren dit jaar?”

We gaan het zien hé. . .(hemd van Pieter)

“De zon, we zien ze niet veel hé”

Waja, neen hé (pyjama van Ilja)

“Die zon, ze zal niet meer komen zeker?”

Ja, kweet het ook niet. . .(onderbroek)

“Ist koud!”

Jaat zeg, echt (kousen)

“Voor de tijd van het jaar!”

’t Is wreed (onderlaken kinderbed)

“Thohoh, ’t gaat zeker een koude zomer blijven?”

’t Is te hopen van niet (slaap-t-shirt)

“We zijn half juni!”

Ja, je zou het niet zeggen hé (trui)

“De zomer mag nu echt gaan komen hoor”

Jaas, jaas (jeansbroek)

Ik, bijna klaar met mijn was:

“Zolang mijn was maar droogt is ’t voor mij goed!”

Ik vermoed, neen, ik ben het zeker, dat ik niet het type persoon voor smalltalk ben.  En met zo’n kwakkelweer ben ik echt tekort aan het schieten in het dezomerkomtmaarniet-praatjes beantwoorden.  Help.  Waarom ben ik niet gezegend met een tatergat en een babbelmond?

 

Karrenloerderij is geen misdrijf

Loer jij ook soms in het karretje van iemand anders als je aan het winkelen bent?  Ja echt?  Ik niet.  Het interesseert mij niet wat een ander koopt.  Ik kijk wel mijn ogen uit als ik zie welke hoeveelheden mensen kopen.  Sommige karren liggen tjokvol, de plastic verpakkingen puilen door de tralies, ergens bovenaan balanceert een doos tissues.  Serieus, hoe besturen die mensen dat zonder een rayon chocopotten omver te rijden?   Zouden de kassamedewerkers in de colruyt in zichzelf denken “oh my god, net voor mijn pauze een grote kar, je gaat het nooit anders zien hé”.  Gisterenmiddag was het Stefanio die mijn kar deed (alléé, zo noemden zijn collega’s hem toch, moest hij Michel heten dan moet hij wel echt een serieuze streek uitgehaald hebben om en plein public Stefanio genoemd te worden).  Wat zou hij denken als hij de inhoud van mijn winkelkar overlaadt in de andere kar.  Het colruytsysteem van de karren overladen is trouwens een geweldig goeie uitvinding geweest, al kijk ik soms wel eens raar als ik iets door de medewerkers’ handen zie passeren (Huh? Heb ik dat daarin gelegd?).  Als je het zelf op de band moet leggen heb je precies een beter overzicht.  Ik doe ook steeds van “gok de prijs”.  Dan probeer ik zo vlug mogelijk een goeie schatting van mijn kasticket te maken.  I suck at the game, ik zit er telkens onder jammergenoeg.  Zou Stefanio denken “zuipteil” als hij mijn twee bakken bier versleept?  Misschien denkt hij wel “trut, met je zware bakken”.  Misschien is hij er steengerust in en helemaal bezig met iets anders.  Met wat hij zou eten deze avond (kip in zoetzure saus misschien?) of wat hij komend weekend gaat doen (date met die knappe van dat feestje vorige week).  Of waarom ze hem Stefanio noemen, terwijl hij eigenlijk Michel heet.

Rolling the red carpet

Waarschuwing: deze post bevat too much information.  Je hebt nu nog de kans om weg te klikken.  Tot. . . nu ongeveer.  De tijd van de maand!  Olei!  Kom hier Always, Tampax en ander materiaal waarmee je kunt zwemmen, paardrijden, zelfs hele nachten kunt gaan dansen.  Ahja uiteraard, want met een kind is het allemaal niet meer zo evident om dat allemaal geregeld te krijgen.  Laat staan met twee kinderen!  Ik heb zin om een klein maandverdansje te maken.  Een realitycheck is het even voor mij, zo twee dagen overtijd gaan.  Okay, misschien is het echt too much information, ik kan dat begrijpen, ik zou het ook bij mezelf denken moest ik het bij een ander lezen.  Pech voor jou, je wou persé doorlezen, na-hah, *wijzende vinger*.  Het is nog maar eens een bewijs dat ik absoluut niet klaar ben voor een tweede kindje.  (Hey, was het zo, het was zo, het zou verwend worden, evenveel als Ilja.)  Maar nu niet, misschien zelfs nooit.  Nu ga ik mijn buikpijn verwelkomen.  En een beetje minder grumpy zijn.  –lalalala-

Duud en duud en duud! Hoofdstuk 2

wpid-DSC_0342.jpg

Misschien moet ik stilaan beginnen aanvaarden dat deze sanseveria nu echt dood is.  In plaats van krampachtig telkens opnieuw de verschillende plantenonderdelen in de aarde te proppen, zou ik ze beter in de vuilbak kieperen.  Het is ook zo’n irritante sterver.  Telkens ik de verschillende beentjes hoopvol terug in de aarde duwde om hem daarna vlug wat water te geven moest er altijd wel één beentje terug omvallen om zo een berg aarde door de keuken te katapulteren.  Anyway. . . dood dus. . . Eén van mijn orchideeën daarentegen, die geeft weer teken van leven.

wpid-DSC_0344.jpg

Deze kan ik dan ook maar in één keer afschrijven.  Planten die hier terechtkomen mogen al hun testament beginnen schrijven.  Ik woon in de palliatieve afdeling van de plantenkliniek vrees ik.

wpid-DSC_0336.jpg

Er bestaat zoiets als Studio100-TV.  Inderdaad, ik wist dat nog niet, en ik ben al bijna twee jaar moeder.  Ineens draaien ze de samsonliedjes die je hoorde toen je als kind stil mocht naar de televisie kijken als je ouders op zondagochtend aan het uitslapen waren.  Samson die had toen nog zijn eigen afbeelding niet.  Hij zat in zijn mand en maakte irritante spelfouten.  In de afbeelding van Samson lijkt hij precies iets actiever.  Hij gelijkt ook helemaal niet op de mandhond.  Zijn haar is korter en je ziet eindelijk dat hij een staart heeft.  En hij kan lopen.  Samson on speed.

wpid-DSC_0349.jpg

“Acht” dat kenden we dan wel weer.  The Armstrong and Millershow blijft één van mijn favoriete comedyprogramma’s.  Vooral “Mammoth, you like mammoth?”

Als we ’s ochtends nog half slapend uit ons bed komen is het hier ook soms mammothpraat “Koffie?” “Hmmm”.

http://www.youtube.com/watch?v=hb0ef6NhY74

wpid-DSC_0351.jpg

In onze badkamer is er een ledlamp geïnstalleerd boven de spiegelkast.  Ik noem het “de lamp der confrontatie”.  Vreselijk!  Als het aanligt zie je elk stipje, puntje, lijntje, rimpeltje dat op je gezicht te bespeuren valt.  “Maar ik wou zeker voldoende licht, ik haat het als ik niet genoeg zie in de badkamer”.  Het meisje in Sax dacht er waarschijnlijk het hare van toen ik dat zei.  Je zou voor minder de relevantie van fond de teint beginnen begrijpen.

wpid-DSC_0343.jpg

“Baby en Peuter”: mijn huidige lectuur als ik voor de zoveelste keer gezegd heb “mama zegt wanneer je van je stoeltje komt!”  Kinderen met karaktertjes bestonden in de tijd van “de moderne huisbibliotheek” ook al blijkbaar.  In die tijd was het blijkbaar nog geen probleem om onderzoeken van poedelnaakte kinderen in verschillende fotostappen af te beelden. Doe je dat nu, je hebt een proces aan je been.  Volgende boek in deze reeks: “Binnenhuis- en balkonplanten”.  Oh yes.

 

boorkie-birkie-boerkie

Of we het goed stellen in ons huis?  Ja!  Vaneigens!  Maar waar ik nog het meeste van geniet is mijn vrije middag.  Die wordt niet meer gespendeerd aan deuren, muren, chambrangs, plafonds en andere ongeverfde toestanden.  Voor de eerste keer in vijf maanden ging ik vandaag nog eens een paar winkels binnen.  Ik paste zelfs enkele kleedjes, zonder resultaat, maar toch met een zalig ontspannen gevoel.  Ik hoef niet meteen iets te vinden, er zal wel nog tijd zijn om nog eens te winkelen.  Geweldig!

Wat ik wel kocht:

wpid-DSC_0335.jpg

Een appelboor.  Ik ga niet zeggen dat ik het kocht voor de naam alleen, maar ik geef toe, ik ben ertoe in staat.  Een appelboor, daar krijg je toch direct koude rillingen van.  “Wiens appel moet er hier geboord worden?”

wpid-DSC_0334.jpg

Van de boorkies naar de birkies.  Mijn schoonzuster krijgt nu koude rillingen vermoed ik.  Verpleegstersletsen!

wpid-DSC_0333.jpg

Een maf zonnehoedje voor Ilja.  Nu nog zon.  En voor hem een smallere kop, want het past niet.  Mijn hoofdomtrekinschattingsvermogen is niet zo denderend blijkbaar.  Ik geef het weg.  Aan wie???

wpid-DSC_0326.jpg

Deze rozen kreeg ik deze week van mijn schoonouders, geleverd aan de deur!  Inclusief een vaas, dus geen gefriemel met het juist snijden van de steeltjes.  Gewoon uitstallen en heel content naar zitten kijken.

wpid-DSC_0331.jpg

Hoewel we genieten van het oeverloos zappen is het helemaal niet nodig voor Ilja.  Hij zet zich in zijn stoel en kijkt naar de achterbuur die zijn gras invet.  Geen TV nodig dus.  “TRACTOR!!!!!” Wacht tot diezelfde buur zijn parapontjes uithaalt en zijn mooie gras beparapont!

wpid-DSC_0323.jpg

Deze mustiekat amuseert zich ook te pletter, marbelwentelen over onze vloer.

In tegenstelling tot de droogkast die nog steeds toertjes moet draaien, is de afwas- en de broodbakmachine zo zalig zijn werk aan het doen.  Doe maar machientjes.  Doe junder maar. . .

Zure Zwakte

“Kom!  Delen die handel!”  Hij.  Tegen mij.  Hij weet het op voorhand.  Als hij er geen opeist heeft hij er geen.  Ik deel namelijk niet zo graag.  Twee straten verder zijn we na een babybezoek en hup daar mag de doopsuiker er al aan geloven.  Excuseer, we waren nog maar pas van de parkeerplaats weggereden.  Soms gebeurt het dat we er al mee lopen strooien in de ziekenhuishal.  Het is nu niet dat wij dat nu zo graag eten (soms vind ik dat zelfs een beetje chemisch smaken), maar wij zijn van die mensen die geen mate kennen.  Alléé, ik ga misschien voor mezelf verder spreken.  Mijn wederhelft heeft nog net iets meer discipline dan ik als het op snoepen aankomt.  Zure spekken spannen de kroon.  Zure spekken, zure zwakte.  Ik mag ze niet zien, ruiken of er zelfs niet aan denken, het water komt me al in de mond.  Van die zure spekken die je met je tanden moet kapot trekken  Liefst zo danig hard dat je moet opletten dat je je hoofd niet botst bij de terugslag.  Als je er 20 van eet is je verhemelte zo extreem verdoofd, je zou zo een tand kunnen laten trekken zonder dat irritante pijnspuitje.  Toch blijven gaan hé.  De zak moet uit!  Daarom koop ik geen snoep.  En daarom moet mijn lief in ziekenhuishallen doopsuikers gaan opeisen.  Want snoep, dat moet op.  Nu.

                                                                            zuurtjes

Illie Billie Vanilli

Je knijpt met je vingers in mijn kaken en trekt zo hard als je kan.  Even begrijp ik de bedoeling niet maar daarna geef je me een zoen, recht op mijn mond.  Een klakkende snotzoen.  Als je me aanspreekt met “mama, wiedie kawaad madaake” en ik antwoord met “wiedie kawaad madaaké?” roep je superenthousiast en volledig begrepen terug “JAAAAA!”  Inderdaad, wij verstaan elkaar.  Soms breekt mijn hart in een triljoen stukken op de meest normale momenten.  Als je ’s ochtends tegen me ligt om je melk te drinken en daarbij mijn hand zo danig manipuleert tot hij onder je pyjamatrui geraakt.  Of als ik je gezichtje zie glunderen na een dag van jou gescheiden te zijn, dat totje, vermoeid maar content.  Ja, ook bij de gedachte dat ik je steeds meer en meer ga moeten loslaten.  Je vader en ik kunnen er soms niet over, hoe je ons leven hebt verandert, verrijkt.  Onze mond kletst open als we merken dat je ineens linken legt die volgens ons voor je kleine kopje veel te complex zijn.  En dan dat vettig lachje van je. . . “wehehahahehe”, je zou zo kunnen spookhuisbandjes inlachen.  Ons kleine monster, een driftbui, een dansje waarbij je op je kont belandt, een beker water die je zonder reden ineens ondersteboven draait.  Ik kan me niet meer inbeelden hoe het zonder jou was.  Sinds je er bent is het hier ook allemaal ondersteboven.

waaien shmaaien

Ik was al bijna drie kilometer verdergereden toen er ineens een alarmbelletje afging  “Fak, heb ik nu die doos duplo van mijn dak gehaald?”  Een vluchtige blik op de achterbank deed me ontspannen, één politiekantoor van duplo blinkte in mijn ooghoeken.  Tussen een hoop ander gerief dat nog moest verhuisd worden uiteraard.  Het zal de vermoeidheid zijn die zijn tol begint te eisen.  Het weer is er niet naar om te verhuizen.  Normaal gezien heb ik over het weer eigenlijk geen mening,  het kan me niet zoveel schelen al vind ik het wel leuk als de zon volle bak schijnt.  De laatste weken erger ik me meer en meer aan de wind, al is mij ergeren misschien een understatement.  Ik maak me eigenlijk dagelijks kwaad op de wind.  Die vieze achterbakse venijnige waaiboelwind.  Zit ik te slepen en te sleuren met verhuisdozen, dan waaien mijn autodeuren dicht nog voor ik goed en wel die achterbank leeg heb.  Wil ik mijn voordeur opendoen, balancerend met een zware doos of een moeilijk hanteerbare lamp, dan zie ik niet wat ik doe omdat mijn haar de hele tijd voor mijn ogen waait te wapperen.  En het waait dus elke dag hé! Ik heb het gehad met die wind.  Dood aan de wind.  En durf nu niet te regenen in de plaats, gij belachelijk klimaat.