Page 94 of 117

De roodstaartjes door de bjèten jagen.

Tussen het steenpuin in onze toekomstige tuin vertelde ik gisteren enthousiast over het speciale vogeltje met zijn mooie rode staart.  Ik spotte het tijdens het schilderen van mijn binnendeuren eerder die week.  Mijn echtgenoot kauwde zijn pistoletje met hesp verder en zei lacherig “een roodstaartje hé”.  Toeval leek me vijf uur later in het gezicht uit te lachen want op het feestje gisterenavond belandde ik bij een ornitholoog, althans dat maakte ik ervan.  Hij wist alleszins iets van vogels.  “Het gekraagde roodstaartje” zei de ornitholoog die ook psycholoog is gedecideerd.  (Pieter had het dus niet echt bij het verkeerde eind).  Ik heb dus een gekraagd roodstaartje in mijn hof.  En van het beestje naar het feestje. . . laat ons zeggen dat het een beetje uit de hand is gelopen.  Crimineel erover zou een betere benaming zijn.  Of misschien moet ik er gewoon over zwijgen, het gebeurt maar één keer per jaar dat het zo extreem is dat de volgende dag bijna volledig aan mij voorbij gaat.  Maar het was fijn.  Over vogeltjes gepraat, en over verre reizen maken.  En iemand schatte mij 32 jaar.  Die kreeg nog weinig aanspraak de rest van de avond, tenzij commentaar op zijn inschattingsvermogen.  Er waren ook nuchtere mensen.  Ergens in de minderheid. 

roodstaartje

Mooi hé.

Chambrangs are like peanuts en al

image

een verse pot choco openen. . .om de één of andere bizarre reden smaakt de choco uit de verse pot precies altijd beter. . .

trap 

De eerste laag verf na de primer, bijna zes uur werk.  Ik dacht dat chambrangs schilderen een prutswerk was. . . Boy was I wrong, oh so wrong!    

coke zero

Mezelf, in margi-schilder-outfit.  Dorstig reclame aan het maken voor een suikergigant.  De blikken van de mensen in de gemeente als je over straat loopt in margi-schilder-outfit zijn fenomenaal.  Laat ons zeggen dat de over-the-top-duvelpet nog achterwege wordt gelaten als ik om een belegd broodje ga.  Alsof ik de grootste sloor ben van het gehucht waar we gaan wonen.  “Oh, een vrouw met verfplekken op haar kleren!  Schande!”   Sommige dames bekijken mij echt met een gruwel in de ogen, alsof ik uit de beerput kom.  Enkel maar uit de plafondverfpot hoor!

wpid-DSC_0265.jpg

Start to run, beginners alweer.  Het is de derde keer dat ik herbegin, hopelijk met een goed resultaat.  Met een beetje een realistisch doel voor ogen zou ik toch graag zo’n 5 kg vermageren en tegelijk trachten tot 5 km kunnen lopen.  Toch beter dan niets doen veronderstel ik? En volgend jaar in februari moet ik naar twee trouwfeesten waar ik een kostelijk kleedje voor wil kopen.  (Dit jaar ook, maar die zijn iets te dichtbij om er nog te geraken denk ik).

rotseboot

Duurzaam speelgoed dat door je eigen kind gerecupereerd wordt.  Man hebben wij veel met die playmobileboot gespeeld als kind.  Zelfs de kanonnen die erop staan werken nog. Poew!  Om het verst kanonballen schieten.  Zoals altijd moest ik als de jongste het onderspit delven.

wpid-DSC_0222.jpg

De kater die steeds komt de tafelrestjes opeten bij mijn ouders.  Hitler. . . een uitleg is hier overbodig vermoed ik. . .

Ohja, en het zelfverdedigingsverhaal dat in mij opkwam deze week.  Was ik na onze zelfverdedigingslessen op het werk eens stoer thuisgekomen bij mijn toenmalig lief (ondertussen nog steeds mijn lief, en ook zoveel meer). “Ik ga u een keer platleggen si”  Twee handklemmen en  een houdgreep later lag ik strike met een net-niet-gebroken-arm.  Even uit het oog verloren dat de politie-opleiding ook zelfverdediging inhoudt.  Iets grover dan die van ons duidelijk.  Maar u kan ik platleggen hoor. . . tenzij je mij eerst een schop in mijn stoutbeen geeft.

Stylo-lo-loos.

Er komt soms wel eens een goed idee in mij op.  Uiteraard ontstaan mijn lumineuze ideeën als ik niet meteen een balpen bij de hand heb.  Als ik iets niet opschrijf vergeet ik het jammergenoeg al te vaak.  Ik vermoed dat een chronisch slaaptekort aan de basis hiervan ligt.  Uitslapen heeft sinds twee jaar een andere dimensie gekregen.  Kan ik wakker worden uit mezelf, zonder wekker, zonder peutergepratel, dan spreek ik van uitslapen.  Dat was deze morgen het geval en toen we om 02u gisterennacht in bed strompelden leek dat zo’n geweldig zalig idee.  Mijn bioritme en mijn lichaam dachten er anders over.  Om 7u30 schoot ik in paniek wakker “Ilja is zo stil!”  Uiteraard was hij stil, hij zat 30 km verderop bij zijn oma’tje.  Bij dat besef besloot ik weer dieper in mijn deken te kruipen om verder te knorren. . . dat was buiten de pipi gerekend.  De pipi dwong me om naar beneden te gaan.  Waar is die bedpan als je ze nodig hebt!?  Toen was het om zeep.  Terug boven bleek ik wakkerder dan ooit, hell ik dacht er zelfs even over om aan les 2 van start to run te beginnen.  Koffie en de krant waren de duiveltjes op mijn schouder die me binnen hielden. “Lopen?  Is voor sportieve mensen, jij houdt van luieren in je peignoir met een paar kuipjes koffie”.  Shht Duivel, hou je kop.  Nochtans deed les 1 me deugd deze week en de idee om een “wat is bij wie”-lijstje aan te maken popte weer op (tijdens het lopen, een stylo-loos moment dus).  Ik was deze week weer zonder resultaat naar mijn Little Britain dvd’s aan het zoeken, vloekend op het gevoel dat ik ze uitgeleend had en niet meer wist aan wie.  Het gebeurt teveel, dat roekeloos uitlenen.  Handig als je van mij iets wil krijgen, je leent het gewoon even.  Ook een cadeau-tip-lijstje voor moeilijke mensen is zo’n handig idee dat ontspruit uit mijn stylo-loze ideetjesminuten.  Of gewoon een leuke-restaurantjes-lijstje voor het moment dat je beslist om ergens te reserveren en je je afvraagt “waar je nu weer eens naartoe zou gaan”.  En blogpost-ideetjes, over dingen vergeten en al.

Schapen tellen is fijn

Is daar eigenlijk iets mis mee als je “boer” zegt tegen een landbouwer?  Misschien zou ik het nu niet direct “ey boer” zeggen als ik er één tegenkom, maar dan ook, je zegt ook niet “ey landbouwer.”  Ik vind “boeren” nu niet bepaald negatief klinken.  De boeren zijn ferm bezig op het land.  Ik weet dat, want ik woon tussen de boeren en mijn zoon roept elke keer “tactor” als hij een boerenmobiel ziet passeren, dat gebeurt om de 8 minuten ongeveer.  Voor de duidelijkheid, we wonen nog steeds in bij mijn ouders, maar ook in mijn nieuwe villa ga ik op koetjes en schaapjes kijken.  Zalig.  Zelf ben ik ook kleinkind van vier boeren.  De wilde boerenkleindochter.  Ons moeder kan met een tractor rijden, daar was Pieter zo danig van onder de indruk dat hij het instant zelf wil kunnen.  Hier in de straat bij mijn ouders woont een echt boertje.  Deze keer wel op een negatieve manier bedoeld.  De schapen die er zitten zijn vreselijk armtierig (genre dreadlockschapen) en negen van de tien lopen ze gewoon op straat en moet je ze wegtoeteren.  Ze vreten alles wat loszit uit de tuinen van de omliggende bewoners, binnenkort staat er dus waarschijnlijk een schaap mijn halfdroog slaapshirt van de wasdraad te peuzelen.  Op de boerderij kun je het erf niet meer van de rommel onderscheiden.  Er staan nu ook zelfgeschreven borden in het rond “Rotten at hell Thatcher!” Volgens burenroddels is de boer kwaad omdat hij ooit vastzat in Engeland wegens drugsbezit.  Maar sshhttt, ’t is niet zeker hoor.  Anyway loslopende hongerige schapen, rommel die zich steeds maar lijkt te vermenigvuldigen en haatborden, blij dat het niet de directe buur is.  Je zal er maar naast wonen, dan kun je alleszins schaapjes tellen als je niet kan slapen.

Dolfijngrijze gratis reclame

Als je 7 uur aan een stuk verflucht inademt begint je kopprut al eens over te koken.  Zo was ik de hele middag deurlijsten aan het schilderen.  Iets wat wij West-Vlamingen de “chambrangs” noemen.  Ik had tijd om erover na te denken, maar ik kon alleen maar bedenken dat chambrang gewoon frans is voor deurlijst.  Na googletikkerij blijkt het franse woord “chambrangle” te zijn.  Wat doet die LE daar nu weer?  In Blokken deed er ooit een kandidaat mee die in een groepje speelde dat “The Chambrangs” heette, kwestie dat The Doors al bestaan.  Ook de benaming van de nieuwe kleur speelde door mijn hoofd.  Dolfijngrijs.  Mijn chambrangs zijn sinds vandaag dolfijngrijs.  Net zoals Boudewijnpark een dolfijn dagje plezier is.  Ik heb een beetje een zwak voor leuke woorden of quotes.  Hoe fervent we ook gedegouteerd zijn van immokantoren, Century 21 heeft wel een dijk van een slogan: “We kunnen het vast goed met elkaar vinden”.  Met de Broker waar wij mee te maken hadden konden we het alleszins niet bijster goed vinden, maar dat is een ander verhaal.

Moh kijk, The Chambrangs hebben een nieuwe CD uit.  Alléé, omdat jullie een coole groepsnaam hebben, een beetje reclame. . .

the chambrangs

De gordijnen ingejaagd

Gisteren kocht ik gordijnenstof in het goorste winkeltje van heel de westhoek en omstreken.  Het draagt de bijster originele naam “Het stoffenpaleis: Cleopatra”.  Ik vermoed dat de “naai”-facebook-contacten wel zullen weten over welk winkeltje het gaat, en als ze het niet weten dan is het dringend tijd dat ze zich naar daar reppen.  Die prijzen!  Met 3 vensters van meer dan 3 meter lang kunnen die nogal vlug de hoogte inschieten, al is dat buiten een creatieve dame en een goedkoop stoffenwinkeltje gerekend.  Ter overbodige info: het creatieve dametje ben ik niet zelf.  Ik heb al een naaimachinenachtmerrie-ervaring achter de rug bij het maken van een handpop in mijn opleiding.  De pop in kwestie heeft het tot koning van de vuilbakmonsters geschopt.  Hij was zelfs te lelijk om het mormel in een poppenkastverhaal te spelen.  En mijn naaimachinewerk was gewoon degoutant, de eigenaar van Cleopatra zou zich een hartaanval schrikken bij zo’n prutswerk.  Dat hij daarmee maar wacht, hij moet nog mijn gordijnenrails van bijna 4 meter lang leveren.  Nee, naaien, laten we het erop houden dat zoiets echt totaal niets voor mij is.  Zo’n patroon is een puzzel voor me, en dat wordt dan op zo’n fisterpapier getekend, waarom scheurt dat nooit bij die coole naaisters?  Ik begrijp zo’n naaimachine ook niet.  Met dat soort gaspedaal en dan die draad die daar eigenaardig raar op staat te bengelen op dat dingetje waarvan ik denk dat het de spoel heet.  Je ziet ook niet wat je doet vind ik, die stof verdwijnt en dan krijg je dat terug, in mijn geval, schots en scheef samengepropt.  Maar chapeau voor diegenen die het wel kunnen.  Ik ben niet jaloers, maar ik denk wel dat het een geweldig amusante hobby moet zijn.  Als je stekwerk rechtloopt tenminste!

op plechtige eed: ik herpak me!

Het gebeurde zonder dat ik het zelf besefte.  Een dikke schel zoetekoek (peperkoek in het Schoon Vlaams) had een bruin spoor op zijn smoelementje achtergelaten.  Een hardnekkig vies slakkenspoor dat dringend moest geëlimineerd worden.  Meer dan eens ben ik al op baan geweest met een besmost kind, waarbij ik  haastjevlug een vochtig doekje over zijn gezichtje moest wrijven.  Uiteraard wordt dit gevolgd door het nodige hoofdverwerende protest, alvorens we enigszins toonbaar de wagen kunnen verlaten.  Tjah het is het kind van zijn moeder.  Gisteren werd ik echter wat ik nooit wou worden.  Ik heb me bezondigd aan de zonde der zonden.  De terror van elk zelfrespecterend kind.  Hetgeen je als kind het hatelijkste vindt aan mensen die groter, struiser en het meer te zeggen hebben dan jij.  Ik likte aan mijn duim en wreef de vlekken rond zijn lipjes weg!  Jukkie!  Ik was al aan mondhoek nummer twee eer ik besefte dat ik één van hen was geworden.  De speekselmoeders.  Hij leek er niet van getraumatiseerd, ik vermoed dat ik zelf meer geschrokken was dan hijzelf.  Het zal niet meer gebeuren.  Ik leg wel provisoir vochtige doekjes in de wagen.  Of een broodzak met twee gaten in.

 

Het onhandige kotsende meisje

Er zijn zo van die dingen die evident geworden zijn in de laatste jaren.  Ik laat materiaal vallen.  Ik mors met dingen.  Ik stoot me ergens tegenaan.  Dat is standaard dagelijkse kost bij mij.  Het helpt als je je erbij neerlegt, best niet letterlijk want scherven brengen misschien geluk, je wil ze niet bepaald vereeuwigen in je kaakbeen.  Maar de laatste tijd komt er al eens iets nieuw bij.  Zo heb ik het laatste jaar meer en meer last van autoziekte.  Wreed elegant is dat nu niet bepaald, en dat naast mijn aangeboren lompheid, ik maak het niet meer goed met een stel hakken. De eerste keer dat ik dit reisongemak voorhad kwam ik lijkbleek toe bij onze afspraak en na een blikje cola en net niet op het vloerkleed kotsen, ging het voorbij.  Daarna is het heel lang niet meer voorgevallen.  Maar recentelijk komt het soms wel eens op als ik als passagier meerijd en niet weet waar de locatie zich juist bevindt.  Vreemd genoeg, als mijn chauffeur het ook niet weet dan word ik niet wagenziek, maar als de chauffeur (de immer beklaagde Pieter dus meestal) het wel weet zijn en dus vlotjes doorrijdt dan heb ik het soms zweten.  Letterlijk.  Onvoorspelbare bochten, en telkens in mezelf denkend dat we er bijna zijn terwijl het zo nog niet is, dan kan het wel eens prijs zijn.  Mijn maag begint te keren en ik zucht gelijk een bomma die een kwartier te vroeg op haar bus staat te wachten.  Mijn concentratie gaat er ook helemaal op achteruit en alles wat in die misselijkheid wordt gezegd is verloren info.  Gemakkelijk om uw foutjes achteraf in af te schuiven.  “Had jij mij dat gezegd?  Ik weet van niets.. . .Oh, maar ik was waarschijnlijk wagenziek toen, je weet dat je me dan geen belangrijke info moet geven.”  Daarna ga ik nog eens ostentatief een braakneigingske onderdrukken en wat zweet van mijn voorhoofd vegen.  Quite the actress me.

rule n°1: het laken niet scheuren!

“Als we hier lang bezig blijven met die groene bal in de goal trachten te mikken, dan kunnen we misschien ineens van hieruit vertrekken naar die paaseierenraap morgenochtend.”  Ik, tegen mijn Pieter, twee amateurs in het snooker.  Snooker is een sport.  Zoals Astrid On Wonderboat vrijdagavond duidelijk maakte dat vissen wel degelijk een sport is, zo is snooker ook een sport.  Duizendhonderdachtenveertig keer rond die tafel trappelen, balanceren op één been en tegelijkertijd met twee stokken manoeuvreren om dan net naast het doel te mikken.  De stok met de pinnekes op, die als hulpstuk dient om beter aan een bal te geraken, heet “The Rest”.  Cool hé, The Rest.  “Pass me The Rest, man. . .”  Fysiek is het niet te onderschatten, maar je moet er verdikke ook goed bij nadenken, uw radarkes draaien overtoeren zou Alain Van Dam zeggen.  (Of het klinkt toch als iets dat Alain Van Dam zou zeggen, gow.)  Ook een beetje meetkundig inzicht miskomt niet.  Laat dat laatste nu niet echt mijn sterkste kant zijn.  Ik moet zelfs mijn rekenmachine uithalen als ik de oppervlakte van iets wil berekenen, en als ik 6 dl melk nodig heb in een baksel dan moet ik mij eerst afvragen of ik ga toekomen met een liter.  Voor wie zich afvraagt op de schoolbanken waarom je in hemelsnaam ooit meetkunde voor iets zult nodig hebben: om later uw echtgenoot of uw vader tijdens snooker te verslaan.  Met uw Rest.

rollercoaster of life!

Er is ondertussen al bijna een jaar gepasseerd sinds ik dit schreef.  Ondertussen zijn we binnenkort aan verhuis 4 gekomen en lijkt de tijd volledig aan ons voorbij te razen.  Het moet gezegd zijn dat mijn liefste lief de organisatie van de volledige verbouwing inclusief de problemen (gelukkig bitter weinig), de financiële aspecten (jammergenoeg bitter veel) en alle rompslomp die erbijkomt op zich heeft genomen.  Ondertussen bleef hij gemiddeld 4/5e werken op zijn gewoon werk.  Ik nam vooral het verhuisgeregel, het opkuiswerk in het huis en in de papierboel op mij, tegelijkertijd met de hoofdzorg voor Ilja.  In het jaar dat bijna voorbij is werd hij rechercheur, veranderde ik van dienst, werd Ilja één jaar, kochten we een huis, verkochten we een huis, trokken we in bij mijn ouders en verbouwden ondertussen onze nieuwe woning.  Allemaal alsof het de dag van gisteren is.  Ik weet niet of hij beseft hoeveel hij het voorbije jaar gedaan heeft voor ons en onze toekomst.  Hmm, die echtgenoot van me, hij kan er precies wel wat van.  Het blijft ook leuk samenzijn, ook als de befaamde 7 year itch naderbij komt.  En ja, ook wij maken ruzie.  Gelukkig zijn we beiden niet koppig en passeert het na een goed gesprek.  Elke relatie heeft zijn scherpe kantjes, je leeft tenslotte met z’n twee in een eenheid.  Elk op zijn beurt heeft de ander wel eens gelijk en we zijn beide wel eens in fout.  Het hoeft voor mij ook niet perfect te zijn, perfectie bestaat trouwens niet.  Na 7 jaar voelt het standvastiger dan ooit, maar zoals Leonard Cohen het zo mooi verwoordt: “There is a crack in everything, that’s how the light gets in”, er zit ook bij ons regelmatig een humpdiedumptie in onze route.  Fijn, want dat houdt het interessant.