Page 94 of 117

Schapen tellen is fijn

Is daar eigenlijk iets mis mee als je “boer” zegt tegen een landbouwer?  Misschien zou ik het nu niet direct “ey boer” zeggen als ik er één tegenkom, maar dan ook, je zegt ook niet “ey landbouwer.”  Ik vind “boeren” nu niet bepaald negatief klinken.  De boeren zijn ferm bezig op het land.  Ik weet dat, want ik woon tussen de boeren en mijn zoon roept elke keer “tactor” als hij een boerenmobiel ziet passeren, dat gebeurt om de 8 minuten ongeveer.  Voor de duidelijkheid, we wonen nog steeds in bij mijn ouders, maar ook in mijn nieuwe villa ga ik op koetjes en schaapjes kijken.  Zalig.  Zelf ben ik ook kleinkind van vier boeren.  De wilde boerenkleindochter.  Ons moeder kan met een tractor rijden, daar was Pieter zo danig van onder de indruk dat hij het instant zelf wil kunnen.  Hier in de straat bij mijn ouders woont een echt boertje.  Deze keer wel op een negatieve manier bedoeld.  De schapen die er zitten zijn vreselijk armtierig (genre dreadlockschapen) en negen van de tien lopen ze gewoon op straat en moet je ze wegtoeteren.  Ze vreten alles wat loszit uit de tuinen van de omliggende bewoners, binnenkort staat er dus waarschijnlijk een schaap mijn halfdroog slaapshirt van de wasdraad te peuzelen.  Op de boerderij kun je het erf niet meer van de rommel onderscheiden.  Er staan nu ook zelfgeschreven borden in het rond “Rotten at hell Thatcher!” Volgens burenroddels is de boer kwaad omdat hij ooit vastzat in Engeland wegens drugsbezit.  Maar sshhttt, ’t is niet zeker hoor.  Anyway loslopende hongerige schapen, rommel die zich steeds maar lijkt te vermenigvuldigen en haatborden, blij dat het niet de directe buur is.  Je zal er maar naast wonen, dan kun je alleszins schaapjes tellen als je niet kan slapen.

Dolfijngrijze gratis reclame

Als je 7 uur aan een stuk verflucht inademt begint je kopprut al eens over te koken.  Zo was ik de hele middag deurlijsten aan het schilderen.  Iets wat wij West-Vlamingen de “chambrangs” noemen.  Ik had tijd om erover na te denken, maar ik kon alleen maar bedenken dat chambrang gewoon frans is voor deurlijst.  Na googletikkerij blijkt het franse woord “chambrangle” te zijn.  Wat doet die LE daar nu weer?  In Blokken deed er ooit een kandidaat mee die in een groepje speelde dat “The Chambrangs” heette, kwestie dat The Doors al bestaan.  Ook de benaming van de nieuwe kleur speelde door mijn hoofd.  Dolfijngrijs.  Mijn chambrangs zijn sinds vandaag dolfijngrijs.  Net zoals Boudewijnpark een dolfijn dagje plezier is.  Ik heb een beetje een zwak voor leuke woorden of quotes.  Hoe fervent we ook gedegouteerd zijn van immokantoren, Century 21 heeft wel een dijk van een slogan: “We kunnen het vast goed met elkaar vinden”.  Met de Broker waar wij mee te maken hadden konden we het alleszins niet bijster goed vinden, maar dat is een ander verhaal.

Moh kijk, The Chambrangs hebben een nieuwe CD uit.  Alléé, omdat jullie een coole groepsnaam hebben, een beetje reclame. . .

the chambrangs

De gordijnen ingejaagd

Gisteren kocht ik gordijnenstof in het goorste winkeltje van heel de westhoek en omstreken.  Het draagt de bijster originele naam “Het stoffenpaleis: Cleopatra”.  Ik vermoed dat de “naai”-facebook-contacten wel zullen weten over welk winkeltje het gaat, en als ze het niet weten dan is het dringend tijd dat ze zich naar daar reppen.  Die prijzen!  Met 3 vensters van meer dan 3 meter lang kunnen die nogal vlug de hoogte inschieten, al is dat buiten een creatieve dame en een goedkoop stoffenwinkeltje gerekend.  Ter overbodige info: het creatieve dametje ben ik niet zelf.  Ik heb al een naaimachinenachtmerrie-ervaring achter de rug bij het maken van een handpop in mijn opleiding.  De pop in kwestie heeft het tot koning van de vuilbakmonsters geschopt.  Hij was zelfs te lelijk om het mormel in een poppenkastverhaal te spelen.  En mijn naaimachinewerk was gewoon degoutant, de eigenaar van Cleopatra zou zich een hartaanval schrikken bij zo’n prutswerk.  Dat hij daarmee maar wacht, hij moet nog mijn gordijnenrails van bijna 4 meter lang leveren.  Nee, naaien, laten we het erop houden dat zoiets echt totaal niets voor mij is.  Zo’n patroon is een puzzel voor me, en dat wordt dan op zo’n fisterpapier getekend, waarom scheurt dat nooit bij die coole naaisters?  Ik begrijp zo’n naaimachine ook niet.  Met dat soort gaspedaal en dan die draad die daar eigenaardig raar op staat te bengelen op dat dingetje waarvan ik denk dat het de spoel heet.  Je ziet ook niet wat je doet vind ik, die stof verdwijnt en dan krijg je dat terug, in mijn geval, schots en scheef samengepropt.  Maar chapeau voor diegenen die het wel kunnen.  Ik ben niet jaloers, maar ik denk wel dat het een geweldig amusante hobby moet zijn.  Als je stekwerk rechtloopt tenminste!

op plechtige eed: ik herpak me!

Het gebeurde zonder dat ik het zelf besefte.  Een dikke schel zoetekoek (peperkoek in het Schoon Vlaams) had een bruin spoor op zijn smoelementje achtergelaten.  Een hardnekkig vies slakkenspoor dat dringend moest geëlimineerd worden.  Meer dan eens ben ik al op baan geweest met een besmost kind, waarbij ik  haastjevlug een vochtig doekje over zijn gezichtje moest wrijven.  Uiteraard wordt dit gevolgd door het nodige hoofdverwerende protest, alvorens we enigszins toonbaar de wagen kunnen verlaten.  Tjah het is het kind van zijn moeder.  Gisteren werd ik echter wat ik nooit wou worden.  Ik heb me bezondigd aan de zonde der zonden.  De terror van elk zelfrespecterend kind.  Hetgeen je als kind het hatelijkste vindt aan mensen die groter, struiser en het meer te zeggen hebben dan jij.  Ik likte aan mijn duim en wreef de vlekken rond zijn lipjes weg!  Jukkie!  Ik was al aan mondhoek nummer twee eer ik besefte dat ik één van hen was geworden.  De speekselmoeders.  Hij leek er niet van getraumatiseerd, ik vermoed dat ik zelf meer geschrokken was dan hijzelf.  Het zal niet meer gebeuren.  Ik leg wel provisoir vochtige doekjes in de wagen.  Of een broodzak met twee gaten in.

 

Het onhandige kotsende meisje

Er zijn zo van die dingen die evident geworden zijn in de laatste jaren.  Ik laat materiaal vallen.  Ik mors met dingen.  Ik stoot me ergens tegenaan.  Dat is standaard dagelijkse kost bij mij.  Het helpt als je je erbij neerlegt, best niet letterlijk want scherven brengen misschien geluk, je wil ze niet bepaald vereeuwigen in je kaakbeen.  Maar de laatste tijd komt er al eens iets nieuw bij.  Zo heb ik het laatste jaar meer en meer last van autoziekte.  Wreed elegant is dat nu niet bepaald, en dat naast mijn aangeboren lompheid, ik maak het niet meer goed met een stel hakken. De eerste keer dat ik dit reisongemak voorhad kwam ik lijkbleek toe bij onze afspraak en na een blikje cola en net niet op het vloerkleed kotsen, ging het voorbij.  Daarna is het heel lang niet meer voorgevallen.  Maar recentelijk komt het soms wel eens op als ik als passagier meerijd en niet weet waar de locatie zich juist bevindt.  Vreemd genoeg, als mijn chauffeur het ook niet weet dan word ik niet wagenziek, maar als de chauffeur (de immer beklaagde Pieter dus meestal) het wel weet zijn en dus vlotjes doorrijdt dan heb ik het soms zweten.  Letterlijk.  Onvoorspelbare bochten, en telkens in mezelf denkend dat we er bijna zijn terwijl het zo nog niet is, dan kan het wel eens prijs zijn.  Mijn maag begint te keren en ik zucht gelijk een bomma die een kwartier te vroeg op haar bus staat te wachten.  Mijn concentratie gaat er ook helemaal op achteruit en alles wat in die misselijkheid wordt gezegd is verloren info.  Gemakkelijk om uw foutjes achteraf in af te schuiven.  “Had jij mij dat gezegd?  Ik weet van niets.. . .Oh, maar ik was waarschijnlijk wagenziek toen, je weet dat je me dan geen belangrijke info moet geven.”  Daarna ga ik nog eens ostentatief een braakneigingske onderdrukken en wat zweet van mijn voorhoofd vegen.  Quite the actress me.

rule n°1: het laken niet scheuren!

“Als we hier lang bezig blijven met die groene bal in de goal trachten te mikken, dan kunnen we misschien ineens van hieruit vertrekken naar die paaseierenraap morgenochtend.”  Ik, tegen mijn Pieter, twee amateurs in het snooker.  Snooker is een sport.  Zoals Astrid On Wonderboat vrijdagavond duidelijk maakte dat vissen wel degelijk een sport is, zo is snooker ook een sport.  Duizendhonderdachtenveertig keer rond die tafel trappelen, balanceren op één been en tegelijkertijd met twee stokken manoeuvreren om dan net naast het doel te mikken.  De stok met de pinnekes op, die als hulpstuk dient om beter aan een bal te geraken, heet “The Rest”.  Cool hé, The Rest.  “Pass me The Rest, man. . .”  Fysiek is het niet te onderschatten, maar je moet er verdikke ook goed bij nadenken, uw radarkes draaien overtoeren zou Alain Van Dam zeggen.  (Of het klinkt toch als iets dat Alain Van Dam zou zeggen, gow.)  Ook een beetje meetkundig inzicht miskomt niet.  Laat dat laatste nu niet echt mijn sterkste kant zijn.  Ik moet zelfs mijn rekenmachine uithalen als ik de oppervlakte van iets wil berekenen, en als ik 6 dl melk nodig heb in een baksel dan moet ik mij eerst afvragen of ik ga toekomen met een liter.  Voor wie zich afvraagt op de schoolbanken waarom je in hemelsnaam ooit meetkunde voor iets zult nodig hebben: om later uw echtgenoot of uw vader tijdens snooker te verslaan.  Met uw Rest.

rollercoaster of life!

Er is ondertussen al bijna een jaar gepasseerd sinds ik dit schreef.  Ondertussen zijn we binnenkort aan verhuis 4 gekomen en lijkt de tijd volledig aan ons voorbij te razen.  Het moet gezegd zijn dat mijn liefste lief de organisatie van de volledige verbouwing inclusief de problemen (gelukkig bitter weinig), de financiële aspecten (jammergenoeg bitter veel) en alle rompslomp die erbijkomt op zich heeft genomen.  Ondertussen bleef hij gemiddeld 4/5e werken op zijn gewoon werk.  Ik nam vooral het verhuisgeregel, het opkuiswerk in het huis en in de papierboel op mij, tegelijkertijd met de hoofdzorg voor Ilja.  In het jaar dat bijna voorbij is werd hij rechercheur, veranderde ik van dienst, werd Ilja één jaar, kochten we een huis, verkochten we een huis, trokken we in bij mijn ouders en verbouwden ondertussen onze nieuwe woning.  Allemaal alsof het de dag van gisteren is.  Ik weet niet of hij beseft hoeveel hij het voorbije jaar gedaan heeft voor ons en onze toekomst.  Hmm, die echtgenoot van me, hij kan er precies wel wat van.  Het blijft ook leuk samenzijn, ook als de befaamde 7 year itch naderbij komt.  En ja, ook wij maken ruzie.  Gelukkig zijn we beiden niet koppig en passeert het na een goed gesprek.  Elke relatie heeft zijn scherpe kantjes, je leeft tenslotte met z’n twee in een eenheid.  Elk op zijn beurt heeft de ander wel eens gelijk en we zijn beide wel eens in fout.  Het hoeft voor mij ook niet perfect te zijn, perfectie bestaat trouwens niet.  Na 7 jaar voelt het standvastiger dan ooit, maar zoals Leonard Cohen het zo mooi verwoordt: “There is a crack in everything, that’s how the light gets in”, er zit ook bij ons regelmatig een humpdiedumptie in onze route.  Fijn, want dat houdt het interessant.

Dirty mutant slow turtles

Er verscheen net een schildpad in het nieuwsoverzicht van facebook.  Juk.  Van schildpadden krijg ik een draaierig gevoel in mijn maag.  Schildpadden en nekhaar bij mannen.  “Maar de vorige keer waren het nog cavia’s” zal de aandachtige volger opmerken.  Inderdaad, maar van cavia’s draait mijn maag niet.  Cavia’s zijn gewoon kakdieren die ze moeten laten uitsterven onder het motto “nutteloos voor de dierenwereld”.  Maar schildpadden.  Met hun vies slijm, hun kromme poten en hun venijnige kop.  Naar het schijnt bijten die ook als ze zich bedreigd voelen.  Dat er maar nooit een schildpad komt happen of hij belandt onder mijn schoenzool.  De zool van mijn vuile schoenen uiteraard, ik maak er geen botje aan vuil aan die vieze beesten.  “en wat ga je doen als je zoon later om een schildpad of een cavia komt vragen?”  No son of mine will vraag me for a cavia!  *vinger in de lucht*strengeblik* I take care of that wi moat!

en check vooral mijn nieuwe brievenbus – checkt da maat, checkt da!

Ze keken nogal meewarig naar me toen ik aan ons huis toekwam om mijn nieuwe ramen in opbouw te gaan inspecteren.  “Ik ben . . . de baas hier” was het enige dat ik kon uitvinden om hun onderzoekende blikken te beantwoorden.  We schoten alledrie uit in een lach en moesten er grote pinten bij betrokken zijn, we sloegen ze ogenflikkend tegen elkaar “Santé matey!” (daarna zou ik stiekem het schuim aan mijn broek trachten af te vegen).  De effectieve baas –degene die me de factuur zal voorschotelen dus- die had me gezegd dat ze in feite geen voordeursleutel nodig hadden om te beginnen.  “Een koevoetje eronder en we zijn meteen vertrokken!”  Ik had er niet bij stilgestaan de laatste keer dat ik Marbel ging eten geven, de sleutel mag de vuilnisbak in, er zit een nieuwe voordeur in ons huis.  Net als een nieuwe vloer, een nieuwe keuken, een nieuwe poort, nieuwe elektriciteit, nieuwe verwarming en binnenkort een nieuwe badkamer en rond om rond nieuwe ramen.  Als je erbij stilstaat. . . op 27 december werd onze akte getekend. . . we zijn nog geen drie maanden verder en het einde van de verbouwing komt al in zicht.  Het gaat razendsnel!  Binnenkort kan ik beginnen aan het inplannen van al die bedankingsetentjes. . . we zijn zoet voor een jaar denk ik!

Duud en duud en duud

Misschien hebben ze mij gewoon niet graag.  Ik kan dat begrijpen, ik heb ook niet iedereen even graag.  Maar om er nu zo triestig bij te gaan staan, het moet al een serieuze afkeer zijn.  Het mag niet baten, ik kocht nochtans speciale orchideeënmest, ik volgde de instructies van de bloemist op, ik sneed ze af onder het botje zoals men mij zegt en ik zet ze mooi met hun poepe in het water. . Zonder avance. . .dood en dood en dood.

februari2013deel3 128

En je moet weten dat ik –in het geval van planten- niets liever zie dan een mooie orchidee.  Ik koop er bijna jaarlijks een nieuwe en telkens is dat uitgebloeid na een jaar.  Als ik dan mijn moeders’ exemplaartjes jaar na jaar opnieuw zie bloeien dan word ik toch een beetje orchideetriestig.  Waarom daar wel en bij mij niet? Kijk ze bloeien:

februari2013deel3 129

Haar orchideeën komen jaarlijks hun nieuwe kopjes tonen, je hoort ze bijna roepen “Kijk naar mij, ik ben terug!”.  Zou daar eigenlijk een verschil in zijn, want voor de één betaal je stukken meer dan voor de andere.  Vreemd genoeg is de enige orchidee die ooit herbloeide bij mij ééntje van de Aldi geweest.  De anderen lieten hun kostelijke blaadjes vallen.  Wat rest is een dorre uitgedroogde takkenboel die me een jaar lang staat uit te lachen.  Je moet weten dat ze dan als een nestje prinsesjes gesoigneerd worden.  Eten, drinken, aanmoedigingen.

Neen. . . dood, dood, dood.  Ewel hé strontorchideeën: Ik heb jullie ook niet meer graag!