Page 98 of 117

twitter shmitter

Twitter mailde gisteren.  Ze doen dat regelmatig eens want ze willen mij als vriendin houden.  “Of ik mijn login en paswoord wel nog wist?”  Bajaak gij Twitter, ik weet dat nog, ik heb alleen geen goesting om nog in te loggen.  Het probleem is niet mijn wachtwoord onthouden, het probleem is Twitter zelf.  Ik snap er geen jota van.  Google leert me net dat de jota een letter in het Griekse alfabet is, want ik wist ook niet wat een jota was.  Dan kun je er al zeker geen jota van begrijpen veronderstel ik.  Tot daar.  Twitter en ik, die relatie zal niet werken vrees ik.  Er is onvoldoende voeding om de relatie te onderhouden, te weinig wederkerig respect.  Je ziet het, zij mailen mij, ik mail niet eens terug.  Dat zegt genoeg.  Met de smartphone is het al even erg.  Ik wed dat er van alle soorten geweldig amusante doedingetjes op zitten maar ik gebruik daar niets van.  Ik heb nog maar één app gedownload –> instagram.  Ik gebruik die dan ook bitter weinig.  Wie van mij regelmatig een smsje krijgt zal waarschijnlijk ook wel merken dat mijn vingers toch wel te dik zijn voor zo’n touchscreen.  Daarnet smste ik “Geb jij die uren gepot in het balonmetje” gelukkig wist mijn wederhelft wat ik daarmee bedoelde want altijd maar opnieuw dat wissen en hertypen, je zou er een jota van worden.

Vettig nieuwjaar!

Dat is altijd hetzelfde na zo’n schransdagen.  Eten, smoefelen, smikkelen overal rond, massa’s hapjes, desserts, heerlijke koude schotel, koekjes, ferrero rocher en van die dingen, een beetje zoals ik mij de hemel voorstel.  Als ik dan ’s avonds thuiskom van zo’n doendige dag zoals gisteren dan heb ik….honger.  Goesting op frietjes, vettigheid, hoe vettiger hoe prettiger.  Alsof mijn lijf roept: “meer eten, nog, de maag kan niet vol genoeg zijn, profiteren, het is ’t moment!”.  Schotel mij dan een bord vettige spaghetti of een kleintje met een viandel voor en ik speel dat zonder moeite en met veel smaak nog naar binnen.  Toch is het weer voorbij, het ongegeneerd bladerdeeghappen, geschenkjes glinsterend bewonderen en blij zijn om mensen na lange tijd terug te zien.  Tot de volgende kwestie, maar eerst even de broeksriem letterlijk toesnoeren.  Graag in hetzelfde gaatje, al zal dat een illusie zijn na december.

hey, ik kan ook dichten hoor…varkentje! snuit!

Volledig van de kaart wakker worden, niet weten waar je bent het eerste moment…alleen thuis.  En dat in een huis waar we momenteel met 5 wonen, het is het eerste moment een beetje besuisd. Druilerig, een beetje draaierig, is het echt al bijna 15u30 oeps! En nu, vlug douchen, alle werkzweet en middagdutjesplak eraf wassen.   Dat is het effect van een middagslaapje na een nachtdienst.  Typen op een laptop die de mijne niet is, constant hertypen en wissen, letters vliegen in het rond.  G–dver wat is me dat hier, letter blijf op de grond!  De donkere wolken passeren naast de grote ramen, hier en daar een druppel soms kletterend, soms tranend.  Binnen een uurtje terug aan de slag, morgenvoormiddag eindigt mijn werkdag, oudejaar met vrienden en ohja, een cadeautje…blij dat ik nog eens volk zal zien, het worden drukke weken.  Hopelijk kunnen we in 2013 na de bouwwerf van een prachtig huis spreken…en dat gerijm…dat is nu toch precies een beetje lame…prettig eindejaar…ik ben nu met mijn tekstje….hehe

The Big Fat Lobster Man


Ik erger me aan kerstmankostuums.  Ik kan er niet aan doen, hoe meer ik er zie, hoe meer die rode ondingen mij zenuwachtig maken.  Was er niet ooit zo’n front tegen de hangende kerstmannen, ik denk dat ik er lid van was.  Een beetje triestig van mij, ik weet het, I’m a partypooper.  Een kerstmankostuum dat ziet er ook altijd zo fake uit.  Alsof het gewoon verpakkingsmateriaal is voor fotokaders.  Vandaag vloekte ik luidop in Fun bij zo’n fake kerstman die me deed verschieten.  “Hohoho, Merry Christmas!” zong hij keihard in mijn oor en dan begon de mechanische loser te dansen.  ’t Is te zeggen, dansen, robotbewegingen te maken.  Er stond een bordje bij “verkocht”, hopelijk om op de brandstapel bij een berg cavia’s te gooien.  De kerstman is ook wel overbodig vind ik.  Als je een geschenk geeft met kerst dan koop je dat gewoon in de winkel.  Je hoeft niet zoals met Sint Maarten en Sinterklaas tegen kinderen te verzwijgen dat die twee het niet kopen maar jijzelf.  Het komt waarschijnlijk over alsof ik een Santa Claus Bully ben.  Zo iemand die het leuk vindt om aan die rooie zijn baard te trekken en keihard te roepen “zie je wel!”, of hem van die moeilijke vragen voorschotelt zoals “hoe komt het dat er in de verre landen zoveel wordt gevochten meneer de kerstman?”   Nee, ik laat de kerstman gerust, zolang hij mijn geschenkjes gerust laat, want mijn pakjes dat zijn mijn eigen zaken.  Ze worden verpakt in een aangenaam papiertje, in mijn geval komen er ook massa’s lintjes aan te pas en dan verzwijg ik keihard wat erin zit.  Ik zwijg als een graf, zelfs al word ik gemarteld door Rudolph.  Want een pakje, dat moet een verrassing zijn!  Toch?

jack!

Uiteraard komt Jack Skellington weg met elk kostuum….

To drink or not to drink

Er waren twee soorten gezinnen.  Degenen die water dronken tijdens de maaltijd en diegenen die pas na de maaltijd mochten drinken.  Met twee werkende ouders moest ik tijdens vakanties regelmatig eens gaan spelen bij vriendinnetjes, neefjes of nichtjes.  Die speeldagen waren overal anders.  Bij de één was het spelen met My Little Pony, bij de ander mikten we steentjes naar de kippen.  Na enkele keren wist ik maar al te goed wie mocht drinken tijdens het eten en wie niet.  Uiteraard omdat wij zelf mochten drinken bij het eten, anders zou het mij zo niet opgevallen zijn dat ik dat op een ander niet mocht.  Stilletjes kauwend verdorste ik zowat tijdens die maaltijden.  Ik durfde er ook nooit iets van zeggen, zeker niet toen de ouders van de speelkameraadjes nog eens duidelijk zeiden “van drinken tijdens de maaltijd vergaat je eetlust”.  Voor mij ging die vlieger niet op, ik had altijd eetlust.  Ik at altijd bergen, ik denk dat die ouders mij niet graag zagen komen.  “Schil maar een extra patat, ’t is weer die boefbeer die komt spelen.”   Ondertussen wenste ik vurig dat het eten van voldoende saus ging voorzien zijn, want eten, dat moet nes zijn.  Ik vermoed dat dat mijn leuze zal zijn als de verpleegster van mijn rusthuis mij later op een kinderachtige manier komt vragen of het niet lekker is.  “Neeh, veel te droog, eten dat moet nes zijn!  En ik ben geen kleuter, doe normaal!”  Oh ja, ik word grumpy grandma.  Die je steeds doet drinken tijdens het eten.  “Want uw eten, dat mag niet te droog in uw mond malen!”

Jane Doe

Oude klasfoto’s, een tijdje geleden was het populair om iedereen waar je ooit je puistjesjaren mee deelde te taggen op je facebook en zo schaamtelijk over te gaan tot openbare uitlacherij.  (In mijn geval, drie jaar op rij hetzelfde jasje dragen, ze gaan mij niet beschuldigen van niet milieubewust te zijn!)  Die van mij hangen hier van 6 middelbare jaren ver nog in mijn kamer.  Net als alle andere dingen van 10 tot 15 jaar terug, ik hield er blijkbaar van om alle armbandjes van festivals te sparen en die mooi op een rij te hangen.  Alles beter dan dat jaren aan een stuk aan je pols te laten zweten, bacteriën verzamelend, jukkie pukkie, maar dat is een andere kwestie.  Toen ik zonet wakker werd uit mijn onverwachte middagdutje keek ik van op afstand recht in het gezicht van een klasgenote uit het derde middelbaar.  Ik wist niet wie het was.  Grijsbruin haar, een gestreepte trui, mager en vooral ook bleek.  Niet bepaald Miss World, maar daarvan had ik er ooit maar één (of toch één die mocht meedoen aan die competitie gow).  To-taal geen idee van wie dat is.  Eigenaardig vind ik het.  Het is niet zo dat ik uit een gigantische klas kwam, maar we deelden maar één schooljaar dezelfde groep want op de andere foto’s staat ze blijkbaar niet.  Zou zij weten wie ik ben als ze eventueel naar dezelfde foto kijkt?  Zou ze denken “Aah, Lieselotte” en er dan iets typerend voor mij achter vertellen?  Misschien kom ik haar tegen op straat en negeer ik haar straal waarbij zij denkt “onbeleefde troela, doen ofdat je mij niet kent, tssss, nog geen haar veranderd dus, of toch, zeker 20kg zwaarder, ’t is niet raar, ‘t is haar ego dat zo weegt!”  Wedden dat ik ze deze week ergens tegenkom?

Ik wou eigenlijk over 3 Tupperware-uitnodigingen op één maand tijd bloggen maar het is anders uitgedraaid

Zo verhuizen naar twee woonplaatsen, je volledig installeren bij je moeder, je huis verkopen, tussenin gaan werken en nog een resem verhuisdozen verslepen….dan kan het niet anders dan dat je ’s avonds om 21u in slaap valt in de zetel denk ik soms.  Ik zal blij zijn als de hele papierrompslomp, het dozenversleperij, het aktegeteken voorbij is en we ons volle bak kunnen focussen op het nieuwe huis waar toch nog echt wel eigenlijk superveel werk is.  Eigelijk toch echt wel ja gow.  Ik kocht wel al een nieuwe brievenbus, nu nog tijd vinden om te bekomen van de kostprijs van zo’n simpel metalen ding.  Het was de keuze uit de dure (72 euro), de superdure (129 euro) en de gow-zeg-wie-geeft-er-nu-zoveel-uit-aan-zoiets-dure (209) versie.  Ik koos voor de dure versie van het opgewaarde nestkastje.  Moest ik nog geen opvoedster zijn, ik werd brievenbusmaakster.  Voor al uw postverwennerij.  En tegelijk uw brieven en uw geld incasseren!  Maar het zal zo fijn zijn om fanmail daarin te ontvangen.  Ik hou enorm van postkaartjes krijgen en al zeker van brieven al wordt dat totaal niet meer gedaan.  De brief is vooral negatief geworden “betaal dit” “afrekening van dat” “gelieve uw bibliotheekboetes te betalen” en al van die dingen.  Zoals elk kind tevreden is met een lolly, zo ben ik content als ik welgezinde persoonlijke post krijg.  Ook geboortekaartjes en oh ja verjaardagskaartjes maken mij blij, die enveloppen worden open gesnakt en dan wordt er gretig gelezen.  Was ik een tekenfilmfiguur op dat moment, mijn ogen zouden keihard weg en weer gaan.  Ik bewaar ook al die dingen.  Bij het herontdekken/herinrichten van mijn slaapkamer, hier bij mijn ouders, ontdekte ik kerstkaartjes uit het jaar 2000.  Machtig, al werd daar toch wel in geroefeld en van mijn hart een steen gemaakt, alles de papierbak in.  Maar u bent vrij om mij van nieuwe postgewijze attenties te voorzien, niet te groot, zodat ze in mijn nieuwe brievenbus passen.  Mijn pimped out, chromed out, way too expensive inbox.

 

i was just guessing at numbers and figures

58 emails te wissen

7 facebookmails te beantwoorden

45 dozen gevuld

57 uren gewerkt

7 dagen aan een stuk

2 uur wakker gelegen

38,7 graden koorts gemeten bij mijn zoon de voorbije nacht

39,5 graden de voorbije dag

5 dagen tot de volledige verhuis

4 kg overschot op de weegschaal

1 afscheidsfeestje op til

1 kerstfeestje op het menu

2 verhuisdagen op komst

3 facebookvriendschapsverzoeken gekregen

0 aanvaard

1 week tot kerstdag

2 weken tot nieuwjaar

81 procent energy-level vandaag

en morgen?

shit happens

We hebben het gejinxed.  Meer valt daar niet over zeggen.  Of toch.  Toen we gisterenochtend ervaringen uitwisselden wist mijn echtgenoot te vertellen dat de kleine steeds grote boodschappen doet vlak voor hij naar de crèche vertrekt.  Met andere woorden: hij schijt zijn pamper vol op de meest ambetante momenten.  “Maar het was lang geleden nu”.  Ja.  Juist.  7u05 goed op tijd om op het gemak te vertrekken naar de opvang, jasje aan, muts, schoentjes aan?  Jaja, alles ok.  Tot ik hem oppakte…een natte plek…op zijn jeansbroek.  Shit.  Letterlijk, want toen ik zijn broek uitdeed was het shit all over the place.  Om het even plastisch uit te drukken…ik moest rollende onderdelen tegenhouden bij het verversen.  En uiteraard, zoals het een goede broekschijter betaamd, als je iets doet, doe je het goed.  Tot op de body was alles bepleisterd.  Een blik op de horloge deed me even lichtjes in paniek schieten.  In speedtempo alle kleren uit, in bad gegooid, de kraan er opgezet (ter info: dat waren de kleren, de peuter bleef op het verzorgingskussen).  Het huis rond gecrossed met zijn blote bips want reservekleertjes klaarleggen, dat is precies nog nooit in mij opgekomen.  De tijd bleef tikken, er kwamen natte washandjes aan te pas.  Een beetje in rep en roer merkte ik dat Ilja de substantie wreed interessant vond, vooral toen hij met zijn handjes alles begon te ontdekken en OH KIJK, je kunt dat openwrijven!!!  Plasticine!  Geweldig!  Op mijn horloge zag ik dat ik al op weg moest zijn naar mijn werk.  Toen ik in het rond keek moest ik even van mijn hart een steen maken want het was niet om aan te zien.  Vliegensvlug naar de opvang vertrekken, de tijd nemen om treffelijk afscheid te nemen en dan rustig naar het werk rijden om daar netjes op tijd toe te komen.  Nu weet ik waarom ik tijdmarges inreken.  (Tussenin nog een telefoontje naar de wederhelft dat hij het kokhalsalarm mag instellen bij thuiskomst van zijn werk).

 

over Jezeken en geen centrale verwarming hebben

Het zijn de kerststallen die voor mij voor de ultieme kerstsfeer zorgen.  Het houten hokje met de beeldekes van Maria en Jozef en het kleine Jezusken, geboren met een doekje rond zijn bips.  Niet het verhaal van de onbevlekte ontvangenis, dat lijkt me vergezocht.  Geef toe, na Maria hebben we zoiets toch nooit meer gehoord…en dan die Jozef aanduiden als surrogaatvader om de lapkes rond den Jezus zijn billen te verversen terwijl Jezeken alleen “vader” tegen die befaamde God zegt!  Men zou voor minder in een schuur kruipen en schrijnwerker avant la lettre worden.  Moesjamaramaramara!  Neen, het zijn de kerststallen, vooral de grote langs de baan.  Het verhaal doet me weinig, al vond ik het altijd wel spectaculair hoe de ezel en de os met hun adem een kind konden verwarmen, van hygiëne en steriliseren had men toen blijkbaar nog geen kaas gegeten.  “Een beetje ezelspuug is goed voor de weerstand” riep Maria en ze vervloekte nogmaals de herbergier die hen niet wilde binnenlaten.  In plaats van een klachtenbrief naar Test Aankoop te schrijven duwde ze een paar keer goed en liet ze haar vruchtwater achter op zijn dorpel.

De kerststalletjes dus…en vooral de beelden van de hoofdrolspelers.  Ik zie soms prachtige beelden met mooie kleren aan, Maria meestal in het blauw, Jozef bijna altijd met een bruine cape.  Op sommige plaatsen zijn het ook lelijke beelden of nietszeggende uitgezaagde houten planken.  Op weg naar mijn werk kwam ik vroeger altijd De Freaky Jozef tegen.  De eerste keer dat ik hem zag was ik enorm geschrokken.  Hij kijkt je aan met een prangende blik en lijkt helemaal niet gelukkig met zijn bastaardzoon.  Vooral in het donker is hij enorm freaky, alsof hij met die stok in zijn hand je achterna zal komen zoals Pietje De Dood met zijn zeis.  Freaky poppen of niet, ik blijf loeren in elke kerststal die ik tegenkom, of Jezus blond is, en of er wel voldoende vers stro in zijn baksken ligt.  Halleluja Hallo!

Jezeken en co