Klank zonder beeld

Oh god.   Ik hoor een klein kreetje. De gele klokradiocijfers zijn onverbiddelijk: 02u44.  Er is altijd die ene seconde waarop ik denk “misschien is het maar een kreetje”.  Die ene seconde maakt dat het aanzwellende geluid van het wenende kindje extra zwaar is om het deken van mij af te gooien.  Als ik bij hem kom staat hij recht in zijn bed.  Ergens tussen het kleine kreetje en het geween werden er grote boodschappen geschreven.  Ik haal het potje en vloek inwendig “waarom is dat toilet boven nog steeds niet geïnstalleerd?”.  Als hij rustig zijn post scriptum probeert te schrijven kijkt hij me aan.  Hij is nooit mooier dan midden in de nacht met zijn gezichtje fris en fruitig.  Ik zit naast hem, met mijn armen rond mijn knieën.  Hij haalt samen met zijn grootste glimlach zijn kwetter-stemmetje boven: “Vanavond spelen De Rode Duivels hé mama?!”

 

Soms wou ik dat ik van bepaalde momenten een foto kon nemen, maar dat zijn meestal de momenten die niet op foto vast te leggen zijn.  Kruimels maakt ook regelmatig een post “de foto die ik niet maakte“.  Zeker eens gaan checken!

Een goed doel en een wrang gevoel.

Ken je dat: van die situaties waarin je niks zegt en achteraf bedenkt “wat je had moeten zeggen” in de plaats van gewoon alles over je te laten komen?  Deze ochtend was ik een beetje kwaad tijdens mijn bezoek aan een rommelmarkt.  En je krijgt me niet zo vlug kwaad.

Wat zij zei:

“Kindjes!  Hier aan het kraam kun je voor één euro vissen.  Je weet niet wat je krijgt maar het is een cadeautje en de opbrengst gaat naar het goeie doel, kom maar vissen, het is niet moeilijk en het kost maar één euro.  Dat is toch niet veel geld hé?!  Alléé kindjes, kom maar vissen!”

Wat ik zei:

“Willen jullie vissen?  Jullie hebben elk centjes gekregen van mama en mogen kiezen wat je ermee koopt.  Als je wil vissen dan mag dat, maar het moet niet.”

Wat Linus (3 jaar) zei terwijl hij tegen mijn been aan kroop:

“Neeeeenn!!”

Wat Ilja (bijna 7 jaar) zei:

“Jaaaaa!!!”

Wat ik zei:

“Ilja, je hebt waarschijnlijk geen centjes meer genoeg hé?”

Wat zij zei:

“Maar mama of oma gaan dat wel betalen hoor kindje, kom maar vissen.  En je broertje ook.  Het is maar één euro!  Voor het goeie doel! Dat moet je wel doen hé!?”

Wat ik deed:

Zijn restje centjes aanvullen met kleingeld zodat hij alsnog kon vissen.

Wat zij zei:

“Oei oei oei oei, al dat kleingeld!”

Wat ik had moeten zeggen:

“Geld is geld toch??”

Wat ik zei:

“Geld is geld hé!”

Wat zij zei:

“en broertje!  Kom eens dichter!  Mama, als jij hem op een meter afstand houdt dan gaat hij zeker niet willen vissen hé, komaan!  Voor één euro!”

Wat Linus (aka broertje) zei:

“Neeeeeenn!”

Wat ik zei:

“Hij wil niet, neen.”

Wat Ilja kreeg nadat ze in haar wagen in enkele dozen ging scharten: een notitieschriftje.

Wat zij zei toen ze het hem overhandigde:

“Een heel mooi prachtig schriftje.  Er staat een skateboarder op!  Waw!  En ik had ook nog iets leuk voor je broertje ook, maar hij wil niet.”

Wat ik zei:

“Neen das jammer, maar hij is niet verplicht, kom Ilja, we gaan doorstappen”

Wat zij riep toen ik mijn rug draaide:

“amaai, en ze hebben daar een kwartier voor staan twijfelen, voor één euro mensen, en dan nog voor het goeie doel hé!!!”

Wat ik had moeten zeggen:

“Inderdaad mevrouw, ik probeer vandaag op deze rommelmarkt mijn kinderen bewust te maken van de waarde van geld.  Ze kregen elk vijf euro mee die ze mochten spenderen en op is op.  Ik vind het nobel dat u het goede doel wil helpen, maar ze zijn al de hele ochtend aan het wikken en het wegen.  Ze tasten aan hun geld, ze tellen de centjes en Ilja durfde zelfs afdingen.  Linus kocht een smurfentas en Ilja pokémonkaarten die hij heel zorgvuldig uitkoos.  Misschien is het kleintje nog niet echt helemaal mee in den draai maar ook hij heeft recht om “neen” te zeggen net als u en ik.  Ik wil mijn kinderen bijbrengen dat ze een vrije wil hebben en zich moeten wapenen tegen sommige mensen ook al hebben diezelfde mensen het misschien wel goed voor met de rest van de mensheid.  Ik vind u eerder opdringerig en ik hou er niet van dat u mijn gezag ondermijnt en mij belachelijk maakt ten aanzien van mijn kinderen en de andere mensen die hier in de buurt staan en al zeker niet achter mijn rug.  En kunt u me eens zeggen welk goed doel ik nu gesteund heb?”

Maar ik zei niets en liep een halve voormiddag inwendig te vloeken en te fezelen tegen mijn echtgenoot van “godverdomme” en “als hij nu niet wil” en “’t geld was dan nog niet goed genoeg ook!” gevolgd door: “Vissen?  Er hing niet eens een vislijn aan, het was gewoon een kapotte stok waarmee ze dingen moesten opscheppen, noem jij dat vissen?  Ik noem dat prikken en hopen dat je het mee hebt!

Maar ik heb gezwegen.  En het goede doel gesteund.  Misschien maar met een handvol kluttergeld maar ’t is beter dan niets.

 

 

Gotta catch ‘em all!

Er ligt een oude Picachu-knuffel in mijn zoon zijn bed.  We are in some serious Pokémon-business here.  Al enkele maanden verzamelt Ilja Pokémon-kaarten.  Juist ja, die kaarten die je vorig jaar bij je Marie Kondo-schie weggooide “want wie gaat dat ooit nog nodig hebben??” en “dit sparkt alleen maar afgrijselijke figuurtjes” Ah, right.  Helemaal in op de speelplaats van het eerste leerjaar blijkbaar.  Het pakje Pokémonkaartjes is dan ook het meest belangrijke item in de hand van mijn oudste zoon.  “Kijk mama, deze is energy en dit is Ash en hij is het baasje van Picachu” Mijn ogen trekken altijd meer en meer open want ik begrijp er geen snars van.  Elke avond blijkt hij er gewisseld te hebben en het is altijd een betere dan die hij kwijt is want iets met punten en namen en I’m going bananas.  Dat Picachu die gele is met zijn gekartelde staart is zowat het enige dat ik kan onthouden en dat ze graag kwetteren op Netflix als het opstaat, dat dan ook weer.

Maandag bij het uitladen van de wasmachine ging het echter fout.   Hoor je mij komen?  Het moment dat ik de deur van de machine open begon ik al te vloeken “godverdomme, iemand heeft een papieren zakdoekje in zijn broek laten zitten!” Meestal ben ik zelf de schuldige maar het helpt om toch te vloeken.

img_3111

Overal brokjes papier.  Geen tissue-brokjes maar Pokémon-kaarten-brokjes.  FUCK.  Was het mogelijk dat het maar één kaartje was?  Een vergeten Pokémonnetje dat niet in het grote pakje mocht?  Kon ik nog hopen hierop?  Ik riep Ilja bij me en vroeg waar zijn pakje kaartjes was.  “In mijn Chiro-broek!”  ’t Ventje was trots dat hij voor een keer direct kon antwoorden als ik vroeg waar iets was.  Toen ik hem het volgende toonde scoorde ik echter weinig moederpunten:

img_3110

Zijn rijkdom, verpulverd in mijn hand.  Tranen, wenen, snot.  Ochère toch.  Ik denk dat de impact van het drama rond deze Pokémon-kaartenmassa voor hem het equivalent is van een meegewassen iPhone voor ons.  (en geloof me, er zijn hier al smartphones meegewassen, it ain’t funny).

Mijn uitleg over hoe we beiden moesten checken wat er in de broekzakken zit was een beetje lame maar hij aanvaardde ze wonderwel vlot. Ik zei dat ik niet had opgelet en gaf aan dat hij zelf ook zeker zijn broekzakken moest checken voor hij zijn kleren in de was deed maar dat de verantwoordelijkheid wel bij mij lag.

We surften naar Bol.com en bestelden meteen een nieuw setje Pokémonkaarten.

Hij legde zijn hoofdje tegen mijn schouder en zei “’t Is niet erg hoor mama” de stukjes verpulverd hart veegde ik samen met de rond dwarrelende Pokémondeeltjes op.

Daarna begon ik met het wegprutsen van de 865 741 stukjes Pokémonkarton uit mijn wastrommel.

Gotta catch ‘em all zeggen ze dan….

Drie!

Het blijkt waar wat ze me altijd zeiden. Het wordt inderdaad gemakkelijker als ze wat ouder zijn.  Ze hadden potverdikke gelijk!  Mijn kleintje wordt drie vandaag.  De peuterpuberteit begint een beetje af te vlakken en ik heb een blijer kindje.  Eéntje dat niet bij elke stap de grond moet ondersnotteren van frustratie.  Een kindje dat al een beetje reden begrijpt.  Ik zeg wel: een beetje.  Met Linus is het nog altijd soms dansen op een slappe koord maar die hevige pieken die ik de voorbije jaren beschreef zijn wat verminderd.  De peutergesprekjes die we soms voeren bij het intukken in bed beginnen echt heel interessant te worden.  Hij blijft regelmatig vragen wanneer het nu eindelijk Pasen is.  “Maar ik ga geen chocolade meer eten hoor”.  Yeah right.

IMG_0116

“Het lijkt wel alsof het al veel langer is dat Linus bij ons is” zei Pieter vorige week.  Ik kon alleen maar bevestigen omdat ik krak hetzelfde gevoel heb.  Soms moet ik zo eens wild met mijn hoofd schudden: ik ben een moeder van twee kinderen!  Ik kan me nog wel voor de geest halen hoe het was zonder kinderen maar dat gevoel is toch al sterk vervaagd.  Ze nemen dagelijks zoveel van mijn hart en mijn gedachten in die twee rakkers.

img_2489

Tegelijk voel ik wel een heel sterk verschil van één naar twee kinderen.  Het doet hen beiden goed dat ze een broer hebben.  Iemand zei me laatst: “Jouw kinderen maken niet veel ruzie zeker?”  I almost died laughing.  Constant.  Gewoon constant is er ruzie.  Maar dat hoort bij het opgroeien.  Conflicten zijn er om te leren hanteren, hoe moeilijk het ook soms is om een legoventje aan elkaar af te staan.  Hoe fel mijn haar er grijzer van wordt. Tegelijk merk ik dat het serious business is in het beschermen van elkaar.  De broers schermen voor elkaar!  Zelfs de vriendjes van de grote broer beschermen de kleinste.

IMG_0128

Uiteraard vierden we voluit want elke reden om taart te eten moeten we aangrijpen en als een verjaardag dat niet meer is, wat dan wel!?

img_2931

Iemand was redelijk excited….

img_2935

In het team van de “Happy Birthday”-letters was het blijkbaar maandag….

img_2897

Meter zorgde er alvast voor dat we binnenkort weer verse eitjes kunnen smullen!

We hebben drie intense maar bijzonder mooie jaren achter de rug.  Wat volgt is een groot vraagstuk dat ik heel graag wens op te lossen.

Happy birthday Linus Cool Dude! 

We are so lucky to have you!

IMG_0079

 

de zee van tijd om zeep

Het zag er veelbelovend uit deze ochtend op mijn vrije dag.  Ik moest mij niet douchen dus er was nog extra tijd.  Ik weet niet hoe het bij jullie zit, maar als ik ’s morgens ga lopen dan was ik mij niet eerst, dan strop ik vlug mijn loopkleren aan, een deotje hier en daar moet voldoen.  Uiteraard ben ik altijd de eerste op, rond 6u40 druppelde de koffie al door de filter.  Boy do I love the smell of fresh coffee in the morning.  Ik krijg er de avond voordien soms al goesting in.

Om 7u15 gaan de wekkers van de kinderen af.  Lees: om 7u15 mogen ze naar beneden komen, veelal liggen ze daarvoor wel al te vertellen in hun bed.  Alles gaat vlot, Linus heeft een badje nodig maar Ilja eet wonder boven wonder vlug door.  Zijn bijnaam is nochtans Captain Slow en die verdiende hij door talloze ochtenden te wentelen in de zetel terwijl hij zich in feite moet aankleden.

8u: iedereen is gewassen, heeft een volle maag en ik kan zelfs al beginnen met wat groentjes te snijden voor mijn lasagne van die middag.  Ideaal, een beetje vooruitlopen op de feiten kan nooit kwaad denk ik.

Om 8u20 roep ik: “schoenentijd!”.  De boekentassen staan netjes gevuld klaar aan de voordeur. (You can call me perfect mom for once).   Maar dan moet er ergens iets misgelopen zijn.  Tussen “tijd om groentjes te snijden” en “schoenentijd” hebben die twee rascals een klik in hun hoofd gemaakt.  Ilja begint zich met vanalles bezig te houden, loopt heen en weer te zoeken naar zijn schoenen (terwijl die gewoon klaarstaan) en Linus weigert elke opdracht die ik hem geef uit te voeren.  Het is uit met de luxe.  Ik vraag hem om zijn jas aan te te trekken.  “Neej”.  Hoofdschuddend en met zijn armen gekruist staat hij in de hal tegen de muur.  Ik ben van het principe geworden dat ik niet meer achter mijn kinderen aan loop als ze weigeren mee te werken.  Ik negeer hem en doe zelf mijn jas en schoenen aan om naar de schoolpoort te vertrekken.  Ilja zoekt zich te pletter naar een reservemuts aangezien hij de zijne -zoals zoveel dingen- op school liet liggen.  De kleine broer staat nog altijd chagrijnig te gluren vanonder zijn wenkbrauwen.  Ik open de voordeur en ga mee met Ilja naar de wagen.  Terwijl ik naar buiten ga brokkelt het stoere schild af, zijn peuterstemmetje gilt: “neeeeeeeeeeeeeeehhh!!!!!!”

Ondertussen is het 8u30, Linus ligt de vloer te kussen, tranen, snot en kwijl: “mama, ik wil ook mee!”  Ik vraag hem nog één keer om zijn jas aan te trekken.  Hij leerde de techniek waarbij hij ze op de grond legt en dan over zijn hoofd gooit om ze aan te krijgen.  Ik vermoed dat dit zowat het eerste is dat ze aanleren in de peuterklas.  Jammergenoeg legde hij ze fout waardoor hij de jas ondersteboven aan had en de kap onder zijn poep bengelde.

8u35: we zitten allen in de wagen.  Mijn ruit is bevroren en mijn raam aan de binnenkant is bedampt.  Het duurt forever tegen dat ik iets deftig kan zien en we eindelijk kunnen vertrekken.  Terwijl ik van de oprit draai voel ik mijn maag oplaaien.  Ben ik de enige moeder die elke ochtend zo gestresseerd de baan op gaat?

Eén ding is zeker: het loopje achteraf was koud maar tegen dat ik thuiskwam was alle ochtendstress verdwenen.

Moeilijke oefening

Er is voor mij weer een wereld open gegaan.  Ineens heb ik een bepaalde….vrijheid.  Of hoe moet ik het schrijven.  Het voelt als een luxe eigenlijk.  Een ( gezond jaloerse?) vriendin whatsappte me om te vragen hoe het kinderloze leven overdag me bevalt.  Ewel ja, wreed goed.  De aandachtige lezer weet dat ik in de sociale sector werk en daarbij een flexibel uurrooster heb (vroeg, laat, dag, nacht, weekend, noem maar op).  Met de peuter in huis bereik ik niet altijd wat ik vooropgesteld heb om te doen.  Een mand was naar boven brengen is al een uitdaging, het vraagt een uitleg met handen en voeten om te vermijden dat hij me achterna komt en zichzelf alleen op de trap riskeert.  Dus de wasmand bleef staan.  Linus is nu ook niet bepaald een rustige peuter te noemen.  Hij is overal graag aan en bij.  Dat betekent dat ik er niet eens aan moet denken om een boek te lezen als hij aan het spelen is “mama voorlezen?”, laat staan dat ik een volledige blogpost kan typen zonder onderbreking.  Je kunt ook niet aandachtig naar een podcast luisteren met een kwebbelkontje dat hele tijd rond je benen draait.  En nu is het hier stil.  Heel stil zeg maar.  De kinderen zijn weg, ik start pas om 13u met werken en ik moet mezelf tegenhouden om niet de hele tijd in de weer te zijn met vanalles.  Er komen drukke tijden aan en ik weet dat ik altijd voldoende rust moet nemen op voorhand en achteraf.  Toch heb ik weer allerhande “projectjes” die ik wil doen tijdens mijn vrije uurtjes.  Zitten en lezen is er geen van.  Zitten en kijken naar TV wat ik wil volgen is er ook geen van.  Ik vind het soms vreemd om mijn “rust” te nemen voor mijn werk.  Als ik om 22u20 thuiskom probeer ik zo vlug mogelijk naar bed te gaan.  En toch jeukt het nu alweer om werk te maken van de opleiding bachelor psychologie die ik nog wil volgen.  Ik vind het een moeilijke oefening want een opleiding volgen brengt sowieso stress en drukte met zich mee, maar tegelijk (hopelijk) meer inzichten en vernieuwde energie om ermee aan de slag te gaan.  Aan de andere kant wil ik nu ook weer genieten van de dingen die ik twee jaar en half niet heb kunnen doen: een boek lezen, mijn foto-albums maken, eens rustig iemand bezoeken zonder rekening te moeten houden met slaapuurtjes of gezeul met vochtige doekjes.  Bloggen, lopen en wandelen.  Tijd zal wel raad brengen.  En eens rustig uitkijken hoe die opleiding in zijn werk zou kunnen gaan kan geen kwaad denk ik?

Every end has a new beginning

Het is zover: ik bracht zonet Linus voor de laatste keer naar de crèche. Ik weet dat er mensen zijn die hier al meerdere jaren komen lezen en nu waarschijnlijk denken “heih?”.  Anderen die Linus persoonlijk kennen denken dat hij eigenlijk al naar school gaat.  Althans dat denkt iedere medewerker van zowat elke supermarkt waar we komen.  “Is er geen school?” “Amaai die kan babbelen”.  “Dat klopt!” zou Linus zelf zeggen.  Of “chique zeg!”

Zoals zoveel overgangen is het natuurlijk weer dubbel.  Of toch met verschillende kantjes.  Nu laten we het baby/dreumes-leven achter ons en gaan we rechtdoor de peuter/kleuter-tijd in.  Als ik terugkijk naar Ilja’s pad vond ik de periode tussen anderhalf en drie jaar de lastigste periode (tot nu toe ;-)).  Daar zijn we nu met Linus volle bak in.  Hij is minder weerbarstig dan zijn oudere broer maar hij is heviger tout court wat een beetje op hetzelfde neerkomt.

De laatste crèchedag vandaag.  Een stap vooruit naar de klas vanaf volgende week.  Het bepamperen is een beetje voorbij, er wordt nu 100% ingezet op zelfstandigheid.  Het wenmiddagje op school verliep alvast goed bij zijn juf “Jonanna!” (Johanna).  De deur van de crèche zal altijd een beetje speciaal blijven.  Al die keren dat ik er aanbelde, al die keren dat hij er zonder moeite binnenstormde om te kijken wie er was.

IMG_20171031_085531.jpg

Er zijn ook vele keren geweest dat het moeilijk was om mij te lossen.  Gelijk hoe ben ik heel blij met hoe hij geëvolueerd is.  Hoe het team verzorgsters daar een belangrijk deel van zijn leven was, in zijn opgroeien, in het opkweken.  Ze zagen Ilja komen en gaan en vanavond trekt ook de tweede telg van dit gezin de laatste keer die deur achter zich dicht.  Hoewel hij dat nog niet zo goed beseft, want “naar klasje gaan” is vooral een spektakel waar hij zich nog niet zoveel kan bij voorstellen.

Vanaf volgende week hebben wij dus twee schoolgaande kinderen.

 

Bedankt aan alle medewerkers in de crèche voor alle goeie zorgen.

Gisteren, vorig jaar…jammer genoeg niet morgen.

Toen hij ziek was of kerngezond

al van sinds hij klein was en nog koekenrond.

In het opgroeien en het opkweken

jullie zorgden altijd goed voor hem, wel 114 weken!

 

We zwaaien terwijl we ons omdraaien,

“Daaaag allemaal!”

We schreven hier samen een mooi verhaal!

 

(foto’s in mozaïek: Facebook pagina kinderopvang)