Page 78 of 117

Life is what happens when you’re busy making man-te-paarden.

Het leven is aan de rechtshandigen.  Het zit in de kleine details.  Een opdruk op een balpen, enkel juist te lezen als je er rechts mee schrijft, soep eten aan tafel op een familiefeest – gegarandeerd gebots en gemors – of de koffiemachine vullen met water.  Mijn echtgenoot had er mij al op gewezen, dat hij het zo moeilijk vindt om daar treffelijk water in te gieten.  Hij is namelijk ook een linksepoot, een southpaw.  Ik geloofde hem niet omdat ik met mijn rechterhand water in giet.  Maar effectief: het “vulgat” aan de rechterkant is breder dan aan de linkerkant!

wpid-20141102_0702562.jpg.jpeg

Ok, je moet je hoofd een beetje naar rechts draaien om het op te merken, het heeft een jaar geduurd eer we het doorhadden maar dit is een klassiek geval van linksenhandigendiscriminatie!  Waar kan ik klacht indienen?

Verder ben ik ok hoor.  Fijn weekend gehad waarbij we superleuke spulletjes gescoord hebben:

wpid-20141102_1743312.jpg.jpeg

Poppenkastpoppen!  Ze werden te koop gezet op een garageverkoop maar gelukkig niet verkocht zodat wij ze konden overnemen.  De linkse met zijn helm is Victor .  Ik moest even nadenken alvorens ik begreep waarover Ilja het had maar ok, bij benadering, hij gelijkt er wel een beetje op.  Smartiepants.

 

wpid-20141102_0752112.jpg.jpeg

En zo’n stickerpretboek.  Maar jong toch, gelukkig dat dat kind daarmee is.  Dat ik dat nog nooit eerder met hem heb gedaan.  Such fun! zou de moeder van Miranda zeggen.

wpid-20141101_1706482.jpg.jpeg

 

Kinderen die teveel met poppenkastpoppen en met stickerboeken spelen durven al eens vreemde slaapposes in te nemen in de auto.

wpid-20141101_1227152.jpg.jpeg

Ik bakte man-te-paarden.  Ok, de opmerking die nu in uw hoofd opkomt is volledig terecht.  Er is weinig man-te-paard aan.  Ik had enorme miserie met mijn deeg, na talloze kneedpogingen bleef dat ding maar plakken aan alles waar het maar aan plakken kon.  Ik weet niet wat ik verkeerd heb gedaan, misschien de verkeerde hoeveboter (Dixmuda) gebruikt?  Of is Dixmuda helemaal geen hoeveboter?  Er staan toch koeien op de verpakking, je zou denken… how.  Soit, het werden deegkletsen-te-bakplaat in de plaats maar de smaak leed er alleszins niet onder.  Delicious!

wpid-img_20141103_1442292.jpg.jpeg

En er werd ook chocoladepudding gemaakt.  Ook deze is erin geslaagd om te mislukken.  Wat is er nu moeilijk aan pudding maken zou je denken?  Ewel, ik geef je honderd procent gelijk.  Ik weet niet waar het is foutgelopen, maar die pudding bleef slap waardoor het in feite veredelde chocomelk werd.  Het smaakte ook, al moest je het wel drinken.  Achteraf gooide ik van colère mijn potje op de grond.  Het glas lag – niet gezeverd – over de hele living en zelfs tot in de keuken verspreid.  Van mikken gesproken.  We spreken over 13 tegels van 60X60 cm, tel zelf maar hoe lang de living is maar bij elk raam waren er glasscherven te vinden.  Such fun!

 

#flashblog Verstoppen is zoveel moeilijker dan vertellen

We zoeven terug naar 30 augustus 2014.   De #flashblog zijn logjes die ik niet kon schrijven om de gekende redenen, maar die wel reeds op de laptop staan….Het eerste flashlogje vind je hier.  Het tweede hier.

Ik dacht altijd dat het een fabeltje was, vrouwen die geen koffie meer dronken tijdens hun zwangerschap. Laat koffie nu net mijn drug zijn. Ik ben er aan verslaafd, zonder meer. Maar mijn koffie smaakt de laatste tijd naar verlepte thee. Eén koffietje kan ervoor zorgen dat ik de hele voormiddag een kizzige smaak in mijn mond heb, en er is niets die die smaak kan verjagen. Zelfs de geur van koffie kan die vieze smaak oproepen, mijn lekkere koffie, mijn morningfriend, ik moet je verstoten. Het verstoppen van de zwangerschap blijkt ook niet zo evident als ik had gedacht. Ik kwam vorige week doodmoe toe op het werk, blijkbaar moet ik ook lijkbleek zijn geweest “Ben je ziek?” “Je ziet er moe uit” “Heb je niet geslapen?” Neen, absoluut niet geslapen, ik ben moe ja, het zal wel passeren, komt in orde. Lalala. Sommigen zullen dus niet verrast zijn als ik eindelijk de baby mag aankondigen. Mijn buik is ook opgezwollen, vooral dan ter hoogte van mijn maag zit er precies een bobbel, eerder een vreemde plek om bij te komen, en vooral een heel zichtbare plek. Het bodemloze vat als bij Ilja ben ik dan wel weer niet. Ik kan niet meer eten tot ik erbij in slaap val. Toen at ik zelfs ’s nachts omdat ik niet kon slapen van de honger. Anyway, de eerste 7 weken zijn al gepasseerd, er werden nog geen wc-potten van dicht gezien maar er wordt wel altijd gecheckt of er één in de buurt is. Gewoon voor de zekerheid, want er ligt toch altijd wel iets op mijn maag.

 

 

Chicks on speed

Bij het spelen met de playmobil wist ik heel trots aan Ilja te zeggen “Kijk!  Dat is een kar die kan kippen, een kipkar!”  Ik had ook eens iets ontdekt!

wpid-20141030_0826012.jpg.jpeg

Even later zie ik dit:

wpid-20141030_0825182.jpg.jpeg

 

“ALLE KIPPEN OP DE KAR!!!”

 

 

 

Got a bad habit, and it ain’t going away!

De bad habits die mijn leven zoveel gemakkelijker en mijn huis zoveel netter zouden maken moest ik ervan af geraken:

  • Op een vrije (voor)middag geraak ik moeilijk in gang na het ontbijt. Ik blijf lummelen met mijn koffie, ik besluit om de krant eerst te lezen, de zoon blijft in zijn pyjama spelen en ik geraak achter de laptop en begin te snuisteren op zoek naar vanalles dat me bezighoudt. Iemand die dagdiensten werkt en 5 volle dagen in de week van huis weg is kan zich dat wel permitteren om op zaterdag of zondag eens een halve voormiddag te lummelen, maar ik moet bijna nooit ’s morgens werken. Moest ik meteen na het ontbijt in mijn douche springen, ik zou veel meer bereiken op een dag. Maar het is zo leuk om rustig wakker te worden…
  • Als ons brood gebakken en afgekoeld is moet het nog gesneden worden. Dat is een redelijk kruimelig werk, en zoals ik reeds schreef: ik haat kruimels. Het is nog niet zozeer het snijden zelf, het is het opruimen van de rottige kruimelmachine. Dat werkje blijft altijd tot het laatste liggen. Als ik het meteen zou opruimen zou ik mij er geen twee uur aan zitten ergeren dat ik dat nog moet doen. Maar het is zo’n saai werkje…
  • De wasmand van in de badkamer staat soms meestal in het washok. We hebben er al de geweldig irrante gewoonte van gemaakt om te doen alsof er wel een wasmand staat en de vuile kleren gewoon op de plaats waar normaal de wasmand staat te gooien. Dat resulteert in een berg vuilgoed dat zelfs niet meer in de wasmand geraakt, want ik raap het gewoon op van de grond en stop het meteen in de machine. De hoop is echter vunzig. Hij zou echt moeten verdwijnen. Maar ik vind het soms risky om in mijn halve pure het huis rond te lopen achter de wasmand. Zeker met zoveel grote vensters!
  •  Post wordt niet meteen gesorteerd bij mij. Ik doe open wat ik van belang denk te vinden en de rest blijft op de tafel liggen of in het slechtste geval als ik geen tijd heb: op de trap. Als ik nu eens meteen alles zou uitsorteren dan zou niet alles van reclameblaadjes, streekkranten, foldertjes liggen rondslingeren. Maar er lonken altijd andere dingen die dringender zijn….
  • Ik weet nooit waar mijn gsm ligt. Ok, meestal is dat niet ver van mij, maar heel veel moet ernaar gebeld worden en blijkt dat ding ergens in het washok te liggen of in de badkamer of gewoonweg in mijn handtas te pinken. Een eigen plekje voor mijn gsm zou wel ideaal zijn. Maar dan moet ik nog de courage hebben om het telkens weer op hetzelfde plekje terug te leggen….
  • Ik ben een uitlener. Iedereen die iets nodig heeft kan het bij mij komen halen. Zo is al mijn babygerief uitgeleend, vooral de kleertjes dan. Ik weet ongeveer wat bij wie zit maar ik ben het eigenlijk niet honderd procent zeker. Bij het uitlenen leen ik nog eens extra uit door te zeggen:”ewelja, misschien kan die of die dat ook nog gebruiken, je moet het maar doorgeven!” en zo gaat het om zeep. Maar als de mensen daarmee nu geholpen zijn….

Aaah, coulda woulda shoulda…” zou Samantha in Sex And The City zeggen…

 De bad habits die ik reeds aanpakte en waar mijn leven en huis zoveel netter door geworden zijn:

  • Het vullen en legen van de afwasmachine. Ik probeer dat zo vlug mogelijk te ledigen zodat de borden die we tussenin vuil maakten zich niet extreem hoog opstapelen. Vroeger stond er meer vuile afwas op de keukentablet dan in de afwasmachine.
  • Als we gaan slapen ruim ik de salontafel af. Het valt mij extra op dat we dit vergeten zijn en mijn zoon om 7u10 met ons avondafval rondloopt en vraagt “mag ik cola drinken?” Euh neen!
  • Sleutels, bril, horloge, belangrijke brol, vliegen allemaal op dezelfde plaats in een grote kom.
  • Een wasmachine die klaar is met wassen probeer ik zo vlug mogelijk uit te hangen. Ik strijk veel met mijn handen alvorens ik het ophang, zo beperk ik mijn strijkwerk enorm. In de zomer, als de was buitenhangt probeer ik die zo netjes mogelijk in de wasmand te leggen, ook dat bespaart me heel veel strijkwerk.
  • Ik stofzuig quasi elke dag. Dat klinkt heel housewiferig en helemaal niets voor mij, maar ik heb het mezelf gemakkelijk gemaakt door een snoerloze dyson te kopen. Een roze dan nog, so not me, maar toch één van de beste aankopen van de laatste twee jaar.

naamloos (8)

 

Deze lijst is precies iets korter dan de andere. Maar ik kan toch niet helemaal perfect zijn hé, ik stofzuig wel al elke dag hé! 😉

 

 

geef mij maar de parking!

Ik wed dat er in uw facebookoverzicht minstens één iemand heeft gepost: “Winteruur, al goed en wel, maar daar denken de kids anders over!”.  Heb ik gelijk of heb ik gelijk? (Tegelijkertijd bekom ik van het feit dat ik “kids” heb moeten schrijven).

Ik ben zelf zo’n kind dat daar geen rekening mee houdt, om 6u25 stond ik op (zomertijd), dus ik win er letterlijk een uur mee.  Had ik nu niet ergens gehoord dat ze de formule winter/zomertijd gingen afschaffen om het stroomtekort op te lossen?  Ik kan er trouwens nog steeds niet goed bij -in een welgesteld land als dit waar geld letterlijk blijkbaar door ramen en deuren kon waaien-, dat men nu stroom moet besparen.  Dat er effectief stroom gaat afgelegd worden op bepaalde gebieden.  Het is back to den ouden tijd.  De kolenmarchands gaan in hun handen wrijven!  Eindelijk een revival!  We vallen er niet onder, ook al wonen we op een landelijke “prochie”, is het door de grote melkfabriek iets verderop?

Er zijn trouwens mensen die “in ’t stad” wonen die denken dat wij een half uur moeten rijden tegen dat we een winkel tegenkomen.  Of die zich afvragen of wij internet hebben.  Dan kan ik alleen maar even mijn wenkbrauwen omhoog trekken.  Ik kon een alleenstaand huis kopen en verbouwen voor het geld dat je in ’t Stad hopelijk een tweekamerappartement voor vindt.  Ik hoef niet te kamperen voor een school: de school komt mij vragen of we ons kind willen inschrijven.  Als ik een crèche nodig heb, dan bel ik even en dan is het geregeld.  Als ik naar mijn werk ga, dan hoef ik niet in de file te staan, of wel tenzij je tien auto’s achter een tractor een file noemt.  Er is buitenschoolse opvang van 6u45 tot 19u bij onze school.  Het enige dat ik daarvoor moet doen is eventjes bellen als hij op woensdag wil mee-eten.  Ik besef dat ik mij in een luxepositie bevind en er is geen geld ter wereld dat mij in een grootstad zal doen vestigen.  Ook al hoor ik bij het typen al allerlei tegenargumenten opkomen van potentiële lezers.  Oh ja, toch een minpuntje: als ik een H&M wil bezoeken, dan moet ik inderdaad 25 minuten rijden.  Tenzij IEPER daar ne keer werk van wil maken!!!

 

Ongelooflijk maar Bardi! #flashblog

We zoeven terug naar 12 augustus 2014.   De #flashblog zijn logjes die ik niet kon schrijven om de gekende redenen, maar die wel reeds op de laptop staan….Het eerste flashlogje vind je hier.

 

“Ik ga plassen!” riep ik naar mijn echtgenoot. Hij stommelde redelijk vlug naar beneden want hij was even nieuwsgierig als ik. Niet dat hij me nog nooit zag plassen (hey, open deuren hier, open deuren) maar deze keer ging de deur toch even dicht, want verdorie, mikken in een potje dat blijft toch een struggle. De Kruidvattest van vorige maand was negatief dus ik had er weinig hoop op, ook al was ik al twee dagen overtijd. Na pipi op de handen, pipi naast en in het potje en voldoende van diezelfde handen wassen kon ik belerend uitleggen: “Er moet eerst een streepje komen en dan in het grote vakje, als het een kruis is, dan is het prijs en geen kruis is geen prijs uiteraard”. Beetje nerveus ik. Het grote kruis kwam eerst. Daarna kwam het controlelijntje. Een kruis! Na enkele seconden was het al overduidelijk: een paars kruis! FUCK! Een blijde uitroep was dat weliswaar. Er komt een kind! (fuck….)

 

En voor wie de titel “Ongelooflijk maar Bardi!” niet begrijpt: ask your parents!

Buitengewoon gewoon

Zoals ik al eerder zei: ik blog niet veel over mijn werk. Hoewel het een mooie bron van verhalen en verhaallijnen zou kunnen worden, toch liever niet, iets met privacy en werk en privé gescheiden houden. Bij Tiny (alweer) las ik echter haar frustraties over hoe mensen met de blinden omgaan en ik kan precies niet achterblijven. Het begint al bij de benaming “de blinden”. Alsof ik over onze bewoners op het werk “de gehandicapten” zou praten. Het woord alleen al: de gehandicapten. Doet me aan gehakt in het West-Vlaams denken “gekapt”. Neen, noem een persoon met een beperking nooit “gehandicapt”. Blijkbaar mag je een persoon met een beperking ook al niet meer “met een beperking” noemen maar “een persoon met mogelijkheden”. Want dat hebben ze, meer dan je denkt.

Vooral “als we buitenkomen” is het soms één en al frustratie. Mensen die er figuurlijk ver vanaf staan noemen het “eens buitenkomen”. Er zijn verschillende types mensen in het straatbeeld:

* De oma’s met compassie:

Ze kunnen het niet laten om onze bewoners luidruchtig aan te spreken met: “Ewel, jij hebt wel geluk dat je eens mee mag hé!” Euh? Geluk? We zijn hier gewoon boodschappen aan het doen. Er moesten geen kunstjes uitgevoerd worden, we moeten gewoon om boodschappen, net als jij met je trolley. De mantra is: ze bedoelen het goed.

* De uitermate dankbare medemens:

“’t Is toch schoon werk hé dat jullie doen, amaai zeg, bedankt dat jullie dat willen doen hoor”. Fak zeg. Alléékom, terwijl ik het neertyp erger ik me alweer aan zo’n uitspraken. Ik heb drie jaar gestudeerd om opvoedster te worden, ik kies voor dit werk. Ik ben blij dat ik werk heb. Er hoeft mij niemand te bedanken omdat ik werk. Ik bedank jou toch ook niet omdat jij in de colruyt de rekken aanvult? Ze bedoelen het goed.

* Degenen die liefst zo ver mogelijk wegblijven:

Ze bekijken je vooral, en pas op, ergens kan ik dat wel begrijpen dat mensen kijken, maar het is soms de manier waarop ze kijken. Gapers, na-staarders, uitlachers, elkaar aanstoters, rare gezichtentrekkers…we komen ze allemaal tegen. De tweede mantra is: ze weten van niet beter.

* De entertainers:

Ze denken dat onze bewoners eigenlijk kinderen zijn. Ze geven ze een lolly en doen van gekkebekketrekke. Of erger: “koetjie koetjie”. Mijn zoon van drie jaar vindt dat amusant en ik eigenlijk ook want je beseft maar half hoe belachelijk je jezelf maakt als je dat doet. Ze bedoelen het goed.

* De negeerders:

Ze praten tegen ons als begeleider maar negeren de mensen die met ons mee zijn. “En wat gaan jullie drinken?” vragen ze aan mij. Niet omdat ik zwanger ben, maar omdat ze denken dat onze bewoners niet kunnen praten. Dat kunnen ze namelijk (meestal) wel, net als beslissen wat ze willen drinken en het ook bestellen. Ze weten van niet beter.

* De veronderstellers:

“Hoh, dat is zwaar werk zeker?” Is niet alle werk zwaar? Ben jij niet moe als je thuiskomt van je werk? Ik denk niet dat ik zwaarder werk heb dan iemand anders.

“En je neemt dat allemaal mee naar huis zeker die problemen?” Euh neen eigenlijk. Ook al zitten ze wel in mijn hart, ik neem thuis afstand. Ze bedoelen het goed en tonen interesse.

 

“En hoe moet je dan eigenlijk reageren op mensen met een verstandelijke beperking?” Doe gewoon normaal. Praat normaal, op een normale toon, reageer normaal. En toon begrip, niet alle mensen met een verstandelijke beperking kunnen praten, maar ze begrijpen, ze luisteren, ze zijn mens. Wij verwachten helemaal niet dat je anticipeert als een volleerde ervaren begeleider, dat zou onze taak moeten zijn. Maar doe gewoon gewoon. Toch simpel?

 

 

#flashblog

We zoeven terug naar 22 juni 2014.  De #flashblog zijn logjes die ik niet kon schrijven om de gekende redenen, maar die wel reeds op de laptop staan….

Het is beslist. We willen een tweede kindje.  Het is al twee jaar dat de mensen rond mij insinueren dat we niet te lang moeten wachten om een tweede kindje te maken. Niet dat ik me ooit van mijn leven iets aantrek van wat de mensen rondom mij zeggen of denken. Ilja is ondertussen 3 jaar, het is precies een beetje geluwd, dat gepor. Ik vermoed door de antwoorden die ik altijd -naar waarheid- gaf op de vraag naar een tweede kindje: “We weten nog niet of er nog een tweede komt” snoert meestal de mond. Of omgekeerd, het zet de mond met argumentaties om het wel te doen open. Sommige mensen vreesden dat Ilja zich alleen ging voelen zonder broertje of zusje. De argumenten gingen nooit om ons en hoe wij ons voelen bij een tweede kind. Tot op heden was dat altijd “er nog niet klaar voor”. Voorlopig ben ik blij dat we zo lang gewacht hebben om te beslissen. Ik hoorde sommige mensen zeggen dat ze aan een tweede begonnen “om er vanaf te zijn” of “we hebben er niet veel bij nagedacht, gewoon gedaan”. Maar ik besta zo niet. Ik wil een kind gewoon willen….omdat ik een kind wil. Doordat onze tweede kinderwens niet op gang kwam had ik voor mezelf wel een ultimatum gesteld. Als er nog geen tweede kindjeswens was op mijn 35e gingen we radicaal beslissen: wel of niet. Iets met risico’s en rimpels. Ik wil er niet over uitweiden, ik weet dat er veel vrouwen zijn die na hun 35e perfect gezonde kinderen baren. De mamamama’s gaan me wel weer waarschuwen als ik zwanger geraak “jaja, wacht maar, het is zwaar hoor met twee”. Jaja, je hebt allemaal gelijk, maar net als de vorige keer ga ik totaal niet naar jullie luisteren en het allemaal ondergaan. Eerst zwanger worden….

 

(Wie nu al de vrees voelt voor een changement de decor hier….neen, dit wordt helemaal geen zwangerschapsblog.  Al kan en wil ik de zwangerschap en alles wat errond gebeurt niet uit mijn schrijfsels bannen…)

5 reasons why i smile

Dat Tiny nog maar 2 maanden blogt, dat wist ik helemaal niet, ik dacht “oeh, een blog die ik gewoonweg nog nooit ontdekt heb”. Alsof ze het al jaren doet! Bij deze: Tiny, merci voor de tag en keep on blogging, je doet het geweldig leuk!

De “regels” van deze tag zijn:

  • Tag 5 andere bloggers om deze tag te doen.
  • Maak de naam bekend van diegene waardoor je genomineerd bent in je artikel.
  • Noem 5 redenen waarom jij lacht of blij bent.
  • Kopieer deze regels en zet ze in jouw artikel.
  • Kopieer de TAG afbeelding en plaats die in jouw artikel.

Vijf redenen waarom ik glimlach/lach.

In feite lach of glimlach ik alleen als ik het meen. Dat maakt het extra leuk om er één te verkrijgen van mij, tegelijkertijd maakt dat mij extra afstandelijk. Want het is niet omdat ik niet glimlach of lach dat ik je daarom niet leuk of interessant vind. Het is dan ook een mirakel dat ik een man gevonden heb want ervaring (en alle boekskes) leert me dat lachende vrouwen meer aantrek hebben.

1) De uitspraken van mijn zoon. Zoals vorige zaterdag in Planckendael. Een moeder passeert met haar krijsende kind in de armen (been there, done that) waarop mijn 3-jarige zegt “jaa! ik hoor al een aapje!”

2) De hartslag horen van mijn ongeboren kind. “Doedoedoedoedoedoe”, altijd een goed teken en een reden voor instant smiling.

3) Post. Als in: kaartjes, briefjes of aankondigingen. Van een factuur krijg ik echter het zuur.

4) Iemand die valt, struikelt of door zijn eigen dommigheid pijn heeft. “The Science Of Stupid” op National Geographic is daar het gepaste programma voor.

5) Een perfecte zin in een geweldig boek. Zo’n zin die je een aantal keer herleest alvorens verder te lezen. Murakami is er meester in.

 

Gezien de tag al goed zijn deel doet in blogland ga ik alleen MissAnstro taggen.

Echtgenote van één prachtige man

Dochter van twee supergoeie ouders

Schoondochter van twee keilieve schoonouders

Kleindochter van vier geweldige grootouders

Zus van één markante broer

Schoonzus van veel plezante schoonzussen en gekke schoonbroers

Tante van een berg wemelende kinderen

Vriendin van teveel om te bellen

Collega van teveel om te tellen

Kennis van zovelen

Onbekend voor de rest

en last but not least

Moeder van twee

Eéntje babbelend, springend, very much happening

Eéntje kabbelend, groeiend, maar reeds heel erg aanwezig

Groei maar klein wormpje,

we wachten op je

vol ongeduld

vol verbazing

vol liefde.