Page 89 of 117

Pompoen Stompoen

Een nachtdienstweekend staat garant voor een typische maandagmiddag waarop ik thuiskom met een slaapgebrek en de bijhorende crankyness.  Tegelijkertijd is er het “yeah, vanavond mag ik terug in mijn eigen bed slapen”-gevoel, wat veel goedmaakt.  Vandaag mocht ik bij thuiskomst al starten met het samenrapen van mijn compostvat, daar ligt mijn verterende compost open en bloot te stinken.  De roofing van ons tuinhuisje mocht er ook aan geloven en tuintafels horen misschien echt wel niet meer buiten nu, alleen jammer dat we dat te laat beseffen.  Op de koop toe had ik mezelf voorgenomen om een nieuw receptje uit te testen.  Een simpele quiche met pompoen en aardappelen.  Niet teveel werk.  Dacht ik. . . sommige bevelen in het recept waren minder evident. (De evidente heb ik weggelaten)

Kook de aardappelblokjes gaar in zoutwater en giet ze af.  Bak intussen het bladerdeeg 10 minuten blind in een ingeboterde bakvorm.

Het begon al goed.  Blind bakken? Say what?  Kijk, dat zijn nu de dingen die mij een slechte kokkin maken.  Ik begrijp niet waarom ze daar “blind” bijzetten.  Kunnen ze het niet gewoon benoemen zoals je het moet doen.  “Leg dat in die bakvorm en zet dat in de oven” wat is het verschil nu, al die overbodige informatie?!

Bak het spek aan in olijfolie, voeg de pompoenblokjes en de paprika toe en laat 5 minuten meebakken.

Spek aanbakken: cava nog, maar een pompoen verwerken, holy crap.  Het recept houdt er geen rekening mee dat een pompoen keihard is en je daar dus niet zomaar eventjes blokjes van gaat snijden.  Neen, een pompoen dat moet je butcheren.  Je moet om te beginnen over een goed groot mes beschikken, wederom niet in mijn keukenalaam aanwezig, dus werd het prutsen.

“Maar alléé, beschik jij niet over een goed groot keukenmes?” Jajajajaja, ’t is al goed.  Neen, ik heb dat niet.  Koop er mij één hé, dat kan ik beter gebruiken dan zo’n commentaar.  (zie je, zo werkt dat, die crankyness op maandag na de nachtdienst, beware!).

Eens ik de oranje steen in stukken gesneden en ontpit had was hij daarmee nog niet geschild.  Laat dat nu nog het ambetantste van heel het pompoengedoe zijn, de pel erafkrijgen.  Godver zeg, stukken pompoenschil vlogen in het rond want dat laat zich niet in één keer schillen zoals een appel of een smoutzachte peer.  Pompoenschil in mijn haar, op de grond, tegen alles dat in de weg stond.  Jongens toch, ik vermoed dat dit een werkje is dat je in de hel ook voorgeschoteld krijgt.  De duivel zet het waarschijnlijk op je activiteitenplanning “chop! loser! chop!”

En de paprika liet zich al helemaal niet schillen want die was ik vergeten.

Meng de aardappelen onder de pompoenmassa en doe dit in de taartvorm

Oh handig.  Tot je begint te gieten met de pompoenmassa en je nog een halve kom overkomt terwijl de taart al boordevol ligt.  Een tweede bladerdeeg afbakken dan maar.

De rest van het recept wees zichzelf uit, gelukkig maar want de frustraties waren al meer dan voldoende opgelopen.  Zeker als de oranje brokken begonnen te vlekken op het wit van mijn keuken.  Strontpompoen!

Soit ik kreeg twee quiches voor de prijs van één. . .

wpid-DSC_0688.jpg

en hopelijk smaakt het straks.

 

 

 

 

Can you feel it? Can you feel it?

Bij Lilith las ik over een Currently.  Een wat?  Een soort terugkerend lijstje. . . 

Lezen: “Het Stille Meisje” van Tess Gerritsen.  Ik noem het een beetje pretentieus “tussendoorboeken”.  Het zijn die boeken die ik niet zou meesleuren als ik van plan ben om een uur ergens te wachten (of denk dat ik ergens een uur zal moeten wachten. ) Het sleept me niet mee maar het leest vlot.  Op aanraden ga ik deze week met mijn boekenbon om “Nachtfilm” van Marisha Pessl.  Hopelijk pakt het mij ook zo in als “Wij en Ik” van Saskia De Coster of de 1Q84-reeks van Murakami.

Blij met:  mijn compostvat, al is dat momenteel geblokkeerd door een ander blij-metje: versgezaaid gras dat sinds enkele dagen begint te schieten, mini-sprietjes poppen omhoog en blijkbaar mag je daar niet over lopen.  Binnenkort komen Scofield, Geoffrey en Diva ook terug aangezien ons tuinhuis eindelijk geïnstalleerd is en het kippenhok daarin verwerkt is.  De kippen waren bijna een jaar in hotel Quentn.  Onze maat/hovenier verzorgde ze met veel liefde.  Hopelijk willen ze nog terugkeren want bij Quentn is het chickparadise.  Of misschien worden ze wel gestresseerd van zo’n tweede keer verhuizen en gestresseerde kippen leggen waarschijnlijk geen eieren.

wpid-DSC_0682.jpg

 

Volgend jaar kunnen we vechten om wie het mag afrijden. . . 

Eten: zo mager mogelijk, al lukt dat niet altijd even goed.  Misschien wel eitjes van eigen kippen binnenkort, die smaken voortreffelijk in de pan, geen zout of peper nodig.  (zie je wel, mager eten, lukt niet altijd even goed).

Bezig met: de zoektocht naar het perfecte boekentasje voor Ilja.  Ik heb nog twee maanden. . . Bij Zaino vind ik deze Nigel alleszins de max, maar het verder zoeken en twijfelen is minstens even leuk.

nigel

 

Nigel

Mezelf verbazen over: de dood.  En hoe die smeerlap de laatste week verschillende keer zijn opwachting maakte bij veel te jongen mensen hier in de streek.  De onverwachte dood went niet, ze zouden hem moeten afschaffen.

Luisteren naar: de radio vooral.  En met track-ID scan ik regelmatig een nummer om mee te zijn met het huidige aanbod van groepen.  Zo scande ik gisteren Lorde.  Ik had er al van gehoord maar ik kon het liedje dat ik zo leuk vond niet aan haar koppelen.  En ik blijf me elke keer weer over Bastille verbazen.  Pompeii was geweldig en Laura Palmer overtreft het zowaar.

Plannen: Sint-Maarten en zijn Piet die meer dan welkom zijn hier.  Want we zitten allemaal even recht.  En zwarte piet, laat die mens toch een keer zoals hij is zeg, moet alles eigenlijk verdwijnen, elk spatje jeugdnostalgie wordt weggemaaid door politiekers die duidelijk teveel tijd hebben.  Ga echt werk doen met mijn belastinggeld!

“Ploep”, zei het snoep

Cava, Kriek Max, kaasjes en salamietjes, frietjes van de frituur, een bladerdeegtaart met gehakt en postelbier, omeletrolletje met kruidenkaas, appelhapje in een notenjasje, een vegetarische pasta met parmezaanse kaas, een bolletje mierzoet Aldi-ijs, cake-pops. . . dat werd allemaal verwerkt het voorbije weekend.  Ai ai ai, een downer voor mijn dieet en het was dan ook met toegeknepen oogjes toen ik me op de weegschaal placeerde.  En raar maar waar….het viel precies goed mee.

Het zal alleszins niet aan deze venijnigaards liggen:

wpid-DSC_0678.jpg

 

De Grand’o.  Grand Marnier, rietsuikersiroop, fruitsap, citroensap en spuitwater.  Deze rode caloriebom werd me aangeraden door een apero-kenner en is overheerlijk en superfris als aperitief.  Ik begon te proeven om 10u ’s morgens (rekening houdend dat ik al om 6u30 op was en het dus officieel al aperitieftijd was) waardoor de hersenen al meteen een beetje blurry werden.  Wat wil je, 8 weken diëten en daarbij zo weinig mogelijk alcohol drinken.

Daarbovenop kregen we dit geweldig geschenk:

wpid-DSC_0680.jpg

 

Sugar for my honey

Inderdaad: supercadeau.  Ter info: de bokaal was gevuld toen we hem kregen, hij is trouwens nog steeds vol.  Ik ben van plan om dat ook zo te laten.  Er bevinden zich anders nooit zo’n dingen in huis en nu zit er een tikkende tijdbom in mijn voorraadkast.  Een tijdbom gehuld in een geweldig mooie pot met zo’n deksel dat “ploep” zegt als je hem opent.  Dus wie op de koffie wil komen: doe maar hé, voor een keer moet je het niet stellen met doopsuiker of een triestige speculooskoek als versnapering.

Frustratienoten

Okkernotentijd!  Het wordt uiteraard niet zomaar vernoemd, want er zijn weer frustraties mee gepaard. (Ahja, zo gaat dat hé op een blog).  Als lousy housewife beschik ik niet over een notenkraker.  Hier vind je in het algemeen weinig alaam in de keuken.  Een lookpers, een passe-vite of een keukenrobot, nergens te bespeuren hier.  Er komt ook geen schaamte bij mij naar boven bij het vermelden dat ik maar drie kookpotten bezit nadat ik jaren geleden eens een popcornincidentje had waarbij nummer vier naar het recyclagepark werd gedegradeerd (de zwarte aangebrande laag ging er echt niet meer af).  Zelfs het keukentje van mijn zoon beschikt over een broodroostertje. . .damn you Tefal, moeders met hun mond vol tanden zetten bij het vergelijken van speelgoedkeukenmateriaal met echt keukengerief.  Maar zo’n notenkraker, dat is toch ieder jaar weer een gemis.  In de twee weken dat ik dan ’s avonds noten eet aan de salontafel is het ieder jaar opnieuw dezelfde frustratie.  Gisteren kraakte ik ze marginaal onder mijn pantoffel, uiteraard met een keukenpapiertje eronder, zo lousy ben ik nu ook weer niet in mijn housewiferij.    Het is ook altijd iets met die noten.  Als je ze te zacht kraakt moet je herbeginnen, duw je ze te hard dan krijg je okkernotensmeus.  Pruts daar maar eens die notenschil van tussenuit.  Of je kraakt ze redelijk goed maar dan breken ze volledig middendoor en bekom je twee halve noten en dan sta je even ver, want je moet dan nog de hersentjes eruit zien te pulken.  De ultieme okkernoot is toch die waarbij je het binnenwerk er op zijn heel kan uithalen en je een perfect stel dubbele hersentjes bekomt.  Toch?  Sommige mensen prutsen dan nog het bruine velletje eraf, maar dat vind ik juist het lekkerste.  Een beetje bitter mogen ze smaken van mij.  Neen, de kraakfrustratie weegt niet op tegenover het smoefelresultaat.  Okkernotentijd, prutstijd!

wpid-DSC_0626.jpg

 

Misschien deze middag toch eens rondkijken in de Hema achter zo’n ding, ik moet dringend housewifevolwassen worden.

The Bad Touche

Ladiesnight.  Zo’n avond waarop je je nieuwe botten aandoet en anticonceptiemiddelen met elkaar worden vergeleken.  Er worden  uitspraken gedaan als “mannen zijn zo kleinzerig” en de liefde voor De Action wordt onbeschaamd gedeeld door om ter meest batjes op te sommen (een dekbedovertrek voor 12 euro!  Gow zeg!).  Na een smulpartij in een tapasrestaurant doe je het meest foute wat je ooit kan doen op een wijvenuitje.  Je gaat naar “een danscafé dat je niet kent maar waar je iemand achter de toog kent”.  Tot we daar binnengingen.  Gelukkig stonden we op de guest list (danku Birger), want we bleken in een discotheek te zijn.  Eerlijkheid gebiedt me dat ik nog nooit in een discotheek ben geweest.  Ik was meer een fuif/optreden/café-ganger waardoor discotheken in mijn jongvolwassenheid volledig aan mij zijn voorbij gegaan.  Ik hoorde danscafé en verwachtte iets genre Decadance.  Maar één blik op de zaal was al voldoende om te zien dat “geen toegang onder de 25 jaar” er echt wel serieus werd nageleefd.  We waren de jongsten.  Zeker van.  Op de dansvloer stonden een tiental durvers hun beste party-moves te tonen en we werden van kop tot teen gekeurd door menig mannenvolk.  Ons nu en dan inhoudend van het lachen keken we verbijsterd in het rond.  Ik moest me inhouden om niet te filmen.  Waren we juist in So You Think You Can Dance editie Costa Del Sol beland?  We werden er omringd door eenzaten, het merendeel van de mensen die er kwamen waren er op hun ééntje.  Ze stonden aan de rand van de dansvloer en keken in het rond.  We waren in een vrijgezellendiscotheek, er was maar één koppel te bespeuren en dat had zich er vast en zeker enkele uren daarvoor op diezelfde plaats gevormd.  Mijn vriendin S. had touche, want toen Robbie Williams zijn Angels uitstuurde werd ze ten dans gevraagd door haar vader.  Of toch iemand die haar vader kon geweest zijn.  Ik verwed er graag 50 euro om dat hij een pruik droeg.  Hey, can’t blame ‘em for trying, ze doen het toch maar.   Zichzelf bloot geven, op je ééntje naar zo’n discotheek gaan lijkt me helemaal niet zo evident.  Vriendin S.  had daarna nog zeker drie keer “keure”, wij stonden erbij voor spek en bonen, geen enkele boekhouder met terugwijkende haarlijn kwam ons aanspreken.  We voelden ons weer 16 jaar, tijdens een fuif genegeerd bij de slows, vluchtend in ons pakje sigaretten, hopend dat de dansmuziek vlug weer herbegint (in die tijd konden we ook niet achteloos smartphonen om zo’n momenten te overbruggen).  Na enkele uren loeren en de herwonnen boenkeboenke incasseren was het voor ons genoeg.  Kinderen kennen namelijk geen regel die zegt “hoe later  erin ’s avonds, hoe later je de dag erna opstaat”.   We zijn nu eenmaal geen vrijgezellen op zoek naar een vlam en face it, ik ging er geen gevonden hebben.

waar om ’t even wie de hoofdrol speelt

wpid-DSC_0620.jpg

Ik kijk ook.  Een favoriet karakter in de serie heb ik niet, al komt Bram met zijn eeuwige grijns misschien wel in aanmerking.   Eigenaardig dat de krant een tv-serie afschildert als “image damage”.  “Lang gestudeerd, een drukke job, maar toch fan van de populairste soap van het moment”.  Heeft zoiets ooit met diploma’s te maken?  En wat zegt een diploma eigenlijk?  Ik heb jaren geen hoger diploma gehad, nu heb ik het na volwassenenonderwijs wel, en ik blijf hetzelfde werk uitoefenen als daarvoor.  Plus: ik blijf naar “Thuis” kijken, net als ik deed voor mijn studies.  Wie wil nu Nancy en de Cara-pils missen of Eddy met zijn enkelband.  We noemden onze eerst kip Peggy naar het gelijknamig personage uit “Thuis”, ondertussen is onze ergernis van Peggy naar Franky verschoven.  Ik zeg “we”, want we kijken samen.  En maar gokken hoe Luc zal uit de serie gaan, zelfmoord denk ik.  Een overdosis pillen gecombineerd met korten drank.  Of dramatischer. . . van een brug springen of zoiets.  En over dat stomme diploma-gedoe, verdikke zeg, alsof een advocaat zoveel beter is dan een verpleger of een loodgieter.  Dat je zogezegd uit de kast komt omdat je naar “Thuis” kijkt, daar kan ik alleen maar eens meewarig mijn hoofd over schudden.  Tssss

“Nee Jeanke, niet op de mond!”

Het was weekend.  Vandaag nog steeds.  Vrijdag namen we samen een vrije namiddag.  Er werden winterbotten gescoord, ik zocht ze in het zwart, vond ze nergens, of toch!  In de Bent.  Nadat ik ze gekocht had in het donkerdonkerbruin bij Torfs uiteraard.   Soit, mooi vind ik ze sowieso, we gaan daar niet dramaqueenerig over doen.  Toen we daar dan toch in de buurt waren gingen we gaan informeren om het sterretje in onze voorruit te herstellen.  Ik gokte op 100 euro kosten, Pieter op 50.  Jammergenoeg had ik gelijk (en gelukkig had ik de botten al gekocht alvorens we dat hoorden).  “Ahja, maar een nieuwe voorruit dat kost u 600 euro hoor madamtje”  Als mensen hun gelijk al hebben en ze willen het daarbovenop nog eens halen dan zeggen ze dikwijls “madamtje”.  Als ze je nog willen overtuigen dan gebruiken ze dikwijls “mevrouw”, dat past meer bij een aarzelende zin.  “Ja mevrouw, ik zou u toch aanraden om dat te herstellen”, dat klinkt alsof er nog ruimte is voor onderhandeling, bij “Madamtje, die nieuwe voorruit zal u veel meer kosten”, ja daar heeft hij uiteraard al gelijk in. . . (tenzij u een voorruit kan vervangen voor 100 euro?)

wpid-DSC_0612.jpg

Ik ging ook het voorbije weekend naar de gezinsbondbeurs.  Ik kan er niet aan doen, maar als ik daar dingen vind aan één tiende van de winkelprijs, en dat is nog degelijk en schoon materiaal, heel mijn dag is dan goed.  Toch werd ik nog aangesproken over het feit dat ik een keukentje kocht voor mijn zoon.  Of sloeg dat op het stofzuigertje dat ik er gratis heb bij gekregen?  Zoiets kun je toch niet laten staan?  Een mini-waterkokertje en een mini-broodroostertje (zit nog in de zak die ze erbij gegeven hebben)!

wpid-DSC_0606.jpg

Bij het schikken van mijn fruit bekwam ik een autistische fruitschaal.  Als er nu een mandarijn gegeten wordt moet je er meteen een sinaasappel, een banaan en een appel bij eten om het evenwicht te bewaren.

wpid-DSC_0609.jpg

En deze morgen bij het maken van het weekendkruiswoordraadsel kwam “Flip” ineens in mijn gedachten   Maar dat zal het juiste antwoord wel niet zijn op onderstaande opgave.  Wat is me dat nu eigenlijk ook voor een vraag?  Een naam voor een papegaai?  Dat kan toch vanalles zijn?  Vijf letters.  Ik heb geen idee, als ik ooit een papegaai zou hebben zou ik hem Jeanke noemen.  “Jeanke!  Moei bitjes en?!  Zeg ki danke, zeg ki danke!”  Ik zou er weer veel te veel in opgaan.  The crazy parrot lady.  Maar zoentjes geven aan Jeanke, neen, dat niet, dat zou erover zijn.  Subiet nog een stuk uit mijn lip gebeten.

wpid-DSC_0602.jpg

Duvelse kilo’s

Tien pakken suiker.  Pakken van een halve kilo, welteverstaan.  Daarover juich en stoef ik momenteel.  De cijfers op de weegschaal blijven naar beneden gaan en tegelijkertijd blijft mijn courage omhoog gaan.  Het lopen gecombineerd met het dieet lijkt effect te hebben.  Ik heb ook niet het gevoel dat ik veel moet missen behalve wat kaak-vet.  Misschien at ik echt wel heel veel sneukeling zonder dat ik het besefte.  Nee, ik besefte het eigenlijk wel, maar de hoeveelheid snoep werd gefilterd in mijn hersenpan.  Een pralineke  (mmm, ’t zijn witte, vlug nog één pakken), een zure spek (ééntje kan geen kwaad. . .elk halfuur), een handjevol nootjes (alléé, nog het andere handje vol, de zak is dan uit), een halve zak chips (de andere helft at ik al de dag ervoor op).  Het waren altijd maar kleine beetjes, maar die maken het verschil blijkbaar.  En den drank hé.   Den drank is den duvel.  Of is Duvel den drank?  Het klinkt alsof ik elk weekend liters achterover kapte, niet dus, maar ik drink wel graag een pintje, een tripel karmeliet, een donkere leffe of zo’n mierzoete Kriek Max nu en dan.  Behalve de lijn, de gezondheid, de kilo’s, het herwonnen zelfvertrouwen, mijn goed gevoel doe ik het ook hiervoor:

nancydeekokerrok

 

Dit vind ik zo’n prachtige combinatie, daar mogen toch geen lichaamsoverschotjes in te vinden zijn.  (Ik besef natuurlijk wel dat dit geweldige rokje in combinatie met die bloes al volledig uit de collectie zal zijn tegen dat ik in zoiets zal passen, ALS ik er al ooit in pas, maar ik kan het idee bewaren tot in februari, tot ik naar twee huwelijken moet).  Of misschien vind ik wel iets anders dat me heel goed past bij Mieke in de Baudelostraat in Gent.

reCYCLEbin

Zeven kilometer, enkele rit.  Zo ver rijd ik naar mijn werk.  Ik hoor alle file-lijders denken: “LUXE-PAARD!  Dat doe je toch niet met de auto zeker??”.  Baja meestal toch wel, om 6u15 beginnen of werken tot 22u, het is precies niet dat ik dan gelijk de die-hards mijn fiets al om 5u sta op te blinken.  Maar op mijn “normale” werkuren lukt het sinds deze week wel.   Met de fiets ben ik een kwartier langer onderweg maar ik heb minder moeite om parkeerplaats te vinden wat dan weer tijd bespaart.  Toch is dat fietsen niet zo evident, zeker niet met een stoutbeen als het mijne, gelukkig valt het nog mee.  Heuvel op, berg af, dat wel, maar met vitessen en met de radio door de oortjes is het zelfs aangenaam te noemen.  Het is ook telkens een ontdekkingstocht op de fietsbaan.  Gespot deze week:

* een toegeknoopte frituurzak, inclusief alles wat leeggegeten werd

* een natgeregende schoen

* een houten constructie in de vorm van een geo-driehoek

* paardjeskaka

* beukennootjes

* een dode poes (roadkill!)

*  glasscherven

*  een gesmeusd konijn

* auto-onderdelen

* dodepoezendarmen

* een zwarte bananenschil (Mario Kart iemand?)

*  eikels (maar die kom je op de autobaan ook tegen)

* en wat zal het volgende week zijn?

Niet te doen wat er allemaal uit auto’s vliegt blijkbaar.  Men zou mijn auto een rommelbak noemen maar ik gooi toch nooit afval door het raam (behalve een occasioneel klokhuis, maar dat verteert).  Dan nog liever een stort in mijn auto.  Of ik moest mij zo’n ding aanschaffen:

car_bin_fhngc

Of een nieuwe attitude.  Dan hoef ik mij helemaal niets aan te schaffen. . .

Piet, Herman en Frank

Ik heb Piet Piraat gezien gisteren. Terwijl ik dit herlees komt er meteen “schip ahoy hoy hoy” in mijn hoofd, great, shut up! shut up! shut up!  Het was Den Echten (althans volgens mijn bewoners op het werk die dat zo mooi kunnen zeggen).  Het is ook een manier van uw geld verdienen, in een piratenkostuum op een podium gaan zitten en foto’s nemen met kindjes.  Ik vraag me af of de leeuw van Bellewaerde evenveel verdient voor een gelijkaardige acte de présence.  Maar beide jobs mogen ze hebben, ik zweet al als ik er nog maar aan denk.

Deze morgen maakte ik me de bedenking. . . zou de zondag nu niet de enige dag in de week kunnen worden waarop het gepermitteerd is om in peignoir en savatjes naar de bakker te gaan?  Iedereen zou er dan wel zo moeten over denken, anders zou het een beetje eigenaardig zijn, zo peignoirs tussen de maatpakken die naar de kerk gaan.  Je levensstijl is er ook meteen mee verraden.  Iets wat ik nu dus ook meteen doe, want ik hou van mijn peignoir.  Pieter zegt dat ik hem moet weggooien omdat hij grauw is, maar ik vind waarschijnlijk geen zo’n stuk meer.  Ik vermoed dat de high society ook meteen een verschil zou maken tussen weekdag-peignoir en zondagse-peignoir.  Want wat zouden de mensen wel niet zeggen moest ik met mijn grauwe peignoir achter mijn verse pistolets gaan.  Mijn overbuur ziet me hoogstens eens buitenkomen achter de krant en als je bij ons blijft slapen krijg je hem gegarandeerd ook te zien, maar dat is het zowat.  Grauw dus.

Ohja en ik heb mijn eerste (en enige) pintje van dit weekend reeds gedronken deze morgen in de brandweerkazerne.  Ik had prijs!  Niet het pintje, maar een bon om bloemetjes te kopen.  De dag van de lotjesverkoop moest ik scharten achter stukken van 2 euro, maar het heeft iets opgebracht, 20 euro , dat wordt een orchidee!  Jahei!  We waren trouwens twee schooiers, ons laten trakteren en tot de vaststelling komen dat we zo’n 4 euro bij ons hadden, volgende keer, beste mede-winnaars, volgende keer is het onze toer.

En ik kan er mij nog steeds in verwonderen, maar ik blijf het ook steeds vergeten.  Frank Galan is de broer van Herman Van Molle.  Kan Frank nu nog meer on-Herman zijn?  Die twee, komen die uit dezelfde moeder?  De gebronzeerde Frank en de excuse-my-french Herman, pafferige Herman Van Molle.  Hij is toch een beetje pafferig.  Of is papperig misschien het betere woord.  Niet dat Herman niet cool is ofzo, hij rockt.  Maar alléé, Frank en Herman, samen aan de tafel op nieuwjaarsdag, taartjes eten en enveloppen uitdelen aan hun petekinders.  Neen jong, er was een facteur int spel.  Dat kan niet anders.

Herman en Frank

Facteurwerk.  Definitely!