Page 91 of 117

ieja ieja dood!

Van sommig speelgoed denk ik soms echt oh boy, waarom toch!?

*  De xylofoon.  Hij kan er een volledige slaapzaal op een jeugdkamp mee wekken.  De geluiden gaan van DENG !  DING !  DONGGGG !!!!  maar klinken even schel als een berg oud metaal die in een container wordt gekieperd.

* Het boekje “De Voertuigen” waarin je de geluiden van de desbetreffende voertuigen kan aanhoren mits enige knopjesduwwerk.  Vooral het feit dat het geweldig amusant blijkt te zijn om 43 keer op de auto te drukken maakt dit het meest irritante boekje in de boekenkast.  “honk honk”.

* De tractor die een eindje zelfstandig kan rijden als je hem neerdrukt en vooruit duwt.  Tegelijkertijd maakt hij tractorgeluiden.  Het klinkt alsof ze uw vloer aan het  frezen zijn.

*  De uitschuifbare bellenblazer blijkt tegelijkertijd ook te dienen als majorettenstok, of om tegen je hoofd te krijgen bij een nieuwe zwaaibeurt.

Die ingenieurs bij zo’n speelgoedfabrikanten maken er waarschijnlijk een sport van: “om het irritantste speelgoed maken”.  Wie erin slaagt om ouders het meest te enerveren moet op vrijdagavond geen pot leggen als ze de werkweek afsluiten met een pintje.  Ik wed dat ze ons eens goed uitlachen daar aan hun tafeltje in hun local pub.

Gelukkig hebben we “de jodelende boer op de tractor” van kant gemaakt. . . En te bedenken dat mijn lief nog een kinderdrumstelletje staan heeft  boven, gelukkig zit het nog in de verpakking.  Nog even houden zo.

Start to keep distance

Oh yes, i’m doing it!  Drie keer per week terug gaan joggen, in de fijne boerenstraatjes hier.  In den beginne waren het kale velden, nu groeien er vooral maïs.  Elke keer zijn ze een kopje groter, elke keer voel ik me nietiger bij die giganten.  Ze vormen muren, bedreigen me met hun gestalte, tegelijkertijd voorzien ze mij van schaduw.  Ik ga ze nog missen als ze neer gaan.

wpid-DSC_0506.jpgDrie keer per week!  Je mag mij complimenteren hiermee, je mag.

Ik vraag me ook telkens af hoeveel dieren ik vermoord bij het lopen.  Zeker als ik net op tijd een slak kan ontwijken

wpid-DSC_0508.jpg

of is het al te laat?

Ook de achterbuur profiteert van het mooie weer om met zijn parapente op te stijgen, hier in het veld achter ons huis.

wpid-DSC_0514.jpg

“Kijk!  Vliegje!”

Oh en dit kon ik enkele weken geleden aan de kassa van de Aldi gebruiken:

wpid-DSC_0505.jpg

Niet te doen hoe sommige mensen maar geen afstand kunnen houden aan de kassa.  Zette ik een stap vooruit om meer ruimte te krijgen, hij deed net hetzelfde.  Ik voelde zijn adem tot in mijn nek, draaide ik me om ik kon waarschijnlijk zijn neusharen tellen.  Creep!

“Is er iets?”

“Glimlach! Je kijkt zo kwaad, het is vakantie, het is feest, je mag gerust lachen hoor!” zei de kerel een beetje wijsneuzig aan de bonnetjes-stand.

“Oh, maar ik ben content hoor, ik heb gewoon een Bitchy Resting Face!” zei ik glimlachend.

De seconde daarna had hij een “what-the-fuck-?-face” en was het mijn beurt om de wijsneus af te geven .

“Ja!  Echt, het bestaat, zoek het maar eens op, Bitchy Resting Face!”

“Ik denk dat ik weet wat je bedoelt” zei hij getemperd.

Gelukkig duurt bonnetjes kopen niet lang en kon ik vluchten, want smalltalk is mij niet gegeven.  Een bitchy resting face daarentegen wel.

Ik kon zo deelnemen aan dit filmpje want deze aandoening is zo ik!  Kijk:

wpid-DSC_0495.jpg

 

Serieus, ik doe er echt geen moeite voor.

Ik vermoed dat het een verkeerde eerste indruk achterlaat, zo’n BRF, soms hoor ik “je kijkt zo streng”, misschien durven sommigen me wel niet aanspreken omdat ik een boze indruk afgeef (al had die kerel van gisteren er blijkbaar geen probleem mee), mensen die me beter kennen weten ondertussen wel beter hoop ik.

Voila: Bitchy Resting Face. . . nu ken je ook iemand met dat probleem.

Leeuwenshnuggles en tengelaardigheid

Een halve week in asterisken

*  Dingen kunnen nogal eens uitgesteld worden hier.  Procrastinatie heet zoiets denk ik.  Zoals in ons vorig huis het uitgebroken bad zeker een jaar in onze tuin stond te wachten op een nieuwe eigenaar, zo vond ik deze week onze trouwfoto’s terug.  Het bad ging trouwens naar een bende koeien die er nu hun aperitief uit nemen.   Ahja, en die foto’s, die wachten op een foto-album. . .wanneer ging ik dat alweer doen?  Ahja ja, tijdens mijn zwangerschapsverlof 2,5 jaar geleden. . .Als ik deze middag naar de stad ga koop ik ineens een foto-album.  Het was wel even slikken toen ik ze bekeek.  In de voorbije drie jaar zijn al 7 koppels die op het feest waren uit elkaar.  Sommige van die mensen zijn al samenwonend, verloofd of zwanger met iemand anders.  Die weten niet van procrastinatie.

* De laatste “oude” patatjes werden vandaag verwerkt.  Ik kan er niet aan doen, maar als daar van die tengels aan groeien, ik krijg daar de creeps van.  Als kind moest ik al dikwijls de keldertrap trotseren, die was bezaaid met spinnen groot en klein, ze keken je soms al bedreigend aan nog voor je de deur halfweg had geopend.  En dan naar beneden achter een emmertje aardappelen.  Doodsbang dat er één van de spinnen langs mijn broekspijp omhoog ging klimmen.  Eens beneden lag er een berg aardappelen, tengels waar je maar kon kijken.  Ik probeerde er steeds naast te pakken, maar op de één of andere manier kwam ik toch steeds in aanraking met die vieze drendels die daaraan hangen.  Alsof ze je arm gaan vastgrijpen op het moment dat je dichterbij komt, when you least expect it * horrorfilm-muziek op de achtergrond * .  Gelukkig zijn we wel al aan de nieuwe patatjes nu.

wpid-DSC_0492.jpg

*  Wederom was het “neen!” gisteren in Bellewaerde.  Maar deze keer was het uit schrik.  De leeuw van Bellewaerde was eindelijk aaibaar, al was het enkel ikzelf die hem kon strelen,  het kleintje hing aan mijn rok, en de leeuw kreeg niet meer dan een high five.  Het viel wel op dat zijn pak precies eens aan vernieuwing toe is, alsof het een beetje teveel in de was had gezeten, de fuzzyness is er precies van af.

wpid-DSC_0482.jpg

En echt, die kerel die daarin zit, die mag van mij bakken geld verdienen, hopelijk voor hem moet hij vrijdag die komt niet werken. . .(33 graden anyone?)

Fondantgefoeter

13u: Ding Dong.  Het gebeurt niet veel dat er onverwacht wordt aangebeld waardoor het extra spannend is om de voordeur te openen uiteraard.  Een Nederlandssprekende Waal gaf mij een pakketje “Mevrrrrrouw, ierrrr tekenen astublieft”  Oeeeh een cadeautje!  Nog spannender dan een onverwachte deurbel! “Ed ies een cadeautje van Eggo keukens” Hij zag dat ik mij moest inhouden om niet op en neer te gaan springen.  Een keukenkastdeurtje?  “Oei, verrrrwacht niet te veel hé mevrrrrouw, het is een kleine dingetje als bedanking voorrrr uw koop van keuken”.  De doos werd al opengedaan nog voor ik zijn balpen teruggaf.  Het was een handdoek, een kookwekker en. . . een doos chocolaatjes.  Kijk:

wpid-DSC_0471.jpg

Ok.  Ze leveren een doos chocolaatjes, zo net rond de middag, mijn moeilijkste moment om niet aan chocolade te denken.  We spreken niet over een mini doosje chocolaatjes.  Er zitten er 36 in.  Ja, ik kon het niet laten om ze te tellen, het zijn chocolaatjes, ze zijn gratis en ze proppen ze nog net niet in je mond, zo’n dingen houden mij bezig.  Een gegeven paard mag je niet in de bek kijken.  Zodoende ging het proeven van start.  Om daarna in mineur te eindigen.  Shit, slechte smaak!  Echt, van die zwarte chocolade die zo’n bittere nasmaak geeft, zo’n vieze verhemelteplakboel.  Tju toch.  Het hele moment verpest.  Nu sta ik daar, in de keuken van mijn leven,  met nog 34 van die chocolaatjes (want ik kon het natuurlijk niet laten om er nog één te proeven om toch zeker te zijn dat ik ze echt niet lust!) . . .

Boeken – Boiler – Blank – Brandweer – Bescheten

Zeven jaar geleden woonde ik boven een krantenwinkel.  De mensen in de straat noemden het “de boekenwinkel” omdat er in die côté van de stad nergens een boek te bespeuren viel en ze er “SOS Piet deel 1” verkochten.  Ik zou er nog kunnen bij vermelden dat de verkoper in de boekenwinkel beter “SOS Geurige Oksels” voor zichzelf mocht inkopen, maar misschien is dat een beetje te grof.  Laat ons zeggen dat ik dit item op het appartement erboven zal houden.  Misschien wordt deze blogpost wel een reeks, want over dat appartement zou ik wel meerdere postjes kunnen schrijven, er viel elke dag wel iets te beleven.  Hadden ze de boekenwinkel nog maar pas overvallen voor sigaretten, ze deden het twee weken later nog eens.  Of het was de marginale buurvrouw die lawaai maakte of de criminele buurman die ladderzat zijn vrachtwagen voor de poort/halfweg de baan parkeerde.  Ook de twijfelachtige staat waarin het gebouw zich bevond mag vernoemd worden.  Ok, ik huurde dat rechtstreeks aan de eigenaar en die vroeg er 358 euro huur voor.  Als alleenstaande was dat een zegen, want vind maar eens iets waarbij je je niet in de schulden moet werken.  De 8 euro was voor de brandverzekering of zoiets, iets dat hij duidelijk uitgevonden had om nog meer geld te kunnen krijgen, de kleinzerige krempekloot.  Ik vermoed dat hij al dood is nu, misschien was hij wel al dood toen ik het huurcontract ging gaan tekenen, zo zag hij er alleszins soms uit.  Op een gegeven zaterdagochtend werd er hardhandig en dringend op de bel geduwd.  Lees: iemand belde alsof er een hond in zijn kuiten aan het bijten was.  Mijn toenmalig lief en ik sprongen uit het bed.  Ik voelde direct wat er mis was, ik stond met mijn voeten in het water.  Strompelend en een beetje in rep en roer haastte ik me om de deur te openen en daar stonden 6 brandweermannen. “Is uw bad aan het overlopen juffrouwtjen?” “Eih?  Mijn bad?”  Half wakker keek ik in het rond, ik zag water, overal water.  Alles stond blank in het appartement.  De boiler had de geest gegeven en in de boekenwinkel sijpelde de inhoud ervan door het plafond.  Fantastisch.  De brandweer bleek heel bedreven in het opkuisen van kleine appartementjes die blank stonden, want welgeteld 8 minuten later was al het water weg, was mijn tapijt al aan het beschimmelen en kon ik beginnen de verzekering te contacteren.  Gelukkig was ik wel goed verzekerd en werd alles vergoed.  En je zou denken…een mens komt dat maar één keer tegen in zijn leven.  Neen, andere mensen komen dat maar één keer tegen in hun leven.  Maar das een ander verhaal. . .

Asterisk en de iezegrimmige dwergen

Ik ben een lijstjesmeisje. (Ja, meisje ja, want lijstjesmadame klinkt zo goed niet).  Er zijn boodschappenlijstjes, takenlijstjes, dingen te verzamelenlijstjes, lijstjes over wie wat heeft en ga maar door.  Vooral de sterretjes doen het goed in het oplijsten van dingen.  Die asterisk wordt waarschijnlijk dagelijks gebruikt zonder dat ik het besef.  De takenlijstjes wil ik zo kort mogelijk houden, toch kun je er met een nog-niet-afgewerkt-huis jammergenoeg niet onderuit.

wpid-DSC_0463.jpg

De tijd dat de kabouters dingen deden is voorbij, ze vragen er nu een kost en verloning voor.  Ik schilder dan liever zelf mijn trap dan te moeten koken voor een nest norse lilliputters.  Ik heb trouwens maar één kinderstoel.  Twee uurtjes op dinsdagvoormiddag en een uurtje daarnet en hup, mijn trap is afgewerkt!  Het zijn die werkjes die blijven liggen, die stomme werkjes die niet dringend zijn maar wel een groot verschil maken.  Die taakjes die roepen om uitgesteld worden.  En als je het dan gedaan hebt, en heel trots één van uw asterisklijntjes kunt doorschrappen, dat geeft toch wel een “yeah, bere!”-gevoel.

 

 

vissershoedjes en korte broekjes

“Nej!” Een klein boos manneke met een vissershoedje op staat stokstijf stil omdat hij geen handje wil geven bij het wandelen. Zijn knietjes zien een beetje grauw van het stof.  Hij wipt op en neer en roept daarbij met een hollands accent “Nejnejnejnejnej!!”  Hij wil alleen wandelen, niet met een stomme hand van zijn vader.  Goed, maar dan liefst in dezelfde richting van ons en niet de andere kant op.  Zijn gezicht staat op donderwolken “Boos!” roept hij inderdaad nogal boos.  Ik vermoed dat de meeste ouders dit meemaken met hun kind.  En moest dit niet zo zijn laat me dan in de waan dat het wel zo is asjeblieft!  Als je het ziet gebeuren bij een ander denk je “damn, dat moet ambetant zijn”.  Als je het zelf meemaakt is dat dus ook effectief ambetant.  Lees: was er op dat moment behang in Bellewaerde, ik plakte hem erachter.  Toch moeten wij daarmee altijd lachen, vooral zijn donderwolken zijn goud waard.  Het hollands accent trouwens ook.  Het passeert meestal door een ingreep die aangeeft “pa en ma zijn de baas”, enig protest nog in de wandelwagen, even later is het voorbij.  Koppig kun je ons gebroed niet echt noemen, peuterpuber, dat wel.  Ondertussen is de eerste week van ons verlof voorbij en gaan we terug werken tot half augustus.  Er was tijd om te ontspannen en ook om een beetje in ons huis te werken.  Nooit gedacht dat ik zo blij zou kunnen zijn met een wc-rolletjes-ophangsysteem aan mijn muur.  En een geschilderd toilet.  Suh-pur!  Er waren drie keelontstekingen (bij elk van ons ééntje), Bellewaerde alweer (seizoenspas genomen voor het gemak), lekker eten, solden geshopt, vrienden gezien.  En uiteraard hersenkronkels die hun weg nog niet naar het internet hebben gevonden.  Zoals. . .kleine mensen zien er precies veel jonger uit als ze een korte broek dragen.  Jani zou me zooo higfiven nu.

“Poppy” zou toch veel beter klinken?

Wat er vooral opvalt als je in het westen van het westen (the far far west) woont, zijn de bewoners van het land onder je.  De Noord-Fransen dus.  Ik vermoed dat dat toch een ras apart is.  Je pikt ze er zo uit.  Ik besef heel goed dat wij als West-Vlamingen uitgelachen worden met onze taal (don’t worry niet-West-Vlaming, wij doen net hetzelfde met u), maar die Noord-Fransen, die beschikken precies allemaal over zo’n hese doorrookte stem. “Et bain oui“.  Soit, met een nest Noord-Fransen op de suske en wiske-bootjes zitten in Bellewaerde, het kan mij allemaal niet veel schelen als ik het verbaasde gezicht van mijn zoon zie wanneer hij mij hoort roepen van het verschot (iets banaals, zoals gewoonlijk, het zijn bijgot maar de  suske en wiske-bootjes).  Waar we vroeger smalend ons hoofd schudden bij blinkende auto’s die gewoon een toertje rond een bende kangoeroes rijden, staan we nu te zoeken wat er nog haalbaar zou zijn voor een peuter zonder veel vrees.  Het was een beetje krap met twee volwassen konten in zo’n bakje en een kind op de schoot, maar het was de pain in the ass waard om hem duchtig te zien meesturen zodat hij toch zeker geen kangoeroe zou raken.  De leeuw van Bellewaerde hebben we niet gezien.  Wel Liesa Naert en Albert de baby-giraf.  Djeezes, zo’n giraf van 6 dagen oud, dat is al groter dan mijn twee-jarige. Ok, dat ze het 6 maanden langer draagt zal er ook wel toe bijdragen maar respect mama giraf, zo’n stuk eruit persen, het moet allerminst deugd doen.  En na al dat zwoegen en zweten noemt iemand anders uw baby naar de koning van België.  Er zijn er die voor minder een postnatale depressie doen. . .

zoutloze verbrande paardenpoep

De domme trekken, ze komen in periodes.  Soms gaat het weken aan een stuk goed en soms is het het ene na het andere.

Zoals een brood bakken in de broodmachine en het geweldig geurend laten afkoelen.  So far so good.  Tijdens het snijden ging het echter minder good.  Na een tiental sneden ging het ineens van “djoek” tegelijkertijd scheurde de rest van het brood in twee en sprong de broodsnijmachine eventjes omhoog.  “What the. . .!” Ik kon niet meteen raden wat er gaande was, ik was al content dat er geen bloed aan te pas kwam.  Het brood was echter met geen stokken meer uit die snijmachine te krijgen, en maar wrikken en stukken lostrekken.  Tot het uitkwam: het kneedmesje zat blijkbaar nog in de poepe van het brood, en op dat moment in het mes van de snijmachine.  Menig gevloek en gewroetel later was het verlost.  Vandaag ging het snijden beter.  Het brood zag er ook extreem lekker uit.  Oordeel anders zelf:

wpid-DSC_0428.jpg

Toch ging het bij het proeven ook eventjes fout. . . geen zout.  Soit.  Kaas bevat voldoende zout om te compenseren en mijn boterhammetje had nog lekker warm.  Zalig.  Met of zonder f(z)out.

De overschotjes van ons brood brengen we nu steeds naar “paardje“.  Het grote paard heet in onze taal nog steeds “paardje”, het kleinere paard (of dat nu een veulen is of gewoon een klein paard, geen mens die het weet) heet Blacky.  Ilja noemt het Balky.  Balky vind ik nu eigenlijk wel nog cooler dan Blacky, wel minder paardachtig.  (Heette de hond van de familie Backeljau ook geen Blacky trouwens?  

wpid-DSC_0413.jpg

 

Net toen we dachten dat “paardje” geleerd had om niet tegen de prikkeldraad te lopen bleek hij het toch vergeten.  Aih,  “keedjuuns” zegt dat, zo’n paard dat met zijn hoofd tegen een elektrische draad loopt.  Daarna schiet het verschrikt achteruit (het is schrikdraad voor iets) en zeggen zijn ogen “what the. . .!” (waarschijnlijk een beetje zoals ik keek toen mijn broodsnijmachine ineens “djoek” deed).  Ilja vond het alleen maar amusant en at verder van het mos dat hij met zijn lippen van de oude poort prutste terwijl ik druk bezig was paarden te barbecueën.

En er is ook de kwestie van “mijn kind is twee en mag eens beginnen op het potje gaan”.  Daarbij komt dat ik ineens heel goed leer inschatten hoe het gezicht van mijn zoon staat als het prijs zal zijn.  Hij wordt ineens heel stil en begint rond zich te kijken, hij beweegt daarbij zijn hoofd niet, maar alleen zijn ogen.  Alleen jammer dat ik niet de hele voormiddag op mijn zoon zijn gezicht kan zitten kijken en er dan al eens cadeautjes achtergelaten worden.  Op de vloer bij de schouw bijvoorbeeld.

Even later doet de kat ook van cadeautjes achterlaten, ééntje van opgesjiekt gras en slijm in haar geval.  Een maagspoelingske opkuisen, super!

’t Is hier tof hoor.