Page 95 of 117

Are you in, Rose?

Tommy wist niet wat dat was, een muzikaal pak.  Niet dat ik Tommy wekelijks hoor of zie, nooit veel eigenlijk, maar hij is mijn instagramvriendje.  Naast facebook is nu ook instagram een bron van alle weet.  Ik vond het verwondelijk dat er iemand is die niet weet wat een muzikaal pak is.  Maar ik ga er wel eens meer van uit dat de dingen die ik als kind meemaakte ook in andere kinderlevens gebeurden.  Zoals met drie studiejaren in één klaslokaal les krijgen.  Het 1e, 2e en 3e leerjaar zat in één lokaal en het 4e, 5e en 6e leerjaar zat samen.  Dan vormden we tenminste een groep.  Een groep van 11 op een gegeven tijdstip.  Ik zat in mijn leerjaar met 4.  Laatst hoorde ik iemand zijn twijfels uiten over het feit dat zijn dochter in zo’n graadsklas zou terechtkomen.  Wij hebben nooit anders geweten, en het is redelijk in orde gekomen met mij en mijn voormalige klasvriendjes, alléé, volgens facebook toch, en facebook weet alles.  Maar een muzikaal pak, dat zou toch echt weer geïntroduceerd moeten worden op feestjes.  Geblinddoekt elkaars’ tanden poetsen, een lange zin doorfluisteren om dan te horen wat er op het einde van de rit van gekomen is.  Of kaartje zuigen en doorgeven aan je buur die ineens veel jeuk aan zijn rug had en het kaartje talmend ontving waardoor je bijna flauwviel van het acute zuurstoftekort.  Ik zal er maar ineens nog een belachelijke kinderanekdote bijgooien.  Op mijn eigen verjaardag (ter info: 24 augustus, voor wie mij kaartjes of cadeautjes wil zenden) deed ik met mijn vriendinnetje ook muzikaal pak.  Met z’n twee.  I kid you not!  Mijn broer deed de muziek en wij gooiden het pak naar elkaar.  Sommige spelletjes konden we niet spelen omdat we met te weinig waren (met twee is in feite echt wel het minimum om muzikaal pak te doen), maar het was altijd een hele middag leute maken en er was snoep aan het einde van het spel.  Binnen enkele jaren zijn onze kinderen oud genoeg om muzikaal pak te spelen.  Tot ze erbij neervallen, muzikaal pak, elke keer opnieuw!

pimpampoentjes en prettige keukenvooruitzichten

“Ga je bloggen?” vraagt Pieter. Ik moet blijkbaar blogmanieren getoond hebben ook al was ik niet echt van plan om te bloggen, want mijn hoofd doet pijn. Ik vermoed dat de chouffe van deze middag er iets mee te maken heeft.  Toch blijft het wederom razen en malen daarbinnen.

Over hoe mijn keuken er morgen komt.

Dat de volledig keuken in dozen is terug te vinden en dat ik vermoedelijk weer een tripje richting containerpark ga mogen doen als ik zie hoe groot die verpakkingen zijn.

Dat ik er alweer geweldig naar uit kijk om afgesnauwd te worden. Oh yeah, bring it on.

Dat ik lieveheersbeestjes echt vies vind. Vreemd want ze zien er eigenlijk wel lief uit, toch vind ik ze vies. En ik heb het dan nog vooral over degene met een zwart schild en rode stippen. Jukkie!  Die zijn zonder meer nog viezer. Ga weg vieze vliegdieren. Wat is dat eigenlijk met die zwarte schilden of die rode schilden?  Zijn dat aparte gangs met een eigen codetaal?  The Red Dots and Black Spots? Kizzig!

Dat er in mijn jeugdkamer verschillende filmposters hangen en dat ik niet één van die films effectief op dvd bezit.
Volgende aankoop in mediamarkt wordt dus: Sleepers, Devil’s Advocate, One Hour Photo, Le Huitième Jour of The Others.
Of misschien moet ik eerst mijn geld spenderen aan dingen die ik echt nodig heb. Zoals vliesbehang, een oprit, lakverf om mijn binnendeuren te schilderen, dakisolatie, die extreem machtige boekenkast in teak die ik vandaag in een winkel in Izegem zag. Echt mooi. Mooie kast. Zou er mooi staan op de lange muur. Mooi mooi ja.

De lage vensterbanken ter hoogte van onze zithoek vragen om volgestouwd te worden. Ik mag me niet laten verleiden, ik ben te graag omringd door prutsjes en een kadertje, of een potje, en nog een potje, en een bloemetje, en misschien nog een potje. Neen, het moet kuisbaar blijven aangezien ik me echt voorgenomen heb om regelmatiger te poetsen. Ja, als het op internet staat is het voor echt. Een kastje per dag lijkt me daarnaast ook wel een leuk project. Al weet ik niet goed hoe ik het zou moeten aanpakken aangezien ik nog over onvoldoende meubels beschik om dat huis (dubbel de grootte van ons vorige) vol te krijgen.

En het geschenk dat ik voor Pieters’ verjaardag kocht gisteren.  Ja, ik vind het geslaagd, nu hij nog. . .

those puppy eyes. . .

De peuterpubertijd. Is dat die periode in je leven waarbij je kind één duidelijk woord kent samen met duizenden onduidelijke klanken die wel degelijk in zijn beleving een zin vormen.  Is dat elke dag opnieuw zijn duidelijk woord naar hem toe herhalen? “Neen” gevolgd door “dat mag niet”.  Is dat robbelen in de zetel, nog meer robbelen in de zetel om daarna er terug in de klimmen om weer verder te robbelen?  Dat is vermoedelijk dat moment waarop je het potje uithaalt en je zoon eens laat in zijn blote kont rondlopen “zodat hij gemakkelijker het potje kan leren kennen”.  Daarna mag je als een bezetene het huis gaan pipi-vrij maken.  Misschien staat die van u, net als de mijne, wel graag recht op zijn verzorgingskussen.  Nadat je zo’n vijf keer “poepe zitten” heb gezegd.  Uiteindelijk blijkt die hoogte ideaal om uit het niets ineens een knuffel te krijgen, zalig.  Dat is vragen dat hij iets opruimt, een leuke neen-scène die ontstaat, blijven vragen, getier, blijven vragen, uiteindelijk luid bravo roepen als hij “alle blokjes mooi in de doos deed”.  Of neen, is peuterpuberteit dat moment dat je katteneten uit zijn mond haalt?  Ook het katteneten dat al een halve dag in het potje buiten voor de kat staat te weken in regenwater.  Neen, een peuter in huis, dat is om 21u30 uitgeput, met de slappe lach bij het na-vertellen in je bed kruipen en meteen in slaap vallen.  Ik begin curieus te worden naar hoe het verder gaat met Tengo en Aomame de hoofdpersonages in 1Q84, ze kregen maar weinig aandacht de voorbije dagen.  Maar zij hebben dan ook dit snotneusje (dat ik niet kan kantelen) niet dagelijks in hun leven.image

Dat dat precies nog een paardenwerk is, zo’n vloer leggen.  Mortel, stabiel, cementmolens uitkuisen, tegels snijden, en man wat maakt dat een creepy geluid zo’n tegelsnijmachine.  Toch had ik tijdens de bouwvakkersspleetweek tijd om veel (te veel) na te denken.  Zo popten in mijn gedachten steeds vergelijkingen op tussen bouwwerkzaamheden en huishoudelijke taken.

Mortel maken en de cementmolen daarna uitkuisen met de truweel –> Een cake bakken met een Kenwood (zo’n ding dat ik niet bezit, maar soit) en daarna om de pottenlekker vechten, al zou ik de truweel nu toch niet gaan aflikken.

Deuren afschuren met een schuurmachine –> strijken voor beginners.

De mortel die de vloerman klaarsmeert om er daarna een tegel op te leggen –> boterhammen smeren nutella-reclame-style.

Stabiel maak je zo: 10 scheppen zand, een halve emmer cement, een beetje water en nog eens 10 scheppen zand –> zo simpel als 4/4e cake

Het recept voor mortel is dan 4/4e cake met  de Jeroen Meus-touch.

De voorbije weken ontdekte ik veel dingen die ik nooit eerder deed.  Zoals drie dagen op rij, 8 uur per dag stofzuigen.  Of zo danig veel spanriempjes in een vuilzak trachten te proppen dat ik gewoon de courage niet had om mij er nog aan te ergeren.  Ik werd zelfs een beetje bedreven in het spanriempjes wegproppen. Het is blijkbaar ook een kunst om zo goed mogelijk mortel in een veel te kleine emmer te krijgen.  Ook tegels invoegen deed ik vandaag voor het eerst met wat ik noem “nervenpaté”. Ik kon ook trots mijn eigen garagepoort openen met mijn zapperke.

Afbeelding

En oooooh, hij zegt zo mooi “zzjjjjjjjuuuuuttttt” als hij opengaat.

Ennnn open, toe, open, toe, open, toe. . .

Teveel met mijn bouwvakkersspleet bloot gelopen…

Een monster baant zich een weg omhoog in mijn longen, kloppend op elke flank, hoe meer ik hoest, hoe harder hij klopt.  Mijn hele binnenwerk doet pijn als ik een hoest-attackske krijg.  Daarna moet ik even bekomen en mijn evenwicht terug zoeken want ik word er zowaar duizelig van.  In de tijd tussen het hoesten gaat het goed.  Ik ging op bezoek bij een andere dokter (geen huis, geen huisarts).  Een kijkje in mijn keelholte met zo’n creepy houten stokje, eens voelen aan mijn klieren en eens luisteren naar mijn longen.  Ik kreeg een doos antibiotica, een cortisonepuffer en medicatie om mijn longen open te zetten.  Dat allemaal na een onderzoek van nog geen 2 minuten.  Ik dacht dat de tijd van met de losse pols antibiotica (en cortisone!) voorschrijven voorbij was.  Ook kon zij mijn medisch dossier niet inkijken (anno 2013) en dus niet opzoeken op welke antibiotica ik enkele jaren geleden een allergische reactie deed.  Dat was die keer dat ik in allerijl terugbelde naar de huisarts omdat mijn vel één grote rode vlek werd en we met zijn tweeën tegelijkertijd moesten krabben om de jeuk te bestrijden.  Pieter krabde mijn rug en ik nam mijn onderbenen onder de nagels.  Dat was tof.  Ik wil nog.  Dus ik loop een beetje loom van de pillen en ik hoop dat ik niet de jeukantibiotica heb gekregen want ik heb mijn nagels afgebeten deze week.  Bad habits, gotta love ‘em. . .

What a waste

“Elaba!  Die isomo, dat moet in kleinere stukken hé!”.  Het ging over de isomo die rond onze doorstroomboiler zat.  Niet zomaar een isomoplaatje dat je ineens hup in stukjes breekt, ik ben Pop-Eye niet.  Dat isomo breken is nu ook niet bepaald een geweldige job aangezien je die kleine stukjes echt niet kunt opvegen en ik helemaal niet van stofzuigers houd.  Ik wijk af.  Eerst dacht ik dat hij een slechte dag had, dat gebeurt en dat is gepermitteerd.  “Ik ga het wel zelf doen!” kwam hij luid in mijn gezicht roepen.  Ik vroeg me af of ik dan gewoon mocht vertrekken aangezien ik klaar was met de eerste helft van onze garage in het containerpark achter te laten.  Ik besloot sukkelachtig te blijven staan kijken en niet met mijn ogen te draaien terwijl hij ostentatief alle isomo kapot mepte op de boord van het isomovat.  Bij ronde twee van de garagedump was het weer prijs.  Ik had verschillende keren gevraagd waar bepaald materiaal hoorde en ik werd dan ook zoveel keer afgesnauwd “Metaal!  Ginder hé!!” Hij deed me denken aan zo’n tekenfilmfiguur die in de lucht vliegt en speeksel verliest terwijl hij zich kwaad maakt.  Even later week ik af van de idee van de slechte dag.  Een opgezette borst en een luide stem deden me geviseerd voelen  “Mag ik een keer een pasport zien?” Ik had zin om me luidop af te vragen of hij dat eigenlijk effectief mocht, maar besloot mijn tanden op elkaar te houden en “ja hoor!” te roepen.  Ik negeerde het feit dat hij mij blokkeerde tussen mijn autodeur en hemzelf zodat ik zeker niet anders kon dan éérst mijn identiteitskaart te geven.  Met zijn bakje las hij mijn chip uit om daar te concluderen dat ik wel degelijk in de gemeente woon. “Het is goed” zei hij terwijl hij mijn kaart teruggooide en tegelijk zijn hoofd draaide om op een ander te gaan vloeken.  Geviseerd, misschien niet.  Die man is gewoon een beetje een cavia.

 

Ik wil alles.

Ik gok dat ik voor de eerste keer zal verbranden in het derde weekend van april.  Enkel mijn wezen en het v-tje van mijn t-shirt.  Daarna komen mijn armen, mijn tenen, mijn hoofdhuid als ik weer eens vergeten ben mijn bruine petje op te zetten.  Mijn benen zullen wit blijven.  Of knalrood met witte stippen.  Pigmentvlekjes noemen ze dat dacht ik.  Na twee dagen is de roodheid weg en zijn ze weer zo wit als vantevoorn.  Mayonaisekitte , bleekscheet, wittekitte of gewoon de lacherige blikken als ik mij durf in een rokje tonen.  Ik ben het al allemaal gewoon.  Ik begin er zelfs naar te verlangen.  Naar mijn witte benen bloot, naar teensletsen klepperend op de macadam, naar de wind die onder mijn armen door waait.  Naar naar buiten kunnen lopen -omdat je iets in je auto bent vergeten- zonder dat je opnieuw je jas moet aandoen.  Naar de strijd met Ilja om een zonnepetje aan te doen.  Naar het kinderbadje.  Naar het gezucht van de medemens “het is te warm, veel te warm, het is altijd alles of niets in België”.  En nu is het niets.  En willen we alles.

en een paar knappe mannen waar ongeneerd naar gefloten mag worden

Ja, ik heb van mijn zak gemaakt vandaag.  Ik heb ook tegen mijn zak gekregen vandaag.  Ik heb geen zak, maar er wordt al eens tegen gekregen of van gemaakt soms.  Nu kan ik een hele uitleg typen over wat er juist gebeurd is, maar dat doe ik maar niet.  Er zijn ook mensen heel erg vriendelijk geweest tegen mij, dat compenseert.  Nog drie dagen de opvoedster zijn en dan ben ik een volle week de bouwvakster.  Of toch op zijn minst de bouwprobeerster.  Want ik zal vooral mogen luisteren en aanbrengen wat de echte stielmannen nodig hebben.  Het zal eens iets anders zijn.  ’s Avonds ga ik dan mijn voeten op tafel gooien en een pint op mijn buik zetten.  Een werkmanspintje. (En dan ’s nachts in mijn bed trunten, bleiten en janken om mijn bleinen en mijn spierpijn en mijn blauwe plekken en het feit dat mijn vel tegentrekt van het stof en al, maar shhht, laat mij eerst maar eens stoer doen. . . ).  Vlug op zoek naar een goeie werkbroek die mij van voldoende bouwvakkersspleet voorziet.

“Francis wordt aan de kassa gevraagd! Francis aan de kassa!”

Heb je hier iets nodig, je haalt dat naar de Stock.  Streekgenoten zullen direct weten over welke Stock ik het heb.  Die Stock waar je, 11 jaar na de invoering van de euro, nog steeds de prijs in belgische frank op uw oranje prijsstickertje en kasticket ziet staan.  Voor 8999 frank kun je er een set rotanmeubelen, inclusief kussens met 80’s print kopen!  Liefhebbers?  ’t Is een batje!  Het is die Stock waar je koperwax niet tussen de verf en andere giftige producten vindt, neen, je vindt dat bij de schoonmaakproducten.  Die staan helemaal aan de andere kant van het gebouw, nabij het speelgoed.  Je vindt daar alles.  Bretellen, cassettespelers, huisnummers, thermisch ondergoed. . .één plek.  De medewerkers van de Stock zijn ook altijd druk doendig.  Zo druk, als je iets vraagt kijken ze nauwelijks op van hun werk, ze wijzen je de weg van op de plaats waar ze zich bevinden.  Zo probeerden Pieter en ik jaren geleden eens informatie te verkrijgen over tuinmeubelen.  We werden doorverwezen naar een andere noeste werkbij die vanuit de verte werd aangeroepen “Kun je eens mensen gaan helpen bij de tuinmeubelen?”, we stonden reeds bij de ontvanger van de boodschap die zonder op te kijken van haar werk (as I said) volle bak en weinig genuanceerd terugriep “Ze gaan moeten wachten hoor, ik ben bezig!”.  Haar gezicht was goud waard toen we net niet in haar oor konden fluisteren “Het is voor ons hoor”.  Ineens werden we als koningen met grote gouden kronen bediend, tuinmeubelen werden in en uit het magazijn gesleurd, verschillen werden aangetoond, prijzen besproken. . . zonder effect.  We kochten niets.  Maar dat compenseerde voor al de andere keren dat we daar wel al geld achterlieten.  Tjah, ’t is de Stock, dat gaat daar zo.  Je neemt dat zoals het is, en je blijft gaan, voor dat éne vijsje dat je nergens vindt. . . .

op de zulle, zoals voorspeld

Deze keer begreep ik wel wat ze wou zeggen, ik had geen kattentranslator nodig om te weten dat ze “Eten!” riep “En een beetje rap!”.  Ze had het nog niet moeten miauwen, ik zag het aan haar lijfje dat, samen met mijn hoop dat ze nog zou terugkomen, enorm was geslonken.  Maar kijk, die kat kwam weer!  Het vreemde aan het verhaal: de laatste keer dat ik haar zag had ik geprobeerd een rood stukje plaklint uit haar vacht te prutsen.  Deze morgen, toen ze na twee weken terug “thuis” kwam, zat het rode plakkertje nog steeds in haar frakske.  Soit, de Marbel is teruggerold, dat is het belangrijkste.  In de twee weken dat ze weg was is er het één en ander gebeurd in ons huis.  De elektriciteit werd goedgekeurd, ook de schouw werd gekuist met als resultaat een berg dode vogels, pluimen en takken (aantrekkelijk!).  Het plafond werd afgekapt en er werd PUR gespoten op de vloer.  Mijn lief zit waarschijnlijk in zichzelf te roepen “En dat! En dat! En nog dat ook!” (vul zelf maar enkele werkjes in die ik vergeten ben)   Deze week komt de plakker en volgende week de vloerder.  En morgen ben ik na een vrij weekend gevuld met weggaan, ellendig in de buik zijn, extreem veel slapen, plafondplaaster opkuisen en een berg herwonnen Marbelliefde terug de opvoedster.