Worst Housewife Ever part how much?

Het kan gebeuren dat ik op middagen alleen thuis wel eens voor de TV eet en mijn honger naar reality-tv stil in combinatie met een portie verse spaghetti of in deze tijden een weightwatchers-gerechtje.  Ik neem het er wel eens van na een voormiddagje met een hyperactieve peuter in huis.  De hele voormiddag ben ik bezig tussendeuren dicht te doen, legomannekeshelmpjes uit zijn handjes prutsen, de droogkast weer af te leggen en het kleine spook achterna te zitten als hij mijn gsm nog maar eens steelt.  Dan profiteer ik wel eens om tijdens zijn middagdutje even tijd te nemen voor mezelf.  Me opladen voor de volgende shift waar hij om appeltjes smeekt, bekers water laat vallen of er met een alcoholstift vandoor gaat.  Ik ga er niet om liegen, hoe graag ik ze ook zie, thuis zijn met mijn kinderen, ik vind dat vermoeiend.  Wat het er niet gemakkelijker op maakt is omgaan met mezelf en mijn slordigheid.  Ik probeer het, maar het blijft steeds een strijd met net diè persoon die er iets aan kan veranderen: mezelf.  Eén die ik nooit lijk te winnen.  Mijn slordigheid verslaat mij.  Ik win niet van de slechte gewoonte om niet achter mijn eigen gat op te ruimen.  Thuis vind ik het moeilijk om mijn focus op één iets te leggen, ook al omdat ik steeds weer onderbroken word door een pamper, een e-mail, een playmobilpoppetje dat vastzit in een camion of gewoon 15 keer “mamaaaah?”.  Als ik aan het koken ben gebeurt het minstens één keer per week dat ik iets laat aanbranden.  Was plooien gebeurt in verschillende shiften.  Regelmatig moet ik een gewassen keukenhanddoek uit de peuter zijn handen redden of er loopt al eens een kleuter rond met een verse onderbroek op zijn hoofd.  Toen ik me vandaag neerzette met mijn “kleurige kalkoenschotel” was het weer om zeep, tussen telefoneren en kijken naar Mijn Pop-Up Restaurant door was ik enigszins “vergeten” dat de keuken nog moest opgeruimd worden.  Met mijn bord leeg, mijn maag gevuld, Linus stemmetje door de babyfoon taterend, kom ik terug in de keuken:

img_20170224_134144.jpg

Shit.  Een catastrofe.  Elke vrije dag opnieuw ziet mijn keuken er ’s middags zo uit.  Hoe is het mogelijk?  Ik word er moedeloos van.  En het is puur mijn eigen schuld.

Na een koffietje en een tandje bij ziet het er zo uit:

img_20170224_144931.jpg

Toch stukken aangenamer om in te vertoeven, al zeg ik het zelf.  Ik hou dat beeld voor mij als ik de chaos creëer, het is vaak in mijn gedachten, maar toch lijk ik mijn slechte gewoontes niet te overwinnen.  En de kinderen maar stimuleren om op te ruimen!

weet je nog die keer…

Dat is zo’n verhaal waar we later gaan aan terugdenken en zeggen “weet je nog…” zei mijn echtgenoot gisteren troostend.  Ik tjaffelde verder om terug in de zetel te landen.  Na enkele dagen met lichte lage rugpijn  en een goeie sessie bij de osteopaat ging ik dinsdag zonder veel rugpijn werken, het ging goed, niet te wild, maar het lukte.  Woensdagochtend werd ik veel te vroeg wakker, draaien, keren, niets marcheerde zoals het moest.  Ik besloot op te staan en in beweging te komen.  Dat ging dan weer wel, de trap af, de klassieke dingen ’s morgens.  Chauffage opzetten, koffie maken, toiletbezoekje, je kent dat wel.  En ineens werd ik onwel.  Moest ik nu overgeven?  Wat was er gaande?  Ik zette me op de stoel aan de keukentafel, het tafellaken begon te draaien.

Toen ik mijn ogen opende hoorde ik luid gebonk, techno?  Ben ik in bed?  Ik zag de keukendeurmat met de poesjes op, bloedspetters.  Fuzzy.  Op de grond?  Er was pijn maar ik wist niet wat nu juist pijn deed.  Ik begon te roepen naar mijn slapende echtgenoot.  Zonder gehoor.  Ik riep luider.  Er liep bloed in mijn mond.  Geen antwoord.  Was hij hier niet? Ik voelde mijn bloedende lip, of was het mijn neus?  De deur geraakte open, een verlossend antwoord van boven, hij was er toch.

Met een coldpack tegen mijn gezicht stonden we een uur later op spoed.  De kleren die ik door mijn rugpijn zo moeilijk had aangekregen moest ik weer allemaal uitdoen.  Er werden electroden op mij geplakt, bloed afgenomen en een irritante bloeddrukmeter blies met de regelmaat van de klok zichzelf aan en af.  Een bloeddrukval door een pijnscheut was hun vermoeden.  Ik kreeg een zware pijnstiller op mijn tong geduwd.  Een uur later duwden ze me naar de scanner, alles werd een beetje moeshie.

In de scanner werd mijn hoofd bekeken.  “Hou uw mond even dicht aub”.  Mijn dubbele lippen en het ademen door mijn gezwollen neus bemoeilijkten deze opdracht.  Ik weet nog steeds niet waar mijn mond begint en waar hij eindigt.  Wie kiest vrijwillig om lippen te laten opspuiten?  Serieus, die zijn overduidelijk nog nooit op hun gezicht gesmakt!

Woensdag spendeerde ik in de zetel met de rug, de spiegel vermijdend, eten in stukjes gehakt.  Door de pijnmedicatie sliep ik de voorbije nacht enorm goed, deze morgen was de rug beter.  En nu?  Na een voormiddag rusten en op het gemak doen is de meeste pijn voorbij.  Was er woensdagochtend iets in mijn rug geschoten waardoor ik ben flauwgevallen?  Heeft het zichzelf ondertussen weer opgelost?  Geen idee maar het was een vreemde ervaring.  Het besef dat je eigen lichaam je lam kan leggen in één seconde.  Ik doe het nog even rustig aan.  Met een kleuter en een peuter in huis is dat niet ideaal, heffen en tillen werd afgeraden, maar er werden oplossingen gezocht en het komt wel goed.

img_20170112_125358.jpg

Als kind lachten we altijd ons moeder uit omdat ze haar spaghetti in stukjes sneed om te eten, maar kijk, ze had gelijk: dat smaakt ook naar spaghetti.

 

Tien op tien voor spitsvondigheid

Tijdens het terugstappen naar de wagen gaf ik mezelf een speekselmedaille, ik was zo snugger geweest een doosje te nemen uit de rekken om mijn winkelwaar in te stockeren.  Ik denk altijd dat ik niet veel nodig heb, het zal lukken om het gewoon vast te houden, en aan het einde van de shoppingspree sta ik daar toch mooi met twee armen vol.  Dat resulteerde eerder al in het laten vallen van een pot tomatensaus aan de kassa.  Vijfhonderd milliliter Palazzo-saus op mijn witte sneakers.  Dus…feeling smart…feeling ok…zwaaiend naar een vriendin die net binnenkomt terwijl ik buitenga.  Gemoedelijk, knusjes allemaal.  Als ik bij de wagen aankom blijkt mijn “bakje” van mijn sleutel niet te werken.  Ik druk op het knopje en er gebeurt niets.  Geen “tjoek“-geluid, geen autolichten die aanspringen. (In films of series zeggen die auto’s altijd “fwiepfwiep” als ze geopend worden, geen enkele auto doet dat toch?  Toch?)  Eerder in de week lukte het ook al niet maar toen bleek de koffer niet goed dicht.  Ik draal een beetje met mijn doos winkelwaar en bekijk mijn wagen iets dichter.  Net op tijd besef ik het.  Niemand ziet het en met die doos in mijn hand kan ik mezelf maar half voor het hoofd slaan.  Ik draai me subtiel om en wandel gedecideerd naar de andere kant van de parking.  MIJN auto stond echter daar geparkeerd…zo’n 25 meter verder van zijn tweelingbroer.

Dit en nog meer stompzinnigheden passeerden in 2016, ik heb er een apart categorie “domme trekken”  voor op deze blog.  De pot tomatensaus aan de kassa spande toch wel de kroon.  Of was het “de dubbele gsm-farce”waarbij ik niet één keer maar twee keer mijn gsm op het dak van mijn auto liet liggen?  Anyway in 2017 blijft deze categorie -zonder twijfel- bestaan.

Ontmoetingen…

Het mag misschien wel gezegd zijn, ik ga het niet tegenspreken, ik was vroeger niet de meest toegankelijke persoon.  Het is niet dat ik niet babbelde, of geen vrienden had.  Er waren ook nooit hevige relletjes omtrent mijn persoon, maar toch.  Echt sociaal en joviaal was ik niet.  Eigenlijk nog steeds niet echt vind ik.  Ik zal altijd een beetje een loner blijven vermoed ik.  Zet mij een week alleen thuis met enkel mezelf en na een week zal ik opkijken en zeggen “ah, ben je daar?”.  Eigenlijk lijkt me dat zelfs nog een fijn idee om eens een week op mezelf te zijn.  Aan de andere kant geniet ik wel van sociale contacten, onder de mensen zijn, maar ik blijf een introvert.  De psychologen die me op het werk ge-assesst hebben (onbestaand woord, mo gow kom) schreven het zwart op wit: je bent een ISTJ-type.  Introverted Sensing met Extraverted Thinking.

een stukje over ISTJ’ers vond ik op een (vertaalde) website:  hier.

Voor ISTJ’s is eerlijkheid veel belangrijker dan emotionele overwegingen, en hun botte aanpak geeft anderen de verkeerde indruk dat ISTJ’s kil, of zelfs onmenselijk zijn. Mensen met dit type mogen dan wel worstelen met het uiten van emoties of genegenheid, maar de suggestie dat ze geen gevoel, of erger nog, helemaal geen persoonlijkheid zouden hebben, is zeer pijnlijk.

…want het is beter om alleen te zijn dan in slecht gezelschap

Toch ben ik de laatste jaren zachter, verdraagzamer en meer open-minded geworden over andere mensen, al zeg ik het zelf. (speekselmedaille voor mezelf!)  Terwijl ik me vroeger keihard kon opjagen in andere types laat ik ze nu voor wat ze zijn.  Doe maar, ik kijk wel even toe en trek het mij niet aan.  Ik zoek ook bewuster sociaal contact, zelfs met vreemden.  Iets wat ik vroeger nooit zou gedaan hebben, want andere mensen waren raar.

Van alle ontmoetingen die ik deze week had waren er weer wat uit mijn blog- en instagramgebruik.  Dinsdag sprak ik af met Virginie die tot bij me thuis kwam.  Deze straffe madame spendeerde de laatste maanden in Pellenberg waar ze vele stappen zette in de goeie richting, letterlijk en figuurlijk dan!  img_20161211_130821.png

Vrijdagavond had ik een uitje met een bende blogvriendinnen.  Sylvie en ik moesten ons het minst ver verplaatsen want het was in Ieper te doen deze keer. Met Renilde, Josie, Valerie, Kelly en Tiny maakten we graag de markt onveilig bij de Coca-Cola truck.  Taste the season!  Jawel, die bende met die selfiestick, dat waren wij!  Ho-Ho-No!  #TasteTheFeeling

Zaterdagavond was het alweer “gank”.  Het waren andere bloggers en IG-vrienden al zag ik sommigen twee keer deze week want Virginie alsook Renilde waren weer van de partij.  Ik maakte kennis met Bert en ook met Sofie was het weer gezellig pratelen want ook zij was voor de 3e keer aanwezig op de instameet van Roeselare.

Anyway, er waren ook andere ontmoetingen, zo bezocht ik mijn grootmoeder (99) die momenteel in kortverblijf in het rusthuis is.   De ballon die met Linus aan de haal ging in september zorgde voor een prijs die we deze voormiddag gingen ophalen. Vanmiddag was het echter een ontmoeting van het minder fijne soort.  Was ik lustig boontjes aan het doppen (toppen zeggen wij eigenlijk), kom ik aan het laatste boontje en wat zie ik in dat bakje?  Een tettink!  Een wat?  Een tettink!  Ja een regenworm dus.  Een tettink tussen mijn boontjes.  Een levende tettink!  Er floepten vanalles aan gedachten door mijn hoofd:

  • Hoe lang zit die tettink al in mijn boontjespot?  Het bakje kocht ik woensdag ofzo in Den Aldi.  Het plasticje bleef al die tijd rond het potje.
  • Heeft die tettink al die tijd in mijn frigo gewoond in dat bakje?
  • At die tettink van mijn boontjes?
  • Deed die tettink kaka tussen mijn boontjes?
  • Doen tettingen kaka of zijn dat kaka-loze dieren?
  • Wat moet ik nu doen met die bonen?  Weggooien?  Toch maar weggooien dan.

Het eindigde met diepvrieserwtjes en een levende tettink in mijn PMD-zak.  Hij kan een beetje lege colablikjes gaan uitslurpen.  Kissak!

img_20161211_101632.jpg

 

 

Guilty little pleasures

Regelmatig volg ik een serietje waar ik niet veel lof over uitstrooi bij een drankje op café.  Ik raad het niet aan bij vriendinnen om zich te ontspannen.  Nee, deze series zijn mijn guilty pleasures en die hou ik voor mezelf.  Behalve nu uiteraard.  Ik kom uit de dwaze wijvenserie-kast: ik hou van Pretty Little Liars.  Kort samengevat: het betreft een Amerikaanse serie waarin 4 high school girls de hoofdrol spelen.  Een vriendin van hen werd de zomer ervoor vermoord teruggevonden en nu worden de vier dames bestookt met dreigsmsjes van de zogenaamde “A”, aflevering per aflevering worden de verschillende leugens en intriges die spelen tussen en rond de 4 dames blootgelegd en slaat “A” meer en en meer toe in hun leven.  Momenteel zit ik in seizoen 3 en er is nog steeds geen opheldering rond de dader.  Er is wel een patroon in de volledige reeks en tegelijkertijd al die andere dwazewijvenseries die ik zo graag volg (riep daar iemand Gossip Girl? Ooooh yes!)

  • Alle vier de hoofdrolspeelsters zien eruit alsof ze rechtstreeks van de catwalk komen.  Ze zien er onberispelijk uit.  Ik zie Aria nooit ’s morgens voor dag en dauw opstaan om zichzelf toe te plaasteren.  Hanna was het voormalige mollige meisje dat verrezen is als popular girl.  Maar Hanna heeft geen overschot aan vel.  Ze heeft ook geen verborgen striemetje hier of daar.  Neen, en weet je, haar perfecte manicure gaat ook nooit kapot als ze nog maar eens wegloopt van één van haar aanvallers.
  • Als ze sporten dan doen ze dat altijd in één of ander griezelig bos, liefst bij val-avond zodat er zeker één of andere freak achter hen aan kan zitten.  Want lopen, dat doe je toch altijd op verlaten plekken, en zeker als je al bedreigd wordt door de moordenaar van je beste vriendin, dan lijkt me dat echt een goed idee.  Toppertje Emily!
  • Ze pappen altijd aan met de verkeerde mannen: Spencer: een dokter die eerst het lief van haar zuster was,  Aria met de leerkracht Engels, Hanna met een crimineeltje.  Emily valt dan weer op vrouwen wat ook al gedurende de hele show een issue is.  Want oh, amaai amaai, alarm, alarm: ze is lesbisch.  Ik zei toch dat het Amerikaans was hé.
  • Ze zetten samen de zoektocht in naar de dader maar worden telkens in situaties gebracht waardoor ze zelf als de schuldige uit de bus komen.  Op de één of andere manier slagen ze er ook altijd in om in te breken in allerhande plekken: lockers op de high school, hutjes in de bossen ergens in neverneverland, laptops worden gekraakt, de schuur van de buurman is ook enorm interessant en houdt die man wel de sleutel gewoon op de chambrant boven de deur zeker?
  • Iedereen valt altijd maar bij de ander binnen.  De deuren zijn altijd open of “your mother let me in” al zien we niet veel ouders thuis.  Die jonge gasten zijn ook zo vaak midden in de dag thuis, toen wij die leeftijd hadden zaten wij gewoon op school tot 17u.
  • Op school doen ze niets anders dan door de grote hal wandelen, hun gesprekken worden altijd gecoupeerd door de schoolbel.
  • “We need to talk” is zo een zinnetje dat in elke aflevering wel voorvalt.  Grappige is: ze bellen naar iemand om te zeggen dat ze met hen willen spreken.  Daarna voeren ze een conversatie over waar en wanneer ze zullen afspreken om met elkaar te babbelen.  In al die tijd konden ze gewoon al besproken hebben wat zo belangrijk is.
  • Ze zijn in de serie 17 jaar (al zien ze er natuurlijk 23 uit en zijn dat waarschijnlijk ook wel).  ’s Avonds in de week gaan ze elke avond uit, geen ouder die eens vraagt waar ze naartoe gaan, niemand die zegt wanneer ze thuis moeten zijn.
  • De moeders zien er ook uit als fotomodellen.  Ze zijn uiteraard advocaten of leerkrachten en wonen in kasten van huizen met een front porch.
  • Ohja, en er doet een blind meisje mee.  Je kunt al raden waarschijnlijk wat er met dat blinde meisje gebeurt?  Juist ja, ze laat zich opereren.  Maar of ze daadwerkelijk weer zal kunnen zien….dat zul je zelf moeten uitzoeken;

Pretty Little Liars kun je op Netflix bekijken.  Er zijn 6 seizoenen blijkbaar.  Ik heb nog wat werk.

tv-pretty-little-liars42

Afbeelding: bing.com

The traveling phone

Mijn gsm was spoorloos woensdagavond.  Ik wist dat ik hem nog bij me had toen ik koffie ging drinken in de namiddag bij een vriendin want we hadden het nog over het feit dat ik zo tevreden ben van de camera-functie van mijn Huawei.  Het spoor liep bijster daar ergens…’s Morgens nadat we van een klein feestje kwamen bij mijn nicht bleek de gsm nergens te vinden, niet bij mijn ouders waar we nog gestopt waren, niet in de logeertassen van de kinderen, in de auto gezocht, onder de zetels.  Telkens we belden sprong de voicemail meteen aan.  Het enige dat ik kon denken was dat ik hem op het dak van de auto had laten liggen toen ik bij mijn vriendin vertrokken was.  Gezien de voicemail aansprong kon het maar twee dingen betekenen: ofwel had iemand hem gevonden, zich eigen gemaakt en afgelegd, ofwel lag hij ergens verbrijzeld langs te weg.  Bummer.  Voor duust.  De gsm was met moeite een half jaar oud.

Donderdagvoormiddag besloot ik dan om naar Telenet te gaan om mijn kaart te blokkeren en een nieuwe SIM-kaart en gsm te halen.  Uiteindelijk koos ik een nieuwer model van Huawei.  Hoe graag ik ook een iPhone zou willen, ik heb er geen 700 euro voor over.  Hondervijftig euro en alle nummers van mijn contacten minder kwam ik thuis.  Een oproep op Facebook zorgde voor enkele gsmnummers, maar de meesten zijn nog steeds spoorloos.

Om 16u krijg ik telefoon van Pieter.  Iemand had hem opgebeld om te melden dat ze mijn gsm hadden gevonden en contact opnamen met de persoon die geregistreerd staat als “Liefje Gsm Werk”.  De baas van de beller had mijn gsm gevonden in de buurt van mijn ouders hun huis, het was een beetje onduidelijk hoe of wat.  Die baas kon niet werken met een smartphone en die kerel die voor hem werkte nam hem mee naar de Proximus-winkel waar zijn vriendin werkt.  Ze konden op de één of andere manier binnengeraken in mijn contactenlijst (vraag me niet hoe dat allemaal in zijn werk ging, ik snap er niks van, de simkaart was geblokkeerd).  Hij was zelfs zo vriendelijk om hem tot aan mijn deur te brengen omdat hij toch in de buurt moest zijn.  Ik ben een chansard, dat besef ik!

img_20160708_144521.jpg

Ik gaf de vriendelijke vinder als bedanking een fles wijn, er bestaan nog eerlijke mensen op de wereld!

Tegelijkertijd vraag ik me af: zou die kerel al mijn mislukte selfies bekeken hebben? 🙂 Of de smsjes met Liefje Gsm Werk gelezen hebben?  Ik weet dat ik het alleszins wel zou doen moest ik een gsm vinden.  Zo’n lurker ben ik wel….

En jij?  Zou jij de smsjes lezen of de foto’s afmuizen?

Vandaag…

 

  • Kocht ik teveel servietten.  Waarom ik ineens vier pakken van 50 mini-servietten nodig had, geen mens die het weet, ik dacht -dat komt wel nog van pas- maar nu sta ik daar met al mijn servietten.  En ’t is niet dat ik er nog gene had (zie foto rechts).  Degene die mij de ultieme serviette-opberg-tip kan geven, die mag een pakje komen kiezen.  En met een goeie tip bedoel ik niet “leg ze op elkaar”.  Want dat doe ik en dan slieren die uit hun plastic verpakking en dan beginnen die hoekjes over te plooien en voor je het weet zijn 6 van je 12 gekleurde serviettes gekreukt en kun je niet eens meer een tafel van 8 dekken met het pakje dat je nog had.

     

  • Staarde ik vol ongeloof naar mijn Roomba.  Wat een zalig ding is dat eigenlijk?  En hoeveel stof kan een mens vergaren in zijn huis?  Ik klopte zijn bakje eergisteren al mooi leeg en nu was hij alweer heel de tijd stukjes aan het happen.  Ik heb nog geen naam gevonden voor mijn nieuwe aanwinst.  Eén ding is zeker: het moet een mannennaam zijn.  Hij straalt iets mannelijks uit met zijn ruige borstel en zijn groene lampje.img_20160428_174859.jpg(en kijk: hij is net aan mijn serviettenkast –> zie je hoe de kast niet helemaal mooi dicht is?  Allemaal de schuld van teveel servietten)
  • img_20160502_195205.jpg
  • Gebruikte ik deze ochtend voor het eerst dit jaar after sun.  Het is eindelijk zover: het verbrand-seizoen is van start gegaan.  Toen ik de kindjes ging oppikken bij oma deze ochtend kon ik nog net deze carfie trekken.  Een volledige zondag gaf mij dan toch een rode neusbrug.  Ok, en een fuzzy hoofd en een stem die volledig weg is.  Ohja, en een selfie met een sterrenchef.  Uiteraard moet ik deze hier posten want ik ken helemaal geen enkele andere sterrenchefs behalve deze sympathieke kerel.

img_20160501_185122.jpg

  • Ga ik nog eens verder nadenken over een serviette-opbergsysteem.  Want dat is zowat het enige denkwerk dat er vanavond nog bij kan vrees ik.