Page 55 of 61

babynijd

Een jaar geleden was mijn dikke ton de eyecatcher bij iedereen die je passeert op straat (UNK?  Is die nu zwanger of gewoon te dik?), nu is het de wandelwagen.  Al eens met een kinderwagen rondgelopen waar geen kind in zit?  Je wordt nogal bekeken.  Alsof je één of andere flipbeer bent die zijn kind ergens heeft gedumpt.  Je wordt trouwens nog meer bekeken met een kinderloze kinderwagen waar geen zitgedeelte opstaat.  Mensen kunnen nogal gapen naar het onderstel van een wandelwagen.  Je ziet ze denken: Is het een rollator?  Is het een steekwagen?  Is she crazy in the coconut?  Ook met een wandelwagen met een kind in word je nogal aangesproken “ga je niet lachen té?” is de standaardvraag terwijl Ilja vooral graag staart naar vreemden, iets wat hij sinds enkele weken geruild heeft voor het lachen naar iedereen die boven hem komt hangen.  Nu lacht hij enkel naar ons! Haha!  Gedaan met iedereen’s laughing monkey te zijn, vanaf nu bekijkt hij iedereen met een veroordelende blik zoals de mama later zal doen naar zijn lief.  Lachen naar de mama,  kwaad kijken naar vreemden, machtig!  Sommige babymanieren zouden moeten gepermitteerd blijven heel je leven lang.  Zoals het wegkomen met curieuzeneuzen in allerhande potjes en doosjes die kruipers onderweg tegenkomen.  Heb ik mij al moeten inhouden om bij mensen thuis geen potjes open te doen.  Zo’n uitnodigende mooie ronde potjes met mooie deksels….waarbij het enige wat je je afvraagt is: “wat zou daarin zitten?”  Met een besjiekt stuk boterham in je mond “prrrrrrrtt” te doen met je tong…moet zalig zijn…Of slapen in een slaapzak, nooit meer koude voeten of een blote rug.  Babies have all the fun…

tweestrijd

Meer tijd spenderen aan het proper noteren van een to-do-lijstje dan aan de dingen die er effectief opstaan.

Torens bouwen met allerhande materiaal op de legplanken in de garage en denken “hmm, ik ga moeten opletten dat dit niet naar beneden dondert” en het tegelijkertijd trachten op te vangen als het dat ook effectief doet.

Weken aan een stuk tegen mezelf zeggen in de auto: “ik ga die mesthoop moeten opruimen” en dan iets op diezelfde mesthoop leggen om het zeker mee te hebben.

Daadkrachtig zijn in het nemen van beslissingen op short notice, maar twijfelen over twee simpele menu’s in een restaurant.

Het een lumineus idee vinden om een vaste plaats voor mijn gsm te hebben, maar het daar enkel bij laten en toch veel te vaak me laten opbellen omdat ik het onding maar niet kan vinden.

Telkens zeggen “neen, neen, ik ga het niet doen” en een tijdje later toch de hele boel naar me toe trekken en alles willen organiseren.

Zuchtend van de weegschaal stappen en denken “ik ga gaan lopen”…oehhh chocolade…

Telkens ik in de winkel kom denken “ik zou beter eens voor een paar dagen eten kopen” maar toch elke dag weer naar Delhaize of Aldi tjoolen omdat er iets tekort is.

Om de zoveel weken denken “ik moet die persoon bellen, het is lang geleden”….straks….

Telkens de melding “uw inktpatroon is bijna leeg” negeren….en als er dan iets dringend moet afgeprint worden vloeken als het er in strepen uitkomt…

Denken dat je weet wat je wil….maar het niet zeker weten… 🙂

stoutbeen

“Schatje ga jij nu nog een puddingsje eten?  Je gaat weer maagpijn hebben hé…”  Maar de vorige twee waren maar kleintjes…Twee uur later dacht ik bij mezelf in bed “pfff had ik maar geluisterd”.  Mijn maag was één klomp pudding die zijn weg zocht elke keer als ik me draaide.   Eigen schuld, als ik me zielig voel dan wil ik iets smoefelen.  Een aangezien er geen smoefeling in huis komt hier, dan moet je er zelf maken.  Pudding is het ideale comfort food, gemakkelijk klaar en je hoeft er niks speciaals voor in huis te halen.  De reden?  Een pijnlijke behandeling met cortisone in mijn staartbeen.  Ik weet ondertussen waarom ze je sederen voor zo’n infiltratie.  Het moment waarop de hele kamer begint te draaien en je je afvraagt of dat wel normaal is dat alles op je afkomt, komt de dokter op zijn kousenvoeten vertellen dat er weinig of geen verbetering te bemerken valt na de vorige behandeling.  Van een buzzkill gesproken zeg.  Hij hoopt dat het nu wel opgelost wordt.  “Super” was het enige dat ik naast een opgestoken duim kon zeggen. Toen ik even later de slappe lach kreeg en niet eens wist waarom eigenlijk, moest ik nog meer lachen.  “Voila, u bent klaar mevrouw, u mag vanaf nu doen wat u wilt”.  “Ik ga hier gewoon blijven liggen” bleek niet het juiste antwoord want hij had zijn tafel nog nodig.  (Dan hoop ik voor hem dat hij nooit met mensen met autisme moet gaan werken.)

hoetjatja!

Het is altijd iets aan de kassa van de GB, of die scanner werkt niet, of er zit niemand, of het gaat tergend traag (doe dan toch voort kind, doe voort!  En neen, ik heb geen interesse in een klantenkaart!) of er hangt nog maar eens geen prijs op het artikel!  Vreselijk!  Maar gisteren was het een klant die de boel ophield!  Mezelven vaneigens! Schaamtelijk!  Als de volledige inhoud van je portefeuille over de vloer rolt net op het moment dat je beslist om met de bankkaart te betalen.  En muntstukken, dat klettert zo hard, het klinkt nog eens dubbel zo luid als je oren rood zijn!  Gelukkig was er op dat moment ook een mevrouw in de lange rij wachtenden achter mij die voor een bleitend kind had gezorgd, zodat we de veroordelende blikken van de anderen konden delen.  Danku peuterpuberteit, bij een ander kind dan toch, want binnen anderhalf jaar zal het vermoedelijk mijn beurt zijn om een weerbarstig kind in bedwang te houden (alléé, waar heb ik die koeken nu gestopt in mijn sjakosj?  Ik?  Opvoedster?  Alleen op het werk hoor!).  In het terugwandelen begon ik na te denken over een liedje dat in de jeugdbeweging heel vaak gezongen werd….”de zon schijnt, zie je’t niet, wat een heerlijk gevoel…al die zon zon op je smoel!” maar ik was al thuis tegen dat ik goed en wel de volledige tekst terug uit het verleden had gegraven.  Toch eens een ervaring, met de zon op je smoel gaan!

en aftakelingsverlof vanaf je 35ste!

Zalig toch, de enige bekommernis die ik momenteel heb is het feit dat mijn zonnebril in Pieters’ auto ligt…maar met je rug naar de zon liggen lost zoiets op.  Op zo’n dagen vind ik mijn wisselend uurrooster fantastisch al moet ik zondag een elfurendienst doen.  Maar dan ben ik toch thuis op mijn vent zijn 30ste verjaardag maandag.  De eerste van ons twee dit jaar.  Maar 30 of 29, wat maakt het uiteindelijk uit?  Ik hoor velen zeggen “voor mijn 30e wil ik dit of dat bereikt hebben…” Ik voel me al content met een diploma, vast werk, een eigen huis, een echtgenoot en een kind.  Of er nog kinderen gaan komen dat zullen we wel zien.  Of er nog meer diploma’s gaan komen dat hangt af van het verder verloop de komende tien jaar…maar misschien word ik wel zo’n vrouw die stiekem (of recht in het gezicht) door de andere leerlingen “’d’oude doos” wordt genoemd als ik op mijn 40e in de richting psychologie beland.  Wie zal het zeggen?  Ik ging 10 jaar geleden toch niet durven voorspellen dat ik in negen jaar tijd zoveel ging evolueren.  Wat zeggen ze, life begins at 40….zoals Walter Capiau zou roepen:”Laat maar komen Grietje!” We’re ready for it!  Maar in plaats van zo’n domme dobbelsteen, laat maar een flesje champagne rollen, ’t is ’t zelfde werk!

 

there’s no I in team

Dan zit je daar om 5u30 ’s morgens vlees te wegen en in babyporties te verpakken.  Alsof er hier een mini vleesfabriekje werd opgericht tijdens de nacht.  Dat gebeurt er als je echtgenoot je elke avond om 21u30 uitnodigt om mee te gaan slapen en je daarop ingaat.  Gelukkig heb ik voldoende boeken om me nog een half uur mee bezig te houden als mijn hoofd nog niet gekalmeerd is, maar in tussentijd is ook mijn bioritme volledig aangepast aan dat van Pieter.  Ter info: het is tijdelijk tot hij een opleiding in Brussel heeft afgerond en aangezien de verre westhoek echt niet goed te bereiken is met het openbaar vervoer, is 5u het dodelijke verdict voor mijn babe.  Nog twee weken en half, ik tel mee af want het klinkt goed, nog twee weken en half!  De avonden dat ik tot 19u of 20u moet werken ben ik kaduuk als ik thuiskom, plof ik in de zetel met de mustiekat en is er enkel nog voldoende energie om hem (de mustiekat, nogmaals ter info) te entertainen tot hij gaat slapen (als hij er al niet in ligt en ik hem moet gaan afloeren vanuit het deurgat).  Maar binnen twee weken en half is het achter de rug…en kan het prachtige voorjaar verdergaan.  Ohja en ik heb nieuwe vrienden.  Ze spreken me aan met “beste mama” en ze hebben me daarnet gemaild met reclame voor hun nieuwe site.  Wel vriendelijke mensen hoor, ze mailen regelmatig en telkens met een groet: ”Je vrienden, het Pampersteam”.

Vriendelijke groeten,

Je vriendin,

Het shoutyourheartout-team

i see your true colors shining through

Soms twijfel ik wel eens….zou ik niet meegaan met Pieter als hij om nog een tattoo gaat?  Het lijkt nu al zo lang geleden dat we samen zijn eerste gingen zetten.  Ik wou er persé bij zijn.  Het vreemde geluid van de naald en de geuren van zweet en verbrandigheid die in de tattooshop hingen waren bedwelmend.  Gelukkig kon ik na een 10tal minuutjes gewoon een koffie gaan drinken want het was een beetje saai om de hele tijd daar te staan drendelen.  Veel kun je daar niet lezen behalve boekjes met volgekleurde mannen of vrouwen waarvan ik drie vierde afgrijselijk vind.   Daar had ik op dat moment weinig interesse in.  Er was niks dat mij voldoende leek om de rest van je leven mee te dragen.  Tot nu natuurlijk….Maar waar zet je als vrouw zoiets?  Op een plaats die zichtbaar is voor iedereen in de zomer lijkt me uitgesloten al zou het wel zichtbaar voor mezelf moeten zijn.  Er schiet niet veel over denk ik.  Een heup ofzo?  Maar ik vind niet dat ik mooie heupen heb, dus wil ik er niets opzetten.  In feite vind ik niet meteen een onderdeel dat mooi genoeg is om er een tekening op te laten zetten.  Misschien moet ik eerst proberen tevredenheid over mijn lichaam te krijgen alvorens er dingen op te zetten die ik aan niemand durf tonen…De stap daarna zal zijn “niet gillend in een hoekje kruipen terwijl ik op mijn hoofd begin te slaan nadat iemand de MIEEEEEEEEEEEE imiteert”….en dan zijn we op de goeie weg gasten!

darkness

Ontkenning heet zoiets denk ik.  Als ik er niet naar kijk op het nieuws, of alle facebookberichten doorscroll, dan hoef ik er niet aan te denken.  Ik brand geen virtuele kaarsjes of post geen steunstatusupdates, die zijn er meer dan genoeg.  Mijn maag draait, elk nieuwsbericht opnieuw.  Ik kan er niet mee om en elke keer weer als iemand erover spreekt krijg ik een depressieshot.  Vreselijk nieuws zei Tomas De Soete gisterenochtend, het was om 7u dat ik hoorde wat er was gebeurd.  Eerst wil ik weten wat er is gebeurd, daarna wil ik er zo weinig mogelijk over horen, over zien en over praten.  Tegelijkertijd wil ik zo’n ouder vastpakken en niet zeggen dat het allemaal goed komt, want dat is niet zo.  Het komt niet goed, niet voor de ouders van de overledenen, niet voor de overlevenden.  Ik wil bij hen zijn als ze voor zich uitstaren nadat de hamer hen net neergeklopt heeft, die onmacht moet hen gek maken.  Ik zou hun hand willen vastpakken en een beetje kleine neepjes geven omdat ik niet weet wat gezegd.  Zijn er troostende woorden op zo’n moment…ik denk het niet.

en de spetters vlogen van tussen zijn gebit terwijl hij het riep!

Is er iets saaier dan een wachtzaal in het ziekenhuis?  Zotcontent was ik dat ik een uur eerder binnenmocht voor de CT-scan, aangezien ik een uur moest zien te overbruggen tussen twee consultaties in.  Het was het groot onderhoud dagje vandaag…minder leuk was het dat ik toen nog een uur moest wachten op de resultaten die ze enkel moesten afdrukken en in een enveloppe stoppen.  Het gezaag van de oude vent in de wachtzaal was er mij echt teveel aan “en hoe lang gaat dat hier nog duren zeg” en “ik zit hier al een uur, en mijn heup is vervangen geweest, is dat nu nog een doen ezo?”…’t is wreed meneer en als je nu niet stopt met zagen dan breek ik uw andere heup ook!  Soms zou je het allemaal moeten durven zeggen hé.  Wat ik wel gezien heb in een Menzo van een paar maanden oud (er was enkel dat om de tijd mee te doden): een man die er enigszins als een gewone man uitziet…Andre Villas Boas, gelukkig moest ik enkel onthouden dat hij de trainer van voetbalclub Chelsea was want de naam was me ontglipt.

Oordeel zelf maar:

 

Eindelijk nog eens een normale man, één die je knappe buurman zou kunnen zijn.  Want wat zie je de laatste tijd toch rare gedrochten verschijnen in tijdschriften.  Helemaal afgetraind door de hele week niks anders te doen, geschminkt, gezonnebankt en in vrouwenkleren, met handtassen of dure oorringen…nee…geef mij maar basic met een gezonde portie properheid.  En ver moet ik daarvoor niet zoeken! (of is dat teveel gestoeft?)

 

 

veelwijverij

Het schrijven verloopt moeizaam deze week.  Alsof mijn handen en mijn verstand verschillende dingen willen.  Na de (inter?)nationale vrouwendag vorige week maak ik er deze week een vrouwentweedaagse van.  Geen mannen, ook geen kleintje, enkel wijvenpraat.  Dat zou moeten deugd doen, just me, myself and some friends.  Ik ben apetrots op mijn zoon en ik stoef wel eens over Pieter (alleen als hij het niet hoort, ziet dat hij het gewend geraakt) maar ik heb meer nodig dan dat.  Tijdens de zwangerschap had ik een heilige schrik voor de babydieperik.  Het hol waar mama’s instorten en waar enkel over baby’s en kinderen gepraat wordt.  De plaats waar de leden van de mamamaffia samenkomen om gezamenlijk baby’s te vergelijken en heimelijk in zichzelf te glunderen dat hun eigen kind het beter doet.  Iedereen slaat je er om de oren met allerlei kinderadvies en je hoeft er niet eens om te vragen!  Het is trouwens daar waar berekend wordt hoeveel tijd er tussen je eerste en je tweede kind moet komen om de ideale gezinssituatie te creëren moest je het willen weten.  Dat verdomde hol waar de afgrond soms van lonkt als ik te weinig me-time krijg (en ik verdien het om over die VijfTV-opmerking een omhoog getrokken wenkbrauw te krijgen).  Neen, ik vind het ook wel eens leuk om eens niet over mijn kind te praten maar over muziek die ik graag hoor of een serie die ik nog wil zien.  Het kan zo zalig zijn om iemand over een straffe stoot te horen vertellen.  En ik wil “Regenwormen” uittesten, als we er ooit in slagen om de handleiding te ontcijferen….aan kakelende kippen geen gebrek alleszins…