Page 56 of 117

…en hoe is het nu?

Het hele klets-boem-patat-verhaal is ondertussen bijna één week oud.  Het bracht wel wat teweeg zoals zoveel dingen die je meemaakt:

  • Lippen genezen vlug.  Waar ze vorige week nog mijn neus raakten zien ze er nu alweer gewoon uit, ze zijn nog steeds kapot aan de binnenkant maar elke dag iets minder erg.  Het is ook al een hele vooruitgang dat voedsel nu in mijn mond blijft zitten in plaats van terug op mijn bord te belanden.
  • Tanden herstellen zichzelf vanuit de binnenkant.  De tand is in een constant proces van herstel, althans levende tanden.  Dode tanden weliswaar niet.  Gezien ik in mijn voorste tanden geen gevoel meer had op donderdag en vrijdag ben ik maar eens gaan informeren bij de tandarts wat ik daarmee moest aanvangen.  Toen de tandarts zei dat er wel degelijk barsten in waren begon ik net niet te wenen.  Met je mond open is het echter moeilijk tranen wegslikken.  Barsten in mijn voortanden?  Dan toch?  Ze nuanceerde meteen en zei dat het enkel de glazuurlaag was en dat er wel een kans bestaat dat er een stuk glazuur in het glazuur van mijn cupcake belandt.  De droom waarbij ik al mijn tanden verlies en die liggen te rammelen in mijn mond (toch zo’n typische droom die ik meerdere keren per jaar mag ervaren) zou wel eens op die manier een klein beetje werkelijkheid kunnen worden.  Ik ga er van uit dat alles op zijn plaats zal blijven zitten.  Volgens de tandarts “heb ik heel veel geluk gehad” omdat er geen wortels of tanden gebroken zijn en de voortanden nog leven.  Ik moet nog zeker 6 weken geduld uitoefenen eer de pijn van “de stuik” wegebt en ik ze weer ga kunnen gebruiken.  Gemalen vlees for the win!
  • Er bestaat zoiets als “een spier die bloot ligt”.  Onder je vel hé.  En je kunt daarop duwen, dat deed de kinesiste vandaag.  Ze heeft me ook verzekerd “dat ik nu geen rugpatiënt ben” wat voor mij alvast een grote opluchting was, want: I don’t do pain.  Pijn en ik, dat gaat echt niet samen.  Niet alleen ben ik enorm teerhartig, ik ben absoluut niet graag ziek.  Het duurt ook altijd even voor ik wil erkennen dat er ergens in mijn lichaam iets mis is.
  • Je lichaam kan je geest serieus in de war sturen.  Zo was ik er altijd van overtuigd dat ik een gezond persoon was.  Ik was weinig ziek, had nooit ergens pijn en ik voelde me in perfecte staat, weliswaar regelmatig moe, maar met twee kinderen onder de 6 jaar lijkt me dat wel aannemelijk.  En dan ineens gaat het lichaam tegen dek zonder waarschuwing, zonder voorbode van “hey, doet het eens rustig aan hier”.
  • Pijnmedicatie is serieus.  Vorige week nam ik enkele dagen brufen.  An sich weet ik daar niets van en kan ik niet inschatten of dat zwaar is of niet, maar ik sliep waar ik stond.  Voor mij was dat pure slaapmedicatie.  Ik neem nooit pillen, doe niet aan vitaminen of allerhande kuurtjes om winters door te komen.  Het feit alleen dat ik sliep als een blok deed me stilstaan bij hoe verslavend zo’n dingen kunnen werken.  Ik sliep meer dan ooit en voelde me ’s morgens nog eens kiplekker en pijnvrij.  Ondertussen vroeg ik de huisarts om de medicatie af te bouwen, vandaag zelfs zonder.
  • Er is een beetje schrik.  Dat het nog eens zal gebeuren.  En er komen wel eens “wat als…”-verhalen in mijn hersenpan.  Wat als ik helemaal verkeerd was neergekomen?  Wat als ik alleen was geweest met de kinderen?  Wat als mijn tanden effectief gebroken waren?  Wat als ik boven aan de trap had gestaan?  Wat als, wat als, wat als….?  Ik heb van mezelf altijd aangenomen dat ik goed kan relativeren en dat problemen opgelost worden als ze zich stellen, ik veronderstel dat het zal moeten slijten en dat ik terug vertrouwen moet krijgen in mijn lichaam.
  • Ik ga aan Ilja leren hoe hij iemand moet opbellen indien er zich een noodsituatie voordoet.  Akkoord ik ben ge-“wat als”-t momenteel, maar hij wordt 6 jaar en het lijkt me geen overbodige luxe dat hij dat kan.  Ik wil hem geen schrik aanjagen maar zijn gezond verstand laten spreken in zo’n situatie.  Tips om dit aan te leren zijn meer dan welkom.

 

weet je nog die keer…

Dat is zo’n verhaal waar we later gaan aan terugdenken en zeggen “weet je nog…” zei mijn echtgenoot gisteren troostend.  Ik tjaffelde verder om terug in de zetel te landen.  Na enkele dagen met lichte lage rugpijn  en een goeie sessie bij de osteopaat ging ik dinsdag zonder veel rugpijn werken, het ging goed, niet te wild, maar het lukte.  Woensdagochtend werd ik veel te vroeg wakker, draaien, keren, niets marcheerde zoals het moest.  Ik besloot op te staan en in beweging te komen.  Dat ging dan weer wel, de trap af, de klassieke dingen ’s morgens.  Chauffage opzetten, koffie maken, toiletbezoekje, je kent dat wel.  En ineens werd ik onwel.  Moest ik nu overgeven?  Wat was er gaande?  Ik zette me op de stoel aan de keukentafel, het tafellaken begon te draaien.

Toen ik mijn ogen opende hoorde ik luid gebonk, techno?  Ben ik in bed?  Ik zag de keukendeurmat met de poesjes op, bloedspetters.  Fuzzy.  Op de grond?  Er was pijn maar ik wist niet wat nu juist pijn deed.  Ik begon te roepen naar mijn slapende echtgenoot.  Zonder gehoor.  Ik riep luider.  Er liep bloed in mijn mond.  Geen antwoord.  Was hij hier niet? Ik voelde mijn bloedende lip, of was het mijn neus?  De deur geraakte open, een verlossend antwoord van boven, hij was er toch.

Met een coldpack tegen mijn gezicht stonden we een uur later op spoed.  De kleren die ik door mijn rugpijn zo moeilijk had aangekregen moest ik weer allemaal uitdoen.  Er werden electroden op mij geplakt, bloed afgenomen en een irritante bloeddrukmeter blies met de regelmaat van de klok zichzelf aan en af.  Een bloeddrukval door een pijnscheut was hun vermoeden.  Ik kreeg een zware pijnstiller op mijn tong geduwd.  Een uur later duwden ze me naar de scanner, alles werd een beetje moeshie.

In de scanner werd mijn hoofd bekeken.  “Hou uw mond even dicht aub”.  Mijn dubbele lippen en het ademen door mijn gezwollen neus bemoeilijkten deze opdracht.  Ik weet nog steeds niet waar mijn mond begint en waar hij eindigt.  Wie kiest vrijwillig om lippen te laten opspuiten?  Serieus, die zijn overduidelijk nog nooit op hun gezicht gesmakt!

Woensdag spendeerde ik in de zetel met de rug, de spiegel vermijdend, eten in stukjes gehakt.  Door de pijnmedicatie sliep ik de voorbije nacht enorm goed, deze morgen was de rug beter.  En nu?  Na een voormiddag rusten en op het gemak doen is de meeste pijn voorbij.  Was er woensdagochtend iets in mijn rug geschoten waardoor ik ben flauwgevallen?  Heeft het zichzelf ondertussen weer opgelost?  Geen idee maar het was een vreemde ervaring.  Het besef dat je eigen lichaam je lam kan leggen in één seconde.  Ik doe het nog even rustig aan.  Met een kleuter en een peuter in huis is dat niet ideaal, heffen en tillen werd afgeraden, maar er werden oplossingen gezocht en het komt wel goed.

img_20170112_125358.jpg

Als kind lachten we altijd ons moeder uit omdat ze haar spaghetti in stukjes sneed om te eten, maar kijk, ze had gelijk: dat smaakt ook naar spaghetti.

 

I surrender

Eens ik daar binnenga is het 100 % overgave.  Ik vertrouw hem volledig want elke keer als hij me aanraakt zit hij er boenk op.  “Doet het hier pijn?” waarbij het recht op die plek drukt waar alles wel lijkt tegen te trekken, de protestplek.  Ik weet dat de behandeling op zich geen pijn doet, maar toch sta ik elke keer in klam zweet als ik naar daar vertrek.  Het kraken blijft een merkwaardig gevoel.  Hij kondigt niet altijd aan wat hij zal doen en dat is in mijn geval het beste.  Hoewel ik na een 5-tal sessies doorheen de jaren wel ongeveer weet wat er zal gebeuren blijf ik toch telkens denken “wanneer zal het komen?”.  We liggen in vreemdsoortige posities, hij over mij, ik naar het plafond starend.  Ik word gevraagd om uit te ademen en hij smijt zich ten volle op mij om mijn rug te kraken.  Truntzak die ik ben laat ik dan altijd een Sharapova-kreetje achter, gewoon om de spanning die zich in mijn lichaam opbouwt te verlichten.  Vandaag ging hij achter mij zitten, mijn handen op mijn schoot, zijn arm rond mij, complete surrender.  Hij duwde mijn hoofd schuin, “laat je maar hangen”  waarna er een gigantisch gekraak volgde onder zijn druk.  Ik was er niet goed van.  Het voelde alsof ik zonet heel belangrijk nieuws had gekregen en dit moest verwerkt worden.  Op slag doodmoe!  Alsof de geest eventjes meegekraakt werd.  De hele middag was ik pompaf door dat gekraak, alles zit weer los wat vast zat, ik kan er weer tegen.

Run baby run

Het heeft een tijd geduurd eer ik kon zeggen dat ik echt van lopen hou.  Dat het iets is dat ik grààg doe.  In feite is het heel lang gewoon een middel geweest om chips te kunnen eten (enter Homer Simpson-kwijl: “mmmmm chips” ) of om die extra portie op te scheppen.  Gedurende mijn twintigerjaren begon ik gestaag zwaarder te worden.  Op mijn 29e voelde ik me na mijn eerste zwangerschap uitgeflubberd.  De gigantische flap vel die ik overkwam viel me zwaar (padapum!) en met de baby in huis was het niet evident om sport een plek te geven in het dagelijkse leven.  Neem daarbij dat we nog meer dan een half jaar verbouwd hebben aan deze woonst en er stond al gauw een 8 vooraan, ook al heb ik nog niet matig met kruiwagens vol steenpuin lopen rondrijden.  De laatste weken vragen mensen mij hoeveel ik ben vermagerd.  Niets eigenlijk.  Ok, als er wordt gerefereerd naar de zwaardere periode voor mijn tweede zwangerschap dan ben ik wel vermagerd.  Bij de zwangerschap van Linus was ik “maar” 14 kg bijgekomen waarvan 4,450kg kind bleek te zijn.  Nu zijn we 20 maanden verder en ik weeg nu 20kg minder dan vlak voor mijn bevalling.  Ik ben al maanden niets meer vermagerd, kilogewijs dan toch.  Mijn kuiten zijn echter stevig geworden en als ik loop voel ik verschillende spieren opspannen.  Er zijn zoveel andere redenen om te gaan lopen behalve een extra portie chips (of was het een extra portie avondmaal?  😉 )

  • Je bent buiten

De buitenlucht doet niets dan goed.  Ok, misschien zijn ze het in Tokio niet helemaal met mij eens maar ik woon gezellig tussen de boerenvelden waar ik hier en daar wel eens een varkensstal of een bemest veld moet verduren.  Maar dat hoort erbij.  Vrijdag liep ik in -3 graden, het was geweldig, mijn longen trokken helemaal open, mijn kaken stonden rood en ik voelde me de rest van de dag alsof ik zonet op een rollercoaster had gezeten.

  • Je leert de natuur beter kennen

Het klinkt misschien heel laat-uw-okselhaar-maar-wemelen-achtig maar sinds ik loop leef ik meer naar de seizoenen.  Het kon me vroeger niet schelen of de zon al dan niet scheen, nu vind ik de zonsopgang een geweldig moment om tussen de velden te crossen.

img_20161106_093314.jpg

Het begint heel goed te lukken om in te schatten hoeveel laagjes er nodig zijn om tijdens de vrieskoude te lopen en wanneer een windbreker nodig is.  En elk seizoen heeft zijn charme al vind ik het gevaarlijk lopen in de herfst met de natte bladeren.

img_20161214_103640.jpg
“Kalenji Minogue” noemt mijn wederhelft me wel eens

Aangezien ik op den buiten woon loop ik volledige stukken door de velden en altijd ziet dat er anders uit.  Waar de mais vorige zomer voor de schaduw zorgden krijg ik nu volle bak wind voor op dat blanco terrein, de bomen die in de herfst hun bladeren allemaal verloren hingen vol ijspegels vorige week.  Het gebeurt ook dat ik het twee dorpen verder kan zien regenen zoals ik deze avond thuis fotografeerde.

img_20170102_195938.jpg

  • Je hebt meer oog voor de dagdagelijkse dingen langs je looproute.

Het huis dat er precies een beetje bouwvallig bijlag de laatste maanden bleek ineens “te koop”.  Even later was het bordje overplakt met “verkocht” en vandaag zag ik de nieuwe eigenaars gordijnen opmeten.  Er staan verschillende kapelletjes langs de wegen, bij veel boerderijen kun je er ééntje vinden, het ene al meer onderhouden dan het ander.  Maria heeft het niet altijd zo goed voor elkaar als haar buurvrouw.  Een volledige verbouwde site in het centrum doet nu dienst als verzekeringskantoor.  Ik gluur er altijd stiekem binnen en het gebouw maakt zelfs verzekeringen aantrekkelijk.  Vandaag hadden ze blijkbaar een dag collectief verlof want alles was potdicht.

  • Je komt allerlei eigenaardige dingen tegen onder route

Op mijn toertje vandaag zag ik volledige geplette pompoen liggen in de gracht, ik vond verschillende verbrokkelde wortelen die van de vrachtwagen waren gevallen en er ligt al wekenlang een siliconespuit op kilometer 2,1.  Schoenen, truien, lege blikjes, en zelfs een gaine kwam ik al tegen.  Geld blijkt nooit ergens te vinden zijn echter.

img_20160905_100110.jpg

  • Je luistert ook aandachtiger naar muziek.

Overdag zet ik de radio aan op bepaalde tijdstippen (sommige momenten moet die ook helemaal uit van mij, maar dat is een ander verhaal), maar echt luisteren naar muziek kan ik het best met oortjes.  Het is wel allemaal easy going en er zijn nooit diepzinnige teksten tenzij je “don’t you wish your girlfriend was a freak like me” hoogstaande literatuur noemt, maar veel muziek is gelaagd qua stemmen en instrumenten en ik vind het wel vermakelijk om daar beter naar te luisteren.  Het moet uiteraard geen symfonisch orkest zijn en de jaren ’90 zijn wel represent op mijn spotifylijst (2 Fabiola, bring it on!) maar het mag ook wel wat pompeus of een beetje triestig zelfs zijn:

  • Je relativeert

Relativeren is sowieso my middle name, maar toch bekijk ik de dingen soms anders na het lopen.  Blogposts (jawel, ook deze) worden bedacht, er komen ideeën om zaken beter of anders uit te werken of het verstand gaat op nul en ik luister naar de muziek.

  • Je bent lid van een community

Dat klinkt misschien belachelijk, maar wat het inhoudt om een loper te zijn, hoe vlug of hoe traag, hoe veel of hoe weinig je het ook doet, dat is iets wat alleen lopers begrijpen.  Kom je een andere loper tegen onderweg dan wordt er gegroet.  Er wordt niet stiekem gelachen met elkaars rode kop, neen, we denken in onszelf “beter bezig dan dien die in zijn zetel nu zit”.  We zouden nog zo’n signaaltje moeten uitvinden zoals de motards doen met hun voetje.  Kom ik een bekende tegen dan wordt er al eens geroepen “ik ben bijna thuis” of “zalig weertje hé”.  Ik maak daar eigenlijk wel graag deel van uit.

Ok, genoeg geromantiseerd, er zijn ook enkele nadelen aan lopen:

  • Je moet die fantastische seizoenen ook trotseren.  Een regenbui mag je niet tegenhouden maar in een stortvlaag vertrekken is toch geen zo’n goed plan tenzij je een spurtje van 200 meter wil trekken.  Ook de brandende zon kan een domper zijn op de loopvreugde.
  • Tussen de velden lopen is geweldig entertainend maar een veldkanon dat afgaat of in de zomer een automatische besproeier, dat is niet altijd zo amusant.  Zo werd ik al eens volledig natgeregend door zo’n ding.
  • Ik weet niet hoe het op een ander is, maar ik zweet mij te pletter en als ik thuiskom gooi ik al mijn kleren stante pede in de wasmachine (of toch ergens in de buurt ervan), dus er komt wel wat wassen aan te pas, zeker als je meer dan één keer per week gaat lopen.
  • Mijn voeten zijn een ramp.  Het wordt er alleen maar slechter op en mijn schoonheidsspecialiste krabt al eens in haar haar maar pedicure is echt een noodzaak.

Maar kijk, ik ben met de jaren geëvolueerd van een strompelend hijgend toertje rond de blok naar meezingen tijdens toeren van gemiddeld 7 tot 11 km en ik voel me er altijd beter en beter bij, mentaal en fysiek!

 

 

mijn eindejaarswensen

Ik doe niet echt aan voornemens voor het nieuwe jaar, als ik iets wil veranderen dan zal dat wel gebeuren al dan niet met de jaarwisseling.  Ik maak wel graag mijn wensen over aan anderen en uiteraard mag ik de bloggers en de lezers niet vergeten want zonder hen zou het hier maar een duffe boel zijn denk ik.

Voor 2017 wens ik de meelezende bloggers veel schrijfinspiratie, de lurkers veel meeleesplezier en de reageerders: merci voor alle reacties in 2016!  Als er nog tips zijn om het blogjaar 2017 mee te vullen: be my guest!  Wie weet maak ik er wel iets van!

En verder wens ik voor iedereen in 2017:

dat de plannen die je maakt voor de komende periode een goede vooruitgang mogen maken…

dat je je werk graag doet en dat dit zo mag blijven…

dat de gordels van de kinderstoel in één keer mogen dichtgaan…

dat uw lief uw pyjama meebrengt naar beneden…

dat het juiste liedje op het juiste moment komt…

dat de regen pas valt als je net thuis bent van het lopen…

dat uw kinderen hun apenmanieren vooral thuis uithalen en niet op een ander…

dat je niet ziek hoeft te worden, en als dat toch moet, dat het dan maar een hoestje of een klein keelontstekingske moet zijn en niets heel ernstig…

dat de knobbels in de schoenlinten van uw loopschoenen reeds open zijn als je ze uit de kast haalt…

dat de boeken die je leest je meeslepen en er geen geworstel voor aan te pas moet komen…

dat het niet op het behang is als de kinderen al eens buiten de lijnen kleuren…

dat de mensen rond je het ook goed hebben…

en uiteraard: dat je het zelf goed hebt, dat je je goed in je vel mag voelen en content kan zijn met de dingen die je hebt en reeds bereikte.  Want onder je eigen vel, daar start het allemaal …

img_20161230_091134.jpg
foto genomen op het laatste looptoertje van 2016 deze ochtend

 

Kerstkaartfailure

Mijn kerstkaarten zijn voor het eerst in 6 jaar niet helemaal mijn ding geworden.  Normaal kies ik voor het simpelste model: gewone foto aan de voorkant, getypte wens aan de achterkant, standaard 10X15-model.  Dit jaar dacht ik:  Ik doe eens zot, ik kies eens een “motiefke”.   Ik had echter niet gezien dat de witte boord rond de foto niet volledig is.  Een semi-kader zeg maar.  (op het voorbeeld op de site zie je het wel maar ik vind het wel onduidelijk)

img_20161228_064354.jpg

Ik heb constant het gevoel dat er een stuk tekort is aan mijn kerstkaart.  Zeker omdat Ilja zijn hand er afgehakt lijkt.  Zelfs na 40 stuks schrijven blijf ik ze niet geslaagd vinden.

Aan de achterkant gaf ik volgende tekst in:

“…de kleine dingen, de grote dingen…”

“…geniet van alles rond je…”

img_20161228_064500.jpg

Ik moet mijn ogen dichtknijpen om de eerste tekst te kunnen lezen en als ik een wens schrijf dan omcirkel ik linksonder onze namen want als je niet goed oplet lijkt het wel van anoniempje.  Anyway, ik heb deze kaart dan misschien ook wel iets te vluchtig gemaakt, de week voor kerst waren we nog steeds niet geslaagd in ons opzet om een leuke foto te maken van de kinderen.  Er was altijd wel één met een snotneus, of een tong die er onverwacht uitstak, één begon te wenen of de ander draaide zich net om.  Hopeloos was het.  Dus het werd een foto uit het jaar 2016.  Misschien kan ik in 2017 gewoon iets vroeger beginnen, dat zou al veel gesukkel besparen.  En ik ben eigenlijk wel content dat ik ze nog voor het einde van het jaar bij de bestemming gaan geraken, met of zonder witte kader.

Zeg nu zelf, het is toch raar hé?

Zijn jullie content van jullie kerstkaarten?

 

“omdat we er ons best geen kl…eurpotloden van aantrekken!”-Eva Mouton-

De kerstperiode en de aanstormende nieuwjaarsdagen zijn een ideale periode om terug te blikken op wat allemaal passeerde in het voorbije jaar.  Ik kan het gewoon niet bijhouden.  Wij en iedereen rond me zitten altijd volle bak in de veranderingen.  Het voorbije jaar was van het meest “warrige” soort, in die zin dat ik gewoon moeite heb om te focussen op wat er nu eigenlijk niet is veranderd.  Ik weet één ding: het zat eivol fijne ontmoetingen, ik leerde veel nieuwe mensen kennen en daardoor bruiste ik van energie.  Ik blijf goed voor mezelf zorgen omdat ik zelf aan de basis lig van mijn eigen goed gevoel.  In 2017 wil ik graag verder bollen en ik weet nu al dat het wederom een jaar zal worden vol veranderingen, dat is het gewoonweg elk jaar.  But change is mostly a good thing.  Ik was toen al tevreden en ik ben het nog steeds.

Er zullen altijd mensen zijn die het negatieve in de dingen zien, die over alles hun gal zullen spugen en gefret en gezaag is van alle tijden.  “Neuters gonna neut” zoals Eva het zo mooi zegt.  Dat is zo, ik leg mij daar graag bij neer.  Het is de beste quote die ik in tijden las.

img_20161225_095452_818.jpg

Merry Christmas!

 

 

Oordopjes en periodekes

Het was een oordopjesweekend.  Het ene moment konden we er wel gebruiken, het andere moment konden we er niet zonder.

Linus heeft een “periodeke”.  Hij heeft er al enige gehad, maar nu kunnen we toch echt wel zeggen dat de peuterpuberteit aan het doorbreken is.  Op-de-grond-gooi-taferelen, een intense scène goed voorzien van poten en oren.  Met zijn 20 maanden is hij dan ook compleet in de juiste periode om hiermee te beginnen.  Hoe grappig en cutiepie hij soms is, zo weerbarstig kan hij ook zijn.  Maandagochtend stond ik op de eivolle parking van de Colruyt een battle uit te vechten met hem.  Hij wou niet in de kar zitten, ik wou niet vertrekken naar de winkel zonder dat hij in die kar zat.  Na een 4-tal gigantische brulbuien, inclusief rollen over de grond en hem zelfs volledig terug in de auto te zetten in zijn kinderstoel, riempjes en alles dicht gaf hij eindelijk toe.  “Ga je flink in de kar zitten?” Tranen, gesniffel, snotklodders…”Ja”.  De dagelijkse strijd om de jas aan te doen heb ik ondertussen opgegeven.  Als hij niet wil komen leg ik zijn jas op de grond bij hem en ik vertrek met Ilja tot het drama losbarst en hij zelf snikkend en snotterend zijn jas komt geven.

Zondagochtend konden we ook oordopjes gebruiken maar deze keer was dit volledig vrijwillig.  Al sinds ik hem tien en half jaar geleden leerde kennen zit mijn lief niet stil.  Letterlijk, hij tapt en tikt met zijn vingers op alles wat hij tegenkomt, ik ben het al gewoon na al die tijd.  Regelmatig doet hij dat ook op zijn drumstel, jammergenoeg komt het leven er soms tussen en moet hij al eens een drummoment laten vallen. Drums & Co – de winkel waar we al ettelijke euro’s aan drummateriaal achterlieten- bestond het voorbije weekend 15 jaar.  Voor de gelegenheid werden er drumworkshops georganiseerd.  Michael Schack kwam er een uur kennis doorgeven en ik besloot om mee te gaan.  Als drumleek leek het me  wel eens interessant om zo’n demosessie mee te volgen en Michael Schack is wel een klinkende naam in de drumwereld.  Momenteel toert hij met Netsky, maar hij werkte al met Milk Inc, Clouseau en Soulsister, heeft zijn eigen opnamestudio en is enorm toegewijd aan zijn werk althans, dat beweert mijn echtgenoot.

Fout
Deze video bestaat niet

Ik zat op de eerste rij en kon vlotjes -doch met oordopjes- meevolgen wat er werd uitgelegd over hi-hat, snare en bassdrum.  Maar het vliegensvlugge handen- en voetenwerk was fascinerend, het moet toch enige oog-hand-coördinatie vergen om te kunnen drummen.  Of één van onze zonen de liefde voor de drum zal oppikken weet ik nog niet, maar ze kunnen alvast veel lawaai maken, dat staat buiten kijf!

 

 

 

 

 

 

Tien op tien voor spitsvondigheid

Tijdens het terugstappen naar de wagen gaf ik mezelf een speekselmedaille, ik was zo snugger geweest een doosje te nemen uit de rekken om mijn winkelwaar in te stockeren.  Ik denk altijd dat ik niet veel nodig heb, het zal lukken om het gewoon vast te houden, en aan het einde van de shoppingspree sta ik daar toch mooi met twee armen vol.  Dat resulteerde eerder al in het laten vallen van een pot tomatensaus aan de kassa.  Vijfhonderd milliliter Palazzo-saus op mijn witte sneakers.  Dus…feeling smart…feeling ok…zwaaiend naar een vriendin die net binnenkomt terwijl ik buitenga.  Gemoedelijk, knusjes allemaal.  Als ik bij de wagen aankom blijkt mijn “bakje” van mijn sleutel niet te werken.  Ik druk op het knopje en er gebeurt niets.  Geen “tjoek“-geluid, geen autolichten die aanspringen. (In films of series zeggen die auto’s altijd “fwiepfwiep” als ze geopend worden, geen enkele auto doet dat toch?  Toch?)  Eerder in de week lukte het ook al niet maar toen bleek de koffer niet goed dicht.  Ik draal een beetje met mijn doos winkelwaar en bekijk mijn wagen iets dichter.  Net op tijd besef ik het.  Niemand ziet het en met die doos in mijn hand kan ik mezelf maar half voor het hoofd slaan.  Ik draai me subtiel om en wandel gedecideerd naar de andere kant van de parking.  MIJN auto stond echter daar geparkeerd…zo’n 25 meter verder van zijn tweelingbroer.

Dit en nog meer stompzinnigheden passeerden in 2016, ik heb er een apart categorie “domme trekken”  voor op deze blog.  De pot tomatensaus aan de kassa spande toch wel de kroon.  Of was het “de dubbele gsm-farce”waarbij ik niet één keer maar twee keer mijn gsm op het dak van mijn auto liet liggen?  Anyway in 2017 blijft deze categorie -zonder twijfel- bestaan.

Ontmoetingen…

Het mag misschien wel gezegd zijn, ik ga het niet tegenspreken, ik was vroeger niet de meest toegankelijke persoon.  Het is niet dat ik niet babbelde, of geen vrienden had.  Er waren ook nooit hevige relletjes omtrent mijn persoon, maar toch.  Echt sociaal en joviaal was ik niet.  Eigenlijk nog steeds niet echt vind ik.  Ik zal altijd een beetje een loner blijven vermoed ik.  Zet mij een week alleen thuis met enkel mezelf en na een week zal ik opkijken en zeggen “ah, ben je daar?”.  Eigenlijk lijkt me dat zelfs nog een fijn idee om eens een week op mezelf te zijn.  Aan de andere kant geniet ik wel van sociale contacten, onder de mensen zijn, maar ik blijf een introvert.  De psychologen die me op het werk ge-assesst hebben (onbestaand woord, mo gow kom) schreven het zwart op wit: je bent een ISTJ-type.  Introverted Sensing met Extraverted Thinking.

een stukje over ISTJ’ers vond ik op een (vertaalde) website:  hier.

Voor ISTJ’s is eerlijkheid veel belangrijker dan emotionele overwegingen, en hun botte aanpak geeft anderen de verkeerde indruk dat ISTJ’s kil, of zelfs onmenselijk zijn. Mensen met dit type mogen dan wel worstelen met het uiten van emoties of genegenheid, maar de suggestie dat ze geen gevoel, of erger nog, helemaal geen persoonlijkheid zouden hebben, is zeer pijnlijk.

…want het is beter om alleen te zijn dan in slecht gezelschap

Toch ben ik de laatste jaren zachter, verdraagzamer en meer open-minded geworden over andere mensen, al zeg ik het zelf. (speekselmedaille voor mezelf!)  Terwijl ik me vroeger keihard kon opjagen in andere types laat ik ze nu voor wat ze zijn.  Doe maar, ik kijk wel even toe en trek het mij niet aan.  Ik zoek ook bewuster sociaal contact, zelfs met vreemden.  Iets wat ik vroeger nooit zou gedaan hebben, want andere mensen waren raar.

Van alle ontmoetingen die ik deze week had waren er weer wat uit mijn blog- en instagramgebruik.  Dinsdag sprak ik af met Virginie die tot bij me thuis kwam.  Deze straffe madame spendeerde de laatste maanden in Pellenberg waar ze vele stappen zette in de goeie richting, letterlijk en figuurlijk dan!  img_20161211_130821.png

Vrijdagavond had ik een uitje met een bende blogvriendinnen.  Sylvie en ik moesten ons het minst ver verplaatsen want het was in Ieper te doen deze keer. Met Renilde, Josie, Valerie, Kelly en Tiny maakten we graag de markt onveilig bij de Coca-Cola truck.  Taste the season!  Jawel, die bende met die selfiestick, dat waren wij!  Ho-Ho-No!  #TasteTheFeeling

Zaterdagavond was het alweer “gank”.  Het waren andere bloggers en IG-vrienden al zag ik sommigen twee keer deze week want Virginie alsook Renilde waren weer van de partij.  Ik maakte kennis met Bert en ook met Sofie was het weer gezellig pratelen want ook zij was voor de 3e keer aanwezig op de instameet van Roeselare.

Anyway, er waren ook andere ontmoetingen, zo bezocht ik mijn grootmoeder (99) die momenteel in kortverblijf in het rusthuis is.   De ballon die met Linus aan de haal ging in september zorgde voor een prijs die we deze voormiddag gingen ophalen. Vanmiddag was het echter een ontmoeting van het minder fijne soort.  Was ik lustig boontjes aan het doppen (toppen zeggen wij eigenlijk), kom ik aan het laatste boontje en wat zie ik in dat bakje?  Een tettink!  Een wat?  Een tettink!  Ja een regenworm dus.  Een tettink tussen mijn boontjes.  Een levende tettink!  Er floepten vanalles aan gedachten door mijn hoofd:

  • Hoe lang zit die tettink al in mijn boontjespot?  Het bakje kocht ik woensdag ofzo in Den Aldi.  Het plasticje bleef al die tijd rond het potje.
  • Heeft die tettink al die tijd in mijn frigo gewoond in dat bakje?
  • At die tettink van mijn boontjes?
  • Deed die tettink kaka tussen mijn boontjes?
  • Doen tettingen kaka of zijn dat kaka-loze dieren?
  • Wat moet ik nu doen met die bonen?  Weggooien?  Toch maar weggooien dan.

Het eindigde met diepvrieserwtjes en een levende tettink in mijn PMD-zak.  Hij kan een beetje lege colablikjes gaan uitslurpen.  Kissak!

img_20161211_101632.jpg