Page 56 of 117

Het potje

“Mama, kun je mij helpen, ik wil het Simpsonspotje voor mijn cornflakes”.  Ik ben een grote voorstander van zelfstandigheid en ik verwacht van mijn 5-jarige dat hij op zijn ééntje zijn ontbijt klaarmaakt.  Hij houdt zes andere soeppotjes tegen zijn borstkas terwijl hij het befaamde Simpsonspotje in de andere hand houdt.  Ik kan net op tijd de zes gebloemde potjes uit zijn handen helpen om alles in veiligheid terug te plaatsen.  Kinderen hebben – net als heel veel volwassenen- toch een voorkeur voor bepaalde tassen of kommetjes.  Zelf hou ik ook het liefst van de Suske en Wiske-tas op het werk, hier zijn dat mijn Douwe Egbertstassen met de dikke boord.  Ik laat hem dan ook klungelen om dat Simpsonspotje te krijgen.  “Dat is van nonkel Roderik hé” zegt hij soms.  Inderdaad, in onze tienerperiode waren The Simpsons de Minions van die tijd.  Overal doken ze op en de merchandising errond was gigantisch.  Vermoedelijk ging het Simpsonspotje ook mee naar ons kot.  Ik kan me alleszins herinneren dat het altijd in één van onze kasten stond.  Er werden cornflakes uit gegeten, chips in geserveerd, pudding in gemaakt.  Bart, Lisa, Maggie, Homer en Marge waren er altijd bij.  Hoewel Ilja nog maar weinig snapt van The Simpsons vindt hij ze alvast geweldig en het is dan ook goed te begrijpen dat dit zijn lievelingscornflakespotje is.

Vijf seconden later hoor ik een plof.  Van over de keukentablet zie ik zijn verschrikte gezicht, als ik dichterbij kom zie ik hem blootvoets staan tussen de scherven.  Samen met het potje is ook een klein stukje van mijn hart gebroken maar dat probeer ik te maskeren.  De tranen staan in zijn ogen.  Compassie vervangt mijn ontgoocheling.  Ik ruim het op.  Zeg hem dat het niet erg is.  “Zo’n dingen gebeuren”.

“Maar ga ik dan vandaag toch nog mijn nieuw carnavalspak krijgen mama?”

We knuffelen, ik vraag hem of hij geschrokken is en verzeker hem dat alles blijft zoals het was.  We kopen vandaag een carnavalspak en een nieuw potje.  Homer Simpson blijft -zelfs met een stuk uit zijn hoofd – grijnzen.

img_20170218_080246.jpg

 

Het uur

5:46.  De lakens voelen warm en comfortabel, maar toch forceert mijn gedachtestroom mij eruit.  Ik ga “mijn uur” pakken.  Het uur dat ik al enkele weken mis.  Het uur waarop mijn lichaam, mijn hersenpan, mijn handelingen compleet en alleen maar voor mij zijn.  Ik begrijp Frank Vander Linden als hij zingt: de stilte is oorverdovend.  De koffie sijpelt langzaam door de filter.  Een sms van mijn broer die vijf tijdzones verder woont: mijn ouders hebben minstens twee uur vertraging op hun terugreis.  Ik zie de planning van de middag veranderen, het stoofvlees dat gisteren twee uur stond te pruttelen zal nu niet meer samen met hen gegeten kunnen worden.  Ik forceer mijn gedachten terug naar mezelf, stoofvleesissues zijn voor later.  De koffie is klaar.  Als er al een lijst zou bestaan waarop ik de beste momenten van een dag zou quoteren dan zou “de eerst slok koffie” misschien wel op één staan.  Ik besef dat “van thuis uit werken” voor mij echt zou betekenen dat ik nog steeds mijn huis zou moeten verlaten om elders mijn werk te verrichten.  Het zou me ook zwaar vallen om binnen bepaalde uren van een dag een creativiteit op te roepen, de inspiratie om iets te schrijven komt soms op een heel onverwacht moment, als ik met mijn handen ver weg van een toetsenbord ben.  Respect voor freelancers die het klaarkrijgen, die de knop kunnen omdraaien eens ze eraan beginnen.  De ogen toe voor de omgeving, de hersenkronkels op scherp.  “Dat ik de dingen maar eens meer de dingen moet laten zijn” zei hij gisteren tegen mij.  Uit alles wat ik doe stroomt extra werk, extra uren die ik niet meer “mijn uur” kan noemen.  Ik moet voor mezelf uitmaken wat me energie geeft en wat me energie kost, de hele week plannen om een activiteit voor het vrijwilligerswerk op poten te zetten, rondmailen, boodschappen doen, gerief samenrapen.  Ik foeter wel eens.  Maar het moment waarop iedereen de baby’s masseert tijdens de sessie die ik hielp organiseren, als ik de jonge mama’s en de kirrende baby’s fotografeer, dan ontspan ik.  Bij het afwassen van de koffietassen zie ik mijn zonen toekomen met hun vader “wij hebben in een camion gezeten zojuist!!”.  Het gevoel dat mij soms bezighoudt vervalt, want tijdens het vrijwilligerswerk ben ik er niet voor hen maar voor 15 andere mensen met kinderen.  Na de afwas vertrekken we alle vier samen naar huis.  Ik neem me voor om niet meer te stressen over het feit dat ik “mijn uur” nog niet heb gehad.  Het komt wel.  Net als de inspiratie om te schrijven over dat irritante ventje op mijn schouder met zijn tikkend klokje.  Ik probeer hem soms weg te vegen, achterwaarts.  Soms valt hij wel eens, maar altijd, altijd klimt hij vastberaden weer naar boven.  “Neem je uur”.

teveel pipi en te weinig notitieboekjes

“Ik probeer altijd in te schatten waar je volgende blog over zal gaan”.  Mijn echtgenoot, tegen mij deze week.  “Als ik het zelf eens wist” was het antwoord.  Ik heb namelijk geen blogplan.  Er wordt hier (behalve de 10 things i love about you-reeks) niets op voorhand geschreven en ingepland.  Dat staat in feite wel een beetje in schril contrast met de regelnicht die ik anders pretendeer te zijn.  De oudste zoon is ziek thuis, de jongste hangt aan mijn been deze voormiddag, maar ik probeer tijd te nemen om letterlijk tussen de appelmoes en de pampers door iets te schrijven, mijn vingers jeuken.  Gisteren had ik een kleine nota gemaakt op mijn hand.  “NM” het was een blogideetje maar mijn afkorting is zo danig onduidelijk dat ik niet meer weet wat het juist inhoudt.  So far voor geheugensteuntjes.

Wat ik de laatste weken uitgespookt heb:

  • Geregel.  Dan toch een regelneef.  Mijn ouders bezoeken mijn broer voor tien dagen.  De opvang van de kinderen tijdens mijn avonddiensten wordt verdeeld over de andere oma en de echtgenoot die zijn agenda moest bijwerken.  Hopelijk genieten ze van hun tripje.  Jaloersheid is mij niet bekend maar ik moet nu wel toegeven dat het gemis doorkomt.  Ik zag mijn schoonzus al 15 maanden niet meer, mijn broer zag ik het laatst in juli.  In mei komen ze gelukkig naar België.
  • Gelopen: Jawel, na het hele rug-debacle ben ik sinds deze week weer rustig aan beginnen lopen.  Eerst 2 km, gisteren ging ik voor 4 km.  My god wat heb ik het gemist.  Zalig toch om buiten te zijn.
  • Geweightwatched:  ge-WAT?? Jawel, ik volg vooral mijn liefste in zijn strijd tegen de kilo’s maar zelf heb ik er ook deugd van om meer op mijn eten te letten, zeker nu het lopen even op een laag pitje staat.  Ik weet wel dat ik een grote snoeper ben en ik kan eten als een vent.  Letterlijk.  Wij eten even veel.  Zo’n all-you-can-eat-buffet: daag mij niet uit!  Nu ik zie wat ik -volgens de weightwatchersmensen- maar nodig heb om de dag door te komen besef ik wel dat ik echt teveel at.  Twee volle borden middagmaal, in feite heb ik met één genoeg, maar als er nog plaats was voor één, dan ging er nog één in.  Het doet er ook veel aan dat mijn tanden nog steeds niet in orde zijn, want ik eet veel trager en alles gaat in kleinere stukken waardoor ik toch rapper een voldaan gevoel heb.  Gestart op 17 januari met als resultaat op 1 februari: -3kg en geen dag honger gehad.  Ik doe nog even verder.
  • Gepoetst: de badkamerkast.  Alles krijgt regelmatig een wreef bij ons, maar zo de binnenkant van de badkamerkast, dat wordt wel eens vergeten.  Blijkbaar bezit ik oorringenimg_20170201_133725.jpg

Ok, je moet niet bij mij zijn om het groot goud te komen stelen, de meeste dingen komen uit de H&M of andere ketens.  Maar er is blijkbaar een tijd geweest dat ik regelmatig oorringen droeg.  Twee kinderen met grijpgrage handjes later zijn de gaatjes in mijn oren gewoon toegegroeid.  In het andere kastje is mijn lief zijn baardliefde serieuze proporties aan het aannemen

img_20170201_132840.jpg

  • Gekeken: naar de digitale TV.  Jawel, vanaf deze week kijk ik weer naar een aantal programma’s op TV, hoe minder brains ik ervoor nodig heb hoe beter.  Starten met Blind Getrouwd, overgaan naar Mijn Pop-Up Restaurant en vanavond -oh yes- Temptation Island.  Are you ready?  I sure am!  (en niet te vergeten: De Mol volgende week)

img_20170130_213918.jpg

  • Gegeten: met het weightwatchen vooral: veeeeeel fruit en groenten, serieus, ik moet er keiveel pipi van doen.  Het ene gerecht dat ik uit mijn onervaren mouw schud al beter dan het andere.  Zo gooide ik een portie  van een groenteschotel regelrecht in het compostvat omdat het absoluut geen beetje smaak had!  Ik ben sowieso geen grote groentefanaat wat het opletten wel bemoeilijkt, maar ik compenseer met extra fruit. Bij de Griek waar we vorig weekend een afspraak hadden kun je echter zo lekker eten dat punten tellen echt zonde is, dus neen, dan even niet. Ja, je voelt het al komen: ik suck in diëten.

img_20170201_134407.jpg

  • Gekocht: “Daar komen de vliegen” de nieuwe roman van David Pefko.  Als mensen mij om een boekentip vragen  (dat gebeurt eigenlijk nooit, dus ik weet niet waarom ik dat schrijf) dan vergeet ik altijd om “Het Voorseizoen” te noemen.  Nochtans vind ik het één van de beste boeken die ik ooit las.  Pefko won er 2012 de Gouden Boekenuil mee, dat zegt ook al iets denk ik.  Toen ik twee weken geleden naar Boekenhuis Theoria trok op mijn vrije middag was het nog niet uitgekomen, maar gewoon daar zijn, in die boekhandel.  Rondsnuffelen.  Op mijn gemak neuzen tussen de boeken, draaien aan het kaartjesrek en zwijmelen in het geweldige interieur van het nieuwe pand: topmiddag!

img_20170117_121246.jpg

en neen, ik heb geen notitieboekjes gekocht.  Al moet ik zeggen dat het wel serieus jeukte.

Ons huis…

…waar de badjeskinderen evenveel giechelen als ruzie maken

img_20170122_173313.jpg

…waar het in het toilet veel kouder is omdat dat deel niet werd verbouwd

…waar het avondlicht zo mooi binnenvalt op de onbeschilderde muren

img_20170122_165508.jpg

…waar duploblokken en playmobil-piratenhoedjes door elkaar liggen onder de keukentafel na een middagje spelen

…waar dezelfde beker melk drie keer tijdens één maaltijd wordt omgegooid

…waar een memoryspel op de keukentablet te vinden is, samen met de ongelezen weekendkrant, een kasticketje en het hoesje van een paraplu

…waar de moeder haar kinderen al eens op een foto forceert

img_20170122_153331.jpg

…waar op een modale zondagmiddag meer dekentjes in het rond en op de grond liggen dan opgeplooid in de dekentjesbak

…waar boterhammetjes met kaas gekruimeld worden

…waar de livingtafel immer vol en het wasrek nimmer leeg is

…waar je soms al eens een lege koffietas in de badkamer kan vinden

…waar er wel eens om 11u ’s morgens in peignoir naar buiten wordt gerend om de vuile handdoeken van het feestje van de avond ervoor uit de wagen te halen.

img_20170122_100942.jpg

…waar de buren doen alsof ze niets merken en eens vriendelijk zwaaien als ze jou in die hachelijke positie tegenkomen

img_20170122_110645.jpg

…waar kinderen al doende leren

img_20170120_183133.jpg

…waar gekust en geknuffeld wordt bij het slapengaan

img_20170121_163606.jpg

…waar “lach eens” wordt geïnterpreteerd als “doe eens uw mond wagenwijd open”

ja…

in dat huis is het best wel aangenaam vertoeven.

…en hoe is het nu?

Het hele klets-boem-patat-verhaal is ondertussen bijna één week oud.  Het bracht wel wat teweeg zoals zoveel dingen die je meemaakt:

  • Lippen genezen vlug.  Waar ze vorige week nog mijn neus raakten zien ze er nu alweer gewoon uit, ze zijn nog steeds kapot aan de binnenkant maar elke dag iets minder erg.  Het is ook al een hele vooruitgang dat voedsel nu in mijn mond blijft zitten in plaats van terug op mijn bord te belanden.
  • Tanden herstellen zichzelf vanuit de binnenkant.  De tand is in een constant proces van herstel, althans levende tanden.  Dode tanden weliswaar niet.  Gezien ik in mijn voorste tanden geen gevoel meer had op donderdag en vrijdag ben ik maar eens gaan informeren bij de tandarts wat ik daarmee moest aanvangen.  Toen de tandarts zei dat er wel degelijk barsten in waren begon ik net niet te wenen.  Met je mond open is het echter moeilijk tranen wegslikken.  Barsten in mijn voortanden?  Dan toch?  Ze nuanceerde meteen en zei dat het enkel de glazuurlaag was en dat er wel een kans bestaat dat er een stuk glazuur in het glazuur van mijn cupcake belandt.  De droom waarbij ik al mijn tanden verlies en die liggen te rammelen in mijn mond (toch zo’n typische droom die ik meerdere keren per jaar mag ervaren) zou wel eens op die manier een klein beetje werkelijkheid kunnen worden.  Ik ga er van uit dat alles op zijn plaats zal blijven zitten.  Volgens de tandarts “heb ik heel veel geluk gehad” omdat er geen wortels of tanden gebroken zijn en de voortanden nog leven.  Ik moet nog zeker 6 weken geduld uitoefenen eer de pijn van “de stuik” wegebt en ik ze weer ga kunnen gebruiken.  Gemalen vlees for the win!
  • Er bestaat zoiets als “een spier die bloot ligt”.  Onder je vel hé.  En je kunt daarop duwen, dat deed de kinesiste vandaag.  Ze heeft me ook verzekerd “dat ik nu geen rugpatiënt ben” wat voor mij alvast een grote opluchting was, want: I don’t do pain.  Pijn en ik, dat gaat echt niet samen.  Niet alleen ben ik enorm teerhartig, ik ben absoluut niet graag ziek.  Het duurt ook altijd even voor ik wil erkennen dat er ergens in mijn lichaam iets mis is.
  • Je lichaam kan je geest serieus in de war sturen.  Zo was ik er altijd van overtuigd dat ik een gezond persoon was.  Ik was weinig ziek, had nooit ergens pijn en ik voelde me in perfecte staat, weliswaar regelmatig moe, maar met twee kinderen onder de 6 jaar lijkt me dat wel aannemelijk.  En dan ineens gaat het lichaam tegen dek zonder waarschuwing, zonder voorbode van “hey, doet het eens rustig aan hier”.
  • Pijnmedicatie is serieus.  Vorige week nam ik enkele dagen brufen.  An sich weet ik daar niets van en kan ik niet inschatten of dat zwaar is of niet, maar ik sliep waar ik stond.  Voor mij was dat pure slaapmedicatie.  Ik neem nooit pillen, doe niet aan vitaminen of allerhande kuurtjes om winters door te komen.  Het feit alleen dat ik sliep als een blok deed me stilstaan bij hoe verslavend zo’n dingen kunnen werken.  Ik sliep meer dan ooit en voelde me ’s morgens nog eens kiplekker en pijnvrij.  Ondertussen vroeg ik de huisarts om de medicatie af te bouwen, vandaag zelfs zonder.
  • Er is een beetje schrik.  Dat het nog eens zal gebeuren.  En er komen wel eens “wat als…”-verhalen in mijn hersenpan.  Wat als ik helemaal verkeerd was neergekomen?  Wat als ik alleen was geweest met de kinderen?  Wat als mijn tanden effectief gebroken waren?  Wat als ik boven aan de trap had gestaan?  Wat als, wat als, wat als….?  Ik heb van mezelf altijd aangenomen dat ik goed kan relativeren en dat problemen opgelost worden als ze zich stellen, ik veronderstel dat het zal moeten slijten en dat ik terug vertrouwen moet krijgen in mijn lichaam.
  • Ik ga aan Ilja leren hoe hij iemand moet opbellen indien er zich een noodsituatie voordoet.  Akkoord ik ben ge-“wat als”-t momenteel, maar hij wordt 6 jaar en het lijkt me geen overbodige luxe dat hij dat kan.  Ik wil hem geen schrik aanjagen maar zijn gezond verstand laten spreken in zo’n situatie.  Tips om dit aan te leren zijn meer dan welkom.

 

weet je nog die keer…

Dat is zo’n verhaal waar we later gaan aan terugdenken en zeggen “weet je nog…” zei mijn echtgenoot gisteren troostend.  Ik tjaffelde verder om terug in de zetel te landen.  Na enkele dagen met lichte lage rugpijn  en een goeie sessie bij de osteopaat ging ik dinsdag zonder veel rugpijn werken, het ging goed, niet te wild, maar het lukte.  Woensdagochtend werd ik veel te vroeg wakker, draaien, keren, niets marcheerde zoals het moest.  Ik besloot op te staan en in beweging te komen.  Dat ging dan weer wel, de trap af, de klassieke dingen ’s morgens.  Chauffage opzetten, koffie maken, toiletbezoekje, je kent dat wel.  En ineens werd ik onwel.  Moest ik nu overgeven?  Wat was er gaande?  Ik zette me op de stoel aan de keukentafel, het tafellaken begon te draaien.

Toen ik mijn ogen opende hoorde ik luid gebonk, techno?  Ben ik in bed?  Ik zag de keukendeurmat met de poesjes op, bloedspetters.  Fuzzy.  Op de grond?  Er was pijn maar ik wist niet wat nu juist pijn deed.  Ik begon te roepen naar mijn slapende echtgenoot.  Zonder gehoor.  Ik riep luider.  Er liep bloed in mijn mond.  Geen antwoord.  Was hij hier niet? Ik voelde mijn bloedende lip, of was het mijn neus?  De deur geraakte open, een verlossend antwoord van boven, hij was er toch.

Met een coldpack tegen mijn gezicht stonden we een uur later op spoed.  De kleren die ik door mijn rugpijn zo moeilijk had aangekregen moest ik weer allemaal uitdoen.  Er werden electroden op mij geplakt, bloed afgenomen en een irritante bloeddrukmeter blies met de regelmaat van de klok zichzelf aan en af.  Een bloeddrukval door een pijnscheut was hun vermoeden.  Ik kreeg een zware pijnstiller op mijn tong geduwd.  Een uur later duwden ze me naar de scanner, alles werd een beetje moeshie.

In de scanner werd mijn hoofd bekeken.  “Hou uw mond even dicht aub”.  Mijn dubbele lippen en het ademen door mijn gezwollen neus bemoeilijkten deze opdracht.  Ik weet nog steeds niet waar mijn mond begint en waar hij eindigt.  Wie kiest vrijwillig om lippen te laten opspuiten?  Serieus, die zijn overduidelijk nog nooit op hun gezicht gesmakt!

Woensdag spendeerde ik in de zetel met de rug, de spiegel vermijdend, eten in stukjes gehakt.  Door de pijnmedicatie sliep ik de voorbije nacht enorm goed, deze morgen was de rug beter.  En nu?  Na een voormiddag rusten en op het gemak doen is de meeste pijn voorbij.  Was er woensdagochtend iets in mijn rug geschoten waardoor ik ben flauwgevallen?  Heeft het zichzelf ondertussen weer opgelost?  Geen idee maar het was een vreemde ervaring.  Het besef dat je eigen lichaam je lam kan leggen in één seconde.  Ik doe het nog even rustig aan.  Met een kleuter en een peuter in huis is dat niet ideaal, heffen en tillen werd afgeraden, maar er werden oplossingen gezocht en het komt wel goed.

img_20170112_125358.jpg

Als kind lachten we altijd ons moeder uit omdat ze haar spaghetti in stukjes sneed om te eten, maar kijk, ze had gelijk: dat smaakt ook naar spaghetti.

 

I surrender

Eens ik daar binnenga is het 100 % overgave.  Ik vertrouw hem volledig want elke keer als hij me aanraakt zit hij er boenk op.  “Doet het hier pijn?” waarbij het recht op die plek drukt waar alles wel lijkt tegen te trekken, de protestplek.  Ik weet dat de behandeling op zich geen pijn doet, maar toch sta ik elke keer in klam zweet als ik naar daar vertrek.  Het kraken blijft een merkwaardig gevoel.  Hij kondigt niet altijd aan wat hij zal doen en dat is in mijn geval het beste.  Hoewel ik na een 5-tal sessies doorheen de jaren wel ongeveer weet wat er zal gebeuren blijf ik toch telkens denken “wanneer zal het komen?”.  We liggen in vreemdsoortige posities, hij over mij, ik naar het plafond starend.  Ik word gevraagd om uit te ademen en hij smijt zich ten volle op mij om mijn rug te kraken.  Truntzak die ik ben laat ik dan altijd een Sharapova-kreetje achter, gewoon om de spanning die zich in mijn lichaam opbouwt te verlichten.  Vandaag ging hij achter mij zitten, mijn handen op mijn schoot, zijn arm rond mij, complete surrender.  Hij duwde mijn hoofd schuin, “laat je maar hangen”  waarna er een gigantisch gekraak volgde onder zijn druk.  Ik was er niet goed van.  Het voelde alsof ik zonet heel belangrijk nieuws had gekregen en dit moest verwerkt worden.  Op slag doodmoe!  Alsof de geest eventjes meegekraakt werd.  De hele middag was ik pompaf door dat gekraak, alles zit weer los wat vast zat, ik kan er weer tegen.

Run baby run

Het heeft een tijd geduurd eer ik kon zeggen dat ik echt van lopen hou.  Dat het iets is dat ik grààg doe.  In feite is het heel lang gewoon een middel geweest om chips te kunnen eten (enter Homer Simpson-kwijl: “mmmmm chips” ) of om die extra portie op te scheppen.  Gedurende mijn twintigerjaren begon ik gestaag zwaarder te worden.  Op mijn 29e voelde ik me na mijn eerste zwangerschap uitgeflubberd.  De gigantische flap vel die ik overkwam viel me zwaar (padapum!) en met de baby in huis was het niet evident om sport een plek te geven in het dagelijkse leven.  Neem daarbij dat we nog meer dan een half jaar verbouwd hebben aan deze woonst en er stond al gauw een 8 vooraan, ook al heb ik nog niet matig met kruiwagens vol steenpuin lopen rondrijden.  De laatste weken vragen mensen mij hoeveel ik ben vermagerd.  Niets eigenlijk.  Ok, als er wordt gerefereerd naar de zwaardere periode voor mijn tweede zwangerschap dan ben ik wel vermagerd.  Bij de zwangerschap van Linus was ik “maar” 14 kg bijgekomen waarvan 4,450kg kind bleek te zijn.  Nu zijn we 20 maanden verder en ik weeg nu 20kg minder dan vlak voor mijn bevalling.  Ik ben al maanden niets meer vermagerd, kilogewijs dan toch.  Mijn kuiten zijn echter stevig geworden en als ik loop voel ik verschillende spieren opspannen.  Er zijn zoveel andere redenen om te gaan lopen behalve een extra portie chips (of was het een extra portie avondmaal?  😉 )

  • Je bent buiten

De buitenlucht doet niets dan goed.  Ok, misschien zijn ze het in Tokio niet helemaal met mij eens maar ik woon gezellig tussen de boerenvelden waar ik hier en daar wel eens een varkensstal of een bemest veld moet verduren.  Maar dat hoort erbij.  Vrijdag liep ik in -3 graden, het was geweldig, mijn longen trokken helemaal open, mijn kaken stonden rood en ik voelde me de rest van de dag alsof ik zonet op een rollercoaster had gezeten.

  • Je leert de natuur beter kennen

Het klinkt misschien heel laat-uw-okselhaar-maar-wemelen-achtig maar sinds ik loop leef ik meer naar de seizoenen.  Het kon me vroeger niet schelen of de zon al dan niet scheen, nu vind ik de zonsopgang een geweldig moment om tussen de velden te crossen.

img_20161106_093314.jpg

Het begint heel goed te lukken om in te schatten hoeveel laagjes er nodig zijn om tijdens de vrieskoude te lopen en wanneer een windbreker nodig is.  En elk seizoen heeft zijn charme al vind ik het gevaarlijk lopen in de herfst met de natte bladeren.

img_20161214_103640.jpg
“Kalenji Minogue” noemt mijn wederhelft me wel eens

Aangezien ik op den buiten woon loop ik volledige stukken door de velden en altijd ziet dat er anders uit.  Waar de mais vorige zomer voor de schaduw zorgden krijg ik nu volle bak wind voor op dat blanco terrein, de bomen die in de herfst hun bladeren allemaal verloren hingen vol ijspegels vorige week.  Het gebeurt ook dat ik het twee dorpen verder kan zien regenen zoals ik deze avond thuis fotografeerde.

img_20170102_195938.jpg

  • Je hebt meer oog voor de dagdagelijkse dingen langs je looproute.

Het huis dat er precies een beetje bouwvallig bijlag de laatste maanden bleek ineens “te koop”.  Even later was het bordje overplakt met “verkocht” en vandaag zag ik de nieuwe eigenaars gordijnen opmeten.  Er staan verschillende kapelletjes langs de wegen, bij veel boerderijen kun je er ééntje vinden, het ene al meer onderhouden dan het ander.  Maria heeft het niet altijd zo goed voor elkaar als haar buurvrouw.  Een volledige verbouwde site in het centrum doet nu dienst als verzekeringskantoor.  Ik gluur er altijd stiekem binnen en het gebouw maakt zelfs verzekeringen aantrekkelijk.  Vandaag hadden ze blijkbaar een dag collectief verlof want alles was potdicht.

  • Je komt allerlei eigenaardige dingen tegen onder route

Op mijn toertje vandaag zag ik volledige geplette pompoen liggen in de gracht, ik vond verschillende verbrokkelde wortelen die van de vrachtwagen waren gevallen en er ligt al wekenlang een siliconespuit op kilometer 2,1.  Schoenen, truien, lege blikjes, en zelfs een gaine kwam ik al tegen.  Geld blijkt nooit ergens te vinden zijn echter.

img_20160905_100110.jpg

  • Je luistert ook aandachtiger naar muziek.

Overdag zet ik de radio aan op bepaalde tijdstippen (sommige momenten moet die ook helemaal uit van mij, maar dat is een ander verhaal), maar echt luisteren naar muziek kan ik het best met oortjes.  Het is wel allemaal easy going en er zijn nooit diepzinnige teksten tenzij je “don’t you wish your girlfriend was a freak like me” hoogstaande literatuur noemt, maar veel muziek is gelaagd qua stemmen en instrumenten en ik vind het wel vermakelijk om daar beter naar te luisteren.  Het moet uiteraard geen symfonisch orkest zijn en de jaren ’90 zijn wel represent op mijn spotifylijst (2 Fabiola, bring it on!) maar het mag ook wel wat pompeus of een beetje triestig zelfs zijn:

  • Je relativeert

Relativeren is sowieso my middle name, maar toch bekijk ik de dingen soms anders na het lopen.  Blogposts (jawel, ook deze) worden bedacht, er komen ideeën om zaken beter of anders uit te werken of het verstand gaat op nul en ik luister naar de muziek.

  • Je bent lid van een community

Dat klinkt misschien belachelijk, maar wat het inhoudt om een loper te zijn, hoe vlug of hoe traag, hoe veel of hoe weinig je het ook doet, dat is iets wat alleen lopers begrijpen.  Kom je een andere loper tegen onderweg dan wordt er gegroet.  Er wordt niet stiekem gelachen met elkaars rode kop, neen, we denken in onszelf “beter bezig dan dien die in zijn zetel nu zit”.  We zouden nog zo’n signaaltje moeten uitvinden zoals de motards doen met hun voetje.  Kom ik een bekende tegen dan wordt er al eens geroepen “ik ben bijna thuis” of “zalig weertje hé”.  Ik maak daar eigenlijk wel graag deel van uit.

Ok, genoeg geromantiseerd, er zijn ook enkele nadelen aan lopen:

  • Je moet die fantastische seizoenen ook trotseren.  Een regenbui mag je niet tegenhouden maar in een stortvlaag vertrekken is toch geen zo’n goed plan tenzij je een spurtje van 200 meter wil trekken.  Ook de brandende zon kan een domper zijn op de loopvreugde.
  • Tussen de velden lopen is geweldig entertainend maar een veldkanon dat afgaat of in de zomer een automatische besproeier, dat is niet altijd zo amusant.  Zo werd ik al eens volledig natgeregend door zo’n ding.
  • Ik weet niet hoe het op een ander is, maar ik zweet mij te pletter en als ik thuiskom gooi ik al mijn kleren stante pede in de wasmachine (of toch ergens in de buurt ervan), dus er komt wel wat wassen aan te pas, zeker als je meer dan één keer per week gaat lopen.
  • Mijn voeten zijn een ramp.  Het wordt er alleen maar slechter op en mijn schoonheidsspecialiste krabt al eens in haar haar maar pedicure is echt een noodzaak.

Maar kijk, ik ben met de jaren geëvolueerd van een strompelend hijgend toertje rond de blok naar meezingen tijdens toeren van gemiddeld 7 tot 11 km en ik voel me er altijd beter en beter bij, mentaal en fysiek!

 

 

mijn eindejaarswensen

Ik doe niet echt aan voornemens voor het nieuwe jaar, als ik iets wil veranderen dan zal dat wel gebeuren al dan niet met de jaarwisseling.  Ik maak wel graag mijn wensen over aan anderen en uiteraard mag ik de bloggers en de lezers niet vergeten want zonder hen zou het hier maar een duffe boel zijn denk ik.

Voor 2017 wens ik de meelezende bloggers veel schrijfinspiratie, de lurkers veel meeleesplezier en de reageerders: merci voor alle reacties in 2016!  Als er nog tips zijn om het blogjaar 2017 mee te vullen: be my guest!  Wie weet maak ik er wel iets van!

En verder wens ik voor iedereen in 2017:

dat de plannen die je maakt voor de komende periode een goede vooruitgang mogen maken…

dat je je werk graag doet en dat dit zo mag blijven…

dat de gordels van de kinderstoel in één keer mogen dichtgaan…

dat uw lief uw pyjama meebrengt naar beneden…

dat het juiste liedje op het juiste moment komt…

dat de regen pas valt als je net thuis bent van het lopen…

dat uw kinderen hun apenmanieren vooral thuis uithalen en niet op een ander…

dat je niet ziek hoeft te worden, en als dat toch moet, dat het dan maar een hoestje of een klein keelontstekingske moet zijn en niets heel ernstig…

dat de knobbels in de schoenlinten van uw loopschoenen reeds open zijn als je ze uit de kast haalt…

dat de boeken die je leest je meeslepen en er geen geworstel voor aan te pas moet komen…

dat het niet op het behang is als de kinderen al eens buiten de lijnen kleuren…

dat de mensen rond je het ook goed hebben…

en uiteraard: dat je het zelf goed hebt, dat je je goed in je vel mag voelen en content kan zijn met de dingen die je hebt en reeds bereikte.  Want onder je eigen vel, daar start het allemaal …

img_20161230_091134.jpg
foto genomen op het laatste looptoertje van 2016 deze ochtend

 

Kerstkaartfailure

Mijn kerstkaarten zijn voor het eerst in 6 jaar niet helemaal mijn ding geworden.  Normaal kies ik voor het simpelste model: gewone foto aan de voorkant, getypte wens aan de achterkant, standaard 10X15-model.  Dit jaar dacht ik:  Ik doe eens zot, ik kies eens een “motiefke”.   Ik had echter niet gezien dat de witte boord rond de foto niet volledig is.  Een semi-kader zeg maar.  (op het voorbeeld op de site zie je het wel maar ik vind het wel onduidelijk)

img_20161228_064354.jpg

Ik heb constant het gevoel dat er een stuk tekort is aan mijn kerstkaart.  Zeker omdat Ilja zijn hand er afgehakt lijkt.  Zelfs na 40 stuks schrijven blijf ik ze niet geslaagd vinden.

Aan de achterkant gaf ik volgende tekst in:

“…de kleine dingen, de grote dingen…”

“…geniet van alles rond je…”

img_20161228_064500.jpg

Ik moet mijn ogen dichtknijpen om de eerste tekst te kunnen lezen en als ik een wens schrijf dan omcirkel ik linksonder onze namen want als je niet goed oplet lijkt het wel van anoniempje.  Anyway, ik heb deze kaart dan misschien ook wel iets te vluchtig gemaakt, de week voor kerst waren we nog steeds niet geslaagd in ons opzet om een leuke foto te maken van de kinderen.  Er was altijd wel één met een snotneus, of een tong die er onverwacht uitstak, één begon te wenen of de ander draaide zich net om.  Hopeloos was het.  Dus het werd een foto uit het jaar 2016.  Misschien kan ik in 2017 gewoon iets vroeger beginnen, dat zou al veel gesukkel besparen.  En ik ben eigenlijk wel content dat ik ze nog voor het einde van het jaar bij de bestemming gaan geraken, met of zonder witte kader.

Zeg nu zelf, het is toch raar hé?

Zijn jullie content van jullie kerstkaarten?