Page 87 of 117

13 –> 14

De laatste dag van het jaar.  Wordpress stuurde vanmorgen mijn rapport, ik had 13000 hits dit jaar, mijn slecht wiskundig brein houdt het op ongeveer 1000 per maand al zal één gebeurtenis specifiek wel een groot effect gehad hebben op dat cijfer.  In november pleegde ik sociale zelfmoord, ondertussen zijn we een maand verder en ik merk dat vooral in mijn blogstatistieken.  Facebook was uiteraard mijn grootste bron van bezoekers.  Ik ben er niet rouwig om, als mensen hier echt willen komen lezen, dan kunnen ze daar nu heel bewust voor kiezen.  Ik blijf ook volhouden dat ik niet blog voor iemand anders maar voor mezelf ook al gelooft niet iedereen dat.  Bij Brubeck steel ik zonder scrupules deze afbeelding:

when was the last time

Daar kan ik anders niet over klagen in 2013.

In januari zag ik voor het eerst een foto van Nico Blontrock, ik was gechoqueerd hoe slecht zijn body bij zijn stem paste.  En uiteraard blij dat dat bij Christophe Lambi Bambi niet zo is.  (Hey Christophe, how YOU doing?)

In februari wist ik dat er in mijn gemeente iemand rondloopt die ik nu volmondig een cavia kan noemen.  Er zijn er nog niet veel op deze planeet die deze term van me krijgen (cavia verkrijg je als je mij eigenhandig en en plein public tracht te vernederen) maar er zijn er.

In maart leerde ik de processen van het vloeren.  Ik hielp samen met onze vloerder/nonkel en mijn echtgenoot/geweldige verbouwer/vader/enzoverder/doemaarverderdenkthijnu/ een vloer leggen, voegen en hem daarna bewonderen.  Ik kan er nog steeds heel blij om zijn.

In april werd ik een speekselmoeder.  Ik voel nog steeds grenzeloze schaamte hiervoor en sindsdien doe ik het nooit meer tenzij ik echt niet anders kan (lees: nergens in de verste verte een doekje te bespeuren, een zakdoek of een stuk gazettenpapier om over zijn hoofd te trekken).

In mei werd ik geen karrenloerder.  Ondertussen ben ik dat nog steeds niet geworden, wegens Collect en Go.  Een service die zich dit jaar echt een weg baant naar de top 10 van “dingen waarvoor ik graag rijkelijk wil betalen zodat ik ze zelf niet zou moeten doen”.

In juni werd mijn kind twee jaar.  Echt, twee jaar, dat hou je toch niet voor mogelijk?  Het is trouwens geen volle week meer eer hij naar school gaat.  NAAR SCHOOL!

In juli kreeg de aandoening waar ik zoveel last van heb eindelijk een naam (en een gezicht).  Ik lijd aan BRF.

In augustus ging ik voor het eerst op een rodelbaan.  En voor het laatst.

In september ging het er ten huize Liese keihard aan toe in het opvoeden van de twee-jarige.  Opvoeden is een groeiproces zegt een befaamde kinderpsychiater, godver zeg.  Opvoedster zijnde van beroep kan ik maar één ding zeggen: ik weet het ook niet altijd!

In oktober ontdekte ik bij het invullen van mijn wekelijks kruiswoordraadsel dat het antwoord “Lorre” moet zijn als de vraag “naam voor een papegaai is”.  I’d still go for Jeanke though.

In november was er de sociale zelfmoord, iets dat ik eigenlijk verkeerd verwoord, want zelfmoord is het zeker niet.  Eerder set yourself free!  De frustraties, het gezaag en de spoilers bij prachtige series zoals Eigen Kweek, geen last meer van!

In december kwam ik tot de constatatie dat: 6kg kwijt = nieuwe broeken nodig.  Broeken die me deden opkomen voor mezelf.

En morgen?  Morgen wordt er gewoon weer verder geblogd.  Over domme trekken, kleine levensgebeurtenissen of grootse ervaringen.  We zien wel wat het nieuwe jaar brengt.

 

 

of in een klein koekje

Hoe vlug je aan ongemakken went. . .

Een garage die bomvol staat met materiaal dat dringend eens naar het containerpark moet, in het begin erger je je daaraan, maar een paar maanden later vind je gewoon een strategie om al dat gerief te omzeilen.  Nog maanden later vind je zelfs een strategie om tot aan de garagepoort te geraken met je vuilniszak in je handen zonder dat je een steek ziet.  Fort Boyard-style!

Bij het opstarten van mijn computer was er ook zo’n systeem dat zichzelf in stand hield.  Om zeker te zijn dat ik tijdens mijn koffie rustig eens mijn mails kon checken moest ik eerst de computer opstarten alvorens ik de koffie maakte.  Tegen dat ik de koffie opgegoten had was de computer al halfweg in zijn opstartproces.  (En ja, ik giet mijn koffie op, ik hou niet van koffiemachine-koffie).  Tegen dat ik rustig neerzat met een dampende tas koffie kon ik beginnen aanklikken.  Mijn lief heeft deze week echter de computer “gekuist” zoals hij het zegt.  Wat blijkt nu.  Je duwt op de powerknop.  En nog voor je de eerste zak koffie kunt opgieten staat alles al in gereedheid om te klikken? Geen eeuwig ge-krrrr-krrrrr-krrrr, geen draaiend blauw bolletjes als cursor, het duurt geen tien seconden alvorens de pagina meescrolt met je handbeweging, geen 7 pop-ups die ik moet wegklikken.  En heeft hij nu dat toetsenbord ook afgekuist?  Het is zo smooth-typing!

Nergens een plaatsje hebben in je badkamer om kledij neer te leggen.  Het resultaat is: een pyjama op de weegschaal, nog een andere pyjama daarbovenop, loopkledij in stapeltjes op de grond, daarbovenop balanceert een trui die je nog eens gaat dragen.  En ineens zijn er dan legplanken.  En plaats dat je daar op hebt!  Plaats!  Zalig!  En netjes!

Het zijn toch zo’n kleine dingen die het hem doen vind ik.  Als we volgende week eens in gang gaan schieten in de zolder en de garage (de datum staat vast, wat op zich al betekent dat de prestatie zal gebeuren, want meestal is dat gewoon het probleem: tijd vrijmaken) dan kunnen ze ons dak komen isoleren, en dan kunnen we misschien zelfs in latere instantie kamers maken boven.  De gedachte alleen al dat alles zal klaarstaan om een kamer te maken is voor mij al voldoende om tevreden te zijn.

Geluk zit in een klein hoekje.  (Eéntje waar je momenteel nog spinnenwebben en dozen vol rommel kunt vinden bij ons)

 

Gepratel en getruzzel

– Telefoneren met iemand terwijl je die persoon tegelijkertijd ziet in de verte.  Ik hoor nooit wat ze zeggen omdat ik zo danig probeer te kijken naar wat ze zeggen.  Dan eindig ik met een waardeloos telefoongesprek waarvan ik de helft niet heb begrepen of ik kan me niet meer herinneren wat ik juist geprateld heb.

– Ilja die uit drie carrousels de oudste kiest “met de bootjes mama, kom, mama, naar de bootjes” en ik die toegeef, want zijn gezicht alleen al is goud waard als hij plaats neemt in zo’n ding.  Dan laten ze nog eens de truzzel (“de floesj” zoals ze in Leuven zeggen) in zijn gezicht zwieberen en het enige dat hij doet is giechelen van plezier en wij maar roepen “pak hem maar!” Tegelijkertijd met de tien andere ouders die hetzelfde roepen naar hun kinderen uiteraard, alleen hebben die kinderen wèl begrepen dat het geen kietelding is.  Het rare is, als ouder ervaar je evenveel een strijdgevoel als je kind dat ding probeert te pakken, gewoon omdat je jezelf nog steeds herinnert hoe machtig het was als je de truzzel had.  De papa die naast me stond kon zijn triomferend gezicht alleszins niet verstoppen toen zijn zoon hem pakte.  Ik was blij in zijn plaats.

wpid-DSC_0799.jpg

– Eindelijk een afgewerkte keuken hebben, waarbij de dampkapbuis weggewerkt werd en we tijdens Dirk-stormen niet meer naar zo’n freaky bewegende buis moeten zitten kijken.  Ik zag ook ooit een dikke zwarte spin via de ruimte naast die buis kruipen, jukkie.  Doet me weer onze Marbel missen.  Vroeger hield ik haar in de lucht bij zo’n  vies dier, als ik geluk had merkte ze het op, als ik nog meer geluk had deed ze moeite om eens een poot uit te steken zodat ze hem kon trachten te pakken.  Een spin, dat kraakt precies nog tussen kattentanden.

– Beseffen wat je tekort komt als het eens kapot is.   Mijn haardroger was al een tijdje aan het tegensputteren, pas toen hij begon te stinken naar verbrandigheid wou ik toegeven dat het misschien tijd was om het ding te vervangen. Ik dacht altijd dat mijn haardroger niet echt van belang was, ik laat mijn haar meestal “aan de stake” (aan de lucht) drogen, maar sinds ik mijn haardroger in de vuilbak heb gegooid naar het containerpark heb gebracht (u-hum) blijk ik het luidruchtig ding ongelofelijk te missen.  Het eigenaardige aan haardrogershoppen zijn de prijsverschillen die daarop zitten.  Dat varieert van 19 euro tot 69 euro.  En dan al die extra stukken die daarbij zitten.  Ik weet niet eens wat het verschil is tussen al die opzetdingen.  Veel kastvulling of minder veel kastvulling.  Zoiets?

 

 

 

 

 

Dirk en het zandmannetje

De voorbije kerstdagen waren a-typisch.  Zoals ieder jaar tracht ik rond de kerstdagen te werken en thuis te zijn met oudejaarsavond/nieuwjaarsdag aangezien we dan meer plannen maken.  Dit jaar was het echter heel extreem met het niets plannen.  We waren kerstavond zelfs een beetje uit het oog verloren in die zin dat we om 15u beseften dat we eigenlijk niets in huis hadden om te eten.  Het hoogtepunt van zielig werd bereikt toen ik de lokale SPAR binnenging achter “iets zonder al te veel werk om klaar te maken”.  We waren namelijk allebei doodmoe na de helse nacht van maandag op dinsdag.  Kerststorm Dirk had ons nogal uit onze slaap gehouden als in: we durfden niet te slapen omdat we dachten wakker te worden zonder een dak boven ons hoofd.  Om 23u30 lagen we beiden verschrikt te luisteren naar wikkelende dakpannen en krakende rolluiken.  Ik zag in mijn gedachten al helemaal voor me hoe mijn bloembakken de lucht inzwiepten en zo de pas herstelde voorruit van onze wagen molesteerden.  Zo erg dat ik besloot om op te staan en diezelfde bloembakken binnen te halen.  Het had al de hele tijd geklonken alsof we ons aan een slagveld mochten verwachten, maar toen we onze voordeur openden leek al bij al mee te vallen.  Dirk was luidruchtig maar niet geweldadig.  Ik had eerder die week boterhammen buiten gegooid voor de vogels (die niet eens de moeite gedaan hadden om ze op te pikken, de vogeltjes in Afrika zouden het moeten zien zeg!) maar die bleken geen centimeter verschoven.  In mijn pyjama met mijn winterbotten trotseerde ik Dirk de storm samen met mijn liefste, kwestie van aan relatiebinding te doen, het kan tellen, de één haalde bakken binnen, de ander trachtte ze een plekje in de gang te geven.  We besloten om toch beneden te gaan slapen omdat de wind zo extreem lawaaierig was zo vlak onder het nog-niet-geïsoleerde dak.  Ook al was ik doodmoe, veel werd er niet geslapen (nèèn, stop met zo’n dingen denken, ik bedoel het letterlijk).  De volgende avond, kerstavond 2013, werd er dus ééntje van Casa Di Mama en om 21u30 in ons nest nadat we beiden al een aantal keer het zandmannetje hadden moeten wegjagen.  Uiteindelijk namen we hem dankbaar mee naar bed waar het toch zooo stil was in vergelijking met de nacht ervoor.

wpid-DSC_0798.jpg

En een pizza op kerstavond. . . het is een keer iets anders!

 

Over stoom en diesels

Er zijn een aantal achtergronden die moeten geschetst worden alvorens ik een nieuw avontuur uit de doeken doe:

1)  Mijn onderstel is van het eigenaardige type.  Het heeft geen specifieke maat of beenlengte.  Of het zijn de broeken die ik pas: als ze niet te kort zijn, ze zijn te nauw, zijn ze niet te breed, ze zijn te lang.  Het is telkens een helse zoektocht naar een gepaste jeans, een zoektocht die veelal in een teleurstelling eindigt.  Jeansbroeken passen gaat systematisch samen met pruillippen trekken.

2) Ik kan geen geld uitgeven aan een jeans.  Mijn duurste jeans kostte 95 euro en ik ben daar nog steeds niet goed van.  Ik draag hem dan ook bitter weinig om te gaan werken, stel je voor dat er iets zou aankomen.

3) Shoppen doe ik steevast in de solden.  De bovenstaande jeansbroek was niet in solden en ook daarvan ben ik nog steeds niet goed.  Het maakt hem precies nog duurder dan hij in mijn ogen is.

Mix die drie eigenschappen samen en je hebt een helse jeansshopvoormiddag in een niet nader genoemde winkelketen die ervoor gekend staat om de sperperiode van de solden integraal aan hun laars te lappen.  Ik begrijp jeanswinkels ook niet.  Om het voor mij duidelijk te houden zou er boven elk hokje met gestapelde jeans gewoon een foto van de broek moeten hangen als in “ezo ziet hij eruit” met daarop de prijs geplakt “en zoveel kost hij”.  De ene broek in die winkel kost soms 100 euro meer dan de andere wat het des te frustrerend maakt.

Vandaag was het echter my lucky day.  Er werd echt wel met solden gesmeten.  Ik vond bij nader inzien puur toevallig twee broeken in de maat die de mijne zou moeten zijn (33) en de beenlengte die de mijne zou moeten zijn (32) en bovenal: they fitted like a glove!  Wat een openbaring, een broek die mij paste, die ik graag zag èn in solden was.  Daarbovenop vond ik nog een gepast truitje voor de eindejaarsfeesten, een simpele trui om te werken en nog een fijne t-shirt die ook zalig aanvoelde.  Gierigaard als ik ben was ik in mijn pashokje al aan het tellen hoeveel de uiteindelijke rekening van de shoppingtas zou zijn en ik kwam afgerond op ongeveer 140 euro. Thaha!  Superb! (je kunt niet geloven hoe vaak ik van die mini-dansjes doe in pashokjes, het is ronduit schaamtelijk)

De knappe jongeman die mijn kleren inscande aan de kassa deed het perfect.  Hij behandelde de kleren alsof ze uit bladgoud gemaakt waren.  Hij plooide alles heel rustig en secuur op, een glimlach, een kaart en zo betaald.  “Dat komt dan op 192,84 euro alstublieft, en o wacht, u hebt 7 euro gespaard op uw klantenkaart, trek ik dat eraf voor u?” Verward zei ik “ja uiteraard”, maar van waar kwam die oorspronkelijke 192 euro?  Had ik me dan zo vergist in het krempekloten?  Ik vroeg om de rekening te bekijken en zag onderaan het kasticket: jeans dames 130 euro min klantenvoordeel van 39 euro.  Een vlugge berekening deed me komen op iets meer dan 90 euro.  Dat stond niet zo op het ticketje dat aan de broek hing.  Ik zal het wel weten zeker, ik ben een gierigaard.  Ik sprak hem aan dat zijn ticket niet klopte en toonde het ticket op de broek:

wpid-DSC_0797.jpg

Er stond 65,95 euro en er hing een groene sticker van -30% aan.  Mijn slecht wiskundig brein deed “60 min ongeveer één derde eraf is ongeveer 40, ’t zal dus ongeveer 45 euro zijn”  Het deed niet van “het zal ongeveer 90 euro zijn”.  De jongen heette “student”.  Student zei “onze kassa zegt dat de broek 130 euro kost”  Mijn kassa had het nochtans anders ingecalculeerd.  Ik mag dan misschien niet in staat zijn de vierkantswortel uit iets te trekken, batjes berekenen kan ik als de beste.  Student riep Gerante erbij.  Aaah, Gerante komt mij redden dacht ik nog (daarna dacht ik ook even een kabouter gezien te hebben, of was het een dwerg?)

Gerante:”’t Is een fout op het ticket dat aan de broek hangt mevrouw, de 65 euro die hier staat is de nettoprijs, dus de prijs reeds met de korting erin verrekend”

Ik:”Maar dan staat het er twee keer fout op, want anders zou er een sticker van -50% moeten ophangen, dus twee fouten?”

Gerante:”Ja, kijk, het is nu zo, de kassa heeft gelijk.”  Stoom. . .uit mijn oren denk ik, vanwaar anders?

Ik:”Neen, op het ticket staat er 65 euro min 30%.  U moet mij die broek verkopen voor dat bedrag en mij die korting geven zoals er aangegeven staat op het ticket.”

Gerante:”Dat gaat niet hoor, dat kan ik niet aanpassen in mijn kassa hier.”

Ik:”Toch zal het moeten, het is de prijs die op de broek hangt die telt, u kunt zo al uw solden fout in de kassa stoppen en toch een andere prijs aanrekenen aan de mensen.”

Gerante:”Ik vrees toch dat ik u 65 euro ga moeten aanrekenen.  Of ik ga moeten bellen naar het hoofdkantoor anders”

Oeeeehhhh het hoofdkantoor.  Ik ga vlug zwijgen nu. (not!) Had ik al stoom vermeld?

Ik:”Bel maar”

Ondertussen werd ik door Student naar de zijkant van de toog verwezen zodat hij de andere klanten, die al een ferme rij hadden gevormd achter mij, met zijn smetteloze glimlach verder kon bedienen.  Ik wed dat er heel wat ogen werden gerold en ik voelde precies wat gezucht in mijn nek, maar godverdomme ik ging niet afgeven.  Ondertussen kalmeerde ik een beetje en dacht ik na over Student.  Hij geleek op Kevin die bij ons in het middelbaar had gezeten.  De ik-zou-Mister-Belgium-kunnen-worden-Kevin.  Alle meisjes met ogen in hun kop waren gek op hem.  Ik niet, ik had namelijk geen ogen in mijn kop, toen was mijn type “hoe slordiger hoe liever”(sorry ex-vriendjes, het was gewoon zo).  Gelukkig ben ik daar in de loop der jaren op teruggekomen, nu zou ik misschien wel op Kevin vallen.  Al zal hij waarschijnlijk nooit Mister Belgium geworden zijn.   Soit, ondertussen kwam Gerante terug, nog met de telefoon in haar hand, kwestie van een statement te maken zeker?

“Ja mevrouw, het is niet de gewoonte maar ik mag u de broek meegeven zoals er op het ticket staat.  Ik ga u in cash teruggeven wat er nog bijkomt van korting.  Laten we wel nog even vermelden dat het zeker niet de gewoonte is en dat het een “geste” is naar de klant toe.”

STOOOOOOMMMMMMM!!!  EEN GESTE?  Uw firma maakt een fout in het labelen van uw broeken en uw befaamde “oeh kijk eens naar ons, wij trekken ons geen zak aan van die stomme sperperiode”-kortingsstickertjes en dan krijg ik een geste?  De zinnen na “stoom” heb ik niet gezegd maar gedacht.  Terwijl ik in mijn binnenste weer helemaal opging over die stomme Diesel-broek.

Neen, ik heb gelijk dacht ik in mijzelf en ik kon het niet laten om haar daar toch nog eens op te wijzen “Het is de prijs op het ticket van de broek die telt hé mevrouw, mèt die korting.  Dat er een fout is gemaakt in de fabriek daar kan ik niets aan doen, dat moeten ze ginder maar weten”.  Ze betaalde mij iets meer dan 45 euro cash terug en zei toen “ja, eigenlijk heb je gelijk dat je het opeist, het gaat om veel geld, ik kan er niets aan doen, het is een fout in het hoofdkantoor”.  Damn right!

De Marbel is te ver weggerold. . .

Wijzend naar de porte-fenêtre riep mijn zoon daarnet keihard:”Kijk, Poesje thuis!”.  Mijn hart maakte een sprongetje, een zenuwachtigheid maakte zich ineens meester van me toen ik me omdraaide.  Marbel?  Inderdaad!  Daar wemelt iets op het terras-in-spé. . . de kat van de buren.  Ook rost, langharig en all over the place.  Maar geen Marbel.  Na 4 weken is de hoop op een terugkomst volledig afgebrokkeld en blijft er nu alleen de aanvaarding over.  Aanvaarden dat ze niet meer naar huis komt, dat ze waarschijnlijk in kittyheaven is of een nieuw onderkomen heeft gevonden bij iemand die haar wel catisfactions serveert.  Het was een geweldig mooi dier, gekend door de buren om haar specifieke uiterlijk.   Ze werd niet graag geknuffeld als het initiatief niet van haar kant kwam, hoe zeggen ze dat, katten aarden naar hun baasje?  Ik mis ze soms wel.  Zeker als ik foto’s van haar spot in mijn gsm.  Wat ik dan wel weer gemakkelijk vind is dat ik gerust mijn vlees in de pan kan laten sudderen zonder dat ik schrik moet hebben dat het lapje ineens op de grond ligt met een hoop kattentanden erin geprent.  Of dat Ilja haar achterna gaat zitten en als reactie een kattenklauw in zijn wezentje zal krijgen.  Maar toch, als ze nog wil terugkomen, de deur zal opengaan. . .

marbelfotoblogMarbel, zonnebadend in betere zomertijden

 

“Kom je anders ook af?! Baja waarom niet?!”

Het voorbije weekend was gepland om met heel mijn familie in Frankrijk op onze luie kont te zitten.  Het werd afgelast na de heropname van mijn meme.  Thuisblijven voelde als de meeste normale zaak aan, hoe zou je zelf zijn als je moeder van 96 het moeilijk heeft?  Maar ineens sta je daar met 3 volle lege dagen.  Toen ik vrijdagochtend de krant uithaalde was ik ervan overtuigd dat de krant van de dag ervoor was blijven zitten.  “Vrijdag?  We zijn toch geen vrijdag zeker?  Of zou Jimmy de verkeerde krant geleverd hebben?”   Zoveel zinnen in mijn hoofd waren er nodig om te beseffen dat het wel degelijk vrijdag was.  Jimmy is trouwens onze “krantenboer”.  Eigenlijk wel een vreemd woord “krantenboer”, ik vermoed dat hij zijn eigen kranten niet kweekt?  En Jimmy is de vriendelijkheid zelve, als je in zijn gazettenboetiek binnengaat word je door hem of zijn vrouw verwelkomd alsof je de queen herself bent.  Dus de vrijdagkrant was even een ontgoocheling want ik kijk altijd uit naar de weekendkrant.  Het kruiswoordraadsel is mijn zaterdagochtendwerkje.  Er zijn niet veel dingen die ik opeis maar als eerste aan de kruiswoordpuzzel beginnen is er toch één van.  Zo’n bemukkeld vel papier, dat schrijft niet goed en ik haat het om letters te corrigeren.  Niet dat ik pretentieus wil beweren dat een ander zijn oplossingen verkeerd zouden kunnen zijn.  Neeneen. . .

Zaterdagochtend deden we dè boodschap van het najaar.  De boekentas.

wpid-IMG_20131214_120348.jpg

Ik was in die winkel al eens binnengesprongen eerder in de week om te zien dat ik daar wèl een ruime keuze had aan kleutertasjes.  Hij koos voor “de autobus”, nadat ik een truc vanop het werk toepaste.  Ik bood telkens twee rugzakjes aan, hetgeen hij verkoos bleef ik vasthouden, het afgewezen rugzakje verving ik door een volgend.  De autobus scoorde volle bak en hij werd niet meer gelost.

’s Avonds hielden we dan toch ons jaarlijkse kerstfeestje bij mijn ouders aangezien dit ingepland stond om in Frankrijk te doen.  Stuffed Turkey!  Ik had nog nooit zo’n kalkoen zien dichtnaaien en als keukennitwit vond ik het allemaal geweldig spectaculair.  Ik dacht zelfs vuurwerkflitsen in de verte te zien.  Het moment dat ik de twee kanten moest helpen vasthouden terwijl mijn broer de giga kalkoen met een dikke naald dichtmaakte, machtig! Nigella zou zo trots geweest zijn op mij.  De vulling werd gemaakt door mijn schoonzus die jammergenoeg kotsend was thuisgebleven.  Ter info: het kotsen en de vulling hadden niets met elkaar te maken.  Thank God for that!

En uiteraard waren er al kerstpakjes!  De fietstas van mijn dromen:

wpid-DSC_0794.jpg

Mijn broer kent mijn smaak want dit vind ik geweldig!

En zondag besloten we toch naar een eerder afgebelde familiebabyborrel te gaan waarop ik een beetje veel mensen bij mij thuis uitnodigde om  vanavond te komen eten.  Het originele plan (voordat we de babyborrel bezochten) was een avondje met mijn Amerikaans nichtje en haar vriend die in het land zijn, we zouden met zijn zessen zijn.  Nadat ik gisteren nog enkele nichten en neven zag eindigen we vanavond met 11 volwassenen en 3 kindjes.  Whatever, dan zitten we gewoon iets dichter.  Lasagne galore!

CYBummers/Blessings

Een paar bummers deze week:

*  Iedere keer weer als ik goed op dreef ben en eindelijk het juiste ademritme vind bij het lopen, kom ik aan een oversteekplek.  Zo’n 8 op de 10 keren moet ik dan stoppen omdat er een voertuig afkomt.  Er is niets ambetanter dan dat (behalve misschien één schoen die meer aanspant dan de andere, waardoor je constant het gevoel heb dat je ene voet meer weegt, of misschien zit het allemaal tussen mijn oren – koekoek-koekoek-).  Ik voel na de korte stop alle energie in mijn benen naar beneden zakken, mijn hartslag is even verstoord en ik moet een extra effort doen om terug in mijn ritme te geraken.  Beetje kaka.

*  De auto afkrabben met je bankkaart omdat je geen krabber lijkt te vinden.  “Ja maar die zit in het zakje aan de achterkant van de passagierszetel”.  Ahja dàt zakje. . .

*  Mijn adresboek nergens vinden.  Net in de kerstkaartjestijd. . .

Meme die na de thuiskomst bij haar kwartels opnieuw werd opgenomen.

*  Meme die “berecht” werd in het ziekenhuis.  Waar ze niet wil zijn.

Hoewel je bij zo’n situaties niets leuk kan verwachten waren er toch enkele aangenamere zaken:

*  “Je hebt teveel betaald op uw factuur, ik stort morgen een deel terug.”  Alrightie!  Botjestime!

*  De Action.  Gisteren liep ik de hele dag ongemakkelijk met de rare meme-toestanden maar De Action heeft mij toch een lichter gevoel gegeven.  Placemats: 95 cent ’t stuk!  Batjestime!

wpid-DSC_0789.jpg

Consider yourself lucky als één van deze 5 SUPERmooie kaartjes in uw bus belanden.  Ok, ze kostten maar 0,75 cent voor de vijf.  Maar dat maakt ze niet minder mooi en ik hou ze voor speciale mensen.  How very Eva Mouton trouwens. . .

wpid-DSC_0790.jpg

Als eigenaar van een elektrische kookplaat bezat ik nooit zo’n cool ding om de stove aan te steken.  Maar nu wel!  Gedaan met lucifergepruts en vingers verbranden en kaarsvet morsen en van die toestanden.  Vanaf nu klik ik mijn theelichtjes aan, dat spel maakt ook zo’n geweldig cool geluid “dja-djak”.

wpid-DSC_0791.jpg

En Chouffe Coffee.  All Hail the Chouffe Coffee!  Kan het nog meer kerstdag zijn?

Peuterpuberteit my ass!

“Laten we het niet jinxen!” een uitspraak die nogal vaak over de tong gaat hier.  Ik zou er beter ook naar handelen verdikke!

Toen een vriendin van me eens vroeg of mijn peuter al eens een scène heeft gemaakt in de winkel moest ik precies eens goed nadenken en kon ik alleen op “ahja, hij heeft eens zitten roepen achter een potje yoghurt” antwoorden.  Boy was I wrong, oh so wrong!  Een scène noemde ik dat!  Ik heb vandaag mijn mening herzien, zeker na wat hij me vandaag geflikt heeft in den aldi  (gelukkig niet de lokale aldi, maar die bij oma thuis).

Hij moet nog maar het logo van Renmans zien of zijn ogen beginnen te blinken voor “een schelleke”.  Als ik de schelletjeswinkel voorbijwandel om effectief Aldi binnen te gaan begint het.  Spel en miserie.  Hij laat zich hangen en begint te roepen dat hij een vleesje wil.  Een uitleg lijkt overbodig, het kind wil een schelleke.  Ik pak hem op (14 kg dames en heren, powerlifting heet dat) en hou hem vast terwijl ik hem probeer te kalmeren.  Failed.  Hij begon toen nog maar pas aan het echte verzet, hoofd achterover, heel het lijf achterover, roepen, tieren, olei, het was toch zo tof.  “Moet mama jou terug in de auto steken?” JAAAAAA!!! tierde het weerbarstige lijfje naar me.  “Goed.  Dan ga je terug naar de auto”.  Kind op de arm, handtas over de schouder, “excuseer mag ik eens voorbij?” aan de kassa.  Langs alle kanten grote ogen die me vragend en veroordelend volgen.  Wat gaat zij nu doen met dat kind?  Ik zag die vraag door hun ogen in hun hersenpan voorbijkronkelen.  Ik moest me inhouden om niet keihard “kijk naar uw Milsani melk!” te roepen maar ik zei niets en probeerde de worstelende massa in mijn armen onder controle te houden.  Op de parking was het hek helemaal van de dam.  Tieren en tuuten dat het een lieve lust was.  Terug in de autostoel besefte hij dat ik het meende.  “Mee naar Aldi!!” “Ga je flink zijn in de Aldi?” snikkend kwam het tot een puppy-face en een waterige “ja, flink zijn”.  Gekalmeerd en mooi stappend aan mijn hand gingen we terug de winkel binnen.  Hij mocht de lasagne dragen, op de band leggen en betalen van me.  “Is het dat wat hij wou?” vroeg de kassierster?  “Neen, hij wou alleen zijn gedacht” was mijn antwoord.  Gapers!

Consequent zijn is saai.

 

 

Want de katten gaan anders eenzaam worden.

Mezelf, vorige week ergens: “Ik slaap vrijdagavond bij meme, het is beter dat er vanaf nu telkens iemand bij haar thuis gaat slapen voor de zekerheid, zo is ze niet alleen.”

Mijn prachtgenoot: “doe maar liefje, ik kijk wel voor de kleine.”  (Zie, daarom koos ik voor hem, ik hoef daar geen uitleg rond te geven, hij aanvaardt dat, zonder een overdaad aan woorden)

03u30 vrijdagnacht: “Gaat het niet?  Ik bel de dokter, ik bel je dochter, alles komt in orde, doe maar rustig.”

Die telefoon, waar is dat nummer, hoe werkt die stomme-klote-nood-telefoon met die grote toetsen?

 “Meme!  Meme!  Memetje. .  .ik ben bij je hoor, ik ga niet weggaan.”

Ze gaat dood.  Ze is aan het doodgaan.  Echt.  Het enige dat ik nu nog kan doen is bij haar blijven en haar hand vasthouden.  

Het moment dat je de ziekenwagen volgt is het stil.  Stil op de weg, stil in je auto, stil in je hoofd.

De momenten daarvoor zijn hectisch, het wachten duurt veel te lang en de cool die je al de hele tijd tracht te bewaren begint te smelten.  Dat ze hier maar vlug zijn, ze hoeft zoveel pijn niet te lijden.  

Twee uur later in de spoedgevallendienst nadat een baxter pijnstilling zijn werk doet:

“Vergeten jullie niet om mijn vogels eten te geven?”

Twee seconden later:

“En de kwartels, die op de grond van de kooi lopen, niet vergeten hé”

Nee, memetje, we gaan het niet vergeten.

Zo taai kan iemand zijn

Maar schrikken was het wel.

Naar het schijnt stam ik af van goeie genen, dat is nog maar eens bewezen.

“Ahja, en als ze niets vinden op die foto van mijn binnenwerk, dan mag ik naar huis zeker?”