Ik beken…

…dat ik geen zo’n fan ben van van tags.  Mij taggen in zo’n blogding heeft meestal een averechts effect en ik laat het negen van de tien keer aan mij voorbij gaan.  Bij Evi zag ik deze echter passeren en het sprak mij wel aan.  Niet teveel vragen en voldoende luchtig om de week mee te starten.  Dus here we go!

Hoe zag ik eruit als puber?

Tjah.  Wie terugkijkt op zijn puberjaren en vond dat hij er toen fantastisch uitzag mag nu zijn hand opsteken!  Ik alleszins niet.  Elke drie maand een andere haarkleur.  Brede skatebroeken en dito schoenen, gelukkig nooit op een skateboard gestaan want een klungel was ik toen ook al.  Ouderwetse trainingsjasjes uit de tweedehandsshop en zo veel mogelijk elke vorm van het lichaam bedekken.  Het moment zelf lag ik er echter niet van wakker van hoe ik eruit zag al was ik wel heel onzeker over de acné die zowat constant in mijn gezicht aanwezig was.  Dagen van slechts enkele puistjes waren goeie dagen maar eerder een uitzondering.  Op mijn 16e liet ik deze pasfoto maken voor mijn voorlopig rijbewijs:

img_6291

Dit was blijkbaar op een slechte dag genomen.  Vreemd genoeg is de acné blijven duren tot ik het begin mijn twintiger-jaren ècht kotsbeu was en bij de dermatoloog volle bak ging doorklagen nadat ik enkele keren met flut-oplossingen naar huis kwam.  Hij schreef me toen twee redelijk agressieve zalven voor.  Bij de vraag wat ik moest doen als de kuur gedaan was zei hij “niets meer, het zal wegblijven”.  “Yeah right” en ik dacht er het mijne van.  Maar kijk.  Sinds die kuur ben ik er zo goed als volledig vanaf.  Was ik maar enkele jaren eerder geweest!  Binnenkort misschien eens teruggaan voor een zalfje tegen mijn rimpels 😉

Van welke muziek hou ik?

De vraag is eerder: van welke muziek hou ik niet?  Jazz!  Miljaar dat steekt tegen.  Er zit geen ritme in, het is ronduit irritant.  Er is een aflevering van Sex And The City die ik niet meer bekijk omdat Carrie met een jazzmuzikant aan het daten is, ik word er toponnozelgedraaid van.  Geef mij een hele dag K3-songs, punkrock of loeiharde metal: geen probleem.  Tomorrowlandmuziek, trage ballades of golden oldies: waar is die spotify?  Maar wil je mij folteren: bind een koptelefoon met jazzmuziek rond mijn hoofd.

Waar ben ik fan van?

Ik dweep niet met helden of adoreer niemand.  Mensen zijn mensen en wie iets meer kan is daarom niet beter dan iemand met minder mogelijkheden.  Niettemin kan ik wel genieten van de kunsten van iemand.  Zo vind ik het zalig om met die ene vriendin te praten omdat ze altijd de juiste dingen weet te zeggen.  Een kunst!  Ik kan begeesterd geraken als iemand klaar en duidelijk voor een groep kan praten.  Of als ik moet lachen om een cartoon kan ik in mezelf denken: “Toch een gave als je zoiets kan maken”.  Laatst kreeg ik via Kathleen van Verbeelding de tip om “Burn-out Dagboek” te lezen en het was een schot in de roos.  Geweldig boek waarin kwetsbaarheid op een creatieve manier in beeld wordt gebracht.  Dit noem ik kunst.img_5667

Waar weet ik nu echt niks van?

Politiek, informatica, mechanica, economie, bijna alles waar “bio-” voorstaat, wiskunde en noem maar op.  Het interesseert mij ook voor geen meter dus ik ben er niet rouwig om.  Beter mijn hoofd vrijhouden voor de dingen waar ik iets mee ben en als ik iets moet uitrekenen dan pak ik wel de calculator op mijn iPhone.  Wat ik dan wel weer weet is bij wie ik terecht kan als ik een probleem heb in één van de bovenstaande onderwerpen.

Wat weten maar weinig mensen van mij?

Ik ben een vrouw van uitersten.  Zo kan ik hard werken maar ook uitgesproken schaamteloos lui zijn.  Ik ben een overdadige planner maar het loopt evenveel in honderd.  Ik kan heel pedagogisch verantwoord te werk gaan en aan de andere kant de oudste een uur op de Nintendo Switch laten spelen omdat ik op mijn gemak wil zijn.  Ik ben gereserveerd en rustig maar tegelijk kan ik compleet mijn shit verliezen over iets kleins.  Ik ben een trouwe vriendin maar wie in mijn rapen schijt kan het nooit meer helemaal terugwinnen.  Ik ben niet koppig maar kan wel volharden als ik 100% overtuigd ben van mijn gelijk (wat bijna nooit voorvalt).

Wat kijk ik stiekem op TV?

Niets eigenlijk.  Als ik naar iets kijk is het helemaal niet stiekem.  Ik ben er niet beschaamd om dat ik de digicorder programmeer voor Temptation Island of Blind Getrouwd.  Dat ik op Netflix naar Gossip Girl of Gilmore Girls kijk.  Ik ben er van overtuigd dat  zo’n lowbrain TV me helpt om te ontspannen.

Wie zin heeft om deze tag over te nemen: laat zeker een linkje achter in de comments, dan kom ik eens neuzen en vergeet ook niet om eens bij Evi te kijken!

 

35

Als jongere, zelfs als jongvolwassene had ik altijd zo’n idee dat iemand van 35 echt al richting zijn pensioen ging. Ik zag hen allen met kinderen, een huis met een garagepoort en moederdingen doen zoals cakes bakken voor de opendeurdag op school. Als we ze tegenkwamen in het uitgaan dronken ze steevast een cola tussen elk glas alcohol en ze babbelden veel en uitbundig alsof het eeuwen geleden was dat ze nog eens gelucht werden. De winkelende 35-jarige ging in mijn ogen niet naar H&M want dat was voor de jeugd.  Zoiets. Guess what: ik voldoen aan het toekomstbeeld dat ik toen voor mezelf had geschapen.  Ik doe al die dingen (behalve dan dat bakken), en ik ga sinds kort niet meer naar H&M omdat ik de kriebels krijg van de slordige winkelrekken en de grootte van de winkel. Enkel voor mijn kinderen zou ik er nog aanschuiven aan de kassa en tijdens de solden sla ik hem zelfs over terwijl ik vroeger de ziel uit mijn lijf schartte in zo’n “2 voor 5 euro”-grabbelbak.  Neen het wordt duidelijk dat ik ouder word. Bij het uitgaan ben ik aan het nadenken “als ik nu teveel drink ga ik mij dat morgen bezuren (letterlijk soms )” (ok, hold your horses, niet altijd) op het uur waarop ik vroeger nog lag te ronken heb ik nu soms al vijf kilometer gelopen en een kookwas gedraaid. Maar kijk, het is goed zoals het is.  Ik voel geen afgunst tegenover de 20somethings die het leven bij de ballen grijpen en er geen geheim van maken dat ze niet voor minder settelen. Dat ze verdikke gelijk hebben! Ben ik dan niet meer ambitieus? Laat ik alles maar aanmodderen? Ik denk het niet. Op mijn 35ste verjaardag sta ik zeker waar ik dacht te staan, maar daar komt nog eens bij dat ik me het laatste jaar geweldig goed in mijn vel voel. Niet alleen mentaal maar ook fysiek ben ik momenteel op en top. Nooit eerder was ik zo gezond als nu. De klik om beter voor mijn lijf te zorgen kwam er niet alleen voor mezelf maar ook omdat ik er wil staan voor mijn kinderen en mijn gezin. Ik zie soms bezorgde blikken bij de vraag  “of ik er om gedaan heb om te vermageren” alsof ik met problemen worstel. Verre van, ik eet gewoon gezonder gecombineerd met nu en dan een goeie portie junk om alles in balans te houden want face it: snoepen ga ik nooit verleren.  Maar ik ben gestopt met overdrijven en dat heeft een goeie invloed gehad. Minder piekeren, minder eten, minder vadsig gedoe, genieten van een glaasje maar met mate, op tijd naar bed en op tijd eruit. Op een rustig tempo sporten, TE is nooit goed, behalve in TEvreden. En dat ben ik. Met mezelf, met mijn omgeving en ik wil het graag zo houden want ik heb er voor gewerkt. En in de toekomst werk ik verder aan mijn persoonlijke ontwikkeling. Hopelijk kan ik daar in het komende jaar of het jaar dat daarop volgt werk van maken. Meer hoef je mij niet te wensen op mijn verjaardag: dat het mag blijven zoals het nu is.

IMG_20170822_192143

(Toon Herman uit “Op blote voeten lopen”)

En wie ben ik om met Toon te discussiëren?

 

 

 

Hoe ik 8 kg vermagerde zonder daar een chiptje voor te laten a.k.a. mijn moeder vreest dat ik anorexia heb.

Er was een moment nadat ik op mijn kop gekletst was dat ik niet durfde te gaan lopen.  Er was ergens iets mis aan mijn rug maar tot ik daar meer over wist nam ik geen risico’s.  In die periode stond er een date met vrienden die we al een hele tijd niet meer hadden gezien gepland.  Bij het blije terugzien merkten we meteen op dat zij allebei ferm vermagerd waren.  “Door de weightwatchers-app” klonk het lovend.   Mijn lief pruttelde ook al een hele tijd dat hij eigenlijk wel wou vermageren maar dat hij er de courage niet voor vond.  Zelf was ik toen ook nog niet terug aan het sporten en de vrees om weer over de 80kg (kid you not, we spreken zomer 2014) te wegen was niet ongegrond.  Ik ben een enorme smoefelbeer.  Je kunt me geen groter plezier doen dan met chips en taartjes.  Of een zakje M&M’s (van die gele).  Een aperitief, daar horen ook hapjes bij.  Toch?  Gow!  Eén ding wil ik duidelijk stellen: ik heb mezelf nooit te dik gevonden.  Ok, ik ben geen slanke deerne die feilloos in elke broek past, het is een serieuze struggle om iets te vinden dat mij flatteert en dan nog kies ik heel vlug voor zwart.  Mijn grootte (1m78) werkt ook niet in mijn voordeel, ik heb lange benen maar ook brede schouders, daardoor zie ik er al vlug zwaarder uit met zo’n breed bovenlichaam.  Dus, de weightwatchers-app.  Daar werden we vriendjes mee, mijn lief en ik.  Samen gingen we ervoor.  Ik schrok mij een accident van wat ik allemaal binnenstak op een dag.  De punten die ik moest ingeven tikten volle bak aan.  Na een maand gaf ik de app al op, maar ik was wel enigszins overtuigd van bepaalde dieet-formules.  Die combineerde ik automatisch doordat ik inzag hoe vettig wij aten/eten.  Gehakt, room, grote porties puree, njammie!  Ik lach wel eens met Pascal Naessens op mijn instagram   Toch volg ik wel enkele principes.  Ze is geen fan van aardappelen en brood.  Ik wel.  Ik vind een witte boterham met een laag choco to die for.  Dus ik eet nog altijd brood en aardappelen.  Gewoon minder.  ’s Morgens vervang ik de broodmaaltijd door Griekse yoghurt met vers fruit.  Ja, die Oikos en dinges, dat is vettig, maar ik vul er mijn maag mee tot ’s middags.  Weightwatchers laten je punten omhoog gaan hoe meer iets weegt, ik eet hetzelfde als daarvoor.  Gewoon een kleinere portie.  In een ander opzicht gebruik ik simpelweg mijn gezond verstand.  Gefrituurde gerechten vermijd ik, maar als ik op een feestje een vettige garnaalbal voor mijn neus krijg dan steek ik die zonder schroom binnen.  Mmmm vettige garnaalbal.  Ik maak meer overwegingen: heb ik echt zin in frietjes of is het maar “gewoon voor het gemak”?  Bij echt vettige frietengoesting dan gaan we naar de frituur.  Bij “bwahja” maak ik vlug iets klaar.  En ik loop.  Geen afstanden meer van 10 tot 12 km zoals vroeger omdat deze teveel tijd roven.  Door mijn trage looptempo was ik al vlug twee uur bezig (lopen + douchen + haar drogen + bekomen) en daardoor was de frequentie minder.  Nu ga ik minstens 2, heel vaak 3 keer per week gaan lopen, een kortere afstand (5,5km).  Ik ben vlugger over en weer en ik blijf het graag doen.  Door het gebruik van mijn Fitbit ben ik ook wandelen op een andere manier gaan bekijken.  Blijkbaar verbrand ik met wandelen gigantisch veel calorieën, niet gezeverd: meer dan bij lopen.  Ons ma zegt dat ik moet stoppen met vermageren.  Ik ben veel te mager volgens haar.  Zelf ben ik nu op een mooi gewicht van 70kg gekomen.  De eerste keer dat mijn weegschaal dit aangaf was ik echt geschrokken.  Door minieme veranderingen kon ik toch vermijden dat mijn BMI de hoogte in ging.

IMG_20170609_122323

Ik weet dat ik niet mag overdrijven.  Mij zul je geen honger doen lijden hoor, ik eet meerdere keren per week chips of ijsjes in warme dagen.  Als er taart is smul ik gretig mee.

IMG_20170523_132152_899

Maar er zijn ook hele brave momenten waarop ik koude schotels prepareer en mijn aardappelenhoeveelheid aanpas.  Dagen waarop ik minder wild met pasta in het water strooi en een witte boterham als een delicatesse wordt beschouwd.  Gezond verstand in een gezond lichaam heet dat zeker?

 

IMG_20170609_125456

Filters op mijn foto’s en zwarte kleren.  Dat zal er altijd een beetje in blijven zitten.  Ik ben nooit ontevreden geweest over mijn lichaam, zelfs al is het bezaaid met striemen, putjes en overschotjes hier en daar.  Ik hou van mezelf.  Onzekerheden zullen er altijd zijn, met of zonder 8 kg extra vlees.

(ohja, het lief is trouwens succesvol vermagerd, daar is het verhaal eigenlijk mee begonnen, tot ik het weer op mezelf betrok 😉 )

 

Het uur

5:46.  De lakens voelen warm en comfortabel, maar toch forceert mijn gedachtestroom mij eruit.  Ik ga “mijn uur” pakken.  Het uur dat ik al enkele weken mis.  Het uur waarop mijn lichaam, mijn hersenpan, mijn handelingen compleet en alleen maar voor mij zijn.  Ik begrijp Frank Vander Linden als hij zingt: de stilte is oorverdovend.  De koffie sijpelt langzaam door de filter.  Een sms van mijn broer die vijf tijdzones verder woont: mijn ouders hebben minstens twee uur vertraging op hun terugreis.  Ik zie de planning van de middag veranderen, het stoofvlees dat gisteren twee uur stond te pruttelen zal nu niet meer samen met hen gegeten kunnen worden.  Ik forceer mijn gedachten terug naar mezelf, stoofvleesissues zijn voor later.  De koffie is klaar.  Als er al een lijst zou bestaan waarop ik de beste momenten van een dag zou quoteren dan zou “de eerst slok koffie” misschien wel op één staan.  Ik besef dat “van thuis uit werken” voor mij echt zou betekenen dat ik nog steeds mijn huis zou moeten verlaten om elders mijn werk te verrichten.  Het zou me ook zwaar vallen om binnen bepaalde uren van een dag een creativiteit op te roepen, de inspiratie om iets te schrijven komt soms op een heel onverwacht moment, als ik met mijn handen ver weg van een toetsenbord ben.  Respect voor freelancers die het klaarkrijgen, die de knop kunnen omdraaien eens ze eraan beginnen.  De ogen toe voor de omgeving, de hersenkronkels op scherp.  “Dat ik de dingen maar eens meer de dingen moet laten zijn” zei hij gisteren tegen mij.  Uit alles wat ik doe stroomt extra werk, extra uren die ik niet meer “mijn uur” kan noemen.  Ik moet voor mezelf uitmaken wat me energie geeft en wat me energie kost, de hele week plannen om een activiteit voor het vrijwilligerswerk op poten te zetten, rondmailen, boodschappen doen, gerief samenrapen.  Ik foeter wel eens.  Maar het moment waarop iedereen de baby’s masseert tijdens de sessie die ik hielp organiseren, als ik de jonge mama’s en de kirrende baby’s fotografeer, dan ontspan ik.  Bij het afwassen van de koffietassen zie ik mijn zonen toekomen met hun vader “wij hebben in een camion gezeten zojuist!!”.  Het gevoel dat mij soms bezighoudt vervalt, want tijdens het vrijwilligerswerk ben ik er niet voor hen maar voor 15 andere mensen met kinderen.  Na de afwas vertrekken we alle vier samen naar huis.  Ik neem me voor om niet meer te stressen over het feit dat ik “mijn uur” nog niet heb gehad.  Het komt wel.  Net als de inspiratie om te schrijven over dat irritante ventje op mijn schouder met zijn tikkend klokje.  Ik probeer hem soms weg te vegen, achterwaarts.  Soms valt hij wel eens, maar altijd, altijd klimt hij vastberaden weer naar boven.  “Neem je uur”.

Happy birthday mama!

In mijn omgeving zijn spijtig genoeg teveel mensen die hun moeder niet meer hebben.  Ik kan mij moeilijk voorstellen hoe zoiets moet zijn.  Hoe overleef je als kersverse mama zonder eigen moeder?  Hoe moet dat zijn om in het moederhuis of de rare periode die na die materniteit volgt geen moeder in de buurt te hebben?  En later, met opgroeiende kinderen?  Het is nu niet dat ik al mijn zielenroerselen deel met mijn mama maar we kunnen het wel heel goed vinden met elkaar.  Ik doe de dingen graag op mijn eigen manier en zij respecteert dat.  We zijn twee verschillende types.  Ze wordt waarschijnlijk soms een beetje gek als ik “bwah, we zien wel, komt wel goed” zeg.  En ik draai misschien wel eens met mijn ogen als ze overbezorgd is over mij of één van de kinderen.  Als ze denkt dat Linus koude voetjes zal hebben omdat hij bitter weinig kousen draagt of als Ilja er moe uit ziet.  Als ik heel trots laat weten dat ik een lang eind ging lopen en zij reageert met “je gaat daar toch niet in den donkeren gaan lopen hé?”  Ik kan voorspellen dat ze een “hoe gaat het met…”-smsje stuurt als één van de munchkins koorts maakt of teuterigachtig was met een optie op koorts.  Maar ik weet dat dit allemaal gewoon echt goed bedoeld is en dat ze gewoon een moeder is.  Een oma is.  En dat doen moeders en oma’s nu eenmaal.  Ik leg mijn pollekes samen omdat ik ze nog heb, die mama van me.  Ze is niet alleen een moeder, ze is ook een dochter.  Momenteel is ze een sandwichmoeder.  Zo noemen ze, dacht ik, dames van haar leeftijd die naast het zorgen voor kinderen en kleinkinderen ook de zorg voor een ouder opnemen.  Samen met haar zussen en broers en een team van het Wit-Gele Kruis en Familiehulp neemt ze de zorg voor onze 99-jarige grootmoeder op zich.  Dagelijks staan ze voor haar paraat.  Ik vind het een prachtig voorbeeld van hoe iemand gewoon thuis kan blijven wonen door mantelzorgers.  Vandaag is mijn mama jarig.  Ze wordt er 61.  Binnen een aantal dagen gaat ze verdiend op  pensioen.  Haar hele leven heeft ze keihard gewerkt.  Eerst als psychiatrisch verpleegkundige bij hele moeilijke patiënten, later als verpleegkundige bij het Wit-Gele Kruis.  Mijn ma is de enige persoon die ik ken zonder smartphone, nu ze binnenkort een nieuwe telefoon nodig heeft omwille van haar pensioen gaan we hier samen voor zorgen: “Je gaat dat moeten uitleggen hoor, Lot, ik ken daar niks van”.  Ewel ma, binnenkort heb je veel meer tijd om zo’n dingen uit te pluizen.  En dan whatsapp ik foto’s door van Linus met twee paar kousen aan en Ilja die van contentement zijn tong uitsteekt!  img_20160908_143955.jpg

Santé!

Pantoffelheld

Ik heb mezelf altijd – en nog steeds- aanzien als een zelfstandige vrouw.  Indien nodig trek ik mijn plan.  Door de jaren is er wel een aanzienlijke verdeling gebeurd van huishoudelijke taken.  Ik moet bijvoorbeeld met mijn fikken van de grasmachine blijven en volgens hem kan ik geen hemd strijken.  Bwah als het maar dat is, moest ik ooit alleen komen te staan: ik kan leven met een grasplein waar hier en daar een strook langer is en strijken is overrated.  (Niet dat hij alleen maar het gras afrijdt en strijkt, maar dat zijn enkele van de dingen waar ik totaal niet over hoef na te denken).   Een bangerik ben ik nu ook niet bepaald.  Ik weet zeker dat ik mijn kinderen tot vechten toe zou verdedigen als er zich zo’n situatie ooit zou voordoen.  Soms verander ik in een echte Jeannette zonder vrees.  Vanmorgen werd het tegendeel echter bewezen.  Deze stoere vrouw veranderde in een klein muisje toen ze dit zag:

img_20160904_070354.jpg

Holy Shit.  F**k!  Serieus.  Van zo’n dingen ben ik “schitteshuw”.   Dit wil ik liever niet tegenkomen ’s morgens vroeg onderweg naar toilet, maar hey, ik had prijs.  De resem gedachten die door mijn hersenpan razen terwijl ik daar zo ver mogelijk van weg probeer te blijven:

  • Als het stilzit dan kan ik het nog uitzweten tot Pieter wakker is.
  • Als ik in de living ga zitten, dan zie ik het niet.
  • Als ik in de living ga zitten, dan kan ik niet zien of het beweegt of niet.
  • Wat als het begint te bewegen?
  • Als ik in de keuken blijf zitten en ik zie het ineens niet bewegen, dan kan het wel heel vlug bij mij zijn zonder dat ik het doorheb.
  • Serieus vint, wat een beest!
  • Ik neem een foto voor op instagram
  • Shit, misschien heeft de flits hem wel boos/wakker/op gang gemaakt, ik heb geen toestemming gevraagd.
  • Het blijft stilzitten, misschien slaapt het
  • Als Linus straks rondcrosst dan kan hij het opmerken, en interessant vinden, en dan moet ik hem de hele tijd wegtrekken van die horror omdat ik zelf bang ben.
  • Ik kan de kat roepen en ze erbij zetten.  Maar wat als ze hem pakt maar niet doodt, dan is het helemaal om zeep.  Of wat als ze gewoon niets doet en zich hier op de grond legt.
  • Dit wordt bloed op het behangpapier.  I don’t care, ik wil bloed zien!
  • Dood, dood, dood!!!!
  • Ik kan er geen pot opzetten tot Pieter wakker is.
  • Mo ndeen zeg, zo’n beest.

Ik besluit om mij in de keuken te zetten met zicht op het dier, zo kan ik hem het beste bewaken en mijn veiligheid garanderen.  Nu en dan kijk ik om de hoek van de kast, ik hoef me maar eventjes vooruit te zetten om het te zien.

img_20160904_070916.jpg

Het blijft mooi zitten.  Merk op dat ik niet over hij of zij spreek, zo’n ding verdient geen persoonlijkheid.  Ok, spinnen zijn goed om het “fernint” (a.k.a. het venijn, de West-Vlaamse kleine beestjes) te pakken.  Maar daar heb ik een muggenapparaat voor.  Wat ik dus echt nodig heb om weer volledig zelfstandig te zijn is een gigantische-spinnen-apparaat.  Ik zie veel voordelen aan “op de buiten” te wonen, maar dit is er echt geen van.

Bij de 18e check had het monster zich bewogen. *insert opbouwende dramamuziek* HET HAD ZICH BEWOGEN!!  Ilja was daar ondertussen al voorbijgekomen om naar het toilet te gaan, gelukkig had hij niets gemerkt.  Pieter lag nog altijd te slapen.  Ik moet ingrijpen.  Straks beweegt het naar een plek waar we helemaal niet meer aankunnen, en dan moet ik met de gedachte leven dat het dier zich ergens in huis schuilhoudt, die vind ik erger dan bloed op het behangpapier.

Ik trappel naar boven in de hoop dat hij wakker is.  Ik hoor beweging in bed.  Het bange meisje roept haar echtgenoot naar beneden.  Hij komt pruttelend en ruttelend naar beneden en zegt bij aankomst op de crime scene: “Ok, mijn pantoffel, het is echt een grote spin.  Het behangpapier zal vuil zijn”.  Meestal roep ik dan “probeer hem eraf te duwen tot hij op de grond ligt” maar deze keer wou ik gewoon bloed zien.

“Is hij dood?” “Hij is toch zeker dood hé?” “Waar is hij?” “Dood?”

Hij is dood.

Ik blijf de hoek checken.  Hij is echt dood.

 

 

Ja soms…

Soms wou ik dat ik zo’n vrouw was die op torenhoge hakken en met ultragebronzeerde benen de toer van de vestingen kan wandelen.  Of zo’n dame bij wie je op ieder moment van de dag onaangekondigd mag binnenvallen, je vindt er gelijk wanneer geen boterhammen op de keukenvloer.  Misschien wil ik wel zo’n goeie huisvrouw zijn, met een garage vol rekken, alles netjes alfabetisch gesorteerd.  Je hoeft geen hindernissenparcours af te leggen om aan een flesje spuitwater te geraken, het staat onder de “S”.  Fietsen hoeven niet verzet te worden als je het oud papier uit de garagepoort wil slepen.  Zo’n moeder die elke dag speelt met haar kinderen, en niet stiekem hoopt dat het plan om te schilderen wordt “vergeten” in dat kleuterhoofdje.  Haar manicure en de pedicure zijn steeds perfect, geen afgebeten wijsvingernagel, geen eelt op ongewone plekken.  Vandaag was ik de vrouw met de witte benen en de garage waarin schuivend met materiaal een wandelpad werd gecreëerd.  De vrouw wiens twee kinderen deden aan synchroon-wenen op de vestingen, de ene omdat hij met steentjes wilde spelen, de andere omdat hij niet wou wandelen.  Ik was de moeder die in de lach schoot toen haar echtgenoot al “mooshend” de oudste per ongeluk in het zand liet vallen.  Ik vond mezelf heel wat toen ik met een schopje -dat ik van een andere moeder kreeg- zand schepte met mijn dreumes, hoe lang was dat geleden?  Mijn voeten staken in All-Stars toen ik De Rodeberg afdaalde met de kleinste in de rugzak, tegelijkertijd probeerde ik te voorkomen dat hij mijn haarspeldjes uit mijn vlecht trok.  Een voorbijrijdende fietser maakte ons attent op het feit dat er een sandaaltje halfweg de baan was achtergebleven.  Neen, ik ben misschien niet altijd de moeder, de dochter, de zus, de echtgenote of de vrouw die ik zou willen zijn.  Maar ik probeer en ik ben tevreden met wat nu lukt.  Elke dag probeer ik er het beste van te maken.  De goede balans vinden tussen het moederschap, mijn huwelijk, mijn werk, familie en tijd voor mezelf nemen, het is geen simpele opdracht.   Lopen, bloggen, lezen, overal aan en bij zijn, het schiet er soms wel eens bij in, maar ik besef maar al te goed: het komt terug, ooit, als ik dat wil.  En ondertussen zit ik op mijn wipplank, mijn evenwicht te zoeken.  Met mijn kroost.

img_20160812_192115.jpg