The 7 myths of happiness #2

Vorige week maandag schreef ik over de Happier-podcast die ik aan het volgen ben.  Vandaag een tweede stukje hierover.  Geen idee of ik het hierna nog verder doe, maar ik sta er wel graag eens bij stil.

Happiness Myth #2: Nothing changes a person’s happiness level much

People have a happiness set-point, and no matter what happens to them, before long, they snap back to their usual happiness level.” (bron)

Door criticasters wordt gezegd dat je jezelf niet gelukkiger kunt maken. Dat je een bepaald niveau van geluk voor jezelf hebt, je bent een optimist of een pessimist en daar kan niet veel aan veranderen.  “Some people are born more Tigger-ish, and others are born more Eeyore-ish.” Lang niet iedereen is op de hoogte van de karakters van Winnie The Pooh-films.  Ook ik moest even zoeken wat met Tigger-ish wordt bedoeld: optimistisch, sping-in-‘t-veld, tevreden.  Eeyore staat dan weer bekend voor zijn negatieve, pessimistische karakter.

Zelf hanteer ik de leuze “Neuters Gonna Neut” die ik via Eva Mouton leerde kennen.  Die simpele zin zegt zoveel vind ik.  Voor veel mensen is het -wat je ook doet- nooit goed.  En toen ik dit besefte en mij daarbij neerlegde is er toch wel één en ander veranderd.  Ik hoef helemaal geen people te pleasen, en ja ik probeer om voor iedereen goed te doen, maar ik besef dat dat niet lukt. Het zal nooit voor iedereen goed zijn en ik moet streven naar een bepaald niveau waarop ik tevreden ben met wat ik zèlf doe.  Toch blijft het een moeilijke oefening om mezelf in het gareel te houden en niet mee te surfen op een bepaalde wave van negativiteit, eens goed zagen kan wel eens deugd doen maar het verandert niets aan een probleem.

Ik werd 35 de voorbije zomer en ik heb ik niemand ooit echt weten veranderen.  (Behalve amuletman*).  Mensen die vroeger negatief ingesteld waren zijn het nog altijd, sommigen zijn door de jaren nog negatiever geworden, anderen zijn gezapiger maar blijven een bepaald scherp kantje behouden.  Gretchen Rubin weerlegt enigszins de mening van de criticasters over het feit dat iemand niet kan veranderen. Ze deelt wel de idee waarbij mensen zijn geboren met een natuurlijk bepaald geluksniveau.  In de podcast heeft ze het echter over hoe grote levensveranderingen of levensomstandigheden een effect kunnen hebben op iemands “happiness-level” weliswaar binnen een bepaald percentage.  Bijvoorbeeld (en bij wijze van spreken) het natuurlijk geluksniveau kan maximaal 20% omhoog of 20% naar beneden door een positieve of negatieve levensgebeurtenis.  Maar als je al van nature een beetje Eeyorish bent en dan gaat het daarbovenop nog eens de volledige 20% neerwaarts met je geluksniveau, ja, dan kan het inderdaad een probleem worden.   Ze geeft ook aan dat de mens veerkrachtig is, maar ik denk wel dat de ene persoon zijn rekker vlugger knapt dan de andere.  Geen idee hoe vlug mijn rekker het zou begeven maar ik zie velen rond me die steeds weer terug bouncen uit grote dalen en dat vind ik wel ergens hoopgevend.

Het klinkt aannemelijk vind ik maar of het in de praktijk ook zo is: geen idee. Ik heb nog vele jaren voor me om het te ontdekken.

(*Amuletman: ooit kwamen mijn man en ik regelmatig in contact met een meneer die nogal Eeyorish was ingesteld.  Laat ons zeggen dat het eigenlijk een wreed gefrustreerde man was die niets liever deed dan alles rond hem in de grond te boren.  Na een contact met hem moest ik mezelf steeds weer oppeppen “die man is gefrustreerd, ik hoef dat niet over te nemen”. Op een gegeven moment is het tij beginnen keren en ondervonden we dat de man steeds vriendelijker en gezapiger werd.  Wat me tijdens die periode is opgevallen is dat hij een amulet rond zijn nek droeg (wat hij daarvoor niet deed).  Sindsdien noemen we hem “amuletman” als we  het hebben over de negatieve man die ineens positief werd.  Heeft hij zich bekeerd tot één of andere sekte?  Is hij een bepaald geloof gaan belijden?  Wie zal het zeggen.  Als hij het maar blijft doen, want sinds het dragen van het amulet is hij veel aangenamer om mee om te gaan!)

IMG_9951

Zelf vind ik de kleine gelukjes vlak onder mijn neus, zoals deze mooie zonsondergang vrijdagavond…

En jij?  Ben jij eerder Tiggerish of een echte Eeyore?

 

 

Dingen die ik niet begrijp…

…nijnagels.  Wat zijn nijnagels?  (in het West-Vlaams zeggen wij: nienagels)  Van die kleine fuckernageltjes die aan de zijkant van je nagel groeien.  Als ik ze uitsnak bloed ik als een rund, doe ik er niets mee dan ontsteekt 9 van de 10 keer heel de boel en mag ik het uitzweten.

….mensen die niet zelfstandig (kunnen?) tanken.   Waarom wachten tot iemand uit de winkel komt als je het zelf kan doen?  Je moet toch geen bouwkundig ingenieur zijn om te tanken dacht ik.  Of overtreed ik weer ergens één of andere ethische tankcode en hebben die eigenaars van tankstations dat niet graag dat je dat zelf doet?  Zien ze mij oprijden en denken ze “tsss, ze zal het weer zelf doen hoor, we zijn niet goed genoeg.  Miss Tanken 2017“.

…avocados.  Blijkbaar een heel gezonde fruitsoort.  Of is dat geen fruit?  Ik weet het niet, het ziet er niet alleen onsmakelijk uit het is het ook vind ik.  Letterlijk.  Zonder smaak.  Ik begrijp de hype er ook niet echt rond want of ik nu een avocado in mijn slaatje doe of niet, het maakt weinig verschil in smaak.  Of heb ik nu weer net “geluk” gehad bij mijn eerste avocado en een slechte gekregen?  En ja, misschien moest ik op youtube opzoeken hoe je dat het best schilt en die pit eruit krijgt.  Zo’n filmpjes zijn gewoon gemaakt voor nitwits als ik.

…mensen die afval dumpen langs de kant van de weg.  Mijn auto is misschien een dump, maar ik smijt mijn vuiligheid toch tenminste niet op de straat.  Op mijn looproute is er nu al een tijdje een firma aan het werken.  In de berm zitten ze regelmatig te lunchen of een 10-uutje ofzo te verorberen, ik begrijp dat, ik zou ook honger hebben als je mij al drie uren een drilboor laat hanteren.  Vorige week ging ik drie keer gaan lopen en elke keer zag ik de afvalberg groter en groter worden.  Ze waren zelfs zo vriendelijk geweest om het in een zak te stoppen en gewoon de volledig gevulde zak afval te laten staan.  Vandaag lagen er naast de zak ook allerhande koekjesverpakkingen, een melkdoos, plastic en lege flessen rond te slingeren.  Dat is het brokenwindow-effect denk ik.  Neen, ik ben geen criminoloog, ik heb twee goeie ogen die het alleen maar erger zien worden, week na week.

…waarom de meeste recepten met room op de ingrediëntenlijst zetten: een flesje room van 20cl .  Alle flesjes room die ik koop bevatten 25cl room.  Iemand moet dringend de roomverpakkingsfabriek gaan aanspreken hierover.  Of de makers van ingrediëntenlijstjes gaan berispen voor het te kwiste gaan van al overschotjes room.  Wie gaat dat doen?

Laat buiten de stormwind nu maar razen in het donker want binnen is het warm en licht en goed.

…en de dingen in de kamer, ik zeg ze welterusten, vanavond gaan we slapen en morgen zien we wel.  Maar de dingen in de kamer zouden levenloze dingen zijn, zonder jou….

met weer drie scheidingen in evenveel maanden rondom ons loop ik soms echt met het gevoel rond dat mij dit binnen enkele jaren ook staat te wachten.  Verdelen van gerief, kinderregelingen treffen, verdriet, pijn en miserie.  Als ik terugblik op ons huwelijksfeest van 7 jaar geleden dan kan ik al niet meer op vier handen tellen hoeveel meevierende koppels nog samen zijn.  Het is verre van mijn bedoeling om te scheiden maar als ik rond me kijk dan kan ik bijna zeggen dat de helft van de mensen rondom ons dit overkomt.  En dan vraag ik me af hoe het komt dat wij daar absoluut niet mee bezig zijn, zijn wij dan zo’n sterk koppel?  Je zou begot beginnen twijfelen aan je kracht, wat maakt ons sterk?  Is het wel allemaal goed?  Ik check het veel te weinig af, vind vanalles gewoon vanzelfsprekend.  Jammer dat het zover moet komen; dat gewoon gelukkig zijn eigenlijk een privilege is, ééntje waar ik moet van profiteren als het zich -zoals bij ons- aandient.  En neen, we zijn niet smoorrijk, ja we katten en kibbelen wel eens en het weegt al eens door met onze kinderen.  We etaleren onze liefde voor elkaar niet zo vaak, maar wij twee, wij zijn een unit.  Zal dit ooit veranderen?  Zal ik deze man ooit zo gaan verachten dat ik niet meer met hem verder wil?  Zal hij zijn geluk bij iemand anders vinden? Gaan wij samen blijven?  Heel graag.  Heel heel heel erg graag ja. Tegelijk moet ik daar realistisch in zijn en beseffen dat we het samen gaan moeten waarmaken, dat onze liefde voor elkaar regelmatig voeding moet krijgen.

…want je kunt niet zeker weten, en alles gaat voorbij, maar ik geloof, ik geloof, ik geloof in jou en mij…

600 X mijn heart outgeshout

Momenteel schrijf ik mijn 600ste post op deze blog.  Sinds deze zomer bestaat hij 5 jaar.   De eerste van mijn hand die het zo lang uithoudt, de voorgaande stierven allen een eenzame dood ergens in cyberspace.  Het allereerste postje getiteld “Pampermonstertje” gaat over….het moederschap (redelijk doorzichtig met zo’n titel mo gow)….Ilja was toen 4 weken oud en ik vond eindelijk wat tijd om over deze nieuwe wending in mijn leven te schrijven.  Ik deed het puur voor mezelf, maakte de berichten nergens kenbaar en niemand wist van mijn schrijfsels, het was goed om warm te lopen.  Het is pas later dat ik echt actief ben beginnen blogs lezen, reageren bij anderen en sociale media erbij betrekken.  (Ik vermoed dat LJ de eerste blogster was die ik consequent begon te lezen.)

De cijfers liegen er niet om -al zijn die natuurlijk ook maar heel gewoon-:

2011: 26 berichten gepubliceerd, 520 bezichtigingen, 0 commentaren (in dat jaar, achteraf zijn er wel nog bijgekomen)

2016: 77 berichten gepubliceerd (tot nu toe), 48 857 bezichtigingen, 1686 commentaren

Ik ben een kleine vis in de grote blogzee. Ik volg bloggers die pas een goed jaar bezig zijn en die overal een nulletje meer achter kunnen zetten, maar het is goed zo.  Ik wil eigenlijk helemaal geen grote vis zijn.  Anderen doen het veel beter en mooier, maar ze investeren er dan ook veel meer tijd in.   Mijn postjes staan in 1-2-3 online.  Gewoon mijn ding doen, kribbelen over de verschillende lijnen in mijn en ons leven.  Eigenlijk is er geen echte rode draad in deze blog te vinden.  Hoewel ik veel over mijn kinderen schrijf wil ik ook geen mama-blogger zijn, niet dat daar ooit iets mis mee is -haal uw voeten al maar uit de stijgbeugels- maar ik voel me helemaal niet zo.  Ook in het dagelijkse leven ben ik geen “mama-mama”.  Opnieuw: daar is niets mis mee.  Alles is relatief en vergankelijk.  Wat echt telt is wat er zich voor het scherm afspeelt.  En dat daar nu en dan eens een fijn verhaaltje uitvloeit is in mijn bloggersbestaan een voordeel.

Zelf volg ik een 100-tal bloggers.  Er zijn mensen die van hun stoel vallen als ik dat vertel “100? Wanneer lees jij dat allemaal?” Ik lees die niet allemaal consequent maar ik ga toch regelmatig eens neuzen en al dan niet reageren.  Ik kom op blogs waar niemand reageert, ik kom op blogs waar 100 reacties standaard zijn.  Als het maar vlot wegleest.  Veel mensen reageren bij mij “dat het zo herkenbaar is”.  De laatste week werd ik drie keer aangesproken dat ze meelezen terwijl ik dat niet wist.  Dat doet wel raar soms maar aan de andere kant: er lezen veel mensen mee die ik niet ken.

Dus… ik ga nog eventjes door als dat mag.  Het bloggen bracht me al regelmatig op onbetreden paden en bij aangename mensen.  Merci daarvoor.

en niet over Londen, een overload aan mariaspekken, Letterkundeprijzen,…

Het hoofd wil niet goed mee de laatste weken.  Het overzicht, mijn structuur, het loopt een beetje schots en scheef.  Ik probeer alle touwtjes mooi recht te leggen maar als ik terugkijk vind ik ze telkens weer geknobbeld terug.  Ik typ aan een lege tafel maar er liggen nog koekjeskruimels op.  De vaatwasser is leeg maar de vuile afwas staat er nog bovenop.  De living is enigszins proper, maar de bedden moeten dringend ververst worden.  Niets is helemaal in orde.  In mijn hoofd maak ik to-do-lijstjes maar op papier staat er nog niets.  Als ik de wasmachine vul bedenk ik dat het wasproduct bijna op is.  Op mijn mentale boodschappenlijstje noteer ik: wasproduct.  Op mijn mentale to-do-lijstje schrijf ik: to-do-lijstje maken.  En ja, ik zou alles kunnen afwerken terwijl ik deze blogpost typ, maar ook bloggen staat op mijn onbestaande lijstje.  Honderden blogideeën flashen door elkaar.  Weliswaar nog niet uitgeschreven, ik heb nog niet eens een idee hoe ik elke topic tot een waardige tekst moet brengen.  Het is een beetje moeschie in mijn hoofd, maar ik kan er op een eigenaardige manier toch goed mee om.  Het is so not me om niet meteen mijn set gekleurde stiften erbij te nemen en lijstjes te maken.  Mijn brain leeg te dumpen en dat malende hoofd stil te leggen.  Ik geniet er zelfs een beetje van.  Van het niet afstrepen.  Van eventjes brandjes blussen.  Van mijn ratelende zonen.  Van mijn echtgenoot die ik helemaal voor mij alleen had het vorige weekend.  Van de wanorde.  Gestolen momentjes met de dreumes op mijn schoot, conversaties met de kleuter over “hoe de Fransen graag slakken eten” alles komt raak binnen.  Een vluchtige proficiat-mail naar mijn broer nadat ik zijn eerste twee mails onbeantwoord liet.  Doodles die ingevuld geraken, al is het al weken geleden dat je ze opstelde, doodles die meteen ingevuld worden, allemaal ok op zijn eigen manier.  Het is één iets om orde in de chaos te wensen, het is een ander iets om me neer te leggen bij het feit dat het nu iets minder gestructureerd is.  Om door te gaan en te overpeinzen hoe deze blogpost misschien over één van die honderd andere dingen kon gaan.  Om de tekst zijn eigen weg te laten gaan.  Tjah.  Volgende keer beter anders.

 

De Romeo’s mogen mij bellen indien nodig…

Tijdens een dinner party maandagavond hadden we het over materialisme en hoe mensen met minder gerief jaloers kunnen zijn op anderen die het breder hebben.  Ik weet niet goed hoe dat bij mij zo geëvolueerd is, maar ik ben eigenlijk niet jaloers op andermans bezit.  Ja, ik kan geloven dat er nu mensen zijn die denken: “Ja, dat zal wel” of “je hebt hier juist zitten schrijven over die hele bergen speelgoed in uw living” maar het is echt zo.  Ik kan me niet voorstellen dat ik mij slecht zou voelen als iemand anders de nieuwste iPhone in zijn sjakosj heeft en ik het moet doen met een simpel model.  Als mensen op reis gaan ben ik gezond jaloers in die zin dat ik er soms naar verlang om eens weg te zijn van thuis.  Gaan ze naar locaties waar ik zelf naartoe wil, dan zeg ik: “Oh zalig, dat wil ik zelf ook wel nog eens zien”.  Maar ik ben niet ongezond afgunstig op dat moment.  Sommige dingen heb je, andere dingen heb je niet. 

Ik lees veel blogs, ben actief op Instagram en in mindere mate op Facebook.  We worden er constant aan herinnerd dat we iets niet zijn: er zijn mensen die zonder trainen beter en veel vlugger lopen dan ik.  Er zijn bloggers die 1000x beter schrijven en onwijs mooie foto’s integreren.  Sommige mensen slagen erin om meer boeken te lezen, of in elk geval betere boeken.  Anderen hebben dan weer een hoger diploma, een betere functie of kunnen met een privéjet gaan werken.

Het volgende kan misschien melig en onecht overkomen: eigenlijk ben ik gewoon tevreden met wat ik heb.  Misschien komt het voor anderen wel weinig ambitieus over om niet te behoren tot een groep “die altijd maar meer en beter wil”.  Maar als ik zelf niet die drang voel om bepaalde aspecten in mijn leven te gaan verbeteren, om vlugger te lopen, om pittiger te schrijven.  Als ik me ok voel bij het aantal boeken dat ik lees of de kwaliteit ervan.  Niemand hoeft neer te kijken op iemand met een lager diploma ook al wordt dat heel veel gedaan.  We zijn allemaal begonnen met “aap” en “vis”, sommigen zijn iets slimmer, anderen iets handiger.  Sommige vrouwen zijn veel mooier, er zijn er met een strakker lichaam of een gave huid, dat is zo.  Ik streef niet naar een hogere functie.  In de toekomst wil ik  graag nog verder studeren, maar dan zuiver als zelfontplooiing.  Het is goed zoals het nu is.

Over afgunst las ik vandaag een interessant stuk op Charliemagazine.  Ann Joris schrijft:

“Ik kan moeilijk het gevoel wegstoppen dat ik alles wat ik online zie, ook moét doen, moét hebben of moét zijn” 

Ik vrees dat veel mensen zich spiegelen aan de onwerkelijkheid van het internet.  Ja, ik vind het ook gezellig om foto’s te delen, om te schrijven over mijn en ons leven, maar ik doe dit niet om anderen de ogen uit te steken, of met een andere bedoeling dan “gewoon schrijven” of “gewoon de foto delen”.  Als iemand mij verontschuldigend vertelt dat ze mijn blog niet lezen, dan lig ik daar totaal niet wakker van en dat zeg ik hen ook.

Blij kunnen zijn met wat je hebt, dat vind ik de grootste rijkdom.

img_8939

Als je opkijkt van je smartphone, laptop of tablet en je ziet een zonsondergang als deze van daarjuist, dan besef je toch wel dat de mooiste dingen vlak onder je neus liggen.  Het zou verdikke nog een mooie titel voor een schlager kunnen zijn.

 

Soep- en andere dagen

Aartsmoeilijk vind ik het soms, dat moederen.  Soms denk ik dat ik de enige ben die het eigenlijk gewoon niet kan.  Dat ik dat opvoeden maar eens moet gaan uitbesteden, bestaat dat niet: een opvoedster of zo? Ah.  Wacht.  Fuck.

Ik ben al 14 jaar opvoedster maar nog maar 5 jaar van mijn eigen kinderen.  En akkoord, ik moet die dingen niet met elkaar gaan vergelijken, er komt in beide situaties veel bij te kijken, maar er komt weliswaar veel terug in het dagelijkse leven.  Zo structureer ik -net als op het werk- regelmatig een situatie voor bij de kleuter.  Eerst doen we dit, daarna gaan we dat doen en pas dan is het tijd voor si of la.

Er zijn dagen waarop het goed gaat, de kinderen zijn lief, er is warm eten voor iedereen (het werd gemaakt door elfjes met groen gespikkelde mutjes) en er wordt maar één keer gezaagd bij het opruimen.

De kleine trucjes die werken geven me energie.  Die kleine beetjes doen het soms: na een ochtend in het bos kan ik -door op voorhand in de auto met de oudste af te spreken dat hij direct bij het binnenkomen aan de voordeur zijn kleren uitdoet- een zandbak binnen vermijden.  Als ik voorzienig ben geweest en op zondagochtend nog het eten heb staan maken voor de maan-/pedagogische studiedag.  Wanneer ik het efficiënt aanpak en de minder dringende zaken bij collect en go noteer om daarna de dringende boodschappen met twee kinderen af te werken.  (En daarbij niet mor als er eens wordt geaasd op een bepaald soort dessertpotje dat anders niet wordt meegebracht).

Maar er zijn ook dagen waarop het in de soep draait.  Dan zie ik het ineens minder goed zitten dat moederen en ik zou wel kunnen bleiten door stylo-gekrabbel op de muur, waterkots op de vloer en gepureerde lasagne op mijn broek.  Iemand gaat ongevraagd aan de haal met een courgette of er moet een onderhandeling worden opgezet rond groenten eten.  Op die dagen wordt er wel eens meer “Daarom!” op de eeuwige “waarom”-vraag geantwoord.  Het zijn die soepdagen die voor mij demotiverend werken.  Hun dekentjes onder hun kinnetje duwen is het moment waarop ik me weer begin op te laden voor de nieuwe dag.  De stilte door de babyfoon is het moment waarop ik denk “ohja, een keer ezo en een keer anders” en daarna informeer ik me bij mijn lief rond product om balpenstrepen van het behang te krijgen.