hallo leven, trek iets moois aan, we gaan – Merel Morre
Had ik het ècht nog nooit over Merel Morre? Een quick search in mijn blogberichten bracht geen match op dus blijkbaar niet. Vreemd, deze dame kan schrijven! Voor wie haar niet kent: Merel boetseert met woorden: “…want van alle kleisoorten vind ik woorden en zinnen het allermooiste materiaal.” Korte, dubbelzinnige tekstjes waarbij spontaan een glimlach rond je mondhoeken trekt. Om er ééntje te noemen, helemaal van toepassing op mezelf:

Deze ochtend stond ik voor de laatste keer dit jaar op in mijn eigen huis. Na enkele dagen verlof is duty calling zodus begin ik vanavond aan een reeks nachtdiensten. Het nieuwe jaar inwerken! Gelijk hoe maakte ik van de voorbije week wel goed gebruik om een aantal dingen op punt te zetten. Hoewel ik dagelijks de eerste op ben gebeurde het enkele keren dat ik moeite had om uit bed te komen, mijn lichaam blijft toch aangeven wanneer ik extra rust moet nemen en daar luister ik meer en meer naar. Dus sliep ik enkele dagen uit. Don’t be fooled. Uitslapen betekent voor mij: slapen tot ik wakker word en als er dan een 7 voor staat dan kunnen we van langslapen praten. Dat ik ’s avonds om 21u mijn hoofd voel zakken voor de TV dat moet ik erbij nemen. Mijn batterij gaat niet eeuwig mee. Of zoals Merel het ook zo mooi schrijft:

Maar echt opgeladen, dat ben ik nog zelden. Het is zoals ik niet graag de iPad laat opladen ’s nachts, ik trek hem uit het stopcontact alvorens hij volledig is opgeladen. Volledig uitgeslapen, volledig uitgerust, mentaal en fysiek tegelijkertijd, ik kan de tijd niet meer noemen. Zoals gisteren, wanneer ik na een doendige dag om 21u30 in bed stap (neeneen, 21u30 is geen typfout) en vanmorgen om 5u uit mezelf wakker word heb ik nog altijd geen volledig uitgerust gevoel. Mijn batterij is meestal maar tot 75% opgeladen. Voldoende om de dag door te komen maar sjiekeplat op het moment dat hij misschien nog wel een uur dienst zou kunnen doen. En inderdaad: ik ben altijd de eerste om te scanderen dat slaap zo belangrijk is, en ik slaap ook effectief veel maar niettemin komen er wel al eens spookjes ’s nachts. Als het de kinderen niet zijn, het zijn gedachten of to-do-lists, ik heb me de voorbije week al meerdere keren moet inhouden om ’s nachts niet ineens berichtjes te sturen naar mensen omdat ik hen iets vergat te vragen of te vertellen. Verschiet niet als je ’s morgens om 6u ineens iets in je inbox vindt, dan heeft mijn kop reeds een maalstroom aan gedachten verwerkt. Het is zo moeilijk om niets te doen.

Dus uitgerust van de kerstvakantie ben ik verre van. Maar ik heb genoten van kleine dingen en volle borden. Van koffie met Ferrero Rochers, van scrollen door gedichten en pratelen met vrienden en familie. Van twinkelende kerstlichtjes in Oostende en apetrots zijn op een droge kleuter in zijn nieuwe grote bed. Er waren pakjes onder de kerstboom en zakjes onder de ogen. Verliefde blikken en hilarische gesprekken. We dauwtripten bij vriestemperaturen en probeerden warme Cécémels van de morsdood te redden. We sakkerden elkaar omver en knuffelden elkaar weer recht.
En bij thuiskomst was er iemand die op ons wachtte. Ook al had zij onze dode buxus uit de grond geschart en de oprit bemest. Home is where Tommy ontsnapt.




































