Ik ben zo geen raadgeefster. Is dat feitelijk een woord? Raadgeefster? Toch beland ik regelmatig in gesprekken waarbij mensen hun hart op de tafel gooien. Soms gebeurt dat zelfs al na vijf minuten. Zo ging ik laatst een korte wandeling maken om mijn hoofd te clearen en daarop kwam ik drie keer iemand tegen die ik ken. Er ontstonden drie korte maar heel krachtige gesprekjes. Mijn hoofd was niet leeg toen ik thuiskwam maar tegelijk was ik wel content van de kwaliteit van de praatjes.
Ook al noem ik mezelf in de bovenste paragraaf geen raadgeefster, toch zal ik altijd aan iemand de raad geven om het neer te schrijven als iets moeilijk aanvoelt. Uiteraard omdat ik zelf….ja, alléé, dat behoeft hier in feite geen uitleg hé. Het neerschrijven is voor mij altijd een hulpmiddel om situaties te structureren. Voor wie anders nooit ellenlange teksten schrijft kan het een hulpmiddel zijn om in bulletpoints wat zaken te gaan neerschrijven. Gewoon wat in je opkomt en waar je het moeilijk mee hebt. Even stilstaan bij mezelf helpt me om dingen los te laten. Voor ik acties onderneem als iets me niet gaat ga ik altijd eerst met de hand dingen gaan opschrijven. Ik heb er een speciaal dagboekje voor waarin ik full blown kan ranten. Hoe ik daar in schrijf, het is bijna onleesbaar, het is letterlijk wegschrijven van gedachten. Daar zijn geen volzinnen of nuances in te vinden en ik zou ook niet graag hebben dat iemand het leest. Niet dat daar grote geheimen in te vinden zijn, maar gewoon….nogmaals, daar is geen uitleg bij nodig zeker?
Dat ik dus geen raadgeefster ben. Ik luister gewoon heel graag naar de verhalen van anderen. En als iemand me toch om raad vraagt zeg ik meestal “Als je hoofd chaos is, schrijf eens neer wat erin ronddwaalt”. (Meer lezen? In 2020 schreef ik er ook al een gelijkaardige blogpost over).
2u02: Ik ben klaarwakker en ik voel bijna letterlijk hoe alle mogelijke thema’s een opmars maken in mijn hersenpan. Ze paraderen één voor één als een kermisstoet door dat anders drukke hoofd van me, luid knallend, grijnzend dat ze eindelijk de ruimte krijgen. Ik geef elke gedachte tijd en aandacht.
Om 4u05 besluit ik op te staan. Schrijven is altijd een goed idee. Ik probeer de trap zo stil mogelijk af te sluipen maar elk minuscuul stapje klinkt als het geluid van een boom die omvalt. In de hal stap ik blootvoets de stilte in. Met mijn vingers op het klavier voel ik hoe mijn hoofd leegloopt via mijn vingertoppen. Het getokkel kalmeert me. Hoe geweldig is het eigenlijk om te kunnen typen. Om je vingers automatisch over de toetsen te laten dansen. De startribbeltjes op J en F vertrouwd en immer aanwezig. Traag tikkend komen woorden op het scherm. Ik duw mijn onderlip tussen mijn tanden. Het is duidelijk dat ik meer moet schrijven als ik mijn mallemolen niet stil krijg. Ik.weet.dat. Toch doe ik het pas als ik twee uren in bed aan het draaien en keren ben, met een zweterig deken aan gedachten over me heen.
4u48 trippel ik terug naar boven. De slaapwarmte is uit het donsdeken verdwenen maar toch voel ik mezelf weer de diepte in glijden.
Na aflevering 6 waarin Robin zijn burn-out vermeldt en wat die periode heeft gedaan voor zijn vriendschappen heb ik besloten om met enkele afleveringen een zijweg in te slaan.
In 2020 ben ik me sterk gaan verdiepen in het thema burn-out. Wie hier al een tijdje meeleest weet dat ik daar ook een opleiding rond gevolgd heb maar om de theorie aan de praktijk te kunnen koppelen ben ik het voorbije jaar met verschillende mensen in gesprek gegaan rond hun burn-out.
Ik leerde Louise tijdens verschillende wandeldates beter kennen. Ze brengt in aflevering 7 haar verhaal. Samen met haar wil ik het thema burn-out open trekken, maar ik ben uiteraard ook benieuwd naar hoe zij haar vriendschappen ervaart sedert haar burn-out.
Ik kreeg deze week van mijn echtgenoot een artikel doorgestuurd uit De Standaard. Een journalist stond stil bij het feit dat niet alles vertaalbaar is. “Sommige woorden zijn onvertaalbaar (…) Italianen hebben een woord voor dat kringetje dat een koel beslagen glas achterlaat op een tafel: culaccino.” Ik grapte nog op Instagram Stories dat Wim Opbrouck dat “We zitten me ne ringel!!” noemt in Het Eiland maar het artikel was er echt één van lektmeliptje.
bron: De Standaard Online
Ik probeer al heel de week het gevoel bij “Aan het typen…” in een woord te gieten maar ik vind het best moeilijk. Online communicatie is niet meer weg te denken uit ons dagelijkse leven. Laatst zei iemand me dat hij de blauwe vinkjes (= bericht gelezen) van WhatsApp had uitgeschakeld zodat hij de druk van “het moeten antwoorden” niet meer zou voelen. Tegelijk kan hij zelf ook niet meer zien of zijn eigen bericht gelezen werd. Ik snap ergens wel waarom je dat doet. Zeker via WhatsApp is het meer dan duidelijk wanneer je je de informatie die iemand je stuurt eigen gemaakt hebt. Maar tegelijk heb ik ook altijd iets van “Ik reageer als het mij uitkomt”. Ik voel die druk om direct te antwoorden niet echt. Ik vind het zelf ook niet erg om op “on read” te blijven staan. (Veel liever dat dan een mottige nietszeggende duim omhoog terugkrijgen). Het is ook ergens gek hoe je mensen gaat indelen. Zo weet ik dat ik bij vriendin M. niet moet verwachten dat ze haar WhatsApp berichten beantwoordt binnen de zoveel uur. Maar ik weet wel hoe ik haar wèl gemakkelijk kan bereiken als ik haar nodig heb. (’t Is gene WhatsApper dadde”).
Zelf begin ik plezier te vinden in telefoneren.
Ja. Ik herlees die zin en ik snap mezelf niet. Zij -die nooit belt voor de fun- begint ineens te beseffen dat je best veel kan vertellen aan de telefoon en dat je dan geen 20 berichten moet typen om iets uiteen te doen. Tijdens een wandeling zou ik wel eens een belletje slaan met iemand, het voelt dan soms alsof we samen aan het wandelen zijn. Gisteren nog had ik een praatje met Martine over de dingen des levens aan de telefoon. Gewoon wat random gekeuvel. Ik keer gewoon terug in de tijd ik. Naar de basis. Die simpele tijden dat was zo slecht nog niet zeker?
En ondertussen zoek ik naarstig verder naar een beschrijvend woord voor het “Aan het typen…” gevoel. “Woordjeswachten”? “Pijnpuntjes” als het een moeilijk gesprek is? Ik moet dringend mijn taal verrijken zeg!
Kun jij het goed verdragen om op “on read” te staan?
Doen we dat eigenlijk nog? Schrijven over lifehacks? Want dat is een periode wreed populair geweest, ik dacht in het jaar 2012? Toen werden er heel wat tips en tricks gedeeld om het leven gemakkelijker te maken, dat was mede gedragen door de bloggerscommunity “Wijvenblogs”. Was dat niet diezelfde community die dan voor die blogmeetings van Danone heeft gezorgd in 2015? Amaai de jaren lopen precies door elkaar in mijn geheugen. In mijn archief zou ik er nochtans wel wat over kunnen terugvinden….
En lifehacks, ja ik noem die zo maar in feite zijn het gewoon gewoontes die mijn leven gemakkelijker maken. Maar ik heb door de jaren wel geleerd -met trial and error- om mijn menage te bestieren zoals wij dat hier in den schoonen Westhoek zeggen. Het gebeurt nog altijd dat mensen grote ogen trekken als ik zeg wat ik zoal doe om het haalbaar te houden. Ik vermoed dat die gewoontes zo danig zijn ingebed in mijn week dat ik er simpelweg niet meer bij stilsta.
1) Weekmenu
Het klinkt heel saai en ik krijg ook soms die commentaar van “Alléé, beslis je echt voor een week ver wat je gaat eten?”. Ja ik doe dat. Ik vind dat wreed gemakkelijk dat ik daar maar één keer moet over nadenken. Meestal doe ik dat op zondag ergens overdag, dan maak ik de komende week op en ik maak ineens een boodschappenlijstje. Ik zie daar alleen maar voordelen in.
2) Kookmarathons
Ik moet wel eerlijkheidshalve toegeven dat ik weinig echt kook. Ik maak eten. Dat is een verschil. Want ik doe dat eigenlijk niet graag. Dus ik probeer het zo efficiënt mogelijk te doen en in mijn befaamde weekmenu steek ik dan ook regelmatig twee dagen op rij dezelfde maaltijd. Eén keer koken en alles vuilmaken, twee keer eten. En soep of eitjes in de pan zijn hier ook een maaltijd. Maar uiteraard is dat mijn visie, ik ben ook gewoon systematisch te lui om er veel tralalala aan te hangen.
3) Hobby’s beperken
Ja, ik heb twee opgroeiende kinderen die ruime interesses hebben. Maar ik beperk de hobby’s en daarmee ook het rondcrossen om hen overal op tijd te krijgen. Ik ben er dan ook ten stelligste van overtuigd dat ze niets tekort komen. De hobby’s die ze wel doen zijn er waarvan de uren flexibel zijn (vb: iets wat ze op twee momenten in de week kunnen doen zodat we kunnen de week zelf beslissen welke dag ze aansluiten).
4) Loslaten
Ik kijk veel door mijn vingers. Meer uitleg moet ik daar niet over geven zeker? Er valt veel minder te zien zo 😉
5) Delegeren
De kinderen moeten elke zondagvoormiddag hun kamer opruimen, het stof afnemen en stofzuigen. Op die manier blijft het wat overzichtelijk. De rest van de week mogen ze rommel maken boven maar op zondag moet het op orde staan. Ook in het andere huishoudelijke werk moeten ze meehelpen. De jongens ledigen al sinds hun 4e zelfstandig de vaatwasser. Linus is nu 6, hij kan de tafel afkuisen, kruimels opvegen onder de tafel. Beide boys helpen ons als we aan het poetsen zijn als zij thuis zijn, ze halen alles van de kasten en nemen het stof weg. Ilja zou nu ook soms strijken, mijn missie is: als ze het huis uitgaan moeten ze volledig zelfstandig zijn en hoe vroeger hoe liever.
6) In overleg
Voor hier reacties komen van “en uw vent?”. Ja die helpt ook. Sommige periodes gaat dit automatisch, zo loopt dit heel vlot tijdens de periodes dat we allebei alleen maar gaan werken. Maar sommige periode zijn hectisch doordat hij nog verder studeert en stages loopt. Met zijn bijberoep probeert hij ook een centje bij te dragen aan de Fun-pot van ons gezin.
Maar we gaan in overleg, drukke periodes met schoolwerk voor hem worden ingecalculeerd en dan weet ik dat ik meer op mijn schouders moet nemen voor enkele weken (zoals deze periode). Ze worden ook afgewisseld met rustigere periodes waarin ik weer op hem kan leunen om taken op te nemen. Zolang we overeenkomen, en ja, die zware periodes die wegen wel op mij, dat ga ik zeker niet ontkennen. Ik ben eigenlijk the worst housewife ever en moest ik het geld hebben om dat allemaal uit te besteden dan zou ik dat direct doen. Dan liet ik elke dag gezond eten leveren en werd mijn was door kabouters gedaan.
om het met een foto te tonen….koken en ik….hmmm
7) Keuzes maken
We kiezen er allebei voor om minder uren te werken. Twee jobs in de zorg combineren dwingt ons hier ook ergens toe omdat flexibele uurroosters nu niet bepaald gezinsvriendelijke uurroosters zijn. Dus kiezen we voor minder inkomsten maar meer ruimte. Dat zijn twee dingen die zichzelf wat opheffen. Ik heb iets meer uren over om in te staan voor mijn gezin en tegelijkertijd maak ik ook geen gebruik meer van poetshulp en probeer ik budgetvriendelijk te leven. Dat betekent: zelf koken en bewust omgaan met het boodschappenbudget. Ik weet dat ik veel meer zou verdienen als ik fulltime zou werken maar ik wil het niet meer. Als mijn husbando binnenkort afstudeert kan hij eventueel ook weer meer uren werken maar we overwegen om dat niet te doen om de kwaliteit van ons huidige leven te bewaren. Die kwaliteit vinden we momenteel niet in een hoger loon maar in gezinstijd samen. Misschien verandert dat in de toekomst als onze kinderen verder studeren. Als ik één iets geleerd heb de voorbije jaren dan is het dat alles altijd goed komt.
En verder?
Ik vergelijk niet. Soms vraag ik me wel eens af “hoe anderen dat doen” financieel. Maar ik besef ook wel dat elk zijn eigen leven heeft en dat ik me daar eigenlijk niets van moet aantrekken. Ik weet hoe het bij ons is, hoe wij ervoor staan en ik besef dat wij het goed hebben met ons leven en de keuzes die we nu gemaakt hebben. We hebben (afgezien van ons huis uiteraard) geen torenhoge schuldenlast, we leven het leven zoals het komt en onze kinderen zijn blakend gezond. We nemen genoegen met minder en we werken voor elke frank die we uitgeven.
Ik luister weer naar podcasts. Ik heb mezelf een tijdje niet meer gevoed met nieuwe informatie omdat ik teveel prikkels binnenkreeg. Tijdens wandelingen moest ik vooral mijn gedachten kunnen laten waaien maar nu is er weer ruimte in mijn hersenpan. Ik luister nu graag naar Studio Of Life en naar “Wat je nog niet wist over…” een podcast van de CM. Vooral de aflevering met Ben Segers waarin hij het heeft over zijn bipolaire stemmingsstoornis (in de volksmond: manisch-depressief zijn) vond ik heel leerrijk.
Gedegouteerd
Toen ik vorige week één van mijn dagelijkse wandelingen deed werd ik lastig gevallen door twee vieze mannen in een auto. Ze kwamen traag naast me rijden en spraken me aan door het open raam. “Dat ze stoppen bij elke vrouw die ze tegenkomen om te kijken of het mooie zijn” en “dat ik de test had doorstaan”. Twee Onslow-types die niets beter te doen hadden dan vrouwen op stang te jagen. Ze gaven niet op nadat ik “geen interesse” en “rij maar door” had geroepen. Na nog enkele uitnodigingen om in te stappen en extra veel vrouwonvriendelijke praat ben ik uiteindelijk de omgekeerde richting beginnen uitwandelen zodat ik hun nummerplaat kon noteren waarop ze gas gaven en wegreden. Resultaat: wat een ontspannende wandeling moest zijn resulteerde in een opgejaagde boze wandeling waarbij ik verschillende keren over mijn schouder keek om te zien of ze niet terugkwamen. Het heeft me echter niet tegengehouden om de volgende dag weer op pad te gaan. Degoutant als mannen het zo nodig vinden om vrouwen als lustobjecten te gaan bestempelen en hen daar dan nog eens onbeschaamd mee lastig gaan vallen.
Gemist
Mijn husbando ging een weekend weg met zijn vader en zijn broer. Ik ben het wel gewoon om veel alleen thuis te zijn en in onze relatie vind ik het belangrijk dat we ook dingen zonder elkaar doen. Wat ik niet verwacht had was dat ik hem echt ging missen. Ok, als ik die zin herlees klinkt dat inderdaad wel heel bot, maar ik ben een heel zelfstandig persoon en ik kan ook heel goed alleen zijn. Het leven is natuurlijk veel leuker met twee maar ik vind het niet erg om eens een weekendje op mezelf te zijn. Maar het voelde wel vreemd aan om hem de zaterdag overdag niet in huis te voelen en om ’s avonds alleen alle lichten te doven en te zorgen dat ik de chauffage niet vergat (want uiteraard heb ik die volle bak gezet, iets wat ik van hem anders niet mag doen ;-), ik moet toch ergens compenseren).
Gefeest
Er komen weer feestjes op gang. Mijn metekindje deed zijn communie en we gingen ook streekbiertjes drinken om de kassa van de chiro te sponsoren. Ik heb zelfs twee ochtenden uitgeslapen. Tot 8u zeg. Het gaat helemaal de verkeerde kant op met mij 😉
Geweend
Tjah. Geweend ja, dat is nu ook weer niet iets wat ik heel veel doe maar de laatste tijd valt het wel eens voor. Vooral in deze hectische periode waarin mijn echtgenoot zijn werk op geriatrie combineert met zijn stage op het operatiekwartier en de vele opdrachten die daarbij komen. Ik weet dat het hevige periodes zijn en dat er een einde aan zit te komen maar soms is het gewoonweg ook lastig en dat moet ik niet altijd willen banaliseren. En bleiten lucht op. Altijd.
Geschreven
Ik geraak niet in een schrijfflow. Al moet ik dat natuurlijk ook weer nuanceren want ik heb deze week nog een stuk geschreven op Minimaliese. Maar mijn schrijfdrang staat op een lager pitje. Ik blijf wel veel lezen en momenteel lees ik een superinteressant doch keihard boek over traumaverwerking.
Geminimaliseerd
De keuken van mijn vriendin Ime en ik moet zeggen: het voelde goed. Ik doe dat echt graag zo eens een ruimte aanpakken. Het gevoel van orde in chaos scheppen, dat geeft mij rust. En zeker als haar echtgenoot er een glaasje cava bij serveert en een goei muziekske oplegt en niet Foo Fighters zoals hij plagend voorstelde (jawel, ik ben de enige persoon op deze planeet die niet van Foo Fighters houdt). Het was nu niet dat haar keuken een nest was maar er stond dubbel en dus soms onnodig gerief in. Hoe we het aanpakten kun je op Minimaliese lezen.
Ken je nog dat gevoel van toen je als kleuter op de draaimolen zat en het moment van de truzzel is aangebroken? De eigenaar liet de truzzel (of de floesh of hoe noem je dat ding in godsnaam als je niet in de Westhoek woont?) over die kleurrijke autootjes en wiebelende bugs bunny’s wapperen en wie hem kon pakken won een een extra ritje op de carrousel. Is er als kleuter een beter gevoel dan die truzzel pakken? Dat kwam vlotjes los van die bal en dan supercontent zwaaien met dat ding! Zalig om op terug te denken. Zo’n rush van contentement dat dat gaf!
Het schrijven vlot niet zo de laatste weken. Misschien maak ik er ook te weinig tijd voor. Soms noteer ik kleine ideetjes in mijn bullet journal maar ze komen nooit tot een echte tekst. Het maakt ook niet uit eigenlijk, hier moet geen perfecte woordenmassa komen. Deze woordenhoop is van mij en ik morrel erin wanneer ik tijd en goesting heb. Ik vind misschien de juiste pookstok niet dezer dagen. Het koteren in woordenhopen gaat altijd beter met de juiste stok. Misschien loopt het schrijven wel wat samen met de rest. Vorige week was er één van gigantisch slecht slapen en ik bouwde tegen het weekend een enorm slaaptekort op. Tegelijk was ik heel energetisch na een podcastopname. Eéntje die iets minder in het rijtje thuishoort maar wel mijn ding blijft. Van opnames krijg ik altijd een enorme rush aan energie. Een beetje zoals de truzzel pakken. Dus het was met ups en downs en de nasleep daarvan hangt wel nog in mijn kleren. Ik probeer elke dag te wandelen maar vandaag nodigt het niet uit om te vertrekken. Call me een regentrunte.
Dus vandaag is er ééntje van typen, backspace en lummelen. Eerder een treuzelgevoel dan een truzzelgevoel, maar dat kan ook wel eens hé.
In deze aflevering heb ik het met Robin over vriendschap in een moeilijke periode. Robin is herstellende van een burn-out en dat heeft zijn kijk op vriendschap wel wat veranderd. Er wordt ook gedreigd om mij uit het raam te gooien als ik een gevoelige voetbalsnaar raak en we lachen elkaar uit met onze dialecten. Nu te beluisteren via Spotify of als je op onderstaande link klikt.
Al van bij de start van de podcast wou ik Robin uitnodigen om deel te nemen in de groep van onbekende gasten. Ik sprak hem al vlug aan over het project en hij zei meteen “ja”. Daarna zijn we blijven communiceren en ondertussen is er door deze samenwerking een vriendschap ontstaan. Dus No Questions Asked gaat niet alleen over vriendschap, het podcastproject leverde mij ook een fijne vriendschap op.
Mijn wagen moest voor de tweede keer naar de garage, ondertussen kwam mijn sister from another mister Ann-Sophie me oppikken om te gaan wandelen in De Palingbeek. We kwetterden samen met de vogeltjes 8 km op onze stappentellers.
Bij terugkeer in de garage was ik minder enthousiast toen ik de factuur kreeg van iets wat “maar een groot half uurtje werk was”. En al zeker omdat ik nog een factuur van de week ervoor had liggen….
Maandag 20 september.
We werken de hele week omgekeerde shifts waardoor ik ’s morgens altijd alleen opsta en in de namiddag ga werken. Het enige toffe daaraan is: ’s morgens is de koffie reeds gemaakt en mijn liefje zet altijd netjes een tasje voor me klaar.
Maandag had ik een slechte voormiddag waarin ik de nasleep van de zondagochtend nog voelde nazinderen. Ouderschapstwijfels staken zondag ineens weer de kop op en het was moeilijk om me eruit los te maken. Een goed gesprek met mijn husbando en een klein potje bleiten deed al veel.
Zondag 19 september.
Zondagvoormiddag bracht ik de kinderen naar mijn ouders omdat we ’s middags een afspraak hadden. Ze waren al de hele voormiddag best goedgezind maar er was toch iets wat me triggerde om een spiraal aan irrationele gedachten in gang te zetten. Dat ik in het verleden al in bepaalde periodes lang over mijn ouderschap heb getwijfeld is geen geheim. Het is de rol waar ik nog altijd het meeste mee worstel. Tegelijk besef ik maar al te goed dat ik een goeie moeder ben. Ik voel me dan ook heel dankbaar dat ik die zaken ook gewoon kan uitspreken tegen mijn echtgenoot en dat hij me daar geen seconde voor veroordeelt.
Over de middag werden we uitgenodigd bij Steven en Kelly voor een lunch. Daarna trokken we naar Het Kamp Vloethemveld waar we wandelden met een gids door het domein waar krijgsgevangen ooit hun lange dagen spendeerden. De middag was leerrijk en het gezelschap was top!
Zaterdag 18 september.
Op zaterdag ging ik met de jongens naar de bibliotheek en de spel-o-theek. Ik probeer te vermijden dat ze spelletjes lenen in de spel-o-theek omdat de uitleentermijn niet kan verlengd worden. Daardoor moet ik regelmatig schoffelen met dat speelgoed om het tijdig terug te brengen. Dus ik was streng maar rechtvaardig: enkel binnenbrengen. In de bib mogen ze wel lenen wat ze willen omdat de openingstijden veel ruimer zijn. Zelf ging ik buiten met twee gereserveerde items. Ik zit weer met een stapeltje boeken die ik allemaal wil exploreren maar uiteraard niet evident om dat allemaal te lezen. Ik zie wel….
Vrijdag 17 september.
Vrijdag werd ik op de keuring verwacht na mijn ochtendshift. Ik was er redelijk gerust in aangezien de wagen netjes op onderhoud was gegaan. Sinds corona mag je dus niet meer binnen wachten bij de keuring en sta je gezellig allemaal samen te wachten buiten aan het loket. Iedereen rookt en/of zit op zijn gsm te turen. Toen de mecanicien buitenreed zei hij vrolijk: “Het is goed hoor, je mag hem parkeren”. Waardoor ik happy en luchtig naar het loket liep om daar een rode kaart in ontvangst te nemen: bummer!! Ik had dus begrepen onder “Het is goed” dat het dus goed was. Maar kijk, neen, mijn lichten waren niet goed afgeregeld en ik moest binnen de twee weken een herkeuring laten uitvoeren. Ik kwam redelijk gefrustreerd aan in mijn garage (waar ik de factuur van het onderhoud nog niet van verteerd had). Ik kon een nieuwe afspraak maken om die lampen te laten regelen en bij thuiskomst een nieuwe keuring inplannen. Een auto, daar kruipt eigenlijk tijd en geld in zeg. En je gebruikt hem, om te gaan werken, om je naft en je verzekering te kunnen betalen. Koekoek eigenlijk hé.
Donderdag 16 september.
Donderdag stond een lange ochtendshift op het programma. Na 17u kon ik gelukkig nog een korte avondwandeling maken om mijn gedachten wat te verstrooien. Ik kwam drie keer iemand tegen die ik kende op een toertje van 3km. De gesprekken die ik voerde bleken toch veel dieper te gaan dan ik meestal doe tijdens onverwachte ontmoetingen. Ik genoot er wel van, maar tegelijk had ik ook nood aan ontprikkelen na het werk. Zeker na een teamvergadering zit mijn hoofd meestal tjokvol.
Woensdag 15 september.
Woensdag was mijn vrije dag. In de voormiddag had ik met een vriendin afgesproken voor een boswandeling en een babbel. Het was een diepe walk en talk waarbij ik een inkijk kreeg in bepaalde zaken die spelen bij haar. Ik vind het dan ook geweldig dat mensen hun verhaal vertellen tegen mij en dat ik mag meewandelen in hun gedachtenkronkels.
In de namiddag ging Pieter met Linus naar de tandarts, na een valpartij op school was hij een melktandje verloren maar om gedekt te zijn bij latere complicaties bij de “echte” tanden (hoe noem je dat eigenlijk?) kon ik alle chance direct bij mijn tandarts terecht. Gelukkig was de papierrompslomp van de verzekering best vlot afgehandeld en deed niemand er moeilijk over op school.
Dinsdag 14 september.
Dinsdagvoormiddag zat ik bij de garage voor het onderhoud van mijn wagen. Ahja, want er stond ook een keuring op het programma in die week dus dat kwam goed uit. Ik ging eerst een grote wandeling maken en sloeg daarna in de wachtruimte mijn laptop open om een blogpost te schrijven. Twee nieuwe banden en een groot onderhoud later was ik best pissed toen ik de factuur zag. Ik kan moeilijk overweg met de kosten die altijd maar doorgerekend worden. Ook al ben ik voorzien op dat onderhoud, die kosten liggen ALTIJD hoger dan ik in gedachten had en deze keer was het niet anders.
’s Middags had ik op het werk nog een grappig gesprek met een collega. Toen ik vertelde dat ik niet hou van drinken uit tassen met een gekleurde binnenkant lachte ze me uit. Het klinkt absurd inderdaad, maar ik vind zo’n tassen echt niet fijn. De binnenkant van mijn koffiemok moet wit zijn van mij, de buitenkant maakt niet uit. Als ik dan toch uit een donkere tas moet drinken dan smaakt mijn koffie minder goed. Call me weird. (I like that!)
De voorbije week was er dus één van veel werken, elke dag wandelen en grote autofrustraties.
In deze aflevering ga ik in gesprek met een vriend noch vreemde al denkt Roderik daar anders over. We spreken over hoe Roderik tevreden is met het feit dat hij altijd alleen werkt en hoe hij op die manier vele uren met zichzelf en de personages van zijn boeken doorbrengt. Er wordt ook gesproken over de pijn na de dood van zijn collega en vriend Thomas Blondeau. Hij vertelt waarom hij soms achterdochtig is bij nieuwe contacten en we komen ook tot de conclusie dat we gelijk in het leven staan als iemand ons iets aandoet en hoe we daar mee om gaan.