Of misschien wel “we are the champignons, my friend!”
Champignons, ik weet het zo niet met die dingen. Omdat ik dit weekend twee receptjes met champignons had kocht ik zaterdag een bakje van 500 gram. Naar het schijnt mag je die niet wassen met water maar moet je het vuil er af wrijven. Ik weet nooit of mijn champignon nu eigenlijk proper genoeg is of niet, maar ik volg de voorschriften en wrijf ze mooi af met een keukenpapiertje. Soms vraag ik me ook wel eens af of dat wel mag, als ze zo al zwart zijn aan de binnenkant. Ik gooi ze alsnog in de pot. Het komt er eigenlijk op neer dat ik helemaal niets afweet van die schimmels. Ik kies er ook niet bewust voor, als ze in het recept staan dan ga ik ze erbij doen, maar ik doe ze bijvoorbeeld niet in mijn spaghettisaus (zowat het enige dat ik zonder recept maak). Als er geen champs nodig zijn, dan komen ze niet binnen. Toch smaak ik wel dat ze -in de vol-au-vent die ik gisteren maakte – echt wel lekker doorsmaken. En nodig zijn. Volgens Wikipedia worden ze gekweekt in een voedingsbodem van paardenmest en kuikenmest. Misschien laten ze aan die kuikens het geluid horen van champignons die worden gebakken in olijfolie. Dat maakt zo’n specifiek geluid “wiewiewiewie“, precies kuikens in het nauw gedreven. En zo bekomen ze extra kuikenmest? Wat dan weer voor extra grote champignons zorgt? En zo is de ketting rond…Er is een bioloog aan mij verloren gegaan. Ik voel het.



















