Page 86 of 117

It’s surprising, how inspiring it is to see you shining

“Ik denk niet dat ik ooit nog zo’n goeie man zal vinden als die van mij” zei de mevrouw die naast me zat bij de kapster.  “Ik denk ik ook niet” antwoordde ik meteen.  De complimenten vliegen hier nooit in het rond, er wordt nooit gedweept met liefdesverklaringen maar ik meen het wel als ik zo’n dingen tegen vreemden zeg.  Ieder gezin heeft zijn scherpe kantjes en er zijn overal wel eens strubbelingen, maar ik kan me hier gelukkig in prijzen, we maken weinig ruzie.  Als het al eens knettert dan is het ook gauw vergeten en vergeven.  Ik ben het afgeleerd om energie te steken in kwaadheid.  En ja, het gebeurt dat hij niet hoort wat ik zeg, maar hoor ik het altijd?  Zo’n kleine dingen zijn het noemen eigenlijk niet waard.  Als ik zie/hoor hoe het er bij sommige andere mensen aan toe gaat mag ik in mijn twee handjes samenleggen.  Mijn echtgenoot is lief, zorgzaam, knap en een geweldige vader voor onze zoon.  Ik hoef me geen zorgen te maken als ik in het weekend moet werken, of als ik met vriendinnen op stap ga.  Die twee redden zich best zonder mama.  “De mannen” noem ik ze.  Dan kom ik thuis en dan vind ik die twee rugrats onder de dekens verstopt “shhtt” “shhht” “hihihih” gaat dat dan.  Tot hun gezichten ineens tevoorschijn komen en die kleine de slappe lach heeft.  Onze relatie lijkt steeds standvastiger te worden.  Zo kan hij het tijdens gesprekken met andere mensen duidelijk merken als ik mijn mening voor mezelf houd of er een totaal andere mening op na hou dan de gesprekspartners.  Wanneer ik me moet inhouden van lachen kijkt hij me met opzet niet aan omdat hij weet dat het dan om zeep is.  Weten wat de ander denkt en voelt, is dat niet het puurste van een relatie.  Waar je naar streeft?  En hey, we zijn nog maar 8 jaar ver.  Wat komt er nog op ons pad?

Papierslag

Twee uren ben ik zonet bezig geweest met het sorteren van mijn papierhandel.  Er staat zo’n dumpmandje in onze bureau annex kinderkamer waar de betaalde facturen, garantiepapieren van toestellen, belangrijke informatiebrieven in terecht komen.  Betaald?  Dump away!  Het moment dat je bij het dumpen merkt dat de hele stapel begint te glijden is het echt tijd om te sorteren.  Met de perforator in de aanslag.  Ik ben er al ferm in verbeterd. Wat zeg ik, verbeterd!? Ik ben een sorteenqueen ik!  Vroeger had ik niet eens mappen waarin ik kon sorteren.  Nu heb ik per jaar een “classeur” met zelfs tussenschotten per thema.  Stiekem geef ik ook de thema’s een tussenschotkleurtje dat bij hen past.  Zo is Telenet geel en Axa blauw. Dat ik dringend een leven moet krijgen, ik weet het.  Oh en is er een nieuwe hype in nietjesmachineland?  Ik kreeg nu reeds enkele keren een bundel papieren die linksonder samen werd geniet.  Is dat nu totally it dezer dagen op kantoren? Komt de kantoorchef dan met zijn lepel tegen zijn koffietas tikkend roepen “Mensen, vanaf nu nieten we bundels onderaan links, dat staat veel gesofisticeerder!”

wpid-DSC_0913.jpg

Linksonder is de nietjeshype voor 2014 mensen.  Echt doen.

Het feit dat ik tijd kan maken om papierhandel te sorteren wil zeggen dat ik mee ben met alle andere dingen die dringend moesten gebeuren.  Zoals de outfits voor de huwelijksfeesten op 7 en 22 februari.  Die zijn zo goed als aangeschaft. (halleluja!)  Mèt behulp van de winkeljuffrouw in Steps.  Bij McGregor gingen we kijken voor de wederhelft.  Daar waren ze precies minder behulpzaam.  Toen mijn lief naar een geschikte das vroeg voor bij het hemd van zijn keuze zei de mevrouw “ah, daar hé, in het dassenrek”.  Ahja juuste…

Er was ook even poetsstress.  (echt, een leven, nu astublieft!).  De isolatiemannen waren op woensdag klaar maar door mijn werkuren had ik geen tijd gehad om de boel op de kuisen.  Dus zaterdag begon ik de stoflaag die over ons HELE huis lag weg te nemen.  Echt, ik had dweils tekort om ons huis proper te krijgen.  Het was erover.  Ik heb nooit dweils tekort, zoveel poets ik namelijk niet.

Het waken bij meme neemt ook nu en dan een voormiddag in beslag.  Maar aan de andere kant, dan neem ik echt eens tijd om te lezen.  Zo las ik in één week “Zomerhuis met zwembad” uit van Herman Koch.  Een aanrader.  Ik ben nu eindelijk begonnen aan “Nachtfilm” van Marisha Pessl.  Ik heb nogal de neiging om de tips van mijn broer te volgen bij het spenderen van mijn boekenbonnen.  Tot nu toe had hij gelijk, het leest als een trein.  Alleen jammer dat het boek weer te zwaar is om langdurig in bed te lezen.  Daar moeten boekenmakers echt eens over gaan nadenken.  En neen, ik hou niet van schermlezen, dus geen kindle voor mij.

wpid-DSC_0914.jpg

En wat valt de zon hier heerlijk binnen vandaag. 

Schatten op zolder.

Ons dak werd de voorbije week geïsoleerd.  We praatten er al een tijdje over, het temperatuurverschil boven was dan ook niet te ontkennen.  Onze grootste zorg was de zolder leegkrijgen.  Die stond namelijk nog bomvol met verhuisdozen en allerhande “materiaal dat nog eens moest gesorteerd worden”.  Right.  Het zit veilig weg als je het niet ziet.  Maar isoman kwam deze week dus deden we twee zaterdagen geleden van legezolderdag.  Ik was de nummer 1 roefelaar die dag.  Pieter bracht de dozen, ik opende ze en sorteerde: kringwinkel, containerpark of herstockeren.  Menig theelichthoudertje, nutteloze boeken, cache-pots werden afgeschreven.  Een ander kan er zijn living mee opfleuren.  De rest werd mooi verdeeld per doos.  De tweede roefelzaterdag diende als afwerking.  Er was namelijk nog een zijzoldertje “waar er nog een beetje gerief van de vorige eigenaar stond”.  Dat fameuze zijzoldertje vond ik altijd zo creepy dat ik er nog nooit in had gekeken.  De gedachte aan het vinden van een dode muis, of erger: een rat, schrikte mij altijd af.  Het huis stond twee jaar leeg alvorens wij beneden het binnenwerk er volledig uithaalden.  Maar de tijd van negeren was voorbij.  De zolder moest leeg want Isoman moest plaats hebben om te werken.  “Een beetje gerief van de vorige eigenaar” was een understatement.  Hij kende blijkbaar het werkwoord “roefelen” niet toen hij hier woonde.  Lege bloempotten, stenen onderschalen, een milieubox, een po (ieuw!), plastic bloempotjes, kookpotten, kartonnen dozen, afval.  Godver zeg.  Een extra rit naar het containerpark was nodig.  Maar ook dit:

wpid-DSC_0909.jpg

Ping ping ping mijn schatten-op-zolder-radar begon te piepen.  Oude munten!  Peter Van Asbroeck, kom maar af hé, en breng maar uw loep mee, ik ga hier rijk worden!  Isolatieman is meteen betaald!  Het sigarendoosje waarin ze zitten is zo danig bestoft, het komt precies uit zo’n kindertoneel waarin een schat het onderwerp speelt.  Munten van het jaar 1922, ééntje is van 1905.  Of ze iets waard zijn, dat zal moeten blijken, maar voorlopig hou ik me vast aan de gedachte dat ik toch nog iets interessants gevonden heb in een ander zijn brol. 

“Goed voor 1 f” in het jaar 1922 moet dat een hele rijkdom geweest zijn.  Nu zijn we onze 1 centers liever kwijt dan rijk.

Windows l8 mij uit

Mijn laptop is stout.  Als ik mijn internet opstart doet hij dit:

“Deze webpagina is niet beschikbaar”.

Er is nochtans internet, ahja, ik zit erop op de andere laptop.  Hij wil zijn mening niet herzien.  Beschikbaar maken staat niet meer in zijn agenda sinds het voorbije weekend.

I call it kaka.  Ik kan mijn favorieten raadplegen maar als ik ze aanklik blijkt de pagina niet beschikbaar.  Ondertussen leg ik me erbij neer dat “de tank” misschien zijn laatste adem aan het uitblazen is want de laptop werkte de laatste tijd misschien wel vlugger, hij is met zijn 7 jaar misschien wel al een beetje oud (of is dat niet oud?  Ik heb daar eigenlijk geen verstand van jong, echt niet).  Maar in vergelijking met de laptop waar ik nu op werk -nagelnieuw en eigendom van de echtgenoot- is mijn laptop wèl vertrouwd.  Ik weet waar ik moet klikken om mijn favoriete blogs te vinden (jajaaa, ik heb favoriete blogs).  Op deze windows 8 dinges moet ik zoeken zoeken zoeken.  Waar mijn pagina’s nu weer staan, hoe ik extra tabbladen kan toevoegen, hoe ik überhaupt iets moet uitklikken (–> naar beneden slepen dus).  Al dat modern gedoe, ik krijg er grijs haar van (oh my god, deed ik zonet een moeder-uitspraak?!).  Tegelijkertijd typt hij wel geweldig zalig, takketakketak.  En er is een aparte numpad.  (numpad? is dat eigenlijk wel een woord?).

Soit.  Na een nachtdienstwerkweekend ben ik precies een beetje uitgeteld.  Vrijdag lachte mijn zoon een stuk van zijn tand bloot waardoor we nog holderdebolder naar de tandarts mochten sjezen om dat te laten nakijken.  Ok, het is een melktandje, maar toch, een stuk uit een voorste tandje valt toch wel op en ik wou het zekere voor het onzekere nemen.  De tandarts veilde het scherpe randje er vanaf en voor de komende vier (?) jaar loopt hij dus met een iets minder aantrekkelijke voorgevel rond.  Het kon erger.  Hij kon ook nog getoucheerd zijn in zijn gezicht.  Of wacht.  Hij was eerder in de week al thuisgekomen met een serieuze buil, dus dat was ook al gearrangeerd.  Een kind van zijn moeder.  Lomp en blauw.

Er ontstond vorige week ook een lichte paniek in mijn gedachtegang.  Een onrust zeg maar.  De onrust die veroorzaakt wordt door het feit dat mijn broer trouwt.  Binnen ongeveer twee weken.  En ik heb nog niets om aan te trekken.  Ik voel dat eventueel meelezende mannen met hun ogen aan het rollen zijn. Ja rol maar, maar twee weken is echt niet meer lang om iets te vinden.  (ondertussen doet windows 8 iets waardoor ik een heel deel van mijn tekst kwijt bent.  Of laat ons eerlijk zijn, ik doe iets en windows 8 reageert door alle schermen te sluiten.  Zo gaat het niet lukken hé om overeen te komen!  Een beetje compassie met een nitwit is hier wel op zijn plaats.  Kak)  Ik ging tijdens gestolen uren wel al een paar winkels binnen voor ik ging gaan werken.  In één winkel vond ik wel een leuk kleedje maar ik wou nog even afwachten op misschien iets beter.  De winkeldame was wel helemaal de max.  Het klikte meteen tussen ons.  Ze voelde instinctief aan dat ik er wel goed tegen kan als iemand zegt “dat staat je niet” “daar toon je te dik in” of “het is mooi maar ik denk dat je mooier kan zijn”.  Als de onrust ontstaat begin ik meer op de winkeldame te vertrouwen.  Misschien moet ik me maar eens volledig Jani-stijl overgeven aan een winkeldame.  “Kleed mij, in een kleedje, niet te speels, niet te serieus, wedding-worthy en niet te oud.”  En uiteraard.  Ik moet er slank uitzien.  Dat willen we namelijk allemaal, er slank uitzien.  Verdoezel de laagjes zo goed als je kan!  Dan kan ik het gewoon op de winkeldame steken als niemand mij complimenteert met mijn outfit. (of het aandurft om te vragen “voor wanneer ist?”)

The silence of the chicks

Met alle marbelperikelen de laatste weken zouden we haast vergeten dat we nog kippen hebben ook.  Ik besloot gisteren de restjes van ons oud brood te geven net voor ik naar Pieter De Osteopaat ging vertrekken.  Ik praat altijd tegen mijn kippen, ze zijn ook altijd tevreden om mij te zien.  Niet te verwonderen, ik ben de brenger van Het Eten.

“Hier chickie chickies!” (ik hoop altijd stiekem dat niemand me hoort als ik dat roep) Geen movement “Chickies, chickie chickies!” Ineens zag ik hem liggen in het kippenplein.  Geoffrey de zwarte kip.  Verkrampt en levenloos.  Zijn houding schreeuwde “vermoord!!!”. Damn, waar zijn de andere twee.  Het bleef akelig stil in het kippenhok.  Normaal hoor ik kippenpootjes trappelen of komt er op zijn minst een kippenkop uit het luikje kijken. Ik begon de drie stappen om het hok te openen.  De deur van het tuinhuis open, de deur van het kippenhok openen, mijn hoofd binnen steken. . . ik vreesde het ergste.  En terecht. . .

Een slagveld.

Diva en Scofield werden ook op een gruwelijke manier vermoord.  Ik zag alleen lijfjes, geen koppen.

Vliegensvlug sloot ik de deuren, liep naar ons huis en sloot de achterdeur met de sleutel.  Alsof de belager mij ook nog zou attaqueren.  Mijn hartslag deed overuren en het zweet stond op mijn rug.  Dat beeld van die drie kippen bleef voor mijn ogen, weerloos afgeslacht.  Mijn drie chickie chickies.

Wonend nabij een nertsenkweker was de conclusie vlug getrokken.  Men had mij al gewaarschuwd, als zo’n nerts uitbreekt dan zijn je kippen eraan voor de moeite. Mijn lief lief kreeg de heldenstatus meteen terug toen hij dapper onze sneeuwschop (pas aangeschaft) ter hand nam en de karkassen in een grote doos deponeerde.  Hij besprak het probleem met de kweker, die stelde fair een vergoeding voor. Maar Diva, Scofield en Geoffrey zijn niet meer.

Even later huppelde de nerts voorbij onze porte-fenêtre. Als je ziet hoe fluffy en cutie zo’n diertje is weet je meteen vanwaar de uitspraak “een wolf in een schapenvacht” komt.  Voorlopig geen kippen meer voor ons.  De jacht op de verloren nerts is vanaf nu geopend!

PLOG

Via Lilith leerde ik de blog van 10e kennen.  Beide dames houden deze week een PLOG, PhotoLOG.  Leek me leuk om het eens te doen.  Ik koos er wel een “bewogen” dagje uit bij nader inzien.

wpid-DSC_0823.jpg wpid-DSC_0833.jpg

 

 

 

 

 

 

 

 

Zondag 6:00: De dag wordt gestart met het sterken van de innerlijke mens.  Zowel voor ons als voor Marbel de poes.  De tekenvrije poes trouwens, ik liet een aantal vieze vuile teken uit haar haar verwijderen, er moesten hierbij letterlijk handschoentjes aangetrokken worden.

wpid-DSC_0841.jpg wpid-DSC_0842.jpg

In de spiegel zie ik er ’s morgens zo uit.  Tijdens het eerste koffiemomentje krijg ik al meteen “In een klein stationnetje” te horen door de babyfoon.

wpid-DSC_0850.jpg wpid-DSC_0851.jpg

“Goeiemorgen engel van mijn hart” is één van mijn favoriete begroetingen als ik de kamer binnenkom.  Even later wordt er “stuutje met choco” gescandeerd.  De pot is echter minder enthousiast.  Reden te meer om een verse pot choco te openen.  Oh wacht, dat was blijkbaar eerder deze week al gebeurd!  Tsss daddy is a cheater!

wpid-DSC_0857.jpg wpid-DSC_0858.jpg

Op zondagochtend lezen wij “de boekskes” in onze peignoir.  Mijn favoriete onderdeel in Flair is “vraag het aan Marcel”.  Hij zegt het zoals hij het denkt en zoals vrouwen het nodig eens moeten te horen krijgen.  Nu nog werken aan die baard Marcel.  Echt aan werken.

wpid-DSC_0865.jpg wpid-DSC_0870.jpg

09:15h: Als de peignoirtijd voorbij is wordt ons gebroed gewassen.  Het stonk.  Na die belediging versloeg hij ons twee keer met domino.

wpid-DSC_0872.jpg wpid-DSC_0874.jpg

We vertrekken rond iets voor 11:00h naar mijn schoonouders.  Aan de juiste snelheid zoals je kunt zien.  Daar neem ik nog meer tijd om de boekjes te lezen.  Er stond een interview met een stuk jeugdnostalgie in te lezen.  Ik las het niet maar was wel blij om de geweldige foto.  Na het heerlijke middagmaal en de middagdutjes was het al vlug 16:00u, tijd om te vertrekken, om 18:00h werd ik bij meme verwacht om er de nacht te gaan doorbrengen.

wpid-DSC_0879.jpg

18:00h: God ziet mij.  Ik hou me in om niet te vloeken.

wpid-DSC_0882.jpgwpid-DSC_0894.jpg

20:00h: meme slaapt, ik waak.  Samen met Herman Koch.  En Maria.

wpid-DSC_0886.jpgwpid-DSC_0887.jpg

22:00h: ik ga slapen.  In de bloemetjeskamer met de bloemetjesdekens.  Herman slaapt op het nachttafeltje.

wpid-DSC_0888.jpg

00:16h: we (we zijn met twee, tante slaapt beneden) stonden reeds 4 keer op om meme te helpen bij het toilet.

wpid-DSC_0889.jpg

02:49h: ik placeer me bij meme aan bed en soes een beetje weg in de zetel op het ritme van haar ademhaling.  Als die stopt schiet ik meteen recht om te kijken.  Dan begint ze direct terug te ademen.  Ik ben op slag klaarwakker.

wpid-DSC_0890.jpg

04:12h: ik ga terug naar bed, meme slaapt rustig.  Ik val meteen in slaap.

wpid-DSC_0891.jpg

05:14h: tante roept dat meme terug naar het toilet moet.  Ik schrik wakker.  Herman verroert geen vin.

wpid-DSC_0892.jpg wpid-DSC_0893.jpg

Ik blijf wakker omdat mijn wekker sowieso op 6u staat ingesteld.  Er is verse koffie in de keuken met de turquoise tegeltjes.  Alleen meme’s hebben zo’n keukens.  Niet alleen de koffiefilter bevat prut, mijn ogen kunnen er ook weg mee.

wpid-DSC_0897.jpg

06:15h: ik blijf nog even bij haar en vertrek daarna naar mijn schatten thuis.  Herman blijft ginder.

Pieter De Osteopaat is mijn nieuwe held

Na enkele weken heb ik er genoeg van.  Rond 5u word ik wakker en ik kan me niet meer bewegen zonder pijn in mijn onderrug.  Ik kan me niet meer draaien of ik kan op geen enkele manier blijven stilliggen zonder stilletjes om mijn moeder te kreunen.  Eens ik opsta (in feite: oprol, want ik kan niet meer normaal uit mijn bed stappen, precies weer 9 maand zwanger) trekt de pijn na een half uurtje weg en is er niets meer aan de hand.  Het is al zover gekomen dat ik nu al twee weken dagelijks voor 6u ofwel brood heb gemaakt , de afwasmachine geledigd heb of zelfs wasjes heb gedraaid.  Nogmaals: meer van dat! zou je roepen.  Maar ik zou liever slapen, want de vermoeidheid begint door te wegen.  Ik ging enkele weken geleden ook naar de tandarts met kaakpijn ter hoogte van mijn oor.  Ze sprak van een getoucheerd kaakgewricht en stelde een superduur afbijtplaatje voor om ’s nachts te dragen om de druk op mijn kaakbeen te verlichten.  Een boksbeugel zeg maar.  Wreed sexy. “fhow fyou fdoing fhoney?”  Voorlopig hou ik de boot af, ik ga liever soldenshoppen met dat geld en zoveel tandpijn had ik nu ook weer niet.  Maar de rugklachten die steeds erger worden deden me terug stilstaan bij de pijnlijke kaak.  En boy was I right, oh so right!  “Kunt u eens vooroverbuigen?”  De compromitterende houdingen waren broodnodig om zijn vaststellingen te doen.  Hij voelde iets fout aan mijn bekken, en ging toen over tot “ga maar eens liggen”.  Pieter De Osteopaat speurde langs mijn hals naar een plekje, pijnigde mij door er keihard op te duwen “’t is hier waarschijnlijk, dat doet pijn vermoed ik?” Ik beet bijna zijn hand af als reactie.  Even later gaf hij een ruk aan mijn nek en de hele boel kraakte.  Er zat een schakel in mijn bekken vast doordat ik onbewust teveel mijn stoutekaakkant ontzie en zo teveel het andere deel van mijn lichaam belast wat dan weer de pijn aan mijn rug veroorzaakt.  Dus de tandpijn was ferm verminderd maar pijn kruipt blijkbaar toch elders als je denkt dat je het te snel af bent.  Enkele kraakbeurten met voldoende zweet en gekajiet (ik overdrive soms wel eens) later stond ik buiten.  Binnen twee sessies zou het euvel moeten verholpen zijn en kan ik hopelijk weer slapen als een roosje.  Want daar was ik zo goed in.  In slapen als roosjes.

I only feel gravity and I wonder why

Het is weer zo’n op-mezelf-dagje.  Ik doe wat ik anders doe maar ik ben er mentaal niet mee bezig.  Op zo’n dagen zou ik vergeten dat ik bepaalde dingen al verwezenlijkt heb omdat ze op automatische piloot gebeuren.  Ik trappel naar de badkamer om de wasmand en dan blijkt de was al in de machine te zitten.  Meer van die dagen! zou je kunnen enthousiast roepen.  We maken er een wekelijkse gewoonte van!  Het voelt niet alsof mijn hele hoofd volgestouwd zit met allerlei drukdrukdrukdingen, integendeel, het voelt alsof het leeg is gelopen.  Alsof de druk in mijn hersenen afgelaten werd als een ballon, pruttelend in een kinderhand.  Om de zoveel tijd vraagt mijn lijf zo’n dagje en de dag erop ben ik weer opgeladen, voor nieuwe ideeën, nieuwe gedachtekronkels en er is bovenal meer fysieke en mentale energie.

Het was deze week hartverwarmend hoeveel smsjes en telefoontjes ik kreeg van de mensen rond me om te vragen hoe het met Ilja op school was geweest of om hem succes te wensen ’s ochtends voor het vertrek.  Goed dus.  Er werd niet geweend, ook niet door mezelf -ruimte voor een schouderklopje-  Ik liep niet snotterend over de speelkoer, ogen ontwijkend, het ging wonderbaarlijk vlot.  Ook gisteren en vanmorgen ging hij graag naar de klas ook al is het voor hem een hele nieuwe omgeving.  Ik ervoer deze ochtend al hoe kort een woensdagvoormiddag is.  De school start om 8u45 en is om 11u30 al uit op woensdag.  Het is nog maar eens duidelijk dat ik zo’n dingen maar half weet.  Dat gaf me twee uur om bij meme te zijn deze ochtend.  Er wordt nu constant bij haar “gewaakt”, de hartslag vertraagt en haar lichaam is op.  Toch blijft ze eeuwig positief.  Een voorbeeld voor ons allemaal, zoals mijn nicht het zo mooi verwoordt.

Every end has a start

Ik weet het niet honderd procent zeker, maar ik kan het maar schrijven zoals ik het zelf ervaar.  Ik ben geen “mammie-mammie”.  Ik behoor niet tot de mamamaffia .  Misschien lezen er nu vriendinnen of schoonzussen mee die keihard tegen het scherm roepen “Maar jowel!  Jij bent wel een typisch mamatje”.  Ik zou het niet als een compliment aanvaarden want ik vind mamamama’s eigenlijk een beetje saai.  Dat wil daarom niet zeggen dat ik me geen mama voel.  Absoluut niet, vandaag voel ik me zelfs meer mama dan ooit.  Want het is morgen nationale bleitdag.  We namen voor de kerstvakantie afscheid van de crèche in Martha Steward-stijl uiteraard:

 december2013deel3 008 december2013deel3 004                           (haha, Martha zou het moeten horen dat ik dit Martha Steward-stijl noem, ze doet mij een proces aan)

Bedankt Hema voor de geweldig leuke attributen.  En merk op: de zelfgetekende bloemetjes/lolly’s/ik weet het eigenlijk zelf niet goed wat het is, ergens van een tekenfilm gekopieerd (verdikke, ik ben wèl een mamamama).  Een hoofdstuk afgesloten.

“Neenee, na de kerstvakantie maar”

Het leek altijd zo ver weg.  Zo veilig ver weg.  Mijn kind ging nog eventjes thuisblijven (of uiteraard naar de kinderopvang als ik moet werken).   Morgen is het gedaan (typte ze dramatisch).  Vanaf dan stapt hij in het schoolsysteem, we kunnen volmondig zeggen: hij is er klaar voor.  Hopelijk zijn zij ook klaar voor deze brok energie, de wervelwind, de liefde van mijn leven.  Er zijn uiteraard twijfels en onzekerheden.  Teveel om op te sommen.  Maar ook ik ben er sinds kort klaar voor.  Het heeft heel lang geduurd voor ik kon wennen aan de idee dat ik hem ging moeten loslaten in zo’n grote school, op die grote koer, gelukkig niet in een grote klas.  Het feit alleen al dat hij er zelf over begint te praten “naar schooltje gaan” “juffow jenana” (Johanna by the way) en zijn klasgenootjes kan opsommen, het stelt me gerust.

En met zo’n brooddoos kan het toch helemaal niet meer stuk?

wpid-DSC_0818.jpg

Off you go spaceboy!

Maaaaar die kat kwam weer. . .

Een telefoontje daarnet van mijn vriendin die in het “centrum” van de gemeente woont (wij wonen “op den buiten”, zo’n 2 km verder):

“Ik denk dat Marbel in onzen hof zit, ze gelijkt er alleszins goed op”

Ilja en ik stonden net op het punt om boodschappen te doen dus we sprongen direct in de auto en reden op aan haar woning.

En daar kwam ze afgelopen!  Recht in mijn armen!  De Marbelkat.  Zeven weken is ze weggeweest, ze zat dus de hele tijd in de buurt van waar ze is verdwenen.  En dat terwijl ik drie keer per week daar passeer tijdens het lopen.

wpid-DSC_0815.jpg

Ze is niet vermagerd, ziet er goed uit en blijft nu de hele tijd in de buurt van ons huis.  Sinds deze middag is het zicht op mijn achtertuin nu weer “inclusief kat”.

yeyyyy!

(en nu hopen dat ze niet terugloopt van waar ze komt, misschien kreeg ze van andere mensen wel heerlijke whiskas in plaats van everydaypotjes van de colruyt, damn you catnappers!)