It’s surprising, how inspiring it is to see you shining
“Ik denk niet dat ik ooit nog zo’n goeie man zal vinden als die van mij” zei de mevrouw die naast me zat bij de kapster. “Ik denk ik ook niet” antwoordde ik meteen. De complimenten vliegen hier nooit in het rond, er wordt nooit gedweept met liefdesverklaringen maar ik meen het wel als ik zo’n dingen tegen vreemden zeg. Ieder gezin heeft zijn scherpe kantjes en er zijn overal wel eens strubbelingen, maar ik kan me hier gelukkig in prijzen, we maken weinig ruzie. Als het al eens knettert dan is het ook gauw vergeten en vergeven. Ik ben het afgeleerd om energie te steken in kwaadheid. En ja, het gebeurt dat hij niet hoort wat ik zeg, maar hoor ik het altijd? Zo’n kleine dingen zijn het noemen eigenlijk niet waard. Als ik zie/hoor hoe het er bij sommige andere mensen aan toe gaat mag ik in mijn twee handjes samenleggen. Mijn echtgenoot is lief, zorgzaam, knap en een geweldige vader voor onze zoon. Ik hoef me geen zorgen te maken als ik in het weekend moet werken, of als ik met vriendinnen op stap ga. Die twee redden zich best zonder mama. “De mannen” noem ik ze. Dan kom ik thuis en dan vind ik die twee rugrats onder de dekens verstopt “shhtt” “shhht” “hihihih” gaat dat dan. Tot hun gezichten ineens tevoorschijn komen en die kleine de slappe lach heeft. Onze relatie lijkt steeds standvastiger te worden. Zo kan hij het tijdens gesprekken met andere mensen duidelijk merken als ik mijn mening voor mezelf houd of er een totaal andere mening op na hou dan de gesprekspartners. Wanneer ik me moet inhouden van lachen kijkt hij me met opzet niet aan omdat hij weet dat het dan om zeep is. Weten wat de ander denkt en voelt, is dat niet het puurste van een relatie. Waar je naar streeft? En hey, we zijn nog maar 8 jaar ver. Wat komt er nog op ons pad?






























