Page 86 of 117

Windows l8 mij uit

Mijn laptop is stout.  Als ik mijn internet opstart doet hij dit:

“Deze webpagina is niet beschikbaar”.

Er is nochtans internet, ahja, ik zit erop op de andere laptop.  Hij wil zijn mening niet herzien.  Beschikbaar maken staat niet meer in zijn agenda sinds het voorbije weekend.

I call it kaka.  Ik kan mijn favorieten raadplegen maar als ik ze aanklik blijkt de pagina niet beschikbaar.  Ondertussen leg ik me erbij neer dat “de tank” misschien zijn laatste adem aan het uitblazen is want de laptop werkte de laatste tijd misschien wel vlugger, hij is met zijn 7 jaar misschien wel al een beetje oud (of is dat niet oud?  Ik heb daar eigenlijk geen verstand van jong, echt niet).  Maar in vergelijking met de laptop waar ik nu op werk -nagelnieuw en eigendom van de echtgenoot- is mijn laptop wèl vertrouwd.  Ik weet waar ik moet klikken om mijn favoriete blogs te vinden (jajaaa, ik heb favoriete blogs).  Op deze windows 8 dinges moet ik zoeken zoeken zoeken.  Waar mijn pagina’s nu weer staan, hoe ik extra tabbladen kan toevoegen, hoe ik überhaupt iets moet uitklikken (–> naar beneden slepen dus).  Al dat modern gedoe, ik krijg er grijs haar van (oh my god, deed ik zonet een moeder-uitspraak?!).  Tegelijkertijd typt hij wel geweldig zalig, takketakketak.  En er is een aparte numpad.  (numpad? is dat eigenlijk wel een woord?).

Soit.  Na een nachtdienstwerkweekend ben ik precies een beetje uitgeteld.  Vrijdag lachte mijn zoon een stuk van zijn tand bloot waardoor we nog holderdebolder naar de tandarts mochten sjezen om dat te laten nakijken.  Ok, het is een melktandje, maar toch, een stuk uit een voorste tandje valt toch wel op en ik wou het zekere voor het onzekere nemen.  De tandarts veilde het scherpe randje er vanaf en voor de komende vier (?) jaar loopt hij dus met een iets minder aantrekkelijke voorgevel rond.  Het kon erger.  Hij kon ook nog getoucheerd zijn in zijn gezicht.  Of wacht.  Hij was eerder in de week al thuisgekomen met een serieuze buil, dus dat was ook al gearrangeerd.  Een kind van zijn moeder.  Lomp en blauw.

Er ontstond vorige week ook een lichte paniek in mijn gedachtegang.  Een onrust zeg maar.  De onrust die veroorzaakt wordt door het feit dat mijn broer trouwt.  Binnen ongeveer twee weken.  En ik heb nog niets om aan te trekken.  Ik voel dat eventueel meelezende mannen met hun ogen aan het rollen zijn. Ja rol maar, maar twee weken is echt niet meer lang om iets te vinden.  (ondertussen doet windows 8 iets waardoor ik een heel deel van mijn tekst kwijt bent.  Of laat ons eerlijk zijn, ik doe iets en windows 8 reageert door alle schermen te sluiten.  Zo gaat het niet lukken hé om overeen te komen!  Een beetje compassie met een nitwit is hier wel op zijn plaats.  Kak)  Ik ging tijdens gestolen uren wel al een paar winkels binnen voor ik ging gaan werken.  In één winkel vond ik wel een leuk kleedje maar ik wou nog even afwachten op misschien iets beter.  De winkeldame was wel helemaal de max.  Het klikte meteen tussen ons.  Ze voelde instinctief aan dat ik er wel goed tegen kan als iemand zegt “dat staat je niet” “daar toon je te dik in” of “het is mooi maar ik denk dat je mooier kan zijn”.  Als de onrust ontstaat begin ik meer op de winkeldame te vertrouwen.  Misschien moet ik me maar eens volledig Jani-stijl overgeven aan een winkeldame.  “Kleed mij, in een kleedje, niet te speels, niet te serieus, wedding-worthy en niet te oud.”  En uiteraard.  Ik moet er slank uitzien.  Dat willen we namelijk allemaal, er slank uitzien.  Verdoezel de laagjes zo goed als je kan!  Dan kan ik het gewoon op de winkeldame steken als niemand mij complimenteert met mijn outfit. (of het aandurft om te vragen “voor wanneer ist?”)

The silence of the chicks

Met alle marbelperikelen de laatste weken zouden we haast vergeten dat we nog kippen hebben ook.  Ik besloot gisteren de restjes van ons oud brood te geven net voor ik naar Pieter De Osteopaat ging vertrekken.  Ik praat altijd tegen mijn kippen, ze zijn ook altijd tevreden om mij te zien.  Niet te verwonderen, ik ben de brenger van Het Eten.

“Hier chickie chickies!” (ik hoop altijd stiekem dat niemand me hoort als ik dat roep) Geen movement “Chickies, chickie chickies!” Ineens zag ik hem liggen in het kippenplein.  Geoffrey de zwarte kip.  Verkrampt en levenloos.  Zijn houding schreeuwde “vermoord!!!”. Damn, waar zijn de andere twee.  Het bleef akelig stil in het kippenhok.  Normaal hoor ik kippenpootjes trappelen of komt er op zijn minst een kippenkop uit het luikje kijken. Ik begon de drie stappen om het hok te openen.  De deur van het tuinhuis open, de deur van het kippenhok openen, mijn hoofd binnen steken. . . ik vreesde het ergste.  En terecht. . .

Een slagveld.

Diva en Scofield werden ook op een gruwelijke manier vermoord.  Ik zag alleen lijfjes, geen koppen.

Vliegensvlug sloot ik de deuren, liep naar ons huis en sloot de achterdeur met de sleutel.  Alsof de belager mij ook nog zou attaqueren.  Mijn hartslag deed overuren en het zweet stond op mijn rug.  Dat beeld van die drie kippen bleef voor mijn ogen, weerloos afgeslacht.  Mijn drie chickie chickies.

Wonend nabij een nertsenkweker was de conclusie vlug getrokken.  Men had mij al gewaarschuwd, als zo’n nerts uitbreekt dan zijn je kippen eraan voor de moeite. Mijn lief lief kreeg de heldenstatus meteen terug toen hij dapper onze sneeuwschop (pas aangeschaft) ter hand nam en de karkassen in een grote doos deponeerde.  Hij besprak het probleem met de kweker, die stelde fair een vergoeding voor. Maar Diva, Scofield en Geoffrey zijn niet meer.

Even later huppelde de nerts voorbij onze porte-fenêtre. Als je ziet hoe fluffy en cutie zo’n diertje is weet je meteen vanwaar de uitspraak “een wolf in een schapenvacht” komt.  Voorlopig geen kippen meer voor ons.  De jacht op de verloren nerts is vanaf nu geopend!

PLOG

Via Lilith leerde ik de blog van 10e kennen.  Beide dames houden deze week een PLOG, PhotoLOG.  Leek me leuk om het eens te doen.  Ik koos er wel een “bewogen” dagje uit bij nader inzien.

wpid-DSC_0823.jpg wpid-DSC_0833.jpg

 

 

 

 

 

 

 

 

Zondag 6:00: De dag wordt gestart met het sterken van de innerlijke mens.  Zowel voor ons als voor Marbel de poes.  De tekenvrije poes trouwens, ik liet een aantal vieze vuile teken uit haar haar verwijderen, er moesten hierbij letterlijk handschoentjes aangetrokken worden.

wpid-DSC_0841.jpg wpid-DSC_0842.jpg

In de spiegel zie ik er ’s morgens zo uit.  Tijdens het eerste koffiemomentje krijg ik al meteen “In een klein stationnetje” te horen door de babyfoon.

wpid-DSC_0850.jpg wpid-DSC_0851.jpg

“Goeiemorgen engel van mijn hart” is één van mijn favoriete begroetingen als ik de kamer binnenkom.  Even later wordt er “stuutje met choco” gescandeerd.  De pot is echter minder enthousiast.  Reden te meer om een verse pot choco te openen.  Oh wacht, dat was blijkbaar eerder deze week al gebeurd!  Tsss daddy is a cheater!

wpid-DSC_0857.jpg wpid-DSC_0858.jpg

Op zondagochtend lezen wij “de boekskes” in onze peignoir.  Mijn favoriete onderdeel in Flair is “vraag het aan Marcel”.  Hij zegt het zoals hij het denkt en zoals vrouwen het nodig eens moeten te horen krijgen.  Nu nog werken aan die baard Marcel.  Echt aan werken.

wpid-DSC_0865.jpg wpid-DSC_0870.jpg

09:15h: Als de peignoirtijd voorbij is wordt ons gebroed gewassen.  Het stonk.  Na die belediging versloeg hij ons twee keer met domino.

wpid-DSC_0872.jpg wpid-DSC_0874.jpg

We vertrekken rond iets voor 11:00h naar mijn schoonouders.  Aan de juiste snelheid zoals je kunt zien.  Daar neem ik nog meer tijd om de boekjes te lezen.  Er stond een interview met een stuk jeugdnostalgie in te lezen.  Ik las het niet maar was wel blij om de geweldige foto.  Na het heerlijke middagmaal en de middagdutjes was het al vlug 16:00u, tijd om te vertrekken, om 18:00h werd ik bij meme verwacht om er de nacht te gaan doorbrengen.

wpid-DSC_0879.jpg

18:00h: God ziet mij.  Ik hou me in om niet te vloeken.

wpid-DSC_0882.jpgwpid-DSC_0894.jpg

20:00h: meme slaapt, ik waak.  Samen met Herman Koch.  En Maria.

wpid-DSC_0886.jpgwpid-DSC_0887.jpg

22:00h: ik ga slapen.  In de bloemetjeskamer met de bloemetjesdekens.  Herman slaapt op het nachttafeltje.

wpid-DSC_0888.jpg

00:16h: we (we zijn met twee, tante slaapt beneden) stonden reeds 4 keer op om meme te helpen bij het toilet.

wpid-DSC_0889.jpg

02:49h: ik placeer me bij meme aan bed en soes een beetje weg in de zetel op het ritme van haar ademhaling.  Als die stopt schiet ik meteen recht om te kijken.  Dan begint ze direct terug te ademen.  Ik ben op slag klaarwakker.

wpid-DSC_0890.jpg

04:12h: ik ga terug naar bed, meme slaapt rustig.  Ik val meteen in slaap.

wpid-DSC_0891.jpg

05:14h: tante roept dat meme terug naar het toilet moet.  Ik schrik wakker.  Herman verroert geen vin.

wpid-DSC_0892.jpg wpid-DSC_0893.jpg

Ik blijf wakker omdat mijn wekker sowieso op 6u staat ingesteld.  Er is verse koffie in de keuken met de turquoise tegeltjes.  Alleen meme’s hebben zo’n keukens.  Niet alleen de koffiefilter bevat prut, mijn ogen kunnen er ook weg mee.

wpid-DSC_0897.jpg

06:15h: ik blijf nog even bij haar en vertrek daarna naar mijn schatten thuis.  Herman blijft ginder.

Pieter De Osteopaat is mijn nieuwe held

Na enkele weken heb ik er genoeg van.  Rond 5u word ik wakker en ik kan me niet meer bewegen zonder pijn in mijn onderrug.  Ik kan me niet meer draaien of ik kan op geen enkele manier blijven stilliggen zonder stilletjes om mijn moeder te kreunen.  Eens ik opsta (in feite: oprol, want ik kan niet meer normaal uit mijn bed stappen, precies weer 9 maand zwanger) trekt de pijn na een half uurtje weg en is er niets meer aan de hand.  Het is al zover gekomen dat ik nu al twee weken dagelijks voor 6u ofwel brood heb gemaakt , de afwasmachine geledigd heb of zelfs wasjes heb gedraaid.  Nogmaals: meer van dat! zou je roepen.  Maar ik zou liever slapen, want de vermoeidheid begint door te wegen.  Ik ging enkele weken geleden ook naar de tandarts met kaakpijn ter hoogte van mijn oor.  Ze sprak van een getoucheerd kaakgewricht en stelde een superduur afbijtplaatje voor om ’s nachts te dragen om de druk op mijn kaakbeen te verlichten.  Een boksbeugel zeg maar.  Wreed sexy. “fhow fyou fdoing fhoney?”  Voorlopig hou ik de boot af, ik ga liever soldenshoppen met dat geld en zoveel tandpijn had ik nu ook weer niet.  Maar de rugklachten die steeds erger worden deden me terug stilstaan bij de pijnlijke kaak.  En boy was I right, oh so right!  “Kunt u eens vooroverbuigen?”  De compromitterende houdingen waren broodnodig om zijn vaststellingen te doen.  Hij voelde iets fout aan mijn bekken, en ging toen over tot “ga maar eens liggen”.  Pieter De Osteopaat speurde langs mijn hals naar een plekje, pijnigde mij door er keihard op te duwen “’t is hier waarschijnlijk, dat doet pijn vermoed ik?” Ik beet bijna zijn hand af als reactie.  Even later gaf hij een ruk aan mijn nek en de hele boel kraakte.  Er zat een schakel in mijn bekken vast doordat ik onbewust teveel mijn stoutekaakkant ontzie en zo teveel het andere deel van mijn lichaam belast wat dan weer de pijn aan mijn rug veroorzaakt.  Dus de tandpijn was ferm verminderd maar pijn kruipt blijkbaar toch elders als je denkt dat je het te snel af bent.  Enkele kraakbeurten met voldoende zweet en gekajiet (ik overdrive soms wel eens) later stond ik buiten.  Binnen twee sessies zou het euvel moeten verholpen zijn en kan ik hopelijk weer slapen als een roosje.  Want daar was ik zo goed in.  In slapen als roosjes.

I only feel gravity and I wonder why

Het is weer zo’n op-mezelf-dagje.  Ik doe wat ik anders doe maar ik ben er mentaal niet mee bezig.  Op zo’n dagen zou ik vergeten dat ik bepaalde dingen al verwezenlijkt heb omdat ze op automatische piloot gebeuren.  Ik trappel naar de badkamer om de wasmand en dan blijkt de was al in de machine te zitten.  Meer van die dagen! zou je kunnen enthousiast roepen.  We maken er een wekelijkse gewoonte van!  Het voelt niet alsof mijn hele hoofd volgestouwd zit met allerlei drukdrukdrukdingen, integendeel, het voelt alsof het leeg is gelopen.  Alsof de druk in mijn hersenen afgelaten werd als een ballon, pruttelend in een kinderhand.  Om de zoveel tijd vraagt mijn lijf zo’n dagje en de dag erop ben ik weer opgeladen, voor nieuwe ideeën, nieuwe gedachtekronkels en er is bovenal meer fysieke en mentale energie.

Het was deze week hartverwarmend hoeveel smsjes en telefoontjes ik kreeg van de mensen rond me om te vragen hoe het met Ilja op school was geweest of om hem succes te wensen ’s ochtends voor het vertrek.  Goed dus.  Er werd niet geweend, ook niet door mezelf -ruimte voor een schouderklopje-  Ik liep niet snotterend over de speelkoer, ogen ontwijkend, het ging wonderbaarlijk vlot.  Ook gisteren en vanmorgen ging hij graag naar de klas ook al is het voor hem een hele nieuwe omgeving.  Ik ervoer deze ochtend al hoe kort een woensdagvoormiddag is.  De school start om 8u45 en is om 11u30 al uit op woensdag.  Het is nog maar eens duidelijk dat ik zo’n dingen maar half weet.  Dat gaf me twee uur om bij meme te zijn deze ochtend.  Er wordt nu constant bij haar “gewaakt”, de hartslag vertraagt en haar lichaam is op.  Toch blijft ze eeuwig positief.  Een voorbeeld voor ons allemaal, zoals mijn nicht het zo mooi verwoordt.

Every end has a start

Ik weet het niet honderd procent zeker, maar ik kan het maar schrijven zoals ik het zelf ervaar.  Ik ben geen “mammie-mammie”.  Ik behoor niet tot de mamamaffia .  Misschien lezen er nu vriendinnen of schoonzussen mee die keihard tegen het scherm roepen “Maar jowel!  Jij bent wel een typisch mamatje”.  Ik zou het niet als een compliment aanvaarden want ik vind mamamama’s eigenlijk een beetje saai.  Dat wil daarom niet zeggen dat ik me geen mama voel.  Absoluut niet, vandaag voel ik me zelfs meer mama dan ooit.  Want het is morgen nationale bleitdag.  We namen voor de kerstvakantie afscheid van de crèche in Martha Steward-stijl uiteraard:

 december2013deel3 008 december2013deel3 004                           (haha, Martha zou het moeten horen dat ik dit Martha Steward-stijl noem, ze doet mij een proces aan)

Bedankt Hema voor de geweldig leuke attributen.  En merk op: de zelfgetekende bloemetjes/lolly’s/ik weet het eigenlijk zelf niet goed wat het is, ergens van een tekenfilm gekopieerd (verdikke, ik ben wèl een mamamama).  Een hoofdstuk afgesloten.

“Neenee, na de kerstvakantie maar”

Het leek altijd zo ver weg.  Zo veilig ver weg.  Mijn kind ging nog eventjes thuisblijven (of uiteraard naar de kinderopvang als ik moet werken).   Morgen is het gedaan (typte ze dramatisch).  Vanaf dan stapt hij in het schoolsysteem, we kunnen volmondig zeggen: hij is er klaar voor.  Hopelijk zijn zij ook klaar voor deze brok energie, de wervelwind, de liefde van mijn leven.  Er zijn uiteraard twijfels en onzekerheden.  Teveel om op te sommen.  Maar ook ik ben er sinds kort klaar voor.  Het heeft heel lang geduurd voor ik kon wennen aan de idee dat ik hem ging moeten loslaten in zo’n grote school, op die grote koer, gelukkig niet in een grote klas.  Het feit alleen al dat hij er zelf over begint te praten “naar schooltje gaan” “juffow jenana” (Johanna by the way) en zijn klasgenootjes kan opsommen, het stelt me gerust.

En met zo’n brooddoos kan het toch helemaal niet meer stuk?

wpid-DSC_0818.jpg

Off you go spaceboy!

Maaaaar die kat kwam weer. . .

Een telefoontje daarnet van mijn vriendin die in het “centrum” van de gemeente woont (wij wonen “op den buiten”, zo’n 2 km verder):

“Ik denk dat Marbel in onzen hof zit, ze gelijkt er alleszins goed op”

Ilja en ik stonden net op het punt om boodschappen te doen dus we sprongen direct in de auto en reden op aan haar woning.

En daar kwam ze afgelopen!  Recht in mijn armen!  De Marbelkat.  Zeven weken is ze weggeweest, ze zat dus de hele tijd in de buurt van waar ze is verdwenen.  En dat terwijl ik drie keer per week daar passeer tijdens het lopen.

wpid-DSC_0815.jpg

Ze is niet vermagerd, ziet er goed uit en blijft nu de hele tijd in de buurt van ons huis.  Sinds deze middag is het zicht op mijn achtertuin nu weer “inclusief kat”.

yeyyyy!

(en nu hopen dat ze niet terugloopt van waar ze komt, misschien kreeg ze van andere mensen wel heerlijke whiskas in plaats van everydaypotjes van de colruyt, damn you catnappers!)

13 –> 14

De laatste dag van het jaar.  Wordpress stuurde vanmorgen mijn rapport, ik had 13000 hits dit jaar, mijn slecht wiskundig brein houdt het op ongeveer 1000 per maand al zal één gebeurtenis specifiek wel een groot effect gehad hebben op dat cijfer.  In november pleegde ik sociale zelfmoord, ondertussen zijn we een maand verder en ik merk dat vooral in mijn blogstatistieken.  Facebook was uiteraard mijn grootste bron van bezoekers.  Ik ben er niet rouwig om, als mensen hier echt willen komen lezen, dan kunnen ze daar nu heel bewust voor kiezen.  Ik blijf ook volhouden dat ik niet blog voor iemand anders maar voor mezelf ook al gelooft niet iedereen dat.  Bij Brubeck steel ik zonder scrupules deze afbeelding:

when was the last time

Daar kan ik anders niet over klagen in 2013.

In januari zag ik voor het eerst een foto van Nico Blontrock, ik was gechoqueerd hoe slecht zijn body bij zijn stem paste.  En uiteraard blij dat dat bij Christophe Lambi Bambi niet zo is.  (Hey Christophe, how YOU doing?)

In februari wist ik dat er in mijn gemeente iemand rondloopt die ik nu volmondig een cavia kan noemen.  Er zijn er nog niet veel op deze planeet die deze term van me krijgen (cavia verkrijg je als je mij eigenhandig en en plein public tracht te vernederen) maar er zijn er.

In maart leerde ik de processen van het vloeren.  Ik hielp samen met onze vloerder/nonkel en mijn echtgenoot/geweldige verbouwer/vader/enzoverder/doemaarverderdenkthijnu/ een vloer leggen, voegen en hem daarna bewonderen.  Ik kan er nog steeds heel blij om zijn.

In april werd ik een speekselmoeder.  Ik voel nog steeds grenzeloze schaamte hiervoor en sindsdien doe ik het nooit meer tenzij ik echt niet anders kan (lees: nergens in de verste verte een doekje te bespeuren, een zakdoek of een stuk gazettenpapier om over zijn hoofd te trekken).

In mei werd ik geen karrenloerder.  Ondertussen ben ik dat nog steeds niet geworden, wegens Collect en Go.  Een service die zich dit jaar echt een weg baant naar de top 10 van “dingen waarvoor ik graag rijkelijk wil betalen zodat ik ze zelf niet zou moeten doen”.

In juni werd mijn kind twee jaar.  Echt, twee jaar, dat hou je toch niet voor mogelijk?  Het is trouwens geen volle week meer eer hij naar school gaat.  NAAR SCHOOL!

In juli kreeg de aandoening waar ik zoveel last van heb eindelijk een naam (en een gezicht).  Ik lijd aan BRF.

In augustus ging ik voor het eerst op een rodelbaan.  En voor het laatst.

In september ging het er ten huize Liese keihard aan toe in het opvoeden van de twee-jarige.  Opvoeden is een groeiproces zegt een befaamde kinderpsychiater, godver zeg.  Opvoedster zijnde van beroep kan ik maar één ding zeggen: ik weet het ook niet altijd!

In oktober ontdekte ik bij het invullen van mijn wekelijks kruiswoordraadsel dat het antwoord “Lorre” moet zijn als de vraag “naam voor een papegaai is”.  I’d still go for Jeanke though.

In november was er de sociale zelfmoord, iets dat ik eigenlijk verkeerd verwoord, want zelfmoord is het zeker niet.  Eerder set yourself free!  De frustraties, het gezaag en de spoilers bij prachtige series zoals Eigen Kweek, geen last meer van!

In december kwam ik tot de constatatie dat: 6kg kwijt = nieuwe broeken nodig.  Broeken die me deden opkomen voor mezelf.

En morgen?  Morgen wordt er gewoon weer verder geblogd.  Over domme trekken, kleine levensgebeurtenissen of grootse ervaringen.  We zien wel wat het nieuwe jaar brengt.

 

 

of in een klein koekje

Hoe vlug je aan ongemakken went. . .

Een garage die bomvol staat met materiaal dat dringend eens naar het containerpark moet, in het begin erger je je daaraan, maar een paar maanden later vind je gewoon een strategie om al dat gerief te omzeilen.  Nog maanden later vind je zelfs een strategie om tot aan de garagepoort te geraken met je vuilniszak in je handen zonder dat je een steek ziet.  Fort Boyard-style!

Bij het opstarten van mijn computer was er ook zo’n systeem dat zichzelf in stand hield.  Om zeker te zijn dat ik tijdens mijn koffie rustig eens mijn mails kon checken moest ik eerst de computer opstarten alvorens ik de koffie maakte.  Tegen dat ik de koffie opgegoten had was de computer al halfweg in zijn opstartproces.  (En ja, ik giet mijn koffie op, ik hou niet van koffiemachine-koffie).  Tegen dat ik rustig neerzat met een dampende tas koffie kon ik beginnen aanklikken.  Mijn lief heeft deze week echter de computer “gekuist” zoals hij het zegt.  Wat blijkt nu.  Je duwt op de powerknop.  En nog voor je de eerste zak koffie kunt opgieten staat alles al in gereedheid om te klikken? Geen eeuwig ge-krrrr-krrrrr-krrrr, geen draaiend blauw bolletjes als cursor, het duurt geen tien seconden alvorens de pagina meescrolt met je handbeweging, geen 7 pop-ups die ik moet wegklikken.  En heeft hij nu dat toetsenbord ook afgekuist?  Het is zo smooth-typing!

Nergens een plaatsje hebben in je badkamer om kledij neer te leggen.  Het resultaat is: een pyjama op de weegschaal, nog een andere pyjama daarbovenop, loopkledij in stapeltjes op de grond, daarbovenop balanceert een trui die je nog eens gaat dragen.  En ineens zijn er dan legplanken.  En plaats dat je daar op hebt!  Plaats!  Zalig!  En netjes!

Het zijn toch zo’n kleine dingen die het hem doen vind ik.  Als we volgende week eens in gang gaan schieten in de zolder en de garage (de datum staat vast, wat op zich al betekent dat de prestatie zal gebeuren, want meestal is dat gewoon het probleem: tijd vrijmaken) dan kunnen ze ons dak komen isoleren, en dan kunnen we misschien zelfs in latere instantie kamers maken boven.  De gedachte alleen al dat alles zal klaarstaan om een kamer te maken is voor mij al voldoende om tevreden te zijn.

Geluk zit in een klein hoekje.  (Eéntje waar je momenteel nog spinnenwebben en dozen vol rommel kunt vinden bij ons)

 

Gepratel en getruzzel

– Telefoneren met iemand terwijl je die persoon tegelijkertijd ziet in de verte.  Ik hoor nooit wat ze zeggen omdat ik zo danig probeer te kijken naar wat ze zeggen.  Dan eindig ik met een waardeloos telefoongesprek waarvan ik de helft niet heb begrepen of ik kan me niet meer herinneren wat ik juist geprateld heb.

– Ilja die uit drie carrousels de oudste kiest “met de bootjes mama, kom, mama, naar de bootjes” en ik die toegeef, want zijn gezicht alleen al is goud waard als hij plaats neemt in zo’n ding.  Dan laten ze nog eens de truzzel (“de floesj” zoals ze in Leuven zeggen) in zijn gezicht zwieberen en het enige dat hij doet is giechelen van plezier en wij maar roepen “pak hem maar!” Tegelijkertijd met de tien andere ouders die hetzelfde roepen naar hun kinderen uiteraard, alleen hebben die kinderen wèl begrepen dat het geen kietelding is.  Het rare is, als ouder ervaar je evenveel een strijdgevoel als je kind dat ding probeert te pakken, gewoon omdat je jezelf nog steeds herinnert hoe machtig het was als je de truzzel had.  De papa die naast me stond kon zijn triomferend gezicht alleszins niet verstoppen toen zijn zoon hem pakte.  Ik was blij in zijn plaats.

wpid-DSC_0799.jpg

– Eindelijk een afgewerkte keuken hebben, waarbij de dampkapbuis weggewerkt werd en we tijdens Dirk-stormen niet meer naar zo’n freaky bewegende buis moeten zitten kijken.  Ik zag ook ooit een dikke zwarte spin via de ruimte naast die buis kruipen, jukkie.  Doet me weer onze Marbel missen.  Vroeger hield ik haar in de lucht bij zo’n  vies dier, als ik geluk had merkte ze het op, als ik nog meer geluk had deed ze moeite om eens een poot uit te steken zodat ze hem kon trachten te pakken.  Een spin, dat kraakt precies nog tussen kattentanden.

– Beseffen wat je tekort komt als het eens kapot is.   Mijn haardroger was al een tijdje aan het tegensputteren, pas toen hij begon te stinken naar verbrandigheid wou ik toegeven dat het misschien tijd was om het ding te vervangen. Ik dacht altijd dat mijn haardroger niet echt van belang was, ik laat mijn haar meestal “aan de stake” (aan de lucht) drogen, maar sinds ik mijn haardroger in de vuilbak heb gegooid naar het containerpark heb gebracht (u-hum) blijk ik het luidruchtig ding ongelofelijk te missen.  Het eigenaardige aan haardrogershoppen zijn de prijsverschillen die daarop zitten.  Dat varieert van 19 euro tot 69 euro.  En dan al die extra stukken die daarbij zitten.  Ik weet niet eens wat het verschil is tussen al die opzetdingen.  Veel kastvulling of minder veel kastvulling.  Zoiets?