Page 93 of 117

boorkie-birkie-boerkie

Of we het goed stellen in ons huis?  Ja!  Vaneigens!  Maar waar ik nog het meeste van geniet is mijn vrije middag.  Die wordt niet meer gespendeerd aan deuren, muren, chambrangs, plafonds en andere ongeverfde toestanden.  Voor de eerste keer in vijf maanden ging ik vandaag nog eens een paar winkels binnen.  Ik paste zelfs enkele kleedjes, zonder resultaat, maar toch met een zalig ontspannen gevoel.  Ik hoef niet meteen iets te vinden, er zal wel nog tijd zijn om nog eens te winkelen.  Geweldig!

Wat ik wel kocht:

wpid-DSC_0335.jpg

Een appelboor.  Ik ga niet zeggen dat ik het kocht voor de naam alleen, maar ik geef toe, ik ben ertoe in staat.  Een appelboor, daar krijg je toch direct koude rillingen van.  “Wiens appel moet er hier geboord worden?”

wpid-DSC_0334.jpg

Van de boorkies naar de birkies.  Mijn schoonzuster krijgt nu koude rillingen vermoed ik.  Verpleegstersletsen!

wpid-DSC_0333.jpg

Een maf zonnehoedje voor Ilja.  Nu nog zon.  En voor hem een smallere kop, want het past niet.  Mijn hoofdomtrekinschattingsvermogen is niet zo denderend blijkbaar.  Ik geef het weg.  Aan wie???

wpid-DSC_0326.jpg

Deze rozen kreeg ik deze week van mijn schoonouders, geleverd aan de deur!  Inclusief een vaas, dus geen gefriemel met het juist snijden van de steeltjes.  Gewoon uitstallen en heel content naar zitten kijken.

wpid-DSC_0331.jpg

Hoewel we genieten van het oeverloos zappen is het helemaal niet nodig voor Ilja.  Hij zet zich in zijn stoel en kijkt naar de achterbuur die zijn gras invet.  Geen TV nodig dus.  “TRACTOR!!!!!” Wacht tot diezelfde buur zijn parapontjes uithaalt en zijn mooie gras beparapont!

wpid-DSC_0323.jpg

Deze mustiekat amuseert zich ook te pletter, marbelwentelen over onze vloer.

In tegenstelling tot de droogkast die nog steeds toertjes moet draaien, is de afwas- en de broodbakmachine zo zalig zijn werk aan het doen.  Doe maar machientjes.  Doe junder maar. . .

Zure Zwakte

“Kom!  Delen die handel!”  Hij.  Tegen mij.  Hij weet het op voorhand.  Als hij er geen opeist heeft hij er geen.  Ik deel namelijk niet zo graag.  Twee straten verder zijn we na een babybezoek en hup daar mag de doopsuiker er al aan geloven.  Excuseer, we waren nog maar pas van de parkeerplaats weggereden.  Soms gebeurt het dat we er al mee lopen strooien in de ziekenhuishal.  Het is nu niet dat wij dat nu zo graag eten (soms vind ik dat zelfs een beetje chemisch smaken), maar wij zijn van die mensen die geen mate kennen.  Alléé, ik ga misschien voor mezelf verder spreken.  Mijn wederhelft heeft nog net iets meer discipline dan ik als het op snoepen aankomt.  Zure spekken spannen de kroon.  Zure spekken, zure zwakte.  Ik mag ze niet zien, ruiken of er zelfs niet aan denken, het water komt me al in de mond.  Van die zure spekken die je met je tanden moet kapot trekken  Liefst zo danig hard dat je moet opletten dat je je hoofd niet botst bij de terugslag.  Als je er 20 van eet is je verhemelte zo extreem verdoofd, je zou zo een tand kunnen laten trekken zonder dat irritante pijnspuitje.  Toch blijven gaan hé.  De zak moet uit!  Daarom koop ik geen snoep.  En daarom moet mijn lief in ziekenhuishallen doopsuikers gaan opeisen.  Want snoep, dat moet op.  Nu.

                                                                            zuurtjes

Illie Billie Vanilli

Je knijpt met je vingers in mijn kaken en trekt zo hard als je kan.  Even begrijp ik de bedoeling niet maar daarna geef je me een zoen, recht op mijn mond.  Een klakkende snotzoen.  Als je me aanspreekt met “mama, wiedie kawaad madaake” en ik antwoord met “wiedie kawaad madaaké?” roep je superenthousiast en volledig begrepen terug “JAAAAA!”  Inderdaad, wij verstaan elkaar.  Soms breekt mijn hart in een triljoen stukken op de meest normale momenten.  Als je ’s ochtends tegen me ligt om je melk te drinken en daarbij mijn hand zo danig manipuleert tot hij onder je pyjamatrui geraakt.  Of als ik je gezichtje zie glunderen na een dag van jou gescheiden te zijn, dat totje, vermoeid maar content.  Ja, ook bij de gedachte dat ik je steeds meer en meer ga moeten loslaten.  Je vader en ik kunnen er soms niet over, hoe je ons leven hebt verandert, verrijkt.  Onze mond kletst open als we merken dat je ineens linken legt die volgens ons voor je kleine kopje veel te complex zijn.  En dan dat vettig lachje van je. . . “wehehahahehe”, je zou zo kunnen spookhuisbandjes inlachen.  Ons kleine monster, een driftbui, een dansje waarbij je op je kont belandt, een beker water die je zonder reden ineens ondersteboven draait.  Ik kan me niet meer inbeelden hoe het zonder jou was.  Sinds je er bent is het hier ook allemaal ondersteboven.

waaien shmaaien

Ik was al bijna drie kilometer verdergereden toen er ineens een alarmbelletje afging  “Fak, heb ik nu die doos duplo van mijn dak gehaald?”  Een vluchtige blik op de achterbank deed me ontspannen, één politiekantoor van duplo blinkte in mijn ooghoeken.  Tussen een hoop ander gerief dat nog moest verhuisd worden uiteraard.  Het zal de vermoeidheid zijn die zijn tol begint te eisen.  Het weer is er niet naar om te verhuizen.  Normaal gezien heb ik over het weer eigenlijk geen mening,  het kan me niet zoveel schelen al vind ik het wel leuk als de zon volle bak schijnt.  De laatste weken erger ik me meer en meer aan de wind, al is mij ergeren misschien een understatement.  Ik maak me eigenlijk dagelijks kwaad op de wind.  Die vieze achterbakse venijnige waaiboelwind.  Zit ik te slepen en te sleuren met verhuisdozen, dan waaien mijn autodeuren dicht nog voor ik goed en wel die achterbank leeg heb.  Wil ik mijn voordeur opendoen, balancerend met een zware doos of een moeilijk hanteerbare lamp, dan zie ik niet wat ik doe omdat mijn haar de hele tijd voor mijn ogen waait te wapperen.  En het waait dus elke dag hé! Ik heb het gehad met die wind.  Dood aan de wind.  En durf nu niet te regenen in de plaats, gij belachelijk klimaat.

Ratelhersenen

* Dat de peuterpuberteitaanpaktip “consequent zijn” meteen ook de meest vermoeiende is.  Ik vraag me af wanneer ik die befaamde vruchten daarvan ga plukken.  Man die gaan smaken!  Hopelijk zijn het er zoveel dat ik er confituur van kan maken.  Haha neen, ik kan dat helemaal niet confituur maken, het klonk gewoon leuk.  Laat mij zijn!

* De nieuwe badkamerkastjes vullen: ik kijk er nu al naar uit.  Had ik een berg make-up; ik verlangde om mij op te maken.  Helaas.  Enkel wat oogpotlood en mascara.  De rest gebruik ik niet.  Misschien daarmee dat iemand mij vorig weekend 32 schatte?

* Nadat ik mijn beklag deed over de veel wedstrijdjes op facebook lijken ze zich nog te vermenigvuldigen.  Als ik scrol kom ik minstens 7 wedstrijd-share-like-toestanden tegen.  Wedstrijdenverzoeken: 76892 <—> Mensen die ik ken die iets gewonnen hebben: 0

* De rommelmarkt smijt je altijd terug in de tijd.  Het gezelschapsspel “Topscore”, was dat niet de voorloper van Blokken met Ben Crabbé?  Of zo’n pennenhouder: allemaal buisjes naast elkaar een beetje zoals op de foto.  Uiteraard was dat dan uit plastic en paars van kleur.   Het was zo cool om zoiets te bezitten als 9-jarige.  Neen, ik heb hem niet opnieuw gekocht.  Ze hadden hem enkel in het geel.

pennenhouder

* Oh ja, en de tractor die we voor Ilja gingen kopen.  Mooi ding, zat nog in de piepschuimverpakking.  Er stond 50 op.  Cent dachten we.  U-huh.  Euro dus.  Tsss rommelmarkt noemen ze dat.

* Een tip gevraagd om opladers en andere kabeltoestanden weg te steken.  Nu wentelen die allemaal in een schoendoos bij gebrek aan beter.  Het is onvoorstelbaar wat er allemaal moet opgeladen worden: fototoestel, gsm, babyfoon, laptop, netbook, scheerapparaat, nogmaals de gsm want die gaat supervlug plat, de werkgsm van Pieter, zijn gewone gsm want dat is ook al zo’n batterijslurper.  En dan zijn er nog de befaamde oortjes.  Het vijfde paar ondertussen, damn you Marbel.  Het zit dus best allemaal veilig weg.  Het liefste uiteraard zonder dat al die dingen door elkaar liggen en je eerst tien keer moet schudden vooraleer de andere laders -die je voor een keer niet nodig hebt- loslaten.

the silence of the lambs/grilled horsemeat

De rimpeltjes in mijn vingertoppen na een lange warme douche doen me ontspannen.  Zo’n vingerrimpeltjes zijn er meestal als ik een productieve dag achter de rug heb en er ’s avonds hete douchestralen of een dampend bad aan te pas komt.  Mijn handen zijn ruw, droog en hoe hard ik ook frot er blijven verfresten op te vinden.  Tegelijk zijn mijn armen vermoeid.  Toch blijf ik tevreden over mijn drukke dagen.  Deze morgen ging ik al in het ochtendzonnetje lopen.  Het bleek kouder dan het eruit zag maar na 2 minuten was ik al opgewarmd.  Een klein lammetje liep wild met me mee, het blaatte door mijn oordopjes, ik had goesting om het over de draad bij me te nemen en het te kalmeren.  De lammenfluisteraar.  Na lammetjes temmen ging het over naar binnendeuren dolfijngrijzen.  Schildermoe gingen we met Ilja naar het paardje van de toekomstige buurvrouw roepen.  We wisten zijn naam niet dus riepen we gewoon “Paard!  Ei paard!”  Met de gedachte dat zo’n naamloos dier daar steengerust in is schrok ik me een accident toen het beest effectief op ons af kwam gestormd.  Dat is wat anders dan een mini-schaapje met een grote mond.  Ik dacht dat het dier zierling door de stekkerdraad ging lopen maar het bleek al geleerd.  Gelukkig maar, ik denk dat de elektrocutie van een paard aanschouwen nu niet bepaald positief is voor de nachtrust van een bijna-twee-jarige.  En het is pas morgen barbecueweer hé.

Tapeterror

* Mijn toekomstige buurman kwam me deze morgen vertellen “dat ze aan de deur zijn geweest om mijn kindje in te schrijven op school”.  We waren niet thuis.  Ah neen, want, ja duuuh.  Niet dat de toekomstige juffrouw van Ilja dat kan weten.  De gedachte alleen al dat hij volgend jaar naar school moet beklemt mijn borstkas.  Altijd opnieuw doemen de gedachten “veel te grote boekentas” en “fluohesje tot aan zijn knieën” op.  Ik mag er niet over praten van Pieter, het is nog veel te ver weg.  En ik moet ook stoppen met zo’n truntzak te zijn, hij zal helemaal niet struikelen over zijn fluohesje. (onderwerp to be continued, willens nillens lezerkens!)

* Ondertussen durven we al eens luidop over “verhuizen” spreken.  Er staat ons wel een vreselijke poetsbeurt te wachten.  Ik heb gisteren één stukje van de garage gekuist omdat we er een opbergrek gingen op placeren.  Twee keer heb ik mijn water ververst voor dat kleine stukje.  Er zijn maar drie dingen proper momenteel: de drie vensterbanken.  Mijn creatieve dametje bracht mijn gordijnen wat resulteerde in instant huiselijkheid en een beetje stress omdat we even vreesden dat ze te lang gingen zijn.  Nergens voor nodig dus!

*Ik weet eigenlijk niet of ik zo’n tipstrooimadame ben of niet.  Doe ik dat?  Zonder dat iemand erom vraagt met adviezen gaan gooien?  “Neen, niet doen!  Dat is geen erkenning bieden!” zei mijn leerkracht communicatie tijdens mijn opleiding.  Shhht, ik ben afgestudeerd, vanaf nu moet ik niet meer naar jou luisteren baasmaker!  Ik kan ook bitter weinig tips geven, want ik weet het eigenlijk zelf ook niet.  Maar vandaag maakte ik toch één “note to self”:

wpid-DSC_0276.jpg

Bespaar nooit meer op afplaktape!  Man man man, heb ik al gevloekt.  Mijn vloer plakt dus vol met restjes afgescheurde afplaktape “om mijn vloer te beschermen”.  Inderdaad, goed beschermd.  En nu maar prutsen.  Had ik geld en geen scrupules, ik betaalde iemand om dit hemeltergend werkje voor mij te doen.

De roodstaartjes door de bjèten jagen.

Tussen het steenpuin in onze toekomstige tuin vertelde ik gisteren enthousiast over het speciale vogeltje met zijn mooie rode staart.  Ik spotte het tijdens het schilderen van mijn binnendeuren eerder die week.  Mijn echtgenoot kauwde zijn pistoletje met hesp verder en zei lacherig “een roodstaartje hé”.  Toeval leek me vijf uur later in het gezicht uit te lachen want op het feestje gisterenavond belandde ik bij een ornitholoog, althans dat maakte ik ervan.  Hij wist alleszins iets van vogels.  “Het gekraagde roodstaartje” zei de ornitholoog die ook psycholoog is gedecideerd.  (Pieter had het dus niet echt bij het verkeerde eind).  Ik heb dus een gekraagd roodstaartje in mijn hof.  En van het beestje naar het feestje. . . laat ons zeggen dat het een beetje uit de hand is gelopen.  Crimineel erover zou een betere benaming zijn.  Of misschien moet ik er gewoon over zwijgen, het gebeurt maar één keer per jaar dat het zo extreem is dat de volgende dag bijna volledig aan mij voorbij gaat.  Maar het was fijn.  Over vogeltjes gepraat, en over verre reizen maken.  En iemand schatte mij 32 jaar.  Die kreeg nog weinig aanspraak de rest van de avond, tenzij commentaar op zijn inschattingsvermogen.  Er waren ook nuchtere mensen.  Ergens in de minderheid. 

roodstaartje

Mooi hé.

Chambrangs are like peanuts en al

image

een verse pot choco openen. . .om de één of andere bizarre reden smaakt de choco uit de verse pot precies altijd beter. . .

trap 

De eerste laag verf na de primer, bijna zes uur werk.  Ik dacht dat chambrangs schilderen een prutswerk was. . . Boy was I wrong, oh so wrong!    

coke zero

Mezelf, in margi-schilder-outfit.  Dorstig reclame aan het maken voor een suikergigant.  De blikken van de mensen in de gemeente als je over straat loopt in margi-schilder-outfit zijn fenomenaal.  Laat ons zeggen dat de over-the-top-duvelpet nog achterwege wordt gelaten als ik om een belegd broodje ga.  Alsof ik de grootste sloor ben van het gehucht waar we gaan wonen.  “Oh, een vrouw met verfplekken op haar kleren!  Schande!”   Sommige dames bekijken mij echt met een gruwel in de ogen, alsof ik uit de beerput kom.  Enkel maar uit de plafondverfpot hoor!

wpid-DSC_0265.jpg

Start to run, beginners alweer.  Het is de derde keer dat ik herbegin, hopelijk met een goed resultaat.  Met een beetje een realistisch doel voor ogen zou ik toch graag zo’n 5 kg vermageren en tegelijk trachten tot 5 km kunnen lopen.  Toch beter dan niets doen veronderstel ik? En volgend jaar in februari moet ik naar twee trouwfeesten waar ik een kostelijk kleedje voor wil kopen.  (Dit jaar ook, maar die zijn iets te dichtbij om er nog te geraken denk ik).

rotseboot

Duurzaam speelgoed dat door je eigen kind gerecupereerd wordt.  Man hebben wij veel met die playmobileboot gespeeld als kind.  Zelfs de kanonnen die erop staan werken nog. Poew!  Om het verst kanonballen schieten.  Zoals altijd moest ik als de jongste het onderspit delven.

wpid-DSC_0222.jpg

De kater die steeds komt de tafelrestjes opeten bij mijn ouders.  Hitler. . . een uitleg is hier overbodig vermoed ik. . .

Ohja, en het zelfverdedigingsverhaal dat in mij opkwam deze week.  Was ik na onze zelfverdedigingslessen op het werk eens stoer thuisgekomen bij mijn toenmalig lief (ondertussen nog steeds mijn lief, en ook zoveel meer). “Ik ga u een keer platleggen si”  Twee handklemmen en  een houdgreep later lag ik strike met een net-niet-gebroken-arm.  Even uit het oog verloren dat de politie-opleiding ook zelfverdediging inhoudt.  Iets grover dan die van ons duidelijk.  Maar u kan ik platleggen hoor. . . tenzij je mij eerst een schop in mijn stoutbeen geeft.

Stylo-lo-loos.

Er komt soms wel eens een goed idee in mij op.  Uiteraard ontstaan mijn lumineuze ideeën als ik niet meteen een balpen bij de hand heb.  Als ik iets niet opschrijf vergeet ik het jammergenoeg al te vaak.  Ik vermoed dat een chronisch slaaptekort aan de basis hiervan ligt.  Uitslapen heeft sinds twee jaar een andere dimensie gekregen.  Kan ik wakker worden uit mezelf, zonder wekker, zonder peutergepratel, dan spreek ik van uitslapen.  Dat was deze morgen het geval en toen we om 02u gisterennacht in bed strompelden leek dat zo’n geweldig zalig idee.  Mijn bioritme en mijn lichaam dachten er anders over.  Om 7u30 schoot ik in paniek wakker “Ilja is zo stil!”  Uiteraard was hij stil, hij zat 30 km verderop bij zijn oma’tje.  Bij dat besef besloot ik weer dieper in mijn deken te kruipen om verder te knorren. . . dat was buiten de pipi gerekend.  De pipi dwong me om naar beneden te gaan.  Waar is die bedpan als je ze nodig hebt!?  Toen was het om zeep.  Terug boven bleek ik wakkerder dan ooit, hell ik dacht er zelfs even over om aan les 2 van start to run te beginnen.  Koffie en de krant waren de duiveltjes op mijn schouder die me binnen hielden. “Lopen?  Is voor sportieve mensen, jij houdt van luieren in je peignoir met een paar kuipjes koffie”.  Shht Duivel, hou je kop.  Nochtans deed les 1 me deugd deze week en de idee om een “wat is bij wie”-lijstje aan te maken popte weer op (tijdens het lopen, een stylo-loos moment dus).  Ik was deze week weer zonder resultaat naar mijn Little Britain dvd’s aan het zoeken, vloekend op het gevoel dat ik ze uitgeleend had en niet meer wist aan wie.  Het gebeurt teveel, dat roekeloos uitlenen.  Handig als je van mij iets wil krijgen, je leent het gewoon even.  Ook een cadeau-tip-lijstje voor moeilijke mensen is zo’n handig idee dat ontspruit uit mijn stylo-loze ideetjesminuten.  Of gewoon een leuke-restaurantjes-lijstje voor het moment dat je beslist om ergens te reserveren en je je afvraagt “waar je nu weer eens naartoe zou gaan”.  En blogpost-ideetjes, over dingen vergeten en al.