Moeilijke oefening

Er is voor mij weer een wereld open gegaan.  Ineens heb ik een bepaalde….vrijheid.  Of hoe moet ik het schrijven.  Het voelt als een luxe eigenlijk.  Een ( gezond jaloerse?) vriendin whatsappte me om te vragen hoe het kinderloze leven overdag me bevalt.  Ewel ja, wreed goed.  De aandachtige lezer weet dat ik in de sociale sector werk en daarbij een flexibel uurrooster heb (vroeg, laat, dag, nacht, weekend, noem maar op).  Met de peuter in huis bereik ik niet altijd wat ik vooropgesteld heb om te doen.  Een mand was naar boven brengen is al een uitdaging, het vraagt een uitleg met handen en voeten om te vermijden dat hij me achterna komt en zichzelf alleen op de trap riskeert.  Dus de wasmand bleef staan.  Linus is nu ook niet bepaald een rustige peuter te noemen.  Hij is overal graag aan en bij.  Dat betekent dat ik er niet eens aan moet denken om een boek te lezen als hij aan het spelen is “mama voorlezen?”, laat staan dat ik een volledige blogpost kan typen zonder onderbreking.  Je kunt ook niet aandachtig naar een podcast luisteren met een kwebbelkontje dat hele tijd rond je benen draait.  En nu is het hier stil.  Heel stil zeg maar.  De kinderen zijn weg, ik start pas om 13u met werken en ik moet mezelf tegenhouden om niet de hele tijd in de weer te zijn met vanalles.  Er komen drukke tijden aan en ik weet dat ik altijd voldoende rust moet nemen op voorhand en achteraf.  Toch heb ik weer allerhande “projectjes” die ik wil doen tijdens mijn vrije uurtjes.  Zitten en lezen is er geen van.  Zitten en kijken naar TV wat ik wil volgen is er ook geen van.  Ik vind het soms vreemd om mijn “rust” te nemen voor mijn werk.  Als ik om 22u20 thuiskom probeer ik zo vlug mogelijk naar bed te gaan.  En toch jeukt het nu alweer om werk te maken van de opleiding bachelor psychologie die ik nog wil volgen.  Ik vind het een moeilijke oefening want een opleiding volgen brengt sowieso stress en drukte met zich mee, maar tegelijk (hopelijk) meer inzichten en vernieuwde energie om ermee aan de slag te gaan.  Aan de andere kant wil ik nu ook weer genieten van de dingen die ik twee jaar en half niet heb kunnen doen: een boek lezen, mijn foto-albums maken, eens rustig iemand bezoeken zonder rekening te moeten houden met slaapuurtjes of gezeul met vochtige doekjes.  Bloggen, lopen en wandelen.  Tijd zal wel raad brengen.  En eens rustig uitkijken hoe die opleiding in zijn werk zou kunnen gaan kan geen kwaad denk ik?

Dust in the wind

Soms zijn er momenten, waarop ik denk: “verdikke zeg, waarom ben ik niet iets meer een neat freak?” Komt niet zoveel voor, toegegeven, maar het valt wel op dat het altijd is als ik mijn auto uitmest.

Enige nuance is hier wel aan de orde….

  • Mijn wagen (= onze gezinswagen, want mijn echtgenoot rijdt met een bedrijfswagen die automatisch “de zijne” is) wordt gebruikt voor “de vuile uitstappen”.  De Palingbeek  waar zich een gigantische zandbak bevindt, afhalen van frietjes met de vieze geurtjes achteraf, naar het bos met de stinkende verdorde bladeren aan de laarzen….of gewoon…de kinderen tijdens hun dagdagelijkse bestaan.  Stokjes van lolly’s, koekenmul, opengescheurde Vitaminis-kaartjes, kleine speelgoedjes die tussen de zetels geraken.  You name it, it’s there!
  • Ik ben van nature niet de grootste kuisfreak.  Nooit geweest en zal ik ook nooit worden
  • Auto’s zeggen mij niet veel, ze zorgen dat ik van punt A naar punt B geraak zonder nat te worden of mij teveel moet vermoeien.

Maar dat neemt niet weg dat hij gelijk heeft.  De echtgenoot that is.  Ik ben “een vuile kouse” als het over mijn wagen gaat.  Als je de koffer dichtslaat zijn je vingers altijd een beetje grijs en je kunt tot maanden terug traceren waar ik overal geparkeerd heb als je de vele parkeerticketjes samenlegt.  Vandaag spande de kroon.  Gezien ik volgende week naar de keuring ga besloot ik om hem te stofzuigen.  Inderdaad, er moet een reden voor zijn.  Komt daarbij dat ik -ja zelfs ik- vond dat het aantal papiertjes en afvalletjes nu net iets erover was.  Wat ik vandaag echter geleerd heb is het volgende: je hebt mensen die stof in hun auto hebben, da’s normaal, iedereen heeft wel een beetje stof in zijn auto?  Toch?  Dan heb je mensen die veel stof in hun auto hebben, ik zou mezelf al daarbij durven rekenen, ik moet ook altijd zoeken waar die gele stofdoek zich ergens bevindt, ik vermoed in dat vak aan de achterkant van mijn zetel.  Maar wat ik vandaag uit mijn tapijten heb geklopt.  Dat is niet meer van de categorie “veel stof hebben”.  Dat is: “bel de brandweer, er kunnen hier zandzakjes worden gemaakt”.  Ik klopte de matten uit tegen de elektriciteitspaal voor onze deur…ik was beschaamd dat mijn overburen thuis waren om getuige te zijn van de zandstorm die ik veroorzaakte.  Heelder walmen stof en zand vlogen over mijn oprit.  Echt, de volgende keer wacht ik tot het donker is om dit te doen want ik vermoed dat ze hoofdschuddend tegen elkaar ge-“tssss”-t hebben.  En terecht want het was ongezien.  Misschien moet ik echt wel eens meer mijn auto stofzuigen.

Of gewoon nieuwe automatten kopen.

“…het was kiezen en verliezen, geen weg daar tussenin…”

Ik kan er niet aan doen, het is sterker dan mezelf maar ik krijg altijd de kriebels als ik het woord “ploetermoeder” lees.  Vreselijk woord vind ik.  Er komen altijd van die voorstellingen in mijn hoofd van een vrouw die in een modderpoel vooruit tracht te zwemmen en haar kind(eren) daarbij op haar rug draagt.  Of zoiets.  Ook als iemand antwoordt met “druk druk” als ik vraag hoe het is, dan denk ik altijd direct “oei oei”.  Maar voor velen is dat een positief antwoord.  Ik ervaar het eerder negatief, maar ik hou dan ook van algehele rust, terwijl het hier de laatste tijd toch niet te ontkennen valt: de balans tussen druk en op ’t gemak weegt de laatste maanden toch teveel door naar de verkeerde kant.  Maar ik weiger om hierover te klagen (ook al komt dat nu misschien anders over): ik heb het namelijk zelf veroorzaakt.

Het is al sinds het begin van het jaar een twijfelperiode.  Of eerder een “ik-maak-afwegingen”-periode.  Het is niet zo dat ik twijfel tussen verschillende zaken maar eerder denk van “waar haal ik het meest profijt uit”.  Het klinkt egocentrisch maar het is nodig om zo te redeneren. De gestolen uurtjes zijn de laatste maanden schaars.  Als de kinderen thuis zijn probeer ik mijn mènage-klusjes zo veel mogelijk te beperken.  Het is geen sinecure om een pot kokende aardappelen af te gieten met een peuter die rond je benen draait.  En dan blijkt de poetshulp ineens ziek, net na het weekend uiteraard waarin je vanalles “niet hebt gedaan omdat de poetsvrouw morgen komt”.  Het bureau kon gelukkig een vervangster voorzien.  Ze werd de volgende dag ontvangen met “jah, het is hier wel…euhhh… vuil”.  Haar reactie in gebroken Engels: “No problem, that’s why I’m here” was recht in het doel.  ’t Is eigenlijk waar, waarom maak ik excuses?  Blijkt dat ik die eigenlijk gewoon aan mezelf maak.  Ik moet ook niet dwaas doen: ik verpruts teveel tijd aan sociale media èn ik wil ook veel zelf doen.  Zo maak ik elk jaar met de hand de uitnodigingen voor de verjaardagsfeestjes van de kinderen, met een “echte” foto en tekenpapier.  Het raast dan wel eens in mijn hoofd: “alléé had ik dat nu gewoon laten maken met één of andere fotowebsite dan was de kous af” maar neen, ik sta er ook op om zelf een verjaardagkroon te maken, inclusief meten van hun alsmaar groeiende hoofdje.  En terwijl ik het eerder klungelend doe, de enveloppen schrijven, de cijfers -elk jaar me afvragen waar de tijd gebleven is- uitknippen uit gekleurd papier, dan voel ik me gewoonweg goed.  Met een vleugje Boudewijn De Groot (“Avond“) of Els De Schepper (“Als ik je morgen ergens tegenkom“) op de achtergrond.  Ik ben verre van de creatiefste maar die kleine dingen wil en mag ik niet laten varen.  En dan schiet er een hobby bij in: lezen of bloggen of nog een extra toertje gaan lopen.  Zo stel ik mijn prioriteiten: wat maakt mij op dit moment gelukkiger?  Zeker zijn totje in dit kroontje komende zondag.

IMG_20170420_203230

 

 

Worst Housewife Ever part how much?

Het kan gebeuren dat ik op middagen alleen thuis wel eens voor de TV eet en mijn honger naar reality-tv stil in combinatie met een portie verse spaghetti of in deze tijden een weightwatchers-gerechtje.  Ik neem het er wel eens van na een voormiddagje met een hyperactieve peuter in huis.  De hele voormiddag ben ik bezig tussendeuren dicht te doen, legomannekeshelmpjes uit zijn handjes prutsen, de droogkast weer af te leggen en het kleine spook achterna te zitten als hij mijn gsm nog maar eens steelt.  Dan profiteer ik wel eens om tijdens zijn middagdutje even tijd te nemen voor mezelf.  Me opladen voor de volgende shift waar hij om appeltjes smeekt, bekers water laat vallen of er met een alcoholstift vandoor gaat.  Ik ga er niet om liegen, hoe graag ik ze ook zie, thuis zijn met mijn kinderen, ik vind dat vermoeiend.  Wat het er niet gemakkelijker op maakt is omgaan met mezelf en mijn slordigheid.  Ik probeer het, maar het blijft steeds een strijd met net diè persoon die er iets aan kan veranderen: mezelf.  Eén die ik nooit lijk te winnen.  Mijn slordigheid verslaat mij.  Ik win niet van de slechte gewoonte om niet achter mijn eigen gat op te ruimen.  Thuis vind ik het moeilijk om mijn focus op één iets te leggen, ook al omdat ik steeds weer onderbroken word door een pamper, een e-mail, een playmobilpoppetje dat vastzit in een camion of gewoon 15 keer “mamaaaah?”.  Als ik aan het koken ben gebeurt het minstens één keer per week dat ik iets laat aanbranden.  Was plooien gebeurt in verschillende shiften.  Regelmatig moet ik een gewassen keukenhanddoek uit de peuter zijn handen redden of er loopt al eens een kleuter rond met een verse onderbroek op zijn hoofd.  Toen ik me vandaag neerzette met mijn “kleurige kalkoenschotel” was het weer om zeep, tussen telefoneren en kijken naar Mijn Pop-Up Restaurant door was ik enigszins “vergeten” dat de keuken nog moest opgeruimd worden.  Met mijn bord leeg, mijn maag gevuld, Linus stemmetje door de babyfoon taterend, kom ik terug in de keuken:

img_20170224_134144.jpg

Shit.  Een catastrofe.  Elke vrije dag opnieuw ziet mijn keuken er ’s middags zo uit.  Hoe is het mogelijk?  Ik word er moedeloos van.  En het is puur mijn eigen schuld.

Na een koffietje en een tandje bij ziet het er zo uit:

img_20170224_144931.jpg

Toch stukken aangenamer om in te vertoeven, al zeg ik het zelf.  Ik hou dat beeld voor mij als ik de chaos creëer, het is vaak in mijn gedachten, maar toch lijk ik mijn slechte gewoontes niet te overwinnen.  En de kinderen maar stimuleren om op te ruimen!

Ontmoetingen…

Het mag misschien wel gezegd zijn, ik ga het niet tegenspreken, ik was vroeger niet de meest toegankelijke persoon.  Het is niet dat ik niet babbelde, of geen vrienden had.  Er waren ook nooit hevige relletjes omtrent mijn persoon, maar toch.  Echt sociaal en joviaal was ik niet.  Eigenlijk nog steeds niet echt vind ik.  Ik zal altijd een beetje een loner blijven vermoed ik.  Zet mij een week alleen thuis met enkel mezelf en na een week zal ik opkijken en zeggen “ah, ben je daar?”.  Eigenlijk lijkt me dat zelfs nog een fijn idee om eens een week op mezelf te zijn.  Aan de andere kant geniet ik wel van sociale contacten, onder de mensen zijn, maar ik blijf een introvert.  De psychologen die me op het werk ge-assesst hebben (onbestaand woord, mo gow kom) schreven het zwart op wit: je bent een ISTJ-type.  Introverted Sensing met Extraverted Thinking.

een stukje over ISTJ’ers vond ik op een (vertaalde) website:  hier.

Voor ISTJ’s is eerlijkheid veel belangrijker dan emotionele overwegingen, en hun botte aanpak geeft anderen de verkeerde indruk dat ISTJ’s kil, of zelfs onmenselijk zijn. Mensen met dit type mogen dan wel worstelen met het uiten van emoties of genegenheid, maar de suggestie dat ze geen gevoel, of erger nog, helemaal geen persoonlijkheid zouden hebben, is zeer pijnlijk.

…want het is beter om alleen te zijn dan in slecht gezelschap

Toch ben ik de laatste jaren zachter, verdraagzamer en meer open-minded geworden over andere mensen, al zeg ik het zelf. (speekselmedaille voor mezelf!)  Terwijl ik me vroeger keihard kon opjagen in andere types laat ik ze nu voor wat ze zijn.  Doe maar, ik kijk wel even toe en trek het mij niet aan.  Ik zoek ook bewuster sociaal contact, zelfs met vreemden.  Iets wat ik vroeger nooit zou gedaan hebben, want andere mensen waren raar.

Van alle ontmoetingen die ik deze week had waren er weer wat uit mijn blog- en instagramgebruik.  Dinsdag sprak ik af met Virginie die tot bij me thuis kwam.  Deze straffe madame spendeerde de laatste maanden in Pellenberg waar ze vele stappen zette in de goeie richting, letterlijk en figuurlijk dan!  img_20161211_130821.png

Vrijdagavond had ik een uitje met een bende blogvriendinnen.  Sylvie en ik moesten ons het minst ver verplaatsen want het was in Ieper te doen deze keer. Met Renilde, Josie, Valerie, Kelly en Tiny maakten we graag de markt onveilig bij de Coca-Cola truck.  Taste the season!  Jawel, die bende met die selfiestick, dat waren wij!  Ho-Ho-No!  #TasteTheFeeling

Zaterdagavond was het alweer “gank”.  Het waren andere bloggers en IG-vrienden al zag ik sommigen twee keer deze week want Virginie alsook Renilde waren weer van de partij.  Ik maakte kennis met Bert en ook met Sofie was het weer gezellig pratelen want ook zij was voor de 3e keer aanwezig op de instameet van Roeselare.

Anyway, er waren ook andere ontmoetingen, zo bezocht ik mijn grootmoeder (99) die momenteel in kortverblijf in het rusthuis is.   De ballon die met Linus aan de haal ging in september zorgde voor een prijs die we deze voormiddag gingen ophalen. Vanmiddag was het echter een ontmoeting van het minder fijne soort.  Was ik lustig boontjes aan het doppen (toppen zeggen wij eigenlijk), kom ik aan het laatste boontje en wat zie ik in dat bakje?  Een tettink!  Een wat?  Een tettink!  Ja een regenworm dus.  Een tettink tussen mijn boontjes.  Een levende tettink!  Er floepten vanalles aan gedachten door mijn hoofd:

  • Hoe lang zit die tettink al in mijn boontjespot?  Het bakje kocht ik woensdag ofzo in Den Aldi.  Het plasticje bleef al die tijd rond het potje.
  • Heeft die tettink al die tijd in mijn frigo gewoond in dat bakje?
  • At die tettink van mijn boontjes?
  • Deed die tettink kaka tussen mijn boontjes?
  • Doen tettingen kaka of zijn dat kaka-loze dieren?
  • Wat moet ik nu doen met die bonen?  Weggooien?  Toch maar weggooien dan.

Het eindigde met diepvrieserwtjes en een levende tettink in mijn PMD-zak.  Hij kan een beetje lege colablikjes gaan uitslurpen.  Kissak!

img_20161211_101632.jpg

 

 

Head full of thoughts

Wist je dat…

  • ik het minder vermoeiend vind om een dag voor 10 mensen met een verstandelijke beperking in te staan dan om een dag voor Linus te zorgen?  Hoe dat kan?  Het kind is overal.  Overal waar het niet moet zijn.  De voorbije week vond ik een natte pantoffel in mijn versgedraaide was.  Ik kon nipt vermijden dat hij de diepvries achter mijn rug uitschakelde en hij danste -handjesdraaiend- op de salontafel.  En dan zijn totje als je hem terechtwijst: bruine puppyogen all the way.  You gotta love ‘em.  Verdikke, het is moeilijk om dan niet in de lach te schieten.
  • ik voor het eerst hesp rolletjes heb gemaakt.  Serieus, ik ben 34 jaar en heb dat nog nooit zo klaargemaakt.  Ik lust dat eigenlijk ook niet, maar ik doe het voor mijn lief.  Zelf eet ik ze enkel op De Kristien-manier.  Kristien is een oud-collega die me leerde witloof eten.  Namelijk: gebakken witloof en hesp volledig in stukjes snijden en mengen met de kaassaus.  Ik hou niet van de smaak van een stronk witloof, maar zo kleine stukjes, dat gaat nog.

img_20161007_123423.jpg

Jawel Tine, dat is jouw creuset-ovenschotel!

  • diezelfde witloofstronken eerst zwart geblakerd waren doordat ik te aandachtig op mijn laptopscherm zat te staren.  Voor een keer waren het geen blogs maar Ticketmaster.  Ik stond in de wachtrij voor Coldplaytickets toen het gebeurde.  Gelukkig kon ik het fiksen door de buitenste blaadjes netjes in het afvalbakje te deponeren en alles te verdoezelen met de hesp.
  • ik nog getwijfeld heb om tickets voor Coldplay te bestellen.  Ik ben fan van het eerste uur maar hun stijl is zo keihard veranderd en de laatste cd’s heb ik niet eens gekocht.  Die eerste nummers zoals “Trouble” of “The Scientist”, dat valt niet meer te vergelijken met die poppytoestanden van nu.  Maar kijk, het voordeel van de twijfel, ik ging reeds naar elke toer en zoveel komen ze nu ook weer niet naar België.  Achteraf bekeken ben ik toch tevreden met mijn twee (goedkopere) kaartjes, vermoedelijk crappy plaatsen, de laatste singles vind ik namelijk geen 116 euro per persoon waard….
  • ik dan maar meteen heb besloten dat ik ook naar dEUS wil gaan in de Lotto Arena in februari.  Daar waren geen wachtrijen en aangebrand witloof voor nodig.
  • wij er nog eens met ons twee samen op uit trekken naar ons favoriete Londen.  Iets drijft ons altijd naar daar, dat er promoties waren op de Eurostar is uiteraard ook mooi meegenomen!  Onze kinderen die worden dan weer niet meegenomen….
  • Linus gepromoveerd werd tot mommy’s little helper.  Omdat hij toch constant rond mij draait krijgt hij allerlei jobs aangemeten: droogkast-vuller, was-voor-aan-het-wasrek-aangever, vaatwasmachinedeur-toeduwer, brenger-van-boekjes-het-is-gelijk-welkééntje.  Serieus, iemand zou de sociale dienst moeten bellen om kinderarbeid aan te geven.
  • het Dolce Gusto-apparaat zijn plek heroverd heeft in de keuken.  Hij ging een tijdje op uitstap bij een vriendin die tijdelijk zonder koffiemachine zat, maar nu is hij back in business.

img_20161007_140630.jpgChococcino, Cappuccino, Lungo, laat maar komen Grietje!

Gaan jullie ook naar Coldplay, Green Day of dEUS?

Zondagavond is voor chillbroeken

Zondagavond.  Het lief drumt.  Op verplaatsing gelukkig.  De roomba stofzuigt de keuken terwijl ik Linus klaarmaak om te gaan slapen.  Hij pruttelt tegen.  Zoals altijd als hij op het verzorgingskussen ligt.  Een kwartier, een grote fles melk en veel keptjes later ligt hij nog na te vertellen van het weekend door de babyfoon.  Vooral het bezoek aan het rusthuis heeft indruk nagelaten.  Hij werd er door elke oma aangesproken en duwde eigenhandig een rolwagen vooruit, jawel, terwijl er iemand in zat.  Ilja kijkt  naar iets kwek-achtig op tv en laat daarbij zijn hoofd al op de boord van de zetel rusten.  Ik poets de keuken terwijl de roomba de gang stofzuigt.  In een mum van tijd is die droog door de avondzon en een zuchtje frisse lucht.  Als Dora begint te zingen van “Het lukte, het lukte, yeah, yes we dit it!” (ik zing altijd mee, ik kan er niet aan doen,ook al is ze semi-irritant) geeft ze het startschot van het slapengaan-ritueel bij Ilja.  Ondertussen ben ik al bezig met het opdrogen van de livingvloer.  Mijn poetshulp komt op dinsdagochtend de hele boel kuisen en op zondagavond is het water alweer donkerbruin als ik het in de spoelbak giet.  Onvoorstelbaar hoe vlug alles vuil wordt.  Om 19u liggen de twee rascals in bed en kan ik mijn stoelen alweer op zijn plaats draaien.  Zondagavonden zijn voor opruimen, in mijn hoofd en in mijn huis.

Ik doe een oude t-shirt aan en de chillbroek die ik van mijn broer “erfde” toen hij verhuisde.  Pieter sloeg hem gisteren al aan, maar vandaag sla ik vlug mijn slag nu hij er niet is.  Ik denk aan Schanulleke.  Ze kwam al twee dagen niet meer thuis.  Ik miste ze toen ik alle deuren openzette om de tocht erin te steken.  Normaal catwalkt ze altijd door mijn natte vloer waarop ik haar steevast terug buitenjaag.  Het eten dat ik deze middag in haar bordje legde is onaangeroerd gebleven…Als dat maar goed komt.

Zondagavond is er tijd om het hoofd leeg te maken, niets speciaals meer te doen.  En aan de kat te denken.

img_20160925_194252.jpg