Page 45 of 62

Neen, dat was niet zoals we hadden afgesproken.

Binnenkort sluiten we jou af, 2017.  Hoe ouder ik word, hoe vlugger de jaarwisselingen elkaar opvolgen.  En 2017, mag ik je zeggen hoe ik je ervaren heb? Voor ons was je lief.  Je spaarde ons van ziekte, werkloosheid en burn-out dit jaar.  Bedankt daarvoor.  Je bracht ons mooie momenten met ons gezin, met vrienden en familie.  Nieuwe uitdagingen, waarvoor dank, nogmaals.  Mag ik je ook vertellen hoe je onze naasten behandeld hebt?  Of ben je bang voor mijn antwoord?  Want het was ronduit gortig, 2017.  Voor teveel van mijn vrienden en familieleden.   Je was niet lief voor veel mensen rond ons, wat zeg ik, je was uitermate wreed.  Hun gezin, hun relaties, hun gezondheid.  Bij veel mensen die ik graag zie moest je op een smerige, laffe manier hakken en pakken.  De vele berichtjes van “Gaat het?” “We denken aan jullie”, kaartjes met innige deelneming, veel sterkte.  Ik kan ze niet meer op één hand tellen.  Neen 2017, dat hadden we niet afgesproken.  We spreken altijd af “dit jaar mag het een rustig jaar zijn” en nooit gebeurt dat.  Maar jij spande de kroon met je gemene trekken.  Toen relaties stuk liepen, gebroken gezinnen ontstonden.  Toen ziekte, ongeluk en depressie zich verspreidde.  Toen onschuldige mensen stierven en de begrafenissen zich maar blijven opvolgen.  Neen.  Je was niet lief, 2017.  Hoe goed het ook bij ons gaat, het ongeluk van de anderen straalt op ons af.  Ik probeer altijd een positief persoon te zijn maar jij 2017, jij bent het jaar geweest dat deze karaktertrek serieus op de proef heeft gesteld.  Strontjaar.

Maar met “veel liefde” ben ik ook al content hoor!

Jaloezie is mij vreemd.  Zeker als het om materiaal of gadgets gaat begrijp ik niet waarom ik afgunstig zou zijn van iemand.  Ik kan wel heel hard denken van: “Hmm, dat zou ik wel kunnen gebruiken”.  Uiteraard bevind ik me in een bevoorrechte positie want ik hoef het brood niet uit mijn mond te sparen als ik eens iets voor mezelf of mijn geliefden wil kopen.  Handig.  Maar ik ben geen big spender, als het over mezelf gaat zit ik regelmatig op mijn geld.  Gelukkig ben ik vlug content, dus waarmee kun je mij plezieren?  Met veel en ook met weinig.  Sinds ik een Bullet Journal hanteer hou ik voor het eerst echt een wishlist bij.  Die wordt wel nu en dan eens bijgewerkt want ik kijk ook uit naar de items die erop staan of ik ze niet ergens in promo spot.  Ik ben namelijk de soldenqueen.  You name it: I bought it on sale.  Maar met de kerstperiode voor de deur komt de vraag wel eens:  Wat wil je nu ècht?

Ewel, als je naast “veel liefde” en “vrede op aarde voor iedereen” ook nog eens een andere cadeautip nodig hebt:

Parfum Dot – Marc Jacobs

wpid-dsc_1082

Parfum koop ik bitter weinig.  Ik heb een drietal parfums (waarschijnlijk al meer dan drie jaar), meestal spray ik die zelfs helemaal leeg alvorens een nieuw te kopen.  Deze Marc Jacobs staat al een hele tijd in mijn BuJo onder mijn verlanglijstje, het gebeurt dat ik een parfumerie binnenloop om nog eens te gaan ruiken of ik wel zeker ben van mijn stuk.  Parfum vind ik eigenlijk heel duur voor wat het maar is (gierig, told you so) maar toch ga ik weinig buiten er zonder.

 

 

Een jaarabonnement op Charlie Magazine

Abo-Visual-2017

De bookzines van Charlie zijn helemaal niet zo gemakkelijk te vinden.  Althans toch niet in de verre westhoek.  Ik weet een boekhandel die ze verkoopt maar ik vergeet altijd om daar te stoppen.  Dus een abonnement ware heel fijn, zeker ook omdat ik zo de online content voor abonnees kan volgen.

 

 

 

 

HP Sprocket White

9200000069127823

Dit staat echt helemaal bovenaan mijn verlanglijstje.  Ik zag dit cool ding voor het eerst op een reclame op instagram en dacht echt “waw, me want this!”.  Jawel, ik ben een sucker voor reclameboodschappen.  Het ziet er zo handig uit en hoeveel keer moet ik niet zitten uploaden naar Smartphoto om mijn foto’s geprint te zien.   En de keren dat ik denk: deze foto moet ik ooit eens geven aan die of die persoon als ik ze nog eens tegenkom…

 

Bon Obelisk Fashion Ieper-Poperinge

De outfits uit deze winkel in Ieper en Poperinge kunnen me telkens wel bekoren.  Vooral bij de zoektocht naar een toffe trui of een speciaal kleedje kan ik daar altijd wel mijn ding vinden.  Ze doen in de solden ook altijd hele mooie acties.  You say: “Solden”, I say: “What?!”

Bon So Baggy webshop

Cadeaubon_so_baggy_smaragd_ccc0860e-c7ec-462b-8ac6-9e48997e4f49Ik ben wat secuurder geworden in het aanschaffen van mijn handtassen.  Laatst zeiden “oude” vrienden (als in: vrienden die ik al heel lang ken, we zijn even oud dus jonge dartele hindes 😉 ) “jaja, jij bent handtassenverslaafde hé.”  Maar dat is bijlange niet meer zo.  Ik koop misschien één handtas om de twee jaar, met sommige tassen doe ik langer.  Dat kan misschien ook veel klinken, maar ik betaal dan ook geen stukken van mensen.  Mijn huidige tas is er één van NICA.  Een nieuw exemplaar zou in de loop van 2018 misschien wel welkom zijn maar het is niet dringend.  Ik kan daarbij dan ook meteen een toffe webshop steunen die gerund wordt door een gedreven dame.

Bon Paperie Webshop

Processed with VSCO with hb1 preset

Ik ga daar niet gaan kijken.  Niet.  Het is vragen om miserie.  Alles wat ik reeds via reclame zag passeren deed mijn ogen twinkelen.  Kaartjes, boekjes, prutsgerief om kaartjes en boekjes mee te vullen.  Helemaal mijn ding.  Dus met een cadeaubon voor die webshop zou je mij echt blij maken.

 

 

Boek: Het labyrint der geesten – Carlos Ruiz Zafon

9200000079416406

 

Het vierde boek om het vierluik af te sluiten.  Ik genoot zo hard van “Het spel van de engel”, “De gevangene van de hemel” en “De schaduw van de wind” dat ik echt triest was toen het derde boek uit was.  Zo briljant om die boeken door elkaar te laten lopen zonder dat je iets mist als je er één niet las.

 

 

 

 

(bron foto’s: parfum, boek en HP sprocket: bol.com, bon So Baggy: So Baggy webshop, bon Paperie: Paperie Webshop,  foto Charlie: Website Charlie Magazine.

kom wees niet verlegen, niemand houdt je tegen

De onderste schakel van mijn rug zit vast.  Het is al een tijdje dat het kriebelt om hier iets aan te doen.  Alsof mijn lichaam nood heeft aan een bepaalde beweging.

Mijn arm tintelt ook soms.  Een zindering vanuit mijn schouder naar de tippen van mijn vingers.

Vandaag kwam dit op de radio:

Ik zat in de wagen.  De volumeknop werd naar rechts gedraaid.  Kon mij niet schelen dat ik aan het rode licht moest wachten.  Als Paul er op komt, dan moet het luider.  Ik begon zetelmoves te doen, misschien zelfs wat handjesgeklap, dat zal ik niet ontkennen.  Alles viel in de plooi. De stijve rug heeft gewoon een tekort aan dansen, een pintje kan de arm kalmeren.  Of een cola.  Mij gelijk, als we nog maar eens kunnen samen zijn met vrienden en wie maar wil.  En ja we hebben allemaal kinderen en die moeten we dan maar eens collectief wegbrengen of een babysit voor regelen want het moet gewoon.  Nog eens een gewoon, ouderwets dansfeestje, zo’n feestje waarop we de muziek kennen, en niemand raar opkijkt omdat je meebrult met Paul Severs.

No waves waiting

Het ijle niets.  Waar meestal honderden gedachten gretig en aan speedtempo door mijn hersenpan razen is er nu al enkele weken: niets.  Geen openstaande tabbladen bij mij.  Als de stilte neerdaalt en er tijd is om de gedachtestroom te volgen, als het lukt om mistroostige gedachten af te couperen of om ideeën uit hun ei te laten breken, dat zijn zalige momentjes in de dag (of in de week, laat ons eerlijk zijn, als ouderfiguur wordt mijn gedachtegang wel meerdere keren onderbroken, als het niet constant is als we allen samen zijn).  Het is iets dat ik echt mis sinds ik moeder ben: dat mijn gedachten de mijne zijn.  Dat ik niet eerst honderd vragen moet beantwoorden van “waar ligt die blauwe robot die ik op vakantie gekregen heb bij de frietjes” tot “Mama!  Komen!” en “Mama, kijk!” (57X per voormiddag).  Ik moet dan soms een moment afdwingen om even mijn hoofd te kuisen.  De gedachtengolven te trotseren.  En nu merk ik het soms als ik alleen ben in de wagen of op de momenten dat de kinderen in de opvang/op school zijn en ik tijd heb om zelf mijn dag te organiseren.  Niets.  Geen gedachtestroom.  Ik zie alles rond me maar er komen geen ideeën.  Er komen geen opmerkingen.  Geen commentaren.  Weinig te zeggen, nog minder te verkondigen. Reflecties die ik vroeger uit mezelf maakte moet ik nu forceren, het lukt me wel, maar het komt niet meer onaangekondigd.  Ik nam de laatste weken voldoende rust, bouwde bewust enkele activiteiten af.  Is deze periode een keerpunt?  Word ik wel nog genoeg getriggerd?  Moet ik meer buitenkomen?  Is het tijd voor iets nieuw?  Of moet ik juist genieten van deze tijd waarin het veel te kalm is in mijn hoofd.  De ergernis die ik anders voel als ik mijn gedachten geen kansen kan geven is nu omgezet in een soort angst: wat als de molen niet meer op gang komt?  Ik voel me momenteel nogal saai eigenlijk, ik zou mezelf niet willen tegenkomen op een feestje.  Tegelijkertijd weet ik wel ergens dat het zal keren, en de idee dat ik dit zelf kan aanpakken is voor mij momenteel voldoende.

Linus 2 jaar!

Bij het teruglezen van de post van een jaar geleden dacht ik “djeezes, er is eigenlijk veel en ook niet veel veranderd”.  Alles wat ik daar schreef is nog steeds van toepassing, het hevige kindje dat altijd maar rechtdoor gaat, het boefbeerken dat houdt van rabbelen in de zetel met broer: gewoonweg exact hetzelfde.  Komt daar nu bij dat hij keihard erop los tatert “kijk mama, mooie kraan” of hoe hij hartverscheurend om “Iljaaaaa, Iljaatjeeuh” riep toen ik zijn grote broer afzette voor een activiteit van de jeugddienst tijdens het paasverlof.  Ze kunnen niet met elkaar en niet zonder elkaar.  De onderlinge liefde spat ervan af maar het keert zo vlug om in afpakkerij.  Die kleine is ook niet bang om zijn vier jaar oudere broer een mot te verkopen als het hem niet aanstaat.  Rechtdoor zegt ‘m.

IMG_20170319_095347

Toegegeven, zijn heftige karakter is redelijk vermoeiend.  Zo is een dagje met Linus thuis niet echt ontspannend te noemen dezer tijden.  Toch weet hij dagelijks mijn hart tot pulp te herleiden, so cute I wanna squeeze his little face off.  En hey, heavy of niet, we moeten weten dat hij er is hé, een cliché, weeral.

IMG_9102

Het schattigst is zijn totje als hij knikt en “ja” roept op zowat elk aanbod van voeding.  Of hoe hij “goed” antwoordt als we hem vragen “hoe is’t Linus?”. Hij kan extreem grappig dansen, ik doe er spontaan bij mee.

IMG_20170319_093718

Klimmen is zijn middle name.  Erbij vallen gebeurt jammergenoeg ook veel te veel.  Zo werd hij in januari reeds genaaid aan zijn kaak en begin deze maand verloor hij een stuk tand bij valpartij.  “Dat is zo’n kind” hoor ik veel.  Ik moet ze gelijk geven;  dat is zo’n kind.  “Je gaat daar nog mee op de spoed zitten hoor!”.  Ik vrees er ook voor.  Dat is zo’n kind.  Maar wel een heel schoon kind.  Een jarig kind.  Ons kind.

IMG_9092 (2)

#Linuslove.  Al twee jaar.

IMG_20170218_171121

It’s surprising, how inspiring it is to see you shining

In Knack las ik vorige week een artikel over kieskeurige singles, hoe ze zoveel eisen stellen aan een potentiële partner en de zoektocht daarmee onmogelijk maken.  Ergens kan ik die kieskeurigheid wel goed begrijpen.  Als ik bedenk hoe ik het zou aanpakken als ik alleen zou zijn, ik zou niet direct weten waar ik een man moet gaan vinden.  Ik schrik altijd als gescheiden mensen na enkele maanden alweer iemand anders hebben.  Blijkbaar is een nieuwe partner dan toch vlot te vinden?  Ok, het internet is nu wel een heel toegankelijke plek en misschien kun je daar wel iemand vinden die gelijkgestemd is als je het een kans geeft.  Niet dat ik van plan ben om van man te wisselen.  Neeneen, deze kanjer blijft van mij.  Ik zou al goed gek moeten zijn om zo’n prachtkerel te laten schieten.  Niet alleen ziet hij er goed uit, excuseer: supergoed ;-), hij heeft nog eens heerlijk karakter.  En je gaat zeggen: ze is daar weer met haar gestoef over haar verrukkelijke man.  Maar verdikke zeg, ik ben content dat ik zo’n man heb.  Eén die er is voor mij als het nodig is.  Eén die mij gerust laat als ik daar nood aan heb.  Ik veronderstel dat het niet simpel is om met zo’n karakter als het mijne samen te leven, maar hij slaagt erin om dat te doen werken.  Omgekeerd aanvaard ik ook veel van hem en zo blijft het tandwiel draaien.  Dit, waar je voelt dat de basis van je relatie zo’n sterke fundering is voor alles wat rond je draait, is zo kostbaar.  Vandaag is hij jarig.  Van zijn 35 jaar mag ik al 11 jaar meevieren.  En daar ben ik best heel trots op.  Gelukkige verjaardag keptje!

I’ll stare here, in the distance

Het moet al zeker vijf of zes jaar zijn nu.  Dat ik van mezelf niets moet.  De persoon die ik ben zorgt ervoor dat ik doorbol, dat mijn leven zijn leven gaat.  Ik hoef daar geen extra inspanningen voor te doen wat de druk aanzienlijk verlaagt.  De introvert in mij maalt de dingen zelfstandig weg.  De pragmaticus lost problemen op als ze zich voordoen en de planner bekijkt hoe het in de dichte toekomst eraan toe zou kunnen gaan.

Vandaag is geen goede dag.  Het wegmalen lukt me niet, problemen zijn er altijd en voor plannen heb ik weinig zin.  Het is het hoogtepunt van een langere periode waarin dit zichzelf al een tijdje opstapelt.  Waarbij sommige dingen maar niet afgewerkt geraken, waarin de oneindigheid van andere zaken niet te  relativeren is en waarbij elk prikje in die luchtballon teveel is.  Ik voel hoe de spanning niet meer mag toenemen en moet dringend de overbodige stoom aflaten.

Ik wil knutselen met mijn zoon, neen, knutselen dat doe ik eigenlijk niet graag.  Omdat ik het nooit doe, en zo nooit zijn gezicht zie als hij bezig is.  “teveel rommel”

Ik wil uit gaan eten met mijn man, maar ik ontzie mij de rompslomp met thuiswachters of rondrijden om de kinderen weg te brengen “we blijven gewoon thuis”

Ik wil boekjes lezen met mijn peuter, maar tegelijk staat het eindeloze huishouden in de weg  “ik plooi eerst wat was”

Ik wil een date met mijn 4 schoolvriendinnen.  “geen courage om een doodle te starten”

Ik wil declutteren “verdikke die kapaza-mensen kunnen zagen, een Bumba-bus van 3 euro, moet je daar serieus de afmeting van weten?”

Ik wil onze garage opgeruimd zien “maar waar moet ik hier eigenlijk beginnen?  En waarom hebben wij eigenlijk drie boormachine-achtige dozen?”

En één telefoontje later is alles anders.  Er moet eigenlijk helemaal niet gememd worden over hoe de dingen soms allemaal teveel zijn.  Voor sommige mensen is hun leven uitzichtloos, lijden ze pijn, zoveel dat de uitzichtloosheid ervan ondraaglijk is.  De mensen die achterblijven moeten nu omgaan met een verlies, met de idee dat hun dierbare wou afscheid nemen van zijn leven en tegelijk kaderen dat dit zijn wens was.  Dat zijn pijn dit leven oversteeg.

Ik her-evalueer.  Alles baadt ineens in een ander licht.  Wat wij hebben is geweldig.  Hoe kunnen drie volle wasmanden nu ineens een last zijn?   Hoe kan ik me ergeren aan iets waar ik gewoon zelf een oplossing voor kan zoeken.  Wat is dat nu eigenlijk, een beetje kruimels vegen en een opvangplanning voor de paasvakantie maken?  Alles is zo relatief.  Mijn gedachten gaan uit naar hen in die rare periode.  Ik glimlach naar mijn zoon en bekijk zijn lijfje, dansend, gezond.  We zijn de gelukkigste mensen op de wereld wij.

…en hoe is het nu?

Het hele klets-boem-patat-verhaal is ondertussen bijna één week oud.  Het bracht wel wat teweeg zoals zoveel dingen die je meemaakt:

  • Lippen genezen vlug.  Waar ze vorige week nog mijn neus raakten zien ze er nu alweer gewoon uit, ze zijn nog steeds kapot aan de binnenkant maar elke dag iets minder erg.  Het is ook al een hele vooruitgang dat voedsel nu in mijn mond blijft zitten in plaats van terug op mijn bord te belanden.
  • Tanden herstellen zichzelf vanuit de binnenkant.  De tand is in een constant proces van herstel, althans levende tanden.  Dode tanden weliswaar niet.  Gezien ik in mijn voorste tanden geen gevoel meer had op donderdag en vrijdag ben ik maar eens gaan informeren bij de tandarts wat ik daarmee moest aanvangen.  Toen de tandarts zei dat er wel degelijk barsten in waren begon ik net niet te wenen.  Met je mond open is het echter moeilijk tranen wegslikken.  Barsten in mijn voortanden?  Dan toch?  Ze nuanceerde meteen en zei dat het enkel de glazuurlaag was en dat er wel een kans bestaat dat er een stuk glazuur in het glazuur van mijn cupcake belandt.  De droom waarbij ik al mijn tanden verlies en die liggen te rammelen in mijn mond (toch zo’n typische droom die ik meerdere keren per jaar mag ervaren) zou wel eens op die manier een klein beetje werkelijkheid kunnen worden.  Ik ga er van uit dat alles op zijn plaats zal blijven zitten.  Volgens de tandarts “heb ik heel veel geluk gehad” omdat er geen wortels of tanden gebroken zijn en de voortanden nog leven.  Ik moet nog zeker 6 weken geduld uitoefenen eer de pijn van “de stuik” wegebt en ik ze weer ga kunnen gebruiken.  Gemalen vlees for the win!
  • Er bestaat zoiets als “een spier die bloot ligt”.  Onder je vel hé.  En je kunt daarop duwen, dat deed de kinesiste vandaag.  Ze heeft me ook verzekerd “dat ik nu geen rugpatiënt ben” wat voor mij alvast een grote opluchting was, want: I don’t do pain.  Pijn en ik, dat gaat echt niet samen.  Niet alleen ben ik enorm teerhartig, ik ben absoluut niet graag ziek.  Het duurt ook altijd even voor ik wil erkennen dat er ergens in mijn lichaam iets mis is.
  • Je lichaam kan je geest serieus in de war sturen.  Zo was ik er altijd van overtuigd dat ik een gezond persoon was.  Ik was weinig ziek, had nooit ergens pijn en ik voelde me in perfecte staat, weliswaar regelmatig moe, maar met twee kinderen onder de 6 jaar lijkt me dat wel aannemelijk.  En dan ineens gaat het lichaam tegen dek zonder waarschuwing, zonder voorbode van “hey, doet het eens rustig aan hier”.
  • Pijnmedicatie is serieus.  Vorige week nam ik enkele dagen brufen.  An sich weet ik daar niets van en kan ik niet inschatten of dat zwaar is of niet, maar ik sliep waar ik stond.  Voor mij was dat pure slaapmedicatie.  Ik neem nooit pillen, doe niet aan vitaminen of allerhande kuurtjes om winters door te komen.  Het feit alleen dat ik sliep als een blok deed me stilstaan bij hoe verslavend zo’n dingen kunnen werken.  Ik sliep meer dan ooit en voelde me ’s morgens nog eens kiplekker en pijnvrij.  Ondertussen vroeg ik de huisarts om de medicatie af te bouwen, vandaag zelfs zonder.
  • Er is een beetje schrik.  Dat het nog eens zal gebeuren.  En er komen wel eens “wat als…”-verhalen in mijn hersenpan.  Wat als ik helemaal verkeerd was neergekomen?  Wat als ik alleen was geweest met de kinderen?  Wat als mijn tanden effectief gebroken waren?  Wat als ik boven aan de trap had gestaan?  Wat als, wat als, wat als….?  Ik heb van mezelf altijd aangenomen dat ik goed kan relativeren en dat problemen opgelost worden als ze zich stellen, ik veronderstel dat het zal moeten slijten en dat ik terug vertrouwen moet krijgen in mijn lichaam.
  • Ik ga aan Ilja leren hoe hij iemand moet opbellen indien er zich een noodsituatie voordoet.  Akkoord ik ben ge-“wat als”-t momenteel, maar hij wordt 6 jaar en het lijkt me geen overbodige luxe dat hij dat kan.  Ik wil hem geen schrik aanjagen maar zijn gezond verstand laten spreken in zo’n situatie.  Tips om dit aan te leren zijn meer dan welkom.

 

I surrender

Eens ik daar binnenga is het 100 % overgave.  Ik vertrouw hem volledig want elke keer als hij me aanraakt zit hij er boenk op.  “Doet het hier pijn?” waarbij het recht op die plek drukt waar alles wel lijkt tegen te trekken, de protestplek.  Ik weet dat de behandeling op zich geen pijn doet, maar toch sta ik elke keer in klam zweet als ik naar daar vertrek.  Het kraken blijft een merkwaardig gevoel.  Hij kondigt niet altijd aan wat hij zal doen en dat is in mijn geval het beste.  Hoewel ik na een 5-tal sessies doorheen de jaren wel ongeveer weet wat er zal gebeuren blijf ik toch telkens denken “wanneer zal het komen?”.  We liggen in vreemdsoortige posities, hij over mij, ik naar het plafond starend.  Ik word gevraagd om uit te ademen en hij smijt zich ten volle op mij om mijn rug te kraken.  Truntzak die ik ben laat ik dan altijd een Sharapova-kreetje achter, gewoon om de spanning die zich in mijn lichaam opbouwt te verlichten.  Vandaag ging hij achter mij zitten, mijn handen op mijn schoot, zijn arm rond mij, complete surrender.  Hij duwde mijn hoofd schuin, “laat je maar hangen”  waarna er een gigantisch gekraak volgde onder zijn druk.  Ik was er niet goed van.  Het voelde alsof ik zonet heel belangrijk nieuws had gekregen en dit moest verwerkt worden.  Op slag doodmoe!  Alsof de geest eventjes meegekraakt werd.  De hele middag was ik pompaf door dat gekraak, alles zit weer los wat vast zat, ik kan er weer tegen.

Een plek onder de zon

Drie jaar en half wonen we hier nu.  We waren al meer dan een jaar op zoek naar een nieuwe woning nadat onze starterswoning ietwat krap begon te worden.  Ik heb altijd graag in dat kleine huisje gewoond, knal in “het centrum” (in hoeverre je onze gemeente een centrum kan geven), alles aan en bij.  Maar we kozen voor iets rustiger, iets meer afgelegen met toch voldoende buren en sociale controle.  Toen we de eerste keer opreden dacht ik “oei oei, dit wordt het niet”.  Onderweg naar de voordeur danste de dam onder onze schoenen.  Diezelfde voordeur sleepte over de gele tegeltjesvloer, bloemetjesbehang all the way.  Maar ik had -na vele vruchteloze huizenjachten- geleerd om door de dingen te kijken.  Om te zien wat er nog niet is.  We zweerden al maanden dat we niet gingen verbouwen want dat was niets voor ons, wij hebben twee rechterhanden (ahja we zijn dan ook beiden linkshandig #billenkletser!).  Maar een nieuwe vloer, dat zou nog te doen zijn.  Het badkamertje was minuscuul en roze, de keuken was van Obumex, de kastjes gingen scheef en er zaten gigantische spinnen in de spoelbak.  Het zou wel leuk zijn om zelf een keuken te kiezen, dat leek haalbaar.  Toen ik me terugdraaide uit de keuken en de gang doorkeek zag ik het ineens voor mij: Ilja ging hier groot worden.  Hoewel hij er niet bij was zag ik hem perfect door de gang crossen van de living door de keuken door de gang terug naar de living “toertje blok”.

Fout
Deze video bestaat niet

Na drie jaar hangt er nog steeds geen behangpapier in de hal.  So be it, komt wel goed.

Gisteren besefte ik weer waarom we voor dit huis kozen: de kinderen zullen hier opgroeien.  Ze gaan de trap nog miljoenen keer op en af lopen.  Hun moeder zal niet blijven zeggen “dat ze moeten voorzichtig zijn als ze naar beneden komen”, misschien zal ze wel blijven hameren op het feit dat het licht op de kamer uit moet.

Na een grote verbouwing (“we gaan NIET verbouwen, neen, NIET hé“) van vloer tot plafond, van badkamer tot chauffagewerk en elektriciteit blijft het ploeteren om ergens te geraken.  Nieuwe ramen, alle binnendeuren geschilderd en gelakt, de zolder geïsoleerd en twee kamers van gemaakt, eigenlijk hebben we in die drie jaar nog niet stilgezeten.  Dit jaar werkten we de oprit af, de dansende dam was al een tijdje weg maar er lag nooit iets deftig in de plaats.  Er komt nog een toilet boven, en de dakgoten zijn dringend aan vernieuwing toe, maar hey, we wonen hier wel, alles met tijd en boterhammen.  En toertje blok lopen.